Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, kenmerk ACM/DE/2016/202160, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 12b van de Gaswet (Meetcode gas RNB)
- BWB-id
- BWBR0037925
- Type
- zbo
- Ministerie
- Autoriteit Consument en Markt
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-05-08
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037925
- ELI
- /eli/nl/zbo/2016/meetcode-gas-rnb
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2016/meetcode-gas-rnb/2025-05-08
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037925&g=2025-05-08
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037925&z=2026-06-06&g=2025-05-08
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037925/2025-05-08
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2016/meetcode-gas-rnb
Artikel 1.1.1 — 1.1.1#
1.1.1 artikel 12b, eerste lid, onderdeel b, van de Gaswet Deze code bevat de voorwaarden zoals bedoeld in. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.1.2 — 1.1.2#
1.1.2 wet Meetinrichtingen voldoen ten minste aan de daaraan in of krachtens degestelde eisen. Ingeval van strijdigheid tussen een dwingende wettelijke eis en een eis uit deze code, geldt de dwingende wettelijke eis. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.1.3 — 1.1.3#
1.1.3 Gaswet Begrippencode gas artikel 12b van de Gaswet De in deze code gebruikte begrippen die ook in deworden gebruikt, hebben de betekenis die daaraan in de Gaswet is toegekend. Van de overige in deze code gebruikte begrippen is de betekenis vastgelegd in debehorende bij de voorwaarden bedoeld in. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.1.4 — 1.1.4#
1.1.4 Metrologiewet In zoverre een meetinrichting onder devalt, is deze code niet van toepassing ten aanzien van een onderwerp dat voor die meetinrichting in de Metrologiewet wordt geregeld. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.1.1 — 1.2.1.1#
1.2.1.1 Metrologiewet De meterbeheerder participeert in het door de toezichthouder op degoedgekeurde systeem van systematische (steekproefsgewijze) periodieke controle van in gebruik zijnde meters zoals uitgevoerd in opdracht van de deelnemende meterbeheerders gezamenlijk of toont aan op andere, ter beoordeling van de toezichthouder op de Metrologiewet, aanvaardbare gelijkwaardige wijze te voorzien in een dergelijke controle. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.2.1 — 1.2.2.1#
1.2.2.1 Het deel van de op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting dat geplaatst moet worden in het perceel van de aangeslotene wordt geplaatst door een meterplaatser die is erkend conform bijlage 4 of door de regionale netbeheerder. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.2.2 — 1.2.2.2#
1.2.2.2 De regionale netbeheerder verstrekt aan de meterplaatser op diens verzoek: a. de bedrijfsspecifieke informatie die nodig is voor het uitvoeren van werkzaamheden, aan of in de onmiddellijke nabijheid van de aansluiting, die verband houden met de plaatsing van meetinrichtingen; b. het recht om verzegelingen die door of vanwege de regionale netbeheerder zijn aangebracht te schenden of verbreken indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van werkzaamheden aan of in de onmiddellijke nabijheid van de aansluiting, die verband houden met de plaatsing van meetinrichtingen; c. 4.1.2 het recht om namens de regionale netbeheerder verzegelingen aan te brengen conform de ingenoemde voorwaarden. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.3.1 — 1.2.3.1#
1.2.3.1 bijlage 3.2 Tot het uitoefenen van meetverantwoordelijkheid voor een grootverbruikaansluiting zijn personen toegelaten die hiervoor conformzijn erkend. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.3.2 — 1.2.3.2#
1.2.3.2 hoofdstukken 4 5 6 Per grootverbruikaansluiting is er één meetverantwoordelijke voor alle uit de,envan deze code voortvloeiende werkzaamheden. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.3.3 — 1.2.3.3#
1.2.3.3 1.2.3.1 Een aangeslotene die de meetverantwoordelijkheid voor zijn grootverbruikaansluiting(en) niet zelf uitoefent, draagt die meetverantwoordelijkheid over aan een inbedoelde persoon. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.3.4 — 1.2.3.4#
1.2.3.4 Indien de aangeslotene bij ingebruikname van de grootverbruikaansluiting geen meetverantwoordelijke aanwijst, of indien de aangeslotene de regionale netbeheerder hieromtrent verzoekt, wijst de regionale netbeheerder voor de aangeslotene een meetverantwoordelijke aan. De aangeslotene heeft het recht om van meetverantwoordelijke te wisselen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.3.5 — 1.2.3.5#
1.2.3.5 Een aangeslotene die de meetverantwoordelijkheid voor zijn aansluiting(en) niet zelf uitoefent, machtigt een meetverantwoordelijke voor het opvragen van informatie uit het aansluitingenregister van de regionale netbeheerder, betrekking hebbend op de aansluiting van de aangeslotene alsmede voor het afwikkelen van het proces van overdracht van meetverantwoordelijkheid. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.4.1 — 1.2.4.1#
1.2.4.1 De eigenaar van de meetinrichting is gerechtigd vanaf tien werkdagen na de datum waarop de beheerovereenkomst afloopt (delen van) de meetinrichting te (laten) verwijderen. Hierbij dient de meetverantwoordelijke ervoor te zorgen dat het overdrachtspunt in goede en veilige toestand achter blijft. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.4.2 — 1.2.4.2#
1.2.4.2 4.6 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas Ingeval tussen de aangeslotene en een andere meetverantwoordelijke binnen tien werkdagen na beëindiging van de oude beheerovereenkomst alsnog een beheerovereenkomst in werking treedt, wordt voor zover van toepassing vanaf dat moment de werkwijze volgensgevolgd. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.4.3 — 1.2.4.3#
1.2.4.3 Indien niet voldaan wordt aan het gestelde in 1.2.4.3, deactiveert de regionale netbeheerder de aansluiting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.1 — 1.2.5.1#
1.2.5.1 De vangnetregeling is van toepassing vanaf het moment dat de erkenning van de meetverantwoordelijke is ingetrokken tot het moment dat er voor de desbetreffende aansluiting een nieuwe meetverantwoordelijke is aangewezen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.2 — 1.2.5.2#
1.2.5.2 Telemetriegrootverbruikers hebben tien werkdagen de tijd om een nieuwe meetverantwoordelijke aan te wijzen. De overige aangeslotenen hebben 40 werkdagen de tijd om een nieuwe meetverantwoordelijke aan te wijzen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.3 — 1.2.5.3#
1.2.5.3 1.2.5.2 Indien de aangeslotene niet zelf binnen de ingenoemde termijn een nieuwe meetverantwoordelijke aanwijst, wijst de regionale netbeheerder voor de aangeslotene een nieuwe meetverantwoordelijke aan. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.4 — 1.2.5.4#
1.2.5.4 Onverwijld nadat hij bericht heeft ontvangen van de intrekking van de erkenning meldt de regionale netbeheerder de desbetreffende aangeslotene of diens gemachtigde bij aangetekende brief, dat: a. de erkenning van de door of namens hem aangewezen meetverantwoordelijke is ingetrokken; b. in verband met het intrekken van de erkenning van de door of namens de aangeslotene aangewezen meetverantwoordelijke de vangnetregeling in werking treedt; c. de aangeslotene verplicht is er alles aan te doen om te voorkomen dat zolang de vangnetregeling van toepassing is, de meetinrichting en de eventueel daarbij behorende communicatiemiddelen worden verwijderd of gewijzigd of niet meer functioneren of kunnen functioneren; d. 1.2.5.2 de aangeslotene de gelegenheid heeft om binnen de ingenoemde termijn een nieuwe meetverantwoordelijke aan te wijzen; e. 1.2.5.2 indien de aangeslotene niet zelf binnen de ingenoemde termijn een nieuwe meetverantwoordelijke aanwijst, de regionale netbeheerder voor de aangeslotene een nieuwe meetverantwoordelijke aanwijst, waarbij de regionale netbeheerder ten behoeve van de aangeslotene aangeeft wat de tarieven en voorwaarden zijn die door de door hem aan te wijzen meetverantwoordelijke worden gehanteerd, dan wel aangeeft op welke wijze deze tarieven en voorwaarden voor de aangeslotene toegankelijk zijn. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.5 — 1.2.5.5#
1.2.5.5 5.3.1 6.4.2 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas Indien mogelijk treft de regionale netbeheerder bij aangeslotenen met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, waarbij de verzameling van meetgegevens, zoals bedoeld in, en de overdracht van meetgegevens, zoals bedoeld in, ondanks de intrekking van de erkenning van de meetverantwoordelijke correct blijven functioneren, een regeling met de desbetreffende programmaverantwoordelijke om de desbetreffende meetgegevens te gebruiken zolang de vangnetregeling van toepassing is. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.6 — 1.2.5.6#
1.2.5.6 1.2.5.5 Indien de ingenoemde oplossing niet mogelijk is, worden, zolang de vangnetregeling van toepassing is, de meetgegevens ten behoeve van de allocatie, voor aansluitingen met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, vastgesteld op basis van: a. het jaarverbruik van de voorafgaande periode en b. een profiel dat, indien mogelijk, is gebaseerd op historische meetgegevens. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.7 — 1.2.5.7#
1.2.5.7 1.2.5.6 Het inbedoelde, op historische meetgegevens gebaseerde profiel wordt door de regionale netbeheerder vastgesteld na overleg met de aangeslotene. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.8 — 1.2.5.8#
1.2.5.8 1.2.5.6 Indien voor het inbedoelde profiel geen gebruik gemaakt kan worden van historische meetgegevens wordt gebruik gemaakt van een, door de gezamenlijke netbeheerders en de programma-verantwoordelijken vooraf vastgesteld, noodprofiel. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.9 — 1.2.5.9#
1.2.5.9 Zolang de vangnetregeling van toepassing is, is de meetverantwoordelijke wiens erkenning is ingetrokken, alsmede een eventuele beoogde nieuwe meetverantwoordelijke verplicht er alles aan te doen om te voorkomen dat de meetinrichting en de eventueel daarbij behorende communicatiemiddelen worden verwijderd of gewijzigd of niet meer functioneren of kunnen functioneren. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.10 — 1.2.5.10#
1.2.5.10 1.2.5.9. In het geval de meetverantwoordelijke in faillissement verkeert of surseance van betaling is verleend, wijst de MV-erkenner de curator respectievelijk bewindvoerder op de verplichting zoals genoemd inZo nodig stelt de MV-erkenner zich garant voor de eventuele kosten hiervan, maximaal gedurende de periode dat de vangnetregeling van toepassing is. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.11 — 1.2.5.11#
1.2.5.11 6.4.2 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas Indien er, nadat de nieuwe meetverantwoordelijke is aangewezen, nog geen overdracht van meetgegevens kan plaats vinden zoals bedoeld in, treft de regionale netbeheerder met de nieuwe meetverantwoordelijke en de programmaverantwoordelijke die het aangaat een regeling omtrent de te gebruiken meetwaarden. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.12 — 1.2.5.12#
1.2.5.12 Indien er sprake is van een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, stelt de nieuwe meetverantwoordelijke onverwijld vast wat de meterstanden zijn aan het begin en het einde van de periode waarop de vangnetregeling van toepassing is geweest, alsmede het verbruik gedurende die periode, en geeft deze door aan de regionale netbeheerder. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 1.2.5.13 — 1.2.5.13#
1.2.5.13 5.2.1 5.2.2 Indien er geen sprake is van een telemetriegrootverbruikmeetinrichting en indien de dataverzameling als bedoeld inofplaats zou moeten vinden in de periode waarin de vangnetregeling van toepassing is, wordt deze datacollectie opgeschort en vindt deze plaats binnen een maand nadat de nieuwe meetverantwoordelijke is aangewezen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 2.1.1 — 2.1.1#
2.1.1 hoofdstuk 2 De bepalingen vanzijn van toepassing op meetinrichtingen die verbonden zijn met netkoppelingen en de aansluiting van aangeslotenen. 2018 22667 23-04-2018 12-04-2018 ACM/UIT/421626 2018 22667 23-04-2018 12-04-2018 ACM/UIT/421626 24-04-2018
Artikel 2.1.2 — 2.1.2#
2.1.2 Meetcode gas LNB Meetinrichtingen in het overdrachtspunt van een aansluiting op een gastransportnet waarvan de gasdruk hoger is dan 8 bar (overdruk) on meetinrichtingen in het overdrachtspunt tussen twee gastransportnetten waarbij de gasdruk in den of beide gastransportnetten hoger is dan 8 bar (overdruk) voldoen aan de technische eisen genoemd in de. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 2.2.1 — 2.2.1#
2.2.1 3 In het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting met een totale maximale capaciteit van ten hoogste 40 m(n) per uur is een niet op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting of een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aanwezig. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 2.3.1 — 2.3.1#
2.3.1 4.3.1.3 4.3.1.8 van de Allocatiecode gas B5.2.4 van de Allocatiecode gas 4.3.4 Een aansluiting, waarop de aangeslotene conformofde afnamecategorie GGV respectievelijk GIS toegekend heeft gekregen, alsmede een netkoppeling tussen twee regionale gastransportnetten zoals bedoeld in, dient een uurlijks uitleesbare telemetriegrootverbruikmeetinrichting, zoals beschreven inte hebben. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 2.3.2 — 2.3.2#
2.3.2 4.3.1.5 4.3.1.10 van de Allocatiecode gas 4.3.4 Een aansluiting, waarop de aangeslotene conformofde afnamecategorie GXX respectievelijk GIN toegekend heeft gekregen, dient een minimaal maandelijks uitleesbare of een uurlijks uitleesbare telemetriegrootverbruikmeetinrichting, zoals beschreven inte hebben. 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 21-01-2017 Voor het uitfaseren van de dagallocatie geldt een invoeringsdatum
van 1 januari 2018.
Artikel 2.3.3 — 2.3.3#
2.3.3 4.3.1.7 van de Allocatiecode gas 4.3.3 4.3.4 Een aansluiting, waarop de aangeslotene conformde afnamecategorie G2C toegekend heeft gekregen, dient een profielgrootverbruikmeetinrichting zoals beschreven in, een minimaal maandelijks uitleesbare of een uurlijks uitleesbare telemetriegrootverbruikmeetinrichting, zoals beschreven inte hebben. 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 15-03-2019
Artikel 2.4.1 — 2.4.1#
2.4.1 De meterbeheerder van een meetinrichting in de netkoppeling van regionale netbeheerders is een door de beide regionale netbeheerders aangewezen meetverantwoordelijke. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 2.4.2 — 2.4.2#
2.4.2 De meterbeheerder van een meetinrichting van een kleinverbruikaansluiting is de regionale netbeheerder. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 2.4.3 — 2.4.3#
2.4.3 De meterbeheerder van een meetinrichting van een grootverbruikaansluiting is de door de aangeslotene aangewezen meetverantwoordelijke. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.1.1 — 3.1.1#
3.1.1 Er is sprake van prioriteitsplaatsing indien de aangeslotene op zijn verzoek of op verzoek van een derde ten behoeve van zijn kleinverbruikaansluiting – voorafgaande aan de collectieve uitrol van op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichtingen in de desbetreffende wijk, de beschikking krijgt over een door of namens de regionale netbeheerder geplaatste op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.1.2 — 3.1.2#
3.1.2 paragraaf 3.2 Indien de aangeslotene dit verzoekt, komt hij in aanmerking voor een prioriteitsplaatsing. Voor de aanvraag van een prioriteitsplaatsing isvan toepassing. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.1.3 — 3.1.3#
3.1.3 Er is sprake van een plaatsing door derden van een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting indien een aangeslotene ten behoeve van zijn kleinverbruikaansluiting – voorafgaande aan de collectieve uitrol van op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichtingen in de desbetreffende wijk -de beschikking krijgt over een door een meterplaatser geplaatste op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.1.4 — 3.1.4#
3.1.4 paragraaf 3.3 Voor het op verzoek van de aangeslotene door een ander dan de regionale netbeheerder ter beschikking stellen van een door de regionale netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting, isvan toepassing. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.1.5 — 3.1.5#
3.1.5 paragraaf 3.4 Voor het op verzoek van de aangeslotene door een ander dan de regionale netbeheerder ter beschikking stellen van een niet door de regionale netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting, isvan toepassing. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.2.1 — 3.2.1#
3.2.1 Indien de aangeslotene of een derde een prioriteitsplaatsing wenst, geeft de aangeslotene of diens gemachtigde de regionale netbeheerder opdracht voor een prioriteitsplaatsing en verstrekt daarbij de volgende gegevens: a. de EAN-code van de aansluiting; b. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; c. correspondentieadres en gegevens voor facturering van de kosten voor de prioriteitsplaatsing. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.2.2 — 3.2.2#
3.2.2 De regionale netbeheerder controleert: a. of de melding aan de juiste regionale netbeheerder is gedaan; b. of het een aansluiting betreft die in aanmerking komt voor plaatsing van een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting; c. of er op de desbetreffende aansluiting nog geen op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting is geplaatst; d. of plaatsing van de meter op het adres niet binnen drie maanden is ingepland door de regionale netbeheerder; e. voor zover dit op afstand is te bepalen: of plaatsing van de meter technisch mogelijk is; f. voor zover dit op afstand is te bepalen: of plaatsing van de meter financieel redelijk is en of dit in verhouding staat tot potentiële energiebesparingen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.2.3 — 3.2.3#
3.2.3 3.2.2 3.2.1 Het resultaat van de ingenoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de inbedoelde aanvraag meegedeeld aan de aangeslotene of diens gemachtigde. Indien niet aan alle in 3.2.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure prioriteitsplaatsing gestopt. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.2.4 — 3.2.4#
3.2.4 3.2.1 De regionale netbeheerder neemt binnen drie maanden na de inbedoelde aanvraag de oude meetinrichting weg en plaatst de nieuwe op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.2.5 — 3.2.5#
3.2.5 3.2.4 De ingenoemde verplichting van de regionale netbeheerder vervalt indien het niet lukt om in de in 3.2.4 genoemde periode een afspraak over de plaatsing te maken met de aangeslotene of indien de aangeslotene zich niet houdt aan de gemaakte afspraak. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.2.6 — 3.2.6#
3.2.6 Nadat geconstateerd is dat de nieuwe meetinrichting gedurende vijf aaneengesloten dagen op afstand uitleesbaar is, wordt de aangeslotene of diens gemachtigde hierover door de regionale netbeheerder geïnformeerd. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.1 — 3.3.1#
3.3.1 artikel 13d, lid 6 artikel 13e, lid 7 van de Wet Een ander dan de regionale netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene, conformof, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een door de regionale netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de regionale netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens: a. de EAN-code van de aansluiting; b. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; c. naam en contactgegevens van de meterplaatser; d. naam en contactgegevens van de aanvrager. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.2 — 3.3.2#
3.3.2 De regionale netbeheerder controleert of: a. de meterplaatser is erkend; b. het een aansluiting betreft die in aanmerking komt voor plaatsing van een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting; c. de melding aan de juiste regionale netbeheerder is gedaan; d. er op de desbetreffende aansluiting nog geen op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting is geplaatst; e. plaatsing van de meter op het adres niet binnen drie maanden is ingepland door de regionale netbeheerder. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.3 — 3.3.3#
3.3.3 3.3.2 3.3.1 artikel 13d, zesde lid artikel 13e, zevende lid, van de Wet Het resultaat van de ingenoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de inbedoelde melding meegedeeld aan de ander dan de regionale netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform, of, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. Indien niet aan alle in 3.3.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een door de regionale netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.4 — 3.3.4#
3.3.4 3.3.3 De meterplaatser neemt binnen vijftien werkdagen na de inbedoelde melding contact op met de regionale netbeheerder voor het maken van afspraken over de datum en het tijdstip van de verwijdering van de oude meetinrichting en plaatsing van de nieuwe meetinrichting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.5 — 3.3.5#
3.3.5 3.3.4 De regionale netbeheerder verstrekt uiterlijk vijf werkdagen voor de conformgeplande plaatsing: a. de te plaatsen op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting met de daarbij behorende gebruiks- en montage- en transportinstructies b. de meterwisselgegevens: – het meternummer van de huidige meetinrichting; – de marge waarbinnen de tellerstand(en) van de huidige meetinrichting moeten liggen ten tijde van de plaatsing. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.6 — 3.3.6#
3.3.6 3.3.5 De meterplaatser controleert of de vastgelegde tellerstanden van de oude meetinrichting zich binnen de inbedoelde marge bevinden en of het meternummer van de oude meetinrichting klopt. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.7 — 3.3.7#
3.3.7 De meterplaatser neemt de oude meetinrichting weg en plaatst de door de regionale netbeheerder verstrekte op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.8 — 3.3.8#
3.3.8 De meterplaatser legt ter plekke vast: en laat de aangeslotene met het plaatsen van zijn/haar handtekening verklaren dat hij/zij akkoord gaat met bovengenoemde gegevens. a. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; b. de datum van de meterwisseling; c. het meternummer en de tellerstand(en) van de oude meetinrichting; d. het meternummer en de tellerstand(en) van de nieuwe meetinrichting; 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.9 — 3.3.9#
3.3.9 Indien de aangeslotene niet verklaart dat de tellerstand(en) van de oude meetinrichting juist zijn, zorgt de meterplaatser voor een foto met tellerstanden en meternummer. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.10 — 3.3.10#
3.3.10 3.3.8 De meterplaatser verzendt de ingenoemde gegevens binnen een werkdag na de dag van plaatsing in een door de gezamenlijke netbeheerders opgesteld format voor elektronische gegevensuitwisseling aan de regionale netbeheerder. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.11 — 3.3.11#
3.3.11 3.3.4 De meterplaatser levert de oude meetinrichting conform de ingenoemde afspraken af bij de regionale netbeheerder. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.12 — 3.3.12#
3.3.12 De regionale netbeheerder controleert of de nieuwe meetinrichting gedurende vijf aaneengesloten dagen op afstand uitleesbaar is. Indien dit niet het geval is wordt de meterplaatser in de gelegenheid gesteld om het probleem uiterlijk binnen tien werkdagen op te lossen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.13 — 3.3.13#
3.3.13 artikel 13d, zesde lid artikel 13e, zevende lid, van de Wet Nadat geconstateerd is dat de nieuwe meetinrichting gedurende vijf aaneengesloten dagen op afstand uitleesbaar is, wordt de plaatsing geaccepteerd door de regionale netbeheerder en worden de ander dan de regionale netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform, of, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting en de meterplaatser hierover geïnformeerd door de regionale netbeheerder. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.14 — 3.3.14#
3.3.14 Wet De regionale netbeheerder neemt, na acceptatie, de nieuw geplaatste op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting in beheer en betaalt de bij of krachtens dedaartoe vastgestelde vergoeding. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.3.15 — 3.3.15#
3.3.15 3.3.10 De regionale netbeheerder bewaart de op grond vanontvangen gegevens tenminste twee jaar. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.1 — 3.4.1#
3.4.1 artikel 13d, zesde lid artikel 13e, zevende lid, van de Wet Een ander dan de regionale netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform, of, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een niet door de regionale netbeheerder geleverde op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de regionale netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens: a. de EAN-code van de aansluiting; b. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; c. naam en contactgegevens van de meterplaatser; d. merk en type-aanduiding van de te plaatsen op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting; e. naam en contactgegevens van de aanvrager. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.2 — 3.4.2#
3.4.2 De regionale netbeheerder controleert of: a. de melding aan de juiste regionale netbeheerder is gedaan; b. het een aansluiting betreft die in aanmerking komt voor plaatsing van een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting; c. er op de desbetreffende aansluiting nog geen op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting is geplaatst; d. de plaatsing van de meter op het adres niet binnen drie maanden is ingepland door de regionale netbeheerder; e. de meterplaatser erkend is; f. Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen de te plaatsen op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting voldoet aan de bij of krachtens de in hetgestelde eisen en of deze meetinrichting informatie kan uitwisselen met (het informatiesysteem van) de regionale netbeheerder zonder dat dit specifieke aanpassingen aan het informatie- c.q. uitleessysteem van de betreffende regionale netbeheerder behoeft; 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.3 — 3.4.3#
3.4.3 3.4.2 3.4.1 artikel 13d, lid 6 artikel 13e, lid 7 van de Wet Het resultaat van de ingenoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de inbedoelde melding meegedeeld aan de ander dan de regionale netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conformof, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. Indien niet aan alle in 3.4.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een niet door de regionale netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.4 — 3.4.4#
3.4.4 3.4.3 De meterplaatser neemt binnen vijftien werkdagen na de inbedoelde melding contact op met de regionale netbeheerder voor het maken van afspraken over de datum en het tijdstip van de verwijdering van de oude meetinrichting en plaatsing van de nieuwe meetinrichting en over de toegankelijkheid van de communicatievoorziening. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.5 — 3.4.5#
3.4.5 3.4.4 De regionale netbeheerder verstrekt uiterlijk vijf werkdagen voor de conformgeplande plaatsing de meterwisselgegevens: a. het meternummer van de huidige meetinrichting; b. de marge waarbinnen de tellerstand(en) van de huidige meetinrichting moeten liggen ten tijde van de plaatsing. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.6 — 3.4.6#
3.4.6 3.4.5 De meterplaatser controleert of de vastgelegde tellerstanden van de oude meetinrichting zich binnen de inbedoelde marge bevinden en of het meternummer van de oude meetinrichting klopt. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.7 — 3.4.7#
3.4.7 De meterplaatser neemt de oude meetinrichting weg en plaatst de op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.8 — 3.4.8#
3.4.8 De meterplaatser legt ter plekke vast: en laat de aangeslotene met het plaatsen van zijn/haar handtekening verklaren dat hij/zij akkoord gaat met bovengenoemde gegevens. a. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; b. de datum en de tijd van de meterwisseling; c. het meternummer en de tellerstand(en) van de oude meetinrichting; d. serienummer, metercode en bouwjaar van de nieuwe meetinrichting; e. de tellerstand(en) van de nieuwe meetinrichting; 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.9 — 3.4.9#
3.4.9 Indien de aangeslotene niet verklaart dat de tellerstand(en) van de oude meetinrichting juist zijn, zorgt de meterplaatser voor een foto met tellerstanden en meternummer. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.10 — 3.4.10#
3.4.10 3.11.1 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas De meterplaatser verzamelt de additionele gegevens die de regionale netbeheerder nodig heeft voor de uitvoering van, te weten voor elk telwerk van de geplaatste of gewijzigde meetinrichting, indien van toepassing, de volgende gegevens: – de telwerkindicatie; – de tariefzone; – de energierichting; – de meeteenheid; – het aantal posities voor de komma; – de vermenigvuldigingsfactor. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.11 — 3.4.11#
3.4.11 De meterplaatser verzamelt de gegevens omtrent het type meetinrichting en de wijze van communicatie die nodig zijn voor het functioneren van de meetinrichting met inbegrip van het tot stand komen van de communicatie. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.12 — 3.4.12#
3.4.12 3.4.8 3.4.10 3.4.11 De meterplaatser verzendt de in,engenoemde gegevens binnen één werkdag na de dag van plaatsing in een door de gezamenlijke netbeheerders opgesteld format voor elektronische gegevensuitwisseling aan de regionale netbeheerder. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.13 — 3.4.13#
3.4.13 3.4.4 De meterplaatser levert de oude meetinrichting conform de ingenoemde afspraken af bij de regionale netbeheerder. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.14 — 3.4.14#
3.4.14 De regionale netbeheerder controleert of de nieuwe meetinrichting gedurende vijf aaneengesloten dagen op afstand uitleesbaar is. Indien dit niet het geval is wordt de meterplaatser in de gelegenheid gesteld om het probleem uiterlijk binnen tien werkdagen op te lossen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.15 — 3.4.15#
3.4.15 artikel 13d, zesde lid artikel 13e, zevende lid, van de Wet Nadat geconstateerd is dat de nieuwe meetinrichting gedurende vijf aaneengesloten dagen op afstand uitleesbaar is, wordt de plaatsing geaccepteerd door de regionale netbeheerder en worden de ander dan de regionale netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform, of, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting en de meterplaatser hierover door de regionale netbeheerder geïnformeerd. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 3.4.16 — 3.4.16#
3.4.16 Wet De regionale netbeheerder neemt, na acceptatie, de nieuw geplaatste op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting in beheer en betaalt de bij of krachtens dedaartoe vastgestelde vergoeding. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.1.1 — 4.1.1.1#
4.1.1.1 Ter voorkoming van ongewenste gaslekkage is de meetinrichting, met inbegrip van de daarbij behorende appendages, technisch gasdicht. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.1.2 — 4.1.1.2#
4.1.1.2 Het ontwerp en de aanleg van de meetinrichting voldoet tenminste aan de bepalingen op grond van NEN 1059: 2010 "Nederlandse editie op basis van NEN-EN 12186 en NEN EN 12279 – Gasvoorzieningssystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie". 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.1.3 — 4.1.1.3#
4.1.1.3 4.1.1.2 Met de inbedoelde meetinrichting wordt gelijkgesteld een meetinrichting die rechtmatig is vervaardigd of in de handel is gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig is vervaardigd in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoet aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de eisen genoemd in 4.1.1.2 wordt nagestreefd. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.1.4 — 4.1.1.4#
4.1.1.4 De meetinrichting wordt zodanig onderhouden, dat zij voortdurend aan de in deze code opgenomen eisen voldoet. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.2.1 — 4.1.2.1#
4.1.2.1 Metrologiewet Onverminderd de verzegelingen op grond van dewordt de meetinrichting door de meterbeheerder zodanig verzegeld dat niet in de meetinrichting kan worden ingegrepen zonder de verzegeling te verbreken. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.2.2 — 4.1.2.2#
4.1.2.2 De verzegeling bestaat uit een hardwarematige en/of een daaraan gelijkwaardige softwarematige verzegeling. Softwarematige verzegelingen worden tenminste eenmaal per twee jaar gewijzigd. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.2.3 — 4.1.2.3#
4.1.2.3 De hardwarematige zegels dragen een kenmerk van de meterbeheerder en de functionaris die het zegel heeft aangebracht. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.2.4 — 4.1.2.4#
4.1.2.4 De meterbeheerder heeft een zegeltangadministratie en een schriftelijke instructie voor het gebruik van zegeltangen en zegels. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.2.5 — 4.1.2.5#
4.1.2.5 Verzegelingen die door of vanwege de meterbeheerder zijn aangebracht op de meetinrichting worden niet geschonden of verbroken tenzij de meterbeheerder uitdrukkelijk toestemming geeft tot het verbreken van de verzegeling. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.3.1 — 4.1.3.1#
4.1.3.1 3 De nauwkeurigheid voor het vaststellen van het herleid volume in normaal kubieke meter [m(n)] wordt bepaald door de nauwkeurigheid van de afzonderlijke componenten en/of de toegepaste berekeningssystematiek. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.3.2 — 4.1.3.2#
4.1.3.2 De maximaal toelaatbare afwijking van een voor de eerste maal in gebruik te nemen meetinrichting overschrijdt de in onderstaande tabel genoemde waarden van de maximaal toelaatbare afwijking niet. Verbruikscategorie Volumemeting Capaciteitsmeting min max Q– 0,2 Q max max 0,2 Q– Q min max Q– 0,5 Q max max 0,5 Q– Q 3 < 40 m(n)/h 5,7% 5,3% n.v.t. n.v.t. 3 3 40 m(n)/h – 170.000 m(n)/jaar 4,1% 3,2% n.v.t. n.v.t. 3 170.000 – 10 miljoen m(n) 2,2% 1,3% 3,7% 2,4% 3 > 10 miljoen m(n)/jaar 1,5% 1,0% 2,0% 1,5% De 95% betrouwbaarheidsgrenzen (+) zijn vermeld 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.3.3 — 4.1.3.3#
4.1.3.3 De maximaal toelaatbare afwijking van een in gebruik zijnde meetinrichting overschrijden de in onderstaande tabel genoemde waarden van de maximaal toelaatbare afwijking niet. Verbruikscategorie Volumemeting Capaciteitsmeting min max Q– 0,2 Q max max 0,2 Q– Q min max Q– 0,5 Q max nax 0,5 Q– Qr 3 < 40 m(n)/h 7,7% 6,3% n.v.t. n.v.t. 3 3 40 m(n)/h – 170.000 m(n)/jaar 5,0% 3,6% n.v.t. n.v.t. 3 170.000 – 10 miljoen m(n)/jaar 3,8% 2,8% 4,2% 3,1% 3 > 10 miljoen m(n)/jaar 1,5% 1,0% 2,0% 1,5% De 95% betrouwbaarheidsgrenzen (+) zijn vermeld 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.3.4 — 4.1.3.4#
4.1.3.4 Het minimale en het maximale debiet dienen binnen het meetbereik van de gasmeter te liggen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.3.5 — 4.1.3.5#
4.1.3.5 4.1.3.2 4.1.3.3 Op verzoek van TenneT toont de meetverantwoordelijke aan dat de maximaal toelaatbare afwijking van de meetinrichting niet de inengenoemde waarden van de maximaal toelaatbare afwijking overschrijdt, met dien verstande dat: a. 4.1.3.2 bijlage 1 aan het bepaalde inis voldaan indien de meetinrichting is ontworpen en geïnstalleerd overeenkomstigen voldaan wordt aan de uitgangspunten voor de desbetreffende volumeherleidingsmethodiek; b. 4.1.3.3 bijlage 1 aan het bepaalde inis voldaan indien de meetinrichting is gecontroleerd overeenkomstigen voldaan wordt aan de uitgangspunten voor de desbetreffende volumeherleidingsmethodiek. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.3.6 — 4.1.3.6#
4.1.3.6 4.1.3.2 4.1.3.3 In andere dan de genoemde gevallen, toont de meetverantwoordelijke op andere wijze aan dat de maximaal toelaatbare afwijking van de meetinrichting de inengenoemde waarden van de maximaal toelaatbare afwijking niet overschrijdt. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.2.1.1 — 4.2.1.1#
4.2.1.1 3 3 Een meetinrichting registreert de totale op het overdrachtspunt uitgewisselde hoeveelheid gas, uitgedrukt in kubieke meters [m] en/of in normaal kubieke meters [m(n)]. De standen van elk telwerk zijn ter plaatse van de meetinrichting op elk willekeurig moment afleesbaar. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.2.2.1 — 4.2.2.1#
4.2.2.1 Besluit op afstand uitleesbare meetinrichtingen De op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting voldoet aan de op het moment van plaatsing geldende versie van het. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.2.4.1 — 4.2.4.1#
4.2.4.1 Een storing in de gegevensoverdracht vanuit de op afstand uitleesbare meetinrichting wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee maanden nadat de storing door de regionale netbeheerder is gesignaleerd, verholpen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.2.4.2 — 4.2.4.2#
4.2.4.2 Een storing in het meetgedeelte van de meetinrichting wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen tien werkdagen, nadat de storing is gesignaleerd door de regionale netbeheerder, verholpen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.1.1 — 4.3.1.1#
4.3.1.1 De regionale netbeheerder verleent een namens de meetverantwoordelijke opererende medewerker toegang tot de meetinrichting in een aan de regionale netbeheerder ter beschikking staande ruimte. De regionale netbeheerder verleent deze toegang door: a. het verstrekken van een op naam gestelde aanwijzing en een sleutel aan de medewerker van de meetverantwoordelijke, of b. het in onderling overleg binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek om toegang, begeleiden van de medewerker van de meetverantwoordelijke door een bevoegde medewerker van de regionale netbeheerder, of c. het (laten) plaatsen van alle essentiële onderdelen van de meetinrichting in een voor de meetverantwoordelijke vrij toegankelijke ruimte. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.2.1 — 4.3.2.1#
4.3.2.1 De meetverantwoordelijke legt, voor zover van toepassing, de volgende gegevens van elke door hem beheerde meetinrichting vast in een meterregister en houdt deze gegevens actueel: a. de EAN-code van de aansluiting waar de meetinrichting bij hoort; b. van elk in gebruik zijnd telwerk: – het nummer van de gasmeter of het volumeherleidingsinstrument waarvan het telwerk deel uitmaakt, – de omschrijving van de te meten grootheid, – de vermenigvuldigingsfactor, – het aantal posities voor de komma, – de stand op het moment van ingebruikname en – de datum en het tijdstip van ingebruikname; c. van elk gedurende de afgelopen drie jaar buiten gebruik gesteld telwerk: – het nummer van de gasmeter of het volumeherleidingsinstrument waarvan het telwerk deel uitmaakte, – de omschrijving van de te meten grootheid, – de vermenigvuldigingsfactor, – het aantal posities voor de komma, – de stand op het moment van ingebruikname, – de datum en het tijdstip van ingebruikname, – de stand op het moment van buitengebruikstelling, – de datum en het tijdstip van buitengebruikstelling en – een schatting van de hoeveelheid niet gemeten energie tussen de buitengebruikstelling van het telwerk en de ingebruikname van het nieuwe vervangende telwerk; d. de G-waarde van de gasmeter; e. Qmax en Qmin van de gasmeter; f. de bedrijfsdruk van de gasmeter; g. fabrikaat, type, fabrieksnummer, bouwjaar en soort van de geïnstalleerde apparatuur; h. het jaar waarin de gasmeters voor het laatst zijn gereviseerd; i. de instelparameters van alle componenten; j. de wijze waarop de systematische (steekproefsgewijze) periodieke controle van in gebruik zijnde gasmeters conform 1.3.1.1 wordt uitgevoerd; k. het jaar waarin de meetinrichting voor het laatst is gecontroleerd; l. de resultaten van de aan de meetinrichting uitgevoerde controles; m. kalibratiecertificaten van de verschillende meetmiddelen van de meetinrichting; n. de impulswaarde van het zendcontact of van de impulsuitgang; o. de vermenigvuldigingsfactor(en) voor de gegevens opgeslagen in de databuffers; p. het soort zegel waarmee de gasmeter is verzegeld; q. de gegevens met betrekking tot het ontwerp en de structuur van de meetinrichting; r. 3 de actuele waarde van de op de aansluiting gecontracteerde transportcapaciteit (in m(n;35,17)/uur); s. het door de afnemer opgegeven maximum en minimum debiet; t. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.2.2 — 4.3.2.2#
4.3.2.2 4.3.2.1, onderdelen a tot en met d De meetverantwoordelijke verstrekt de regionale netbeheerder van wiens net de desbetreffende aansluiting deel uitmaakt op diens verzoek de onder, genoemde gegevens uit het meterregister, voor zover deze gegevens nodig zijn voor de door de regionale netbeheerder in rekening te brengen tarieven. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.2.3 — 4.3.2.3#
4.3.2.3 4.3.2.1 De ingenoemde gegevens in het meterregister kunnen desgevraagd worden ingezien door TenneT. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.2.4 — 4.3.2.4#
4.3.2.4 4.3.2.1 Bij beëindiging van de beheerovereenkomst met de meetverantwoordelijke, bewaart de meetverantwoordelijke de gegevens zoals bedoeld ingedurende een periode van tenminste zeven jaar. 2024 8536 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605868 2024 8536 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605868 21-03-2024
Artikel 4.3.3.1 — 4.3.3.1#
4.3.3.1 3 3 Een meetinrichting registreert de totale op het overdrachtspunt uitgewisselde hoeveelheid gas, uitgedrukt in kubieke meters (m) en/of in normaal kubieke meters [m(n)]. De standen van elk telwerk zijn minimaal maandelijks uit- of afleesbaar. De standen van elk telwerk zijn ter plaatse van de meetinrichting op elk willekeurig moment afleesbaar. 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 21-01-2017 De wijzigingen voor het naar maanduitlezing brengen van het
G2C-segment gaan in op 1 februari 2017.
Artikel 4.3.4.1 — 4.3.4.1#
4.3.4.1 Een meetinrichting registreert: a. 3 3 per meetperiode van één uur zowel het aantal kubieke meters [m], als het aantal normaal kubieke meters [m(n)] uitgewisseld op het overdrachtspunt; b. 3 3 de totale op het overdrachtspunt uitgewisselde hoeveelheid gas, uitgedrukt in kubieke meters [m] en in normaal kubieke meters [m(n)]; de hiervoor benodigde standen van elk telwerk zijn ter plaatse van de meetinrichting op elk willekeurig moment afleesbaar. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.4.2 — 4.3.4.2#
4.3.4.2 Een meetperiode is gerelateerd aan het tijdstip 00:00:00 volgens de nationale standaardtijd. De interne klok van de meetinrichting wijkt maximaal tien seconden of van de nationale standaardtijd. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.4.3 — 4.3.4.3#
4.3.4.3 De afwijking van de starttijden en stoptijden van de meetperiode is niet groter dan tien seconden in de reguliere tijd tussen twee uitlezingen van de databuffers van de meetinrichting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.4.4 — 4.3.4.4#
4.3.4.4 4.3.4.3 In afwijking vanis bij uitval van het synchronisatiesysteem de afwijking van de start- en stoptijden van de meetperiode minder dan tien seconden gedurende een periode van maximaal een week. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.4.5 — 4.3.4.5#
4.3.4.5 artikel 4.3.4.1, onderdeel a Bij een uurlijks uitleesbare meetinrichting kunnen de gegevens zoals bedoeld in, uurlijks op afstand elektronisch worden uitgelezen. 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 15-03-2019
Artikel 4.3.4.6 — 4.3.4.6#
4.3.4.6 artikel 4.3.4.1, onderdeel a Bij een minimaal maandelijks uitleesbare meetinrichting kunnen de gegevens zoals bedoeld in, minimaal maandelijks, of zoveel vaker als nodig op grond van de opslagcapaciteit van de vluchtige data-buffer, op afstand elektronisch worden uitgelezen. 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 15-03-2019
Artikel 4.3.5.1 — 4.3.5.1#
4.3.5.1 hoofdstuk 5 Een storing in de meetinrichting bij de meting of bij de inbedoelde gegevensoverdracht dient zo spoedig mogelijk, doch binnen twee werkdagen nadat de storing is opgemerkt verholpen te zijn. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.5.2 — 4.3.5.2#
4.3.5.2 4.3.5.1 Indien, in afwijking van, een oplossing van de in 4.3.5.1 genoemde termijn niet mogelijk is, ontvangen de aangeslotene en de regionale netbeheerder binnen twee werkdagen bericht binnen welke termijn de storing zal zijn verholpen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.3.5.3 — 4.3.5.3#
4.3.5.3 4.3.1.1 Indien het voor het verhelpen van een storing nodig is dat een medewerker van de meetverantwoordelijke wordt begeleid door een bevoegde medewerker van de regionale netbeheerder, geldt hiervoor in aanvulling tot hetgeen is bepaald in, dat het verzoek om begeleiding binnen één werkdag wordt gehonoreerd. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.1.1 — 5.1.1#
5.1.1 4.2.1.1 Ten minste eenmaal in de 36 maanden bepaalt de regionale netbeheerder bij niet op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichtingen de inbedoelde meetgegevens door middel van aflezing op de meetinrichting bij de aangeslotene. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.1.2 — 5.1.2#
5.1.2 5.1.1 Kennisneming van de inbedoelde meetgegevens is voorbehouden aan die partijen die daartoe op grond van deze code, wetgeving en/of rechtsgeldig gesloten overeenkomsten zijn gerechtigd. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.1.3 — 5.1.3#
5.1.3 5.1.1 De inbedoelde meetgegevens zijn beveiligd tegen wijziging ervan. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.2.1 — 5.2.1#
5.2.1 4.3.3.1 Ten minste eenmaal per maand, tussen de vijfde werkdag voor en de vijfde werkdag na de maandwisseling, bepaalt de meetverantwoordelijke bij profielgrootverbruikmeetinrichtingen op profielgrootverbruikaansluitingen de inbedoelde meetgegevens en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers. 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 15-03-2019
Artikel 5.2.1a — Artikel 5.2.1a#
Artikel 5.2.1a 5.2.1 4.3.3.1 2.1.2, onderdeel c, van de Informatiecode elektriciteit en gas Onverminderdbepaalt de meetverantwoordelijke bij de meetinrichting op profielgrootverbruikaansluitingen die nog niet maandelijks uit- of afgelezen kunnen worden ten minste eenmaal per jaar, in de zes weken voorafgaande aan de maand die op grond vanis opgenomen in het aansluitingenregister, de inbedoelde meetgegevens en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers. 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 15-03-2019
Artikel 5.2.2 — 5.2.2#
5.2.2 5.2.1 5.2.1a De inenbedoelde bepaling van de meetgegevens vindt in de regel plaats door uit- of aflezing van de meetinrichting door de meetverantwoordelijke. De meetverantwoordelijke kan van de aangeslotene verlangen dat de aangeslotene zelf de tellerstand opneemt en deze tellerstand op een door de meetverantwoordelijke te bepalen wijze en binnen een door de meetverantwoordelijke aangegeven termijn ter kennis van de meetverantwoordelijke brengt. 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 21-01-2017 De wijzigingen voor het naar maanduitlezing brengen van het
G2C-segment gaan in op 1 februari 2017.
Artikel 5.2.2a — Artikel 5.2.2a#
Artikel 5.2.2a 5.2.1 Indien sprake is van dataoverdracht met behulp van pulsen tussen de verschillende onderdelen van de meetinrichting of tussen de meetinrichting en de meetverantwoordelijke, worden in afwijking van het gestelde inde maandelijkse tellerstanden van de gasmeter, en indien van toepassing van het niet herleid volume van het volumeherleidingsinstrument en van het herleid volume van het volumeherleidingsinstrument door de meetverantwoordelijke berekend op basis van deze pulsen. 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 21-01-2017
Artikel 5.2.3 — 5.2.3#
5.2.3 5.2.2a 4.1.3.3 Indienvan toepassing is, worden ten minste eenmaal per 36 maanden de tellerstanden van de gasmeter, en indien van toepassing van het niet herleid volume van het volumeherleidingsinstrument en van het herleid volume van het volumeherleidingsinstrument bepaald door het ter plaatse uit- of aflezen van de meetinrichting door de meetverantwoordelijke. Het eventueel geconstateerde verschil met de op afstand bepaalde standen wordt restvolume genoemd. De oorzaak van het ontstaan van dit restvolume wordt door de meetverantwoordelijke onderzocht. Indien uit dit onderzoek blijkt dat (een deel van) het restvolume naar grote waarschijnlijkheid is ontstaan in een concreet te duiden maand van de afgelopen twaalf maanden, wijst de meetverantwoordelijke (dit deel van) het restvolume toe aan de desbetreffende maand. Het (deel van) het restvolume dat niet kan worden toegewezen aan een concrete maand wordt door de meetverantwoordelijke evenredig toegewezen aan de afgelopen 12 maanden. Indien het geconstateerde verschil zo groot is dat de bepaalde meetgegevens voor de afgelopen 36 maanden niet voldoen aan de eisen gesteld invoor volumemeting en/of capaciteitsmeting, vindt een onderzoek plaats naar de datacollectie en maakt de meetverantwoordelijke een schatting van het werkelijke verbruik gedurende de (vermoedelijke) periode dat de meting onjuist was. Dit verbruik wordt door de meetverantwoordelijke evenredig toegewezen aan de (vermoedelijke) periode dat de meting onjuist was, of, indien deze periode langer dan 12 maanden geleden is, aan de afgelopen 12 maanden. 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 21-01-2017 De wijzigingen voor het naar maanduitlezing brengen van het
G2C-segment gaan in op 1 februari 2017.
Artikel 5.2.3a — Artikel 5.2.3a#
Artikel 5.2.3a 5.2.1 5.2.1a Onverminderdbepaalt de meetverantwoordelijke eenmaal in de 36 maanden bij profielgrootverbruikmeetinrichtingen die nog niet maandelijks uit- of afgelezen kunnen worden de meetgegevens genoemd indoor aflezing op de meetinrichting bij de aangeslotene en slaat deze meetgegevens op in niet-vluchtige databuffers. 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 21-01-2017 De wijzigingen voor het naar maanduitlezing brengen van het
G2C-segment gaan in op 1 februari 2017.
Artikel 5.2.4 — 5.2.4#
5.2.4 5.2.1 5.2.1a 5.2.2 5.2.2a 5.2.3 5.2.3a Kennisneming van de in,,,,enbedoelde meetgegevens is voorbehouden aan die partijen die daartoe op grond van deze regeling, wetgeving en/of rechtsgeldig gesloten overeenkomsten zijn gerechtigd. 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 21-01-2017 De wijzigingen voor het naar maanduitlezing brengen van het
G2C-segment gaan in op 1 februari 2017.
Artikel 5.2.5 — 5.2.5#
5.2.5 5.2.1 5.2.1a 5.2.2 5.2.2a 5.2.3 5.2.3a De meetverantwoordelijke draagt er zorg voor dat de in,,,,enbedoelde meetgegevens zijn beveiligd tegen wijziging ervan. 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 2017 3700 20-01-2017 22-12-2016 ACM/DE/2016/207598 21-01-2017 De wijzigingen voor het naar maanduitlezing brengen van het
G2C-segment gaan in op 1 februari 2017.
Artikel 5.2.6 — 5.2.6#
5.2.6 5.2.1 5.2.1a 5.2.2 5.2.3 5.2.3a De meetverantwoordelijke bewaart de meetgegevens bedoeld in,,,,gedurende een periode van ten minste zeven jaar. 2024 8536 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605868 2024 8536 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605868 21-03-2024
Artikel 5.3.1 — 5.3.1#
5.3.1 De meetverantwoordelijke: a. 4.3.4.1 onderdeel a verzamelt bij uurlijks bemeten meetinrichtingen op elektronische wijze uurlijks de ingenoemde meetgegevens en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers; b. 4.3.4.1 onderdeel a verzamelt bij minimaal maandelijks bemeten meetinrichtingen op elektronische wijze maandelijks, of zoveel vaker als nodig vanwege de opslagcapaciteit van de vluchtige databuffer, de ingenoemde meetgegevens, waarbij geldt dat de resolutie van de meetgegevens niet beïnvloed wordt en dat er geen gegevens verloren gaan en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers; c. 4.3.4.1 sub b verzamelt maandelijks de ingenoemde gegevens en slaat deze op in niet-vluchtige databuffers. 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 15-03-2019
Artikel 5.3.2 — 5.3.2#
5.3.2 5.3.1 In afwijking van het gestelde inworden, indien sprake is van dataoverdracht met behulp van pulsen tussen de verschillende onderdelen van de meetinrichting of tussen de meetinrichting en de meetverantwoordelijke, de maandelijkse tellerstanden van de gasmeter, en indien van toepassing van het niet herleid volume van het volumeherleidingsinstrument en van het herleid volume van het volumeherleidingsinstrument door de meetverantwoordelijke berekend op basis van deze pulsen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.3.3 — 5.3.3#
5.3.3 5.3.2 4.1.3.3 3 paragraaf 6.4.4 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas Indienvan toepassing is, worden tenminste eenmaal per zes maanden de tellerstanden van de gasmeter, en indien van toepassing van het niet herleid volume van het volumeherleidingsinstrument en van het herleid volume van het volumeherleidingsinstrument bepaald door het ter plaatse uit- of aflezen van de meetinrichting door de meetverantwoordelijke. Het eventueel geconstateerde verschil met de op afstand bepaalde standen wordt restvolume genoemd. De oorzaak van het ontstaan van dit restvolume wordt door de meetverantwoordelijke onderzocht. Indien uit dit onderzoek blijkt dat (een deel van) het restvolume naar grote waarschijnlijkheid is ontstaan in concreet te duiden uren van de afgelopen maand, verdeelt de meetverantwoordelijke (dit deel van) het restvolume naar beste kunnen over de desbetreffende uren. Het eventueel resterende restvolume wordt verwerkt in de maand van uit- of aflezen, nadat dit is herleid tot normaal kubieke meters [m(n)] met behulp van de gemiddelde herleidingsfactor voor de uurmetingen van de afgelopen maand. Indien het geconstateerde verschil zo groot is dat de op afstand bepaalde meetgegevens voor de onderhavige maand niet voldoen aan de eisen gesteld invoor volumemeting en/of capaciteitsmeting, vindt een onderzoek plaats naar de datacollectie en wordt, in plaats van de hierboven genoemde werkwijze, de werkwijze volgensgevolgd. 2022 33246 19-12-2022 29-11-2022 ACM/UIT/587681 2022 33246 19-12-2022 29-11-2022 ACM/UIT/587681 18-03-2023
Artikel 5.3.4 — 5.3.4#
5.3.4 5.3.1 5.3.2 5.3.3 Kennisneming van de in,enbedoelde meetgegevens is voorbehouden aan die partijen die daartoe op grond van deze code, wetgeving en/of rechtsgeldig gesloten overeenkomsten zijn gerechtigd. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.3.5 — 5.3.5#
5.3.5 5.3.1 5.3.2 5.3.3 De in,enbedoelde meetgegevens zijn beveiligd tegen wijziging ervan. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.3.6 — 5.3.6#
5.3.6 5.3.1 5.3.2 5.3.3 De meetverantwoordelijke bewaart de meetgegevens bedoeld in,engedurende een periode van ten minste zeven jaar. 2024 8536 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605868 2024 8536 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605868 21-03-2024
Artikel 5.4.1.1 — 5.4.1.1#
5.4.1.1 Wanneer de meetgegevens die zijn uitgelezen en opgeslagen door de meterbeheerder verschillen van de meetgegevens die zijn opgeslagen in de databuffers van de meetinrichting, gelden de laatstbedoelde meetgegevens. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.1.2 — 5.4.1.2#
5.4.1.2 Wanneer het geregistreerd volume van de gasmeter verschilt met het geregistreerd volume voor het niet herleid volume van het volumeherleidingsinstrument, geldt het geregistreerd volume van de gasmeter. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.1.3 — 5.4.1.3#
5.4.1.3 5.4.1.1 5.4.1.2 4.1.3.3 3 5.4 paragraaf 6.4.4 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas Het inof ingeconstateerde verschil wordt als restvolume verwerkt in de maand van uit- of aflezen, nadat dit is herleid tot normaal kubieke meters [m(n)] met behulp van de gemiddelde herleidingsfactor voor de uurmetingen van de desbetreffende periode. Indien het geconstateerde verschil zo groot is dat de op afstand bepaalde meetgegevens voor de desbetreffende periode niet voldoen aan de eisen gesteld invoor volumemeting en/of capaciteitsmeting, vindt een onderzoek plaats naar de datacollectie en wordt, in plaats van de hierboven genoemde werkwijze, de werkwijze volgensen volgensgevolgd. 2022 33246 19-12-2022 29-11-2022 ACM/UIT/587681 2022 33246 19-12-2022 29-11-2022 ACM/UIT/587681 18-03-2023
Artikel 5.4.2.1 — 5.4.2.1#
5.4.2.1 Een storing in de afstanduitlezing van de databuffers van een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, en indien van toepassing van het niet herleid volume van het volumeherleidingsinstrument en van het herleid volume van het volumeherleidingsinstrument wordt uiterlijk tijdens de eerstvolgende poging tot afstanduitlezing na het optreden van die storing, gesignaleerd door de meetverantwoordelijke. Indien er een verschil is tussen het geregistreerde volume van de gasmeter en het volumeherleidingsinstrument, dan moet dit verschil worden herleid met de gemiddelde herleidingsfactor voor die aansluiting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.2.2 — 5.4.2.2#
5.4.2.2 Wanneer afstanduitlezing van de databuffers als gevolg van een storing niet mogelijk is, leest de meetverantwoordelijke de databuffers van de telemetriegrootverbruikmeetinrichting ter plaatse uit. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.2.3 — 5.4.2.3#
5.4.2.3 De werkwijze van de meetverantwoordelijke voorziet in een maximale tijdsduur tussen het tijdstip dat een storing wordt geconstateerd en het tijdstip van uitlezing ter plaatse. Bij het vaststellen van die tijdsduur houdt de meetverantwoordelijke rekening met de opslagcapaciteit van de databuffers van de telemetriegrootverbruikmeetinrichting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.3.1 — 5.4.3.1#
5.4.3.1 Indien het totale verbruik per dag bekend is, worden de ontbrekende waarden in de meetgegevens automatisch gerepareerd als het meetgegevens betreft over één meetperiode. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.3.2 — 5.4.3.2#
5.4.3.2 5.4.3.1 Het repareren van meetgegevens zoals bedoeld inis per aansluiting slechts eenmaal per dag toegestaan. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.3.3 — 5.4.3.3#
5.4.3.3 Indien het ontbreken van correcte meetgegevens wordt veroorzaakt door een fout in de gegevensuitwisseling met de telemetriegrootverbruikmeetinrichting, worden de in de buffer aanwezige meetgegevens ter plaatse uitgelezen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.3.4 — 5.4.3.4#
5.4.3.4 Reparatie van grotere hiaten in de meetgegevens dan een meetperiode dan wel meer niet aaneengesloten hiaten op een dag, worden gerepareerd door het kopiëren van de belastingcurve van een vergelijkbare dag. Deze wijze van reparatie mag per belastingcurve maximaal één maal per week worden doorgevoerd over perioden van maximaal één dag. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.3.5 — 5.4.3.5#
5.4.3.5 Reparatie van meetgegevens over perioden langer dan een dag zal bij meetinrichtingen uitgelezen op pulsen plaatsvinden door de tellerstand van de gasmeter, en indien van toepassing van het niet herleid volume van het volumeherleidingsinstrument en van het herleid volume van het volumeherleidingsinstrument ter plaatse op te nemen. Het verschil tussen de opgenomen tellerstand en de laatst bekende tellerstand (=berekende tellerstand) wordt over de tussenliggende perioden verdeeld overeenkomstig de belastingcurve van een vergelijkbare dag. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.3.6 — 5.4.3.6#
5.4.3.6 5.4.3.1 tot en met 5.4.3.5 De meetverantwoordelijke registreert alle reparaties die conformzijn uitgevoerd en verstrekt de aangeslotene en de regionale netbeheerder desgevraagd een rapportage over deze reparaties. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5.4.3.7 — 5.4.3.7#
5.4.3.7 5.4.3.6 Desgevraagd geeft de meetverantwoordelijke aan de MV-erkenner inzage in de registratie met betrekking tot de onder puntgenoemde reparaties. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 5a.1.1 — 5a.1.1#
5a.1.1 Met betrekking tot de plaatsing, de bedrijfsvoering, het beheer en het onderhoud aan de gaskwaliteitsmeting toont de invoeder aan dat: a. 2.5.2 van de Aansluit- en transportcode Gas – RNB hij de gaskwaliteitsmeting en de overige voorzieningen, zoals bedoeld inbedrijft en onderhoudt volgens de voorschriften van de leveranciers van deze voorzieningen. Het bedienend personeel is dienovereenkomstig opgeleid. b. het onderhoud en de inspectie aan de in onderdeel a bedoelde voorzieningen worden uitgevoerd door gekwalificeerd en competent personeel. c. de periodieke controle van de in onderdeel a bedoelde voorzieningen en de onderhoudsprocessen alleen worden uitgeoefend door personen of organisaties in het bezit van een geldig certificaat waaruit blijkt dat deze persoon of geoormerkt deel van de organisatie is gekwalificeerd voor de uitvoering van gaskwaliteitsmeting, afgegeven door een binnen- of buitenlandse geaccrediteerde certificeringsinstelling (bijvoorbeeld een ISO 9001- of 14001-certificaat of een daarmee vergelijkbaar certificaat). 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.2.1 — 5a.2.1#
5a.2.1 De door middel van de gaskwaliteitsmeting te meten waarden van samenstelling of eigenschappen worden op basis van de volgende normen, meetmethoden en frequentie vastgesteld, De totale onnauwkeurigheid van het gasmengsel dient te voldoen aan de Wobbe- en calorische waarde specificaties, zoals in deze tabel. Doorlopende metingen/bepalingen Componenten of eigenschappen Eenheid Bepalingsmethode Interval Onzekerheid 4 CH mol% ISO 6974 5 min 2 CO mol% ISO 6974 5 min 5% rel. 2 N mol% ISO 6974 5 min 2 O mol% ISO 6974 5 min 10% rel. 2 Anorganisch gebonden zwavel (HS) mol% ISO 6326 5 min 20% rel. Wobbe Index 3 MJ/m(n) ISO 6974 + 6976 5 min 0,5% rel. Calorische waarde 3 MJ/m(n) ISO 6974 + 6976 5 min 0,4% rel. Waterdauwpunt (°C) ISO 6327 5 min 10% rel. Druk (bar(a)) ISO 15970 5 min Temperatuur (°C) ISO 15970 5 min 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.2.2 — 5a.2.2#
5a.2.2 5a.2.1 5a.1.1, onderdeel c Indien de invoeder met een andere meetmethode, gelijkwaardig aan die zoals bedoeld in, de gaskwaliteit wil bepalen, wordt dit in overleg met de netbeheerder toegestaan, indien de invoeder aantoont dat deze meetmethode gelijkwaardige meetresultaten oplevert. Metingen dienen te geschieden met gelijke bepalingsintervallen zoals genoemd in 5a.2.1. Indien de toegepaste meetinstrumenten leiden tot afwijkende onderhouds- en beheerfrequentie, dient dit te worden goedgekeurd door de in, bedoelde persoon of organisatie. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.2.3 — 5a.2.3#
5a.2.3 5a.2.1 In aanvulling opwordt tevens een bewakingssignaal aangeboden voor de bewaking van de THT-voorziening. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.2.4 — 5a.2.4#
5a.2.4 5a.2.1 Indien de invoedingsinstallatie is voorzien van een bijmenginstallatie van stikstof, zal het gehalte aan stikstof via een gaschromatische meting worden vastgesteld, tezamen met een flowmeting van het gas of de gassen die bijgemengd worden, tenzij de invoedingsinstallatie beschikt over een gaskwaliteitsmeting waarmee de Wobbe-Index kan worden bepaald zonder het gehalte aan stikstof te bepalen. In aanvulling opworden deze bewakingssignalen aangeboden. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.2.5 — 5a.2.5#
5a.2.5 Met een halfjaarlijks interval wordt een monstername van het gas gedaan. Hierop wordt een laboratoriumanalyse conform onderstaande tabel uitgevoerd. Daarbij geldt dat: a. voor de componenten THT, CO en Siloxanen de gaschromatografische bepalingsmethode moet worden toegepast of apparatuur met gelijkwaardige eigenschappen; b. 2.5.1a.2 van de Aansluit- en transportcode Gas – RNB voor de THT-bepaling de invoeder in gelegenheid wordt gesteld om door middel van het monsternamepunt zoals omschreven ineen monster te nemen; c. in de opstartfase van de invoeding de netbeheerder in overleg met de invoeder een ander dan halfjaarlijkse interval kan vaststellen; d. 4 2 2 2 5a.2.1 voor de componenten CH, CO, Nen Ode totale onnauwkeurigheid van het gasmengsel moet voldoen aan de Wobbe- en calorische waarde specificaties, zoals vermeld in; en e. in de rapportage van de laboratoriumtest voor micro-organismen wordt aangegeven wat de wijze van monsterneming, de wijze van analyse en het criterium voor een positieve test is. Periodieke kwaliteitsbepaling: vaststelling van kwaliteitswaarden d.m.v. laboratoriumanalyse Component Eenheid Bepalingsmethode(s) Onzekerheid 4 CH mol% ISO 6974, 4) 2 CO mol% ISO 6974 4) 2 N mol% ISO 6974 4) 2 O mol% ISO 6974 4) 2 Anorganisch gebonden zwavel (HS) 3 mg/m(n) ISO 6326 20% rel. Zwavel (totaal) 3 mg/m(n) als S ISO 6326 20% rel. THT 3 mg/m(n) Gaschromatografische bepalingsmethode 20% rel. Aromatische koolwaterstoffen mol% ISO 6974 of 6975 10% rel. 2 H mol% ISO 6974 of 6975 20% rel. CO mol% Gaschromatografische bepalingsmethode 20% rel. PE-waarde Labtest – Stof 3 mg/m(n) Labtest – Siloxanen ppm Gaschromatografische bepalingsmethode 25% rel. Micro-organismen: aanwezigheid van pathogene, methaanoxiderende, sulfaatreducerende en ijzeroxiderende bacteriën Labtest Koolwaterstofdauwpunt o C Labtest 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 2019 14246 14-03-2019 07-03-2019 ACM/UIT/506852 15-03-2019
Artikel 5a.2.6 — 5a.2.6#
5a.2.6 5a.2.5 De monstername bedoeld invindt plaats zoals beschreven in NEN-EN-ISO 10715:2000 “Aardgas – Richtlijnen voor monsterneming”. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.2.7 — 5a.2.7#
5a.2.7 De meetwaarden en bewakingssignalen worden ten minste vijf jaar opgeslagen in een niet vluchtige databuffer. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.2.8 — 5a.2.8#
5a.2.8 Systematische afwijkingen van de gaskwaliteitsmeting dienen terug te worden gedrongen door middel van de CUSUM techniek, conform ISO/TR 7871:1997 “Cumulative sum charts – Guidance on quality control and data analysis using CUSUM techniques” of een daarmee vergelijkbare techniek. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.3.1 — 5a.3.1#
5a.3.1 5a.2.1 5a.2.2 Een lokaal data acquisitiesysteem registreert op de plek van de meting voor elke analyseslag de verkregen analysewaarden en bepaalde waarden volgensen, alsmede het tijdstip van registratie. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.3.2 — 5a.3.2#
5a.3.2 De klok van het lokale data acquisitiesysteem wordt tenminste dagelijks gesynchroniseerd met een centrale klok. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.3.3 — 5a.3.3#
5a.3.3 Het lokale data acquisitiesysteem legt met de data tevens de door de meetinstallatie gegenereerde storingsinformatie vast. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.3.4 — 5a.3.4#
5a.3.4 5a.2.1 De geregistreerde waarden, zoals bedoeld in, worden door de invoeder aangeboden aan de regionale netbeheerder door middel van een on-line verbinding. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.3.5 — 5a.3.5#
5a.3.5 5a.2.1 De invoeder dient de geregistreerde waarden van de gaskwaliteitsmeetinrichting, zoals bedoeld in, vijf jaar te archiveren. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.3.6 — 5a.3.6#
5a.3.6 5a.2.5 Twee maal per jaar verstrekt de invoeder de rapportage met de resultaten van de metingen en analyses zoals bedoel in, alsmede de conclusie daaruit, aan de regionale netbeheerder. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.3.7 — 5a.3.7#
5a.3.7 De samenstelling (keuze en concentratie van de componenten) van het testgas en het kalibratiegas wordt bepaald op basis van de samenstelling van het procesgas. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.3.8 — 5a.3.8#
5a.3.8 5a.2.1 Kalibratiegassen worden gravimetrisch aangemaakt conform NEN-EN-ISO 6142:2006 “Gas analysis – Preparation of calibration gas mixtures – Gravimetric method“ en van een certificaat voorzien conform NEN-EN-ISO 6143:2006 “Gas analysis – Comparison methods for determining and checking the composition of calibration gas mixtures”. De onnauwkeurigheid van het mengsel op basis van Wobbe en calorische bovenwaarde, dient te voldoen aan de ingestelde specificaties. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.3.9 — 5a.3.9#
5a.3.9 Alle werkzaamheden aan de gaskwaliteitsmeetinrichting worden vastgelegd in een logboek. Door middel van de volgende rapportages wordt de regionale netbeheerder één keer per jaar geïnformeerd over de performance van de gaskwaliteitsmeetinrichting: – CUSUM resultaten van de gaskwaliteitsmeting; – Maandelijkse resultaten van de (nulpunt)drift (indien van toepassing); – Keuringsrapport(en) resultaat discontinue controlemetingen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.3.10 — 5a.3.10#
5a.3.10 De invoeder draagt zorg voor periodieke inspectie ter bepaling van het juist functioneren van de kwaliteitsmeetinrichting en legt conform de aangegeven periodes zoals aangegeven in hoofdstuk 5a van de “Meetcode gas RNB” de bevindingen hiervan vast in een keuringsrapport. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.1.1 — 5a.4.1.1#
5a.4.1.1 Voor aanvang van de invoeding wordt er een gaskwaliteitsmeetprotocol opgesteld. In het gaskwaliteitsmeetprotocol legt de invoeder vast hoe de gaskwaliteitsmeting wordt uitgevoerd. In het gaskwaliteitsmeetprotocol wordt ten minste beschreven: – Het gaskwaliteitsmeetsysteem; – Data-acquisitie, -verwerking, -logging en communicatie; – Kwaliteitsborging en onderhoud van het gaskwaliteitsmeetsysteem; – Onzekerheid van het gaskwaliteitsmeetsysteem; – Afhandeling van herberekeningen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.1.2 — 5a.4.1.2#
5a.4.1.2 De goedkeuring van de gaskwaliteitsmeetinrichting kan door de invoeder plaats vinden en dient tenminste vijf werkdagen voor aanvang van de geplande invoeding gemeld te worden aan de regionale netbeheerder. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.1.3 — 5a.4.1.3#
5a.4.1.3 De invoeder geeft een schriftelijke verklaring over het juist functioneren af aan de regionale netbeheerder en dat de metingen aangeven dat het geproduceerde gas conform de specificaties is, voorafgaand aan de start van invoeding in het regionale gastransportnet en vertrekt hiertoe de volgende documenten: – Gemeten waarden en conclusies over kwaliteit van het gas n.a.v. de monstername; – Keuringsrapport van de gaskwaliteitsmeetinstallatie; – Tekeningen gaskwaliteitsmeetinstallatie; – Standaard gaskwaliteitsmeetprotocol; – Gemeten continue waarden van tenminste 24 uur met een opgave of aan de criteria voor invoeding voldaan wordt; – Goedkeuring van de kwaliteitsmeting door de netbeheerder. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.1.4 — 5a.4.1.4#
5a.4.1.4 De gaskwaliteitsmeetinrichting dient initieel gekalibreerd te worden met een kalibratiegas dat op het werkgebied van het procesgas ligt, volgens de NEN-EN-ISO 10723:2002 “Natural gas – Performance evaluation for on-line analytical systems”. Deze kalibratie wordt herhaald na het overschrijden van de afkeurgrens of CUSUM-grens van de testgasprocedure. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.2.1 — 5a.4.2.1#
5a.4.2.1 De invoeder voert een keer per maand testgasprocedure uit. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.2.2 — 5a.4.2.2#
5a.4.2.2 De invoeder inspecteert tenminste één keer per maand de gaskwaliteitsmeting uitwendig en controleert of de hoeveelheden draaggas, testgas en kalibratiegas toereikend zijn. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.2.3 — 5a.4.2.3#
5a.4.2.3 De invoeder controleert tenminste één keer per maand de compleetheid van de gegevens in het logboek en valideert deze op basis van: – de werking van de gaskwaliteitsmeting op basis van de CUSUM kaarten; – tijdsynchronisatie van de gaskwaliteitsmeting en de meetperiode; – aanwezigheid van alle metingen en een waarde. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.2.4 — 5a.4.2.4#
5a.4.2.4 De invoeder controleert tenminste één keer per maand de werking van het bedieningspaneel en de gaskwaliteitsmeetinrichting na storingen (die geen consequenties hebben gehad voor het functioneren van de gaskwaliteitsmeetinrichting). 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.2.5 — 5a.4.2.5#
5a.4.2.5 De invoeder justeert de gaskwaliteitsmeetinrichting door middel van kalibratie als daartoe aanleiding is op basis van de maandelijkse validatie door de testgas procedure. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.2.6 — 5a.4.2.6#
5a.4.2.6 De invoeder controleert of de houdbaarheidsdatum van het testgas en kalibratiegas, die op het bijbehorende certificaat vermeld staat, niet verstreken is. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.3.1 — 5a.4.3.1#
5a.4.3.1 Componenten van de gaskwaliteitsmeetinrichting dienen conform de fabrikantspecificaties uitgewisseld, geplaatst, onderhouden en beheerd te worden. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.3.2 — 5a.4.3.2#
5a.4.3.2 Indien de gaskwaliteitsmeetinrichting onderhoud behoeft, dient de invoeding gestaakt te worden. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.4.1 — 5a.4.4.1#
5a.4.4.1 Ter controle van de juiste werking van de gaschromatograaf, deel uit makend van de gaskwaliteitsmeetinrichting, voert de invoeder periodiek een testgas analyse uit. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.4.2 — 5a.4.4.2#
5a.4.4.2 4 2 2 2 Het testgas bestaat uit de hoofdcomponenten CH, CO, O, N. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.4.3 — 5a.4.4.3#
5a.4.4.3 3 De testgassen zijn voorzien van een certificaat waarvan de Hs (MJ/m(n)) waarde is vastgesteld op basis van een laboratoriumanalyse. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.4.4 — 5a.4.4.4#
5a.4.4.4 De gaskwaliteit van het testgas voor een gaschromatograaf moet liggen in het gerealiseerde werkgebied van de betreffende gaschromatograaf. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.4.5 — 5a.4.4.5#
5a.4.4.5 4.1.7 4.6.5 van de Meetcode gas LNB De testgas-test omvat minimaal 3 analyses. Er wordt gerekend op basis van het gemiddelde van de laatste twee analyses. Bij een verschil tussen analyse resultaat en het certificaat groter dan 0,3% wordt een onderzoek ingesteld, zo nodig gevolgd door een correctieve actie aan de gaschromatograaf, en dient de invoeder een voorstel tot correctie van de meetwaarden conformofte doen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.4.6 — 5a.4.4.6#
5a.4.4.6 2.7.3 van de Meetcode gas LNB In het testgas-proces vindt een bewaking plaats op systematische afwijkingen. Deze bewaking vindt plaats volgens ISO 7871 of een vergelijkbare methode. Deze methode staat bekend als de CUSUM methode, zie. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.4.7 — 5a.4.4.7#
5a.4.4.7 De afwijkingen vanuit de testgasprocedure worden in een CUSUM controlekaart bijgehouden. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.4.4.8 — 5a.4.4.8#
5a.4.4.8 Als de kalibratie is uitgevoerd, wordt de nieuwe kalibratielijn in de gaskwaliteitsmeetinrichting geregistreerd (de feitelijke justering) en wordt de testgasprocedure nogmaals uitgevoerd met beide testgassen. Daarmee wordt de nieuwe kalibratielijn gevalideerd. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.5.1 — 5a.5.1#
5a.5.1 De invoeder houdt alle correcties in de data in logboeken bij. In deze logboeken worden minimaal vermeld de originele meetwaarde, de vervangende meetwaarde, de reden van wijziging, de wijze van wijziging, het tijdstip van wijziging en de uitvoerder van de wijziging. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 5a.6.1 — 5a.6.1#
5a.6.1 Periodiek bepaalt de gaschromatograaf de samenstelling van het gas 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 01-04-2017
Artikel 5a.6.2 — 5a.6.2#
5a.6.2 Uit de componentensamenstelling wordt de calorische bovenwaarde berekend. 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 01-04-2017
Artikel 5a.6.3 — 5a.6.3#
5a.6.3 3 De meetverantwoordelijke bepaalt het aantal normaal kubieke meters [m(n)] (volume) van het gas dat de gasmeter in datzelfde interval heeft gemeten. 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 01-04-2017
Artikel 5a.6.4 — 5a.6.4#
5a.6.4 5a.6.3 De energie-inhoud van het gas dat in het voorbije interval is gemeten wordt bepaald door de calorische bovenwaarde te vermenigvuldigen met het aantal normaal kubieke meters gas als bedoeld in. 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 01-04-2017
Artikel 5a.6.5 — 5a.6.5#
5a.6.5 5a.6.1 tot en met 5a.6.4 5a.6.4 5a.6.3 3 3 De stappenworden minimaal 1 maal per 5 minuten uitgevoerd. De totale ingevoede hoeveelheid energie van enig uur wordt bepaald door de waarden uit stapbij elkaar op te tellen. Het totale ingevoede aantal normaal kubieke meters [m(n)] (volume) wordt bepaald door de waarden uit stapbij elkaar op te tellen. De gemiddelde calorische waarde over het uur is gelijk aan de totale hoeveelheid energie gedeeld door het totale volume. Indien het totaal ingevoede aantal normaal kubieke meters [m(n)] (volume) in enig uur gelijk is aan nul, dan wordt de calorische waarde voor dat uur op nul gesteld. 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 01-04-2017
Artikel 5a.6.6 — 5a.6.6#
5a.6.6 5a.6.1 5a.6.3 De meetverantwoordelijke zorgt ervoor dat de intervallen van de stappenenniet meer dan zestig seconden van elkaar afwijken. 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 01-04-2017
Artikel 5a.6.7 — 5a.6.7#
5a.6.7 5a.6.1 5a.6.2 Indien de meetverantwoordelijke de inbedoelde bepaling niet zelf uitvoert, geschiedt de overdracht van de inbedoelde gegevens aan de meetverantwoordelijke automatisch en is deze beveiligd tegen wijziging ervan. 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 2017 18150 31-03-2017 28-03-2017 ACM/DE/2017/201020 01-07-2017
Artikel 6.1.1 — 6.1.1#
6.1.1 Bij een verwisseling of wijziging van de meetinrichting registreert de meterbeheerder van de geplaatste of gewijzigde meetinrichting, indien van toepassing, de volgende gegevens: a. de identificatiecode van de meetinrichting, zijnde het meternummer b. de opnamedatum, c. het kenmerk van de opname, te weten: fysieke opname, d. de procesidentificatie die van toepassing is, e. voor elk telwerk van de geplaatste of gewijzigde meetinrichting de volgende gegevens: en van de weggenomen meetinrichting, indien van toepassing, de volgende gegevens: – de telwerkindicatie – de meeteenheid – het aantal posities voor de komma – de vermenigvuldigingsfactor – de tellerstand op het moment van plaatsing of wijziging van de meetinrichting f. de identificatiecode van de meetinrichting, zijnde het meternummer g. de opnamedatum, h. het kenmerk van de opname, te weten: fysieke opname, i. de procesidentificatie die van toepassing is, j. voor elk telwerk van de geplaatste of gewijzigde meetinrichting de volgende gegevens: – de telwerkindicatie – de meeteenheid – het aantal posities voor de komma – de vermenigvuldigingsfactor – de tellerstand op het moment van plaatsing of wijziging van de meetinrichting 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 6.1.2 — 6.1.2#
6.1.2 De verwisseling of wijziging van de kleinverbruikmeetinrichting wordt binnen vijf werkdagen nadat de fysieke werkzaamheden zijn uitgevoerd en daarvan melding is gemaakt door de meterplaatser, door de regionale netbeheerder verwerkt in het aansluitingenregister. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 6.1.3 — 6.1.3#
6.1.3 De tijdsduur tussen het buiten gebruik stellen van de oude meetinrichting en de ingebruikname van de nieuwe cq. gewijzigde meetinrichting bedraagt maximaal een uur. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 6.2.1 — 6.2.1#
6.2.1 Indien er zich situaties voordoen die niet zijn voorzien in de bepalingen van deze code, bepaalt de regionale netbeheerder in overleg met de aangeslotene welke maatregelen nodig zijn, rekening houdend met de technische hoedanigheden van de installatie van de desbetreffende aangeslotene en de belangen van alle aangeslotenen. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 6.3.1 — 6.3.1#
6.3.1 hoofdstuk 4 5a De regionale netbeheerder beslist na overleg met de aangeslotene over de toelaatbaarheid van een bestaande (gaskwaliteits)meetinrichting die voor de inwerkingtreding van deze regeling is geïnstalleerd en die niet aan de inofgenoemde eisen voldoet. Indien de bestaande meetinrichting geheel of gedeeltelijk niet toelaatbaar wordt geoordeeld, stelt de regionale netbeheerder een redelijke termijn binnen welke de aangeslotene de meetinrichting alsnog aan de eisen genoemd in hoofdstuk 4 moet laten voldoen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 6.3.2 — 6.3.2#
6.3.2 6.3.1 hoofdstuk 4 hoofdstuk 5a De ingenoemde termijn bedraagt maximaal vijf jaar voor de ingenoemde eisen en maximaal 2 jaar voor de ingenoemde eisen. 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 2016 36037 08-07-2016 30-06-2016 ACM/DE/2016/203228 09-07-2016
Artikel 6.3.2a — 6.3.2a#
6.3.2a 6.3.1 artikel 2.3.2 6.3.2 Indien de inbedoelde aanpassing van de bestaande meetinrichting betrekking heeft op een uurlijkse afstanduitlezing zoals bedoeld in, bedraagt de maximale termijn in afwijking vanmaximaal 6 weken. Indien de bedoelde aanpassing na verstrijken van deze termijn niet heeft plaatsgevonden of is aangevangen, stelt de regionale netbeheerder de desbetreffende aangeslotene en diens meetverantwoordelijke schriftelijk in gebreke. De regionale netbeheerder meldt de ingebrekestelling van de aangeslotene aan de desbetreffende programmaverantwoordelijke en de ingebrekestelling van de meetverantwoordelijke aan TenneT. Indien de bedoelde aanpassing van de meetinrichting binnen 6 weken na deze ingebrekestelling niet alsnog is uitgevoerd of aangevangen, gaat de regionale netbeheerder over tot de-activering van de desbetreffende aansluiting. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 6.3.3 — 6.3.3#
6.3.3 Voor zover in deze code wordt verwezen naar normen en richtlijnen, geldt dat indien een nieuwe versie daarvan wordt vastgesteld, die nieuwe norm of richtlijn geldt. Indien een norm wordt neergelegd in een wettelijke regeling dan wordt deze toegepast zodra deze van kracht wordt. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 6.3.3a — Artikel 6.3.3a#
Artikel 6.3.3a Vervallen 2021 33232 02-07-2021 01-07-2021 ACM/UIT/548441 2021 33232 02-07-2021 01-07-2021 ACM/UIT/548441 02-07-2024 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor de
bijlage in plaats van het artikel 6.3.3a.
Artikel 6.3.4 — 6.3.4#
6.3.4 De Meetvoorwaarden Gas – RNB, zoals vastgesteld bij besluit van 21 november 2006 en nadien diverse malen gewijzigd, wordt ingetrokken. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 6.3.5 — 6.3.5#
6.3.5 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het is geplaatst. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 6.3.6 — 6.3.6#
6.3.6 Dit besluit wordt aangehaald als: Meetcode gas RNB. 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 2016 21513 11-05-2016 21-04-2016 ACM/DE/2016/202160 12-05-2016
Artikel 4.1.3.2#
4.1.3.2
Artikel 4.1.3.3#
4.1.3.3