Regeling verplichte aanlevering minimale dataset Medisch specialistische zorg (MDS)
- BWB-id
- BWBR0035412
- Type
- zbo
- Ministerie
- Nederlandse Zorgautoriteit
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2016-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0035412
- ELI
- /eli/nl/zbo/2015/regeling-verplichte-aanlevering-minimale-dataset-medisch-spe
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2015/regeling-verplichte-aanlevering-minimale-dataset-medisch-spe/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0035412&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0035412&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0035412/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2015/regeling-verplichte-aanlevering-minimale-dataset-medisch-spe
Artikel 1 — Artikel 1 Reikwijdte#
Artikel 1 Reikwijdte Deze regeling is van toepassing op – instellingen voor medisch specialistische zorg (met uitzondering van sanatoria, abortusklinieken en zorgaanbieders die curatieve geestelijke gezondheidszorg leveren); – audiologische centra; – centra voor erfelijkheidsonderzoek; – mondzorg zoals kaakchirurgen die bieden; – instellingen die geriatrische revalidatiezorg (GRZ) leveren. 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 01-01-2015
Artikel 2 — Artikel 2 Intrekking oude regeling(en)#
Artikel 2 Intrekking oude regeling(en) Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS) De regeling ‘’ met kenmerk NR/CU-234, wordt ingetrokken. 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 01-01-2015
Artikel 3 — Artikel 3 Inwerkingtreding en citeertitel#
Artikel 3 Inwerkingtreding en citeertitel Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2015. artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Wet marktordening gezondheidszorg Ingevolge(Wmg), zal deze regeling ten minste twee dagen vóór de datum van inwerkingtreding in de Staatscourant worden gepubliceerd. Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling verplichte aanlevering minimale dataset medisch specialistische zorg (MDS)’. 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 01-01-2015
Artikel 4 — Artikel 4 Begrippen en afkortingen#
Artikel 4 Begrippen en afkortingen In deze regeling worden de volgende begrippen en afkortingen gebruikt. 4.1 Add-on Een add-ons is een overig zorgproduct, uitgedrukt in zorgactiviteiten, behorend bij een DBC-zorgproduct (aanhaakprestatie). Alleen zorg op de Intensive Care (IC) en een limitatief aantal dure en weesgeneesmiddelen zijn gedefinieerd als een add-on. Add-ons vallen onder de categorie ‘Supplementaire producten’. 4.2 DBC Een Diagnose Behandeling Combinatie (DBC) is een declarabele prestatie, die het resultaatis van (een deel van) het totale zorgtraject van de diagnose die de zorgaanbieder stelt tot en met de (eventuele) behandeling die hieruit volgt. Vanaf 1 januari 2012 worden zorgprestaties uitgedrukt in DBC-zorgproducten. 4.3 DBC informatiesysteem (DIS) Het DBC informatiesysteem (DIS) ontvangt en beheert informatie over DBC-zorgproducten en overige zorgproducten, waaronder de informatie die op grond van deze regeling moet worden aangeleverd. 4.4 DBC-zorgproduct Een DBC-zorgproduct is een declarabele prestatie die is afgeleid uit een subtraject met zorgactiviteiten via de beslisbomen. Een subtraject leidt in combinatie met de geleverde zorgactiviteiten tot een declarabel DBC-zorgproduct als het voldoet aan de voorwaarden van de beslisbomen. 4.5 Declaratiedataset De verzameling gegevens die nodig is om één of meerdere declarabele prestaties af te leiden in de grouper. 4.6 Hoofddiagnose ICD-10 De hoofddiagnose ICD-10 is de ziekte of aandoening die aan het einde van een subtraject hoofdzakelijk verantwoordelijk is voor de behoefte van de patiënt aan behandeling of onderzoek. 4.7 ICD-10 De tiende editie van de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems (ICD-10). De ICD-10 is het internationaal gestandaardiseerde classificatiesysteem van diagnosen waarmee de zorgaanbieder alle ziektebeelden en diagnosen van patiënten eenduidig kan registreren. 4.8 Instelling artikel 1.2 Instelling als bedoeld in, aanhef en onder: − 1 In het kader van deze regeling worden hieronder verstaan: (algemene en categorale) ziekenhuizen, universitaire medische centra, zelfstandige behandelcentra, epilepsie instellingen, instellingen voor revalidatie, radiotherapeutische centra, longrevalidatie-instellingen (sanatoria), dialysecentra en (huisartsen)laboratoria voor zover deze werkzaamheden verrichten ten behoeve van de in dit artikel genoemde instellingen. 1 (instelling voor medisch specialistische zorg); − 2 (audiologische centra); − 3 (trombosediensten); − 13 (instelling voor erfelijkheidsadvisering); − Uitvoeringsbesluit WTZi 18 (instellingen voor verpleging), voor zover zij geriatrische revalidatiezorg leveren, van het. 4.9 Integraal tarief Tarief waarin alle vergoedingen zijn opgenomen voor kosten die een zorgverlener in rekening mag brengen in verband met het leveren van een prestatie. 4.10 Minimale Dataset (MDS) De in bijlage 1 bij deze regeling gespecificeerde gegevens. 4.11 Module medisch specialistische revalidatie Geheel van op elkaar afgestemde activiteiten van een of meerdere behandeldisciplines gericht op een specifiek behandeldoel. 4.12 Onderlinge dienstverlening Overeenkomst tussen twee of meer zorgaanbieders die betrekking heeft op het leveren van zorg aan een patiënt tegen een onderling overeen te komen tarief, waarbij een van de zorgaanbieders optreedt als eigen zorgverlener voor de patiënt en uitsluitend deze eigen zorgverlener gerechtigd is om, voor de in het kader van die overeenkomst geleverde zorg als (onderdeel van een) prestatie, een tarief bij de zorgverzekeraar of de patiënt in rekening te brengen. 4.13 Overig zorgproduct (OZP) Een prestatie binnen de medisch specialistische zorg, niet zijnde een DBC-zorgproduct. Overige zorgproducten zijn per 2013 onderverdeeld in vier hoofdcategorieën, te weten supplementaire producten, eerstelijnsdiagnostiek (ELD), paramedische behandeling en onderzoek, en overige verrichtingen. 4.14 Solist Solistisch werkende zorgaanbieder die, anders dan in dienst of onmiddellijk of middellijk in opdracht van een andere zorgaanbieder, zelfstandig beroepsmatig medisch specialistische zorg verleent. 4.15 Zorgaanbieder artikel 1, aanhef en onderdeel c, van de Wmg Natuurlijk persoon of rechtspersoon als bedoeld in. 4.16 Zorgproduct Een aanduiding van prestaties binnen de medisch specialistisch zorg. Zorgproducten zijn onderverdeeld in DBC-zorgproducten en overige zorgproducten. 4.17 Zorgverlener Instelling of solist. Het begrip ‘zorgverlener’ is in deze betekenis geïntroduceerd om te voorkomen dat steeds de opsomming ‘instelling en solist’ moet worden gebruikt (m.n. in het kader van het declaratierecht van belang). 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5 Aanlevering MDS#
Artikel 5 Aanlevering MDS 5.1. 2 De in bijlage 1 bij deze regeling gespecificeerde gegevens MDS. De zorgverlener is verplicht om voor de eerste dag van elke kalendermaand (m) van alle aan de patiënt of de zorgverzekeraar gedeclareerde DBC-zorgproducten en overige zorgproducten, welke worden gerekend tot de omzet van de kalendermaand (m-2), per zorgproduct de Minimale Dataset (MDS) aan te leveren. 5.2 De zorgverlener levert de in de voorgaande bepaling bedoelde gegevens elektronisch aan bij het DBC Informatiesysteem (DIS) en past daarbij de op de website van de NZa gepubliceerde ‘aanleverstandaard DIS’ toe. 5.3 De zorgverlener dient mutaties en aanvullingen op de al aangeleverde MDS-informatie van productie afgesloten in JAAR[x-1] uiterlijk voor 1 oktober van JAAR[x] aan te leveren bij DIS. 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 01-01-2015
Artikel 6 — Artikel 6 Wijze van aanlevering#
Artikel 6 Wijze van aanlevering 6.1 Gegevensaanlevering bij DIS kan uitsluitend via de door DIS gespecificeerde methode en wordt voorzien van een technische controle door DIS. 6.2 Na deze technische toetsing volgt een inhoudelijke beoordeling door het DIS. Indien hieruit naar voren komt dat de kwaliteit van de gegevensaanlevering onvoldoende is, zal de NZa haar handhavingsbevoegdheden inzetten. 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 2014 21271 30-07-2014 15-07-2014 NR/CU254 01-01-2015