Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, kenmerk ACM/DE/2016/202157, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 12b van de Gaswet (Aansluit- en transportcode gas RNB)
- BWB-id
- BWBR0037926
- Type
- zbo
- Ministerie
- Autoriteit Consument en Markt
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-04-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037926
- ELI
- /eli/nl/zbo/2016/aansluit-en-transportcode-gas-rnb
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2016/aansluit-en-transportcode-gas-rnb/2020-04-04
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037926&g=2020-04-04
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037926&z=2026-06-06&g=2020-04-04
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037926/2020-04-04
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2016/aansluit-en-transportcode-gas-rnb
Artikel 1.1.1 — 1.1.1#
1.1.1 Deze code bevat de voorwaarden voor de wijze waarop regionale netbeheerders en aangeslotenen alsmede regionale netbeheerders zich jegens elkaar gedragen over het in werking hebben van de gastransportnetten, het voorzien van een aansluiting op het regionale gastransportnet en het uitvoeren van transport van gas over het regionale gastransportnet alsmede de kwaliteitscriteria waaraan regionale netbeheerders moeten voldoen voor hun dienstverlening. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 1.1.2 — 1.1.2#
1.1.2 Gaswet Begrippencode gas De in deze code gebruikte begrippen die ook in deworden gebruikt, hebben de betekenis die daaraan in de Gaswet is toegekend. Van de overige in deze code gebruikte begrippen is de betekenis vastgelegd in de. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.1.1 — 2.1.1.1#
2.1.1.1 artikel 15 van de Gaswet Het aanleggen van een aansluiting vindt plaats op grond van een tussen de regionale netbeheerder en de aangeslotene af te sluiten aansluit- en transportovereenkomst. De regionale netbeheerder kan het aangaan of het wijzigen van een overeenkomst alleen schriftelijk en gemotiveerd weigeren op de gronden genoemd in. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.1.2 — 2.1.1.2#
2.1.1.2 De regionale netbeheerder bepaalt, rekening houdend met de aard, de omvang en de locatie van de gasinstallatie, en zo nodig na overleg met de aangeslotene, op welke wijze (bijv. druktrap, één of meer verbindingen) de gevraagde aansluitcapaciteit ter beschikking wordt gesteld. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.1.2a — 2.1.1.2a#
2.1.1.2a artikel 2.1.1.1 De regionale netbeheerder mag de aansluiting, na voorafgaand overleg met de aangeslotene, realiseren op een ander punt in het net dan het dichtstbijzijnde punt in het net met een voor die aansluiting geschikte druk en voldoende capaciteit. Overeenkomstigworden afspraken daartoe vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.1.3 — 2.1.1.3#
2.1.1.3 De regionale netbeheerder realiseert de aansluiting binnen 18 weken na ontvangst van een aanvraag daartoe. Als dit binnen deze termijn niet mogelijk is dan informeert de regionale netbeheerder binnen een week na constatering van deze onmogelijkheid de aangeslotene daaromtrent schriftelijk onder opgaaf van redenen en bepaalt hij in overleg met de aangeslotene de termijn waarop de aansluiting wel gerealiseerd wordt. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.1.4 — 2.1.1.4#
2.1.1.4 Het overdrachtspunt van de aansluiting bevindt zich, bezien vanuit het net, direct na de aansluitleiding. De aangeslotene bepaalt na overleg met de netbeheerder de locatie waar de aansluitleiding wordt aangesloten op de gasinstallatie. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.1.4a — 2.1.1.4a#
2.1.1.4a Vervallen 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.1.5 — 2.1.1.5#
2.1.1.5 De regionale netbeheerder verbindt de aansluiting met de gasmeetinrichting. De aangeslotene maakt het mogelijk dat de regionale netbeheerder alle handelingen kan verrichten die ter zake noodzakelijk worden geacht. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.1.6 — 2.1.1.6#
2.1.1.6 2.1.1.5 De regionale netbeheerder brengt de noodzakelijke hulpmiddelen of appendages aan voor het realiseren van de aansluiting zoals bedoeld in. De regionale netbeheerder houdt de aansluiting in stand en is verantwoordelijk voor het onderhoud en de controle ervan. De regionale netbeheerder kan op verzoek van de aangeslotene de aansluiting uitbreiden, wijzigen, vervangen, verplaatsen en weggenemen. De aangeslotene maakt het mogelijk dat alle handelingen kunnen worden verricht die hiervoor noodzakelijk zijn. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.1.7 — 2.1.1.7#
2.1.1.7 Vervallen 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.1.8 — 2.1.1.8#
2.1.1.8 Vervallen 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.1.9 — 2.1.1.9#
2.1.1.9 Leidingen en appendages ten behoeve van de aansluiting, en de aansluitleiding voldoen aan de volgende technische normen: a. NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – Gasvoorzieningssystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie”; b. NEN-EN 1594:2009 “Gasvoorziening – Leidingsystemen voor maximale bedrijfsdruk groter dan 16 bar – Functionele eisen”; c. NEN 3650-1:2012 “Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 1: Algemeen”; NEN 3650-2:2012 “Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 2: Staal”; NEN 3650-3:2012 “Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 3: Kunststoffen”; NEN 3650-4:2012 “Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 4: Beton”; NEN 3650-5:2012 “Eisen voor buisleidingsystemen – Deel 5: Gietijzer”; d. NEN 7244-1:2003 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12007-1 – Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 1: Algemene functionele aanbevelingen”; NEN 7244-2:2004 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12007-2 – Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 2: Specifieke functionele aanbevelingen voor polyethyleen (MOP tot en met 10 bar)”; NEN 7244-3:2004 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12007-3 – Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 3: Specifieke functionele aanbevelingen voor staal”; NEN 7244-4:2004 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 4: Specifieke functionele eisen voor nodulair gietijzeren leidingen met een maximale bedrijfsdruk van 8 bar”; NEN 7244-5:2004 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 5: Specifieke functionele eisen voor slagvaste PVC- leidingen met een maximale bedrijfsdruk van 200 mbar”; NEN 7244-6:2005 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 6: Specifieke functionele eisen voor aansluitleidingen”; NEN 7244-7:2005 en NEN 7244-7/A1:2009 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 7: Specifieke functionele eisen voor sterkte- en dichtheidsbeproeving en voor het in bedrijf en buiten bedrijf stellen van gasdistributieleidingen”. NEN 7244-9:2008 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 9: Specifieke functionele eisen voor de afhandeling van gasmeldingen en periodiek gaslek zoeken”. NEN 7244-10:2010 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 10: Specifieke functionele eisen voor opstellingsruimten en meteropstellingen met een maximale inlaatdruk van 100 mbar en een maximale ontwerpcapaciteit van 650mn3/h”. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.1.10 — 2.1.1.10#
2.1.1.10 2.1.1.9 Met de inbedoelde leidingen worden gelijkgesteld leidingen en installaties die aantoonbaar aan tenminste gelijkwaardige technische eisen voldoen. Met de in 2.1.1.9 bedoelde leidingen wordt gelijkgesteld een leiding die rechtmatig is vervaardigd of in de handel is gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig is vervaardigd of in de handel is gebracht in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoet aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de eisen genoemd in 2.1.1.9 wordt nagestreefd. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.2.1 — 2.1.2.1#
2.1.2.1 Meetcode gas RNB De aansluiting is voorzien van een meetinrichting die voldoet aan de wettelijke voorschriften en aan de eisen van de “”. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.2.2 — 2.1.2.2#
2.1.2.2 De comptabel te meten grootheden worden vastgelegd in de transportovereenkomst van de regionale netbeheerder met de aangeslotene. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.2.3 — 2.1.2.3#
2.1.2.3 De comptabele meting vindt plaats op of bij het overdrachtspunt. Calorische correcties en/of eventuele andere bewerkingen van de gegevens die noodzakelijk zijn om de meetgegevens tot comptabele meetgegevens te maken, hoeven niet op de aansluiting zelf te worden uitgevoerd. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.2.3a — 2.1.2.3a#
2.1.2.3a Vervallen 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.2.3b — 2.1.2.3b#
2.1.2.3b De netbeheerder is bevoegd de meetinrichting te onderzoeken om te beoordelen of de meetinrichting aan de Meetcode gas RNB voldoet. Indien blijkt dat de meetinrichting niet voldoet aan de Meetcode gas RNB, is de aangeslotene verplicht de gebreken voor zijn rekening te herstellen binnen een door de netbeheerder opgegeven termijn en conform de eisen zoals vastgelegd in deze Aansluit- en transportcode gas RNB. 2018 22667 23-04-2018 12-04-2018 ACM/UIT/421626 2018 22667 23-04-2018 12-04-2018 ACM/UIT/421626 24-04-2018
Artikel 2.1.2.3c — 2.1.2.3c#
2.1.2.3c Voor de periode waarvan vaststaat dat de meetinrichting niet voldoet aan de Meetcode gas RNB, mag de netbeheerder meetwaarden vaststellen. De hoogte van de vast te stellen meetwaarden moet redelijk zijn en de netbeheerder dient te onderbouwen hoe hij de hoogte van de meetwaarden heeft bepaald. 2018 22667 23-04-2018 12-04-2018 ACM/UIT/421626 2018 22667 23-04-2018 12-04-2018 ACM/UIT/421626 24-04-2018
Artikel 2.1.2.4 — 2.1.2.4#
2.1.2.4 2.1.2.1 In afwijking van het bepaalde in, hoeft een kleinverbruiker niet te zorgen voor een comptabele meting indien: a. het een aansluiting betreft die op het moment van inwerkingtreding van deze bepaling reeds onbemeten was, èn b. er voor deze aansluiting een zogeheten gasabonnement met de leverancier is afgesloten. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.3.1 — 2.1.3.1#
2.1.3.1 De aangeslotene heeft de plicht er voor te zorgen dat de hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting goed toegankelijk blijven en dat ter zake alle redelijkerwijs noodzakelijke handelingen kunnen worden verricht. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.3.2 — 2.1.3.2#
2.1.3.2 De aangeslotene zorgt ervoor dat de toegang tot de ruimte, waarin zich de hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting en de tot de aansluiting behorende apparatuur bevinden, niet wordt belemmerd. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.3.3 — 2.1.3.3#
2.1.3.3 Verzegelingen die door of vanwege de regionale netbeheerder en/of de meetverantwoordelijke zijn aangebracht op de meetinrichting of op delen van de hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder mogen niet worden geschonden of verbroken tenzij de regionale netbeheerder en/of de meetverantwoordelijke (waar het door hem aangebrachte verzegelingen betreft) uitdrukkelijk toestemming geeft tot het verbreken van de verzegeling. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.3.4 — 2.1.3.4#
2.1.3.4 De aangeslotene is gehouden alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om schade aan de hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting te voorkomen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.3.5 — 2.1.3.5#
2.1.3.5 De aangeslotene zorgt ervoor dat hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting en de overige tot de aansluiting behorende apparatuur niet opgesteld worden in vochtige ruimten, ruimten met bijtende gassen, dampen of stoffen, ruimten met ontploffingsgevaar en ruimten met brandgevaar. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.3.6 — 2.1.3.6#
2.1.3.6 De regionale netbeheerder bepaalt na overleg met de aangeslotene op welke wijze de toegang tot het terrein of de installatie van de aangeslotene plaatsvindt. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.3.7 — 2.1.3.7#
2.1.3.7 In woonhuizen met individuele meting wordt voor het onderbrengen van alle tot de aansluiting en meetinrichting behorende apparatuur een kast ter beschikking gesteld, die voldoet aan de eisen, gesteld in NEN 2768:2005 “Meterruimten en bijbehorende voorzieningen in een woonfunctie”. In geval de meteropname van buitenaf kan geschieden of het overdrachtspunt van buitenaf bereikbaar is, kan de netbeheerder ten aanzien van deze kast nadere eisen stellen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.3a.1 — 2.1.3a.1#
2.1.3a.1 De beveiliging van de aansluiting voldoet aan: a. Paragraaf 4.7 van NEN 7244-6:2005 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 6: Specifieke functionele eisen voor aansluitleidingen” voor wat betreft de afsluitbaarheid van de aansluiting, b. Paragraaf 8.3 van NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – Gasvoorzieningssystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie” voor zover van toepassing voor wat betreft de toepassing van een drukbeveiligingssysteem op de aansluiting. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.3a.2 — 2.1.3a.2#
2.1.3a.2 2.1.3a.1 Met de inbedoelde producten ten behoeve van de beveiliging van gasaansluitingen worden gelijkgesteld producten die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de eisen, genoemd in 2.1.3a.1 wordt nagestreefd. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.4.1 — 2.1.4.1#
2.1.4.1 2.5 Gasinstallaties bevatten geen onderdelen die tot invoeding in het regionale gastransportnet kunnen leiden, tenzij daartoe vooraf door de regionale netbeheerder schriftelijk toestemming is verleend en aan de aanvullende voorwaarden voor invoedingsinstallaties zoals opgenomen inwordt voldaan. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.4.2 — 2.1.4.2#
2.1.4.2 Gasinstallaties veroorzaken via het regionale gastransportnet geen ontoelaatbare hinder (zoals bijvoorbeeld drukschommelingen), een en ander ter beoordeling van de regionale netbeheerder. De regionale netbeheerder kan de aangeslotene in geval van ontoelaatbare hinder aanschrijven, om zodanige voorzieningen te treffen dat de ontoelaatbare hinder ophoudt. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.1.4.3 — 2.1.4.3#
2.1.4.3 hoofdstuk 2 De regionale netbeheerder heeft geen verplichting om na te gaan of een gasinstallatie voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen uitvan deze code. Indien niet aan de voorwaarden voor gasinstallaties wordt voldaan zodat de systeemintegriteit van het gasdistributienet of de veiligheid in het geding zijn, heeft de regionale netbeheerder uit voorzorg het recht op het onmiddellijk afsluiten van de aansluiting. De regionale netbeheerder stelt de afnemer daarvan onmiddellijk op de hoogte. Indien anderszins niet aan de voorwaarden voor gasinstallaties wordt voldaan, stelt de regionale gasnetbeheerder de afnemer een redelijke termijn om de gasinstallatie aan de vereiste voorwaarden aan te passen. 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.5.1 — 2.1.5.1#
2.1.5.1 Vervallen 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.5.2 — 2.1.5.2#
2.1.5.2 Vervallen 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.1.5.3 — 2.1.5.3#
2.1.5.3 Vervallen 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 64052 25-11-2019 2019 64052 25-11-2019 21-11-2019 ACM/UIT/521522 01-01-2020
Artikel 2.2.1 — 2.2.1#
2.2.1 In gevallen waarin daaromtrent in het Bouwbesluit en daarop gebaseerde normen niets is voorgeschreven, worden in gebouwen waar de gasinstallatie door middel van een in de grond gelegde leiding wordt aangesloten voorzieningen getroffen voor het gemakkelijk binnenleiden van deze leiding, waaronder in ieder geval een beschermbuis waarvan het materiaal en de afmetingen bepaald worden door het materiaal en diameter van de leiding,tenzij de regionale netbeheerder uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven zulks niet noodzakelijk te achten. De leidingdoorvoer dient gasbelemmerend te zijn. In het geval een leidinginvoerput wordt aangebracht, voldoet deze aan de daarvoor vastgestelde of vast te stellen wettelijke voorschriften en normen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.2.2 — 2.2.2#
2.2.2 In gevallen waarin daaromtrent in het Bouwbesluit en daarop gebaseerde normen niets is voorgeschreven, wordt in woningen en andere gebouwen met individuele meting voor het onderbrengen van alle hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting een kast ter beschikking gesteld, die voldoet aan de daarvoor vastgestelde of vast te stellen wettelijke voorschriften en normen. In geval de meteropname van buitenaf kan geschieden of het overdrachtspunt van buitenaf bereikbaar is, kunnen aan deze kast nadere eisen worden gesteld. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.2.3 — 2.2.3#
2.2.3 2.2.2 Bij tijdelijke- en andere aansluitingen dan bedoeld in, voor zover daarvoor geen vigerende normen gelden, stelt de regionale netbeheerder de eisen vast waaraan de ruimten voor het onderbrengen van de tot de aansluiting behorende apparatuur moet voldoen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.2.4 — 2.2.4#
2.2.4 De aangeslotene stelt voor het onderbrengen van alle hulpmiddelen en appendages van de regionale netbeheerder, het overdrachtspunt en de meetinrichting ten behoeve van een tijdelijke gasaansluiting een stevige, deugdelijke kast of ruimte ter beschikking aan de regionale netbeheerder, waarvan de regionale netbeheerder en de aangeslotene in onderling overleg de afmetingen en constructie bepalen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.2.5 — 2.2.5#
2.2.5 3 De ruimte, waarin een meetinrichting met een ontwerpcapaciteit groter dan 40 m(n)/uur is opgesteld, mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. Indien deze ruimte een onderdeel is van een gebouw, mag deze ruimte niet vanuit dat gebouw toegankelijk zijn. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.3.1 — 2.3.1#
2.3.1 Indien een gasinstallatie door middel van één of meer door de regionale netbeheerder te plaatsen drukregelaars op een regionaal gastransportnet met een druk van meer dan 200 mbar wordt aangesloten, is de aangeslotene verplicht één of meer ruimten ter beschikking te stellen aan de regionale netbeheerder. De plaats van de ruimte wordt na overleg met de aangeslotene door de regionale netbeheerder vastgesteld. De afmetingen, constructie en inrichting van de ruimte worden in onderling overleg tussen netbeheerder en aangeslotene bepaald. De ruimte moet vanaf de openbare weg, al dan niet via een aparte ingang, blijvend toegankelijk zijn, zodat alle benodigde werkzaamheden te allen tijde kunnen worden verricht en moet zijn afgesloten door een deur of deuren, voorzien van een door de regionale netbeheerder ter beschikking te stellen slot. De ruimte mag niet vanuit het gebouw toegankelijk zijn. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.4.1 — 2.4.1#
2.4.1 [Vervallen] 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.4.2 — 2.4.2#
2.4.2 [Vervallen] 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.4.3 — 2.4.3#
2.4.3 2.6 2.6.1.1 Gesloten distributiesystemen, aangesloten op regionale gastransportnetten met een druk van meer dan 200 mbar voldoen ten minste aan de voorwaarden in, met uitzondering van, voor zover van toepassing op het drukniveau waarop het gesloten distributiesysteem aangesloten is op het regionale gastransportnet. In deze artikelen dient dan in plaats van “de regionale netbeheerders” gelezen te worden “beheerder van het gesloten distributiesysteem en de regionale netbeheerder”. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.4.4 — 2.4.4#
2.4.4 Indien op een gesloten distributiesysteem één of meer verbruikers of invoeders zijn aangesloten die een ander leveringscontract wensen, heeft de beheerder van het desbetreffende gesloten distributiesysteem de verplichting leverancierskeuze te faciliteren. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.4.5 — 2.4.5#
2.4.5 2.4.4 Indien de beheerder van het gesloten distributiesysteem kiest voor het faciliteren van leverancierskeuze door middel van suballocatie, heeft hij de verplichting zijn leverancier en programmaverantwoordelijke opdracht te geven samen te werken met de leverancier(s) en programmaverantwoordelijke(n) van de inbedoelde verbruiker(s) of invoeder(s) ten einde de allocatie van gerealiseerde energiestromen op de aansluiting van het gesloten distributiesysteem op het regionale gastransportnet toe te delen aan de aansluiting(en) van de in 2.4.4 bedoelde verbruiker(s) of invoeder(s). 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.4.5a — 2.4.5a#
2.4.5a Allocatiecode gas Indien de beheerder van het gesloten distributiesysteem gebruik wenst te maken van de in degenoemde berichten zijn de volgende bepalingen van overeenkomstige toepassing op de beheerder van het gesloten distributiesysteem: a. paragraaf 2.1.2 paragraaf 3.1 en, b. Allocatiecode gas artikelen 2.0.7a 2.2.1 2.2.2 2.4.1 2.4.3 paragrafen 2.5 2.6 2.7 artikelen 4.3.1.13 4.1a bijlage B1a bijlage B2b bijlage B5.6 van dede,,,,, de,en, de,,,en, c. Informatiecode elektriciteit en gas hoofdstukken 3 5 8 9.1.1 9.1.3 de, met uitzondering van de,enalsmede vanen. 2019 41768 26-07-2019 25-07-2019 ACM/UIT/511882 2019 41768 26-07-2019 25-07-2019 ACM/UIT/511882 01-12-2019
Artikel 2.4.6 — 2.4.6#
2.4.6 Allocatiecode gas 2.4.4 Indien de beheerder van het gesloten distributiesysteem geen gebruik maakt van suballocatie, of van de in degenoemde berichten geeft hij de regionale netbeheerder in de desbetreffende regio de mogelijkheid om de inbedoelde verbruiker of invoeder te voorzien van een aansluiting op het net van die regionale netbeheerder. 2019 41768 26-07-2019 25-07-2019 ACM/UIT/511882 2019 41768 26-07-2019 25-07-2019 ACM/UIT/511882 01-12-2019
Artikel 2.4.7 — 2.4.7#
2.4.7 2.4.4 tot en met 2.4.6 Op een recreatienet isvan overeenkomstige toepassing. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.5.1.1 — 2.5.1.1#
2.5.1.1 Bij opstelling van verscheidene invoedingsinstallaties op één locatie gelden de in deze paragraaf genoemde voorwaarden voor elke invoedingsinstallatie afzonderlijk. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.5.1.2 — 2.5.1.2#
2.5.1.2 De voorwaarden gelden voor het technisch ontwerp en het gedrag tijdens bedrijf van de invoedingsinstallatie in zijn totaliteit. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.5.1.3 — 2.5.1.3#
2.5.1.3 paragrafen 2.5 3.4 artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Gaswet artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit De voorwaarden in deenzijn van toepassing op de invoeding van gas zoals bedoeld inen dat voldoet aan de kwaliteitsspecificaties zoals bedoeld in. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1.4 — 2.5.1.4#
2.5.1.4 2.5.1.3 paragrafen 2.5 3.4 In geval van invoeding van andere gassen dan bedoeld in, kan de netbeheerder in overleg met de invoeder voor onderdelen vanenaanvullende of afwijkende voorwaarden overeenkomen op basis van maatwerk, voor die gevallen waarin de in genoemde paragrafen opgenomen voorwaarden niet voorzien. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1.5 — 2.5.1.5#
2.5.1.5 De regionale netbeheerder bepaalt de druk waarbij en de plaats in het net waarop het gas wordt ingevoed. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1.6 — 2.5.1.6#
2.5.1.6 De regionale netbeheerder maakt op verzoek van de invoeder binnen een maand een verkenning naar invoedingsmogelijkheden op basis waarvan de invoeder kan beslissen om over te gaan tot een offerteverzoek aan de netbeheerder voor een aansluiting van een invoedingsinstallatie. De invoeder doet bij dit verzoek een opgave van de beoogde invoedingslocatie en de gewenste invoedingscapaciteit. Aan de uitkomsten van deze verkenning kunnen geen rechten worden ontleend. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1.7 — 2.5.1.7#
2.5.1.7 2.5.1.6 De regionale netbeheerder brengt binnen twee maanden na een schriftelijk verzoek daartoe een offerte uit voor de aansluiting van een invoedingsinstallatie, waarbij de maximaal geoffreerde capaciteit is gebaseerd op de op grond vanuitgevoerde verkenning. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1.8 — 2.5.1.8#
2.5.1.8 2.5.1.7 De regionale netbeheerder handelt offerteaanvragen, zoals bedoeld in, af in volgorde van binnenkomst. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1.9 — 2.5.1.9#
2.5.1.9 2.5.1.7 De inbedoelde offerte heeft een geldigheidstermijn van drie maanden. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1.10 — 2.5.1.10#
2.5.1.10 2.5.1.7 2.5.1.9 2.5.1.6 Gedurende de periode vanaf het schriftelijk verzoek, zoals bedoeld in, tot het aflopen van de geldigheidstermijn van de offerte, zoals bedoeld in, reserveert de regionale netbeheerder een hoeveelheid transportcapaciteit conform de offerteaanvraag van de invoeder, zoals bedoeld in 2.5.1.7, tot maximaal de hoeveelheid zoals vastgesteld in de verkenning op grond van. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1.11 — 2.5.1.11#
2.5.1.11 2.5.1.6 2.5.1.7 Indien geen verkenning, zoals bedoeld in, is uitgevoerd voorafgaand aan de offerteaanvraag, zoals bedoeld in, bepaalt de netbeheerder de hoeveelheid transportcapaciteit die ten behoeve van deze offerteaanvraag gereserveerd wordt, tot een maximum van de transportcapaciteit zoals verzocht in de offerteaanvraag. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1.12 — 2.5.1.12#
2.5.1.12 2.5.1.9 2.5.1.10 2.5.1.11 Indien een invoeder niet binnen de inbedoelde geldigheidstermijn van de offerte overgaat tot opdrachtverstrekking voor aansluiting van de invoedingsinstallatie, vervalt de inenbedoelde reservering van transportcapaciteit. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1.13 — 2.5.1.13#
2.5.1.13 2.5.1.12 Indien op grond vaneen reservering van transportcapaciteit vervalt, beoordeelt de netbeheerder de consequenties hiervan voor andere lopende offerteaanvragen voor aansluiting van een invoedingsinstallatie en informeert de aanvragers hierover. Bij de herverdeling van beschikbare transportcapaciteit handelt de netbeheerder in volgorde van aanvragen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1a.1 — 2.5.1a.1#
2.5.1a.1 2.5.2.5a 2.5.2.5 De aansluiting van de invoedingsinstallatie is voorzien van een monsterafnamepunt. Indien tussen de regionale netbeheerder en de invoeder op grond vanwordt overeengekomen dat door de netbeheerder niet op afstand kan worden ingegrepen via de voorziening voor automatische afschakeling in de invoedingsinstallatie, zoals bedoeld in, is de aansluiting tevens voorzien van een door de regionale netbeheerder te bedienen afsluitklep, om de invoeding op afstand te kunnen afschakelen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1a.2 — 2.5.1a.2#
2.5.1a.2 2.5.2.4a De leidinglengte tussen het monsterafnamepunt en de plaats waar op grond vaninjectie van odorant plaats vindt, bedraagt tenminste 100 maal de leidingdiameter. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.1a.3 — 2.5.1a.3#
2.5.1a.3 2.5.2.4a 2.1.1.4 2.1.2.3 2.5.1a.1 Indien de injectie van het odorant, zoals bedoeld in, plaats vindt aan de netzijde van de meetinrichting, bevindt het overdrachtspunt van de aansluiting zich, in afwijking vanjo., op de eerste koppeling van de inlaatafsluiter van de aansluiting van de invoedingsinstallatie, zoals bedoeld in, gezien vanuit de invoedingsinstallatie. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.1 — 2.5.2.1#
2.5.2.1 De invoedingsinstallatie is voorzien van een drukregeling en drukbeveiliging conform NEN 1059:2010 “Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – Gasvoorzieningssystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie” indien de werkdruk ten hoogste 0,5 bar is en conform NEN-EN 15001-1 “Gasinfrastructuur – Gasinstallatieleidingen” indien de werkdruk hoger is dan 0,5 bar en ten hoogste 40 bar. De instelling van deze drukregeling geschiedt in overleg tussen de invoeder en de regionale netbeheerder. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.2 — 2.5.2.2#
2.5.2.2 De beveiligingen van de invoedingsinstallatie zijn selectief ten opzichte van de beveiligingen in het regionale gastransportnet. De invoeder draagt zorg voor en is verantwoordelijk voor adequate beveiligingen van de invoedingsinstallatie tegen zowel storingen die ontstaan in het regionale gastransportnet als extreme afwijkingen van de druk in het regionale gastransportnet. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.5.2.3 — 2.5.2.3#
2.5.2.3 De invoedingsinstallatie is voorzien van twee in serie geschakelde gasgestuurde drukbeveiligingen, ten behoeve van de automatische afschakeling van de invoedingsinstallatie ingeval de invoedingsdruk boven een in overleg tussen regionale netbeheerder en invoeder vast te stellen waarde komt. Beide drukbeveiligingen werken bij voorkeur volgens een onderling verschillend principe. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.4 — 2.5.2.4#
2.5.2.4 De invoedingsinstallatie is voorzien van een voorziening voor de meting van de temperatuur van het in te voeden gas. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.4a — 2.5.2.4a#
2.5.2.4a bijlage 2 van de Regeling gaskwaliteit De invoedingsinstallatie is voorzien van een voorziening voor injectie van odorant zoals bedoeld in. Deze voorziening bevat een bewaking van de volumevoorraad odorant en een controlemogelijkheid voor de odorisatie. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.4b — 2.5.2.4b#
2.5.2.4b De invoedingsinstallatie is voorzien van een voorziening om partikels met een diameter groter dan 0,3 micrometer te weerhouden met een doeltreffendheid van minimaal 99,95%. Van deze voorwaarde wordt afgezien wanneer: De netbeheerder informeert de invoeder over zijn bevindingen ten aanzien van de juistheid van het overlegde rapport uiterlijk 4 weken na overleggen van dit rapport. i) de invoeder een rapport overlegt aan de netbeheerder waaruit blijk dat er geen schadelijke organismen kunnen voorkomen of zich kunnen vormen in het in te voeden gas; ii) de netbeheerder de inhoud van het rapport heeft geverifieerd, en de juistheid daarvan heeft kunnen vaststellen; 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.4c — 2.5.2.4c#
2.5.2.4c hoofdstuk 5a van de Meetcode gas RNB artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit De invoedingsinstallatie is voorzien van een gaskwaliteitsmeetinrichting, die voldoet aan de voorwaarden in, ten behoeve van registratie en vaststelling van de fysische eigenschappen en hoedanigheden van het in te voeden gas, zoals bedoeld in. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.5 — 2.5.2.5#
2.5.2.5 artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit 5a.2.5 van de Meetcode gas RNB 2.5.2.4 2.5.2.4a De invoedingsinstallatie is voorzien van een voorziening ten behoeve van automatische afschakeling waarmee de invoedingsinstallatie wordt afgeschakeld, indien de kwaliteit van het in te voeden gas buiten de inbedoelde grenzen voor de gaskwaliteit komt, blijkend uit het signaal van één of meer van de inenbedoelde bewakingsvoorzieningen of uit de doorlopende kwaliteitsbewaking, zoals bedoeld in. De afschakeling duurt zo lang de gaskwaliteit zich buiten de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit bedoelde grenzen bevindt. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.5a — 2.5.2.5a#
2.5.2.5a 2.5.2.5 Door de netbeheerder kan op afstand worden ingegrepen via de voorziening voor automatische afschakeling, zoals bedoeld in, om de invoeding te kunnen onderbreken, tenzij de netbeheerder en de invoeder zijn overeengekomen dat de aansluiting van de invoedingsinstallatie is voorzien van een door de regionale netbeheerder te bedienen afsluitklep. Deze automatische afstandschakeling vindt plaats conform het Modbus/IEC 60870-5 protocol. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.6 — 2.5.2.6#
2.5.2.6 De invoedingsinstallatie is voorzien van een voorziening voor monsterafname. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.5.2.7 — 2.5.2.7#
2.5.2.7 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.8 — 2.5.2.8#
2.5.2.8 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.5.2.9 — 2.5.2.9#
2.5.2.9 Indien niet aan de voorwaarden voor invoeders wordt voldaan zodat de gaskwaliteit, de systeemintegriteit van het gasdistributienet of de veiligheid in het geding zijn, heeft de regionale netbeheerder uit voorzorg het recht op het onmiddellijk afsluiten van de invoedingsinstallatie. De regionale netbeheerder stelt de invoeder daarvan onmiddellijk op de hoogte. Indien anderszins niet aan de voorwaarden voor invoeders wordt voldaan, stelt de regionale netbeheerder de invoeder een redelijke termijn om de invoedingsinstallatie aan de vereiste voorwaarden aan te passen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.5.2.10 — 2.5.2.10#
2.5.2.10 2.5.2.1 tot en met 2.5.2.3 De voorwaarden zoals genoemd inzijn niet van toepassing indien tussen de netbeheerder en de invoeder wordt overeengekomen dat de in deze artikelen genoemde voorzieningen worden opgenomen in de aansluiting van de invoedingsinstallatie en worden beheerd door de netbeheerder. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 2.6.1.1 — 2.6.1.1#
2.6.1.1 In geval regionale gastransportnetten onderling gekoppeld (kunnen) worden, maken de regionale netbeheerders onderling afspraken over het waarborgen van het samenhangend functioneren van de regionale gastransportnetten en de uitvoering van de allocatie. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.6.1.2 — 2.6.1.2#
2.6.1.2 De regionale netbeheerders bepalen in onderling overleg op welke wijze toegang tot elkaars terrein of installatie geregeld wordt. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.6.2.1 — 2.6.2.1#
2.6.2.1 hoofdstuk 2 van de “Meetcode gas RNB” De netkoppeling van twee regionale gastransportnetten van verschillende regionale netbeheerders is op het overdrachtspunt voorzien van een comptabele meetinrichting die voldoet aan het gestelde in de. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.6.3.1 — 2.6.3.1#
2.6.3.1 Bij onderlinge koppeling van regionale gastransportnetten stellen de regionale netbeheerders na onderling overleg de toe te passen beveiligingsconcepten vast. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.6.3.2 — 2.6.3.2#
2.6.3.2 De onderlinge koppeling van regionale gastransportnetten is in ieder geval voorzien van een beveiliging waarmee de toevoer van het ene regionale gastransportnet naar het andere vice versa in geval van calamiteiten kan worden afgesloten. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.6.3.3 — 2.6.3.3#
2.6.3.3 De eventuele kathodische beschermingen van onderling gekoppelde regionale gastransportnetten dienen onderling elektrisch geïsoleerd te kunnen worden. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.6.3.4 — 2.6.3.4#
2.6.3.4 Instellingen van de beveiligingen, het type beveiliging en de inschakelvoorwaarden worden in de netkoppelingsovereenkomst vastgelegd. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 2.6.4.1 — 2.6.4.1#
2.6.4.1 2.1.1.9 2.1.1.10 De bepalingenmet uitzondering van de bij onderdeel d genoemde norm NEN 7244-6:2005 “Gasvoorzieningsystemen – Leidingen voor maximale druk tot en met 16 bar – Deel 6: Specifieke functionele eisen voor aansluitleidingen” enzijn van overeenkomstige toepassing op netkoppelingen tussen twee regionale gastransportnetten met dien verstande dat in 2.1.1.9 dan in plaats van “aansluitleiding” dient te worden gelezen “netkoppeling tussen twee regionale gastransportnetten”. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 3.1.1 — 3.1.1#
3.1.1 2.1.3 tot en met 2.1.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas Transport vindt plaats op grond van een tussen de regionale netbeheerder en de aangeslotene te sluiten transportovereenkomst en zal voorts alleen plaatsvinden indien de aangeslotene tevens op grond van een geldige aansluitovereenkomst recht heeft op aansluiting en indien bij de netbeheerder bekend is welke partijen ten behoeve van de desbetreffende aansluiting optreden als leverancier, programmaverantwoordelijke en meetverantwoordelijke. De respectievelijke identificaties van genoemde partijen legt de netbeheerder op grond vanvast in zijn aansluitingenregister. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 3.1.2 — 3.1.2#
3.1.2 3.1.1 2.1.3, onderdeel o, van de Informatiecode elektriciteit en gas Indien de aangeslotene voldoet aan het bepaalde inheeft de aangeslotene recht op transport van gas binnen het regionale gastransportnet waarop hij is aangesloten tot een hoeveelheid ter grootte van de op de aansluiting gecontracteerde transportcapaciteit dan wel, indien het de aansluiting van een profielafnemer betreft, een met de G-waarde van de meetinrichting bij de aansluiting overeenkomende capaciteit, zoals op grond vanis vastgelegd in het aansluitingenregister. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 3.1a.1 — 3.1a.1#
3.1a.1 3.1.2 In afwijking vanheeft de invoeder recht op transport van het in te voeden gas binnen het netgebied tot een hoeveelheid ter grootte van de momentane gasafname in dit netgebied mits de bedrijfszekerheid in het netgebied, in de zin van het drukbeheer in het netgebied, niet in gevaar komt. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.1a.2 — 3.1a.2#
3.1a.2 3.1a.1 Indien op grond vantransportcapaciteit aan een invoeder is toegekend en de invoeder maakt hiervan na toekenning geen (volledig) gebruik, heeft de netbeheerder de mogelijkheid om in overleg met en na instemming van de invoeder de transportcapaciteit in te trekken. Zo nodig stelt de netbeheerder de invoeder een redelijke termijn van tenminste een half jaar, indien de invoeder bij voortduring geen (volledig) gebruik maakt van de toegekende transportcapaciteit, alvorens deze toekenning voor het niet gebruikte deel wordt ingetrokken. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.1a.3 — 3.1a.3#
3.1a.3 Indien binnen een netgebied, waarop reeds één of meer invoedingsinstallaties zijn aangesloten en invoeden, een nieuwe invoedingsinstallatie wordt aangesloten en wil invoeden, en deze nieuwe invoedingsinstallatie de aan de bestaande invoeder(s) beschikbaar gestelde transportcapaciteit nadelig kan beïnvloeden door de instellingen van de drukregeling, treft de netbeheerder zo mogelijk maatregelen in het net om deze nadelige invloed op te heffen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.1a.4 — 3.1a.4#
3.1a.4 3.1a.3 Indien de ingenoemde maatregelen ontoereikend zijn, worden maatregelen getroffen in de aansluitingen van zowel de bestaande als de nieuwe invoedingsinstallaties, zodat de overeengekomen transportcapaciteiten met de bestaande invoeders blijven gewaarborgd. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.1a.5 — 3.1a.5#
3.1a.5 3.1a.4 De invoeders zullen bij de toepassing vande netbeheerder toestaan om maatregelen te (laten) treffen die nodig zijn om dit door middel van volume- en drukregeling te kunnen regisseren. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.1a.6 — 3.1a.6#
3.1a.6 3.1a.3 De inbedoelde nieuwe invoedingsinstallatie mag invoeden voor zover het momentane invoedvolume niet groter is dan het verschil tussen de momentane afname in het netgebied en het momentane invoedvolume van de reeds eerder aangesloten invoedingsinstallaties. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.1a.7 — 3.1a.7#
3.1a.7 3.1a.6 Om de uitvoering vanmogelijk te maken, staat de invoeder toe dat de netbeheerder, van de individuele invoeders in een netgebied, continu volumegegevens van de invoeding ontvangen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.1a.8 — 3.1a.8#
3.1a.8 5a.6 van de Meetcode gas RNB Indien de aansluiting niet is of wordt voorzien van een gaskwaliteitsmeting conform, dient de calorische waarde van het in te voeden gas groter of gelijk te zijn aan het gemiddelde van de maandwaarden van de calorische waarde van het gas dat gedurende de afgelopen twaalf maanden vanuit het landelijk gastransportnet in het desbetreffende netgebied is ingevoed. 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 01-04-2017
Artikel 3.2.1 — 3.2.1#
3.2.1 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.2.2 — 3.2.2#
3.2.2 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.1 — 3.3.1#
3.3.1 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.2 — 3.3.2#
3.3.2 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.3 — 3.3.3#
3.3.3 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.4 — 3.3.4#
3.3.4 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.5 — 3.3.5#
3.3.5 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.6 — 3.3.6#
3.3.6 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.7 — 3.3.7#
3.3.7 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.8 — 3.3.8#
3.3.8 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.9 — 3.3.9#
3.3.9 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.10 — 3.3.10#
3.3.10 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.3.11 — 3.3.11#
3.3.11 Vervallen 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.4.1 — 3.4.1#
3.4.1 artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas artikel 3.1, eerste lid, met uitzondering van onderdeel d, van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas Een regionale netbeheerder past een uniforme, door de gezamenlijke netbeheerders overeengekomen werkwijze toe voor de registratie van de onderwerpen, genoemd in. Deze werkwijze omvat tevens de wijze waarop een netbeheerder de prestatie-indicatoren, bedoeld in, vaststelt. De gezamenlijke netbeheerders maken de werkwijze openbaar. 2020 19218 03-04-2020 02-04-2020 ACM/UIT/501234 2020 19218 03-04-2020 02-04-2020 ACM/UIT/501234 04-04-2020
Artikel 3.4.2 — 3.4.2#
3.4.2 Meetcode gas LNB De regionale netbeheerder bewaakt of controle van de ruikbaarheid van het gas overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in dewordt uitgevoerd. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 3.4.3 — 3.4.3#
3.4.3 Meetcode gas LNB De regionale netbeheerder bewaakt of controle van de gaskwaliteit, tot uitdrukking komend in de calorische waarde, de Wobbe-index en de chemische samenstelling, overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in dewordt uitgevoerd. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 3.4.4 — 3.4.4#
3.4.4 2.5.2 artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit 5a.2.2 5a.2.3 van de Meetcode gas RNB 5a.4.1.3 van de Meetcode gas RNB Bij de eerste ingebruikname van een invoedingsinstallatie wordt de invoeding niet eerder gestart dan nadat de invoeder aantoont dat de invoedingsinstallatie voldoet aanen dat de kwaliteit van het in te voeden gas stabiel binnen de inbedoelde grenzen voor de gaskwaliteit is en blijft, blijkend uit de kwaliteitsbewaking, zoals bedoeld inenen de rapportage bedoeld in. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.4.5 — 3.4.5#
3.4.5 artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit 2.5.2.4 tot en met 2.5.2.4c De invoeding wordt door middel van automatische afschakeling direct onderbroken indien de kwaliteit van het in te voeden gas buiten de inbedoelde grenzen voor de gaskwaliteit komt, blijkend uit het signaal van één of meer van de inbedoelde bewakingsvoorzieningen. De invoeding wordt niet eerder herstart dan nadat uit het signaal van één of meer van de in 2.5.2.4 tot en met 2.5.2.4c bedoelde bewakingsvoorzieningen is gebleken dat de kwaliteit van het in te voeden gas binnen de in artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit genoemde grenzen voor de gaskwaliteit is gekomen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.4.6 — 3.4.6#
3.4.6 artikel 2, tweede lid, van de Regeling gaskwaliteit 5a.2.5 van de Meetcode gas RNB De invoeding wordt direct onderbroken indien de kwaliteit van het in te voeden gas buiten de inbedoelde grenzen voor de gaskwaliteit komt, blijkend uit de periodieke kwaliteitsbewaking, zoals bedoeld in, indien sprake is van een nog steeds voortdurende overschrijding van de genoemde grenzen. Bij overige gesignaleerde overschrijdingen geeft de invoeder aan dat de oorzaak van de opgetreden overschrijding inmiddels is weggenomen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.4.7 — 3.4.7#
3.4.7 3.4.6 Indien de invoeding op grond vanis onderbroken vanwege een overschrijding, anders dan van de grenswaarden voor de Wobbe-index en/of de componenten die de Wobbe-index bepalen, dient de invoeder te onderzoeken wat de oorzaak is van het niet voldoen aan de gaskwaliteit en over welke periode van invoeding niet aan de gestelde eisen is voldaan. De invoeding wordt niet hervat dan nadat de invoeder heeft aangegeven welke maatregelen hij treft om herhaling er van te voorkomen en hij over deze maatregelen overeenstemming heeft bereikt met de regionale netbeheerder. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.4.8 — 3.4.8#
3.4.8 De invoeder maakt tenminste vijf werkdagen van te voren bekend wanneer hij voornemens is een invoedingsinstallatie in onderhoud te nemen, dan wel deze om andere redenen buiten bedrijf te stellen, dan wel wanneer de invoeding van gas om andere redenen gepland zal worden onderbroken. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.4.9 — 3.4.9#
3.4.9 2.5.2.1 tot en met 2.5.2.6 De invoeding wordt direct onderbroken indien één of meer van de ingenoemde voorzieningen niet goed functioneert. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.4.10 — 3.4.10#
3.4.10 2.5.1.4 De regionale netbeheerder kan, in gevallen zoals bedoeld in, nadere eisen stellen aan de invoeder van gas over het controleren van het in te voeden gas. De invoeder van gas legt de regionale netbeheerder een procedure voor waarin is aangegeven hoe de invoeder de controle zal uitvoeren. Na goedkeuring van deze procedure van de netbeheerder kan invoeding plaats vinden. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 3.4.11 — 3.4.11#
3.4.11 De regionale netbeheerder kan op grond van zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het bij aangeslotenen af te leveren gas zelf controlemetingen (laten) uitvoeren op de aansluiting waar gas wordt ingevoed. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 4.1.1 — 4.1.1#
4.1.1 De regionale netbeheerder stelt al hetgeen redelijkerwijs binnen zijn vermogen ligt in het werk om onderbreking van de transportdienst te voorkomen, of indien een onderbreking van de transportdienst optreedt, deze zo snel mogelijk te verhelpen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.2.1 — 4.1.2.1#
4.1.2.1 De regionale netbeheerder is binnen twee uur na melding door de aangeslotene ter plaatse indien een storing aan de aansluiting van een aangeslotene is opgetreden. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.2.2 — 4.1.2.2#
4.1.2.2 De regionale netbeheerder handelt correspondentie van een aangeslotene binnen 10 werkdagen af. Indien een oplossing in deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen 5 werkdagen bericht binnen welke termijn een adequate reactie kan worden verwacht. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.2.3 — 4.1.2.3#
4.1.2.3 De regionale netbeheerder hanteert bij het maken van afspraken met een aangeslotene tijdsblokken van twee uur. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.2.4 — 4.1.2.4#
4.1.2.4 De regionale netbeheerder voert met de aangeslotene overeengekomen werkzaamheden waarmee volgens de planning minder dan 4 mensuren zijn gemoeid, binnen drie dagen uit indien daarvoor de transportdienst aan andere aangeslotenen niet hoeft te worden onderbroken. Indien de transportdienst aan andere aangeslotenen wel moet worden onderbroken, bedraagt deze termijn maximaal 10 werkdagen. Voor werkzaamheden waarmee volgens de planning meer dan 4 mensuren zijn gemoeid, bedraagt de termijn waarop de werkzaamheden aanvangen maximaal 10 werkdagen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.2.5 — 4.1.2.5#
4.1.2.5 Voor het uitvoeren van inpandige werkzaamheden op verzoek van de regionale netbeheerder, maakt de regionale netbeheerder tenminste vijf werkdagen van tevoren schriftelijk of telefonisch een afspraak met de aangeslotene. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.2.6 — 4.1.2.6#
4.1.2.6 De regionale netbeheerder stelt de aangeslotene tenminste drie werkdagen van tevoren op de hoogte van door hem geplande werkzaamheden waarbij de transportdienst bij de aangeslotene moet worden onderbroken. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.3.1 — 4.1.3.1#
4.1.3.1 Indien de transportdienst aan een aangeslotene moet worden onderbroken, stelt de regionale netbeheerder de aangeslotene tenminste tien werkdagen van te voren op de hoogte van de door hem geplande werkzaamheden. De regionale netbeheerder stelt de datum van de genoemde werkzaamheden pas vast na overleg met de daardoor getroffen aangeslotenen, waarbij hij in redelijkheid de belangen van de aangeslotenen weegt. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.3.2 — 4.1.3.2#
4.1.3.2 De regionale netbeheerder handelt correspondentie van een aangeslotene binnen tien werkdagen af. Indien een oplossing in deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een adequate reactie kan worden verwacht. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.3.3 — 4.1.3.3#
4.1.3.3 De regionale netbeheerder voegt aan de offertes indicatieve nettekeningen toe waaruit de plaats in het net blijkt waarop het aansluittarief is gebaseerd en waaruit de plaats in het net blijkt waar de aangeslotene waarschijnlijk zal worden aangesloten. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.3.4 — 4.1.3.4#
4.1.3.4 De regionale netbeheerder maakt uiterlijk twee uur nadat een onderbreking van de transportdienst aan hem is gemeld, een begin met de werkzaamheden die moeten leiden tot de opheffing van de onderbreking. De regionale netbeheerder informeert aangeslotenen desgevraagd over de omvang van de onderbreking, de te verwachten duur en de door de regionale netbeheerder te nemen maatregelen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.3.5 — 4.1.3.5#
4.1.3.5 De regionale netbeheerder geeft aan door een onderbreking van de transportdienst getroffen aangeslotenen op hun verzoek binnen 10 werkdagen een verklaring voor het ontstaan van de onderbreking. Indien dit binnen deze termijn niet mogelijk is, geeft de regionale netbeheerder binnen genoemde termijn aan wanneer de aangeslotene de verklaring van de regionale netbeheerder mag verwachten. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.1.4 — 4.1.4#
4.1.4 4.1.2 4.1.3 Indien en voor zover door de regionale netbeheerder in overleg met de aangeslotene voor één of meer van de inofgenoemde kwaliteitscriteria afwijkende afspraken zijn gemaakt, zijn deze afspraken van toepassing in plaats van de desbetreffende in 4.1.2 of 4.1.3 genoemde kwaliteitscriteria. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.2.0 — 4.2.0#
4.2.0 De aangeslotene heeft recht op een financiële compensatie bij storingen die voor een periode langer dan 4 uren tot een onderbreking van het transport van gas leiden, met uitzondering van voorziene onderbrekingen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.2.1 — 4.2.1#
4.2.1 4.2.2 De regionale netbeheerder betaalt, onverminderd het bepaalde in, aangeslotenen op zijn net bij wie het transport van gas ten gevolge van een storing is onderbroken, per onderbreking een compensatievergoeding ter hoogte van het hieronder genoemde bedrag: 4.2.5 De duur van de onderbreking wordt bepaald op grond van. a. per aansluiting van een kleinverbruiker bedraagt de compensatievergoeding EUR 35,– bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 20,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking; b. per aansluiting van een profielgrootverbruiker bedraagt de compensatievergoeding EUR 195,– bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 100,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking; c. per aansluiting van een telemetriegrootverbruiker bedraagt de compensatievergoeding € 910,– bij een onderbreking van 4 tot 8 uur, vermeerderd met EUR 500,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen bij de eerstvolgende jaar- respectievelijk maandafrekening. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.2.2 — 4.2.2#
4.2.2 4.2.1 De ingenoemde verplichting geldt niet voor de regionale netbeheerders, wanneer een onderbreking van de transportdienst het gevolg is van een afschakeling van belasting op verzoek van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.2.3 — 4.2.3#
4.2.3 4.2.1 De ingenoemde verplichting geldt eveneens voor een netbeheerder ten aanzien van een aangeslotene op een net van een andere netbeheerder indien de onderbreking van de transportdienst bij de desbetreffende aangeslotene zijn oorsprong vindt in het gastransportnet van de eerstbedoelde netbeheerder. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.2.4 — 4.2.4#
4.2.4 4.2.0 De ingenoemde termijn van 4 uur vangt voor alle door de onderbreking van de transportdienst getroffen aangeslotenen aan op het moment dat de regionale netbeheerder de eerste melding van een onderbreking ontvangt of, indien dat eerder is, het moment van vaststelling van de onderbreking door de netbeheerder. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 4.2.5 — 4.2.5#
4.2.5 4.2.4 De duur van de onderbreking wordt voor alle door de onderbreking van het transport van gas getroffen aangeslotenen bepaald als de tijdsduur tussen de ingedefinieerde aanvang van de onderbreking en het moment dat het transport voor alle door de onderbreking van de transportdienst getroffen aangeslotenen is hersteld en voor de eerste keer is gecontroleerd of de betroffen aangeslotenen veilig gas kan worden geleverd. De regionale netbeheerder dient te registreren op welk moment deze controle heeft plaatsgevonden. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 5.1.1 — 5.1.1#
5.1.1 Indien er zich situaties voordoen die niet zijn voorzien in deze code, bepaalt de regionale netbeheerder (in geval van een netkoppeling de regionale netbeheerders onderling) welke maatregelen nodig zijn, rekening houdend met de technische hoedanigheden van de gasinstallatie van de desbetreffende aangeslotene en de belangen van alle aangeslotenen. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 5.2.1 — 5.2.1#
5.2.1 In gevallen waarin aan een of meer bepalingen van deze code op het tijdstip van inwerkingtreding ervan niet wordt voldaan, en de regionale netbeheerder daardoor zijn wettelijke taken niet kan uitvoeren, treedt de regionale netbeheerder met de betrokkene, of treden de gezamenlijke netbeheerders onderling, in overleg teneinde vast te stellen welke aanpassingen noodzakelijk zijn en binnen welke termijn deze dienen te zijn doorgevoerd. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 5.2.2 — 5.2.2#
5.2.2 artikel VI, eerste lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas) In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een vrijstelling of ontheffing is verleend zoals bedoeld in, tot op het tijdstip waarop deze van rechtswege komt te vervallen ingevolge het vierde, vijfde of zesde lid van dat artikel. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 5.2.3 — 5.2.3#
5.2.3 artikel VI, zevende lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas) In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een ontheffing is verleend zoals bedoeld in, tot op het in het genoemde artikellid bedoelde tijdstip. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 5.2.4 — 5.2.4#
5.2.4 Deze code wordt aangehaald als: “Aansluit- en transportcode gas RNB”. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 6.1 — 6.1#
6.1 De Aansluit- en transportvoorwaarden Gas – RNB, zoals vastgesteld bij besluit van 21 november 2006 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 6.2 — 6.2#
6.2 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het is geplaatst. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016
Artikel 6.3 — 6.3#
6.3 Dit besluit wordt aangehaald als: Aansluit- en transportcode gas RNB. 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 2016 21503 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202157 12-05-2016