Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2014–2015
- BWB-id
- BWBR0035051
- Type
- zbo
- Ministerie
- Stichting Participatiefonds voor het Onderwijs
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2015-01-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035051
- ELI
- /eli/nl/zbo/2014/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2014/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de/2015-01-14
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035051&g=2015-01-14
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035051&z=2026-06-06&g=2015-01-14
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035051/2015-01-14
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2014/reglement-participatiefonds-voor-het-primair-onderwijs-en-de
Artikel 2:1 — Artikel 2:1 Doel van de premie#
Artikel 2:1 Doel van de premie Ziektewet De werkgever is verplicht, op de wijze zoals bepaald in de bestuursvoorschriften, een door het Participatiefonds te bepalen bijdrage te voldoen in verband met de kosten voor werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 2:2 — Artikel 2:2 Premierestitutie bij subsidie samenwerkende werkgevers#
Artikel 2:2 Premierestitutie bij subsidie samenwerkende werkgevers 1 Werkgevers die een subsidie ontvangen als bedoeld in de subsidieregeling X, kunnen een verzoek indienen bij het Participatiefonds om eenmalig als samenwerkende werkgevers een restitutie van de premie van het Participatiefonds te ontvangen. 2 De in het eerste lid bedoelde restitutie bedraagt € 100.000,– en wordt bij toekenning uitgekeerd aan de penvoerder van het regionaal transfercentrum als bedoeld in artikel xx van de subsidieregeling X. 3 De penvoerder van de werkgevers die voor een in voorgaande leden bedoelde premierestitutie in aanmerking willen komen, doet daartoe een verzoek door het inzenden van een bij het Participatiefonds verkrijgbaar formulier. 4 De werkgever overlegt daarbij de bijlagen die worden genoemd op formulier uit het voorgaande lid. 5 Het Participatiefonds keert de premierestitutie uit aan de penvoerder van het regionaal transfercentrum indien aan alle van de hieronder staande voorwaarden is voldaan: a. Het verzoek voldoet aan de vormvereisten genoemd in het derde en vierde lid, en b. Het Participatiefonds heeft aan het regionaal transfercentrum de subsidie toegekend als bedoeld in artikel yy van de subsidieregeling X, en c. artikel 18 van het Reglement Vervangingsfonds voor het Primair Onderwijs Het regionaal transfercentrum heeft een door het Vervangingsfonds bekostigde vervangingspool als bedoeld inin het leven geroepen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:1 — Artikel 3:1 Vergoedingsverzoek#
Artikel 3:1 Vergoedingsverzoek De werkgever: a. die een dienstverband van een werknemer beëindigt of een tijdelijk dienstverband niet voortzet; en b. artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC die wenst dat de uitkeringskosten die op grond vanofvoor rekening van de werkgever komen, ten laste van het Participatiefonds worden gebracht, dient bij het Participatiefonds een vergoedingsverzoek in. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:2 — Artikel 3:2 Wijze van indiening vergoedingsverzoek#
Artikel 3:2 Wijze van indiening vergoedingsverzoek De werkgever maakt bij de indiening van het vergoedingsverzoek gebruik van de module ‘vergoedingsverzoeken’ op de website www.participatiefonds.nl. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:3 — Artikel 3:3 Vereisten vergoedingsverzoek#
Artikel 3:3 Vereisten vergoedingsverzoek 1 De werkgever legt bij de indiening van het vergoedingsverzoek de gegevens en de documenten over die het Participatiefonds middels de module ‘vergoedingsverzoeken’ opvraagt. 2 De werkgever die niet of niet volledig aan het bepaalde in het eerste lid kan voldoen deelt dit aan het Participatiefonds mee onder opgaaf van een deugdelijke motivering door toezending van ter zake overtuigende documenten 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:4 — Artikel 3:4 Onvolledig vergoedingsverzoek#
Artikel 3:4 Onvolledig vergoedingsverzoek 1 Als het Participatiefonds vaststelt, dat de gegevens en documenten die de werkgever bij het vergoedingsverzoek indient, onvoldoende zijn voor de beoordeling van het vergoedingsverzoek, stelt het Participatiefonds de werkgever in de gelegenheid het vergoedingsverzoek aan te vullen. 2 De werkgever vult het vergoedingsverzoek aan binnen 8 weken. 3 De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het Participatiefonds de werkgever in de gelegenheid stelt het vergoedingsverzoek aan te vullen. 4 Als de werkgever het vergoedingsverzoek niet aanvult, neemt het Participatiefonds een besluit op grond van de tot dan door de werkgever in het kader van het vergoedingsverzoek verschafte gegevens en documenten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:5 — Artikel 3:5 Grond voor toewijzing vergoedingsverzoek#
Artikel 3:5 Grond voor toewijzing vergoedingsverzoek artikel 3:6 Het Participatiefonds wijst een vergoedingsverzoek uitsluitend toe als de werkgever voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in de bepalingen van dit reglement, behoudens het bepaalde in. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:6 — Artikel 3:6 Gronden voor afwijzing vergoedingsverzoek#
Artikel 3:6 Gronden voor afwijzing vergoedingsverzoek 1 Het Participatiefonds wijst een vergoedingsverzoek in ieder geval af als: a. de werkgever het dienstverband beëindigt of het tijdelijk dienstverband niet voortzet op grond van een andere beëindigingsgrond dan genoemd in dit reglement; b. artikel 60 artikel 62 van de WPO artikel 63 artikel 65 van de WEC de werkgever zich, in strijd metin samenhang gelezen metof in strijd metin samenhang gelezen met, niet heeft onderworpen aan een uitspraak van de Commissie van Beroep; c. paragraaf 1 sprake is van een dienstverband in het kader van vervanging als bedoeld in, onder 35, waaraan een regulier dienstverband is voorafgegaan en de werkgever niet heeft voldaan aan het verzoek van het Participatiefonds om binnen acht weken alsnog een vergoedingsverzoek te doen in het kader van de beëindiging van het reguliere dienstverband; d. het vergoedingsverzoek van de werkgever onredelijk is. e. het beëindigen van een dienstverband of het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband in de risicosfeer van de werkgever valt. 2 artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC Als het Participatiefonds de beschikking als bedoeld in het eerste lid neemt, deelt het de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mee, dat de uitkeringskosten als bedoeld inof, niet ten laste van het Participatiefonds komen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:7 — Artikel 3:7 Beslistermijn#
Artikel 3:7 Beslistermijn 1 Het Participatiefonds geeft binnen 8 weken nadat het vergoedingsverzoek is ontvangen een beschikking over het vergoedingsverzoek. 2 Als een beschikking niet binnen 8 weken nadat het vergoedingsverzoek is ontvangen kan worden gegeven, deelt het Participatiefonds aan de werkgever mee, dat de beschikking uiterlijk binnen 16 weken nadat het vergoedingsverzoek is ontvangen tegemoet kan worden gezien. 3 artikel 3:4 De beslistermijn wordt van rechtswege opgeschort met ingang van de dag waarop het Participatiefonds de werkgever op grond vanuitnodigt het vergoedingsverzoek aan te vullen, tot de dag waarop het vergoedingsverzoek is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:8 — Artikel 3:8 Uitnodiging tot verstrekken inlichtingen#
Artikel 3:8 Uitnodiging tot verstrekken inlichtingen artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC Als uitkeringskosten als bedoeld inofzijn ontstaan, waarvan het Participatiefonds niet kan vaststellen dat het Participatiefonds ermee heeft ingestemd dat de uitkeringskosten ten laste van het Participatiefonds komen, nodigt het Participatiefonds de werkgever uit inlichtingen te verstrekken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:9 — Artikel 3:9 Indieningstermijn inlichtingen#
Artikel 3:9 Indieningstermijn inlichtingen 1 artikel 3:8 De werkgever verstrekt de inlichtingen, zoals bedoeld in, binnen 8 weken. 2 De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de uitnodiging is verzonden. 3 De inlichtingen zijn tijdig verstrekt indien deze vóór het einde van de termijn zijn ontvangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:10 — Artikel 3:10 Te late indiening inlichtingen#
Artikel 3:10 Te late indiening inlichtingen 1 artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC Als de werkgever niet tijdig de gevraagde inlichtingen verstrekt, besluit het Participatiefonds dat de uitkeringskosten als bedoeld inof, niet ten laste van het Participatiefonds komen. 2 artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC Als het Participatiefonds de beschikking als bedoeld in het eerste lid neemt, deelt het de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mee, dat de uitkeringskosten als bedoeld inof, niet ten laste van het Participatiefonds komen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:11 — Artikel 3:11 Verschoonbare termijnoverschrijding#
Artikel 3:11 Verschoonbare termijnoverschrijding artikel 3:9 Het Participatiefonds werpt de werkgever overschrijding van de termijn als bedoeld inniet tegen als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de werkgever in verzuim is geweest. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:12 — Artikel 3:12 Wijze van verstrekken van inlichtingen#
Artikel 3:12 Wijze van verstrekken van inlichtingen artikel 3:8 De werkgever maakt bij het verstrekken van de inlichtingen als bedoeld ingebruik van de module ‘uitkeringen’ op de website www.participatiefonds.nl 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:13 — Artikel 3:13 Werkgever heeft reeds vergoedingsverzoek gedaan#
Artikel 3:13 Werkgever heeft reeds vergoedingsverzoek gedaan 1 artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC De werkgever die wenst, dat de uitkeringskosten die op grond vanofvoor rekening van de werkgever komen, ten laste van het Participatiefonds worden gebracht, en die daarvoor reeds een vergoedingsverzoek heeft ingediend, verstrekt de inlichtingen die het Participatiefonds verzoekt. 2 artikelen 3:4 tot en met 3:7 Dezijn van toepassing. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:14 — Artikel 3:14 Werkgever wenst dat de uitkeringskosten ten laste van Participatiefonds komen#
Artikel 3:14 Werkgever wenst dat de uitkeringskosten ten laste van Participatiefonds komen 1 artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC De werkgever die wenst, dat de uitkeringskosten die op grond vanofvoor rekening van de werkgever komen, ten laste van het Participatiefonds worden gebracht, dient alsnog een vergoedingsverzoek in. 2 artikelen 3:3 tot en met 3:7 Dezijn van toepassing. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:15 — Artikel 3:15 Werkgever wenst niet dat de uitkeringskosten ten laste van Participatiefonds komen#
Artikel 3:15 Werkgever wenst niet dat de uitkeringskosten ten laste van Participatiefonds komen 1 artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC De werkgever die niet wenst dat de uitkeringskosten als bedoeld inof, ten laste van het Participatiefonds komen, deelt dit aan het Participatiefonds mee. 2 artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC Het Participatiefonds geeft binnen 8 weken nadat de werkgever de mededeling doet een beschikking, inhoudende dat de uitkeringskosten als bedoeld inof, niet ten laste van het Participatiefonds komen. 3 artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC Als het Participatiefonds de beschikking als bedoeld in het tweede lid neemt, deelt het de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mee, dat de uitkeringskosten als bedoeld inof, niet ten laste van het Participatiefonds komen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:16 — Artikel 3:16 Gemoedsbezwaarden#
Artikel 3:16 Gemoedsbezwaarden 1 artikel 184, derde lid, van de WPO De werkgever aan wie de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond vanontheffing heeft verleend, deelt aan het Participatiefonds mee dat hij gemoedsbezwaarde is. 3 artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC Het Participatiefonds deelt het de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mee, dat de uitkeringskosten als bedoeld inof, niet ten laste van het Participatiefonds komen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:17 — Artikel 3:17 Zelfstandig wachtgeldbeleid#
Artikel 3:17 Zelfstandig wachtgeldbeleid 1 De werkgever die zelfstandig wachtgeld-beleid als bedoeld in artikel 2 van het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs 1998-1999 voert, deelt aan het Participatiefonds mee dat hij zelfstandig wachtgeldbeleid voert. 2 artikel 138, tweede lid, van de WPO artikel 132, tweede lid, van de WEC Het Participatiefonds deelt het de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mee, dat de uitkeringskosten als bedoeld inof, niet ten laste van het Participatiefonds komen. 3 Voor de huidige deelnemers aan zelfstandig wachtgeldbeleid is artikel 2 van het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs 1998-1999 voor onbepaalde tijd van toepassing. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:18 — Artikel 3:18 Mededeling bezwaar tegen ontslagbesluit en opschorting beslistermijn#
Artikel 3:18 Mededeling bezwaar tegen ontslagbesluit en opschorting beslistermijn 1 Als de werknemer tegen het ontslag een rechtsmiddel heeft aangewend, deelt de werkgever dit aan het Participatiefonds mee. 2 Als het ontslagbesluit onherroepelijk is geworden, deelt de werkgever dit aan de Participatiefonds mee. 3 artikel 3:7 De beslistermijn als bedoeld inkan worden opgeschort met ingang van de dag waarop de werknemer het rechtsmiddel aanwendt tot de dag waarop de werkgever de mededeling als bedoeld in het tweede lid doet. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:19 — Artikel 3:19 Gronden voor intrekking en wijziging#
Artikel 3:19 Gronden voor intrekking en wijziging 1 Het Participatiefonds is bevoegd de beschikking te wijzigen of in te trekken ten nadele van de werkgever: De werkgever stelt het Participatiefonds schriftelijk op de hoogte van feiten en omstandigheden die ten tijde van het nemen van de beschikking niet bekend waren of konden worden geacht en van zodanige aard zijn, dat zij tot een andere beslissing aanleiding kunnen geven. a. als de door de werkgever verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op zijn verzoek als bedoeld in dit Hoofdstuk een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste en volledige gegevens bekend waren geweest; b. als de beschikking in strijd met wettelijke voorschriften is gegeven; c. als in verband met verandering van wetgeving, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vereiste van de beschikking is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de werkgever bij een ongewijzigde beschikking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:20 — Artikel 3:20 Verzoek voorafgaande toets re-integratieactiviteiten#
Artikel 3:20 Verzoek voorafgaande toets re-integratieactiviteiten 1 Hoofdstuk 4 5 Als de werkgever de werknemer andere activiteiten dan genoemd inenaanbiedt of reeds heeft aangeboden die de werknemer ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, kan de werkgever het Participatiefonds vragen of deze andere activiteiten door het Participatiefonds worden aangemerkt als tenminste gelijkwaardig aan de activiteiten genoemd in Hoofdstuk 4 en 5, in welk geval de werkgever geacht wordt te hebben voldaan aan voorwaarde 4. 2 Het Participatiefonds geeft het advies uiterlijk binnen 16 weken nadat het adviesverzoek is ontvangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:21 — Artikel 3:21 Medewerking rechtmatigheidscontroles#
Artikel 3:21 Medewerking rechtmatigheidscontroles 1 De werkgever verleent medewerking aan een controle door of namens het Participatiefonds die gericht is op de beoordeling van de rechtmatigheid van een beschikking als bedoeld in dit hoofdstuk. 2 De werkgever draagt gedurende een periode van 5 jaar zorg voor een deugdelijke administratie die op een centraal punt is in te zien en geeft hier desgevraagd inzage in. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 3:22 — Artikel 3:22 Hoofdelijke aansprakelijkheid#
Artikel 3:22 Hoofdelijke aansprakelijkheid 1 Ziektewet artikel 120, vierde lid artikel 132 WPO De werkgever die participeert in een samenwerkingsverband waar na de beëindiging van een dienstverband of het niet verlengen van een tijdelijk dienstverband een werkloosheidsuitkering of een uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van devan een school of een Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband voortvloeit ten gevolge van de inzet of een wijziging van de inzet van de in, enbedoelde bekostiging ten opzichte van voorafgaande schooljaren, heeft voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband van dat personeel a. met de vakbonden een sociaal plan gesloten en het dienstverband conform de afspraken van genoemd sociaal plan beëindigd, of b. over de personele gevolgen volgens de strekking van de tripartiete overeenkomst personele gevolgen passend onderwijs open en reëel overleg gevoerd met het samenwerkingsverband Passend Onderwijs, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol. 2 Ziektewet artikel 184, zesde lid, van de WPO Indien het dienstverband niet conform de afspraken van het sociaal plan is beëindigd dan wel het hierboven genoemde overleg over de personele gevolgen niet is gevoerd, dan verhaalt het Participatiefonds de kosten van een werkloosheidsuitkering of een uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van deop de werkgever en op de overige bevoegde gezagsorganen van alle scholen van het desbetreffende samenwerkingsverband op grond van. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:1 — Artikel 4:1 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging van het dienstverband door opzegging (artikel 3.7, eerste lid, CAO PO)#
Artikel 4:1 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging van het dienstverband door opzegging (artikel 3.7, eerste lid, CAO PO) artikel 4:1:1 Als ontslag is genomen op grond van artikel 3.7, eerste lid, van de CAO PO, beëindiging van het dienstverband op verzoek van de werknemer, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:1:1 — Artikel 4:1:1 Meedelen reden ontslag#
Artikel 4:1:1 Meedelen reden ontslag 1 De werkgever overlegt documenten, opgesteld voorafgaand aan de einddatum, waaruit blijkt dat de werknemer de werkgever heeft medegedeeld dat hij het dienstverband wenst te beëindigen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:2 — Artikel 4:2 Grondslag vergoedingsverzoek: artikel 3.7, tweede lid, CAO PO: beëindiging van het dienstverband vanwege dringende reden#
Artikel 4:2 Grondslag vergoedingsverzoek: artikel 3.7, tweede lid, CAO PO: beëindiging van het dienstverband vanwege dringende reden Als het dienstverband is beëindigd wegens dringende reden (ontslag op staande voet) kan geen vergoedingsverzoek worden ingediend. De werkgever wordt geadviseerd om, in geval van beëindiging vanwege dringende reden, UWV daarover te informeren en van die melding aan UWV het Participatiefonds weer in kennis te stellen . 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:3 — Artikel 4:3 Grondslag vergoedingsverzoek: ontbinding arbeidsovereenkomst door Kantonrechter (artikel 3.7, derde lid, CAO PO)#
Artikel 4:3 Grondslag vergoedingsverzoek: ontbinding arbeidsovereenkomst door Kantonrechter (artikel 3.7, derde lid, CAO PO) 7:685 BW artikel 4:3:1 tot en met 4:3:2 Als het dienstverband is ontbonden op grond van(uitspraak kantonrechter) conform artikel 3.7, derde lid, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoeking in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:3:1 — Artikel 4:3:1 ontbinding arbeidsovereenkomst door kantonrechter#
Artikel 4:3:1 ontbinding arbeidsovereenkomst door kantonrechter 1 Het dienstverband van de werknemer is beëindigd door een uitspraak van de kantonrechter. 2 De werkgever legt daartoe over de beschikking van de kantonrechter. 3 Uit de beschikking van de kantonrechter blijkt niet dat het geschil in overwegende mate aan de werkgever te wijten is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:3:2 — Artikel 4:3:2 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:3:2 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:4 — Artikel 4:4 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7, vierde lid, CAO PO) vanwege onbekwaamheid/ongeschiktheid (artikel 3.8, tweede lid, CAO PO)#
Artikel 4:4 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7, vierde lid, CAO PO) vanwege onbekwaamheid/ongeschiktheid (artikel 3.8, tweede lid, CAO PO) artikel 4:4:1 tot en met 4:4:4 Als het dienstverband is beëindigd op grond artikel 3.7 vierde lid, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van onbekwaamheid of ongeschiktheid van de werknemer voor de door hem uitgeoefende functie, zoals bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden vanheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:4:1 — Artikel 4:4:1 Meedelen reden beëindiging van het dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:4:1 Meedelen reden beëindiging van het dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:4:2 — Artikel 4:4:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 4:4:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan de beëindiging dienstverband heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:4:3 — Artikel 4:4:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:4:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:4:4 — Artikel 4:4:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:4:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:5 — Artikel 4:5 WIA Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7, vierde lid, CAO PO) vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid (artikel 3.8, vijfde lid, CAO PO) van de werknemer voor minder dan 35%#
Artikel 4:5 WIA Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7, vierde lid, CAO PO) vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid (artikel 3.8, vijfde lid, CAO PO) van de werknemer voor minder dan 35% WIA artikel 4:5:1 tot en met 4:5:4 Als het dienstverband van de werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard door het UWV in het kader van deis beëindigd op grond van artikel 3.7, vierde lid, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van ziekte of arbeidsongeschiktheid, zoals bedoeld in artikel 3.8, vijfde lid, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:5:1 — Artikel 4:5:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:5:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de beëindigingsovereenkomst. 3 Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de WIA-beschikking waaruit blijkt dat de werknemer minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard door het UWV. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:5:2 — Artikel 4:5:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 4:5:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan de beëindiging dienstverband heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: : a. welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie; b. welke mogelijkheden zijn onderzocht om zijn eigen functie aan te passen; c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:5:3 — Artikel 4:5:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:5:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:5:4 — Artikel 4:5:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:5:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:6 — Artikel 4:6 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7, vierde lid, CAO PO) vanwege gewichtige omstandigheden (artikel 3.8, zevende lid, CAO PO) te weten kwalitatieve fricties#
Artikel 4:6 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7, vierde lid, CAO PO) vanwege gewichtige omstandigheden (artikel 3.8, zevende lid, CAO PO) te weten kwalitatieve fricties artikel 4:6:1 tot en met 4:6:7 Als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.7, vierde lid, CAO PO, met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is gewichtige omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:6:1 — Artikel 4:6:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:6:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 3 Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:6:2 — Artikel 4:6:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 4:6:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:6:3 — Artikel 4:6:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:6:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4.6.2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in artikel 4.6.3. 2 artikel 4.6.2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:6:4 — Artikel 4:6:4 Toetsingsdatum#
Artikel 4:6:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:6:5 — Artikel 4:6:5 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:6:5 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betreft die in een vast dienstverband was of waren benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:6:6 — Artikel 4:6:6 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:6:6 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:7 — Artikel 4:7 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (Artikel 3.7, vierde lid, CAO PO) vanwege gewichtige omstandigheden#
Artikel 4:7 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (Artikel 3.7, vierde lid, CAO PO) vanwege gewichtige omstandigheden artikel 4:7:1 tot en met 4:7:4 Als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.7 vierde lid, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is gewichtige omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden vanheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:7:1 — Artikel 4:7:1 Meedelen reden beëindiging van het dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:7:1 Meedelen reden beëindiging van het dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:7:2 — Artikel 4:7:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 4:7:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan de beëindiging dienstverband heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:7:3 — Artikel 4:7:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:7:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:7:4 — Artikel 4:7:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:7:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:8 — Artikel 4:8 Grondslag vergoedingsverzoek: plichtsverzuim (Artikel 3.8, eerste lid, CAO PO)#
Artikel 4:8 Grondslag vergoedingsverzoek: plichtsverzuim (Artikel 3.8, eerste lid, CAO PO) artikel 4:8:1 Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, eerste lid, van de CAO PO, te weten op grond van plichtsverzuim als bedoeld in artikel 3.17, tweede lid, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:8:1 — Artikel 4:8:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:8:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit waaruit onderbouwd blijkt dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:9 — Artikel 4:9 Grondslag vergoedingsverzoek: onbekwaamheid/ongeschiktheid (Artikel 3.8, tweede lid, CAO PO)#
Artikel 4:9 Grondslag vergoedingsverzoek: onbekwaamheid/ongeschiktheid (Artikel 3.8, tweede lid, CAO PO) artikel 4:9:1 tot en met 4:9:4 Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, tweede lid, van de CAO PO, te weten op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid van de werknemer voor de door hem uitgeoefende functie, anders dan ten gevolge van ziekte of arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 3.8, vijfde lid, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:9:1 — Artikel 4:9:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:9:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:9:2 — Artikel 4:9:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 4:9:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan het ontslag heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:9:3 — Artikel 4:9:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:9:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:9:4 — Artikel 4:9:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:9:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:10 — Artikel 4:10 Grondslag vergoedingsverzoek: geen vacature na afloop lang buitengewoon verlof (Artikel 3.8, vierde lid, CAO PO)#
Artikel 4:10 Grondslag vergoedingsverzoek: geen vacature na afloop lang buitengewoon verlof (Artikel 3.8, vierde lid, CAO PO) artikel 4:10:1 Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, vierde lid, van de CAO PO, omdat na afloop van het lang buitengewoon verlof de werknemer bij gebrek aan een vacature niet in actieve dienst binnen de instelling dan wel bij de werkgever kan worden geplaatst, komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:10:1 — Artikel 4:10:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:10:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit waaruit onderbouwd blijkt dat de werknemer na afloop van buitengewoon lang verlof niet geplaatst kan worden in een vacature. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:11 — Artikel 4:11 Grondslag vergoedingsverzoek: ziekte/arbeidsongeschiktheid (Artikel 3.8, vijfde lid, CAO PO)#
Artikel 4:11 Grondslag vergoedingsverzoek: ziekte/arbeidsongeschiktheid (Artikel 3.8, vijfde lid, CAO PO) WIA ZAPO artikel 4:11:1 tot en met 4:11:4 Als aan de werknemer, die minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard in het kader van de, ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, vijfde lid, van de CAO PO, te weten op grond van ziekte of arbeidsongeschiktheid met in achtneming van de bepalingen van de, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:11:1 — Artikel 4:11:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:11:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit 3 WIA Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de WIA-beschikking waaruit blijkt dat de werknemer minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard door het UWV in het kader van de. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:11:2 — Artikel 4:11:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 4:11:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan het ontslag heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie; b. welke mogelijkheden zijn onderzocht om zijn eigen functie aan te passen; c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:11:3 — Artikel 4:11:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:11:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:11:4 — Artikel 4:11:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:11:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:12 — Artikel 4:12 Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden (Artikel 3.8, zevende lid, CAO PO) te weten kwalitatieve fricties#
Artikel 4:12 Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden (Artikel 3.8, zevende lid, CAO PO) te weten kwalitatieve fricties artikel 4:12:1 tot en met 4:12:7 Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is gewichtige omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:12:1 — Artikel 4:12:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:12:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 3 Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:12:2 — Artikel 4:12:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 4:12:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van het ontslag. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:12:3 — Artikel 4:12:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:12:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4:12:1 artikel 4:12:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4:12:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:12:4 — Artikel 4:12:4 Toetsingsdatum#
Artikel 4:12:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:12:5 — Artikel 4:12:5 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:12:5 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betreft die in een vast dienstverband was of waren benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:12:6 — Artikel 4:12:6 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:12:6 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:13 — Artikel 4:13 Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden (Artikel 3.8, zevende lid, CAO PO)#
Artikel 4:13 Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden (Artikel 3.8, zevende lid, CAO PO) artikel 4:13:1 tot en met 4:13:4 Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, te weten op grond van gewichtige omstandigheden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:13:1 — Artikel 4:13:1 Meedelen ontslagaan werknemer#
Artikel 4:13:1 Meedelen ontslagaan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit waaruit onderbouwd blijkt dat er sprake is van gewichtige omstandigheden op grond waarvan de werkgever van oordeel is dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat het dienstverband van werknemer nog langer wordt voortgezet 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:13:2 — Artikel 4:13:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 4:13:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan het ontslag heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:13:3 — Artikel 4:13:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:13:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:13:4 — Artikel 4:13:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:13:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:14 — Artikel 4:14 Grondslag vergoedingsverzoek: tussentijdse beëindiging (artikel 3.7, eerste lid, CAO PO) van een leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding (artikel 3.24 CAO PO)#
Artikel 4:14 Grondslag vergoedingsverzoek: tussentijdse beëindiging (artikel 3.7, eerste lid, CAO PO) van een leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding (artikel 3.24 CAO PO) artikel 4:14:1 Als de opleidende instelling de leerarbeidsovereenkomst van de werknemer die als LIO is benoemd, tijdens de looptijd van de leerarbeidsovereenkomst, heeft beëindigd, komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:14:1 — Artikel 4:14:1 Meedelen reden tussentijdse beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:14:1 Meedelen reden tussentijdse beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden van het tussentijds beëindigen van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de opleidende instelling de leerarbeidsovereenkomst van de werknemer die als LIO is benoemd, heeft beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:15 — Artikel 4:15 artikel 20a ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in#
Artikel 4:15 artikel 20a ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 20a ZAPO artikel 4:15:1 Als ontslag is verleend op grond vanvanwege het niet meewerken aan re-integratie, komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:15:1 — Artikel 4:15:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:15:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit waaruit onderbouwd blijkt dat de werknemer zonder deugdelijke grond niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie 3 artikel 20a, tweede lid, ZAPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van het advies van het UWV als bedoeld in. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:16 — Artikel 4:16 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): waarbij werknemer dienstverband niet wil voortzetten als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, CAO PO#
Artikel 4:16 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): waarbij werknemer dienstverband niet wil voortzetten als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, CAO PO artikel 4:16:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werknemer geen voortzetting van het dienstverband wenst, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:16:1 — Artikel 4:16:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:16:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever overlegt ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer geen voortzetting van het dienstverband wenst; of 2 De werkgever overlegt documenten waaruit blijkt dat hij, voorafgaand aan de einddatum van het tijdelijk dienstverband, een passende reguliere betrekking heeft aangeboden met tenminste een gelijke omvang als de voorafgaande betrekking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:17 — Artikel 4:17 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): vanwege dringende redenen (artikel 3.7, tweede lid, CAO PO)#
Artikel 4:17 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): vanwege dringende redenen (artikel 3.7, tweede lid, CAO PO) Als het dienstverband is beëindigd wegens dringende reden (ontslag op staande voet) dan kan geen vergoedingsverzoek worden ingediend. De werkgever wordt geadviseerd om, in geval van beëindiging vanwege dringende reden, UWV daarover te informeren en van die melding aan UWV het Participatiefonds weer in kennis te stellen . 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:18 — Artikel 4:18 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): vanwege plichtsverzuim als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid#
Artikel 4:18 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): vanwege plichtsverzuim als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid artikel 4:18:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van plichtsverzuim zoals bedoeld in artikel 3.8, tweede lid van de CAO PO, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:18:1 — Artikel 4:18:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:18:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:19 — Artikel 4:19 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): vanwege onbekwaamheid/ongeschiktheid als bedoeld in artikel 3.8, tweede lid#
Artikel 4:19 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): vanwege onbekwaamheid/ongeschiktheid als bedoeld in artikel 3.8, tweede lid artikel 4:19:1 tot en met 4:19:3 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van onbekwaamheid of ongeschiktheid van de werknemer voor de door hem uitgeoefende functie zoals bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:19:1 — Artikel 4:19:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:19:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:19:2 — Artikel 4:19:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 4:19:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voordat het tijdelijke dienstverband is verstreken, heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:19:3 — Artikel 4:19:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:19:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:20 — Artikel 4:20 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid (artikel 3.8, vijfde lid, CAO PO)#
Artikel 4:20 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid (artikel 3.8, vijfde lid, CAO PO) artikel 4:20:1 tot en met 4:20:3 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van de het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van ziekte of arbeidsongeschiktheid zoals bedoeld in artikel 3.8, vijfde lid, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:20:1 — Artikel 4:20:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:20:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten alsmede een afschrift van de brief van een onafhankelijke deskundige waaruit blijkt dat de werknemer op de einddatum van het dienstverband ziek was. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:20:2 — Artikel 4:20:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 4:20:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voordat het tijdelijke dienstverband is verstreken, heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie; b. welke mogelijkheden zijn onderzocht om zijn eigen functie aan te passen; c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen. 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:20:3 — Artikel 4:20:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:20:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:21 — Artikel 4:21 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): vanwege gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.8 zevende lid vanwege kwalitatieve fricties#
Artikel 4:21 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): vanwege gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.8 zevende lid vanwege kwalitatieve fricties artikelen 4:21:1 tot en met 4:21:7 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat er sprake is gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties omdat naar het oordeel van de werkgever het anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:21:1 — Artikel 4:21:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:21:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 3 Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:21:2 — Artikel 4:21:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 4:21:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:21:3 — Artikel 4:21:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:21:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4:21:1 artikel 4:21:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4:21:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers die in een tijdelijk dienstverband waren benoemd bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:21:4 — Artikel 4:21:4 Toetsingsdatum#
Artikel 4:21:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 3 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste of tweede lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. 4 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:21:5 — Artikel 4:21:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:21:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:22 — Artikel 4:22 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): vanwege gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.8, zevende lid van de CAO PO#
Artikel 4:22 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO): vanwege gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.8, zevende lid van de CAO PO artikelen 4:22:1 tot en met 4:22:4 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:22:1 — Artikel 4:22:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:22:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake doende documenten waaruit onderbouwd blijkt dat er sprake is van gewichtige omstandigheden op grond waarvan de werkgever van oordeel is dat redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat het dienstverband van werknemer nog langer wordt voortgezet. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:22:2 — Artikel 4:22:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 4:22:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voordat het tijdelijke dienstverband is verstreken heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:22:3 — Artikel 4:22:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:22:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, dan overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:22:4 — Artikel 4:22:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:22:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:23 — Artikel 4:23 Grondslag vergoedingsverzoek: einde van rechtswege (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) van een leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding (artikel 3.22 CAO PO)#
Artikel 4:23 Grondslag vergoedingsverzoek: einde van rechtswege (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) van een leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding (artikel 3.22 CAO PO) artikel 4:23:1 Als het tijdelijk dienstverband van een werknemer die als LIO is benoemd, na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:23:1 — Artikel 4:23:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:23:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de leerarbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat de einddatum van het tijdelijk dienstverband overeenkomt met de datum van beëindiging van het tijdelijk dienstverband zoals deze door de werkgever bij het vergoedingsverzoek is opgegeven. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:24 — Artikel 4:24 Grondslag vergoedingsverzoek: einde van rechtswege (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) van een leerarbeidsovereenkomst van een onderwijsassistent in opleiding (artikel 3.27 CAO PO)#
Artikel 4:24 Grondslag vergoedingsverzoek: einde van rechtswege (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) van een leerarbeidsovereenkomst van een onderwijsassistent in opleiding (artikel 3.27 CAO PO) artikel 4:24:1 Als het tijdelijk dienstverband van een werknemer die als onderwijsassistent in opleiding is benoemd, na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:24:1 — Artikel 4:24:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:24:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de leerarbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat de einddatum van het tijdelijk dienstverband overeenkomt met de datum van beëindiging van het tijdelijk dienstverband zoals deze door de werkgever bij het vergoedingsverzoek is opgegeven. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:25 — Artikel 4:25 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege ontbreken onderwijsbevoegdheid dan wel omdat enige wettelijke bepaling zich daartegen verzet (artikel 3.2 CAO PO)#
Artikel 4:25 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege ontbreken onderwijsbevoegdheid dan wel omdat enige wettelijke bepaling zich daartegen verzet (artikel 3.2 CAO PO) artikel 4:25:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werknemer niet de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid bezit of indien enige andere wettelijke bepaling zich tegen voortzetting van het dienstverband verzet zoals bedoeld in artikel 3.2 van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:25:1 — Artikel 4:25:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:25:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 Indien de reden voor het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband ligt in het feit dat de werknemer de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid niet bezit, dan overlegt de werkgever een afschrift van een document waaruit blijkt wat de gemaakte afspraken zijn omtrent de onderwijsbevoegdheid bij aanvang van het dienstverband alsmede een afschrift van een document waaruit blijkt dat deze afspraken niet zijn nagekomen. 3 Indien de reden voor het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband ligt in het feit dat enige wettelijke bepaling zich daar tegen verzet, overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat: a. wettelijke bepalingen zich verzetten tegen het voortzetten van het tijdelijk dienstverband van de werknemer; en b. de werkgever de werknemer heeft meegedeeld dat het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet vanwege het feit dat wettelijke bepalingen zich daar tegen verzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:26 — Artikel 4:26 artikel 20a ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in#
Artikel 4:26 artikel 20a ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 20a ZAPO artikel 4:26:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:26:1 — Artikel 4:26:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:26:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 3 artikel 20a, tweede lid, ZAPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van het advies van het UWV als bedoeld in. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:27 — Artikel 4:27 ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4 onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige met ziekteverlof op grond van#
Artikel 4:27 ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4 onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige met ziekteverlof op grond van artikel 4:27:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:27:1 — Artikel 4:27:1 Aantonen vervanging wegens ziekte#
Artikel 4:27:1 Aantonen vervanging wegens ziekte 1 ZAPO De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die ziekteverlof op grond van hetgenoot. 2 De werkgever legt daartoe over een akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming: a. een afschrift of afschriften afkomstig uit zijn salarissysteem waaruit blijkt dat de werknemer de wegens ziekte afwezige werknemer heeft vervangen; of b. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de wegens ziekte afwezige werknemer heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:28 — Artikel 4:28 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegensschorsing (artikel 3.13 t/m 3.17 CAO PO)#
Artikel 4:28 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegensschorsing (artikel 3.13 t/m 3.17 CAO PO) artikel 4:28:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:28:1 — Artikel 4:28:1 Aantonen vervanging wegens schorsing#
Artikel 4:28:1 Aantonen vervanging wegens schorsing 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die is geschorst op grond van artikel 3.13 tot en met 3.17 van de CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Tevens overlegt de werkgever een afschrift van het schorsingsbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:29 — Artikel 4:29 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, van de CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens gecompenseerd vakantieverlof (artikel 8.2, zesde lid, CAO PO) en verleend verlof indien werknemer door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten (artikel 8.2, achtste lid, CAO PO)#
Artikel 4:29 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, van de CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens gecompenseerd vakantieverlof (artikel 8.2, zesde lid, CAO PO) en verleend verlof indien werknemer door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten (artikel 8.2, achtste lid, CAO PO) artikel 4:29:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:29:1 — Artikel 4:29:1 Aantonen vervanging wegens gecompenseerd vakantieverlof#
Artikel 4:29:1 Aantonen vervanging wegens gecompenseerd vakantieverlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die gecompenseerd vakantieverlof genoot op grond van artikel 8.2, zesde lid, of artikel 8.2, achtste lid van de CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer gecompenseerd vakantieverlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die gecompenseerd vakantieverlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:30 — Artikel 4:30 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, van de CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens opnieuw verleend verlof (artikel 8.6 CAO PO)#
Artikel 4:30 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, van de CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens opnieuw verleend verlof (artikel 8.6 CAO PO) artikel 4:30:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:30:1 — Artikel 4:30:1 Aantonen vervanging wegens opnieuw verleend verlof#
Artikel 4:30:1 Aantonen vervanging wegens opnieuw verleend verlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die opnieuw verleend verlof genoot op grond van artikel 8.6 van de CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer opnieuw verleend verlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die opnieuw verleend verlof genoot, heeft vervangen 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:31 — Artikel 4:31 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezig wegens buitengewoon verlof (artikel 8.7 tot en met 8.9, artikel 8.11 tot en met 8.13, artikel 8.15 of artikel 8.18 CAO PO)#
Artikel 4:31 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezig wegens buitengewoon verlof (artikel 8.7 tot en met 8.9, artikel 8.11 tot en met 8.13, artikel 8.15 of artikel 8.18 CAO PO) artikel 4:31:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:31:1 — Artikel 4:31:1 Aantonen vervanging wegens buitengewoon verlof#
Artikel 4:31:1 Aantonen vervanging wegens buitengewoon verlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die buitengewoon verlof genoot op grond van artikel 8.7 dan wel 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13, 8.15 of 8.18 van de CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer buitengewoon verlof heeft genoten op grond van artikel 8.7 dan wel 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13, 8.15 of 8.18 van de CAO PO; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die buitengewoon verlof op grond van artikel 8.7 dan wel 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13, 8.15 of 8.18 van de CAO PO genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:32 — Artikel 4:32 Wet Arbeid en Zorg Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van de(WAZO)#
Artikel 4:32 Wet Arbeid en Zorg Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van de(WAZO) artikel 4:32:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:32:1 — Artikel 4:32:1 Aantonen vervanging wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof#
Artikel 4:32:1 Aantonen vervanging wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die zwangerschaps- en bevallingsverlof genoot op grond van de WAZO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezig werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die zwangerschaps- en bevallingsverlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:33 — Artikel 4:33 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens ouderschapsverlof (artikel 8.19 CAO PO)#
Artikel 4:33 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens ouderschapsverlof (artikel 8.19 CAO PO) artikel 4:33:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:33:1 — Artikel 4:33:1 Aantonen vervanging wegens ouderschapsverlof#
Artikel 4:33:1 Aantonen vervanging wegens ouderschapsverlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die ouderschapsverlof genoot op grond van artikel 8.19 van de CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer ouderschapsverlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die ouderschapsverlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:34 — Artikel 4:34 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens spaarverlof (artikel 8.23 CAO PO)#
Artikel 4:34 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens spaarverlof (artikel 8.23 CAO PO) artikel 4:34:1 en 4:34:2 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:34:1 — Artikel 4:34:1 Aantonen vervanging wegens spaarverlof#
Artikel 4:34:1 Aantonen vervanging wegens spaarverlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die spaarverlof genoot op grond van artikel 8.23 CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer spaarverlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die spaarverlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:34:2 — Artikel 4:34:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:34:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten met betrekking tot het herplaatsingsonderzoek zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:35 — Artikel 4:35 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens levensloopverlof (artikel 8.24 CAO PO)#
Artikel 4:35 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens levensloopverlof (artikel 8.24 CAO PO) artikel 4:35:1 en 4:35:2 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:35:1 — Artikel 4:35:1 Aantonen vervanging wegens levensloopverlof#
Artikel 4:35:1 Aantonen vervanging wegens levensloopverlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die levensloopverlof genoot op grond van artikel 8.24 van de CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming overlegt de werkgever naast de akte van benoeming: 4 a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer levensloopverlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die levensloopverlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:35:2 — Artikel 4:35:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:35:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor de eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, dan overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten met betrekking tot het herplaatsingsonderzoek zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:36 — Artikel 4:36 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008#
Artikel 4:36 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.4, onder b, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 artikel 4:36:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:36:1 — Artikel 4:36:1 Aantonen vervanging wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008#
Artikel 4:36:1 Aantonen vervanging wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die studieverlof genoot op grond van hetScholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer studieverlof heeft genoten op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:37 — Artikel 4:37 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid#
Artikel 4:37 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid artikel 4:37:1 tot en met 4:37:3 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert het dienstverband beëindigt met wederzijds goedvinden op grond van artikel 3.7, vierde lid, met als reden dat er sprake is van opheffing betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.8, derde lid CAO PO, vanwege daling of beëindiging van een gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:37:1 — Artikel 4:37:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:37:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft aan de werknemer de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:37:2 — Artikel 4:37:2 Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen#
Artikel 4:37:2 Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen 1 De werkgever toont aan dat de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen is gedaald of beëindigd. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de gemeente de bijdragen voor ID-banen heeft verminderd of beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:37:3 — Artikel 4:37:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:37:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:38 — Artikel 4:38 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid#
Artikel 4:38 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid artikel 4:38:1 tot en met 4:38:9 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert het dienstverband eindigt met wederzijds goedvinden op grond van artikel 3.7, vierde lid, met als reden dat er sprake is van opheffing betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.8, derde lid CAO PO wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden,, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:38:1 — Artikel 4:38:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:38:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft aan de werknemer de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:38:2 — Artikel 4:38:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 4:38:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:38:3 — Artikel 4:38:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:38:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4.38.1 artikel 4.38.2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4.38.2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. Hierbij zijn voor personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:38:4 — Artikel 4:38:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 4:38:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Als het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 4:38:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de werknemer van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. t/m. v. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd en die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:38:5 — Artikel 4:38:5 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband#
Artikel 4:38:5 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband artikel 4:38:2 Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven inin de schooljaren 2012-2013, 2013-2014 en 2014-2015 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2013 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:38:6 — Artikel 4:38:6 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:38:6 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:38:7 — Artikel 4:38:7 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 4:38:7 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 4:38:3 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:38:8 — Artikel 4:38:8 Toetsingsdatum#
Artikel 4:38:8 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:38:9 — Artikel 4:38:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:38:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de beëindigingsdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag` 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:39 — Artikel 4:39 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid#
Artikel 4:39 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid artikel 4:39:1 tot en met 4:39:5 Als de werkgever, die de regeling werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.3 van de CAO-PO voert, het dienstverband eindigt met wederzijds goedvinden op grond van artikel 3.7, vierde lid, met als reden dat er sprake is van opheffing betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.8, derde lid CAO PO wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:39:1 — Artikel 4:39:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:39:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft aan de werknemer de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:39:2 — Artikel 4:39:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:39:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Daling bekostiging bij werkgelegenheidsbeleid’ waaruit blijkt dat a. zich in één of meer achterliggende schooljaren, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan; en b. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven; en c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:39:3 — Artikel 4:39:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd#
Artikel 4:39:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd 1 De werkgever toont aan dat: a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan; en b. de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden tijdens de looptijd van het sociaal plan, conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken, is; 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van de beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:39:4 — Artikel 4:39:4 Toetsingsdatum#
Artikel 4:39:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:39:5 — Artikel 4:39:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:39:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:40 — Artikel 4:40 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege reorganisatie#
Artikel 4:40 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege reorganisatie artikel 4:40:1 tot en met 4:40:3 Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2 lid 5 onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoek, voor het dienstverband dat is beëindigd op grond van artikel 3.7 vierde lid, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.8, derde lid CAO PO, voor toewijzing in aanmerking als de werkgever heeft voldaan aan de voorwaarden genoemd inen de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:40:1 — Artikel 4:40:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:40:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft aan de werknemer de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:40:2 — Artikel 4:40:2 Sociaal Plan#
Artikel 4:40:2 Sociaal Plan 1 De werkgever toont aan dat: a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan; en b. de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden, tijdens de looptijd van het sociaal plan conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is; dan wel c. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet volledig door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, was opgelost op de datum van de beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:40:3 — Artikel 4:40:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:40:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit blijkt dat de werknemer gebruik heeft kunnen maken van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:41 — Artikel 4:41 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging#
Artikel 4:41 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging artikel 4:41:1 tot en met 4:41:5 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging materieel, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband voor schoonmaakpersoneel is beëindigd op grond van artikel 3.7 vierde lid, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.8 derde lid CAO PO, vanwege daling van de materiele bekostiging en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:41:1 — Artikel 4:41:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:41:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:41:2 — Artikel 4:41:2 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2015#
Artikel 4:41:2 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2015 1 De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2015, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2013, zijn gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging Materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘Kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:41:3 — Artikel 4:41:3 beëindiging dienstverband#
Artikel 4:41:3 beëindiging dienstverband 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan de werkgever op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: A. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2014, of B. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2015, of C. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015 2 De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:41:3 onder A, B of C: A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2014 1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2014 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. B. B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2015 1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2015 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:41:4 — Artikel 4:41:4 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:41:4 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde fucntie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:41:5 — Artikel 4:41:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:41:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:42 — Artikel 4:42 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband#
Artikel 4:42 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband artikel 4:42:1 tot en met 4:42:7 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.7 vierde lid, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.8, derde lid CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:42:1 — Artikel 4:42:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:42:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft aan de werknemer de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:42:2 — Artikel 4:42:2 Daling bekostiging volgens vergelijking#
Artikel 4:42:2 Daling bekostiging volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van de beëindiging van het dienstverband is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband direct voorafgaand aan de datum van de beëindiging van het dienstverband, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van de datum van de beëindiging van het dienstverband is gedaald. 3 Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:42:3 — Artikel 4:42:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:42:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4:42:1 artikel 4:42:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4.42.2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:42:4 — Artikel 4:42:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 4:42:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. Wanneer van een werknemer het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 4:43:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van werknemer/werknemers van wie het dienstverband beëindigd is, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met v. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer van wie het dienstverband beëindigd is en die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van de datum van de beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:42:5 — Artikel 4:42:5 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:42:5 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:42:6 — Artikel 4:42:6 Toetsingsdatum#
Artikel 4:42:6 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de bekostiging van de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van bekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:42:7 — Artikel 4:42:7 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:42:7 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:43 — Artikel 4:43 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege de daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid#
Artikel 4:43 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 3.7 vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege de daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid artikel 4:43:1 tot en met 4:43:3 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.7 vierde lid, CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.8, derde lid, CAO PO, en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:43:1 — Artikel 4:43:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 4:43:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:43:2 — Artikel 4:43:2 Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie#
Artikel 4:43:2 Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie 1 De werkgever toont aan dat de landelijke subsidie is gedaald of beëindigd. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidie is gedaald of beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:43:3 — Artikel 4:43:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:43:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de datum van de beëindiging van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, heeft de werkgever het ondersteuningsaanbod verlengd tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘aanbod externe ondersteuning’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. indien de werkgever geen gebruik heeft gemaakt van de modelbrief ‘aanbod externe ondersteuning’ andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:44 — Artikel 4:44 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid#
Artikel 4:44 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid artikel 4:44:1 tot en met 4:44:3 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:44:1 — Artikel 4:44:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:44:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:44:2 — Artikel 4:44:2 Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen#
Artikel 4:44:2 Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen 1 De werkgever toont aan dat de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen is gedaald of beëindigd. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de gemeente de bijdragen voor ID-banen heeft verminderd of beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:44:3 — Artikel 4:44:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 4:44:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:45 — Artikel 4:45 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid#
Artikel 4:45 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid artikel 4:45:1 tot en met 4:45:9 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO en er is ontslag verleend op grond van artikel 3.8, derde lid, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:45:1 — Artikel 4:45:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:45:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:45:2 — Artikel 4:45:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 4:45:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van het ontslag. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:45:3 — Artikel 4:45:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:45:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4.45.1 artikel 4.45.2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4.45.2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:45:4 — Artikel 4:45:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 4:45:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 4:45:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:45:5 — Artikel 4:45:5 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband#
Artikel 4:45:5 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband 1 Indien er sprake is van uitgesteld ontslag dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. 2 artikel 4:45:2 In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven inin de schooljaren 2012-2013, 2013–2014 en 2014–2015 vergeleken. 3 Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. 4 De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2013 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:45:6 — Artikel 4:45:6 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:45:6 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:45:7 — Artikel 4:45:7 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 4:45:7 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 4:39:3 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:45:8 — Artikel 4:45:8 Toetsingsdatum#
Artikel 4:45:8 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een verleend ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag. 3 Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:45:9 — Artikel 4:45:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:45:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 a. De werkgever legt daartoe over: een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:46 — Artikel 4:46 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid#
Artikel 4:46 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid artikel 4:46:1 tot en met 4:46:5 Als de werkgever, die de regeling werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO-PO en er is ontslag verleend op grond van artikel 3.8, derde lid, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:46:1 — Artikel 4:46:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:46:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:46:2 — Artikel 4:46:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:46:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Daling bekostiging bij werkgelegenheidsbeleid’ waaruit blijkt dat a. zich in één of meer achterliggende schooljaren, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan en b. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:46:3 — Artikel 4:46:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd#
Artikel 4:46:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd 1 De werkgever toont aan dat: a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, en b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van het ontslag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:46:4 — Artikel 4:46:4 Toetsingsdatum#
Artikel 4:46:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:46:5 — Artikel 4:46:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:46:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:47 — Artikel 4:47 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege reorganisatie#
Artikel 4:47 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege reorganisatie artikel 4:47:1 tot en met 4:47:3 Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2 lid 5 onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO, uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, derde lid, van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:47:1 — Artikel 4:47:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:47:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:47:2 — Artikel 4:47:2 Sociaal Plan#
Artikel 4:47:2 Sociaal Plan 1 De werkgever toont aan dat: a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan; en b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet volledig door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, was opgelost op de datum ontslag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:47:3 — Artikel 4:47:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:47:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:48 — Artikel 4:48 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (3.8 derde lid CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging#
Artikel 4:48 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (3.8 derde lid CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging artikel 4:48:1 tot en met 4:48:5 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging materieel, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband voor schoonmaakpersoneel is beëindigd op grond van artikel 3.8 derde lid, van de CAO PO, te weten ontslag vanwege opheffing van de betrekking vanwege daling van de materiele bekostiging en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:48:1 — Artikel 4:48:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:48:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:48:2 — Artikel 4:48:2 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2015#
Artikel 4:48:2 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2015 1 De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging Materieel op 1 januari 2015, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2014, zijn gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging Materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘Kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:48:3 — Artikel 4:48:3 beëindiging dienstverband#
Artikel 4:48:3 beëindiging dienstverband 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: • Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2014, of • Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2015, of • Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015. 2 De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:48:3 onder A, B of C: A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2014 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2014 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2015 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2015 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:48:4 — Artikel 4:48:4 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:48:4 Afvloeiingsvolgorde Als er meerdere ontslagen gemeld worden, overlegt de werkgever de onderlinge volgorde van ontslag. Hierbij zijn voor personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. Een vergoedingsverzoek in geval van ontslag van personeel in vaste dienst, terwijl personeel in tijdelijke dienst gehandhaafd blijft, is niet mogelijk op grond van dit artikel. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:48:5 — Artikel 4:48:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:48:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 a. De werkgever legt daartoe over: een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:49 — Artikel 4:49 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband (artikel 3.8 derde lid CAO PO)#
Artikel 4:49 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband (artikel 3.8 derde lid CAO PO) artikel 4:49:1 tot en met 4:49:7 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, derde lid, van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:49:1 — Artikel 4:49:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:49:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:49:2 — Artikel 4:49:2 Daling bekostiging volgens vergelijking#
Artikel 4:49:2 Daling bekostiging volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de totale bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van het ontslag, is gedaald. 3 Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband in mindering gebracht. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:49:3 — Artikel 4:49:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:49:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4:49:1 artikel 4:49:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4.49.2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:49:4 — Artikel 4:49:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 4:49:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. In geval van ontslag geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 4:49:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:49:5 — Artikel 4:49:5 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:49:5 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:49:6 — Artikel 4:49:6 Toetsingsdatum#
Artikel 4:49:6 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:49:7 — Artikel 4:49:7 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:49:7 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 a. De werkgever legt daartoe over: een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:50 — Artikel 4:50 Grondslag vergoedingsverzoek: Ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege de daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid#
Artikel 4:50 Grondslag vergoedingsverzoek: Ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) vanwege de daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid artikel 4:50:1 tot en met 4:50:3 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komen vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, derde lid, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:50:1 — Artikel 4:50:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:50:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:50:2 — Artikel 4:50:2 Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie#
Artikel 4:50:2 Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie 1 De werkgever toont aan dat de landelijke subsidie is gedaald of beëindigd. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidie is gedaald of beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:50:3 — Artikel 4:50:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:50:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, heeft de werkgever het ondersteuningsaanbod verlengd tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘aanbod externe ondersteuning’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. indien de werkgever geen gebruik heeft gemaakt van de modelbrief ‘aanbod externe ondersteuning’ andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:51 — Artikel 4:51 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.8, derde lid CAO PO, vanwege daling of beëindiging van een landelijke subsidie#
Artikel 4:51 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.8, derde lid CAO PO, vanwege daling of beëindiging van een landelijke subsidie artikel 4:51:1 tot en met 4:51:2 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet vanwege de opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.8, derde lid CAO PO, vanwege daling of beëindiging van een landelijke subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komt de werkgever die de regeling werkgelegenheidsbeleid of ontslagbeleid, artikel 10.2 en 10.4 van de CAO PO, hanteert voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden vanheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:51:1 — Artikel 4:51:1 Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie#
Artikel 4:51:1 Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie 1 De werkgever toont aan dat de landelijke subsidie is gedaald of beëindigd. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie of subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’ is gedaald of beëindigd 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:51:2 — Artikel 4:51:2 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:51:2 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 a. De werkgever legt daartoe overlegt daartoe over: een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:52 — Artikel 4:52 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met ontslagbeleid#
Artikel 4:52 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met ontslagbeleid artikel 4:52:1 tot en met 4:52:7 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert, en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 3.6 eerste lid, CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan niet is voortgezet op grond van artikel 3.8, derde lid, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:52:1 — Artikel 4:52:1 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 4:52:1 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:52:2 — Artikel 4:52:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:52:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4.52.1 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, waarvan het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, op jaarbasis gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4.52.1 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:52:3 — Artikel 4:52:3 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 4:52:3 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:52:4 — Artikel 4:52:4 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband#
Artikel 4:52:4 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband artikel 4:52:1 Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven inin de schooljaren 2012–2013 , 2013–2014 en 2013–2014 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2013 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:52:5 — Artikel 4:52:5 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 4:52:5 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 4:52:1 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:52:6 — Artikel 4:52:6 Toetsingsdatum#
Artikel 4:52:6 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:52:7 — Artikel 4:52:7 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:52:7 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:53 — Artikel 4:53 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met werkgelegenheidsbeleid#
Artikel 4:53 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met werkgelegenheidsbeleid artikel 4:53:1 tot en met 4:53:4 Als de werkgever, die de werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 3.6, eerste lid, CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.8, derde lid CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:53:1 — Artikel 4:53:1 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking in geval van werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet#
Artikel 4:53:1 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking in geval van werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet 1 De werkgever toont ten aanzien van een werknemer wiens tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:53:2 — Artikel 4:53:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis in geval van werknemers van wie het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet#
Artikel 4:53:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis in geval van werknemers van wie het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet 1 artikel 4:53:1 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers van wie het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, waarvan het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, op jaarbasis gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in; 2 artikel 4:53:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, van wie het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:53:3 — Artikel 4:53:3 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband#
Artikel 4:53:3 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband artikel 4:52:1 Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven inin de schooljaren 2012–2013 , 2013–2014 en 2014–2015 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2013 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:53:4 — Artikel 4:53:4 Toetsingsdatum#
Artikel 4:53:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:53:5 — Artikel 4:53:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:53:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 3 Indien de werkgever niet over een sociaal plan beschikt, overlegt hij de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:54 — Artikel 4:54 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege reorganisatie#
Artikel 4:54 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege reorganisatie artikel 4:54:1 tot en met 4:54:3 Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2 lid 5 onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 3.6 eerste lid van de CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking (artikel 3.8, derde lid, CAO PO) wegens reorganisatie en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:54:1 — Artikel 4:54:1 Reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer meedelen#
Artikel 4:54:1 Reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer meedelen 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van een brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:54:2 — Artikel 4:54:2 Sociaal Plan#
Artikel 4:54:2 Sociaal Plan 1 De werkgever toont aan dat a. en hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, b. het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband tijdens de looptijd van het sociaal plan conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet volledig door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, was opgelost op de datum van het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:54:3 — Artikel 4:54:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:54:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:55 — Artikel 4:55 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging#
Artikel 4:55 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging artikel 4:55:1 tot en met 4:55:3 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de materiele bekostigingdan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband voor schoonmaakpersoneel dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 3.6 eerste lid van de CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de betrekking (artikel 3.8, derde lid, CAO PO vanwege daling van de materiele bekostiging en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:55:1 — Artikel 4:55:1 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2015#
Artikel 4:55:1 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2015 1 De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2015, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2014, zijn gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging Materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:55:2 — Artikel 4:55:2 beëindiging dienstverband#
Artikel 4:55:2 beëindiging dienstverband 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: • of Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2014, • of Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2015, • Het dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2015 2 artikel 4:55:3 De werkgever overlegt, afhankelijk van de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet, de vergelijking zoals bepaald inonder A, B of C: A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2014 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2014 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2015 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:55:3 — Artikel 4:55:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:55:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:56 — Artikel 4:56 Grondslag vergoedingsverzoek:: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband (artikel 3.8 derde lid CAO PO)#
Artikel 4:56 Grondslag vergoedingsverzoek:: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband (artikel 3.8 derde lid CAO PO) artikel 4:56:1 tot en met 4:56:5 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, dan komen vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 3.6 eerste lid van de CAO PO en dat na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet wordt voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking (artikel 3.8, derde lid, CAO PO) en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:56:1 — Artikel 4:56:1 Daling bekostiging volgens vergelijking#
Artikel 4:56:1 Daling bekostiging volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van het van het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband is gedaald. 3 Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:56:2 — Artikel 4:56:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:56:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4.56.1 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, waarvan het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, op jaarbasis gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4.56.1 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:56:3 — Artikel 4:56:3 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 4:56:3 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:56:4 — Artikel 4:56:4 Toetsingsdatum#
Artikel 4:56:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een niet voortgezet dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot niet voortzetten van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:56:5 — Artikel 4:56:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:56:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden; 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:57 — Artikel 4:57 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs#
Artikel 4:57 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs artikel 4:57:1 tot en met 4:57:9 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO en er is ontslag verleend op grond van artikel 3.8, derde lid, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering van passend onderwijs, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:57:1 — Artikel 4:57:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:57:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:57:2 — Artikel 4:57:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol.#
Artikel 4:57:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol. 1 De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:57:3 — Artikel 4:57:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 4:57:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van het ontslag. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:57:4 — Artikel 4:57:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:57:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4.57.1 artikel 4.57.2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4.57.2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:57:5 — Artikel 4:57:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 4:57:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 4:57:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:57:6 — Artikel 4:57:6 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:57:6 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:57:7 — Artikel 4:57:7 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 4:57:7 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 4:57:3 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:57:8 — Artikel 4:57:8 Toetsingsdatum#
Artikel 4:57:8 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een verleend ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag. 3 Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:57:9 — Artikel 4:57:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:57:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:58 — Artikel 4:58 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn#
Artikel 4:58 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn artikel 4:58:1 tot en met 4:58:5 Als de werkgever, ontslag verleend op grond van artikel 3.8, derde lid, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, wegens daling van de financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs, een sociaal plan is overeengekomen met de vakcentrales, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:58:1 — Artikel 4:58:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:58:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:58:2 — Artikel 4:58:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs#
Artikel 4:58:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs 1 De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Daling financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs’ waaruit blijkt dat i. en de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling van de financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven ii. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de financiële bijdragen van derden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:58:3 — Artikel 4:58:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd#
Artikel 4:58:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd 1 De werkgever toont aan dat: c. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, en d. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van het ontslag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:58:4 — Artikel 4:58:4 Toetsingsdatum#
Artikel 4:58:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:58:5 — Artikel 4:58:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:58:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:59 — Artikel 4:59 Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden (artikel 3.8, zevende lid, cao PO te weten kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs#
Artikel 4:59 Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden (artikel 3.8, zevende lid, cao PO te weten kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs artikel 4:59:1 tot en met 4:59:9 Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is gewichtige omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties als gevolg van de invoering van passend onderwijs, omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:59:1 — Artikel 4:59:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 4:59:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever overlegt daartoe het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:59:2 — Artikel 4:59:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol.#
Artikel 4:59:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol. De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:59:3 — Artikel 4:59:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 4:59:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever overlegt daartoe de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 4 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:59:4 — Artikel 4:59:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:59:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4;59:1 artikel 4:59:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4:59:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:59:5 — Artikel 4:59:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 4:59:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 4:59:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:59:6 — Artikel 4:59:6 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:59:6 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:59:7 — Artikel 4:59:7 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 4:59:7 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:xx:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:59:8 — Artikel 4:59:8 Toetsingsdatum#
Artikel 4:59:8 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:59:9 — Artikel 4:59:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:59:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever overlegt daartoe: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:60 — Artikel 4:60 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs#
Artikel 4:60 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs artikel 4:60:1 tot en met 4:60:8 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert, en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering van passend onderwijs, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 3.6 eerste lid, CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan niet is voortgezet op grond van artikel 3.8, derde lid, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:60:1 — Artikel 4:60:1 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol.#
Artikel 4:60:1 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol. 1 De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:60:2 — Artikel 4:60:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 4:60:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van het ontslag. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:60:3 — Artikel 4:60:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:60:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4:60:1 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, waarvan het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, op jaarbasis gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4:60:1 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:60:4 — Artikel 4:60:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 4:60:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:60:5 — Artikel 4:60:5 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:60:5 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:60:6 — Artikel 4:60:6 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 4:60:6 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 4:57:3 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:60:7 — Artikel 4:60:7 Toetsingsdatum#
Artikel 4:60:7 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:60:8 — Artikel 4:60:8 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:60:8 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: c. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of d. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:61 — Artikel 4:61 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn#
Artikel 4:61 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 3.8 derde lid CAO PO) wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn artikel 4:61:1 tot en met 4:61:3 Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van de invoering van passend onderwijs, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 3.6 eerste lid van de CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking (artikel 3.8, derde lid, CAO PO) wegens de invoering van passend onderwijs en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:61:1 — Artikel 4:61:1 Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs#
Artikel 4:61:1 Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs 1 De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Daling financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs’ waaruit blijkt dat I. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling van de financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en II. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de financiële bijdragen van derden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:61:2 — Artikel 4:61:2 Sociaal Plan#
Artikel 4:61:2 Sociaal Plan 1 De werkgever toont aan dat: a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, en b. het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband tijdens de looptijd van het sociaal plan conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van het ontslag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:61:3 — Artikel 4:61:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:61:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:62 — Artikel 4:62 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege gewichtige omstandigheden (artikel 3.8, zevende lid, cao PO te weten kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs#
Artikel 4:62 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 3.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege gewichtige omstandigheden (artikel 3.8, zevende lid, cao PO te weten kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs artikelen 4:62:1 tot en met 4:62:7 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat er sprake is gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.8, zevende lid, van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs, omdat naar het oordeel van de werkgever het anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:62:1 — Artikel 4:62:1 Meedelen reden niet voortzetten aan werknemer#
Artikel 4:62:1 Meedelen reden niet voortzetten aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:62:2 — Artikel 4:62:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol.#
Artikel 4:62:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol. De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:62:3 — Artikel 4:62:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 4:62:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever overlegt daartoe de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 4 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:62:4 — Artikel 4:62:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 4:62:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4;62:1 artikel 4:62:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4:62:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:62:5 — Artikel 4:62:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 4:62:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 4:45:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:62:6 — Artikel 4:62:6 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 4:62:6 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:62:7 — Artikel 4:62:7 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 4:62:7 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:xx:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:62:8 — Artikel 4:62:8 Toetsingsdatum#
Artikel 4:62:8 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 4:62:9 — Artikel 4:62:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 4:62:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever overlegt daartoe: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:1 — Artikel 5:1 Grondslag vergoedingsverzoek: artikel 4.7 onder a, CAO Primair Onderwijs: beëindiging dienstverband op verzoek van de werknemer#
Artikel 5:1 Grondslag vergoedingsverzoek: artikel 4.7 onder a, CAO Primair Onderwijs: beëindiging dienstverband op verzoek van de werknemer artikel 5:1:1 Als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7 onder a, van de CAO PO, beëindiging van het dienstverband op verzoek van de werknemer, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:1:1 — Artikel 5:1:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:1:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever overlegt documenten, opgesteld voorafgaand aan de einddatum, waaruit blijkt dat de werknemer de werkgever verzocht heeft het dienstverband te beëindigen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:2 — Artikel 5:2 Grondslag vergoedingsverzoek: geen vacature na afloop lang buitengewoon verlof (Artikel 4.7 onder e, CAO PO)#
Artikel 5:2 Grondslag vergoedingsverzoek: geen vacature na afloop lang buitengewoon verlof (Artikel 4.7 onder e, CAO PO) artikel 5:2:1 Als ontslag is verleend op grond artikel 4.7 onder e, van de CAO PO, omdat na afloop van het lang buitengewoon verlof de werknemer bij gebrek aan een vacature niet in actieve dienst binnen de instelling dan wel bij de werkgever kan worden geplaatst, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:2:1 — Artikel 5:2:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:2:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit waaruit onderbouwd blijkt dat de werknemer na afloop van buitengewoon lang verlof niet geplaatst kan worden in een vacature. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:3 — Artikel 5:3 Grondslag vergoedingsverzoek: ziekte/arbeidsongeschiktheid (Artikel 4.7, onder f, CAO PO)#
Artikel 5:3 Grondslag vergoedingsverzoek: ziekte/arbeidsongeschiktheid (Artikel 4.7, onder f, CAO PO) WIA ZAPO artikel 5:3:1 tot en met 5:3:4 Als aan de werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard door het UWV in het kader van deontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder f, van de CAO PO, te weten op grond van ziekte of arbeidsongeschiktheid met in achtneming van de bepalingen van de, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:3:1 — Artikel 5:3:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:3:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit. 3 WIA Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de beschikking waaruit blijkt dat de werknemer, in het kader van devoor minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard door het UWV. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:3:2 — Artikel 5:3:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 5:3:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan het ontslag heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie; b. welke mogelijkheden zijn onderzocht om zijn eigen functie aan te passen; c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:3:3 — Artikel 5:3:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:3:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:3:4 — Artikel 5:3:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:3:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:4 — Artikel 5:4 Grondslag vergoedingsverzoek: artikel 4.7, onder g, CAO PO: ernstige mate van onbekwaamheid/ongeschiktheid#
Artikel 5:4 Grondslag vergoedingsverzoek: artikel 4.7, onder g, CAO PO: ernstige mate van onbekwaamheid/ongeschiktheid Als ontslag is verleend op grond artikel 4.7, onder g, CAO PO, te weten wegens ernstige mate van onbekwaamheid of ongeschiktheid van de werknemer voor het verrichten van zijn functie, uit andere hoofde dan genoemd onder artikel 4.7, onder f, van de CAO Primair Onderwijs, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:4:1 tot en met 5:4:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:4:1 — Artikel 5:4:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:4:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:4:2 — Artikel 5:4:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 5:4:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan het ontslag heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:4:3 — Artikel 5:4:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:4:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:4:4 — Artikel 5:4:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:4:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:5 — Artikel 5:5 Grondslag vergoedingsverzoek: onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf (Artikel 4.7, onder h, CAO PO)#
Artikel 5:5 Grondslag vergoedingsverzoek: onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf (Artikel 4.7, onder h, CAO PO) artikel 5:5:1 Als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder h, van de CAO PO, wegens een onherroepelijk geworden veroordeling tot vrijheidsstraf wegens misdrijf, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:5:1 — Artikel 5:5:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:5:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit waaruit onderbouwd blijkt dat de werknemer onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsstraf wegens misdrijf. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:6 — Artikel 5:6 Grondslag vergoedingsverzoek: bij indiensttreding opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen (Artikel 4.7, onder i, CAO PO)#
Artikel 5:6 Grondslag vergoedingsverzoek: bij indiensttreding opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen (Artikel 4.7, onder i, CAO PO) artikel 5:6:1 Als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder i, van de CAO PO, te weten wegens het bij of in verband met indiensttreding en/of keuring opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming of geschiktverklaring zou zijn overgegaan, terwijl de termijn van zes maanden nog niet verstreken is sinds de vaststelling van dit feit, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:6:1 — Artikel 5:6:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:6:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:7 — Artikel 5:7 Grondslag vergoedingsverzoek: disciplinaire maatregel wegens plichtsverzuim (Artikel 4.7, onder j, CAO PO)#
Artikel 5:7 Grondslag vergoedingsverzoek: disciplinaire maatregel wegens plichtsverzuim (Artikel 4.7, onder j, CAO PO) artikel 5:7:1 Als ontslag is verleend op grond artikel 4.7, onder j, van de CAO PO, als disciplinaire maatregels wegens plichtsverzuim, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:7:1 — Artikel 5:7:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:7:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit waaruit onderbouwd blijkt dat de werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:8 — Artikel 5:8 Grondslag vergoedingsverzoek: andere met name genoemde redenen van gewichtige aard (Artikel 4.7, onder k, CAO PO)#
Artikel 5:8 Grondslag vergoedingsverzoek: andere met name genoemde redenen van gewichtige aard (Artikel 4.7, onder k, CAO PO) artikel 5:8:1 tot en met 5:8:4 Als ontslag is verleend op grond artikel 4.7, onder k, van de CAO PO, vanwege redenen van gewichtige aard, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:8:1 — Artikel 5:8:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:8:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:8:2 — Artikel 5:8:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 5:8:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan het ontslag heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 3 Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:8:3 — Artikel 5:8:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:8:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:8:4 — Artikel 5:8:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:8:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:9 — Artikel 5:9 Grondslag vergoedingsverzoek: redenen van gewichtige aard (Artikel 4.7, onder k, CAO PO) te weten kwalitatieve fricties#
Artikel 5:9 Grondslag vergoedingsverzoek: redenen van gewichtige aard (Artikel 4.7, onder k, CAO PO) te weten kwalitatieve fricties artikel 5:9:1 tot en met 5:9:6 Als ontslag is verleend op grond artikel 4.7, onder k, CAO PO, met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is gewichtige omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 4.7, onder k, CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:9:1 — Artikel 5:9:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:9:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 3 Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:9:2 — Artikel 5:9:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 5:9:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:9:3 — Artikel 5:9:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:9:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4.6.2 artikel 4.6.3 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4.6.2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:9:4 — Artikel 5:9:4 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 5:9:4 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betreft die in een vast dienstverband was of waren benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:9:5 — Artikel 5:9:5 Toetsingsdatum#
Artikel 5:9:5 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:9:6 — Artikel 5:9:6 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:9:6 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:10 — Artikel 5:10 Grondslag vergoedingsverzoek: andere met name genoemde redenen van gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, CAO PO), te weten het met wederzijds goedvinden beëindigen van het dienstverband vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid (artikel 4.7, onder f, CAO PO)#
Artikel 5:10 Grondslag vergoedingsverzoek: andere met name genoemde redenen van gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, CAO PO), te weten het met wederzijds goedvinden beëindigen van het dienstverband vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid (artikel 4.7, onder f, CAO PO) WIA Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid voor onderwijspersoneel primair onderwijs artikel 5:10:1 tot en met 5:10:4 Als het dienstverband van de werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard door het UWV in het kader van deis beëindigd op grond van artikel 4.7, onder k, CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden vanwege redenen van gewichtige aard, zijnde ziekte of arbeidsongeschiktheid, met in achtneming van de bepalingen van het(ZAPO), dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:10:1 — Artikel 5:10:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:10:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de beëindigingsovereenkomst. 3 WIA Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de beschikking waaruit blijkt dat de werknemer, in het kader van devoor minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard door het UWV. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:10:2 — Artikel 5:10:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 5:10:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan het beëindigen van het dienstverband heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie; b. mogelijkheden zijn onderzocht om zijn eigen functie aan te passen; c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:10:3 — Artikel 5:10:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:10:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:10:4 — Artikel 5:10:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:10:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:11 — Artikel 5:11 Grondslag vergoedingsverzoek: andere met name genoemde redenen van gewichtige aard (Artikel 4.7, onder k, CAO PO), te weten het met wederzijds goedvinden beëindigen van het dienstverband vanwege ernstige mate van onbekwaamheid of ongeschiktheid (artikel 4.7, onder g, CAO PO)#
Artikel 5:11 Grondslag vergoedingsverzoek: andere met name genoemde redenen van gewichtige aard (Artikel 4.7, onder k, CAO PO), te weten het met wederzijds goedvinden beëindigen van het dienstverband vanwege ernstige mate van onbekwaamheid of ongeschiktheid (artikel 4.7, onder g, CAO PO) artikel 5:11:1 tot en met 5:11:4 Als het dienstverband is beëindigd op grond artikel 4.7 onder k, CAO PO, zijnde andere met name genoemde en aan de werknemer schriftelijk meegedeelde redenen van gewichtige aard, namelijk dat werkgever en werknemer met wederzijds goedvinden het dienstverband willen beëindigen omdat werknemer naar het oordeel van de werkgever in ernstige mate onbekwaam of ongeschikt is voor zijn functie, zoals bedoeld in artikel 4.7 onder g, CAO PO, komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden vanheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:11:1 — Artikel 5:11:1 Meedelen reden beëindiging van het dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:11:1 Meedelen reden beëindiging van het dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:11:2 — Artikel 5:11:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 5:11:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan het beëindigen van het dienstverband heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:11:3 — Artikel 5:11:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:11:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:11:4 — Artikel 5:11:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:11:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:12 — Artikel 5:12 Grondslag vergoedingsverzoek: andere met name genoemde redenen van gewichtige aard (Artikel 4.7, onder k, CAO PO) te weten het met wederzijds goedvinden beëindigen van het dienstverband vanwege andere met name genoemde redenen van gewichtige aard (Artikel 4.7, onder k, CAO PO)#
Artikel 5:12 Grondslag vergoedingsverzoek: andere met name genoemde redenen van gewichtige aard (Artikel 4.7, onder k, CAO PO) te weten het met wederzijds goedvinden beëindigen van het dienstverband vanwege andere met name genoemde redenen van gewichtige aard (Artikel 4.7, onder k, CAO PO) artikel 5:12:1 tot en met 5:12:4 Als het dienstverband van de werknemer is beëindigd op grond van artikel 4.7, onder k, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden vanwege redenen van gewichtige aard, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:12:1 — Artikel 5:12:1 Meedelen reden beëindiging van het dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:12:1 Meedelen reden beëindiging van het dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:12:2 — Artikel 5:12:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 5:12:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voorafgaand aan het beëindigen van het dienstverband heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:12:3 — Artikel 5:12:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:12:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:12:4 — Artikel 5:12:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:12:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe overlegt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:13 — Artikel 5:13 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, CAO PO) vanwege redenen van gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, CAO PO) te weten kwalitatieve fricties#
Artikel 5:13 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, CAO PO) vanwege redenen van gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, CAO PO) te weten kwalitatieve fricties artikel 5:13:1 tot en met 5:13:6 Als het dienstverband is beëindigd op grond artikel 4.7, onder k, CAO PO, met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is redenen van gewichtige aard, zoals bedoeld in artikel 4.7, onder k, CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:13:1 — Artikel 5:13:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:13:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst. 3 Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:13:2 — Artikel 5:13:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 5:13:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:13:3 — Artikel 5:13:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:13:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 4.6.2 artikel 4.6.3 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 4.6.2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:13:4 — Artikel 5:13:4 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 5:13:4 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betreft die in een vast dienstverband was of waren benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:13:5 — Artikel 5:13:5 Toetsingsdatum#
Artikel 5:13:5 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:13:6 — Artikel 5:13:6 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:13:6 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:14 — Artikel 5:14 Grondslag vergoedingsverzoek: tussentijdse beëindiging van een leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding (artikel 4.23 CAO PO)#
Artikel 5:14 Grondslag vergoedingsverzoek: tussentijdse beëindiging van een leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding (artikel 4.23 CAO PO) artikel 5:14:1 Als de opleidende instelling de leerarbeidsovereenkomst van de werknemer die als LIO is benoemd, tijdens de looptijd van de leerarbeidsovereenkomst, heeft beëindigd, komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:14:1 — Artikel 5:14:1 Meedelen reden tussentijdse beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:14:1 Meedelen reden tussentijdse beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden van het tussentijds beëindigen van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de opleidende instelling de leerarbeidsovereenkomst van de werknemer die als LIO is benoemd, heeft beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5.15 — Artikel 5.15 artikel 20a ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in#
Artikel 5.15 artikel 20a ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 20a ZAPO artikel 5:15:1 Als ontslag is verleend op grondvanwege het niet meewerken aan re-integratie, komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:15:1 — Artikel 5:15:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:15:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit waaruit onderbouwd blijkt dat de werknemer zonder deugdelijk grond niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie 3 artikel 20a, tweede lid, ZAPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van het advies van het UWV als bedoeld in. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:17 — Artikel 5:17 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) waarbij werknemer dienstverband niet wil voortzetten als bedoeld in artikel 4.7, onder a, CAO PO#
Artikel 5:17 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) waarbij werknemer dienstverband niet wil voortzetten als bedoeld in artikel 4.7, onder a, CAO PO artikel 5:17:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werknemer geen voortzetting van het dienstverband wenst, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:17:1 — Artikel 5:17:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:17:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever overlegt ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer geen voortzetting van het dienstverband wenst; of 2 De werkgever overlegt documenten waaruit blijk dat hij, voorafgaand aan de einddatum van het tijdelijk dienstverband, een passende reguliere betrekking heeft aangeboden met tenminste een gelijke omvang als de voorafgaande betrekking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:18 — Artikel 5:18 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid (artikel 4.7, onder f, CAO PO)#
Artikel 5:18 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid (artikel 4.7, onder f, CAO PO) artikel 5:18:1 tot en met 5:18:3 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van ziekte of arbeidsongeschiktheid zoals bedoeld in artikel 4.7, onder f, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:18:1 — Artikel 5:18:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:18:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft meegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten alsmede een afschrift van de brief van een onafhankelijke deskundige waaruit blijkt dat de werknemer op de einddatum van het dienstverband ziek was. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:18:2 — Artikel 5:18:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 5:18:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voordat het tijdelijk dienstverband is verstreken, heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie; b. welke mogelijkheden zijn onderzocht om zijn eigen functie aan te passen; c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals schriftelijke uitnodigingen aan de werknemer voor gesprekken, offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van werknemer of facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van de werknemer. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:18:3 — Artikel 5:18:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:18:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het tijdelijk dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:19 — Artikel 5:19 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege ernstige mate van onbekwaamheid of ongeschiktheid als bedoeld in artikel 4.7, onder g, CAO PO#
Artikel 5:19 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege ernstige mate van onbekwaamheid of ongeschiktheid als bedoeld in artikel 4.7, onder g, CAO PO artikel 5:19:1 tot en met 5:19:4 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van ernstige mate van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het verrichten van de functie door de werknemer zoals bedoeld in artikel 4.7, onder g, CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden vanheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:19:1 — Artikel 5:19:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:19:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:19:2 — Artikel 5:19:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 5:19:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voordat het tijdelijk dienstverband is verstreken, heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan de werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van de werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van de werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:19:3 — Artikel 5:19:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:19:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:19:4 — Artikel 5:19:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:19:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het tijdelijk dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:20 — Artikel 5:20 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf (artikel 4.7, sub h, CAO PO)#
Artikel 5:20 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf (artikel 4.7, sub h, CAO PO) artikel 5:20:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van een onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 4.7, sub h, van de CAO PO, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:20:1 — Artikel 5:20:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:20:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft meegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:21 — Artikel 5:21 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege bij indiensttreding opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen (artikel 4.7, onder i, CAO PO)#
Artikel 5:21 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege bij indiensttreding opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen (artikel 4.7, onder i, CAO PO) artikel 5:21:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van het bij of in verband met indiensttreding en/of keuring opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming of geschiktverklaring zou zijn overgegaan, terwijl de termijn van zes maanden nog niet verstreken is, sinds de vaststelling van dit feit zoals bedoeld in artikel 4.7, onder i, van de CAO PO, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:21:1 — Artikel 5:21:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:21:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:22 — Artikel 5:22 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege plichtsverzuim als bedoeld in artikel 4.7 onder j#
Artikel 5:22 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege plichtsverzuim als bedoeld in artikel 4.7 onder j artikel 5:22:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van plichtsverzuim zoals bedoeld in artikel 4.7, onder j, van de CAO Primair Onderwijs, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:22:1 — Artikel 5:22:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:22:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:23 — Artikel 5:23 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO): vanwege redenen van gewichtige aard zoals bedoeld in artikel 4.7, onder k, vanwege kwalitatieve fricties#
Artikel 5:23 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO): vanwege redenen van gewichtige aard zoals bedoeld in artikel 4.7, onder k, vanwege kwalitatieve fricties artikelen 5:23:1 tot en met 5:23:5 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4.7, onder k, CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:23:1 — Artikel 5:23:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:23:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 3 Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.7 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:23:2 — Artikel 5:23:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 5:23:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het niet voortzetten van het tijdelijke dienstverband, , vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:23:3 — Artikel 5:23:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:23:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:23:1 artikel 5:23:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:23:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:23:4 — Artikel 5:23:4 Toetsingsdatum#
Artikel 5:23:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 3 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste of tweede lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband. 4 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:23:5 — Artikel 5:23:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:23:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het tijdelijk dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:24 — Artikel 5:24 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege redenen van gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, CAO PO)#
Artikel 5:24 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege redenen van gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, CAO PO) artikel 5:24:1 tot en met 5:24:4 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van een reden van gewichtige aard zoals bedoeld in artikel 4.7, onder k, van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:24:1 — Artikel 5:24:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:24:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake doende documenten waaruit onderbouwd blijkt dat er sprake is van gewichtige omstandigheden op grond waarvan de werkgever van oordeel is dat redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat het dienstverband van werknemer nog langer wordt voortgezet 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:24:2 — Artikel 5:24:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie#
Artikel 5:24:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen functie 1 Voordat het tijdelijke dienstverband is verstreken, heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd: a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer; b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer; c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren; d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals: a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan de werknemer voor gesprekken; of b. één of meer offertes van zorgaanbieders voor begeleiding van de werknemer; of c. één of meer facturen van zorgaanbieders voor begeleiding van de werknemer; of d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:24:3 — Artikel 5:24:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:24:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:24:4 — Artikel 5:24:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:24:4 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het tijdelijk dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:25 — Artikel 5:25 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege beëindiging van de leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding (artikel 4.23 CAO PO)#
Artikel 5:25 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege beëindiging van de leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding (artikel 4.23 CAO PO) artikel 5:25:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de opleidende instelling de leerarbeidsovereenkomst van de leraar in opleiding heeft beëindigd zoals bedoeld in artikel 4.23 van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:25:1 — Artikel 5:25:1 Meedelen reden niet voortzetten tijdelijk dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:25:1 Meedelen reden niet voortzetten tijdelijk dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de leerarbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat de einddatum van het tijdelijk dienstverband overeenkomt met de datum van beëindiging van het tijdelijk dienstverband zoals deze door de werkgever bij het vergoedingsverzoek is opgegeven. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:26 — Artikel 5:26 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege beëindiging van de leerarbeidsovereenkomst van een onderwijsassistent in opleiding (artikel 4.26 CAO PO)#
Artikel 5:26 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege beëindiging van de leerarbeidsovereenkomst van een onderwijsassistent in opleiding (artikel 4.26 CAO PO) artikel 5:26:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet vanwege de beëindiging van de leerarbeidsovereenkomst van de onderwijsassistent in opleiding zoals bedoeld in artikel 4.26 van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:26:1 — Artikel 5:26:1 Meedelen reden niet voortzetten tijdelijk dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:26:1 Meedelen reden niet voortzetten tijdelijk dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de leerarbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat de einddatum van het tijdelijk dienstverband overeenkomt met de datum van beëindiging van het tijdelijk dienstverband zoals deze door de werkgever bij het vergoedingsverzoek is opgegeven. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:27 — Artikel 5:27 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege ontbreken onderwijsbevoegdheid dan wel het verzet van een wettelijke bepaling (artikel 4.2 CAO PO)#
Artikel 5:27 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege ontbreken onderwijsbevoegdheid dan wel het verzet van een wettelijke bepaling (artikel 4.2 CAO PO) artikel 5:27:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werknemer niet de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid bezit of indien enige overige wettelijke bepaling zich tegen voortzetting van het dienstverband verzet zoals bedoeld in artikel 4.2 van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:27:1 — Artikel 5:27:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:27:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 Indien de reden voor het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband ligt in het feit dat de werknemer de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid niet bezit, dan overlegt de werkgever een afschrift van een document waaruit blijkt wat de gemaakte afspraken zijn omtrent de onderwijsbevoegdheid bij aanvang van het dienstverband alsmede een afschrift van een document waaruit blijkt dat deze afspraken niet zijn nagekomen. 3 Indien de reden voor het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband ligt in het feit dat enige wettelijke bepaling zich daar tegen verzet, overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat: a. wettelijke bepalingen zich verzetten het voortzetten van het tijdelijk dienstverband van de werknemer; en b. de werkgever de werknemer heeft meegedeeld dat het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet vanwege het feit dat wettelijke bepalingen zich daar tegen verzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:28 — Artikel 5:28 artikel 20a ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO): vanwege het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in#
Artikel 5:28 artikel 20a ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO): vanwege het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 20a ZAPO artikel 5:28:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:28:1 — Artikel 5:28:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:28:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 3 artikel 20a, tweede lid, ZAPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van het advies van het UWV als bedoeld in. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:29 — Artikel 5:29 ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige met ziekteverlof op grond van.#
Artikel 5:29 ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige met ziekteverlof op grond van. artikel 5:29:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a, CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:29:1 — Artikel 5:29:1 Aantonen vervanging wegens ziekte#
Artikel 5:29:1 Aantonen vervanging wegens ziekte 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die ziekteverlof op grond van het ZAPO genoot. 2 De werkgever legt daartoe over een akte van aanstelling van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van aanstelling overlegt de werkgever naast de akte van aanstelling: a. een afschrift of afschriften afkomstig uit zijn salarissysteem waaruit blijkt dat de werknemer de wegens ziekte afwezige werknemer heeft vervangen; of b. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de wegens ziekte afwezige werknemer heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:30 — Artikel 5:30 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens schorsing (Artikel 4.11 t/m 4.14 CAO PO)#
Artikel 5:30 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens schorsing (Artikel 4.11 t/m 4.14 CAO PO) artikel 5:30:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a, CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:30:1 — Artikel 5:30:1 Aantonen vervanging wegens schorsing#
Artikel 5:30:1 Aantonen vervanging wegens schorsing 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die is geschorst op grond van artikel 4.11 tot en met 4.14 van de CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van aanstelling van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan. 3 Tevens overlegt de werkgever een afschrift van het schorsingsbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:31 — Artikel 5:31 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, van de CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens gecompenseerd vakantieverlof (Artikel 8.2, onder 6, CAO PO) en verleend verlof indien werknemer door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten (artikel 8.2, achtste lid, CAO PO)#
Artikel 5:31 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, van de CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens gecompenseerd vakantieverlof (Artikel 8.2, onder 6, CAO PO) en verleend verlof indien werknemer door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten (artikel 8.2, achtste lid, CAO PO) artikel 5:31:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a, van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:31:1 — Artikel 5:31:1 Aantonen vervanging wegens gecompenseerd vakantieverlof#
Artikel 5:31:1 Aantonen vervanging wegens gecompenseerd vakantieverlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die gecompenseerd vakantieverlof genoot op grond van artikel 8.2, zesde lid, of artikel 8.2, achtste lid, van de CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van aanstelling van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van aanstelling overlegt de werkgever naast de akte van aanstelling: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer gecompenseerd vakantieverlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die gecompenseerd vakantieverlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:32 — Artikel 5:32 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, van de CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens opnieuw verleend verlof (Artikel 8.6 CAO PO)#
Artikel 5:32 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, van de CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens opnieuw verleend verlof (Artikel 8.6 CAO PO) artikel 5:32:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a, CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:32:1 — Artikel 5:32:1 Aantonen vervanging wegens opnieuw verleend verlof#
Artikel 5:32:1 Aantonen vervanging wegens opnieuw verleend verlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die opnieuw verleend verlof genoot op grond van artikel 8.6 van de CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van aanstelling van de vervanger waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van aanstelling overlegt de werkgever naast de akte van aanstelling: c. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer opnieuw verleend verlof heeft genoten; en d. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die opnieuw verleend verlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:33 — Artikel 5:33 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegensbuitengewoon verlof (Artikel 8.7 tot en met 8.9, artikel 8.11 tot en met 8.13, artikel 8.15 of artikel 8.18 CAO PO)#
Artikel 5:33 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegensbuitengewoon verlof (Artikel 8.7 tot en met 8.9, artikel 8.11 tot en met 8.13, artikel 8.15 of artikel 8.18 CAO PO) artikel 5:33:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a, CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:33:1 — Artikel 5:33:1 Aantonen vervanging wegens buitengewoon verlof#
Artikel 5:33:1 Aantonen vervanging wegens buitengewoon verlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die buitengewoon verlof genoot op grond van artikel 8.7 dan wel 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13, 8.15 of 8.18 van de CAO PO. a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van aanstelling van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van aanstelling overlegt de werkgever naast de akte van aanstelling: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer buitengewoon verlof heeft genoten op grond van artikel 8.7 dan wel 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13, 8.15 of 8.18 van de CAO PO.; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die buitengewoon verlof op grond van artikel 8.7 dan wel 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13, 8.15 of 8.18 van de CAO PO genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:34 — Artikel 5:34 Wet Arbeid en Zorg Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van de(WAZO)#
Artikel 5:34 Wet Arbeid en Zorg Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van de(WAZO) artikel 5:34:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a, CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:34:1 — Artikel 5:34:1 Aantonen vervanging wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof#
Artikel 5:34:1 Aantonen vervanging wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die zwangerschaps- en bevallingsverlof genoot op grond van de WAZO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van aanstelling van de werknemer die de afwezig werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van aanstelling overlegt de werkgever naast de akte van aanstelling: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die zwangerschaps- en bevallingsverlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:35 — Artikel 5:35 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens ouderschapsverlof (Artikel 8.19, CAO PO)#
Artikel 5:35 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens ouderschapsverlof (Artikel 8.19, CAO PO) artikel 5:35:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a, CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:35:1 — Artikel 5:35:1 Aantonen vervanging wegens ouderschapsverlof#
Artikel 5:35:1 Aantonen vervanging wegens ouderschapsverlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die ouderschapsverlof genoot op grond van artikel 8.19 van de CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van aanstelling van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van aanstelling overlegt de werkgever naast de akte van aanstelling: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer ouderschapsverlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die ouderschapsverlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:36 — Artikel 5:36 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens spaarverlof (Artikel 8.23 CAO PO)#
Artikel 5:36 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens spaarverlof (Artikel 8.23 CAO PO) artikel 5:36:1 artikel 5:36:2 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a, CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inenheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:36:1 — Artikel 5:36:1 Aantonen vervanging wegens spaarverlof#
Artikel 5:36:1 Aantonen vervanging wegens spaarverlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die spaarverlof genoot op grond van artikel 8.23 CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van aanstelling van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van aanstelling overlegt de werkgever naast de akte van aanstelling: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer spaarverlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die spaarverlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:36:2 — Artikel 5:36:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:36:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten met betrekking tot het herplaatsingsonderzoek zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:37 — Artikel 5:37 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens levensloopverlof (Artikel 8.24 CAO PO)#
Artikel 5:37 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens levensloopverlof (Artikel 8.24 CAO PO) artikel 5:37:1 5:37:2 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a, CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inenheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:37:1 — Artikel 5:37:1 Aantonen vervanging wegens levensloopverlof#
Artikel 5:37:1 Aantonen vervanging wegens levensloopverlof 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die levensloopverlof genoot op grond van artikel 8.24 CAO PO. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van aanstelling van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van aanstelling overlegt de werkgever naast de akte van aanstelling: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer levensloopverlof heeft genoten; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die levensloopverlof genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:37:2 — Artikel 5:37:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:37:2 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor de eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten met betrekking tot het herplaatsingsonderzoek zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:38 — Artikel 5:38 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008#
Artikel 5:38 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband (Artikel 4.4, onder a, CAO PO); vanwege vervanging afwezige wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 artikel 5:38:1 Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a, van de CAO PO, niet wordt, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:38:1 — Artikel 5:38:1 Aantonen vervanging wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008#
Artikel 5:38:1 Aantonen vervanging wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 1 De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die studieverlof genoot op grond van hetScholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van aanstelling van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen: a. de naam van de afwezige; en b. de reden van de afwezigheid; en c. de periode waarvoor de aanstelling is aangegaan. 3 Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van aanstelling overlegt de werkgever naast de akte van aanstelling: a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer studieverlof heeft genoten op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008; en b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008genoot, heeft vervangen. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:39 — Artikel 5:39 artikel 20a ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in#
Artikel 5:39 artikel 20a ZAPO Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 20a ZAPO artikel 5:39:1 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:39:1 — Artikel 5:39:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:39:1 Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 3 artikel 20a, tweede lid, ZAPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van het advies van het UWV als bedoeld in. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:40 — Artikel 5:40 Grondslag vergoedingsverzoek: Opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid#
Artikel 5:40 Grondslag vergoedingsverzoek: Opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking artikel 5:40:1 tot en met 5:40:9 en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:40:1 — Artikel 5:40:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen#
Artikel 5:40:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen 1 De werkgever heeft de reden van het ontslag aan aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:40:2 — Artikel 5:40:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 5:40:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:40:3 — Artikel 5:40:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:40:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:40:1 artikel 5:40:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:40:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:40:4 — Artikel 5:40:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend#
Artikel 5:40:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend 1 Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden. 2 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen of wanneer van een werknemer het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 5:40:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. t/m. v. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of de ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:40:5 — Artikel 5:40:5 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband#
Artikel 5:40:5 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband artikel 5:40:2 Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven inin de schooljaren 2012–2013 , 2013–2014 en 2014–2015 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2013 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:40:6 — Artikel 5:40:6 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 5:40:6 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betreft die in een vast dienstverband was of waren benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:40:7 — Artikel 5:40:7 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 5:40:7 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 5:40:2 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:40:8 — Artikel 5:40:8 Toetsingsdatum#
Artikel 5:40:8 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van debekostiging van de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling vanbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:40:9 — Artikel 5:40:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:40:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:41 — Artikel 5:41 Grondslag vergoedingsverzoek: opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d CAO PO) voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid#
Artikel 5:41 Grondslag vergoedingsverzoek: opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d CAO PO) voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid artikel 5:41:1 tot en met 5:41:5 Als de werkgever, die de werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:41:1 — Artikel 5:41:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen#
Artikel 5:41:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen 1 De werkgever heeft de reden van het ontslag aan aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:41:2 — Artikel 5:41:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:41:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Daling bekostiging bij werkgelegenheidsbeleid’ waaruit blijkt dat a. en zich in één of meer achterliggende schooljaren, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan b. en de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:41:3 — Artikel 5:41:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd#
Artikel 5:41:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd 1 De werkgever toont aan dat a. en hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, b. dan wel de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden tijdens de looptijd van het sociaal plan, conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is; c. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van a. dan wel de beëindiging van het dienstverband; b. het ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:41:4 — Artikel 5:41:4 Toetsingsdatum#
Artikel 5:41:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van debekostiging van de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling vanbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:41:5 — Artikel 5:41:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:41:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:42 — Artikel 5:42 Grondslag vergoedingsverzoek: Opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) vanwege reorganisatie#
Artikel 5:42 Grondslag vergoedingsverzoek: Opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) vanwege reorganisatie Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2 lid 5 onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking artikel 5:42:1 tot en met 5:42:3 en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:42:1 — Artikel 5:42:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen#
Artikel 5:42:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen 1 De werkgever heeft de reden van het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:42:2 — Artikel 5:42:2 Sociaal Plan#
Artikel 5:42:2 Sociaal Plan 1 De werkgever toont aan dat: c. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan; en d. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet volledig door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, was opgelost op de datum ontslag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:42:3 — Artikel 5:42:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:42:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:43 — Artikel 5:43 Grondslag vergoedingsverzoek: Opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging#
Artikel 5:43 Grondslag vergoedingsverzoek: Opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging artikel 5:43:1 tot en met 5:43:5 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging materieel, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de betrekking vanwege daling van de materiele bekostiging en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:43:1 — Artikel 5:43:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen#
Artikel 5:43:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen 1 De werkgever heeft de reden van het ontslag aan aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:43:2 — Artikel 5:43:2 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2015#
Artikel 5:43:2 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2015 1 De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2015, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2014, zijn gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:43:3 — Artikel 5:43:3 beëindiging dienstverband#
Artikel 5:43:3 beëindiging dienstverband 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: • of Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2014, • of Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2015, • Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015 2 De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 5:43:3 onder A, B of C: A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2014 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2014 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2015 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 januari 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 1. Indien het ontslag geeffectueerd wordt per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel vanaf 1 januari 2015 tot en met de datum van ontslag aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:43:4 — Artikel 5:43:4 Afvloeiingsvolgorde bij vast en tijdelijk dienstverband#
Artikel 5:43:4 Afvloeiingsvolgorde bij vast en tijdelijk dienstverband Als er meerdere ontslagen gemeld worden, overlegt de werkgever de onderlinge volgorde van ontslag. Hierbij zijn voor personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. Een vergoedingsverzoek in geval van ontslag van personeel in vaste dienst, terwijl personeel in tijdelijke dienst gehandhaafd blijft, is niet mogelijk op grond van dit artikel. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:43:5 — Artikel 5:43:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:43:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:44 — Artikel 5:44 Grondslag vergoedingsverzoek: Opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) van medewerkers Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband#
Artikel 5:44 Grondslag vergoedingsverzoek: Opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) van medewerkers Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband artikel 5:44:1 tot en met 5:44:8 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:44:1 — Artikel 5:44:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen#
Artikel 5:44:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen 1 De werkgever heeft de reden van het ontslag aan aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:44:2 — Artikel 5:44:2 Daling bekostiging volgens vergelijking#
Artikel 5:44:2 Daling bekostiging volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van het ontslag, is gedaald. 3 Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:44:3 — Artikel 5:44:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:44:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:44:1 artikel 5:44:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:44:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:44:4 — Artikel 5:44:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 5:44:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden. 2 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen of wanneer van een werknemer het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 5:44:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. t/m. iv. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of de ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:44:5 — Artikel 5:44:5 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 5:44:5 Afvloeiingsvolgorde Als er meerdere ontslagen gemeld worden, overlegt de werkgever de onderlinge volgorde van ontslag. Hierbij zijn voor personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. Een vergoedingsverzoek in geval van ontslag van personeel in vaste dienst, terwijl personeel in tijdelijke dienst gehandhaafd blijft, is niet mogelijk op grond van dit artikel. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:44:6 — Artikel 5:44:6 Toetsingsdatum#
Artikel 5:44:6 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een verleend ontslagper een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag. 3 Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:44:7 — Artikel 5:44:7 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:44:7 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie en/of participerende organisaties binnen het samenwerkingsverband te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie en/of participerende organisaties binnen het samenwerkingsverband heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:44:8 — Artikel 5:44:8 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:44:8 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:45 — Artikel 5:45 Grondslag vergoedingsverzoek: Opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) vanwege daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid#
Artikel 5:45 Grondslag vergoedingsverzoek: Opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) vanwege daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid artikel 5:45:1 tot en met 5:45:4 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:45:1 — Artikel 5:45:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen#
Artikel 5:45:1 Reden ontslag aan werknemer meedelen 1 De werkgever heeft de reden van het ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:45:2 — Artikel 5:45:2 Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie#
Artikel 5:45:2 Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie 1 De werkgever toont aan dat de landelijke subsidie is gedaald of beëindigd. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidie is gedaald of beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:45:3 — Artikel 5:45:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:45:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:46 — Artikel 5:46 Grondslag vergoedingsverzoek: opheffing betrekking (Artikel 4.7, onder d, CAO PO) bij ontslagbeleid vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen)#
Artikel 5:46 Grondslag vergoedingsverzoek: opheffing betrekking (Artikel 4.7, onder d, CAO PO) bij ontslagbeleid vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) artikel 5:46:1 tot en met 5:46:3 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:46:1 — Artikel 5:46:1 Reden beëindigen dienstverband aan werknemer meedelen#
Artikel 5:46:1 Reden beëindigen dienstverband aan werknemer meedelen 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:46:2 — Artikel 5:46:2 Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen#
Artikel 5:46:2 Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen 1 De werkgever toont aan dat de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen is gedaald of beëindigd. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de gemeente de bijdragen voor ID-banen heeft verminderd of beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:46:3 — Artikel 5:46:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:46:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:47 — Artikel 5:47 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid#
Artikel 5:47 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid artikel 5:47:1 tot en met 5:47:9 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 4.7, onder k, CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:47:1 — Artikel 5:47:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:47:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:47:2 — Artikel 5:47:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 5:47:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:47:3 — Artikel 5:47:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:47:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:47:1 artikel 5:47:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:47:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:47:4 — Artikel 5:47:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 5:47:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden. 2 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen of wanneer van een werknemer het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 5:47:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. t/m. v. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of de ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:47:5 — Artikel 5:47:5 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband#
Artikel 5:47:5 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband artikel 5:47:2 Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven inin de schooljaren 2012–2013 , 2013–2014 en 2014–2015 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2013 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. . 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:47:6 — Artikel 5:47:6 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 5:47:6 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betreft die in een Vast dienstverband was of waren benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:47:7 — Artikel 5:47:7 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 5:47:7 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 5:47:2 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:47:8 — Artikel 5:47:8 Toetsingsdatum#
Artikel 5:47:8 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:47:9 — Artikel 5:47:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:47:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:48 — Artikel 5:48 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid#
Artikel 5:48 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid artikel 5:48:1 tot en met 5:48:5 Als de werkgever, die de werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 4.7, onder k, CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:48:1 — Artikel 5:48:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:48:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:48:2 — Artikel 5:48:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:48:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Daling bekostiging bij werkgelegenheidsbeleid’ waaruit blijkt dat a. en zich in één of meer achterliggende schooljaren, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan b. en de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:48:3 — Artikel 5:48:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd#
Artikel 5:48:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd 1 De werkgever toont aan dat a. en hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, b. dan wel de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden tijdens de looptijd van het sociaal plan, conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is; c. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van a. dan wel de beëindiging van het dienstverband; b. het ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:48:4 — Artikel 5:48:4 Toetsingsdatum#
Artikel 5:48:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:48:5 — Artikel 5:48:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:48:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:49 — Artikel 5:49 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) vanwege reorganisatie#
Artikel 5:49 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) vanwege reorganisatie artikel 5:49:1 tot en met 5:49:3 Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2 lid 5 onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 4.7, onder k, CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:49:1 — Artikel 5:49:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:49:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:49:2 — Artikel 5:49:2 Sociaal Plan#
Artikel 5:49:2 Sociaal Plan 1 De werkgever toont aan dat: a. en hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, b. dan wel de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden tijdens de looptijd van het sociaal plan, conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is; c. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet volledig door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, was opgelost op de datum van de beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:49:3 — Artikel 5:49:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:49:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:50 — Artikel 5:50 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging#
Artikel 5:50 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging artikel 5:50:1 tot en met 5:50:5 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging materieel, dan komen vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband voor schoonmaakpersoneel is beëindigd op grond van artikel 4.7, onder k, CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de betrekking vanwege daling van de materiele bekostiging, zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:50:1 — Artikel 5:50:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:50:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:50:2 — Artikel 5:50:2 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2014#
Artikel 5:50:2 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2014 1 De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2014, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2013, zijn gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:50:3 — Artikel 5:50:3 beëindiging dienstverband#
Artikel 5:50:3 beëindiging dienstverband 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: • of Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2014, • of Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2015, • Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015 2 De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 5:50:3 onder A, B of C: A. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2014 1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2014 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. B. beëindiging dienstverband per 1 januari 2015 1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2015 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 1. Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:50:4 — Artikel 5:50:4 Afvloeiingsvolgorde bij vast en tijdelijk dienstverband#
Artikel 5:50:4 Afvloeiingsvolgorde bij vast en tijdelijk dienstverband Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:50:5 — Artikel 5:50:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:50:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:51 — Artikel 5:51 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) van medewerkers Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband#
Artikel 5:51 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) van medewerkers Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband artikel 5:51:1 tot en met 5:51:8 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 4.7, onder k, CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:51:1 — Artikel 5:51:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:51:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:51:2 — Artikel 5:51:2 Daling bekostiging volgens vergelijking#
Artikel 5:51:2 Daling bekostiging volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van de beëindiging van het dienstverband is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband direct voorafgaand aan de datum van de beëindiging van het dienstverband, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van de datum van de beëindiging van het dienstverband is gedaald. 3 Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:51:3 — Artikel 5:51:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:51:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:51:1 artikel 5:51:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:51:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:51:4 — Artikel 5:51:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 5:51:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden. 2 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen of wanneer van een werknemer het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 5:51:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. t/m. v. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of de ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de datum van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst of ontslagaanzegging en de van niet voortzetting/ beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:51:5 — Artikel 5:51:5 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 5:51:5 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betreft die in een Vast dienstverband was of waren benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:51:6 — Artikel 5:51:6 Toetsingsdatum#
Artikel 5:51:6 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:51:7 — Artikel 5:51:7 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:51:7 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie en/of participerende organisaties binnen het samenwerkingsverband te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie en/of participerende organisaties binnen het samenwerkingsverband heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:51:8 — Artikel 5:51:8 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:51:8 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:52 — Artikel 5:52 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) vanwege daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid#
Artikel 5:52 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) vanwege daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid artikel 5:52:1 tot en met 5:52:3 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 4.7, onder k, CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:52:1 — Artikel 5:52:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:52:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:52:2 — Artikel 5:52:2 Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie#
Artikel 5:52:2 Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie 1 De werkgever toont aan dat de landelijke subsidie is gedaald of beëindigd. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidie is gedaald of beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:52:3 — Artikel 5:52:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:52:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:53 — Artikel 5:53 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid#
Artikel 5:53 Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden (artikel 4.7, onder k, vierde lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid artikel 5:53:1 tot en met 5:53:3 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 4.7, onder k, CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:53:1 — Artikel 5:53:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer#
Artikel 5:53:1 Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:53:2 — Artikel 5:53:2 Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen#
Artikel 5:53:2 Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen 1 De werkgever toont aan dat de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen is gedaald of beëindigd. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de gemeente de bijdragen voor ID-banen heeft verminderd of beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:53:3 — Artikel 5:53:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:53:3 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5.54 — Artikel 5.54 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met ontslagbeleid#
Artikel 5.54 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met ontslagbeleid artikel 5:54:1 tot en met 5:54:7 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert, en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 4.6, tweede lid, CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan niet is voortgezet op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:54:1 — Artikel 5:54:1 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 5:54:1 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:54:2 — Artikel 5:54:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:54:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:54:1 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, waarvan het tijdelijke niet wordt voortgezet, op jaarbasis gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:54.1 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:54:3 — Artikel 5:54:3 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 5:54:3 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:54:4 — Artikel 5:54:4 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband#
Artikel 5:54:4 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 5:54:1 in de schooljaren 2012–2013 , 2013–2014 en 2014–2015 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2013 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:54:5 — Artikel 5:54:5 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 5:54:5 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 5:54:1 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:54:6 — Artikel 5:54:6 Toetsingsdatum#
Artikel 5:54:6 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:54:7 — Artikel 5:54:7 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:54:7 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:55 — Artikel 5:55 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met werkgelegenheidsbeleid#
Artikel 5:55 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met werkgelegenheidsbeleid artikel 5:55:1 tot en met 5:55:4 Als de werkgever, die de werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 4.6, tweede lid, CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:55:1 — Artikel 5:55:1 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking in geval van werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet#
Artikel 5:55:1 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking in geval van werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet 1 De werkgever toont ten aanzien van een werknemer wiens tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen. d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014-2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013-2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:55:2 — Artikel 5:55:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis in geval van werknemers van wie het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet#
Artikel 5:55:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis in geval van werknemers van wie het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet 1 artikel 5:55:1 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers van wie het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, waarvan het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, op jaarbasis gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:55:1 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, van wie het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:55:3 — Artikel 5:55:3 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband#
Artikel 5:55:3 Uitgestelde beëindiging van het dienstverband artikel 5:54:1 Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven inin de schooljaren 2012–2013 , 2013–2014 en 2014–2015 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2013 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband. . 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:55:4 — Artikel 5:55:4 Toetsingsdatum#
Artikel 5:55:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:55:5 — Artikel 5:55:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:55:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 3 Indien de werkgever niet over een sociaal plan beschikt, overlegt hij de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:56 — Artikel 5:56 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege reorganisatie#
Artikel 5:56 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege reorganisatie artikel 5:56:1 tot en met 5:56:4 Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2 lid 5 onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 4.6, tweede lid, van de CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking (artikel 4.7, onder d,, CAO PO) en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:56:1 — Artikel 5:56:1 Reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer meedelen#
Artikel 5:56:1 Reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer meedelen 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van een brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:56:2 — Artikel 5:56:2 Sociaal Plan#
Artikel 5:56:2 Sociaal Plan 1 De werkgever toont aan dat a. en hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, b. het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband tijdens de looptijd van het sociaal plan conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet volledig door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, was opgelost op de datum van het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:56:3 — Artikel 5:56:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:56:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:57 — Artikel 5:57 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 46, eerste lid, CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging#
Artikel 5:57 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 46, eerste lid, CAO PO) van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging artikel 5:57:1 tot en met 5:57:3 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband voor schoonmaakpersoneel dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 4.6 tweede lid van de CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de betrekking (artikel 4.7, onder d,, CAO PO vanwege daling van de materiele bekostiging en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:57:1 — Artikel 5:57:1 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2015#
Artikel 5:57:1 Daling materiele bekostiging per 1 januari 2015 1 De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2015, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2014, zijn gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging Materieel. De werkgever gebruikt daarvoor de modelberekening ‘kostenvergelijking materieel’ van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:57:2 — Artikel 5:57:2 beëindiging dienstverband#
Artikel 5:57:2 beëindiging dienstverband 1 In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen: • of Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2014, • of Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2015, • Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2015 2 artikel 5:57:3 De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald inonder A, B of C: A. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 augustus 2014 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2014 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. B. dienstverband wordt niet voortgezet per 1 januari 2015 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 januari 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2014 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. C. beëindiging dienstverband per 1 augustus 2015 1. Indien het dienstverband niet wordt voortgezet per 1 augustus 2015 dan wordt de materiele instandhouding over de jaren 2014 en 2015 vergeleken. De werkgever toont aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2015 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2014, inclusief andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het dienstverband dat niet wordt voortgezet. 2. De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2014 en 2015. 3. Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave van de loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere dienstverbanden die niet worden voortgezet/beëindigd van schoonmaakpersoneel in een periode vanaf 1 januari 2015 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:57:3 — Artikel 5:57:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:57:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:58 — Artikel 5:58 Grondslag vergoedingsverzoek: Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege opheffing betrekking Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband (artikel 4.7, onder d, CAO PO)#
Artikel 5:58 Grondslag vergoedingsverzoek: Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege opheffing betrekking Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband (artikel 4.7, onder d, CAO PO) artikel 5:58:1 tot en met 5:58:6 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO voert en er is sprake van daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, dan komen vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 4.6 tweede lid van de CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking (artikel 4.7, onder d,, CAO PO) en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:58:1 — Artikel 5:58:1 Daling bekostiging volgens vergelijking#
Artikel 5:58:1 Daling bekostiging volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van het van het niet voortzetten van het tijdelijk dienstverband is gedaald. 3 Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum waarop het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:58:2 — Artikel 5:58:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:58:2 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:58:1 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, waarvan het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, op jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:58:1 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:58:3 — Artikel 5:58:3 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 5:58:3 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:58:4 — Artikel 5:58:4 Toetsingsdatum#
Artikel 5:58:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van debekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een niet voortgezet dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot niet voortzetten van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:58:5 — Artikel 5:58:5 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie#
Artikel 5:58:5 Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie en/of participerende organisaties binnen het samenwerkingsverband te behouden. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie en/of participerende organisaties binnen het samenwerkingsverband heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn. 3 Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:58:6 — Artikel 5:58:6 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:58:6 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden; 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:59 — Artikel 5:59 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO, vanwege daling of beëindiging van een landelijke subsidie#
Artikel 5:59 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid, CAO PO) vanwege opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO, vanwege daling of beëindiging van een landelijke subsidie artikel 5:59:1 tot en met 5:59:2 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet vanwege de opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 4.7, onder d, CAO PO vanwege daling of beëindiging van een landelijke subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komt de werkgever die de regeling werkgelegenheidsbeleid of ontslagbeleid, artikel 10.2 en 10.4 van de CAO PO, hanteert voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden vanheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:59:1 — Artikel 5:59:1 Beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie#
Artikel 5:59:1 Beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie 1 De werkgever toont aan dat de landelijke subsidie is gedaald of beëindigd. 2 De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidie of subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’ is gedaald of beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:59:2 — Artikel 5:59:2 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:59:2 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het tijdelijk dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:60 — Artikel 5:60 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs#
Artikel 5:60 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) voor werkgevers met ontslagbeleid wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs artikel 5:60:1 tot en met 5:60:9 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO en er is ontslag verleend op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering van passend onderwijs, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:60:1 — Artikel 5:60:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:60:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:60:2 — Artikel 5:60:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol.#
Artikel 5:60:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol. 1 De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:60:3 — Artikel 5:60:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 5:60:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van het ontslag. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014–2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013–2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:60:4 — Artikel 5:60:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:60:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:60:1 artikel 5:60:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:60:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:60:5 — Artikel 5:60:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 5:60:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 5:60:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:60:6 — Artikel 5:60:6 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 5:60:6 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:60:7 — Artikel 5:60:7 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 5:60:7 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 5:60:3 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:60:8 — Artikel 5:60:8 Toetsingsdatum#
Artikel 5:60:8 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een verleend ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag. 3 Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:60:9 — Artikel 5:60:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:60:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:61 — Artikel 5:61 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn#
Artikel 5:61 Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn artikel 5:61:1 tot en met 5:61:5 Als de werkgever, ontslag verleend op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, wegens daling van de financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs, een sociaal plan is overeengekomen met de vakcentrales, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:61:1 — Artikel 5:61:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:61:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:61:2 — Artikel 5:61:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs#
Artikel 5:61:2 Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs 1 De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Daling financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs’ waaruit blijkt dat I. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling van de financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en II. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de financiële bijdragen van derden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:61:3 — Artikel 5:61:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd#
Artikel 5:61:3 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd 1 De werkgever toont aan dat: a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, en b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van het ontslag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:61:4 — Artikel 5:61:4 Toetsingsdatum#
Artikel 5:61:4 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:61:5 — Artikel 5:61:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:61:5 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:62 — Artikel 5:62 Grondslag vergoedingsverzoek: vanwege met name genoemde reden van gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, cao PO te weten kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs#
Artikel 5:62 Grondslag vergoedingsverzoek: vanwege met name genoemde reden van gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, cao PO te weten kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs artikel 5:62:1 tot en met 5:62:9 Als ontslag is verleend op grond van artikel 4.7, onder k, van de CAO PO, met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van met name genoemde redenen van gewichtige aard, zoals bedoeld in artikel 4.7, onder k, van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties als gevolg van de invoering van passend onderwijs, omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:62:1 — Artikel 5:62:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer#
Artikel 5:62:1 Meedelen reden ontslag aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever overlegt daartoe het ontslagbesluit. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:62:2 — Artikel 5:62:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol.#
Artikel 5:62:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol. De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:62:3 — Artikel 5:62:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 5:62:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever overlegt daartoe de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 4 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014–2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013–2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:62:4 — Artikel 5:62:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:62:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:62:1 artikel 5:62:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:62:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:62:5 — Artikel 5:62:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 5:62:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 5:62:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:62:6 — Artikel 5:62:6 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 5:62:6 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:62:7 — Artikel 5:62:7 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 5:62:7 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:xx:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:62:8 — Artikel 5:62:8 Toetsingsdatum#
Artikel 5:62:8 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die atum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:62:9 — Artikel 5:62:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:62:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar; b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar; c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever overlegt daartoe: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:63 — Artikel 5:63 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs#
Artikel 5:63 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, als gevolg van de invoering van passend onderwijs artikel 5:63:1 tot en met 5:63:8 Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO-PO hanteert, en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering van passend onderwijs, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 4.6 eerste lid, CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan niet is voortgezet op grond van artikel 4.7, onder d, CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:63:1 — Artikel 5:63:1 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol.#
Artikel 5:63:1 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol. 1 De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:63:2 — Artikel 5:63:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 5:63:2 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 artikel 19, tweede lid, onder b van de WPO Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het zorgplan als bedoeld in, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van het ontslag. 4 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 5 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014–2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013–2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:63:3 — Artikel 5:63:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:63:3 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:63.1 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, waarvan het tijdelijke dienstverband niet wordt voortgezet, op jaarbasis gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:63.1 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:63:4 — Artikel 5:63:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 5:63:4 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. Indien de werkgever van een werknemer het tijdelijk dienstverband niet heeft voortgezet, dan geeft hij aan dat er op de datum waarop het dienstverband van rechtswege eindigde, geen vacature voor de functie van werknemer was waarin de werknemer benoemd had kunnen worden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:63:5 — Artikel 5:63:5 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 5:63:5 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:63:6 — Artikel 5:63:6 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 5:63:6 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 5:63:3 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:63:7 — Artikel 5:63:7 Toetsingsdatum#
Artikel 5:63:7 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar. 2 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten van het dienstverband. 3 Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.7 en 2.8 van de CAO-PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:63:8 — Artikel 5:63:8 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:63:8 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever legt daartoe over: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:64 — Artikel 5:64 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn#
Artikel 5:64 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid en artikel 3.6, tweede lid CAO PO) vanwege opheffing betrekking (artikel 4.7, onder d, CAO PO) wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn artikel 5:64:1 tot en met 5:64:3 Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van de invoering van passend onderwijs, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 4.6, tweede lid, van de CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking (artikel 4.7, onder d,, CAO PO) en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd involdaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:64:1 — Artikel 5:64:1 Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs#
Artikel 5:64:1 Sociaal Plan in geval daling bekostiging als gevolg van de invoering passend onderwijs 1 De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen. 2 De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Daling financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs’ waaruit blijkt dat: I. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling van de financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en II. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de financiële bijdragen van derden. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:64:2 — Artikel 5:64:2 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd#
Artikel 5:64:2 Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd 1 De werkgever toont aan dat: a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, en b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan. 3 Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van het ontslag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:64:3 — Artikel 5:64:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:64:3 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:65 — Artikel 5:65 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid CAO PO) vanwege met name genoemde redenenvan gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, CAO PO te weten kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs#
Artikel 5:65 Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband (artikel 4.6, eerste lid CAO PO) vanwege met name genoemde redenenvan gewichtige aard (artikel 4.7, onder k, CAO PO te weten kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs artikelen 5:65:1 tot en met 5:65:7 Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat er sprake is van met name genoemde redenen van gewichtige aard zoals bedoeld in artikel 4.7, onder k, van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs, omdat naar het oordeel van de werkgever het anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd inheeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:65:1 — Artikel 5:65:1 Meedelen reden niet voortzetten aan werknemer#
Artikel 5:65:1 Meedelen reden niet voortzetten aan werknemer 1 De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld. 2 De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:65:2 — Artikel 5:65:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol.#
Artikel 5:65:2 Overleg, gericht op overeenstemming conform vigerende regel overlegprotocol. De werkgever toont aan met ter zake overtuigende documenten dat hij volgens de strekking van het tripartiet convenant over de personele gevolgen overleg heeft gevoerd met het samenwerkingsverband, de betrokken besturen en de vakorganisaties, gericht op overeenstemming conform de vigerende regels van het overlegprotocol. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:65:3 — Artikel 5:65:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking#
Artikel 5:65:3 Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking 1 De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald. 2 De werkgever overlegt daartoe de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden: a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld; b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; c. Regeling prestatiebox primair onderwijs de bedragen die gemoeid gaan met deworden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2013–2014 en schooljaar 2014–2015 opgenomen; d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht. 3 Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op. 4 Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2014–2015 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2013–2014 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:65:4 — Artikel 5:65:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis#
Artikel 5:65:4 Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis 1 artikel 5:65:1 artikel 5:65:2 De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inop jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in. 2 artikel 5:65:2 De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld inaan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds. 3 Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan: Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht. a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen. b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:65:5 — Artikel 5:65:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.#
Artikel 5:65:5 Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend. 1 Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van: artikel 5:65:2 Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd inverminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd. i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft; ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd; iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad; iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden en/of er sprake is van v. een vacature op de datum van ontslag; 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:65:6 — Artikel 5:65:6 Afvloeiingsvolgorde#
Artikel 5:65:6 Afvloeiingsvolgorde Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:65:7 — Artikel 5:65:7 Vergelijking per onderwijssoort#
Artikel 5:65:7 Vergelijking per onderwijssoort WPO WEC artikel 5:64:3 Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van deals van deen die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd invoor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:65:8 — Artikel 5:65:8 Toetsingsdatum#
Artikel 5:65:8 Toetsingsdatum 1 Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 5:65:9 — Artikel 5:65:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie#
Artikel 5:65:9 Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie 1 Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie. 2 De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van: a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden; b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer. 3 Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer. 4 De werkgever overlegt daartoe: a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 6:1 — Artikel 6:1 Citeerregel#
Artikel 6:1 Citeerregel Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2014–2015’. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 6:2 — Artikel 6:2 Inwerkingtreding#
Artikel 6:2 Inwerkingtreding Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 31 januari 2015, evenals op alle dienstverbanden die niet worden voortgezet omdat functie van de werknemer per 1 augustus 2014 wordt opgeheven. 2015 534 13-01-2015 2015 534 13-01-2015 14-01-2015
Artikel 6:3 — Artikel 6:3 Bekendmaking#
Artikel 6:3 Bekendmaking 1 Dit reglement wordt bekendgemaakt middels publicatie in de Staatscourant. 2 Het Participatiefonds plaatst dit reglement tevens op de internetsite van het Participatiefonds www.participatiefonds.nl 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 6:4 — Artikel 6:4 Wijziging of afwijking van het reglement#
Artikel 6:4 Wijziging of afwijking van het reglement Het bestuur van het Participatiefonds is gerechtigd dit reglement op ieder moment aan te passen indien daar aanleiding toe is. Om zwaarwegende redenen kan het bestuur van het Participatiefonds afwijken van hetgeen in het reglement gesteld is. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 6:5 — Artikel 6:5 Onvoorziene omstandigheden#
Artikel 6:5 Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bestuur van het Participatiefonds. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 6:6 — Artikel 6:6 Toelichting en bestuursvoorschriften#
Artikel 6:6 Toelichting en bestuursvoorschriften 1 Een toelichting op het reglement maakt deel uit van het reglement. 2 Het Participatiefonds stelt bestuursvoorschriften vast waarin de uitvoeringstechnische verplichtingen voor werkgevers zijn neergelegd. 3 De werkgever houdt zich aan die bestuursvoorschriften. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014
Artikel 6:7 — Artikel 6:7 Wijziging voorgaand reglement#
Artikel 6:7 Wijziging voorgaand reglement Artikel 6:2 van het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2013–2014 ’ wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: ‘Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 31 juli 2014, evenals op alle dienstverbanden die niet worden voortgezet omdat functie van de werknemer per 1 augustus 2013 wordt opgeheven’. 2014 10614 16-04-2014 2014 10614 16-04-2014 17-04-2014