Regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch specialistische zorg
- BWB-id
- BWBR0035111
- Type
- zbo
- Ministerie
- Nederlandse Zorgautoriteit
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2014-06-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035111
- ELI
- /eli/nl/zbo/2014/regeling-registratie-en-aanlevering-kostprijzen-zorgproducte-bwbr0035111
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2014/regeling-registratie-en-aanlevering-kostprijzen-zorgproducte-bwbr0035111/2014-06-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035111&g=2014-06-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035111&z=2026-06-06&g=2014-06-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035111/2014-06-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2014/regeling-registratie-en-aanlevering-kostprijzen-zorgproducte-bwbr0035111
Artikel 1 — Artikel 1 Grondslag#
Artikel 1 Grondslag artikel 36 van de Wet marktordening gezondheidszorg Gelet op(Wmg) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de volgende regeling vast. artikel 61, eerste lid van de Wmg Wmg Ingevolgeis een ieder gehouden om desgevraagd aan de NZa of een door haar aangewezen personen kosteloos de gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de uitvoering van devan belang kunnen zijn. artikel 68, eerste lid van de Wmg Ingevolge, kan de NZa regels stellen die inhouden door wie, aan wie en op welke wijze deze gegevens en inlichtingen moeten worden verstrekt, alsmede dat een accountant de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt. 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 01-06-2014
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte#
Artikel 2 Reikwijdte Deze regeling is van toepassing op alle categorieën van instellingen voor medisch specialistische zorg die zorgproducten in het gereguleerde segment kunnen leveren: Dit betekent dat onderhavige regeling niet van toepassing is op de volgende categorieën: – algemene ziekenhuizen – universitaire medische centra – zelfstandige behandelcentra – instellingen voor revalidatiezorg – categorale instellingen voor long/astmazorg – huisartsenlaboratoria – categorale instellingen voor epilepsiezorg – radiotherapeutische centra – dialysecentra – audiologische centra – instellingen die geriatrische revalidatiezorg leveren 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 01-06-2014
Artikel 3 — Artikel 3 Inwerkingtreding#
Artikel 3 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 juni 2014. artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wmg bijlagen Ingevolgezal deze regeling, inclusief toelichting en, ten minste twee dagen vóór de datum van inwerkingtreding in de Staatscourant worden gepubliceerd. Registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch specialistische zorg Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de regeling ‘’, met kenmerk NR/CU-235, ingetrokken. artikel 5 6 7 artikel 8 De verplichtingen als beschreven in,envan deze regeling zijn van toepassing op het gehele jaar 2013 en volgende jaren. De verplichtingen als beschreven invan deze regeling treden in werking per 1 januari 2014. Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling registratie en aanlevering kostprijzen zorgproducten medisch specialistische zorg’. 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 01-06-2014
Artikel 4 — Artikel 4 Begrippen en afkortingen#
Artikel 4 Begrippen en afkortingen 4.1 Accountant artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Een accountant zoals bedoeld in 4.2 Add-on Add-ons zijn overige zorgproducten, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een DBC-zorgproduct (aanhaakprestatie). Alleen zorg op de Intensive Care (IC) alsmede een limitatief aantal dure en weesgeneesmiddelen zijn gedefinieerd als een add-on. Add-ons vallen onder de categorie ‘Supplementaire producten’. 4.3 DBC-zorgproduct Een DBC-zorgproduct is een declarabele prestatie die is afgeleid uit een subtraject en zorgactiviteiten via door de NZa vastgestelde beslisbomen. Een subtraject dat voldoet aan de voorwaarden met betrekking tot de afleiding ervan, leidt, in combinatie met het zorgprofiel, tot een declarabel DBC-zorgproduct. 4.4 DBC-zorgproductcode Het unieke nummer van een DBC-zorgproduct dat bestaat uit negen posities, te weten DBC-zorgproductgroepcode (zes posities) en een code voor het specifieke DBC-zorgproduct binnen de DBC-zorgproductgroep (drie posities). 4.5 Directe kosten Alle kosten die worden gemaakt door de organisatiedelen die direct betrokken zijn bij het leveren van een zorgprestatie aan een patiënt. Het betreft derhalve de kosten die in het primaire zorgproces ontstaan, ofwel in de organisatiedelen die in direct contact met de patiënt staan. 4.6 Gereguleerd segment Het geheel van prestaties waarvoor de NZa maximumtarieven vaststelt. 4.7 Incidentele baten / lasten Buitengewone baten en lasten welke incidenteel voorkomen. Als incidentele baten en lasten worden aangemerkt de baten en lasten die niet uit de gewone bedrijfsuitvoering van de instelling voortvloeien. Dit geldt ook voor baten en lasten welke aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend. 4.8 Indirecte kosten De kosten die worden gemaakt door organisatiedelen die ondersteunend of voorwaardenscheppend zijn ten behoeve van het primaire proces en die niet direct in contact met de patiënt staan of de kosten die niet direct zijn toe te wijzen aan de levering van een prestatie of verrichting aan een patiënt. 4.9 Kostencategorie Een specifieke aanduiding van (clusters van) bepaalde kosten. 4.10 Kostendrager Een eenheid waaraan kosten worden toegerekend. 4.11 Kostprijs De kosten in verband met het verrichten van bepaalde zorgactiviteiten of zorgproducten waarbij de toerekening plaatsvindt conform het kostprijsmodel als beschreven in de beleidsregel ‘kostprijsmodel zorgproducten medisch specialistische zorg’. 4.12 Onderlinge dienstverlening a) alle medische en overige diensten die door een behandelaar worden uitgevoerd ten behoeve van de instelling waar deze behandelaar werkzaam is, en; b) medische en overige diensten die een instelling dan wel de in of voor de instelling werkzame behandelaren voor een andere instelling uitvoert en waarbij deze diensten niet geleverd worden ten behoeve van een eigen patiënt van de leverende instelling. 4.13 Overige zorgproducten (OZP) 1 Tot en met 2012 bestonden overige zorgproducten uit vijf categorieën, te weten: add-ons, ondersteunende producten (OP), overige producten (OVP), overige trajecten en overige verrichtingen. De prestaties binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde DBC-zorgproducten. Overige zorgproducten zijn per 2013 onderverdeeld in vier hoofdcategorieën, te weten supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, en overige verrichtingen. 4.14 Specialist Medisch specialist die als zodanig is ingeschreven bij de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten van de KNMG. 4.15 Specialist in loondienst De specialist die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is bij een instelling voor medisch specialistische zorg. 4.16 Specialist niet in loondienst De specialist die op basis van een mondelinge of schriftelijke overeenkomst, niet zijnde een arbeidsovereenkomst, werkzaamheden in verband met het leveren van medisch specialistische zorg verricht in opdracht van of namens een instelling voor medisch specialistische zorg. 4.17 Totale zorgproductie De totale zorgproductie van een zorginstelling bestaande uit alle gedeclareerde zorgproducten binnen zowel het gereguleerde als het vrije segment binnen een bepaalde periode. 4.18 Vrij segment Het geheel van prestaties waarvoor de NZa geen tarieven vaststelt. 4.19 Zorgactiviteit De zorgactiviteiten zijn de bouwstenen van het DBC-zorgproduct en vormen gezamenlijk het profiel van een DBC-zorgproduct. Ze bepalen in combinatie met het geregistreerde subtraject welke prestatie is geleverd en welke DBC-zorgproduct kan worden gedeclareerd. Daarnaast vormt de onderverdeling in zorgactiviteiten de basis voor overige zorgproducten. 4.20 Zorgproduct Een aanduiding van prestaties binnen de medisch specialistisch zorg. Zorgproducten zijn onderverdeeld in DBC-zorgproducten en overige zorgproducten. 4.21 Zorgprofiel Alle geregistreerde zorgactiviteiten binnen een DBC-zorgproduct. 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 01-06-2014
Artikel 5 — Artikel 5 Inrichting Administratie#
Artikel 5 Inrichting Administratie 5.1 De instelling richt haar administratie op een zodanige wijze in dat daaruit kunnen worden afgeleid: • alle met levering van zorgprestaties verbonden en toegerekende kosten onderscheiden naar het vrije respectievelijk gereguleerde segment; • de toedeling van deze kosten aan kostendragers, waarbij deze totale kosten aansluiten met de kosten op de jaarrekening; • een volledige en controleerbare registratie van gehanteerde kostendragers die aansluiten bij het totaal aantal kostendragers welke gekoppeld zijn aan de zorgproducten. 5.2 De instelling hanteert kostendragers die aan een jaarrekening (boekjaar) toegewezen kunnen worden. 5.3 Bij het uitvoeren van kostprijsberekeningen hanteert de instelling gedurende de looptijd van de onderhavige regeling een bestendige en gedocumenteerde gedragslijn. De instelling baseert verdelingen en toewijzingen van kosten aan kostendragers op causale relaties. 2 Bijvoorbeeld aantal FTE’s, vierkante meters, polikliniekbezoeken en dergelijke. De instelling rekent indirecte kosten toe aan de betreffende kostencategorieën naar rato van causale parameters. Indien geen causale parameters beschikbaar zijn, kunnen indirecte kosten ook naar rato van directe kosten (na aftrek van patiëntgebonden materiele kosten) per (relevante) kostendrager worden toegerekend. 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 01-06-2014
Artikel 6 — Artikel 6 Beschikbaarheid van documenten#
Artikel 6 Beschikbaarheid van documenten 6.1 artikel 8 De instelling draagt er zorg voor dat documentatie over de uitvoering van de berekening en over de gemaakte onderliggende keuzes beschikbaar en controleerbaar is voor de accountant en de NZa tot twee jaar na aanlevering van de gegevens aan de NZa als bedoeld in. 6.2 De documentatie bedoeld in het voorgaande artikellid betreft in ieder geval: • De toepassing van de principes zoals opgenomen in onderhavige regeling. • De gemaakte keuzes in de kostprijsberekening (waaronder de ratoberekening van indirecte kosten naar directe kosten per zorgproduct). • De gehanteerde principes in de kostprijsberekening en de wijze waarop de principes zijn ingevuld. • Gemaakte correctieboekingen in productie, kosten of opbrengsten. 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 01-06-2014
Artikel 7 — Artikel 7 Verwerking kostprijsgegevens#
Artikel 7 Verwerking kostprijsgegevens 7.1 artikel 8.6 De volgende opbrengstenstromen worden opgenomen in de kostencategorie ‘opbrengsten’ uit. De opbrengstenstromen dienen zoveel mogelijk te worden toegerekend op basis van causale relaties. Voor zover deze opbrengstenstromen niet zijn toe te rekenen op basis van causale relaties worden zij naar rato van directe en indirecte kosten (na aftrek van patiëntgebonden materiele kosten) toegerekend aan alle zorgproducten. • Rijksbijdrage Werkplaatsfunctie • Rijksbijdrage Onderzoek en Onderwijs • Opleidingsfonds • Overige opleidingen voor zover uit externe geldstroom gefinancierd • 3 Bij onderlinge dienstverlening dienen de kosten van diensten of producten die aan derden (niet zijnde verzekeraars) zijn geleverd, niet toegerekend te worden aan de zorgproducten. Het zal hier vaak gaan om overige zorgproducten die op verzoek van andere ziekenhuizen worden geleverd. Hiervan is de kostprijs bekend via de zorgactiviteiten. Indien de instelling producten afneemt van andere aanbieders, en deze producten als onderdeel van een zorgproduct bij de verzekeraar declareert, dient de instelling de betaalde prijs als kosten toe te rekenen aan de zorgproducten. Onderlinge dienstverlening (medisch/productie) • Niet patiëntenzorg gebonden opbrengsten (huur, rente, dienstverlening aan derden, parkeeropbrengsten, etc) • Door derden betaald (wetenschappelijk) onderzoek waar geen productie tegenover staat • 4 Vergoedingen die de instelling voor medisch specialistische zorg in rekening brengt aan de specialist niet in loondienst. Dit betreft kosten die de instelling in rekening brengt voor administratieve en andere diensten, personeel, apparatuur en/of praktijkruimte, parkeergelegenheid en overige faciliteiten die de instelling aan de specialist niet in loondienst tegen vergoeding of om niet ter beschikking stelt. Doorbelaste diensten aan medische specialisten niet in loondienst • Overige subsidies • Opbrengsten uit beschikbaarheidbijdrage (waaronder vergoeding academische zorg) • Incidentele baten/lasten 7.2 artikel 8.6 De instelling rekent alle kosten op het niveau van kostencategorieën uittoe aan kostendragers. 7.3 Bij de toerekening van kosten aan kostendragers zorgt de instelling voor een aansluiting van de totale kosten op de jaarrekening. 7.4 De kostprijzen van zorgproducten komen tot stand door de kostprijs per kostendrager te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal keren dat deze per zorgproduct voorkomt. 7.5 Voor de kostendragers hanteert de instelling een afgebakend jaar x. Voor de toerekening aan de declarabele DBC-zorgproducten geopend in jaar x-1 en gesloten in jaar x geldt dat de kostprijs van de kostendrager in jaar x-1 gelijk is aan die in jaar x. 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 01-06-2014
Artikel 8 — Artikel 8 Aanlevering kostprijsgegevens#
Artikel 8 Aanlevering kostprijsgegevens 8.1 De instelling berekent van alle declarabele zorgproducten afzonderlijk kostprijzen. Het totaal van de aan de zorgproducten toegerekende kosten moet gelijk zijn aan het totaal van de kosten welke aan de kostendragers zijn toegerekend. 8.2 De instelling is verplicht om jaarlijks haar kostprijzen aan te leveren van de zorgproducten (DBC-zorgproducten en overige zorgproducten) binnen het gereguleerde segment waarvoor een tarief in rekening is of had kunnen worden gebracht. 8.3 De instelling (niet zijnde een instelling voor revalidatiezorg) is verplicht om voor 1 oktober JAAR[x] kostprijzen aan te leveren over JAAR[x-1] ten behoeve van tariefberekening voor JAAR[x+2] op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in JAAR[x-1]. 8.4 De instelling voor revalidatiezorg is verplicht om voor 1 november 2014 kostprijzen aan te leveren over de periode 1 januari 2013 tot en met 31 augustus 2014, ten behoeve van tariefberekening voor het jaar 2016, op basis van het werkelijke gerealiseerde volume (in kostendragers) in 2013. 8.5 5 Dit aanleversjabloon zal jaarlijks worden gepubliceerd op de website www.nza.nl voordat het aanleverjaar ingaat. De instelling maakt voor deze aanlevering gebruik van een aanleversjabloon zoals gepubliceerd op de website van de NZa. De instelling levert aan conform de in het sjabloon opgenomen vereisten. 8.6 6 De verschillende categorieën worden in de toelichting beschreven. De instelling levert bovengenoemde kostprijzen aan uitgesplitst naar zorgproducten en onderverdeeld in de volgende kosten(sub)categorieën: • Personeelskosten: Kosten Medisch specialisten niet in loondienst • Personeelskosten: Medisch specialisten in loondienst • Personeelskosten: Arts In Opleiding tot Specialist (AIOS) • Personeelskosten: Overig • Materiele kosten: Geneesmiddelen • Materiele kosten: Bloed • Materiele kosten: Kunst- en hulpmiddelen, implantaten • Materiele kosten: Overig • Gebouwgebonden kosten: Huur en afschrijvingen gebouwen en installaties • Gebouwgebonden kosten: Onderhoud en beheer • Medische en overige inventaris • Financieringslasten 7 De opbrengsten voor instellingen uit overige inkomsten, anders dan uit declaratie van zorgproducten dienen ten laste van de gemaakte kosten, als zijnde een negatieve kostensoort, meegenomen te worden in de kostprijsberekening. In artikel 7.1 staan de verschillende activiteiten benoemd. Opbrengsten (negatieve kosten): overige opbrengsten anders dan baten uit declaratie van zorgproducten. 8.7 De aangeleverde kostprijsinformatie dient betrouwbaar en controleerbaar te zijn, om voldoende kwaliteitsgaranties te hebben voor de tariefberekening. 8.8 artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bijlage 1 8 Dit betreft een COS3000-onderzoek. De instelling draagt er zorg voor dat een accountant als bedoeld inde juistheid van de op grond van dit artikel verstrekte gegevens en inlichtingen bevestigt overeenkomstig de wijze die in de genoemde formulieren en het daarbij beschikbaar te stellen controleprotocol ()is aangegeven. 8.9 bijlage 2 9 Dit betreft een COS4400-onderzoek. In plaats van het in artikel 8.8 bedoelde controleprotocol is het, voor de aanlevering van kostprijzen ook toegestaan een rapport van feitelijke bevindingen op te leveren op basis van de onderzoeksvragen geformuleerd in. 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 01-06-2014
Artikel 9 — Artikel 9 Ontheffing#
Artikel 9 Ontheffing 10 Bij deze omzet kan productie in het gereguleerde segment van zorgproducten, waarvan het tarief niet wordt bepaald op basis van werkelijke kostprijzen (maar waarvoor een ander tariefregime geldt) worden uitgesloten. Dit betreft add-on geneesmiddelen, stollingsfactoren, logopedie, prenatale screening, bijzondere tandheelkunde en medisch specialistische verpleging in de thuissituatie. De instelling kan, indien het relatieve aandeel van het gereguleerde segment van een instelling kleiner is dan 10% van de totale gedeclareerde omzetin JAAR[x-1], bij de NZa een verzoek indienen voor ontheffing van de in deze regeling gestelde verplichtingen. Dit verzoek tot ontheffing dient gemotiveerd en voorzien van een cijfermatige onderbouwing ingediend te worden bij de NZa voor 1 augustus JAAR[x]. 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 2014 13776 19-05-2014 06-05-2014 NR/CU-248 01-06-2014