Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film
- BWB-id
- BWBR0036085
- Type
- zbo
- Ministerie
- Stichting Nederlands Fonds voor de Film
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2016-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0036085
- ELI
- /eli/nl/zbo/2015/deelreglement-distributie-van-de-stichting-nederlands-fonds-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2015/deelreglement-distributie-van-de-stichting-nederlands-fonds-/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0036085&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0036085&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0036085/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2015/deelreglement-distributie-van-de-stichting-nederlands-fonds-
Artikel 1 — Artikel 1 – Definities –#
Artikel 1 – Definities – In deze regeling wordt verstaan onder: A filmtheater: een groot filmtheater zoals bedoeld in het jaarboek van de Nederlandse Vereniging van Bioscoopexploitanten en de Nederlandse Vereniging van Filmdistributeurs; arthouse film: een speelfilm waarbij de nadruk op de artistieke kwaliteit ligt en het eindresultaat dusdanig bijzonder is dat dit nationaal en/of internationaal herkend en gewaardeerd wordt; bestuur: de directeur/bestuurder van het Fonds; bioscoopexploitant: de rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de exploitatie van één of meer bioscopen in Nederland; bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première met een dagelijkse vertoning gedurende meerdere weken en in meerdere bioscopen en/of filmtheaters (in Nederland) voor een betalend publiek wordt uitgebracht; buitenlandse distributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de uitbreng en exploitatie van filmproducties via de bioscoop en andere distributiekanalen in het buitenland; crossmediaal marketing & distributieplan: een gedetailleerd plan van alle activiteiten op het gebied van marketing en distributie, waarbij gebruik gemaakt wordt van alle mogelijke vormen van promotie, publiciteit en (social) media, ten behoeve van de bioscoopuitbreng en verdere exploitatie van de filmproductie; cross trailering: de plaatsing van de trailer voor vergelijkbare filmproducties die vooraf aan de bioscoopuitbreng in de bioscopen of filmtheaters draaien; DCP (digital cinema print): de digitale kopie van de filmprint; distributie: de professionele uitbreng en exploitatie van filmproducties; documentaire: een non-fictie filmproductie geschikt voor bioscoopvertoning die een aspect van de werkelijkheid belicht waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl; dubbing: het proces van opname en bewerking van het geluid van een reeds van M&E tracks voorziene filmproductie waarbij de oorspronkelijke stemmen van de acteurs of karakters worden vervangen; encoderingkosten: digitale omzetting van een filmproductie ten behoeve van een digitale bioscoopuitbreng; estimates: verwachtingen van de bruto en netto inkomsten afkomstig uit alle vormen van exploitatie in een laag (low), gemiddeld (medium) en hoog (high) exploitatiemodel met daarin tevens opgenomen de bezoekersprognose en aantal verkochte eenheden DVD en BluRay in de verschillende exploitatiemodellen; filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de uitbreng en exploitatie van filmproducties in de Nederlandse bioscoop en via andere distributiekanalen. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland; filmprint: het negatief van de filmproductie c.q. de definitieve (digitale) eindversie waarvan later (digitale) kopieën worden gemaakt; filmproductie: een cinematografisch werk; filmtheater: een bioscoop die zich onderscheid door een divers aanbod waarin prioriteit wordt gegeven aan de arthouse film; het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film; internationale sales: de internationale verkoop van licenties op filmrechten van filmproducties; jeugdfilm: een speelfilm voor kinderen en/of jongeren; korte filmproductie: een filmproductie met een maximale lengte van 10 minuten; marketing & promotie: activiteiten die zijn gericht op het maximaliseren van het publieksbereik en een heldere positionering van de filmproductie aansluitend op de doelgroep en onder meer bestaan uit de invulling en uitvoering van de filmproductie zelf, het opstellen van een marketing en distributieplan met uitwerking van de plaats van uitbreng, het opstellen van een media en publiciteitsplan, de promotie, het opzetten van eventuele merchandising en het vaststellen van de prijsstrategie. marketing & promotie: activiteiten die zijn gericht op het maximaliseren van het publieksbereik en een heldere positionering van de filmproductie aansluitend op de doelgroep en onder meer bestaan uit de invulling en uitvoering van de filmproductie zelf, het opstellen van een marketing en distributieplan met uitwerking van de plaats van uitbreng, het opstellen van een media en publiciteitsplan, de promotie, het opzetten van eventuele merchandising en het vaststellen van de prijsstrategie. mainstream film: een speelfilm waarbij de nadruk ligt op de publiekspotentie, dat wil zeggen de grootte van het publieksbereik in samenhang met de beoogde commerciële resultaten; minimum garantie: een voorschot op exploitatieopbrengsten dat geïnvesteerd wordt in de realisering of aankoop van een filmproductie en niet terugvorderbaar, maar verrekenbaar is met opbrengsten die een filmproductie kan genereren door vertoning in bioscopen en verdere exploitatie in de ruimste zin des woords; minoritaire coproductie: een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen (internationale) filmproductie, waarvoor de Nederlandse producent in beperkte mate beslissingsbevoegd en verantwoordelijk is en waarvoor deze ook minder dan vijftig procent van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht; M&E: de audiolagen van een filmproductie waarbij de dialogen gescheiden zijn van muziek en effecten; non theatrical release: alle mogelijke vormen van distributie van een filmproductie, uitgezonderd die via bioscopen en filmtheaters, waaronder in ieder geval wordt begrepen de distributie op DVD en Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view- en online distributiekanalen; on demand: digitale toepassingen die de gebruiker, per filmtitel of in de vorm van een abonnement in de gelegenheid stelt om, op het moment dat hij het wil filmproducties te bekijken; openbaarmaking: het aan het publiek bekend maken middels vertoning van de filmproductie; picture lock: de definitief vastgestelde montageversie van de filmproductie, op basis waarvan de verdere nabewerking plaatsvindt; press kit: promotioneel materiaal over de filmproductie ten behoeve van de internationale pers- en promotionele activiteiten; printkosten: de kosten voor het verveelvoudigen van de filmprint en/of vervaardigen van een DCP voor vertoning van de filmproductie; prints & advertising (P&A): de directe kosten na de fase van realisering die samenhangen met de bioscoopuitbreng en promotie van de voor vertoning gereed zijnde filmproductie, inclusief VPF en de kosten van de uitbrengkopieën (printkosten/DCP); producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is; productiekosten: de kosten gemoeid met de realisering van een filmproductie; productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en andere audiovisuele mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland; publicist: een persoon, die zich richt op de internationale promotie van en communicatie over een filmproductie; slate funding: de financiering van een pakket van projecten; speelfilm: een filmproductie in het genre fictie met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten, die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng; SWOT analyse: een analyse van de sterktes, zwaktes, reële kansen en bedreigingen ten aanzien van de uitbreng van de filmproductie; theatrical release: de distributie van de filmproductie in de bioscoop of filmtheater; VPF: de virtual print fee is een bedrag dat een filmdistributeur bijdraagt per DCP voor de uitbreng in de bioscoop of het filmtheater; wereldtaal: een taal die in grote delen van de wereld als communicatiemiddel wordt gebruikt. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2 – Toepasselijkheid reglementen –#
Artikel 2 – Toepasselijkheid reglementen – 1 Dit deelreglement is van toepassing op financiële bijdragen die het bestuur verstrekt voor de distributie en daarmee samenhangende marketing & promotie van Nederlandse filmproducties waaronder minoritaire coproducties, internationale festivalselectie en voor de distributie en daarmee samenhangende marketing & promotie van buitenlandse arthouse films waaronder in dit deelreglement ook buitenlandse jeugdfilms en buitenlandse documentaires worden verstaan. 2 Algemeen Reglement Hetis van toepassing naast en in aanvulling op dit deelreglement 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3 – Subsidiesoorten –#
Artikel 3 – Subsidiesoorten – 1 Het bestuur hanteert de volgende subsidiesoorten: a.) projectsubsidies b.) slate funding 2 artikel 2 Ten behoeve van alle ingenoemde filmproducties verstrekt het bestuur projectsubsidies. 3 slate funding Onverminderd het bepaalde in het vorige lid kan het bestuurverstrekken ten behoeve van de bioscoopuitbreng van buitenlandse arthouse films. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 4 — Artikel 4 – Slate funding –#
Artikel 4 – Slate funding – 1 slate funding Het bestuur kan een aanvraagronde uitschrijven met betrekking totten behoeve van de bioscoopuitbreng van buitenlandse arthouse films. Het bestuur maakt deze aanvraagronde en de daaraan verbonden voorwaarden, de periode waarop deze van toepassing is, alsmede de termijnen waarbinnen hierop kan worden ingeschreven, bekend op de website van het Fonds: www.filmfonds.nl. 2 Het bestuur verbindt aan een slate voor buitenlandse arthouse films in ieder geval de volgende voorwaarden: a.) slate eenbestaat uit tenminste drie filmproducties; b.) slate bijlage alle filmproducties binnen devoldoen aan minimaal zeven punten op de onderdelen A t/m D van de voor deze subsidiesoort gehanteerde puntentelling opgenomen in debij dit deelreglement. 3 slate funding Het bestuur stelt per aanvraagronde het subsidieplafond voorvast. 4 slate funding artikel 3, tweede lid Een aanvrager dietoegewezen heeft gekregen komt gedurende een in de aanvraagronde aangegeven periode niet meer in aanmerking voor een bijdrage voor buitenlandse arthouse films zoals bedoeld in. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5 – Aanvrager –#
Artikel 5 – Aanvrager – 1 Een aanvraag in de zin van dit reglement wordt gedaan door een filmdistributeur. 2 In uitzondering op het eerste lid kan een aanvraag voor de bioscoopuitbreng in Nederland van een Nederlandse filmproductie ook worden gedaan door een productiemaatschappij vertegenwoordigd door een producent mits de landelijke theatrical en non theatrical release aantoonbaar is gegarandeerd en in samenwerking geschiedt met een filmmarketing- of – publiciteitsbureau of filmdistributeur. 3 slate funding Een aanvraag voorvoor buitenlandse arthouse films wordt gedaan door een filmdistributeur die gedurende de voorliggende drie kalenderjaren of langer op continue basis en overwegend buitenlands arthouse films uitbrengt. 4 artikelen 15 tot en met 17 In uitzondering op het eerste lid kan ter stimulering van de internationale distributie van een Nederlandse filmproductie () een aanvraag worden gedaan door een buitenlandse distributeur. 5 Een aanvraag voor een bijdrage in de kosten bij internationale festivalselectie van een filmproductie wordt gedaan door een productiemaatschappij vertegenwoordigd door een producent. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 6 — Artikel 6 – Aanvraag –#
Artikel 6 – Aanvraag – 1 Een aanvraag wordt digitaal ingediend, waarbij een schriftelijke, door de aanvrager ondertekende, kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd. 2 De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert, al dan niet door middel van een licentie, over de voor subsidieverlening noodzakelijke vertoningsrechten op de filmproductie(s) te beschikken. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 7 — Artikel 7 – Subsidievorm –#
Artikel 7 – Subsidievorm – 1 artikel 13 De subsidie die op grond van dit deelreglement wordt verstrekt, wordt, met uitzondering van de subsidie die op grond vanwordt verstrekt, uit inkomsten die worden verkregen uit exploitatie van de filmproductie terugbetaald. 2 Aan de subsidie voor distributie verbindt het bestuur nadere voorwaarden. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 8 — Artikel 8 – Subsidiabele activiteit –#
Artikel 8 – Subsidiabele activiteit – 1 deelreglement Realisering van het Fonds subsidiabele kosten marketing, prints & advertising Nederlandse filmproducties en minoritaire coproducties, met de nadruk op arthouse films en documentaires die tot stand zijn gekomen met een realiseringsbijdrage of afwerkingsbijdrage op grond van het, komen in aanmerking voor een financiële bijdrage ter tegemoetkoming in de kosten voor marketing & promotie, prints & advertising zoals opgenomen in de lijsten vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds. 2 minimum garantie Een bijdrage in de vorm van eenof een andersoortige bijdrage van de filmdistributeur in de productiekosten van de filmproductie wordt niet gerekend tot de subsidiabele kosten voor marketing & promotie, prints & advertising, evenmin als de interne en overheadkosten van de aanvrager. 3 printkosten encoderingkosten Het bestuur kan een bijdrage verlenen voor de bioscoopuitbreng van een korte filmproductie van maximaal 10 minuten die tot stand is gekomen met een realiseringsbijdrage van het Fonds, die vertoond wordt als voorfilm bij een hoofdfilm met een bioscoopuitbreng. Deze bijdrage bestaat uitsluitend uit een vergoeding van deof. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 9 — Artikel 9 – Vereisten aanvraag –#
Artikel 9 – Vereisten aanvraag – 1 artikel 8 Deelreglement Realisering door het Fonds Aanvragen voor een financiële bijdrage, zoals bedoeld in, kunnen worden ingediend vanaf het moment dat de subsidie voor realisering of voor afwerking op grond van hetaan de filmproductie is verleend, tot uiterlijk zes weken voor aanvang van de theatrical en non theatrical release waarvoor een financiële bijdrage wordt aangevraagd. 2 Bij de aanvraag voor projectsubsidie wordt een door de aanvrager opgesteld crossmediaal marketing- en distributieplan met bijbehorende marketing- & distributiebegroting en garanties overgelegd, dat gericht dient te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een theatrical en non theatrical release. 3 De aanvrager overlegt bij de aanvraag een verklaring waarin hij garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen voorafgaand aan de aanvraag, geen negatieve ontwikkeling heeft gehad die bedreigend is geweest voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager en, naar reële verwachting, deze ook niet zal krijgen. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 10 — Artikel 10 – beoordelingscriterium –#
Artikel 10 – beoordelingscriterium – Voor een toekenning dient het cross mediaal marketing- en distributieplan met bijbehorende marketing- & distributiebegroting en onderliggende garanties omtrent de theatrical en non theatrical release van zodanige kwaliteit te zijn, dat naar het oordeel van het bestuur sprake is van een haalbare, doordachte en realistische publieksbenadering op basis waarvan de filmproductie nationaal en/of internationaal een optimaal bereik zal hebben. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 11 — Artikel 11 – Verplichtingen –#
Artikel 11 – Verplichtingen – Aan de verlening van een financiële bijdrage kunnen de volgende verplichtingen worden verbonden: a. er dient aantoonbaar sprake te zijn van een gedegen landelijke (bioscoop)uitbreng; b. non-theatrical release de aanvrager dient (daarnaast) eenvan de filmproductie te realiseren; c. de distributie dient aan te vangen binnen 24 maanden na de start van de filmproductie; d. er dient een window aan gehouden te worden van minimaal 6 maanden voor documentaires en 18 maanden voor speelfilms en lange animatiefilms tussen de theatrical en non-theatrical release enerzijds en televisievertoning op het open net anderzijds; e. marketing, prints & advertising een deel van de begrote kosten voordient aantoonbaar door de aanvrager te worden gefinancierd. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 12 — Artikel 12 – Weigeringsgronden –#
Artikel 12 – Weigeringsgronden – artikel 14 van het Algemeen Reglement In aanvulling opwordt een aanvraag voor een financiële bijdrage afgewezen indien sprake is van een filmproductie: a. met een productiebudget van meer dan 2 miljoen euro; b. Deelreglement Suppletie waarvoor een realiseringssubsidie is verleend op grond van het; c. waarvoor een subsidie is verleend in het kader van het samenwerkingsproject Telescoop; d. Reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland waarvoor uitsluitend een bijdrage op grond van hetis verleend; e. met een budget voor prints & advertising van meer dan € 150.000,–; f. waarvoor geen crossmediaal marketing- & distributieplan en/of marketing- & distributiebegroting is opgeleverd die voldoen aan de eisen van het Fonds; g. waarvoor geen garanties voor theatrical of non-theatrical release gegeven worden; h. Deelreglement Realisering die is afgewezen voor realiseringssubsidie of afwerkingssubsidie op grond van het. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 13 — Artikel 13 – subsidiabele activiteit –#
Artikel 13 – subsidiabele activiteit – artikel 10, onderdeel g, van het Algemeen Reglement internationale filmfestivals In afwijking van, kan een eenmalige subsidie worden verleend ter tegemoetkoming in de eerder gemaakte kosten van reis, verblijf en representatie van de producent indien de filmproductie met een realiseringsbijdrage van het Fonds tot stand is gekomen en is geselecteerd voor een of meerdere toonaangevende internationale festivals, zoals opgenomen in de lijstvan het Fonds die is vastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl) en voor zover deze kosten niet reeds door het Fonds, het EYE Filminstituut of derden worden vergoed. Ook minoritaire Nederlandse coproducties komen hiervoor in aanmerking. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 14 — Artikel 14 – Vereisten aanvraag –#
Artikel 14 – Vereisten aanvraag – De aanvrager dient tot uiterlijk drie maanden na vertoning op het festival aan te tonen voor welk toonaangevend internationaal filmfestival de filmproductie geselecteerd is c.q. was en de aanvraag in te dienen. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 15 — Artikel 15 – Subsidiabele activiteit –#
Artikel 15 – Subsidiabele activiteit – 1 In de bioscoop uitgebrachte Nederlandse majoritaire filmproducties in de categorieën speelfilm en documentaire die met een realiseringsbijdrage van het Fonds tot stand zijn gekomen, kunnen in aanmerking komen voor een financiële bijdrage voor internationale distributie indien: – er sprake is van een beperkt productiebudget; en/of – internationale filmfestivals de filmproductie geselecteerd is voor een toonaangevend internationaal festival zoals opgenomen in de lijstvastgelegd in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds (www.filmfonds.nl). 2 Voor de internationale distributie via de bioscoop kan een financiële bijdrage van het Fonds worden aangevraagd ter tegemoetkoming in de kosten voor: a) de uitbreng in bioscopen in het buitenland; en/of b) de dubbing van speelfilms ten behoeve van de verdere distributie in het buitenland voor zover deze kosten niet reeds door het Fonds, Creative Europe of buitenlandse fondsen of financiers vergoed worden of onder de bestaande coproductieafspraken vallen. De hoogte van de bijdrage wordt door het Fonds per geval bepaald. 3 Het Fonds geeft binnen de beperkte budgettaire kaders prioriteit aan: – de distributie en dubbing van kinder- en jeugdfilms, en/of; – distributie in een van de wereldtalen. 4 De definitieve bijdrage van het Fonds ten behoeve van de uitbreng in bioscopen in het buitenland en/of de kosten voor dubbing door een buitenlandse distributeur zoals bedoeld in het tweede lid wordt bepaald aan de hand van de oplevering van de afrekening en nota’s in het Engels en, in geval van buitenlandse bioscoopuitbreng, een bewijs van bioscoopuitbreng door de buitenlandse distributeur. Kosten samenhangend met de minimum garantie of overhead van de distributeur of salesagent, belastingen of kosten voor afwerking en het maken van een M&E track komen niet in aanmerking voor een bijdrage. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16 – Vereisten aanvraag –#
Artikel 16 – Vereisten aanvraag – 1 Aanvragen kunnen vanaf het moment dat er een uitvoeringsovereenkomst ter uitwerking van de realiseringssubsidie van het Fonds voor de speelfilm of documentaire is afgesloten tot uiterlijk zes weken voor de aanvang van de betreffende internationale distributie worden ingediend. 2 De filmproductie moet met minstens 5 (DCP) kopieën in theatrical release gaan in het desbetreffende land, met uitzondering van documentaires waarvoor een minimum van 3 (DCP) geldt 3 De majoritaire Nederlandse producent en salesagent dienen de aanvraag schriftelijk te ondersteunen. 4 De aanvrager dient in de aanvraag een gedegen onderbouwing te geven van de noodzaak van de kosten die met de internationale distributie gemoeid zijn. Dat houdt in ieder geval in dat indien er een financiële bijdrage gevraagd wordt ter tegemoetkoming in de kosten voor: – de uitbreng in bioscopen in het buitenland door een buitenlandse distributeur artikel 15, tweede lid, onderdeel a , zoals bedoeld in, de distributieovereenkomst van de buitenlandse distributeur met de producent bij de aanvraag wordt overgelegd alsmede een distributieplan, een financieringsplan en marketing- & distributiebegroting voor de uitbreng in de bioscoop; – dubbing ten behoeve van de verdere exploitatie in het buitenland, artikel 15, tweede lid, onderdeel b zoals bedoeld in, de overeenkomst van de salesagent met de producent bij de aanvraag wordt overgelegd alsmede een onderbouwing waarom dubbing noodzakelijk zou zijn en een specificatie van de bijbehorende begroting. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 17 — Artikel 17 – Weigeringsgronden –#
Artikel 17 – Weigeringsgronden – artikel 14 van het Algemeen Reglement artikel 15 In aanvulling op, wordt een aanvraag zoals bedoeld invoor een financiële bijdrage afgewezen indien sprake is van een: a. speelfilm met een productiebudget van meer dan 3 miljoen euro; b. documentaire met een productiebudget van meer dan 600.000 euro; c. filmproductie die een minoritaire coproductie betreft; d. filmproductie waarvan de internationale distributierechten niet binnen een periode van 12 maanden na de eerste openbaarmaking verkocht zijn; 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 18 — Artikel 18 – Subsidiabele activiteit –#
Artikel 18 – Subsidiabele activiteit – 1 bijlage Uitsluitend buitenlandse arthouse films die zich kwalificeren volgens de puntentelling opgenomen in de, die onderdeel is van dit deelreglement, met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten komen in aanmerking voor een financiële bijdrage. 2 Een aanvraag kan worden gedaan voor: a) slatefunding theatrical release een financiële bijdrage in de vorm vanten behoeve van de aankoop van buitenlandse arthouse films ten behoeve van de Nederlandseen bijbehorende kosten voor marketing & promotie, prints & advertising; of b) theatrical release een financiële bijdrage in de vorm van projectsubsidie ten behoeve van de aankoop van een buitenlandse arthouse film op basis van de behaalde resultaten met een eerdere uitbreng van een buitenlandse arthouse film met een vertoningsduur van ten minste 60 minuten die eenin Nederland heeft gehad. 3 De bijdragen genoemd in het vorige lid in de onderdelen a en b kunnen niet beide worden toegekend voor dezelfde filmproductie. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 19 — Artikel 19 – Subsidieplafond en beoordelingswijze –#
Artikel 19 – Subsidieplafond en beoordelingswijze – 1 artikel 18, tweede lid Het bestuur stelt jaarlijks per aanvraagronde in ieder geval subsidieplafonds vast met betrekking tot de financiële bijdragen zoals bedoeld in, onderdeel a onderscheidenlijk onderdeel b. 2 artikel 5 van het Algemeen Reglement bijlage In afwijking vanwordt een aanvraag beoordeeld aan de hand van de criteria en het daaraan gekoppelde puntensysteem in devan dit deelreglement. 3 bijlage Als een subsidieplafond ontoereikend is om alle aanvragen te honoreren, komen slechts die aanvragen voor een financiële bijdrage in aanmerking die volgens de puntentelling in dein een aanvraagronde de meeste punten hebben behaald. 4 arthouse artikel 18, tweede lid, onderdeel b Een aanvraag voor een financiële bijdrage met betrekking tot een reeds uitgebrachtefilm zoals bedoeld in, die niet wordt gehonoreerd omdat het subsidieplafond is bereikt kan nog eenmaal en uitsluitend in de eerst volgende aanvraagronde worden ingediend. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 20 — Artikel 20 – Beoordeling en vereisten aanvraag slatefunding –#
Artikel 20 – Beoordeling en vereisten aanvraag slatefunding – 1 slatefunding minimum garantie artikel 18, tweede lid, onderdeel a Een aanvraag voorten behoeve van de aankoop () van buitenlandse arthouse films zoals bedoeld in, wordt beoordeeld op basis van de staat van dienst van de filmdistributeur en de bij de aanvraag meegeleverde bedrijfsvisie. 2 bijlage De staat van dienst wordt over de afgelopen drie jaar berekend aan de hand van de criteria en daaraan gekoppelde puntentelling in devan dit deelreglement. 3 Uit de bedrijfsvisie van de distributeur moet in ieder geval blijken dat de distributeur voornemens is de komende jaren buitenlandse arthouse films aan te kopen en uit te brengen die kwalificeren binnen het kader waarvoor het Fonds slatefunding beschikbaar stelt. 4 arthouse De filmdistributeurs, waarvan de bedrijfsvisie voldoet aan de eisen die het Fonds daaraan stelt, die met door hen uitgebrachte buitenlandsefilms volgens de onder lid 2 benoemde puntentelling het hoogste aantal punten in de afgelopen drie jaar behaalden (met maximaal 15 titels) komen voor een financiële bijdrage in aanmerking tot het subsidieplafond voor slatefunding is bereikt. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 21 — Artikel 21 – Vereisten slatefunding aankoop –#
Artikel 21 – Vereisten slatefunding aankoop – 1 Deelreglement Distributie De filmproducties moeten voldoen aan de criteria van het Puntensysteem van het. Daarbij geldt dat de filmproductie: a.) een maximum productiebudget van € 5 miljoen heeft; b.) in minimaal 3 tot maximaal 6 kopieën wordt uitgebracht. 2 De filmproducties die een bijdrage van het Fonds ontvangen moeten binnen twaalf maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en binnen 24 maanden in Nederland zijn uitgebracht. 3 De MG die betaald wordt voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten per aangekochte filmproductie is minimaal € 5.000,– en maximaal € 25.000,–. 4 Indien de financiële bijdrage van het Fonds de kosten van de MG overstijgt, kan de filmdistributeur eventueel de resterende middelen besteden aan marketing & promotiekosten van de betreffende filmproductie. In dat geval mag het aandeel in de financiering uit de fondsbijdrage niet hoger zijn dan 50% van de totale marketing & promotiekosten van de filmproductie. Daarnaast dient van de totale bijdrage die voor slatefunding wordt verstrekt minimaal de helft aan MG’s besteed te worden voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten. 5 Een filmproductie die is verkregen via een zogenaamde sublicentie komt niet in aanmerking; 6 Als de MG naast Nederland ook de rechten voor de Benelux betreft, wordt het MG-bedrag toegerekend in de verdeling 2/3 Nederland, 1/3 België en Luxemburg. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 22 — Artikel 22 – Beoordeling en vereisten aanvraag projectsubsidie –#
Artikel 22 – Beoordeling en vereisten aanvraag projectsubsidie – 1 arthouse Bij een aanvraag voor een bijdrage in de vorm van projectsubsidie ten behoeve van de aankoop van een buitenlandse arthouse film op basis van de behaalde resultaten met een eerdere uitbreng van een buitenlandse arthouse film dient de bioscoopuitbreng van de reeds uitgebrachte buitenlandsefilm te voldoen aan de volgende vereisten: a) er zijn minimaal 75 voorstellingen van de filmproductie geweest; b) de filmproductie is in minimaal 3 en maximaal 12 digitale (DCP) kopieën van de filmprint uitgebracht. c) de filmproductie is direct bij de première gespreid in verschillende steden in Nederland uitgebracht. 2 Een aanvrager kan maximaal 3 projectsubsidies ontvangen in hetzelfde kalenderjaar 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 23 — Artikel 23 – Weigeringsgronden projectsubsidie aanvraag –#
Artikel 23 – Weigeringsgronden projectsubsidie aanvraag – artikel 14 van het Algemeen Reglement artikel 18, tweede lid, onderdeel b In aanvulling opwordt de aanvraag zoals bedoeld in, afgewezen indien het gaat om een filmproductie die: a) reeds enige vorm van distributiebijdrage heeft ontvangen van Creative Europe, Eurimages of in het kader van een nationale distributieregeling in het betreffende land; of b) gemaakt is voor een hoger productiebudget dan 5 miljoen euro; of c) indien de financiële bijdrage zal worden aangewend ten behoeve van andere kosten dan de kosten voor bioscoopuitbreng; of d) Deelreglement Realisering een Fondsbijdrage heeft ontvangen op grond van het; 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 24 — Artikel 24 – Vereisten projectsubsidie aankoop –#
Artikel 24 – Vereisten projectsubsidie aankoop – 1 arthouse Deelreglement Distributie De aanvrager voor een projectsubsidie dient de financiële bijdrage van het Fonds aantoonbaar in de aankoop van een nieuwe buitenlandsefilm te investeren. Deze filmproductie moet voldoen aan de criteria van het Puntensysteem van heten: a) heeft aantoonbaar een maximum productiebudget van 5 miljoen; b) wordt in minimaal 3 tot maximaal 12 kopieën uitgebracht; c) Deelreglement Distributie haalt aantoonbaar in het Puntensysteem van hetminstens 7 punten op de onderdelen A t/m D. 2 De filmproductie moet binnen twaalf maanden na subsidieverlening zijn aangekocht en binnen 24 maanden in Nederland zijn uitgebracht. 3 de MG die betaald wordt voor het verkrijgen van de Nederlandse rechten moet minimaal de helft van de verleende bijdrage beslaan. 4 Indien de financiële bijdrage van het Fonds de kosten van de MG overstijgt, dient de filmdistributeur eventueel resterende middelen te besteden aan marketingkosten van de betreffende filmproductie. In dat geval mag het aandeel in de financiering uit de fondsbijdrage niet hoger zijn 50% van de totale promotie- en marketingkosten van de filmproductie. 5 een filmproductie die is verkregen via een zogenaamde sublicentie dan wel in een pakket is aangekocht komt niet in aanmerking. 6 Als de MG naast Nederland ook de rechten voor de Benelux betreft, wordt het MG-bedrag toegerekend in de verdeling 2/3 Nederland, 1/3 België en Luxemburg. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 25 — Artikel 25 – Subsidiabele activiteit –#
Artikel 25 – Subsidiabele activiteit – Subsidie kan worden verleend voor bijzondere distributieactiviteiten ter versterking van de marketing & promotie en distributie van Nederlandse arthouse films en documentaires en voor buitenlandse arthouse films gericht op jeugd en kinderen. 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur. 2 Het bestuur kan om zwaarwegende redenen afwijken van dit reglement, voor zover dergelijke afwijkingen verenigbaar zijn met het beoordelingskader voor staatssteun aan de filmsector, zoals dat wordt gehanteerd door de Europese Commissie. 3 bijlage Dit reglement metis vastgesteld door het bestuur met goedkeuring van de Raad van Toezicht op 8 december 2014. 4 Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2015 5 Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film Hetzoals dat is vastgesteld op 1 januari 2014 is per 1 januari 2015 ingetrokken. 6 Op alle aanvragen die door het Fonds voor 1 januari 2015 zijn ontvangen blijft het reglement genoemd in lid 5 van dit artikel zoals deze gold tot 1 januari 2015 van toepassing. 7 Dit reglement wordt aangehaald als Deelreglement Distributie van de Stichting Nederlands Fonds voor de film. 8 Dit reglement wordt bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van het Nederlands Fonds voor de Film (www.filmfonds.nl). 2014 37483 29-12-2014 2014 37483 29-12-2014 01-01-2015