Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, kenmerk ACM/DE/2016/202151, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 31 van de Elektriciteitswet 1998 (Netcode elektriciteit)
- BWB-id
- BWBR0037940
- Type
- zbo
- Ministerie
- Autoriteit Consument en Markt
- Geldigheid
- 2025-12-31 t/m 2026-02-20
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0037940
- ELI
- /eli/nl/zbo/2016/netcode-elektriciteit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2016/netcode-elektriciteit/2025-12-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0037940&g=2025-12-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0037940&z=2026-06-06&g=2025-12-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0037940/2025-12-31
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2016/netcode-elektriciteit
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 artikel 31, eerste lid, onderdelen a, c, en f tot en met k, van de Elektriciteitswet 1998 Deze code bevat de voorwaarden als bedoeld in. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 1.2 — Artikel 1.2#
Artikel 1.2 1 Begrippencode elektriciteit Voor de toepassing van deze code gelden de begrippen en bijbehorende begripsbepalingen uit de. 2 In deze code wordt onder aangeslotene mede verstaan degene die om een aansluiting heeft verzocht. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 1.3 — Artikel 1.3#
Artikel 1.3 1 Indien een aansluiting deel uitmaakt van een groepstransportovereenkomst, dient voor de toepasselijkheid van deze code in plaats van “aansluit- en transportovereenkomst” gelezen te worden “aansluitovereenkomst”, tenzij anders vermeld. 2 paragraaf 7.1 paragraaf 7.4 Voor een groepstransportovereenkomst geldt inendat: a. voor “gecontracteerd transportvermogen” en voor “het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen” gelezen dient te worden “het door aangeslotenen die deel uitmaken van een groepstransportovereenkomst gezamenlijk gecontracteerde transportvermogen”; b. voor “de aansluit- en transportovereenkomst” gelezen dient te worden “de groepstransportovereenkomst”; c. voor “aangeslotene” gelezen dient te worden “groep van aangeslotenen die deel uitmaken van een groepstransportovereenkomst"; en d. voor “grootverbruiker” gelezen dient te worden “groep van grootverbruikers die deel uitmaken van een groepstransportovereenkomst”. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 1.4 — Artikel 1.4#
Artikel 1.4 De volgende artikelen, paragrafen en hoofdstukken, inclusief de bijbehorende bijlagen, zijn van toepassing per allocatiepunt in plaats van per aansluiting: a. artikelen 3.3 9.19 13.11 tot en met 13.14 de,,; b. paragrafen 9.1 9.2 9.9 tot en met 9.11 de,,; en c. hoofstukken 10 11 deen. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 1.5 — Artikel 1.5#
Artikel 1.5 Met in deze code bedoelde materialen en/of producten worden gelijkgesteld materialen en/of producten die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 1 De aansluiting voldoet aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden. 2 artikelen 2.13 tot en met 2.16 In afwijking van het eerste lid, gelden de bepalingen van deniet voor aansluitingen tussen netten waarvoor een netbeheerder is aangewezen. 2020 28764 29-05-2020 28-05-2020 ACM/UIT/533621 2020 28764 29-05-2020 28-05-2020 ACM/UIT/533621 01-06-2020
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 Vervallen 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 26-04-2025
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 1 Het verbinden van de elektrische installatie met de aansluiting geschiedt door of vanwege de netbeheerder. 2 Meetcode elektriciteit Het verbinden van het primaire gedeelte van de meetinrichting met het secundaire gedeelte van de meetinrichting geschiedt door de netbeheerder of een derde die overeenkomstig deeen erkenning heeft als meetverantwoordelijke. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 1 De netbeheerder identificeert de aansluitingen en geplande aansluitingen op het eigen net door aan elke aansluiting of geplande aansluiting één unieke EAN-code toe te kennen. De netbeheerder deelt de aangeslotene desgevraagd mee welke EAN-code aan diens aansluiting is toegekend. 2 De netbeheerder en de aangeslotene komen voor elk van de verbindingen behorende tot de aansluiting de locatie van het bijbehorende overdrachtspunt overeen. 3 Aan elke aansluiting, niet zijnde een aansluiting van een net op een ander net, kent de netbeheerder een primair allocatiepunt toe ongeacht het aantal overdrachtspunten van een aansluiting. 4 paragraaf 13.5 In aanvulling op het derde lid kan een primair allocatiepunt worden toegekend aan een aansluiting van een net op een ander net indien dit een aansluiting betreft van een gesloten distributiesysteem waarvan de beheerder geen gebruik maakt van het elektronische berichtenverkeer als bedoeld inten behoeve van het faciliteren van derdentoegang. 5 Het primaire allocatiepunt van een aansluiting wordt geïdentificeerd met dezelfde EAN-code als de aansluiting. 6 artikel 2.5 tot en met 2.9 Indien de netbeheerder op grond vaneen secundair allocatiepunt toekent aan een aansluiting, identificeert de netbeheerder het desbetreffende secundaire allocatiepunt door middel van het toekennen van een unieke EAN-code. 7 Indien voor een aansluiting, bestaande uit meer dan één verbinding, overeenkomstig het tweede lid meer dan één overdrachtspunt is overeengekomen, identificeert de netbeheerder elk van die overdrachtspunten door het toekennen van een unieke EAN-code, onverminderd de verplichting om overeenkomstig het eerste lid aan de aansluiting als geheel een EAN-code toe te kennen. 8 artikel 2.6 artikel 2.9 Indien op een aansluiting bestaande uit één verbindingofwordt toegepast, identificeert de netbeheerder het overdrachtspunt door het toekennen van een unieke EAN-code, onverminderd de verplichting om overeenkomstig het eerste lid aan de aansluiting als geheel een EAN-code toe te kennen. 9 artikel 2.16, tweede lid paragraaf 13.4 De netbeheerder identificeert elke overeenkomstiggemelde elektriciteitsproductie-eenheid of elektriciteitsopslageenheid met een unieke EAN-code en verstrekt deze desgevraagd aan de aangeslotene. De netbeheerder legt deze EAN-code vast in het register als bedoeld in. 10 artikel 9, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong en certificaten van oorsprong paragraaf 13.4 De netbeheerder identificeert desgevraagd een beoogde GCvO-installatie of een elektriciteitsproductie-eenheid dan wel een elektriciteitsopslageenheid waarvoor geen garantie of certificaat van oorsprong gewenst is, maar waarvan de uitwisseling van de meetgegevens wel noodzakelijk is voor de uitvoering van, met een unieke EAN-code, verstrekt deze aan de aangeslotene en in geval van een grootverbruikaansluiting tevens aan de meetverantwoordelijke, en legt deze EAN-code vast in het register als bedoeld in. 11 Indien de aan een elektriciteitsproductie-eenheid of een GCvO-installatie toegekende EAN-code op 5 april 2022 dezelfde is als de EAN-code die op grond van het eerste lid aan de aansluiting van de desbetreffende aangeslotene is toegekend, kan deze situatie gehandhaafd blijven tot op het moment dat er wijziging van de aansluiting, de elektriciteitsproductie-eenheid of de GCvO-installatie plaatsvindt. 12 paragraaf 13.4 De netbeheerder identificeert desgevraagd een verbruiksinstallatie die vraagsturing levert aan een netbeheerder per vraagsturingleverende verbruikseenheid door het toekennen van een unieke EAN-code en legt deze vast in het register als bedoeld in. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 Indien een aansluiting waaraan een primair allocatiepunt is toegekend, bestaat uit meer dan één verbinding en de installaties die zich achter die verbindingen bevinden niet elektrisch gekoppeld zijn of kunnen worden anders dan via de netzijde van de aansluiting, kent de netbeheerder op verzoek van de aangeslotene een of meer secundaire allocatiepunten aan de aansluiting toe ten behoeve van het faciliteren van meerdere overeenkomsten met leveranciers en BRP’s op die aansluiting onder voorwaarde dat: a. elk allocatiepunt bij een afzonderlijke installatie behoort, die niet elektrisch gekoppeld is of kan worden met een andere installatie anders dan via de netzijde van de aansluiting; b. artikel 1, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 de afzonderlijke installaties als bedoeld in onderdeel a, zich op dezelfde onroerende zaak bevinden, met uitzondering van aansluitingen als bedoeld in; c. de installatie die bij een secundair allocatiepunt hoort, niet wordt gebruikt ten behoeve van bewoning van een ruimte; d. artikel 2.12 Meetcode elektriciteit op het overdrachtspunt van elke verbinding zich een meetinrichting bevindt overeenkomstigen overeenkomstig de voorwaarden voor meetinrichtingen die op grond van devan toepassing zijn op de desbetreffende aansluiting; e. artikel 2.11 de locatie van elk van de meetinrichtingen, als bedoeld in onderdeel d, aan de voorwaarden involdoet; f. artikel 1.2.3.2 van de Meetcode elektriciteit indien het een grootverbruikaansluiting betreft, voldaan wordt aan; g. er sprake is van één aansluit- en transportovereenkomst tussen de aangeslotene en de netbeheerder voor de desbetreffende aansluiting, ongeacht het aantal aan die aansluiting toegekende allocatiepunten en ongeacht het aantal leveringsovereenkomsten met verschillende leveranciers. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 2.6 — Artikel 2.6#
Artikel 2.6 Indien een aansluiting waaraan een primair allocatiepunt is toegekend, bestaat uit één verbinding of uit meerdere elektrisch parallelle verbindingen, kent de netbeheerder op verzoek van de aangeslotene een of meer secundaire allocatiepunten aan de aansluiting toe ten behoeve van het faciliteren van meerdere overeenkomsten met leveranciers en BRP’s op die aansluiting onder voorwaarde dat: a. elk allocatiepunt bij een afzonderlijke installatie behoort, die niet elektrisch gekoppeld is of kan worden met een andere installatie anders dan via de netzijde van de aansluiting; b. artikel 1, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 de afzonderlijke installaties als bedoeld in onderdeel a, zich op dezelfde onroerende zaak bevinden, met uitzondering van aansluitingen als bedoeld in; c. de installatie die bij een secundair allocatiepunt hoort, niet wordt gebruikt ten behoeve van bewoning van een ruimte. d. artikel 2.12 Meetcode elektriciteit op de grens tussen elke afzonderlijke installatie, als bedoeld in onderdeel a, en de aansluiting waarachter deze zich bevindt, zich een meetinrichting bevindt overeenkomstigen overeenkomstig de voorwaarden voor meetinrichtingen die op grond van devan toepassing zijn op de desbetreffende aansluiting; e. artikel 2.11 de locatie van de meetinrichtingen, als bedoeld in onderdeel d, aan de voorwaarden involdoet; f. de meetinrichtingen, als bedoeld in onderdeel d, zich bevinden in elkaars onmiddellijke nabijheid in dezelfde meterkast of meterruimte en zich zo dicht mogelijk bij het overdrachtspunt van de aansluiting bevinden; g. tussen de locatie van het overdrachtspunt van de aansluiting en de locatie van de meetinrichtingen als bedoeld in onderdeel d, geen energie-uitwisseling plaatsvindt met een andere installatie; h. artikel 1.2.3.2 van de Meetcode elektriciteit indien het een grootverbruikaansluiting betreft, voldaan wordt aan; i. er sprake is van één aansluit- en transportovereenkomst tussen de aangeslotene en de netbeheerder voor de desbetreffende aansluiting, ongeacht het aantal aan die aansluiting toegekende allocatiepunten en ongeacht het aantal leveringsovereenkomsten met verschillende leveranciers. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 2.7 — Artikel 2.7#
Artikel 2.7 artikel 2.6, onderdeel f Indien, in afwijking van, in geval van een grootverbruikaansluiting, zich een transformator bevindt tussen het overdrachtspunt van de aansluiting en de locatie van de meetinrichtingen, als bedoeld in artikel 2.6, onderdeel d, geldt in aanvulling op artikel 2.6 dat: a. artikel 2.6, onderdeel d de meetverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting zorg draagt voor een zodanige correctie van de meetgegevens afkomstig uit de meetinrichtingen, als bedoeld in, dat de aan de allocatiepunten toegewezen energie-uitwisseling tezamen de totale energie-uitwisseling op het overdrachtspunt representeren; b. artikel 2.6, onderdeel d de meetverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting de energieverliezen tussen het overdrachtspunt van de aansluiting en de locatie van de meetinrichtingen als bedoeld in, toebedeelt aan het primaire allocatiepunt van die aansluiting, tenzij de meetverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting een andere verdeling over de allocatiepunten overeenkomt met de aangeslotene. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.8 — Artikel 2.8#
Artikel 2.8 artikel 2.6, onderdeel f Indien, in afwijking van, in geval van een grootverbruikaansluiting zich een kabeltracé, en eventueel een transformator, bevindt tussen het overdrachtspunt van de aansluiting en de locatie van één of meer van de meetinrichtingen, als bedoeld in artikel 2.6, onderdeel d, geldt in aanvulling op artikel 2.6 dat: a. artikel 2.6, onderdeel d Meetcode elektriciteit er naast de meetinrichtingen, als bedoeld in, zich ook op het overdrachtspunt van de aansluiting een meetinrichting bevindt overeenkomstig de; b. artikel 2.6, onderdeel d de meetverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting zorg draagt voor een zodanige correctie van de meetgegevens afkomstig uit de meetinrichtingen, als bedoeld in, dat de aan de allocatiepunten toegewezen energie-uitwisseling tezamen de totale energie-uitwisseling op het overdrachtspunt representeren; c. artikel 2.6, onderdeel d de meetverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting de energieverliezen tussen het overdrachtspunt van de aansluiting en de locatie van de meetinrichtingen bedoeld in, toebedeelt aan het primaire allocatiepunt van die aansluiting, tenzij de meetverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting een andere verdeling over de allocatiepunten overeenkomt met de aangeslotene. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.9 — Artikel 2.9#
Artikel 2.9 Aan een grootverbruikaansluiting waaraan een primair allocatiepunt is toegekend, kent de netbeheerder op verzoek van de aangeslotene een of meer secundaire allocatiepunten toe, ongeacht het aantal verbindingen waaruit de aansluiting bestaat, ten behoeve van het faciliteren van meerdere overeenkomsten met leveranciers en BRP’s op die aansluiting onder voorwaarde dat: a. elk allocatiepunt bij een afzonderlijke installatie behoort, die niet elektrisch gekoppeld is of kan worden met een andere installatie anders dan via de in onderdeel d bedoelde grens; b. artikel 1, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 de afzonderlijke installaties als bedoeld in onderdeel a zich op dezelfde onroerende zaak bevinden, met uitzondering van aansluitingen als bedoeld in; c. de installatie die bij een secundair allocatiepunt hoort, niet wordt gebruikt ten behoeve van bewoning van een ruimte; d. artikel 2.12 Meetcode elektriciteit op het overdrachtspunt van de aansluiting en op elke grens tussen de afzonderlijke installaties, als bedoeld in onderdeel a, en de andere installatie(s) achter de desbetreffende aansluiting, zich een meetinrichting bevindt overeenkomstigen overeenkomstig de voorwaarden voor meetinrichtingen die op grond van devan toepassing zijn op de desbetreffende aansluiting; e. tussen een afzonderlijke installatie als bedoeld in onderdeel a en het overdrachtspunt van de aansluiting op het net zich maximaal één andere installatie bevindt; f. artikel 2.11 de locatie van elk van de meetinrichtingen, als bedoeld in onderdeel d, aan de voorwaarden involdoet; g. artikel 2.6.5 van de Meetcode elektriciteit het primaire deel van de meetinrichtingen, als bedoeld in onderdeel d, die zich niet op het overdrachtspunt van de aansluiting bevinden, aanvoldoet; h. artikel 1.2.3.2 van de Meetcode elektriciteit voldaan wordt aan; i. de meetverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting zorg draagt voor een zodanige bewerking van de meetgegevens afkomstig uit de meetinrichtingen, als bedoeld in onderdeel d, dat de meetgegevens per allocatiepunt de energie-uitwisseling met het net representeren; j. de meetverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting de energieverliezen tussen het overdrachtspunt van de aansluiting en de locatie van de meetinrichtingen als bedoeld in onderdeel d, toebedeelt aan het primaire allocatiepunt van die aansluiting, tenzij de meetverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting een andere verdeling over de allocatiepunten overeenkomt met de aangeslotene; k. er sprake is van één aansluit- en transportovereenkomst tussen de aangeslotene en de netbeheerder voor de desbetreffende aansluiting, ongeacht het aantal aan die aansluiting toegekende allocatiepunten en ongeacht het aantal leveringsovereenkomsten met verschillende leveranciers. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 2.10 — Artikel 2.10#
Artikel 2.10 artikelen 2.5 tot en met 2.9 artikelen 2.5 tot en met 2.8 artikel 2.9 Met inachtneming van dekan de aangeslotene bij zijn verzoek om een of meer secundaire allocatiepunten aan zijn aansluiting toe te kennen, kiezen voor de variant met parallel geplaatste meetinrichtingen als bedoeld in deof serieel geplaatste meetinrichtingen als bedoeld in. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.11 — Artikel 2.11#
Artikel 2.11 De aangeslotene zorgt er voor dat: a. de aansluiting goed bereikbaar blijft; b. de toegang tot de ruimte waarin zich de meetinrichting en de tot de aansluiting behorende apparatuur bevinden, niet op een naar het oordeel van de netbeheerder ontoelaatbare wijze wordt belemmerd; c. verzegelingen die door of vanwege de netbeheerder zijn aangebracht op de meetinrichting of op delen van de aansluiting niet worden geschonden of verbroken tenzij de netbeheerder uitdrukkelijk toestemming geeft tot het verbreken van de verzegeling; d. hij alle maatregelen neemt die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om schade aan het in het perceel aanwezige gedeelte van de aansluiting te voorkomen; e. de meetinrichting en de tot de aansluiting behorende apparatuur niet opgesteld worden in vochtige ruimten, ruimten met bijtende gassen, dampen of stoffen, ruimten met ontploffingsgevaar en ruimten met brandgevaar; en f. boven of in de onmiddellijke nabijheid van de meetinrichting geen water-, stoom- of soortgelijke leidingen voor komen, tenzij, ter beoordeling van de netbeheerder, passende voorzieningen zijn getroffen voor de bescherming van de meetinrichting. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.12 — Artikel 2.12#
Artikel 2.12 1 Meetcode elektriciteit De aangeslotene zorgt voor comptabele meting bij het (de) overdrachtspunt(en) van de aansluiting met inachtneming van de, tenzij op grond van deze code anders is bepaald. 2 Meetcode elektriciteit De plaats van de comptabele meetinrichting wordt bepaald door de netbeheerder in overleg met de aangeslotene en, indien de aangeslotene een grootverbruiker is en hij zijn meetverantwoordelijkheid heeft overgedragen, met de door hem op grond van deaangewezen meetverantwoordelijke. 3 De comptabel te meten grootheden worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 4 De comptabele meetinrichting registreert de grootheden in het overdrachtspunt van de aansluiting. In geval van aansluitingen met een of meer secundaire allocatiepunten gebeurt dat voor elk allocatiepunt afzonderlijk. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.13 — Artikel 2.13#
Artikel 2.13 1 De beveiliging van elektrische installaties (en onderdelen daarvan) is selectief ten opzichte van de beveiliging die de netbeheerder in de aansluiting van de elektrische installatie of in het voedende net toepast. 2 Bij de dimensionering van de elektrische installatie wordt rekening gehouden met de door de netbeheerder toe te passen beveiliging. 3 De netbeheerder informeert de aangeslotene en overlegt met hem voor zover van toepassing bij eerste aansluiting en bij latere wijzigingen van het net omtrent: a. de beveiligingsfilosofie; b. de minimum- en maximumwaarde van het kortsluitvermogen tijdens de normale toestand; c. de wijze van sterpuntsbehandeling; d. de isolatiecoördinatie; e. de netconfiguratie; en f. de bedrijfsvoering. 4 Voor zover de in het derde lid genoemde gegevens nodig zijn voor de bedrijfsvoering van de aangeslotene worden deze in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd. 5 Zowel de aangeslotene als de netbeheerder kunnen het vastgelegde maximale kortsluitvermogen slechts in overleg met elkaar aanpassen. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.14 — Artikel 2.14#
Artikel 2.14 1 Onverminderd het in of krachtens deze code bepaalde voldoen alle bedrijfsmiddelen en toestellen in of aangesloten op de elektrische installaties aan de op deze bedrijfsmiddelen en toestellen van toepassing zijnde normen. 2 De in een elektrische installatie opgenomen machines, toestellen, materialen en onderdelen voldoen aan de voor de handel daarin of het gebruik daarvan vastgestelde wettelijke voorschriften. 3 De elektrische installatie is bestand tegen het door de netbeheerder ter plaatse verwachte kortsluitvermogen. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.15 — Artikel 2.15#
Artikel 2.15 1 Elektrische installaties en de daarop aangesloten toestellen veroorzaken via het net van de netbeheerder geen ontoelaatbare hinder. 2 De netbeheerder kan de aangeslotene verzoeken tot het treffen van zodanige voorzieningen dat de ontoelaatbare hinder ophoudt, dan wel voor een door hem te bepalen aantal uren de aangeslotene verbieden om door hem aan te wijzen toestellen en motoren te gebruiken. 3 In afwijking van het tweede lid, past de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet centrale filtering toe wanneer de verantwoordelijkheid voor het treffen van de voorzieningen niet eenduidig kan worden toegewezen aan de aangeslotene of aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, mits de ontoelaatbare hinder veroorzaakt wordt door spanningsverschijnselen als gevolg van de interactie van een wisselstroomkabel langer dan 5 km, deel uitmakend van de aansluiting of de installatie van een aangeslotene, en de netconfiguratie ter plaatse. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 2.16 — Artikel 2.16#
Artikel 2.16 1 hoofdstuk 3 De elektrische installaties bevatten geen bedrijfsmiddelen die tot invoeding in het net van de netbeheerder kunnen leiden, tenzij aan de aanvullende voorwaarden voor elektriciteitsproductie-eenheden zoals opgenomen inwordt voldaan. 2 De aangeslotene stelt de netbeheerder tijdig op de hoogte van zijn voornemen tot het plaatsen of wijzigen van een elektriciteitsproductie-eenheid of een elektriciteitsopslageenheid, opdat de netbeheerder eventueel noodzakelijke wijzigingen in het net kan doorvoeren. 3 Indien het bedrijfsmiddel dat tot invoeding in het net van de netbeheerder kan leiden, als bedoeld in het eerste lid, een elektriciteitsopslageenheid betreft: a. zijn aansluitvoorwaarden zoals verwoord in Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) en de daarbij behorende onderdelen van hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat: 1°. een synchroon gekoppelde elektriciteitsopslageenheid voldoet aan de voorwaarden zoals verwoord in Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) artikel 13 tot en met 19, artikel 40, artikel 42 tot en met 46 en artikel 51 tot en met 53; 2°. een niet-synchroon gekoppelde elektriciteitsopslageenheid voldoet aan de voorwaarden zoals verwoord in Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) artikel 13 tot en met 16, artikel 20 tot en met 22, artikel 40, artikel 42, artikel 43, artikel 47 tot en met 49 en artikel 54 tot en met 56; 3°. een elektriciteitsopslageenheid met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 0,8 kW en kleiner dan 1 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type A; 4°. een elektriciteitsopslageenheid met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 1 MW en kleiner dan 50 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type B; 5°. een elektriciteitsopslageenheid met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 50 MW en kleiner dan 60 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C; 6°. een elektriciteitsopslageenheid met een maximaal te leveren werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 60 MW voldoet aan de bepalingen die van toepassing zijn op een elektriciteitsproductie-eenheid van het type D; b. beschikt de elektriciteitsopslageenheid over de mogelijkheid tot het automatisch overschakelen van de opslagmodus naar de opwekkingsmodus als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), alsmede over de mogelijkheid tot automatisch ontkoppelen als bedoeld in artikel 15, derde lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER); c1. Verordening (EU) 2016/1388 zijn de relevante artikelen van de(NC DCC) en paragraaf 4.1 van overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid is aangesloten op een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger; c2. paragraaf 4.2 zijn de relevante artikelen van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) envan overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een netbeheerder; d. artikelen 13.1 13.11 13.21 13.2 13.12 13.22 zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de netbeheerder de,enof,envan overeenkomstige toepassing; e. artikelen 13.3 13.13 13.23 13.4 13.14 13.24 zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsopslageenheid en de netbeheerder tevens de,enof,envan overeenkomstige toepassing indien de elektriciteitsopslageenheid vraagsturing levert aan een netbeheerder; f. geldt in afwijking van onderdeel a dat voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – onderfrequentie (LFSM-U) – in zowel de opslag- als in de opwekkingsmodus de statiek ingesteld is op: 1°. 2% voor elektriciteitsopslageenheden groter dan 0,8 kW en kleiner dan 1 MW; en 2°. 1% voor elektriciteitsopslageenheden groter dan of gelijk aan 1 MW; g. artikel 9.13 isvan overeenkomstige toepassing op het beïnvloeden van het via het overdrachtspunt van de aansluiting van een elektriciteitsopslageenheid uit te wisselen werkzaam vermogen. 4 Indien het bedrijfsmiddel dat tot invoeding van blindvermogen in het net van de netbeheerder kan leiden, bedoeld in het eerste lid, een synchrone condensor, aangesloten op een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger, betreft: a. Verordening (EU) 2016/631 zijn de aansluitvoorwaarden zoals verwoord in de artikelen 19, 29, 33 tot en met 37, 40 tot en met 46 en 51 tot en met 53 van de(NC RfG), met uitzondering van de onderdelen die betrekking hebben op het werkzaam vermogen, en de daarbij behorende artikelen van hoofdstuk 3, van overeenkomstige toepassing; b. artikel 3.13, tweede lid in afwijking van onderdeel a, jo., geldt voor de frequentiegradiënt van een synchrone condensor een drempelwaarde van 2 Hertz per seconde gedurende een voortschrijdend tijdsvenster van 500 milliseconden; c. artikel 3.29, tweede tot en met vierde lid in afwijking van onderdeel a, jo., is de synchrone condensor in staat bij variërende spanning ten minste een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximaal schijnbaar vermogen gelijk aan 0,3 bij een spanning van 1,05 pu, gelijk aan 0,65 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu en dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,65 en 0,3 bij een spanning van 1 pu tot 1,05 pu, en een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximaal schijnbaar vermogen gelijk aan 0,1 bij een spanning van 0,9 pu, gelijk aan 0,5 bij een spanning van 1 pu tot 1,05 pu en dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,5 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu, en is daarmee in staat blindvermogen te leveren of op te nemen ten minste binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Smax-diagram: d. artikelen 9.14, eerste lid 9.16 tot en met 9.18 zijn de, envan overeenkomstige toepassing; e. artikelen 13.1 13.11 13.21 zijn voor de gegevensuitwisseling tussen de aangeslotene die beschikt over een synchrone condensor en de netbeheerder de,en, met uitzondering van de onderdelen die betrekking hebben op het werkzaam vermogen, van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 3.28 van de Energiewet Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing indien de synchrone condensor een volledig geïntegreerde netcomponent is als bedoeld in. 2025 37936 10-11-2025 06-11-2025 ACM/UIT/650550 2025 37936 10-11-2025 06-11-2025 ACM/UIT/650550 11-11-2025
Artikel 2.17 — Artikel 2.17#
Artikel 2.17 1 De aangeslotene onderhoudt de elektrische installatie naar behoren. 2 Bij aanleg van nieuwe elektrische installaties, alsmede bij uitbreiding, wijziging of vernieuwing van bestaande elektrische installaties waarbij de aansluiting dan wel de meetinrichting moet worden uitgebreid of gewijzigd, geeft de aangeslotene de netbeheerder zo spoedig mogelijk schriftelijk, op de door de netbeheerder aangegeven wijze, op: a. zijn naam, volledige adres en telefoonnummer; b. het volledige adres en de bestemming van het perceel, waarin of waarop de werkzaamheden zullen worden verricht; en c. de naam, het volledige adres en het telefoonnummer van degene die de werkzaamheden verricht. 3 Ten minste drie volle werkdagen voor het gereedkomen van een nieuwe elektrische installatie respectievelijk van de uitbreiding, wijziging of vernieuwing van een bestaande elektrische installatie waarbij de aansluiting dan wel de meetinrichting moet worden uitgebreid of gewijzigd, stelt de aangeslotene hiervan de netbeheerder op de door de netbeheerder aangegeven wijze in kennis. 4 Onverminderd het bepaalde in het derde lid wordt een uitbreiding, wijziging of vernieuwing van een elektrische installatie geacht gereed te zijn, indien deze elektrische installatie geheel of gedeeltelijk is aangesloten. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.18 — Artikel 2.18#
Artikel 2.18 1 Indien naar het oordeel van de netbeheerder redelijke twijfel bestaat of een elektrische installatie voldoet aan de van toepassing zijnde bepalingen van deze code, toont de aangeslotene aan dat zijn elektrische installatie aan deze bepalingen voldoet. 2 Wanneer de aangeslotene in gebreke blijft, is de netbeheerder bevoegd om de elektrische installatie zelf te onderzoeken of te laten onderzoeken. 3 Indien een elektrische installatie naar het oordeel van de netbeheerder niet voldoet aan het bepaalde in deze code, herstelt de aangeslotene de gebreken, zo nodig onmiddellijk. De netbeheerder kan door de aangeslotene daarbij in acht te nemen aanwijzingen geven. 4 De netbeheerder heeft geen verplichting om na te gaan of aan het in deze code bepaalde is voldaan. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 2.19 — Artikel 2.19#
Artikel 2.19 paragraaf 2.1 In aanvulling op de voorwaarden ingelden voor een aansluiting op een wisselstroomnet met een spanningsniveau kleiner dan of gelijk aan 1 kV de voorwaarden van deze paragraaf. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.20 — Artikel 2.20#
Artikel 2.20 1 In percelen waar de elektrische installatie door middel van een in de grond gelegde kabel wordt aangesloten, worden voorzieningen getroffen voor het gemakkelijk en gasbelemmerend binnenleiden van deze kabel, waaronder in ieder geval een beschermbuis waarvan de netbeheerder het materiaal en de afmetingen bepaalt, tenzij de netbeheerder uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven zulks niet noodzakelijk te achten. In het geval een leidinginvoerput wordt aangebracht, voldoet deze aan NEN 2768:2016+A2:2022 "Meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen in woningen". 2 In woonhuizen met individuele meting wordt voor het onderbrengen van alle tot de aansluiting en meetinrichting behorende apparatuur een kast ter beschikking gesteld, die voldoet aan de eisen, gesteld in NEN 2768:2016+A2:2022 "Meterruimten en bijbehorende bouwkundige voorzieningen in woningen". In geval de meteropname van buitenaf kan geschieden of het overdrachtspunt van buitenaf bereikbaar is, kan de netbeheerder ten aanzien van deze kast nadere eisen stellen. 3 Bij andere aansluitingen dan bedoeld in het tweede lid wijst de netbeheerder, na overleg met de aangeslotene, de ter beschikking te stellen ruimten aan voor het onderbrengen van de tot de aansluiting en de meetinrichting behorende apparatuur. De netbeheerder stelt de eisen vast waaraan deze ruimten voldoen. 4 De aangeslotene stelt voor de aansluiting van een tijdelijke installatie een stevige, deugdelijk afsluitbare kast of ruimte ter beschikking aan de netbeheerder, waarvan de netbeheerder de afmetingen en constructie bepaalt, voor het opstellen van de tot de aansluiting behorende apparatuur. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 2.21 — Artikel 2.21#
Artikel 2.21 1 Het gezamenlijke nominale vermogen van motoren in een installatie die niet van afzonderlijke of gemeenschappelijke nulspanningsbeveiliging zijn voorzien bedraagt niet meer dan 10 kW, dan wel een met de netbeheerder in individuele gevallen overeengekomen hogere waarde. 2 De netbeheerder kan in gevallen van gemeenschappelijke nulspanningsbeveiligingen verlangen dat inschakeling niet kan plaatsvinden dan nadat alle desbetreffende motoren zijn uitgeschakeld. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.22 — Artikel 2.22#
Artikel 2.22 Tussen de elektrische installatie achter een aansluiting en de elektrische installatie achter een andere aansluiting bestaat geen verbinding, tenzij de netbeheerder anders bepaalt. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.23 — Artikel 2.23#
Artikel 2.23 1 artikel 2.39 artikel 16c, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 Het bepaalde inis van overeenkomstige toepassing op laagspanningsaansluitingen indien deze deel uitmaken van aansluitingen als bedoeld in. 2 Indien de aansluitingswerkzaamheden met betrekking tot het verbreken van het laagspanningsnet, om een fysieke verbinding van de installatie van de aangeslotene met dat laagspanningsnet tot stand te brengen, onder spanning dient plaats te vinden ten behoeve van de handhaving van de ongestoorde transportdienst bij andere aangeslotenen, toont het bedrijf dat de aansluitingswerkzaamheden verricht aan dat: a. artikel 2.39, vijfde lid de personen die de bedoelde werkzaamheden uitvoeren, beschikken over de in, bedoelde aanwijzingen; b. de personen die de bedoelde werkzaamheden uitvoeren, beschikken over de voor het onder spanning werken vereiste aanvullende opleidingen en bevoegdheden; en c. de werkzaamheden worden uitgevoerd met voor onder spanning werken geëigende materialen en gereedschappen. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.24 — Artikel 2.24#
Artikel 2.24 1 paragraaf 2.1 paragraaf 2.2 In aanvulling op de voorwaarden inengelden voor een aansluiting op een wisselstroomnet, ongeacht het spanningsniveau, de voorwaarden van deze paragraaf. 2 artikelen 2.27 2.28 In afwijking van het eerste lid, gelden de bepalingen van deenniet voor aansluitingen tussen netten waarvoor een netbeheerder is aangewezen. 2020 28764 29-05-2020 28-05-2020 ACM/UIT/533621 2020 28764 29-05-2020 28-05-2020 ACM/UIT/533621 01-06-2020
Artikel 2.25 — Artikel 2.25#
Artikel 2.25 1 artikelen 2.32 tot en met 2.34 artikel 7.2 Op basis van het tweede lid bepaalt de netbeheerder, rekening houdend met het bepaalde in dealsmede met de aard en de omvang van de elektrische installatie, in welke vorm van de ingenoemde vormen de transportcapaciteit op de aansluiting ter beschikking wordt gesteld. 2 Een aansluiting met een aansluitcapaciteit: a. kleiner dan of gelijk aan 5,75 kVA wordt aangesloten op een net met een spanningsniveau van 0,23 kV; b. groter dan 5,75 kVA en kleiner dan of gelijk aan 60 kVA wordt aangesloten op een net met een spanningsniveau van 0,4 kV; c. groter dan 60 kVA en kleiner dan of gelijk aan 0,3 MVA wordt aangesloten op de secundaire zijde van de laagspanningsdistributietransformator met een spanningsniveau van 0,4 kV; d. groter dan 0,3 MVA en kleiner dan of gelijk aan 3 MVA wordt aangesloten op een net met een spanningsniveau groter dan 1 kV en kleiner dan 25 kV; e. groter dan 3 MVA en kleiner dan of gelijk aan 100 MVA wordt aangesloten op een net met een spanningsniveau groter dan of gelijk aan 25 kV en kleiner dan of gelijk aan 50 kV; f. groter dan 100 MVA wordt aangesloten op een net met een spanningsniveau groter dan 50 kV. 3 In gebieden waar geen net met een spanningsniveau van 25 kV tot en met 50 kV voorhanden is, wordt op een net met het naast hogere of lagere spanningsniveau aangesloten. De netbeheerder dient daartoe de waarden voor de aansluitcapaciteit aan te passen. 4 Het is de netbeheerder toegestaan om voor zijn gebied af te wijken van de in het tweede lid genoemde waarden voor de aansluitcapaciteit. Deze afwijkende waarden liggen ter inzage bij de netbeheerder en worden, ook bij wijzigingen ervan, schriftelijk gemeld bij de Autoriteit Consument en Markt. 5 De netbeheerder wijkt niet af van de spanningsniveaus genoemd in het tweede lid, tenzij de aangeslotene daar schriftelijk mee instemt. Bij afwijkingen vanaf het 25 kV spanningsniveau is het mogelijk dat de aangeslotene daardoor voor het transporttarief in een andere klasse terechtkomt. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 2.26 — Artikel 2.26#
Artikel 2.26 artikelen 2.5 2.6 2.9 artikel 2.4.2 van de Meetcode elektriciteit Indien een aansluiting waarvoor een verzoek wordt gedaan als bedoeld in de,ofeen doorlaatwaarde heeft groter dan 3x80A en een gecontracteerd transportvermogen voor afname of invoeding kleiner dan of gelijk aan 0,1 MW, beschikt de desbetreffende aansluiting, in afwijking van, over een telemetriegrootverbruikmeetinrichting. 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 26-04-2025
Artikel 2.27 — Artikel 2.27#
Artikel 2.27 Indien de aangeslotene geen nadere contractuele afspraken heeft gemaakt met de netbeheerder daaromtrent, varieert de arbeidsfactor in het overdrachtspunt tussen 0,85 (inductief) en 1,0, tenzij sprake is van kortstondige afwijkingen en van perioden met zeer lage belasting. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.28 — Artikel 2.28#
Artikel 2.28 1 De aangeslotene toont aan dat bij machines, toestellen, materialen en onderdelen in elektrische installaties of aangesloten op elektrische installaties waarvan de elektromagnetische compatibiliteit niet is vastgelegd in een wettelijke regeling, op het netaansluitpunt wordt voldaan aan de voorschriften ter zake van elektromagnetische compatibiliteit die door de netbeheerder zijn vastgesteld. 2 Voor apparatuur met een vermogen groter dan 11 kVA zijn de ”Richtlijnen voor toelaatbare harmonische stromen geproduceerd door apparatuur met een vermogen groter dan 11 kVA” uit juni 1997 uitgegeven door EnergieNed van toepassing. 2019 57151 21-10-2019 17-10-2019 ACM/UIT/520452 2019 57151 21-10-2019 17-10-2019 ACM/UIT/520452 22-10-2019
Artikel 2.29 — Artikel 2.29#
Artikel 2.29 paragrafen 2.1 2.2 2.3 In aanvulling op de voorwaarden in de,engelden voor aansluitingen op een wisselstroomnet met een spanningsniveau kleiner dan of gelijk aan 1 kV de voorwaarden van deze paragraaf. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.30 — Artikel 2.30#
Artikel 2.30 1 artikel 2.12 In afwijking van het bepaalde inhoeft een aangeslotene met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A niet te zorgen voor comptabele meting indien: a. het een aansluiting betreft van een zogenaamde ‘onbemande’ installatie van een object zonder verblijfsfunctie in de openbare ruimte; b. het belastingprofiel en het verbruik op de aansluiting: 1°. van tevoren kan worden bepaald op basis van programmering; 2°. achteraf kan worden bepaald op basis van geregistreerde schakeltijden; 3°. kan worden bepaald met behulp van een representatieve set van referentiemetingen, of 4°. kan worden bepaald op basis van de maximale doorlaatwaarde vermenigvuldigd met 8.760 uur, eventueel gecorrigeerd voor schakeltijden. 2 Ingeval van een aansluiting als bedoeld in het eerste lid zorgt de aangeslotene ervoor dat de netbeheerder altijd over de meest actuele informatie beschikt ten aanzien van: a. het geïnstalleerde vermogen van de installatie; b. de in- en uitschakeltijden van de installatie; c. de tijden dat niet het volledige vermogen van de installatie wordt benut en de omvang van het dan ingeschakelde vermogen en d. bijlage 2 bij de Informatiecode elektriciteit en gas voor zover van toepassing, de overige gegevens als bedoeld in. 3 Indien er wijzigingen worden aangebracht in de installatie of apparatuur achter een overdrachtspunt van een aansluiting, als bedoeld in het eerste lid, meldt de aangeslotene dit aan de netbeheerder teneinde te kunnen beoordelen of continuering van de onbemeten situatie verantwoord is. 4 artikel 2.12 Indien de netbeheerder twijfelt aan de juistheid of de volledigheid van de hem overeenkomstig het tweede lid verstrekte gegevens of niet in staat blijkt te zijn de hoeveelheid te transporteren elektriciteit overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, goed te berekenen, kan hij de aangeslotene opdragen tijdelijk te zorgen voor comptabele meting overeenkomstig. 5 Onverminderd hetgeen bepaald is in de aansluit- en transportovereenkomst is de netbeheerder gerechtigd tijdelijk een meetinrichting te plaatsen en metingen te (laten) verrichten indien de aangeslotene aan de opdracht als bedoeld in het vierde lid geen gehoor geeft. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.31 — Artikel 2.31#
Artikel 2.31 1 artikel 2.12 In afwijking vanhoeft een aangeslotene met een aansluiting met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A niet te zorgen voor comptabele meting, indien: a. het een aansluiting betreft van een zogenaamde ‘onbemande’ installatie van een object zonder verblijfsfunctie in de openbare ruimte; b. de netbeheerder de in een jaar te transporteren hoeveelheid elektriciteit goed kan berekenen en de aangeslotene er mee instemt dat op basis van het aldus berekende verbruik de door hem verschuldigde transportkosten berekend worden; c. voor deze installatie kan worden volstaan met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A, gelet op het geïnstalleerde vermogen van de installatie, en d. de aangeslotene bij de netbeheerder een verzoek heeft ingediend tot verlaging van de doorlaatwaarde van de aansluiting tot een waarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A. 2 Artikel 2.30, tweede tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing op een installatie, bedoeld in het eerste lid. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.32 — Artikel 2.32#
Artikel 2.32 1 Voor de toepassing van de in het tweede lid bedoelde voorschriften of bepalingen geldt dat de netbeheerder zal aangeven of het laagspanningsnet van de netbeheerder al dan niet is aangelegd volgens een systeem waarbij voldoende is verzekerd, dat de nul onder normale omstandigheden ongeveer aardpotentiaal houdt. 2 De netbeheerder bepaalt of het net, of een gedeelte ervan, in aanmerking komt als TN-stelsel te worden gebruikt ten behoeve van de aardingsvoorziening van elektrische installaties en welke aanvullende voorwaarden daartoe op de aansluiting van toepassing zijn. 3 Het gebruik van objecten van de netbeheerder als aardingsvoorziening voor elektrische installaties of gedeelten daarvan is niet toegestaan, tenzij anders met de netbeheerder is overeengekomen. 4 In afwijking van het eerste tot en met het derde lid wordt bij nieuwe aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A altijd een TN-systeem toegepast en biedt de netbeheerder de aangeslotene een aardingsvoorziening aan. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.33 — Artikel 2.33#
Artikel 2.33 1 Aansluitingen waar naar het oordeel van de netbeheerder geen grotere gelijktijdige schijnbare belasting dan 5,75 kVA, dan wel een met de netbeheerder in individuele gevallen overeengekomen hogere waarde, kan worden verwacht, worden als éénfase-aansluiting uitgevoerd, tenzij de aan te sluiten elektrische installatie verbruikende toestellen of motoren bevat die ingevolge het bepaalde in het vierde, vijfde en zesde lid op drie fasen of tussen twee fasen moeten worden aangesloten, dan wel de netbeheerder om vergelijkbare technische redenen een driefasen-aansluiting verlangt. 2 Aansluitingen waar naar het oordeel van de netbeheerder een grotere gelijktijdige schijnbare belasting dan 5,75 kVA, dan wel een met de netbeheerder in individuele gevallen overeengekomen hogere waarde, kan worden verwacht, worden, behoudens ontheffing van de netbeheerder, als driefasen-aansluiting uitgevoerd. Daarbij zorgt de aangeslotene voor een zo veel mogelijk gelijke verdeling van de belasting over de drie fasen. 3 Voor de bepaling van de gelijktijdige schijnbare belasting op een aansluiting wordt het schijnbare vermogen per lichtpunt en contactdoos gesteld op de werkelijke waarde of, indien deze niet bekend is, op een minimum van 50 VA per lichtpunt en 200 VA per contactdoos. Een meervoudige contactdoos wordt als één contactdoos aangemerkt. Bij de bepaling van de gelijktijdige schijnbare belasting wordt rekening gehouden met de te verwachten gelijktijdigheidfactor. 4 Machines met een nominaal vermogen groter dan 2 kW, dan wel een met de netbeheerder in individuele gevallen overeengekomen hogere waarde, zijn in de regel op drie fasen aangesloten. 5 Vermogenselektronische omzetters met een nominaal vermogen groter dan 5 kW, dan wel een met de netbeheerder in individuele gevallen overeengekomen hogere waarde, zijn in de regel op drie fasen aangesloten. 6 Lastoestellen met een schijnbaar vermogen groter dan 2,5 kVA, dan wel een met de netbeheerder in individuele gevallen overeengekomen hogere waarde, worden tussen twee fasen aangesloten en zijn derhalve ingericht voor een nominale spanning van 400V. 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 18-05-2022
Artikel 2.34 — Artikel 2.34#
Artikel 2.34 De bijdrage aan de snelle spanningsveranderingen door de aangeslotene op het overdrachtspunt st lt st lt wordt beperkt door een maximale bijdrage aan de Pen de Pdoor de eis: ∆P≤ 1,0 en ∆P≤ 0,8 ref (Z= 283 mΩ overeenkomstig IEC 61000-3-3:2013 ‘Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 3 – 3: Limits – Limitation of voltage changes, voltage fluctuations and flicker in public low-voltage supply systems, for equipment with rated current ≤ 16 A per phase and not subject to conditional connection’). 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 2.35 — Artikel 2.35#
Artikel 2.35 1 2 paragrafen 2.1 2.3 In aanvulling op de voorwaarden in deengelden voor een aansluiting op een wisselstroomnet met een spanningsniveau groter dan 1 kV de voorwaarden van deze paragraaf. artikel 2.40 In afwijking van het eerste lid, gelden de bepalingen vanniet voor aansluitingen tussen netten waarvoor een netbeheerder is aangewezen 2020 28764 29-05-2020 28-05-2020 ACM/UIT/533621 2020 28764 29-05-2020 28-05-2020 ACM/UIT/533621 01-06-2020
Artikel 2.36 — Artikel 2.36#
Artikel 2.36 1 De aangeslotene: a. stelt een locatie ter beschikking aan de netbeheerder ten behoeve van de plaatsing van een compactstation, of b. stelt een ruimte ter beschikking aan de netbeheerder ten behoeve van door de netbeheerder op te stellen apparatuur. 2 Indien de aangeslotene overeenkomstig het eerste lid, onderdeel b, een ruimte ter beschikking stelt: a. wordt de plaats ervan na overleg met de aangeslotene door de netbeheerder vastgesteld; b. voldoet de ruimte qua afmeting, constructie en inrichting aan de door de netbeheerder gestelde eisen; c. is de ruimte vanaf de openbare weg toegankelijk; en d. is de ruimte afgesloten door een of meerdere deuren en een door de netbeheerder ter beschikking gesteld slot. 3 De ruimte waarin de meetinrichting is opgesteld is voorzien van een doeltreffende verlichtingsinstallatie. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.37 — Artikel 2.37#
Artikel 2.37 De aangeslotene dient bij de netbeheerder in drievoud een staffelplan met betrekking tot de beveiligingsmiddelen in. De netbeheerder stelt na beoordeling en indien noodzakelijk na aanpassing één gewaarmerkt exemplaar aan de aangeslotene of diens installateur ter beschikking. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 2.38 — Artikel 2.38#
Artikel 2.38 Vervallen 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 2.39 — Artikel 2.39#
Artikel 2.39 1 artikel 16c van de Elektriciteitswet 1998 Indien aansluitingswerkzaamheden ten behoeve van een aansluiting als bedoeld inin opdracht van de aangeslotene worden uitgevoerd door een ander dan de netbeheerder, dient voorafgaand aan de uitvoering van deze aansluitingswerkzaamheden een overeenkomst te zijn gesloten tussen de aangeslotene en de netbeheerder. 2 In de overeenkomst wordt vastgelegd welke aansluitingswerkzaamheden de aangeslotene openbaar zal aanbesteden (aanleg, onderhoud, wijziging en/of verwijdering van de aansluiting). 3 In de overeenkomst wordt voor de openbaar aan te besteden aansluitingswerkzaamheden in elk geval datgene geregeld dat noodzakelijk is voor de waarborging van de veiligheid en betrouwbaarheid van het net. 4 Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.4 3.5 Het bedrijf dat de in het eerste lid bedoelde aansluitingswerkzaamheden uitvoert, werkt overeenkomstig het,enen de daarbij behorende beleidsregels en de daarin aangewezen normen: a. NEN-EN 50110-1:2013 ‘Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Algemene eisen ‘ en b. NEN 3140+A1:2015 ‘Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Laagspanning’ of c. NEN 3840+A1:2015 ‘Bedrijfsvoering van elektrische installaties – Hoogspanning’. 5 Het bedrijf dat de in het eerste lid bedoelde aansluitingswerkzaamheden uitvoert, zorgt er voor dat zijn personeel dat betrokken is bij de uitvoering van de desbetreffende aansluitingswerkzaamheden beschikt over de op grond van de in het vierde lid genoemde normen benodigde aanwijzingen, rekening houdend met het volgende: a. Arbeidsomstandighedenwet de in 3.2.1 tot en met 3.2.4 van de NEN-EN 50110-1:2013 en de in 3.2.202 en 3.2.203 van de NEN 3840+A1:2015 genoemde personen worden door of namens de hoogst verantwoordelijke in de organisatie van de netbeheerder voor de naleving van deschriftelijk aangewezen; b. het bedrijf dat de aansluitingswerkzaamheden uitvoert en de desbetreffende netbeheerder maken schriftelijk vast te leggen sluitende afspraken over de aanwijzing van de genoemde personen en hun onderlinge gezagsrelatie; c. eerst na de schriftelijke aanwijzing, als bedoeld in onderdeel a èn de schriftelijk vastgelegde afspraak, als bedoeld in onderdeel b, worden de in het eerste lid bedoelde aansluitingswerkzaamheden uitgevoerd. 6 Het bedrijf dat de in het eerste lid bedoelde aansluitingswerkzaamheden uitvoert, toont aan dat het beschikt over aantoonbare ervaring met het uitvoeren van desbetreffende aansluitingswerkzaamheden aan de desbetreffende installaties en met de daarin toegepaste materialen en bedrijfsmiddelen en op het desbetreffende spanningsniveau. 7 artikel 2.23, tweede lid Indien het bedrijf dat de in het eerste lid bedoelde aansluitingswerkzaamheden uitvoert niet over de bedoelde ervaring beschikt, maar wel aan de overige voorwaarden uit het vierde en vijfde lid en eventueel, wordt voldaan, vinden de werkzaamheden plaats onder toezicht van de netbeheerder op kosten van het bedoelde bedrijf. 8 Het in bedrijf nemen van de (gewijzigde) aansluiting geschiedt pas na een door de aannemer afgegeven schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat de acceptatietest succesvol is doorlopen en pas nadat afspraken omtrent het tijdstip van ingebruikname en omtrent de beveiligingsinstellingen zijn gemaakt en vastgelegd in de in het eerste lid bedoelde overeenkomst. Indien dat voor de acceptatietest noodzakelijk is, wordt er een proefspanning aangelegd volgens specificatie van de netbeheerder. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 2.40 — Artikel 2.40#
Artikel 2.40 1 artikel 2.14, tweede lid In aanvulling op, voldoen de elektrische installatie en de daarin opgenomen machines, toestellen, materialen en onderdelen aan “NPR-IEC/TR 61000-3-7:2008 en” (“Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 3-7: Limits – Assessment of emission limits for the connection of fluctuating installations to MV, HV and EHV power systems”). 2 In geval van een aansluiting op een hoogspanningsnet, toont de aangeslotene door middel van berekening aan dat zijn elektrische installatie voldoet aan het eerste lid. 3 In geval van een aansluiting op een middenspanningsnet, waarbij het achter de aansluiting te schakelen vermogen meer bedraagt dan de waarden opgenomen in tabel 3 van “NPR-IEC/TR 61000-3-7:2008 en” (“Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 3-7: Limits – Assessment of emission limits for the connection of fluctuating installations to MV, HV and EHV power systems”), toont de aangeslotene door middel van berekening aan dat zijn elektrische installatie voldoet aan het eerste lid. 4 Indien een van de leden twee of drie van toepassing is, wordt de wijze van toepassing van de “NPR-IEC/TR 61000-3-7:2008 en” (“Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 3-7: Limits – Assessment of emission limits for the connection of fluctuating installations to MV, HV and EHV power systems”) vastgelegd in een uitvoeringsinstructie en als bijlage toegevoegd aan de aansluit- en transportovereenkomst. 5 artikel 2.28 In aanvulling opis voor de aansluiting van éénfasige tractievoedingen op hoogspanningsnetten de “Richtlijn voor harmonische stromen en netspanningsasymmetrie bij éénfasige 25 kV-voedingen” uit maart 1999, uitgegeven door EnergieNed van toepassing. 2019 57151 21-10-2019 17-10-2019 ACM/UIT/520452 2019 57151 21-10-2019 17-10-2019 ACM/UIT/520452 22-10-2019
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 De maximumcapaciteitsdrempelwaarde, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), bedraagt: a. 1 MW voor onderdeel b; b. 50 MW voor onderdeel c; c. 60 MW voor onderdeel d. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 Vervallen 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 05-04-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 05-04-2022
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 1 artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 Indien een aangeslotene beschikt over meer dan één aansluiting en die aangeslotene een verzoek doet als bedoeld in, wordt, indien van toepassing, per aansluiting een verzoek ingediend. 2 Vervallen. 3 artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 De netbeheerder die een verzoek ontvangt als bedoeld in: a. artikel 73, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 stelt vast of de aanwezige elektriciteitsproductie-installatie geschikt is om elektriciteit als bedoeld inte produceren; b. stelt vast of een geschikte meetinrichting aanwezig is; c. artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 meldt of het verzoek als bedoeld inis gehonoreerd; d. muteert het aansluitingenregister indien de in het tweede lid bedoelde aangeslotene op zijn net is aangesloten. 4 Het onderzoek door de netbeheerder, als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, omvat het volgende: a. De netbeheerder onderzoekt de volledigheid en de consistentie van het ingediende verzoek; b. De netbeheerder toetst de inhoud van het verzoek aan de hand van de gegevens zoals die aanwezig zijn in archieven of systemen van de netbeheerder. 5 Indien de in het vierde lid, onderdeel b, bedoelde toets onvoldoende zekerheid geeft over de juistheid van de gegevens uit het verzoek, vraagt de netbeheerder aanvullende informatie over de elektriciteitsproductie-installatie op, aan de hand waarvan de bedoelde toets alsnog kan plaatsvinden, bijvoorbeeld: a. gemeentelijke vergunning; b. rekeningen van de aflevering/plaatsing of het onderhoud van/aan de installatie. 6 Indien ook de in het vijfde lid bedoelde informatie onvoldoende zekerheid geeft over de juistheid van de gegevens uit het verzoek, stelt de netbeheerder een aanvullend onderzoek in. De netbeheerder gaat pas over tot het instellen van dit aanvullend onderzoek na de in het tweede lid bedoelde aangeslotene hierover geïnformeerd te hebben en van hem vernomen te hebben dat hij zijn verzoek handhaaft. 7 In geval van zon/wind/water bestaat het aanvullende onderzoek als bedoeld in het zesde lid uit het zich ter plekke vergewissen van de aanwezigheid en de aansluitwijze van de bedoelde installatie. 8 In geval van biomassa kan tevens aanvullend technisch onderzoek door een externe, onafhankelijke technische deskundige worden uitgevoerd. 9 Het aanvullende onderzoek als bedoeld in het zesde lid zal plaatsvinden binnen drie weken nadat de netbeheerder overeenkomstig het zesde lid heeft vernomen dat de aangeslotene zijn verzoek handhaaft. 10 Indien het aanvullende onderzoek niet binnen drie weken kan plaatsvinden, ontvangt de desbetreffende in het tweede lid bedoelde aangeslotene binnen vijf werkdagen nadat de netbeheerder overeenkomstig het zesde lid heeft vernomen dat de aangeslotene zijn verzoek handhaaft, bericht binnen welke termijn het aanvullende onderzoek zal plaatsvinden. 11 De kosten voor het in het zesde tot en met het tiende lid bedoelde aanvullende onderzoek zijn niet voor rekening van de in het tweede lid bedoelde aangeslotene, indien de netbeheerder het in het vierde en vijfde lid beschreven traject niet heeft doorlopen. 2024 11805 16-04-2024 11-04-2024 ACM/UIT/611676 2024 11805 16-04-2024 11-04-2024 ACM/UIT/611676 17-04-2024
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 Elektriciteitsproductie-eenheden kleiner dan 800 W voldoen aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.5 — Artikel 3.5#
Artikel 3.5 Het parallel schakelen van de elektriciteitsproductie-eenheid dient automatisch te verlopen. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.6 — Artikel 3.6#
Artikel 3.6 artikel 2.27 In afwijking van het bepaalde inligt de arbeidsfactor in het overdrachtspunt van een aansluiting waarachter zich een elektriciteitsproductie-eenheid bevindt, tussen 0,9 capacitief en 0,9 inductief. 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 18-05-2022
Artikel 3.7 — Artikel 3.7#
Artikel 3.7 1 artikel 2.16, tweede lid In afwijking van, is het niet nodig de netbeheerder vooraf tijdig op de hoogte te brengen van het voornemen tot invoeding, indien sprake is van een elektriciteitsproductie-eenheid gebruik makend van warmtekrachtkoppeling die rechtstreeks of als onderdeel van een elektrische installatie wordt aangesloten op een laagspanningsnet. In dat geval informeert de aangeslotene de netbeheerder binnen een maand na de inbedrijfname van de elektriciteitsproductie-eenheid. 2 De in het eerste lid bedoelde afwijking is niet van toepassing indien sprake is van het op projectmatige basis gepland installeren van meerdere elektriciteitsproductie-eenheden gebruik makend van warmtekrachtkoppeling binnen een deelnet. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.8 — Artikel 3.8#
Artikel 3.8 1 De beveiligingen van de elektriciteitsproductie-eenheid zijn selectief ten opzichte van de beveiligingen in het net van de netbeheerder. De netbeheerder kan verlangen dat hiervan een berekening wordt gemaakt. 2 De beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid is in ieder geval voorzien van: a. een onderspanningsbeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 80% van de nominale spanning; b. een overspanningsbeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 110% van de nominale spanning; c. een frequentiebeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 47,5 en 51,5 Hz. 3 De installatie met een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid is voorzien van een inrichting die binnen 0,2 seconden een scheiding met het net bewerkstelligt in geval de netspanning in één of meer fasen daalt tot 70% van de nominale waarde, tenzij uit een berekening blijkt dat een snellere uitschakeling noodzakelijk is. 2020 63486 04-12-2020 03-12-2020 ACM/19/036454 2020 63486 04-12-2020 03-12-2020 ACM/19/036454 05-12-2020
Artikel 3.9 — Artikel 3.9#
Artikel 3.9 1 Het sterpunt van een elektriciteitsproductie-eenheid die zowel in eilandbedrijf als in parallelbedrijf kan functioneren, is deugdelijk geaard. 2 Maatregelen bij een elektriciteitsproductie-eenheid worden in ieder geval genomen in geval door harmonischen in de installatie de grootte van de nulleiderstroom in dezelfde orde van grootte als die van de fasestroom zal komen. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.10 — Artikel 3.10#
Artikel 3.10 1 Bij een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid die slechts enkele malen per dag start, respectievelijk parallel schakelt, wordt de aanloopstroom zodanig beperkt dat de spanningsdaling in het net, ter plaatse van de meest nabij gesitueerde aangeslotene, ten hoogste 5% bedraagt. 2 De (niet-)synchrone elektriciteitsproductie-eenheid vertoont een stabiel gedrag. Als een plotselinge verandering van het mechanische aandrijfkoppel optreedt, vinden geen ontoelaatbare elektrische slingeringen plaats. 3 De aandrijvende machine van een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid vertoont een rustig gedrag. 4 In ieder geval wanneer meer dan één synchrone elektriciteitsproductie-eenheid op een beperkt gedeelte van het net parallel draaien, gaat de netbeheerder op basis van berekeningen na of en zo ja welke maatregelen nodig zijn teneinde de bijdrage van een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid aan het kortsluitvermogen op het net waarop zij is aangesloten tot een minimum te beperken. 5 Wanneer bij een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid compensatiecondensatoren worden toegepast, wordt de omvang daarvan, en het aantal stappen waarin deze worden geschakeld, in overleg met de beheerder van de elektriciteitsproductie-eenheid door de netbeheerder bepaald. 6 De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid is voorzien van een inrichting die na het wegvallen van de netspanning de synchrone elektriciteitsproductie-eenheid uitschakelt. Na uitschakeling mag de synchrone elektriciteitsproductie-eenheid direct weer worden ingeschakeld. 7 De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid voldoet ten aanzien van het veroorzaken van harmonische stromen aan de in NEN-EN 60034-1:2004: ‘Roterende elektrische machines – Deel 1: Kengegevens en eigenschappen’ gestelde grenzen. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.11 — Artikel 3.11#
Artikel 3.11 1 Wanneer bij een door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid compensatiecondensatoren worden toegepast, wordt de omvang daarvan, en het aantal stappen waarin deze worden geschakeld, in overleg met de beheerder van de elektriciteitsproductie-eenheid door de netbeheerder bepaald. 2 artikel 3.8, tweede lid Een door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid mag, indien de netspanning buiten de gestelde grenzen genoemd in, komt, zich van het net vrijschakelen. Na uitschakeling mag de door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid direct weer inschakelen. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 3.12 — Artikel 3.12#
Artikel 3.12 1 Elektriciteitsproductie-eenheden van het type A voldoen aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden. 2 paragraaf 3.3 artikel 3.5 Elektriciteitsproductie-eenheden van het type A, kleiner dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningsnet, voldoen tevens aan de ingestelde voorwaarden, met uitzondering van. 3 paragraaf 3.3 artikelen 3.5 3.7 3.11, tweede lid Elektriciteitsproductie-eenheden van het type A groter dan of gelijk aan 11 kW, aangesloten op een laagspanningsnet, voldoen tevens aan de ingestelde voorwaarden, met uitzondering van de,en. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.13 — Artikel 3.13#
Artikel 3.13 1 De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om op het net aangesloten en in bedrijf te blijven binnen de volgende frequentiebanden en tijdsperiodes, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. in de frequentieband van 47,5 Hz tot 48,5 Hz gedurende 30 minuten; b. in de frequentieband van 48,5 Hz tot 49,0 Hz gedurende 30 minuten; c. in de frequentieband van 49,0 Hz tot 51,0 Hz gedurende onbeperkte tijd; d. in de frequentieband van 51,0 Hz tot 51,5 Hz gedurende 30 minuten. 2 Verordening (EU) 2016/631 Voor de frequentiegradiënt van elektriciteitsproductie-eenheden als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, van de(NC RfG) gelden de volgende drempelwaarden: a. 1 Hertz per seconde gedurende een voortschrijdend tijdsvenster van 500 milliseconden in het geval er sprake is van een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid; b. In afwijking van a. kan in overleg met de netbeheerder de drempelwaarde van de frequentiegradiënt voor een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid lager worden vastgesteld; c. 2 Hertz per seconde gedurende een voortschrijdend tijdsvenster van 500 milliseconden in het geval er sprake is van een power park module. 3 Indien een elektriciteitsproductie-eenheid geïntegreerd is in een industrieel productieproces, met dien verstande dat het afgegeven vermogen niet kan worden gewijzigd zonder verstoring van het productieproces, is het toegestaan om de activering van de FSM te relateren aan het in het (de) overdrachtspunt(en) van de aansluiting resulterende vermogen. 4 De elektriciteitsproductie-eenheid is voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – overfrequentie (LFSM-O) in staat om de levering van de frequentierespons te activeren, als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), waarbij: a. de frequentiedrempelwaarde instelbaar is tussen 50,2 Hz en 50,5 Hz (inclusief); b. de instelling van de frequentiedrempelwaarde 50,2 Hz is; c. de statiek instelbaar is tussen 4% en 12%; d. de default instelling van de statiek 5% is; e. de elektriciteitsproductie-eenheid bij het bereiken van het minimumregelniveau op dit niveau in bedrijf blijft; f. ref in geval van een power park module is P, als bedoeld in figuur 1 van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), gelijk aan het feitelijk gegenereerde werkzame vermogen op het moment dat de drempelwaarde van de LFSM-O is bereikt. 5 Indien de technische mogelijkheden van de elektriciteitsproductie-eenheid daartoe aanleiding geven, wordt het toestaan van reductie van het werkzame vermogen beneden een frequentie van 49,5 Hz met een gradiënt van 10% van de maximale capaciteit bij 50 Hz per frequentiedaling met 1 Hz, als bedoeld in artikel 13, vierde en vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 6 Verordening (EU) 2016/631 De netbeheerder stelt eisen overeenkomstig uniforme, door de gezamenlijke netbeheerders overeengekomen, specificaties aan de apparatuur waarmee het werkzaam uitgangsvermogen van een elektriciteitsproductie-eenheid op afstand binnen vijf seconden naar nul kan worden gereduceerd, als bedoeld in artikel 13, zesde lid, van de(NC RfG). De gezamenlijke netbeheerders maken de eisen openbaar. 7 De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om automatisch aan het net te koppelen, als bedoeld in artikel 13, zevende lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), indien: a. de spanning groter is dan of gelijk aan 0,90 pu en kleiner dan of gelijk aan 1,10 pu; b. de frequentie groter is dan of gelijk aan 49,9 Hz en kleiner dan of gelijk aan 50,1 Hz; c. de minimum tijd dat de spanning en de frequentie zich binnen de in de onderdelen a en b genoemde bereiken bevinden 60 seconden is; d. de maximum gradiënt van het werkzaam vermogen 20% is van de maximumcapaciteit per minuut. 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 26-04-2025
Artikel 3.14 — Artikel 3.14#
Artikel 3.14 1 Een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningsnet, is in ieder geval voorzien van: a. een meetinrichting voor de afgegeven stroom; b. een signalering of de elektriciteitsproductie-eenheid al dan niet parallel is geschakeld met het net. 2 De beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningsnet, is in ieder geval op drie fasen voorzien van: a. een onderspanningsbeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 80% van de nominale spanning én van 0,2 seconden bij 70% van de nominale spanning; b. een overspanningsbeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 110% van de nominale spanning; c. een maximum-stroomtijdbeveiliging; bij een vermogenselektronische omzetter een overbelastingsbeveiliging; d. een frequentiebeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 47,5 en 51,5 Hz; deze beveiliging mag éénfasig zijn. 3 Bij een door middel van vermogenselektronica gekoppelde elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 11 kW, aangesloten op een laagspanningsnet, mag parallelschakeling eerst enkele minuten nadat de netspanning weer aanwezig is, plaatsvinden. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.15 — Artikel 3.15#
Artikel 3.15 1 artikel 2.27 In afwijking van het bepaalde inligt de arbeidsfactor van een elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV, in het overdrachtspunt tussen 0,98 capacitief en 0,98 inductief. 2 De elektriciteitsproductie-eenheid, die is aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, is voorzien van een bedrijfsmeting. 3 De vereiste nauwkeurigheid van de in het tweede lid bedoelde metingen is a. Verordening (EU) 2016/631 klasse 1, indien de elektriciteitsproductie-eenheid is voorzien van een interface als bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van de(NC RfG); of b. klasse 2, in overige gevallen, tenzij anders met de netbeheerder is overeengekomen. 4 De beveiligingen van de elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, zijn selectief ten opzichte van de beveiligingen in het net van de netbeheerder. De aangeslotene draagt zorg en is verantwoordelijk voor adequate beveiligingen van de elektriciteitsproductie-eenheid tegen zowel storingen die ontstaan in het net als extreme afwijkingen van spanning en frequentie. De netbeheerder kan verlangen dat hiervan een berekening wordt gemaakt. 5 De elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, is voorzien van en wordt bedreven met een instelbare automatische spanningsregeling. De netbeheerder kan op basis van de lokale situatie voor een elektriciteitsproductie-eenheid een arbeidsfactor-regeling eisen of toestaan. 6 n n De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV, dient bij verlaagde netspanning onbeperkt de maximaal beschikbare hoeveelheid blindvermogen te kunnen leveren bij een verlaagde netspanning kleiner dan of gelijk aan Uen groter dan of gelijk aan 0,9 U. 7 De behandeling van het sterpunt van de elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, wordt bepaald door de netbeheerder in overleg met de beheerder van de elektriciteitsproductie-eenheid. 8 In overleg met de netbeheerder gaat de aangeslotene door berekeningen na of en zo ja door welke maatregelen, de bijdrage aan het kortsluitvermogen door de elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, redelijkerwijs kan worden beperkt. 9 artikel 3.13, eerste lid De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV is, in aanvulling op, en artikel 3.13, zevende lid, in staat om op het net aangesloten en in bedrijf te blijven: a. gedurende 3 minuten bij een spanning op het overdrachtspunt tussen 0,85 pu en 0,90 pu, waarbij geldt dat het werkzame vermogen mag worden gereduceerd tot 80% van de maximum capaciteit; b. artikel 3.13, eerste lid overeenkomstig de in, genoemde perioden 1°. bij een spanning op het overdrachtspunt binnen de spanningsband tussen 0,9 pu en 1,1 pu voor een frequentiebereik van 50 tot 51,5 Hz; 2°. bij een spanning op het overdrachtspunt binnen de spanningsband die lineair verloopt van 0,9 pu en 1,01 pu bij 47,5 Hz tot 0,9 en 1,1 pu bij 50 Hz. 10 artikel 3.13, eerste lid De elektriciteitsproductie-eenheid, aangesloten op een middenspanningsnet of op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV is op grond van het negende lid en op grond vanin staat aangesloten en in bedrijf te blijven binnen de in onderstaand diagram weergegeven tijdsperioden, frequentiebereiken en spanningsbanden. 11 artikel 3.13, eerste lid Indien, een kortere tijdsperiode toestaat dan het negende en tiende lid, prevaleert artikel 3.13, eerste lid. 12 artikel 3.13, eerste lid Indien het negende en tiende lid een kortere tijdsperiode toestaat dan, prevaleert het negende lid. 13 artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2 artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas De elektriciteitsproductie-eenheid die met gebruikmaking van de vrijstellingen voor productie als bedoeld in°,,, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°,en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van hetis aangesloten op een hoogspanningsnet of op het onderliggende middenspanningsnet dient voldoende snel en selectief afgeschakeld of afgeregeld te kunnen worden, in een uitvalsituatie als bedoeld in de hiervoor genoemde onderdelen van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas. Aan deze eis is voldaan indien: a. de netbeheerder de elektriciteitsproductie-eenheid kan afschakelen of afregelen door middel van een aan te bieden signaal op of in de nabijheid van het overdrachtspunt van de aansluiting; b. artikel 9.12, vijfde lid de netbeheerder en de aangeslotene overeenkomstig, overeenkomen dat de netbeheerder de aansluiting afschakelt of afregelt; of c. artikel 9.12, derde lid Verordening (EU) 2016/631 Verordening (EU) 2016/631 de netbeheerder en de aangeslotene overeenkomstig, overeenkomen dat voor het afschakelen of afregelen gebruik gemaakt kan worden van de in artikel 13, zesde lid, en artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van(NC RfG) bedoelde interface of de in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, van(NC RfG) bedoelde regelbaarheid. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 3.16 — Artikel 3.16#
Artikel 3.16 1 Elektriciteitsproductie-eenheden van het type B voldoen aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden. 2 paragraaf 3.4 artikel 3.14 Elektriciteitsproductie-eenheden van het type B voldoen tevens aan de ingestelde voorwaarden, met uitzondering van. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.17 — Artikel 3.17#
Artikel 3.17 1 Verordening (EU) 2016/631 De netbeheerder stelt eisen overeenkomstig uniforme, door de gezamenlijke netbeheerders overeengekomen specificaties aan de extra apparatuur waarmee het werkzaam uitgangsvermogen van een elektriciteitsproductie-eenheid op afstand te sturen is, als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de(NC RfG). De gezamenlijke netbeheerders maken de eisen openbaar. 2 De parameters voor de fault-ride-through-capaciteit van de synchrone elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, subonderdeel i en in tabel 3.1 van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), zijn als volgt: a. de spanningsparameters: 1°. ret Uis 0,30 pu; 2°. clear Uis 0,70 pu; 3°. rec1 clear Uis U; 4°. rec2 Uis 0,85 pu; b. de tijdsparameters: 1°. clear tis 0,15 s; 2°. rec1 clear tis t; 3°. rec2 rec1 tis t; 4°. rec3 tis 1,5 s. 3 De parameters voor de fault-ride-through-capaciteit van de power park module, als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, subonderdeel i, en tabel 3.2 van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), zijn als volgt: a. de spanningsparameters: 1°. ret Uis 0,05 pu; 2°. clear ret Uis U; 3°. rec1 clear Uis U; 4°. rec2 Uis 0,85 pu; b. de tijdsparameters: 1°. clear tis 0,20 s; 2°. rec1 clear tis t; 3°. rec2 rec1 tis t; 4°. rec3 tis 2,0 s. 4 De condities voor de berekening van het minimum kortsluitvermogen op het overdrachtspunt van een aansluiting voorafgaand aan een storing, als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, subonderdeel iv, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), zijn: a. dat van het minimum kortsluitvermogen wordt verondersteld dat het de helft van het maximum kortsluitvermogen bedraagt; b. dat het maximum kortsluitvermogen wordt berekend op basis van de netconfiguratie, waarbij rekening wordt gehouden met de kortsluitbijdrage van alle op het desbetreffende net aangesloten elektriciteitsproductie-eenheden en met de kortsluitbijdrage van aangrenzende netten. 5 Het bedrijfspunt van de elektriciteitsproductie-eenheid voor het bepalen van de fault-ride-through, als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, subonderdeel iv, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is het punt dat wordt gekarakteriseerd door: a. nominaal werkzaam vermogen; b. blindvermogensuitwisseling van 0 Mvar; en c. nominale spanning op het overdrachtspunt van de aansluiting. 6 Voor het minimum kortsluitvermogen op het overdrachtspunt van de aansluiting na de storing, als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel a, subonderdeel iv, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), wordt dezelfde waarde genomen als bepaald in het vierde lid voor de situatie voorafgaand aan de storing. 7 De fault-ride-through-capaciteit in het geval van asymmetrische storingen, als bedoeld in artikel 14, derde lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is identiek aan de fault-ride-through-capaciteit bij symmetrische storingen. 8 De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om na een storing aan het net te koppelen, als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), indien: a. de spanning groter is dan of gelijk aan 0,90 pu en kleiner dan of gelijk aan 1,10 pu; b. de frequentie groter is dan of gelijk aan 47,5 Hz en kleiner dan of gelijk aan 51,0 Hz indien de koppeling handmatig plaatsvindt; c. de frequentie groter is dan of gelijk aan 49,9 Hz en kleiner dan of gelijk aan 50,1 Hz indien de koppeling automatisch plaatsvindt; d. de tijd dat de spanning en de frequentie zich beide gelijktijdig en ononderbroken binnen de in de onderdelen a en b genoemde bereiken bevinden tenminste 60 seconden is e. de maximum gradiënt van het werkzaam vermogen 20% is van de maximumcapaciteit per minuut. 9 De tussen de netbeheerder en de aangeslotene overeengekomen functionaliteiten van de besturingssystemen en instellingen en de wijzigingen daarop van de verschillende regelapparatuur van de elektriciteitsproductie-eenheid die vereist zijn voor de stabiliteit van het landelijk hoogspanningsnet en voor het nemen van noodmaatregelen, als bedoeld in artikel 14, vijfde lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 10 artikel 2.13 Ten aanzien van de beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid en overige onderdelen van de elektrische installatie, als bedoeld in artikel 14, vijfde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), isvan overeenkomstige toepassing. 11 Indien de netbeheerder specificaties voorschrijft voor het uitwisselen van informatie tussen de elektriciteitsproductie-installatie en de netbeheerder als bedoeld in artikel 14, vijfde lid, onderdeel d, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), maakt hij deze eisen openbaar door publicatie op zijn website. 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 26-04-2025
Artikel 3.18 — Artikel 3.18#
Artikel 3.18 1 Verordening (EU) 2016/631 De synchrone productie-eenheid is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de(NC RfG): a. gelijk aan 0,33 bij een spanning van 0,9 pu tot 1,05 pu; en b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,33 en 0,0 bij een spanning tussen 1,05 pu en 1,1 pu. 2 Verordening (EU) 2016/631 De synchrone productie-eenheid is in staat bij variërende spanning maximaal blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van de(NC RfG): a. gelijk aan 0,33 bij een spanning van 0,95 pu tot 1,1 pu; en b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,0 en 0,33 bij een spanning tussen 0,9 en 0,95 pu. 3 In aanvulling op het eerste lid is het toegestaan het werkzame vermogen, zoveel als met het oog op de begrenzing door de maximale stroom technisch nodig is, te verminderen ten gunste van het leveren van blindvermogen binnen het deel van het U-Q/Pmax-profiel dat begrensd wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,2 en 0,33 bij een spanning tussen 0,90 pu en 0,95 pu en het profiel overeenkomstig het eerste lid. 4 De synchrone productie-eenheid is op grond van het eerste tot en met het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde U-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram. 5 De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om na een storing zo snel mogelijk de hoeveelheid werkzaam vermogen van voor de storing te leveren. 2021 40916 13-09-2021 09-09-2021 ACM/UIT/544783 2021 40916 13-09-2021 09-09-2021 ACM/UIT/544783 14-09-2021
Artikel 3.19 — Artikel 3.19#
Artikel 3.19 1 De power park module is in staat bij zijn maximumcapaciteit en bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. gelijk aan 0,33 bij een spanning van 0,9 pu tot 1,05 pu; en b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,33 en 0,0 bij een spanning tussen 1,05 pu en 1,1 pu. 2 De power park module is in staat bij zijn maximumcapaciteit en bij variërende spanning maximaal blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. gelijk aan 0,33 bij een spanning van 0,95 pu tot 1,1 pu; en b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,0 en 0,33 bij een spanning tussen 0,9 en 0,95 pu. 3 In aanvulling op het eerste lid is het toegestaan het werkzame vermogen, zoveel als met het oog op de begrenzing door de maximale stroom technisch nodig is, te verminderen ten gunste van het leveren van blindvermogen binnen het deel van het U-Q/Pmax-profiel dat begrensd wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,2 en 0,33 bij een spanning tussen 0,90 pu en 0,95 pu en het profiel overeenkomstig het eerste lid. 4 De power park module is op grond van het eerste tot en met het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde U-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram. 5 De power park module is in staat bij een werkzaam vermogen beneden de maximum capaciteit maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximum capaciteit als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. gelijk aan 0,33 bij een werkzaam vermogen van 0,2 pu tot 1 pu; en b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,0 en 0,33 bij een werkzaam vermogen van 0,0 pu tot 0,2 pu. 6 De power park module is in staat bij een werkzaam vermogen beneden de maximum capaciteit maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximum capaciteit als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. gelijk aan 0,33 bij een werkzaam vermogen van 0,2 pu tot 1pu; en b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,0 en 0,33 bij een werkzaam vermogen van 0,0 tot 0,2 pu. 7 In aanvulling op het vijfde en zesde lid is het bij een werkzaam vermogen tussen 0,93 pu en 1,0 pu toegestaan om het werkzame vermogen zoveel als met het oog op de begrenzing door de maximale stroom technisch nodig is, te verminderen tot een werkzaam vermogen dat beschreven wordt door het lineaire verloop van Q/Pmax tussen respectievelijk 0,0 en 0,33 bij een werkzaam vermogen van 1,0 pu en 0,93 pu, ten gunste van het leveren van blindvermogen. 8 In aanvulling op het vijfde en zesde lid is het toegestaan bij een uitgewisseld schijnbaar vermogen van minder dan 10% van het maximale schijnbaar vermogen het gevraagde blindvermogen te leveren of op te nemen overeenkomstig de technische mogelijkheden en met een afwijking van maximaal 10% van het maximale schijnbaar vermogen. 9 De power park module is op grond van het vijfde tot en met het achtste lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde P-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram. 10 Verordening (EU) 2016/631 Tenzij anders overeengekomen is de power park module in staat om snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting te leveren in het geval van symmetrische (driefasen) storingen, als bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de(NC RfG). 11 Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting als bedoeld in het tiende lid, is de power park module die is aangesloten op een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger in staat om in bedrijf te zijn in één of twee van de volgende regelmodi: a. de snelle foutstroomregelmodus zonder voorgeschreven foutstroom waarbij de power park module in staat is om in het geval van symmetrische (driefasen) en asymmetrische storingen de spanningsverandering op het overdrachtspunt van de aansluiting van de power park module tegen te werken; of b. de snelle foutstroomregelmodus met voorgeschreven foutstroom, waarbij het twaalfde lid van toepassing is op de power park module. 12 De power park module aangesloten op een net met een spanningsniveau lager dan 110 kV en de power park module die is aangesloten op een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger die de foutregelmodus als bedoeld in het elfde lid, onderdeel b toepast, is in staat snelle foutstroom te leveren in de snelle foutstroomregelmodus met voorgeschreven foutstroom, als bedoeld in het elfde lid onderdeel b, onder de volgende voorwaarden: a. additionele blindstroominjectie wordt geactiveerd indien op de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module: 1°. een afwijking van meer dan 10% van de effectieve waarde van de nominale spanning plaatsvindt; of 2°. een sprongsgewijze verandering van de momentane sinusvormige spanning vóór het optreden van de fout ter grootte van tenminste 5% van de piekwaarde van de nominale spanning plaatsvindt; b. de spanningsregeling zorgt ervoor dat de aanvoer van additionele blindstroom, afkomstig van de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module, met minimaal 2% en maximaal 6% van de nominale stroom per procent spanningsafwijking verzekerd is; c. de stijgtijd (de tijd vanaf de storingsaanvang die ervoor nodig is dat de te injecteren additionele blindstroom voor het eerst een waarde van 90% van de stabiele eindwaarde bereikt) is maximaal 30 ms; de inslingertijd (de tijd vanaf de storingsaanvang die ervoor nodig is dat de te injecteren additionele blindstroom blijvend tussen 90% en 110% van de stabiele eindwaarde is) is maximaal 60 ms; d. additionele blindstroominjectie wordt geleverd met een spanningslimiet van ten minste 120% van de nominale spanning op de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module; e. B B B0 B 0 N N de te injecteren additionele blindstroom ΔI(gedefinieerd als het verschil van de blindstroom tijdens de storing (I) en de blindstroom voor de storing (I)) is evenredig aan de spanningsafwijking als volgt: ΔI= ((U-U) / U) * I* k B waarbij: ΔI: additionele blindstroominjectie; 0 N (U-U) / U: relatieve spanningsafwijking in pu; U: spanning tijdens de storing; 0 U: spanning vóór de storing; N U: nominale spanning; N I: nominale stroom; k: helling voor de additionele blindstroominjectie; f. het aanpassingsbereik van k is: 2 ≤ k ≤ 6; g. de aanpassingsstap van k is kleiner dan of gelijk aan 0,5 pu; h. de standaardwaarde van k is: 2 voor een power park module aangesloten op een net met een nominale spanning lager dan 66 kV en de standaardwaarde van k is 5 voor een power park module aangesloten op een net met een nominale spanning van 66 kV en hoger; indien een andere waarde dan de standaardwaarde wordt overeengekomen, wordt deze vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst; i. in geval van wijziging van het instelpunt geeft de netbeheerder twee weken van tevoren een kennisgeving aan de aangeslotene; j. de additionele blindstroominjectie mag worden beëindigd bij terugkeer van de spanningsafwijking (van een waarde van meer dan 10%) naar een waarde van minder dan 10% van de effectieve nominale waarde op de aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheden van de power park module of na een tijdsbestek van vijf seconden na het begin van de fout; een herhaald activeren van de additionele blindstroominjectie nadat deze vanwege het bereiken van het einde van de fout is beëindigd, moet conceptueel worden vermeden; k. N N de te injecteren blindstroom bedraagt minimaal Ibij maximale spanningsdaling; een hogere waarde van de blindstroom dan Iwordt niet geëist; l. de tolerantie voor de grootte van de blindstroominjectie bij een spanningsverlaging is bepaald door lijnen boven en onder de karakteristiek die de grootte van de additionele blindstroominjectie als functie van de spanningsverandering beschrijft, met als parameters: 1°. de bovengrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante k gelijk aan de ingestelde waarde en met een verhoging van 10% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met dezelfde hellingshoek; 2°. de ondergrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante k gelijk aan de ingestelde waarde en met een verlaging van 20% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met dezelfde hellingshoek; m. bij een spanning lager dan 15% Uc is het leveren van stroom niet verplicht. 13 De netbeheerder en de aangeslotene die beschikt over een power park module komen de reqelmodus of regelmodi, alsmede ingeval van de in het elfde lid, onderdeel a, bedoelde reqelmodus, het principe en de prestatieparameters van de regelmodus, overeen, en leggen dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 14 De power park module is in staat in het geval van asymmetrische storingen de snelle foutstroom als volgt te leveren: a. de eisen zoals geformuleerd in het tiende lid zijn van overeenkomstige toepassing op de normale en de inverse componenten van de spanning en op de normale en de inverse componenten van de additionele blindstroominjectie; b. 2 2 het aanpassingsbereik van kvoor de inverse component van de additionele blindstroominjectie is: 2 ≤ k≤ 6; c. 2 de aanpassingsstap van kis kleiner dan of gelijk aan 0,5 pu; d. 2 de standaardwaarde van kis gelijk aan k; e. 2 voor opwekkingseenheden die gebaseerd zijn op een dubbelgevoede inductiemachine wordt een specifieke instelling van kniet geëist; f. voor de inverse component van de spanningsverandering is de additionele inverse component van de stroominjectie alleen vereist als de inverse component van de spanning voldoende groot is voor een betrouwbare fasehoekdetectie; g. 2 indien de maximale waarde van de blindstroom is bereikt, is deze naar rato van de instellingen van k en kverdeeld over de normale en inverse componenten van de additionele blindstroominjectie; h. de tolerantie voor de grootte van de inverse component van de blindstroominjectie bij een spanningsverhoging van de inverse component is bepaald door lijnen boven en onder de karakteristiek die de grootte van de additionele blindstroominjectie als functie van de spanningsverandering beschrijft, met als parameters: 1°. 2 de bovengrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante kgelijk aan 6 en met een verhoging van 20% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met de zelfde hellingshoek; 2°. 2 de ondergrens voor de tolerantie is bepaald door een lijn met een hellingshoek van constante kgelijk aan de ingestelde waarde en met een verlaging van 10% ten opzichte van de lijn door de oorsprong met de zelfde hellingshoek. 15 Indien in overleg tussen de relevante netbeheerder en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeengekomen, wordt de eis tot het leveren van snelle foutstroom door een power park module in geval van symmetrische storingen vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 16 De power park module is in staat om na een fout het werkzame vermogen zo snel mogelijk te herstellen. De minimale eisen zijn: a. het herstel van het werkzame vermogen begint op een spanningsniveau van 90% van de spanning vóór de fout; b. de maximale toegestane tijd voor het herstel van het werkzame vermogen is tussen 0,5 en 10 seconden; c. de grootte voor het herstel van het werkzame vermogen is 90% van het vermogen vóór de fout; d. de nauwkeurigheid van het herstelde werkzame vermogen is 10% van het vermogen vóór de fout. 2024 21776 04-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/616198 2024 21776 04-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/616198 05-07-2024
Artikel 3.20 — Artikel 3.20#
Artikel 3.20 1 Indien de elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 5 MW, aangesloten op een midden- of hoogspanningsnet, door een kortsluiting in het net van het net gescheiden wordt en de netspanning binnen 60 minuten wederkeert, is de elektriciteitsproductie eenheid binnen 30 minuten nadat de netspanning is teruggekeerd, in staat stabiel bedrijf te voeren parallel aan het net met alle generatoren in bedrijf. 2 Indien de in het eerste lid genoemde periode van 30 minuten technisch niet mogelijk is, dient desbetreffende producent dit aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet toe te lichten. Tevens dient vermeld te worden aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet binnen welke tijd het in het eerste lid genoemde stabiel bedrijf in dat geval mogelijk is. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 3.21 — Artikel 3.21#
Artikel 3.21 1 artikel 3.20 Indien het feitelijke gedrag van de elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan 5 MW tijdens een storingssituatie daartoe aanleiding geeft, kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de betrokken aangeslotene verzoeken aan te tonen dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan de inneergelegde technische eisen. 2 artikel 3.20 Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid is gedaan, wordt binnen twee maanden daarna aangetoond dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan de inneergelegde technische eisen. 3 Op verzoek van de aangeslotene kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een langere termijn vaststellen dan de in het tweede lid genoemde termijn en kan hij de in het tweede lid genoemde termijn of de met toepassing van dit artikel vastgestelde langere termijn verlengen. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.22 — Artikel 3.22#
Artikel 3.22 1 artikel 3.21, eerste lid De beproevingen waarmee aan een verzoek als bedoeld in, kan worden voldaan, de wijze van uitvoering daarvan alsmede de wijze van rapporteren over en de beoordeling door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet van de beproevingen worden gespecificeerd door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en gepubliceerd op diens website. 2 Indien uit de beproevingsresultaten blijkt dat de elektriciteitsproductie-eenheid niet aan de eisen voldoet, verplicht de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de aangeslotene om maatregelen te nemen. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt, na de aangeslotene daarover te hebben gehoord, een termijn voor het uitvoeren van de maatregelen vast. Nadat de maatregelen genomen zijn, wordt de beproeving herhaald. 3 De in de dit artikel bedoelde beproevingen worden uitgevoerd door en op kosten van de aangeslotene. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.23 — Artikel 3.23#
Artikel 3.23 1 Elektriciteitsproductie-eenheden van het type C voldoen aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden. 2 paragraaf 3.4 artikel 3.13, zesde lid artikel 3.14 Elektriciteitsproductie-eenheden van het type C voldoen tevens aan de ingestelde voorwaarden, met uitzondering van, en. 3 paragraaf 3.5 artikel 3.17, eerste lid Elektriciteitsproductie-eenheden van het type C voldoen tevens aan de ingestelde voorwaarden, met uitzondering van. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.24 — Artikel 3.24#
Artikel 3.24 1 De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat een referentiewaarde van het werkzaam vermogen te ontvangen en te volgen op aangeven van de netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. Het regelbereik ligt tussen het technisch minimum vermogen en het actuele maximum vermogen, tenzij anders overeengekomen is door de netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene. b. De tijdsperiode, waarbinnen de aangepaste referentiewaarde voor het werkzaam vermogen moet worden bereikt, wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. c. De tolerantie voor de nieuwe referentiewaarde bedraagt 2% van de maximumcapaciteit. 2 artikel 3.13, vijfde lid Onverminderd, is de elektriciteitsproductie-eenheid in staat voor de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – onderfrequentie (LFSM-U) de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen te activeren overeenkomstig de volgende parameters, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. de frequentiedrempelwaarde is instelbaar tussen 49,5 en 49,8 Hz; b. de instelling van de frequentiedrempelwaarde is: 49,8 Hz; c. de statiek is instelbaar tussen 4 en 12%; d. de default instelling van de statiek is: 5%; e. ref in geval van een power park module is P, als bedoeld in figuur 4 van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) gelijk aan het feitelijk gegenereerde werkzame vermogen op het moment dat de drempelwaarde van de LFSM-U is bereikt. 3 De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat, wanneer de frequentiegevoelige modus (FSM) in bedrijf is, de frequentierespons voor het werkzaam vermogen te leveren, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel d, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), overeenkomstig de volgende parameters: a. het bereik van het werkzaam vermogen in verhouding tot de maximumcapaciteit: range is: 1,5% – 10%; b. de ongevoeligheid van de frequentierespons is: 10 mHz; c. de dode band van de frequentierespons is instelbaar tussen 0 en 500 mHz; d. de statiek is instelbaar tussen 4% en 12%; e. ref in geval van een power park module is P, als bedoeld in figuur 5 van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) gelijk aan het feitelijk gegenereerde werkzame vermogen op het moment dat de drempelwaarde van de FSM is bereikt. 4 De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat de volledige frequentierespons te leveren, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel d, subonderdeel iii, en tabel 5 van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), overeenkomstig de volgende parameters: a. het bereik van het werkzaam vermogen in verhouding tot de maximumcapaciteit ligt tussen de 1,5% en 10%; de waarde van het bereik wordt per elektriciteitsproductie-eenheid vastgelegd in de overeenkomst voor de levering van reservecapaciteit; b. 2 de maximaal toegestane tijd tvoor elektriciteitsproductie-eenheden is: 30 seconden. 5 De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om, na activering van de FSM een volledige frequentierespons te leveren gedurende ten minste 15 minuten, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel d, subonderdeel v, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG). 6 De elektriciteitsproductie-eenheid heeft functionaliteiten, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel e van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), die voldoen aan de specificaties van de artikelen 158 en 159 van de Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO). 7 De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat automatisch te ontkoppelen indien de spanning op het overdrachtspunt van de aansluiting kleiner is dan 0,85 pu of groter dan 1,15 pu. De instelling, waarbij automatische ontkoppeling plaatsvindt, kan door de aangeslotene worden bepaald, mits deze instelling niet conflicteert met de eisen uit de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) met betrekking tot bedrijfsperiodes voor spanningen en met betrekking tot fault-ride-trough capaciteit. 8 De elektriciteitsproductie-eenheid met black-start-capaciteit is in staat om vanuit stilstand op te starten overeenkomstig de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vastgestelde en gepubliceerde specificaties, als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, onderdeel a, subonderdeel iii, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG). 9 De elektriciteitsproductie-eenheid met black-start-capaciteit is in staat tot synchronisatie overeenkomstig de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vastgestelde en gepubliceerde specificaties, als bedoeld in artikel 15, vijfde lid, onderdeel a, subonderdeel iv, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG). 10 De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat zich automatisch van het net te ontkoppelen in geval van verlies van rotorhoekstabiliteit bij een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid of verlies van besturing, als bedoeld in artikel 15, zesde lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG). De criteria hiervoor worden opgenomen in de aansluit- en transportovereenkomst. 11 Indien van toepassing leggen de aangeslotene en de netbeheerder de instellingen van de storingsregistratieapparatuur, inclusief de startcriteria en bemonsteringsfrequenties, als bedoeld in artikel 15, zesde lid, onderdeel b, subonderdeel ii, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 12 De aangeslotene en de netbeheerder leggen een startcriterium voor de oscillatie, als bedoeld in artikel 15, zesde lid, onderdeel b, subonderdeel iii, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 13 De aangeslotene en de netbeheerder leggen, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, de communicatieprotocollen voor geregistreerde gegevens vast in de aansluit- en transportovereenkomst als bedoeld in artikel 15, zesde lid, onderdeel b, subonderdeel iv, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG). 14 Indien van toepassing leggen de aangeslotene en de netbeheerder de installatie van apparatuur voor bedrijfsvoering en veiligheid van het systeem vast in de aansluit- en transportovereenkomst, als bedoeld in artikel 15, zesde lid, onderdeel d, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG). 15 Zoals bedoeld in artikel 15, zesde lid, onderdeel e, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) is: a. het minimum van de op- en afregelsnelheid van het werkzame vermogen 1% van de maximumcapaciteit per minuut; b. het maximum van de regelsnelheid van het werkzame vermogen 20% van de maximumcapaciteit per minuut. 16 De aangeslotene legt het aardingsconcept van de sterpunten aan de netzijde van de machinetransformatoren, als bedoeld in artikel 15, zesde lid, onderdeel f, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 3.25 — Artikel 3.25#
Artikel 3.25 1 Verordening (EU) 2016/631 De synchrone productie-eenheid is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, van de(NC RfG): a. gelijk aan 0,55 bij een spanning van 0,9 pu tot 1,05 pu; en b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,55 en 0,3 bij een spanning tussen 1,05 pu en 1,1 pu. 2 Verordening (EU) 2016/631 De synchrone productie-eenheid is in staat bij variërende spanning maximaal blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, van de(NC RfG): a. gelijk aan 0,4 bij een spanning van 1,0 pu tot 1,1 pu; en b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,4 bij een spanning tussen 0,9 en 1,0 pu. 3 De synchrone productie-eenheid is op grond van het eerste tot en met het tweede lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde U-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram. 4 Verordening (EU) 2016/631 De tijdperiode voor de synchrone elektriciteitsproductie-eenheid om over te gaan tot elk bedrijfspunt binnen zijn U-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel iv, van de(NC RfG), is niet meer dan 15 minuten. Afwijkingen worden overeengekomen en vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst of, waar van toepassing, in de overeenkomst voor blindvermogensuitwisseling. 5 De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om na een storing zo snel mogelijk de hoeveelheid werkzaam vermogen van voor de storing te leveren. 2021 40916 13-09-2021 09-09-2021 ACM/UIT/544783 2021 40916 13-09-2021 09-09-2021 ACM/UIT/544783 14-09-2021
Artikel 3.26 — Artikel 3.26#
Artikel 3.26 1 artikel 3.19, eerste tot en met vierde lid Het U-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), waarbinnen een power park module blindvermogen moet kunnen leveren en opnemen, is gelijk aan het U-Q/Pmax-profiel als bedoeld in. 2 artikel 3.19, vijfde tot en met negende lid Het P-Q/Pmax-profiel, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel c, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), waarbinnen een power park module blindvermogen moet kunnen leveren en opnemen, is gelijk aan het P-Q/P-max-profiel als bedoeld in. 3 max De tijdsperiodes voor een power park module om over te gaan tot elk bedrijfspunt binnen zijn P-Q/P-profiel worden overeengekomen tussen de aangeslotene en de netbeheerder, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. De overeengekomen tijdsperiodes worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 4 1 2 Voor de power park module worden de tijden t(voor verandering van 90% van het blindvermogen) en t(voor het stabiliseren van het blindvermogen) overeengekomen tussen de netbeheerder en de aangeslotene, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. De waarden worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 5 Voor de parameters van de arbeidsfactor-regelmodus van power park modules, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel d, subonderdeel vi, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), geldt dat: a. de gewenste waarde van de arbeidsfactor overeengekomen wordt tussen de netbeheerder en de aangeslotene, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. De overeengekomen waarde wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst; b. de tolerantie van de gewenste waarde van de arbeidsfactor plus of min 0,005 is. Bij een arbeidsfactor van 1 is de tolerantie op het blindvermogen 10% van het maximale blindvermogen; c. de tijdsperiode voor het bereiken van de gewenste waarde van de arbeidsfactor na een abrupte verandering van het werkzame vermogen overeengekomen wordt tussen de netbeheerder en de aangeslotene, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. De overeengekomen waarde wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 6 In de aansluit- en transportovereenkomst is vastgelegd of automatisch blindvermogen door de power park module, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel d, subonderdeel vii, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), wordt geleverd door middel van: a. spannings-regelmodus (sub mode 1) waarbij het uitgewisselde blindvermogen zich bevindt in een overeengekomen bandbreedte, die ook wordt opgenomen in de aansluit- en transportovereenkomst; b. spannings-regelmodus (sub mode 2) zonder eis ten aanzien van het uitgewisselde blindvermogen; c. blindvermogen-regelmodus; of d. arbeidsfactor-regelmodus. 7 Welke aanvullende apparatuur vereist is om de aanpassing van de overeenkomstig het zesde lid van toepassing zijnde referentiewaarden op afstand te kunnen uitvoeren, wordt overeengekomen en vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 8 De overeenkomstig het zesde lid van toepassing zijnde referentiewaarden of gewenste waarden worden door de netbeheerder gespecificeerd en wordt via telefonisch contact of digitaal bericht ingesteld. 9 Voor de power park module is de prioriteit van de bijdrage van het werkzaam vermogen dan wel het blindvermogen gedurende storingen waarbij fault-ride-through capaciteit vereist is, locatie-specifiek. Deze optie wordt overeengekomen tussen de netbeheerder en de aangeslotene, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, en wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 13-02-2021
Artikel 3.27 — Artikel 3.27#
Artikel 3.27 1 Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden. 2 paragraaf 3.4 artikel 3.13, zesde lid en zevende lid artikel 3.14 Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen tevens aan de ingestelde voorwaarden, met uitzondering van, en. 3 paragraaf 3.5 artikel 3.17, eerste lid Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen tevens aan de ingestelde voorwaarden, met uitzondering van. 4 paragraaf 3.6 artikel 3.24, zevende lid Elektriciteitsproductie-eenheden van het type D voldoen tevens aan de ingestelde voorwaarden, met uitzondering van. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.28 — Artikel 3.28#
Artikel 3.28 1 De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen tussen 1,118 pu en 1,15 pu in netten met nominale spanning tussen 110 kV (inclusief) en 300 kV (exclusief) en voor spanningen tussen 1,05 pu en 1,10 pu in netten met nominale spanning tussen 300 kV (inclusief) en 400 kV, als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is 20 minuten. 2 De parameters voor de fault-ride-through-capaciteit van de synchrone elektriciteitsproductie-eenheid als bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel a, subonderdeel i, en tabel 7.1 van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) zijn: a. de spanningsparameters: 1°. ret Uis 0 pu; 2°. clear Uis 0,25 pu; 3°. rec1 Uis 0,70 pu; 4°. rec2 Uis 0,85 pu; b. de tijdsparameters: 1°. clear tis 0,15 s; 2°. rec1 tis 0,3 s; 3°. rec2 rec1 tis t; 4°. rec3 tis 1,5 s. 3 De parameters voor de fault-ride-through-capaciteit van de power park module, als bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel a, onderdeel i, en tabel 7.2 van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) zijn: a. de spanningsparameters: 1°. ret Uis 0 pu; 2°. clear ret Uis U; 3°. rec1 clear Uis U; 4°. rec2 Uis 0,85 pu; b. de tijdsparameters: 1°. clear tis 0,25 s; 2°. rec1 clear tis t; 3°. rec2 rec1 tis t; 4°. rec3 tis 3,0 s. 4 De beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid, in relatie tot de fault-ride-through-capaciteit, wordt dusdanig ingesteld dat de elektriciteitsproductie-eenheid zo lang mogelijk aan het net gekoppeld blijft. 5 De fault-ride-through-capaciteit in het geval van asymmetrische storingen, als bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), is identiek aan de fault-ride-through bij symmetrische storingen. 6 De aangeslotene en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bereiken overeenstemming over de instellingen van de synchronisatieapparatuur, als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG). De overeenstemming wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 7 artikel 3.13, eerste lid De combinatie van spanningseisen als bedoeld in het eerste lid en de frequentie-eisen als bedoeld in, gelden bij een spanningsgradiënt van maximaal 0,05 pu/min en een frequentiegradiënt van maximaal 0,5%/min. 2022 28082 24-10-2022 20-10-2022 ACM/UIT/575492 2022 28082 24-10-2022 20-10-2022 ACM/UIT/575492 25-10-2022
Artikel 3.29 — Artikel 3.29#
Artikel 3.29 1 Verordening (EU) 2016/631 artikel 3.25, eerste en tweede lid De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een net met een spanningsniveau lager dan 300 kV is in staat blindvermogen te leveren, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, van de(NC RfG), overeenkomstig. 2 Verordening (EU) 2016/631 De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, van de(NC RfG): a. gelijk aan 0,3 bij een spanning van 1,05pu; b. gelijk aan 0,55 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu; c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,55 en 0,3 bij een spanning van 1 pu tot 1,05 pu. 3 Verordening (EU) 2016/631 De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, van de(NC RfG): a. gelijk aan 0,1 bij een spanning van 0,9 pu; b. gelijk aan 0,4 bij een spanning van 1 pu tot 1,05 pu; c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,4 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu. 4 De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is op grond van het tweede en het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Pmax-diagram: 5 Verordening (EU) 2016/631 De tussen de aangeslotene en netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeengekomen parameters en instellingen van de componenten van het spanningsregel-systeem van de synchrone elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel a, van de(NC RfG), worden vastgelegd in een bijlage bij de aansluit- en transportovereenkomst. 6 Verordening (EU) 2016/631 De synchrone elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op netten met een spanningsniveau van 220 kV en hoger worden uitgerust met een PSS-functie om vermogensoscillaties te dempen, als bedoeld in artikel 19, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel v, van de(NC RfG). 7 Verordening (EU) 2016/631 De tussen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene overeengekomen technische capaciteit van de elektriciteitsproductie-eenheid om bij te dragen tot de rotorhoekstabiliteit onder storingsomstandigheden, als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de(NC RfG), worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 18-05-2022 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 3.30 — Artikel 3.30#
Artikel 3.30 1 artikel 3.26, eerste lid In afwijking van, is de power park module aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV in staat bij varierende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. gelijk aan 0,33 bij een spanning van 0,9 pu tot 1 pu; en b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,33 en 0,0 bij een spanning tussen 1 pu en 1,05 pu. 2 artikel 3.26, eerste lid In afwijking van, is de power park module aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel b, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. gelijk aan 0,33 bij een spanning van 0,95 pu tot 1,05 pu; en b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,33 en 0,0 bij een spanning tussen 0,95 pu en 0,9 pu. 3 In aanvulling op het eerste lid is het toegestaan het werkzame vermogen, zoveel als met het oog op de begrenzing door de maximale stroom technisch nodig is, te verminderen ten gunste van het leveren van blindvermogen binnen het deel van het U-Q/Pmax-profiel dat begrensd wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,2 en 0,33 bij een spanning tussen 0,90 pu en 0,95 pu en het profiel overeenkomstig het eerste lid. 4 artikel 3.26, eerste lid In afwijking van, is de power park module aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV op grond van het eerste tot en met het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde U-Q/Pmax-profiel in onderstaand diagram: 5 artikel 3.19, derde en zevende lid Indien de power park module via een transformator met een onder belasting verstelbare trappenschakelaar (on-line step changer) is aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau van 110 kV of hoger is de afwijking bedoeld in het derde lid en in, uitsluitend toegestaan gedurende de regelactie van de trappenschakelaar van de transformator. 2021 31033 18-06-2021 17-06-2021 ACM/UIT/547220 2021 31033 18-06-2021 17-06-2021 ACM/UIT/547220 19-06-2021
Artikel 3.31 — Artikel 3.31#
Artikel 3.31 1 De beproevingen, de wijze van uitvoering daarvan alsmede de wijze van rapporteren over en de beoordeling door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet van de beproevingen, als bedoeld in Titel IV van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) worden gespecificeerd door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en gepubliceerd op zijn website. 2 Vervallen. 2023 27953 16-10-2023 12-10-2023 ACM/UIT/594735 2023 27953 16-10-2023 12-10-2023 ACM/UIT/594735 17-10-2023
Artikel 3.32 — Artikel 3.32#
Artikel 3.32 1 Offshore-power park modules voldoen aan de in deze paragraaf gestelde voorwaarden. 2 artikel 3.13, eerste tot en met vijfde lid artikel 3.15, achtste lid Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in, en, gestelde voorwaarden. 3 artikel 3.17 artikel 3.19, tiende tot en met zestiende lid artikel 3.20, eerste en tweede lid Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in, met uitzondering van het eerste en zevende lid,, en, gestelde voorwaarden. 4 artikel 3.24 artikel 3.26 Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in, met uitzondering van het zevende lid, en, met uitzondering van het eerste en tweede lid, gestelde voorwaarden. 5 artikel 3.28, zesde lid artikel 3.30, eerste, derde en vierde lid Offshore-power park modules voldoen tevens aan de in, en, gestelde voorwaarden. 2024 21776 04-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/616198 2024 21776 04-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/616198 05-07-2024
Artikel 3.33 — Artikel 3.33#
Artikel 3.33 1 De offshore-power park module, aangesloten op een spanningsniveau lager dan 300 kV is in staat aan het net gekoppeld en in bedrijf te blijven gedurende de volgende tijdsperioden, als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. onbeperkt bij een netspanning kleiner 1,118 pu en groter dan of gelijk aan 0,9 pu; b. 60 minuten bij een netspanning kleiner dan 0,9 pu en groter dan of gelijk aan 0,85 pu; c. 60 minuten bij een netspanning kleiner dan 1,15 pu en groter dan of gelijk aan 1,118 pu. 2 De offshore-power park module, aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG)): a. gelijk aan 0,1 bij een spanning van 1,06 pu; b. gelijk aan 0,35 bij een spanning van 0,92 pu tot 1 pu; c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,35 en 0,0 bij een spanning van 1 pu tot 1,06 pu. 3 De offshore-power park module, aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. gelijk aan 0,1 bij een spanning van 0,92 pu; b. gelijk aan 0,4 bij een spanning van 1 pu tot 1,06 pu; c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,4 bij een spanning van 0,92 pu tot 1 pu. 4 De offshore-power park module, aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV is op grond van het tweede en het derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Pmax-diagram: 5 artikel 3.19, achtste en tiende tot en met zestiende lid, behalve het twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting, is, van overeenkomstige toepassing op offshore-power park modules. In het geval dat de vereiste waarde van sprongsgewijze verandering van de momentane sinusvormige spanning, als bedoeld in artikel 3.19, twaalfde lid, onderdeel a, subonderdeel 2°, leidt tot ongewenste activering van extra blindstroominjectie, kan de netbeheerder een andere waarde overeenkomen met de aangeslotene die beschikt over een offshore-power park module en deze vastleggen in de aansluit- en transportovereenkomst. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 3.34 — Artikel 3.34#
Artikel 3.34 1 Overige eisen ten aanzien van de spanningsstabiliteit: a. De voorschriften van artikel 21 van de Verordening (EU) 2016/631 verwijzen uitsluitend naar de stabiele staat van het energiesysteem en niet naar transiënte stabiliteit. b. Als een offshore-power park module meer blindvermogen kan opwekken dan de minimum eisen, wordt het vermogen niet opzettelijk beperkt. c. De offshore-power park module is in staat om automatisch blindvermogen te leveren in de spanningsregelmodus, blindvermogen-regelmodus of de arbeidsfactor-regelmodus. d. De ingestelde punten en het verval (spannings-droop) kunnen gedurende normaal bedrijf aangepast worden. e. Ingestelde puntwaarden hebben betrekking op het overdrachtspunt van de aansluiting van de offshore-power park module naar het net op zee. f. De parameters voor de regelsnelheid van de blindvermogen-regelaar worden ten minste zes maanden voor het op spanning brengen in onderling overleg afgesproken tussen de netbeheerder van het net op zee en de aangeslotene, met inachtneming van de feitelijke netkarakteristieken. g. De blindvermogen-regelmodus spanning leidt tot stabiel en gedempt gedrag van de spanning op het overdrachtspunt van de aansluiting van de offshore-power park module. Als de blindvermogen-regelmodus spanning is, is het mogelijk het werkpunt van de helling binnen 15 minuten aan te passen, om de uitwisseling van het blindvermogen op het overdrachtspunt van de aansluiting aan te passen. h. Als de blindvermogen-regelmodus blindvermogen is, valt de aanpassing van het instelpunt binnen de definitie van frequentie en juistheid van de onshore spanningsregelaar (die het blindvermogen instelpunt op het overdrachtspunt van de aansluiting van de offshore-power park module vaststelt). 2 De offshore-power park module is in staat bij een werkzaam vermogen beneden de maximumcapaciteit maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. gelijk aan 0,1 bij een werkzaam vermogen van 0 tot 0,1 pu; b. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,35 bij een werkzaam vermogen van 0,1 pu tot 0,2 pu; c. gelijk aan 0,35 bij een werkzaam vermogen van 0,2 pu tot 1 pu. 3 De offshore-power park module is in staat bij een werkzaam vermogen beneden de maximumcapaciteit maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit als bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG): a. gelijk aan 0,1 bij een werkzaam vermogen van 0 tot 0,1 pu; b. gelijk aan 0,4 bij een werkzaam vermogen van 0,1 pu tot 1 pu. 4 De power park module is op grond van het tweede en derde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand P-Q/Pmax-diagram 5 Beperking van de mogelijkheid om blindvermogen op te wekken gebaseerd op het aantal actieve opwekkingseenheden mag niet van invloed zijn op het gedrag van de blindvermogen-regelaar binnen deze beperkte mogelijkheden. 6 Voor de aansluiting van de offshore-power park module op het net op zee kan, in afwijking van artikel 27 en artikel 15, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/631, de netbeheerder van het net op zee met de aangeslotene overeenkomen dat een black-start-mogelijkheid niet vereist is. 7 artikelen 2.14 2.15 2.28 In aanvulling op de,engelden voor een aansluiting van de offshore-power park module op het net op zee de volgende eisen ten aanzien van harmonische emissielimieten: a. Het compatibiliteitsniveau voor de totale harmonische vervorming (THD) op een (66 kV) overdrachtspunt van een aansluiting van een offshore-power park module bedraagt: 1°. THD < 5% gedurende 95% van de metingen van het tien minuten gemiddelde in een week; 2°. THD < 6% gedurende 99,9% van de metingen van het tien minuten gemiddelde in een week. b. Het planningsniveau voor de totale harmonische vervorming (THD) op een (66 kV) overdrachtspunt van een aansluiting van een offshore-power park module bedraagt: 1°. THD < 3%, gedurende 95% van de metingen van het tien minuten gemiddelde in een week; 2°. THD < 3,6%, gedurende 99,9% van de metingen van het tien minuten gemiddelde in een week. c. Indien er meer dan één offshore-power park module is aangesloten op één 66 kV railsysteem, wordt het geplande emissieniveau evenredig verdeeld over de offshore-power park modules naar rato van het vermogen dat aan elke offshore-power park module is toegekend. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 3.35 — Artikel 3.35#
Artikel 3.35 artikelen 3.32 tot en met 3.34 Indien de lokale systeemkenmerken daartoe aanleiding geven, kunnen de netbeheerder en de aangeslotenen op een offshore-platform overeenkomen om voor alle offshore-power park modules aangesloten op dat offshore-platform af te wijken van één of meer van de in debedoelde voorwaarden. In dat geval worden de afwijkende voorwaarden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 2021 31033 18-06-2021 17-06-2021 ACM/UIT/547220 2021 31033 18-06-2021 17-06-2021 ACM/UIT/547220 19-06-2021
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor frequenties in de band van 47,5 Hz tot 48,5 Hz en de tijdsduur van de bedrijfsperiode voor frequenties in de band van 48,5 Hz tot 49,0 Hz, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is 30 minuten. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 1 Voor verbruiksinstallaties met een nominale spanning kleiner dan 300 kV is de tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen in de band van 1,118 pu tot 1,15 pu, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), 60 minuten. 2 Voor verbruiksinstallaties met een nominale spanning groter dan of gelijk aan 300 kV is de tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen in de band van 1,05 pu tot 1,10 pu, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), 60 minuten. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie komen voorwaarden en instellingen voor automatische ontkoppeling bij specifieke spanningswaarden, als bedoeld in artikel 13, zesde lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), overeen en deze worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 4.3 — Artikel 4.3#
Artikel 4.3 1 De maximale kortsluitstroom, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), wordt in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd. 2 artikel 2.13, derde lid In afwijking van, informeert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie en overlegt met hem voor zover van toepassing bij eerste aansluiting en bij latere wijzigingen van het net omtrent: a. de minimum en maximum waarde van de kortsluitstroom, als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), tijdens de normale bedrijfstoestand; b. de wijze van sterpuntsbehandeling; c. de isolatiecoördinatie; d. de netconfiguratie; e. de bedrijfsvoering. 3 De aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie specificeert de drempelwaarden, als bedoeld in artikel 14, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC). Deze waarden worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet specificeert de drempelwaarden, als bedoeld in artikel 14, achtste en negende lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC). Deze waarden worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 13-02-2021
Artikel 4.4 — Artikel 4.4#
Artikel 4.4 1 artikel 2.27 Indien de aangeslotene geen nadere contractuele afspraken heeft gemaakt over het uitwisselen van blindvermogen met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, varieert de arbeidsfactor, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), in afwijking van, tenzij sprake is van kortstondige afwijkingen en van perioden met zeer lage belasting, in het overdrachtspunt van de aansluiting van een verbruiksinstallatie: a. zonder lokale elektriciteitsproductie tussen 0,9 (inductief) en 1.0; b. met lokale elektriciteitsproductie tussen 0,9 (capacitief) en 0,9 (inductief). 2 Een overeengekomen afwijking van dit blindvermogensbereik wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 4.5 — Artikel 4.5#
Artikel 4.5 1 artikel 2.13 In afwijking vaninformeert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de aangeslotene en bereikt overeenstemming met hem voor zover van toepassing bij eerste aansluiting en bij latere wijziging van het net over de beveiligingsfilosofie, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC). 2 Voor zover de in het eerste lid genoemde gegevens nodig zijn voor de bedrijfsvoering van de aangeslotene, worden deze in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 4.6 — Artikel 4.6#
Artikel 4.6 In de aansluit- en transportovereenkomst worden concepten en instellingen van de verschillende regelingen van de verbruiksinstallatie die van belang zijn voor de systeemveiligheid, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), vastgelegd. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 4.7 — Artikel 4.7#
Artikel 4.7 1 Verbruiksinstallaties aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet beschikken over de mogelijkheid tot automatische belastingafschakeling bij lage frequentie, als bedoeld in artikel 19 van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), op de wijze zoals gespecificeerd door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op grond van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER). 2 Het ontkoppelsignaal voor automatische belastingafschakeling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), wordt gespecificeerd op basis van lage frequentie. 3 In de aansluit- en transportovereenkomst worden de functionele mogelijkheden voor het blokkeren van de trappenschakelaar bij lage spanning, als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), opgenomen. 4 In de aansluit- en transportovereenkomst worden de instellingen van synchronisatieapparaten, als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), vastgelegd. 5 In de aansluit- en transportovereenkomst worden de ontkoppelapparatuur en de vereiste tijd voor ontkoppeling op afstand, als bedoeld in artikel 19, vierde lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), vastgelegd. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 4.8 — Artikel 4.8#
Artikel 4.8 Vervallen 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 14-11-2020
Artikel 4.9 — Artikel 4.9#
Artikel 4.9 1 De tijdsperiode waarbinnen de vermogensaanpassing, na instructie door de regionale netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, wordt aangepast, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel f, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), wordt vastgelegd in de overeenkomst met de aangeslotene of met de partij die vraagsturing aanbiedt namens verbruikseenheden gezamenlijk als onderdeel van een aggregatie. 2 De bijzonderheden van de kennisgeving waarmee de aanpassing van de capaciteit van de vraagsturing wordt medegedeeld, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), worden vastgelegd in de overeenkomst met de aangeslotene of met de partij die vraagsturing aanbiedt namens verbruikseenheden gezamenlijk als onderdeel van een aggregatie. 3 De maximale waarde van de frequentiegradiënt waarbij niet van het net mag worden ontkoppeld, als bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel k, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is: 2 Hz/s. 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 05-04-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 05-04-2022
Artikel 4.10 — Artikel 4.10#
Artikel 4.10 1 Verordening (EU) 2016/1388 De bandbreedte van de dode band, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel d, van de(NC DCC), is 0,2 Hz hoger en lager ten opzichte van de nominale systeemfrequentie. In afwijking hiervan is de bandbreedte van de dode band voor een vraagsturing leverende verbruikseenheid 0 Hz, indien een aangeslotene, of een BSP met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet contractuele afspraken heeft gemaakt over het leveren van FCR door middel van de desbetreffende verbruikseenheid. 2 De maximale frequentie-afwijking van de nominale waarde van 50,0 Hz, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel e, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is 1,0 Hz voor frequenties lager dan 50,0 Hz en 1,5 Hz voor frequenties hoger dan 50,0 Hz. 3 De snelle respons, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel g, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), is 0,5 s. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 5.1 — Artikel 5.1#
Artikel 5.1 1 paragrafen 2.1 2.3 2.5 In aanvulling op de voorwaarden in de,engelden voor een aansluiting van een distributienet op een ander net de voorwaarden van deze paragraaf. 2 paragraaf 4.1 artikelen 4.4 4.5 De voorwaarden in, met uitzondering vanen, zijn van overeenkomstige toepassing op distributienetten, als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC). 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 5.2 — Artikel 5.2#
Artikel 5.2 1 De netbeheerders bepalen in onderling overleg welke documentatie aan elkaar ter beschikking wordt gesteld. 2 De netbeheerders bepalen in onderling overleg op welke wijze toegang tot elkaars terrein of installatie geregeld wordt. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 5.3 — Artikel 5.3#
Artikel 5.3 1 Op het overdrachtspunt tussen twee netten wordt blindvermogen gemeten, tenzij de betrokken netbeheerders na onderling overleg anders overeenkomen. 2 Indien de gekoppelde netten van verschillend spanningsniveau zijn, wordt het blindvermogen gemeten aan de laagspanningzijde van de transformator. 3 Op het overdrachtspunt van twee netten van verschillend spanningsniveau is het transformatorveld voorzien van een bedrijfsmeting. 4 De vereiste nauwkeurigheid van de in het eerste en derde lid bedoelde metingen is klasse 0,5 tenzij anders door de netbeheerders is overeengekomen. De nauwkeurigheid heeft betrekking op de primaire meetwaarde. De metingen van het werkzame vermogen en het blindvermogen zijn uitgevoerd met een vierleider meetsysteem met ongelijk belaste fase. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 5.4 — Artikel 5.4#
Artikel 5.4 1 De netbeheerders bereiken, na onderling overleg, bij eerste aansluiting en bij latere wijziging van het net overeenstemming omtrent de toe te passen beveiligingsconcepten, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC). 2 De netbeheerders stellen elkaar de uitschakelcommando’s voor het uitschakelen van de vermogenschakelaars aan weerszijden van de transformator ter beschikking. De voor het overbrengen van deze commando’s benodigde verbindingen met toebehoren zijn eigendom van de eigenaar van de transformator. 3 Instellingen van de beveiligingen, het type beveiliging en de inschakelvoorwaarden worden in de aansluit- en transportovereenkomst vastgelegd. 4 De eventuele regeling van de blusspoelinstelling, als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) wordt door de betrokken netbeheerders in onderling overleg bepaald. 5 Ter voorkoming van schade ten gevolge van bedieningsfouten worden elektrische of mechanische vergrendelingen tussen scheiders en aarders en de vermogensschakelaars aangebracht. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 5.5 — Artikel 5.5#
Artikel 5.5 Begrippencode elektriciteit In afwijking van de begripsomschrijving van ‘overdrachtspunt’ in de, bevindt het overdrachtspunt van de aansluiting van het net op zee op het landelijk hoogspanningsnet zich aan de railzijde van de railscheider(s) van het desbetreffende afgaande veld in het station van het landelijk hoogspanningsnet. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 5.6 — Artikel 5.6#
Artikel 5.6 Distributienetten, aangesloten aan het landelijk hoogspanningsnet, zijn in staat de stationaire bedrijfstoestand op het aansluitpunt in stand te houden binnen het blindvermogensbereik, als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), dat gespecificeerd is als: a. maximaal 48% van de maximale importcapaciteit of van de maximale exportcapaciteit, naar gelang welke het grootst is, tijdens de import van blindvermogen; b. maximaal 48% van de maximale importcapaciteit of van de maximale exportcapaciteit, naar gelang welke het grootst is, tijdens de export van blindvermogen. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 5.7 — Artikel 5.7#
Artikel 5.7 1 paragraaf 5.1 In aanvulling op de voorwaarden ingelden voor een aansluiting van een gesloten distributiesysteem op een net de voorwaarden van deze paragraaf voor zover van toepassing op het spanningsniveau waarop het gesloten distributiesysteem aangesloten is op het net van de netbeheerder. In paragraaf 5.1 dient dan in plaats van ‘de netbeheerders’ gelezen te worden ‘de beheerder van het gesloten distributiesysteem en de netbeheerder’. 2 paragraaf 4.2 De voorwaarden inzijn van overeenkomstige toepassing op gesloten distributiesystemen die vraagsturing leveren aan een netbeheerder. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 5.8 — Artikel 5.8#
Artikel 5.8 1 paragraaf 13.5 artikel 9.1.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas Indien de beheerder van een gesloten distributiesysteem gebruikt wenst te maken van het elektronisch berichtenverkeer bedoeld invan deze code en, dan a. artikel 13.33, eerste lid artikel 9.1.6 van de Informatiecode elektriciteit en gas dient hij daartoe op grond vanvan deze code respectievelijkgerechtigd te zijn, en; b. artikelen 2.12 2.30 2.31 9.2 9.3, eerste en derde lid 9.19 10.4 tot en met 10.6 10.24 10.25, eerste lid, onderdeel b en vijfde lid 10.26, tweede en derde lid 10.27 bijlagen 2 3 artikel, 13.12, zesde en zevende lid 13.14, vijfde en zesde lid 13.32 tot en met 13.36 zijn de, met uitzondering van het tweede lid,,,,,,,,,,, inclusief deen,en,van overeenkomstige toepassing op de beheerder van het gesloten distributiesysteem; en c. Informatiecode elektriciteit en gas hoofdstukken 3 5 8 artikelen 2.1.2 9.1.1 9.1.3 is de, met uitzondering van de,enalsmede van de,envan overeenkomstige toepassing op de beheerder van het gesloten distributiesysteem. 2 Op een recreatienet is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 26-04-2025
Artikel 5.9 — Artikel 5.9#
Artikel 5.9 1 artikel 73, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 artikel 16, eerste lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 artikel 2.12 Een aangeslotene op een gesloten distributiesysteem, die beschikt over een GCvO-installatie waarmee hij elektriciteit als bedoeld inproduceert, kan bij de netbeheerder in de desbetreffende regio een verzoek indienen als bedoeld in. In dat geval isvan overeenkomstige toepassing op de aansluiting van deze aangeslotene op het gesloten distributiesysteem en dient bij het in artikel 2.12, tweede lid, bedoelde overleg tevens de beheerder van het gesloten distributiesysteem te worden betrokken. 2 artikel 16, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998 Desgevraagd stelt de netbeheerder een EAN-code ter beschikking ter identificatie van de in het eerste lid bedoelde GCvO-installatie. De inbedoelde uitlezing van de meetinrichting kan de desbetreffende aangeslotene door de netbeheerder of door een meetverantwoordelijke laten uitvoeren. 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 05-04-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 2022 9132 04-04-2022 31-03-2022 ACM/21/053471 05-04-2022
Artikel 5.10 — Artikel 5.10#
Artikel 5.10 1 artikel 9.1, eerste of tweede lid De beheerder van een gesloten distributiesysteem faciliteert de aangeslotenen op zijn gesloten distributiesysteem vrijwillige biedingen te doen overeenkomstig. 2 artikel 9.1, derde of vierde lid artikel 9.19 Indien de beheerder van een gesloten distributiesysteem overeenkomstig, ofbiedingen moet doen of indien aangeslotenen op een gesloten distributiesysteem gebruik willen maken van de mogelijkheid tot vrijwillige biedingen overeenkomstig artikel 9.1, eerste of tweede lid, maakt de beheerder van het gesloten distributiesysteem een keuze uit één van de volgende mogelijkheden om dit te faciliteren: a. artikel 9.1, derde of vierde lid artikel 9.19 de beheerder van het gesloten distributiesysteem wijst een CSP (in geval van biedingen overeenkomstig) of een BSP (in geval van biedingen overeenkomstig) aan en deze functioneert als de CSP of BSP als bedoeld in artikel 9.1, derde of vierde lid, of in artikel 9.19 voor alle deelnemende aangeslotenen op het betreffende gesloten distributiesysteem die hun flexibiliteit via de beheerder van het gesloten distributiesysteem ter beschikking stellen aan de netbeheerder of aan de netbeheerder van het eventuele bovenliggende net; b. artikel 13.32 de GDS-beheerder draagt er zorg voor dat de op zijn GDS aangesloten derden die flexibiliteit leveren aan de netbeheerder of de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, dan wel de door die derden aan te wijzen CSP of BSP, zelfstandig deel kunnen nemen aan het elektronische berichtenverkeer als bedoeld in. 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 27-08-2024
Artikel 6.1 — Artikel 6.1#
Artikel 6.1 1 Het HVDC-systeem is in staat om binnen de volgende frequentiebereiken en tijdsperiodes, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) op het net aangesloten en in bedrijf te blijven: a. in de frequentieband van 47,0 Hz tot 47,5 Hz gedurende minimaal 60 seconden; b. in de frequentieband van 47,5 Hz tot 48,5 Hz gedurende minimaal 90 minuten; c. in de frequentieband van 48,5 Hz tot 49,0 Hz gedurende minimaal 90 minuten; d. in de frequentieband van 49,0 Hz tot 51,0 Hz gedurende onbeperkte tijd; e. in de frequentieband van 51,0 Hz tot 51,5 Hz gedurende minimaal 90 minuten; f. in de frequentieband van 51,5 Hz tot 52,0 Hz gedurende minimaal 15 minuten. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem kunnen overeenstemming bereiken over bredere frequentiebereiken of langere minimumbedrijfsperiodes dan gespecificeerd in het eerste lid en leggen deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem komen de frequenties overeen waarbij het HVDC-systeem in staat is zich automatisch te ontkoppelen, als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) en leggen deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.2 — Artikel 6.2#
Artikel 6.2 1 Voor het regelen van het werkzaam vermogen volgend op een instructie van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), geldt dat: a. de minimale en maximale vermogensstap voor de aanpassing van het werkzaam vermogen respectievelijk 1 MW en twee maal de maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen bedragen; b. de minimale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen, beneden welke geen transportcapaciteit vereist is, 0 MW bedraagt, tenzij anders overeengekomen op basis van technologie specifieke beperkingen. De netbeheerder legt in dat geval de waarde vast in de aansluit- en transportovereenkomst; c. de maximale vertragingstijd, waarbinnen een HVDC-systeem in staat is het transport van werkzaam vermogen aan te passen na ontvangst van een verzoek, 100 ms bedraagt. 2 Hoe het HVDC-systeem in staat is de invoeding van het getransporteerde werkzaam vermogen te wijzigen in het geval van storingen in één of meerdere van de verbonden AC-netten, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 3 Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet eist dat het HVDC-systeem in staat is het getransporteerde werkzaam vermogen zo snel mogelijk om te keren, als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), komt hij met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem de benodigde tijd voor deze snelle omkering overeen en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 4 De besturingsfuncties van het HVDC-systeem zijn in staat om automatisch corrigerende maatregelen te nemen, inclusief het beëindigen van de op- en afregeling en het blokkeren van de FSM, LFSM-O, LFSM-U en frequentieregeling. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem komen de trigger- en blokkeringscriteria, als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), overeen en leggen deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.3 — Artikel 6.3#
Artikel 6.3 1 Het HVDC-systeem is in staat synthetische inertie in reactie op frequentieveranderingen te leveren, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet specificeert op basis van de resultaten van uitgevoerde studies het principe van het regelsysteem en de prestatieparameters voor de snelle aanpassing van het werkzaam vermogen dat wordt geïnjecteerd in of onttrokken aan het hoogspanningsnet, als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 3 Deze snelle aanpassing van het werkzaam vermogen is beperkt door de maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.4 — Artikel 6.4#
Artikel 6.4 1 Het HVDC-systeem is in staat, wanneer de frequentiegevoelige modus (FSM) in bedrijf is, de frequentierespons voor het werkzaam vermogen te leveren, als bedoeld in artikel 15 en Bijlage II onder A, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), overeenkomstig de volgende parameters: a. de dode band van de frequentierespons is instelbaar tussen 0 en 500 mHz; b. de statiek voor opregeling is instelbaar met een minimale waarde van 0,1%; c. de statiek voor afregeling is instelbaar met een minimale waarde van 0,1%; d. de ongevoeligheid van de frequentierespons is 10 mHz. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem komen de instellingen voor de dode band van de frequentierespons, de statiek voor opregeling en de statiek voor afregeling, als bedoeld in artikel 15 en Bijlage II onder A, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), overeen. De overeengekomen waarden worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 3 Het HVDC-systeem is in staat om, in reactie op frequentiestapveranderingen wanneer de frequentiegevoelige modus (FSM) in bedrijf is, als bedoeld in artikel 15 en Bijlage II onder A, eerste lid, onderdeel d, subonderdeel ii, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), het werkzaam vermogen aan te passen op een dusdanige manier dat de initiële vertraging maximaal 0,1 s bedraagt, tenzij de aangeslotene die beschikt over het HVDC-systeem met een toereikende verklaring aantoont dat deze tijd niet korter kan. Indien de initiële vertraging langer duurt dan 0,1 s, leggen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over het HVDC-systeem de instelling vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 4 Het HVDC-systeem is in staat om, in reactie op frequentiestapveranderingen wanneer de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – overfrequentie (LFSM-O) in bedrijf is, als bedoeld in artikel 15 en Bijlage II onder B, eerste lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), het werkzaam vermogen zo snel als technisch mogelijk aan te passen, met een initiële vertraging van maximaal 0,2 s en met de volledige activering binnen 2 s. 5 Het HVDC-systeem is in staat om, in reactie op frequentiestapveranderingen wanneer de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – overfrequentie (LFSM-O) in bedrijf is, als bedoeld in artikel 15 en Bijlage II onder B, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), het werkzaam vermogen aan te passen, waarbij: a. de frequentiedrempelwaarde instelbaar is tussen 50,2 Hz en 50,5 Hz (inclusief); b. de instelling van de frequentiedrempelwaarde 50,2 Hz is; c. de statiek instelbaar is met een minimale waarde van 0,1%; d. de default instelling van de statiek 5% is; e. het HVDC-systeem bij het bereiken van het minimumregelniveau op dit niveau in bedrijf blijft. 6 Het HVDC-systeem is in staat om, in reactie op frequentiestapveranderingen wanneer de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – onderfrequentie (LFSM-U) in bedrijf is, als bedoeld in artikel 15 en Bijlage II onder B, eerste lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), het werkzaam vermogen zo snel als technisch mogelijk aan te passen, met een initiële vertraging van maximaal 0,2 s en met de volledige activering binnen 2 s. 7 Het HVDC-systeem is in staat om, in reactie op frequentiestapveranderingen wanneer de gelimiteerde frequentiegevoelige modus – onderfrequentie (LFSM-U) in bedrijf is, als bedoeld in artikel 15, Bijlage II onder B, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), het werkzaam vermogen aan te passen, waarbij: a. de frequentiedrempelwaarde instelbaar is tussen 49,5 Hz en 49,8 Hz; b. de instelling van de frequentiedrempelwaarde 49,8 Hz is; c. de statiek instelbaar is met een minimale waarde van 0,1%; d. de default instelling van de statiek 5% is. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.5 — Artikel 6.5#
Artikel 6.5 1 Het HVDC-systeem is uitgerust met een onafhankelijke regelmodus, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet specificeert de eisen voor het werkingsprincipe, de bijbehorende prestatieparameters en de activeringscriteria van de frequentieregeling, als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.6 — Artikel 6.6#
Artikel 6.6 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet specificeert het maximumverlies van werkzaam vermogen, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.7 — Artikel 6.7#
Artikel 6.7 1 De 1 pu-referentiespanningen in het hoogspanningsnet, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), zijn 110 kV, 150 kV, 220 kV en 400 kV. 2 De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen tussen 1,118 pu en 1,15 pu in netten met nominale spanning tussen 110 kV (inclusief) en 300 kV (exclusief), als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), is 20 minuten. 3 De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen tussen 1,05 pu en 1,0875 pu in netten met nominale spanning tussen 300 kV (inclusief) en 400 kV (inclusief), als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), is 60 minuten. 4 Indien vereist om de systeemveiligheid te handhaven of te herstellen, bereiken de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem overeenstemming over grotere spanningsbereiken of langere minimumbedrijfsperiodes dan in het tweede en derde lid zijn gespecificeerd en leggen dat vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 5 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem bereiken overeenstemming over de voorwaarden en de instellingen voor automatische ontkoppeling, als bedoeld in artikel 18, derde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en leggen deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 6 Voor een HVDC-convertorstation, aangesloten op een net waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning kleiner is dan 110 kV, als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), gelden dezelfde eisen als voor een HVDC-convertorstation, aangesloten op een net waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning gelijk is aan 110 kV. 7 Voor een HVDC-convertorstation, aangesloten op een net waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning groter is dan 400 kV, als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), gelden dezelfde eisen als voor een HVDC-convertorstation, aangesloten op een net waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning gelijk is aan 400 kV. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.8 — Artikel 6.8#
Artikel 6.8 1 Tenzij anders overeengekomen beschikt het HVDC-systeem over de capaciteit om snelle foutstroom op het overdrachtspunt te leveren in het geval van symmetrische fouten, als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). 2 Ten aanzien van het leveren van snelle foutstroom op het overdrachtspunt van de aansluiting als bedoeld in het eerste lid, is het HVDC-convertorstation in staat om in bedrijf te zijn in een of twee van de volgende regelmodi: a. de snelle foutstroomregelmodus zonder voorgeschreven foutstroom waarbij het HVDC-convertorstation in staat is om in het geval van symmetrische (driefasen) en asymmetrische storingen de spanningsverandering op het overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-convertorstation tegen te werken; of b. artikel 3.19, tiende lid, twaalfde lid, en veertiende tot en met zestiende lid de snelle foutstroomregelmodus met voorgeschreven foutstroom waarbij, van overeenkomstige toepassing is op het HVDC-convertorstation, waarbij “overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-convertorstation” gelezen dient te worden in plaats van “aansluitklemmen van de afzonderlijke opwekkingseenheid van de power park module”. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem komen de reqelmodus of regelmodi alsmede ingeval van de in onderdeel a bedoelde reqelmodus het principe en de prestatieparameters van de regelmodus, overeen, en leggen dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2024 21776 04-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/616198 2024 21776 04-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/616198 05-07-2024
Artikel 6.9 — Artikel 6.9#
Artikel 6.9 1 Het HVDC-systeem, aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV, is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC): a. gelijk aan 0,35 bij een spanning van 0,925 pu tot 1,1 pu; b. gelijk aan 0,1 bij een spanning gelijk aan 1,15 pu; c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,35 en 0,1 bij een spanning tussen 1,1 pu en 1,15 pu. 2 Het HVDC-systeem, aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV, is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC): a. gelijk aan 0,4 bij een spanning van 1,025 pu tot 1,15 pu; b. gelijk aan 0,1 bij een spanning van 0,925 pu; c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,4 bij een spanning tussen 0,925 pu en 1,025 pu. 3 max Een HVDC-systeem, aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV, is op grond van het eerste en het tweede lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/P-diagram, als bedoeld in figuur 5 van bijlage IV bij artikel 20, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). 4 Het HVDC-systeem aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC): a. gelijk aan 0,35 bij een spanning van 0,875 pu tot 1,05 pu; b. gelijk aan 0,1 bij een spanning van 1,1 pu; c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,35 en 0,1 bij een spanning van 1,05 pu tot 1,1 pu. 5 Het HVDC-systeem aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC): a. gelijk aan 0,4 bij een spanning van 0,975 pu tot 1,1 pu; b. gelijk aan 0,1 bij een spanning van 0,875 pu; c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,1 en 0,4 bij een spanning van 0,875 pu tot 0,975 pu. 6 Het HVDC-systeem aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 300 kV is op grond van het vierde en het vijfde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/Pmax-diagram, als bedoeld in figuur 5 van bijlage IV bij artikel 20, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). 7 max De tijdsperiodes voor het HVDC-systeem om over te gaan tot elk bedrijfspunt binnen zijn U-Q/P-profiel worden overeengekomen tussen de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem en de netbeheerder, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, als bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). De overeengekomen tijdsperiodes worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 18-05-2022 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor
het eerste lid in plaats van het zesde lid.
Artikel 6.10 — Artikel 6.10#
Artikel 6.10 1 Een HVDC-convertorstation is in staat bij een werkzaam vermogen beneden de maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen gelijk aan 0,35. 2 Een HVDC-convertorstation is in staat bij een werkzaam vermogen beneden de maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen gelijk aan 0,4. 3 Een HVDC-convertorstation is op grond van het eerste en het tweede lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand P-Q/Pmax-diagram. 4 artikel 2.40 De variatie van het blindvermogen, als bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), leidt niet tot een spanningsstap in het hoogspanningsnet die groter is dan de grenswaarden voor snelle spanningsvariaties die volgen uit de bepalingen van. 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 13-02-2021
Artikel 6.11 — Artikel 6.11#
Artikel 6.11 1 Tenzij om technologie-specifieke beperkingen anders overeengekomen, is het HVDC-convertorstation in staat om in bedrijf te zijn in de drie regelmodi, als bedoeld in artikel 22 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), waarbij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de gewenste regelmodus vaststelt. 2 artikel 3.26, zesde lid artikel 9.14, tweede lid Tenzij om technologie-specifieke beperkingen anders overeengekomen, is, in aanvulling op de regelmodi, genoemd in het eerste lid, een HVDC-convertorstation in staat om in bedrijf te zijn in de spanningsregelmodus, waarbij het blindvermogen zich bevindt binnen een door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gespecificeerde bandbreedte en waarbij de referentiewaarde voor de spanning wordt afgestemd op het uitgewisselde blindvermogen, als bedoeld in, en. 3 De dode band van de spanningsregeling, als bedoeld in artikel 22, derde lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), kan worden aangepast in stappen van 0,5% van de 1 pu-referentiespanning. 4 1 De waarde van het tijdsbestek tvoor het bereiken van een verandering van 90% in geleverd blindvermogen, als bedoeld in artikel 22, derde lid, onderdeel c, subonderdeel i, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), komt de netbeheerder, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, overeen met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 5 2 De waarde van het tijdsbestek tvoor het bereiken van een verandering van 99% in geleverd blindvermogen, als bedoeld in artikel 22, derde lid, onderdeel c, subonderdeel ii, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), binnen het bereik van 1 tot 60 s, komt de netbeheerder, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, overeen met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 6 De helling van de blindvermogenscomponent, als bedoeld in artikel 22, derde lid, onderdeel d, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), komt de netbeheerder, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, overeen met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 7 Het HVDC-systeem is in staat om de referentiewaarde voor het blindvermogen, als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), binnen het volledige bereik van het blindvermogen in te stellen, met instelstappen van maximaal 5 Mvar of 5% (naargelang wat de laagste waarde is) van het totale blindvermogen, waarbij het blindvermogen op het overdrachtspunt wordt geregeld tot een nauwkeurigheid van plus of minus 5 Mvar of plus of minus 5% (naargelang wat de laagste waarde is) van het totale blindvermogen. 8 De minimale stapgrootte voor de instelling van de gewenste waarde van de arbeidsfactor, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) is 0,005. 9 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet specificeert de technische vereisten waar de apparatuur, als bedoeld in artikel 22, zesde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), die vereist is om op afstand de regelmodi en de desbetreffende referentiewaarden te kunnen selecteren, aan moet voldoen en legt dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 13-02-2021
Artikel 6.12 — Artikel 6.12#
Artikel 6.12 Het HVDC-systeem geeft voorrang aan de bijdrage van blindvermogen boven de bijdrage van werkzaam vermogen tijdens bedrijfsvoering bij lage of hoge spanning en bij storingen waarvoor fault-ride-through-capaciteit vereist is, als bedoeld in artikel 23 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.13 — Artikel 6.13#
Artikel 6.13 1 artikelen 2.28 In overeenstemming met artikel 24 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) voldoet een HVDC-systeem aan de normen voor elektromagnetische compatibiliteit, zoals opgenomen in deen 2.40. 2 In aanvulling op deze artikelen komen de netbeheerder en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, eisen voor harmonischen overeen, en leggen deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.14 — Artikel 6.14#
Artikel 6.14 1 De parameters voor de fault-ride-through-capaciteit van het HVDC-convertorstation, als bedoeld in artikel 25, eerste lid, en bijlage V, tabel 7 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) zijn: a. de spanningsparameters: 1°. ret Uis 0 pu; 2°. rec1 Uis 0,425 pu; 3°. rec2 Uis 0,85 pu; b. de tijdsparameters: 1°. clear tis 0,25 s; 2°. rec1 tis 1,625 s; 3°. rec2 tis 3,0 s. 2 Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een blokkeerspanning vaststelt, als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC): a. legt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet deze blokkeerspanning vast in de aansluit- en transportovereenkomst; en b. bedraagt deze blokkeerspanning 0,7 pu, tenzij anders overeengekomen. 3 De fault-ride-through-capaciteit van het HVDC-convertorstation in het geval van asymmetrische storingen, als bedoeld in artikel 25, zesde lid van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), is gelijk aan de fault-ride-through-capaciteit voor symmetrische storingen. 2021 31033 18-06-2021 17-06-2021 ACM/UIT/547220 2021 31033 18-06-2021 17-06-2021 ACM/UIT/547220 19-06-2021
Artikel 6.15 — Artikel 6.15#
Artikel 6.15 1 De eisen voor de grootte en het tijdsprofiel voor herstel van het werkzaam vermogen van het HVDC-systeem na een storing in het wisselstroomnet, als bedoeld in artikel 26 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) zijn: a. het herstel van het werkzame vermogen begint op een spanningsniveau van 90% van de spanning direct voorafgaande aan de storing; b. de maximale toegestane tijd voor het herstel van het werkzame vermogen is 0,2 seconden, tenzij anders overeengekomen vanwege technologiespecifieke beperkingen of beperkingen aangaande operationele netwerkveiligheid van het landelijk hoogspanningsnet; c. de grootte voor het herstel van het werkzame vermogen is tenminste 90% van het vermogen direct voorafgaande aan de storing; d. de nauwkeurigheid van het herstelde werkzame vermogen is 10% van het vermogen direct voorafgaande aan de storing. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet legt het tijdsprofiel voor het herstel, als bedoeld in artikel 26 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 13-02-2021
Artikel 6.16 — Artikel 6.16#
Artikel 6.16 Een HVDC-convertorstation is in staat om gedurende het onder spanning brengen van dat station of de synchronisatie ervan met het wisselstroomnet, dan wel gedurende de aansluiting van een onder spanning gebracht HVDC-convertorstation op een HVDC-systeem, als bedoeld in artikel 28 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), de spanningsschommelingen te beperken tot de grenswaarden voor snelle spanningsvariaties die volgen uit artikel 2.40. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.17 — Artikel 6.17#
Artikel 6.17 1 De studie, als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) a. omvat tenminste: 1°. interactie tussen het HVDC-systeem en het wisselstroomnet; 2°. interactie tussen meerdere HVDC-systemen; 3°. interactie tussen het HVDC-systeem en andere actieve installaties, zoals elektriciteitsproductie-eenheden; b. omvat onder andere de volgende onderzoekingsmethodes: 1°. metingen of simulaties van de frequentie-afhankelijke netimpedantie; 2°. bepaling van de niet-lineaire impedanties van HVDC-systemen, rekening houdend met de regelingen; 3°. analyse in het frequentiedomein; 4°. validering van het gedrag met behulp van een EMT-simulatie. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.18 — Artikel 6.18#
Artikel 6.18 1 Het HVDC-systeem is in staat vermogensoscillaties met frequentie tussen 0,1 Hz en 2,0 Hz door modulatie van werkzaam vermogen en blindvermogen actief te dempen, als bedoeld in artikel 30 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet legt de voorwaarden, die tot activering van de regelfunctie voeren en de maximale bijdrage van de regeling, als bedoeld in artikel 30 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 3 Deze regeling kan via handbediening geactiveerd en gedeactiveerd worden. 4 De instelling van deze regeling kan worden aangepast. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem komen de aanpassingen van de instellingen van deze regeling in onderling overleg overeen. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.19 — Artikel 6.19#
Artikel 6.19 1 De omvang van de studie naar demping van subsynchrone torsie-interactie, als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) wordt tijdens de initiatieffase van een nieuw HVDC-systeem vastgelegd door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 2 Bij het vastleggen van de omvang van die studie wijst de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tevens alle partijen aan die moeten deelnemen aan deze studie. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.20 — Artikel 6.20#
Artikel 6.20 De methode en de condities op basis waarvan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het minimum- en maximumkortsluitvermogen bepaalt, als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), zijn: a. het maximumkortsluitvermogen op het overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-systeem wordt berekend op basis van een volledig in bedrijf zijnd net, onder handhaving van de enkelvoudige storingsreserve, waarbij rekening wordt gehouden met alle voorziene relevante netaanpassingen dan wel netuitbreidingen, en de maximale kortsluitstroombijdrage van alle op het desbetreffende net aangesloten elektriciteitsproductie-eenheden en met de maximale kortsluitstroombijdrage van alle aangrenzende netten; b. het minimumkortsluitvermogen vóór een storing op het overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-systeem wordt berekend op basis van de netsituatie met enkelvoudige storingsreserve, die resulteert in het kleinste kortsluitvermogen op het overdrachtspunt van de aansluiting en waarbij rekening wordt gehouden met alle voorziene relevante netaanpassingen dan wel netuitbreidingen, de minimale kortsluitstroombijdrage van een vooraf bepaalde minimale inzet van op het desbetreffende net aangesloten elektriciteitsproductie-eenheden, en met de minimale kortsluitstroombijdrage van alle aangrenzende netten; c. het minimumkortsluitvermogen na een storing op het overdrachtspunt van de aansluiting van het HVDC-systeem wordt berekend op basis van de enkelvoudige storing in een netsituatie met enkelvoudige storingsreserve, die resulteert in het kleinste kortsluitvermogen op het overdrachtspunt van de aansluiting na de storing en waarbij rekening wordt gehouden met alle voorziene relevante netaanpassingen dan wel netuitbreidingen, de minimale kortsluitstroombijdrage van elektriciteitsproductie-eenheden met een vooraf bepaalde minimum inzet en aangesloten op het desbetreffende net, en met de minimale kortsluitstroombijdrage van alle aangrenzende netten; d. het HVDC-systeem ten behoeve van de berekening van het kortsluitvermogen is verondersteld te zijn uitgeschakeld. 2023 13339 10-05-2023 26-04-2023 ACM/UIT/591251 2023 13339 10-05-2023 26-04-2023 ACM/UIT/591251 11-05-2023
Artikel 6.21 — Artikel 6.21#
Artikel 6.21 1 Het HVDC-systeem is in staat op stabiele wijze in bedrijf te blijven na alle geplande of ongeplande wijzigingen in het HVDC-systeem of in het hoogspanningsnet, als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), na in ieder geval de volgende gebeurtenissen: a. uitval en herstel van de communicatie tussen het besturingssysteem van het hoogspanningsnet en de HVDC-convertorstations van het HVDC-systeem; b. geplande en ongeplande wijzigingen in de nettopologie van het HVDC-systeem of van het hoogspanningsnet; c. veranderingen van de vermogensstromen in het hoogspanningsnet; d. wijziging van de regelmodus van het HVDC-convertorstation; e. uitval van externe optimaliserings- en regelfuncties van het HVDC-systeem. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.22 — Artikel 6.22#
Artikel 6.22 De netbeheerder komt, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene de beveiligingsconcepten overeen die relevant zijn voor het hoogspanningsnet en instellingen die relevant zijn voor het HVDC-systeem, als bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.23 — Artikel 6.23#
Artikel 6.23 De netbeheerder specificeert, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de methode waarop regelmodi en daarmee verband houdende referentiewaarden op afstand kunnen worden aangepast, als bedoeld in artikel 36, derde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.24 — Artikel 6.24#
Artikel 6.24 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem komen het tijdsbestek waarbinnen het HVDC-systeem in staat is te activeren, als bedoeld in artikel 37, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), contractueel overeen. 2 Het HVDC-systeem is in staat de overgang naar normale bedrijfsvoering zonder onderbreking te laten plaatsvinden. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.25 — Artikel 6.25#
Artikel 6.25 1 De relevante netbeheerder komt met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-convertoreenheid de hiërarchie van de automatische regeleenheden overeen, als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2 De relevante netbeheerder komt met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-convertoreenheid de eisen voor de kwaliteit van de signalen die de HVDC-convertoreenheid levert overeen, als bedoeld in artikel 51, vierde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 13-02-2021
Artikel 6.26 — Artikel 6.26#
Artikel 6.26 1 De netbeheerder komt, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem de parameters voor de kwaliteit van levering, als bedoeld in artikel 53, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), overeen en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2 De netbeheerder komt, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem de bijzonderheden van de storingsregistratieapparatuur, als bedoeld in artikel 53, derde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), overeen en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 3 De netbeheerder komt, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem de oscillatiecriteria, als bedoeld in artikel 53, vierde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), overeen en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 4 De netbeheerder komt, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, met de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem de communicatieprotocollen voor elektronische toegang tot gegevens, als bedoeld in artikel 53, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), overeen en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.27 — Artikel 6.27#
Artikel 6.27 1 De aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem verstrekt simulatiemodellen, als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor analyse van: a. normale bedrijfstoestand; b. kortsluittoestand; c. dynamisch gedrag; d. elektromagnetische transiënten; e. stationaire harmonischen; f. stabiliteit bij harmonischen en resonanties. 2 Naast deze modellen verstrekt de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem ook een generiek RMS model voor bestudering van dynamische verschijnselen in het gehele gekoppelde transmissiesysteem. Dit model is geschikt voor uitwisseling binnen ENTSO-E verband. 3 De inhoud en de opmaak van de modellen, als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), zijn zodanig dat de analyses uit het eerste lid kunnen worden uitgevoerd met de simulatieprogramma's die bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in gebruik zijn. In de ontwerpfase van het HVDC-systeem specificeert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de inhoud, de opmaak en de daarbij behorende documentatie van de modellen. 4 Alleen die delen van de modellen die informatie bevatten aangaande intellectueel eigendom mogen worden versleuteld. Deze versleuteling mag niet belemmeren dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in staat is de analyses uit het eerste lid met de modellen uit te voeren. 5 De aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem zorgt ervoor dat de modellen gedurende de hele levensduur van het HVDC-systeem kunnen worden blijven gebruikt voor het uitvoeren van de analyses. Dit houdt in dat de modellen bij wijzigingen in het HVDC-systeem tijdig vooraf geactualiseerd worden. 6 Bij vernieuwing van de simulatieprogramma's garandeert de aangeslotene die beschikt over het HVDC-systeem dat de modellen in staat blijven de analyses uit het eerste lid uit te voeren. 7 De details van de inhoud en de opmaak worden in de ontwerpfase besproken met de aangeslotene die beschikt over het HVDC-systeem, en worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 13-02-2021
Artikel 6.28 — Artikel 6.28#
Artikel 6.28 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stuurt naar de DC-aangesloten power park module een signaal, als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), dat ofwel een in het synchrone gebied gemeten frequentie is ofwel een referentiewaarde voor het werkzame vermogen. De DC-aangesloten power park module kan beide signaaltypen verwerken. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet specificeert voor de DC-aangesloten power park module die is aangesloten via een HVDC-systeem dat is gekoppeld aan meerdere regelzones de gecoördineerde frequentieregeling, als bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel b, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 3 Indien de ontwerpfrequentie afwijkt van 50 Hz, specificeert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de van toepassing zijnde frequentiebereiken en tijdsperiodes, als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 4 De DC-aangesloten power park module is in staat zich automatisch te ontkoppelen, als bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), bij lage frequenties en bij hoge frequenties. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet komt de voorwaarden en instellingen voor automatische ontkoppeling overeen met de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module en neemt deze op in de aansluit- en transportovereenkomst. 5 artikel 3.13, vierde lid artikel 3.17, derde en achtste tot en met elfde lid artikel 3.19, tiende tot en met zestiende lid artikel 3.20 artikel 3.28, derde tot en met zesde lid Op de DC-aangesloten power park module is,,,en, van overeenkomstige toepassing. 6 Het uitgangsvermogen van een DC-aangesloten power park module wijzigt, als bedoeld in artikel 39, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), niet als gevolg van een wijziging van de frequentie, behalve wanneer het werkzame vermogen wordt gemoduleerd als gevolg van de frequentierespons van de LFSM-O, LFSM-U en FSM. 7 artikel 3.24 Op de DC-aangesloten power park module is, met uitzondering van het zevende lid, van overeenkomstige toepassing. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 6.29 — Artikel 6.29#
Artikel 6.29 1 De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen tussen 1,10 pu en 1,118 pu in netten met nominale spanning tussen 110 kV (inclusief) en 300 kV (exclusief), als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), is onbeperkt. 2 De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen tussen 1,118 pu en 1,15 pu in netten met nominale spanning tussen 110 kV (inclusief) en 300 kV (exclusief), als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), is 30 minuten. 3 Voor DC-aangesloten power park modules op een net waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning kleiner is dan 110 kV gelden dezelfde eisen als voor DC-aangesloten power park modules op een net waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning gelijk is aan 110 kV. 4 De DC-aangesloten power park module, aangesloten op een wisselstroomnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV, is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen te leveren dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC): a. gelijk aan 0,14 bij een spanning van 0,9 pu tot 1,05 pu; b. gelijk aan 0,0 bij een spanning gelijk aan 1,1 pu; c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,14 en 0,0 bij een spanning tussen 1,05 pu en 1,1 pu. 5 De DC-aangesloten power park module, aangesloten op een wisselstroomnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV, is in staat bij variërende spanning maximaal een hoeveelheid blindvermogen op te nemen dat gekenschetst wordt door een verhouding van blindvermogen tot maximumcapaciteit, als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC): a. gelijk aan 0,14 bij een spanning van 0,95 pu tot 1,1 pu; b. gelijk aan 0,0 bij een spanning gelijk aan 0,9 pu; c. dat bepaald wordt door het lineaire verloop tussen respectievelijk 0,0 en 0,14 bij een spanning tussen 0,9 pu en 0,95 pu. 6 max De DC-aangesloten power park module, aangesloten op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 300 kV, is op grond van het vierde en het vijfde lid in staat blindvermogen te leveren of op te nemen binnen en inclusief de grenzen van het rood gemarkeerde profiel in onderstaand U-Q/P-diagram, als bedoeld in figuur 7 van bijlage VII bij artikel 40, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). 7 Indien dat vereist is voor de spanningsstabiliteit komt de netbeheerder van het net op zee, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet met de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module een profiel overeen met een groter blindvermogensbereik dan het gespecificeerde profiel in het zesde lid en legt dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 8 De bijdrage van blindvermogen krijgt prioriteit, overeenkomstig artikel 40, derde lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), boven de bijdrage van werkzaam vermogen tijdens bedrijfsvoering bij lage of hoge spanning en bij storingen waarvoor fault-ride-through capaciteit vereist is. 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 18-05-2022
Artikel 6.30 — Artikel 6.30#
Artikel 6.30 1 artikelen 2.28 De DC-aangesloten power park module voldoet ook tijdens het onder spanning brengen en gedurende de periode volgend op de synchronisatie aan de eisen in deen 2.40. 2 De netbeheerder van het net op zee specificeert in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de uitgangssignalen, als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), die de DC-aangesloten power park module verstrekt aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en aan de netbeheerder van het net op zee en legt dit vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.31 — Artikel 6.31#
Artikel 6.31 1 artikel 6.20 Voor de methode en de condities op basis waarvan de netbeheerder van het net op zee het minimum- en maximumkortsluitvermogen bepaalt, als bedoeld in artikel 42, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), geldt dat, met uitzondering van onderdeel d, van overeenkomstige toepassing is. 2 De netbeheerder van het net op zee verstrekt de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module de netwerkequivalenten, als bedoeld in artikel 42, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), die het gedrag van het net beschrijven voor frequenties tot ten minste 2.500 Hz. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.32 — Artikel 6.32#
Artikel 6.32 artikel 2.13 Voor de beveiliging van de DC-aangesloten power park module en overige onderdelen van de elektrische installatie, als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), isvan overeenkomstige toepassing. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.33 — Artikel 6.33#
Artikel 6.33 1 artikelen 2.28 3.34 De netbeheerder van het net op zee specificeert in aanvulling op de,2.40 ende eisen voor de elektromagnetische comptabiliteit, waar een DC-aangesloten power park module aan moet voldoen, als bedoeld in artikel 44 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2 artikel 2.28, eerste lid De netbeheerder van het net op zee specificeert, als bedoeld in artikel 44 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), in aanvulling op, de eisen voor de spanningsasymmetrie, waar een DC-aangesloten power park module aan moet voldoen, en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 6.34 — Artikel 6.34#
Artikel 6.34 paragraaf 6.1 Remote-end HVDC-convertorstations, overeenkomstig artikel 46 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) voldoen bovendien aan de eisen uit. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.35 — Artikel 6.35#
Artikel 6.35 1 artikel 6.1, eerste lid Indien de nominale frequentie in het net waarop de DC-aangesloten power park modules en het remote-end HVDC-convertorstation zijn aangesloten, een andere vaste waarde heeft dan 50 Hz of variabel is, specificeert de netbeheerder van het net op zee de frequentiebereiken, behorend bij de tijdsperiodes die inzijn gespecificeerd, als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt deze vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2 Het HVDC-systeem, waarvan het remote-end HVDC-convertorstation deel uitmaakt, is in staat de netfrequentie op het aansluitpunt in de synchrone zone, waaraan het HVDC-systeem is gekoppeld, als snel signaal te verstrekken, als bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC). 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.36 — Artikel 6.36#
Artikel 6.36 1 De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen tussen 1,10 pu en 1,12 pu in netten met nominale spanning tussen 110 kV (inclusief) en 300 kV (exclusief), als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), is onbeperkt. 2 De tijdsduur van de bedrijfsperiode voor spanningen tussen 1,12 pu en 1,15 pu in netten met nominale spanning tussen 110 kV (inclusief) en 300 kV (exclusief), als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), is 30 minuten. 3 Voor remote-end HVDC-convertorstations aangesloten op een net waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning kleiner is dan 110 kV gelden de overeenkomstige, in pu-waarden opgestelde, eisen als voor remote-end HVDC-convertorstation aangesloten op een net waarvan de 1 pu-referentie-AC-spanning gelijk is aan 110 kV. 4 artikel 6.29, vierde tot en met achtste lid Voor remote-end HVDC-convertorstations is het bepaalde in, van overeenkomstige toepassing. 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 2019 53886 07-10-2019 01-10-2019 ACM/UIT/514389 08-10-2019
Artikel 6.37 — Artikel 6.37#
Artikel 6.37 artikel 6.20 De netbeheerder van het net op zee verstrekt de aangeslotene die beschikt over een DC-aangesloten power park module de netwerkkenmerken, als bedoeld in artikel 49 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), berekend overeenkomstig. 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 13-02-2021
Artikel 6.38 — Artikel 6.38#
Artikel 6.38 1 artikelen 2.28 3.34 De netbeheerder van het net op zee specificeert in aanvulling op de, 2.40 ende eisen voor de elektromagnetische comptabiliteit, waar een remote-end HVDC-convertorstation aan moet voldoen, als bedoeld in artikel 50 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2 artikel 2.28, eerste lid De netbeheerder van het net op zee specificeert in aanvulling op, de eisen voor de spanningsasymmetrie, waar een remote-end HVDC-convertorstation aan moet voldoen, en legt die vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 7.0a — Artikel 7.0a#
Artikel 7.0a 1 De netbeheerder geeft onder de in artikel 7.0b, eerste lid, onderdeel a, bedoelde omstandigheden alleen prioriteit bij de toekenning van transportcapaciteit indien: a. een partij om prioriteit verzoekt; en b. de partij die om prioriteit verzoekt voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel a, of het tweede lid, onderdeel b. 2 De netbeheerder geeft een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, alleen prioriteit: a. voor de functie genoemd in tabel 1, van bijlage 22: 1°. indien de netbeheerder vaststelt dat de verzoekende partij een congestieverzachter is overeenkomstig de omschrijving in tabel 1 van bijlage 22; en 2°. indien de verzoeker contractuele afspraken heeft gemaakt met de netbeheerder waarin is vastgelegd dat hij zich zal gedragen als congestieverzachter als bedoeld in de omschrijving in tabel 1, van bijlage 22; b. voor de (sub)functie genoemd in tabel 2 of tabel 3 van bijlage 22: 1°. indien de verzoekende partij aangeeft dat hij een (sub)functie overeenkomstig de omschrijving in tabel 2 of tabel 3, van bijlage 22, uitoefent; 2°. indien de verzoekende partij de in tabel 4, van bijlage 22, genoemde bewijsstukken heeft overgelegd aan de netbeheerder; en 3°. indien de gevraagde transportcapaciteit alleen wordt gebruikt voor de afname van elektriciteit. 3 De in tabel 4, van bijlage 22, bedoelde bestuursverklaring bevat: a. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor de taken in de omschrijving zoals opgenomen per (sub)functie in tabel 2 of tabel 3, van bijlage 22; b. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is om te starten met de activiteiten of taken als bedoeld in tabel 2 of tabel 3, van bijlage 22, en niet kan starten zonder de gevraagde transportcapaciteit; c. een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat de activiteit op korte termijn, na toekenning van de gevraagde transportcapaciteit en, voor zover van toepassing, na de realisatie van de aansluiting, zal starten; d. een verklaring dat de bewijsstukken als bedoeld in tabel 4, van bijlage 22, compleet zijn; e. een verklaring dat de bestuursverklaring naar waarheid is ingevuld; en f. instemming dat de met prioriteit toegekende transportcapaciteit wordt afgenomen indien de verklaring niet naar waarheid is ingevuld en/of indien er sprake is van vervalsing van de bewijsstukken genoemd in tabel 4, van bijlage 22. 4 In aanvulling op het derde lid, bevat de in tabel 4, van bijlage 22, bedoelde bestuursverklaring voor de functie woonbehoefte als bedoeld in tabel 3, van bijlage 22: a. indien er sprake is van kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat deze activiteiten nodig zijn om de woonbehoefte te realiseren; b. indien er sprake is van collectieve voorzieningen, een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat dat de voorzieningen nodig zijn voor de woonfunctie. 5 De netbeheerder spant zich in om binnen elk gebied als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, partijen te vinden als bedoeld in tabel 1, van bijlage 22, en stelt binnen een redelijke termijn na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a vast of de partij kwalificeert als congestieverzachter als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a. 6 De netbeheerder toetst binnen twintig werkdagen na ontvangst van het verzoek, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of de verzoekende partij voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel b. 7 De netbeheerder informeert een verzoekende partij als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, schriftelijk of het verzoek voldoet aan de vereisten uit het tweede lid, onderdeel a of b. 8 Indien de netbeheerder aanleiding heeft om te veronderstellen dat er oneigenlijk gebruik plaatsvindt van de mogelijkheid om een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onder a te doen, dan wel dat het indienen van verzoeken als bedoeld in het eerste lid, onder a, dan wel het toekennen van prioriteit als bedoeld in het eerste lid niet goed functioneert, meldt hij dit aan de Autoriteit Consument en Markt. De netbeheerder kan daarop in afstemming met de Autoriteit Consument en Markt besluiten: a. om de toekenning van prioriteit tijdelijk te staken; b. hoe tijdens de periode van staking wordt omgegaan met het toekennen van transportcapaciteit; en c. hoe na een periode van staking, als bedoeld in onderdeel a, de werkwijze waarbij prioriteit wordt toegekend weer wordt gestart. 9 In geval van een staking als bedoeld in het achtste lid, onderdeel a, vermeldt de netbeheerder de reden voor het staken, de duur daarvan, hoe tijdens de periode van staking wordt omgegaan met het toekennen van transportcapaciteit als bedoeld in het achtste lid, onderdeel b, en hoe na een periode van staking de werkwijze waarbij prioriteit wordt toegekend weer wordt gestart, als bedoeld in het achtste lid, onderdeel c, op de website als bedoeld in artikel 9.8. 2025 42323 12-12-2025 02-12-2025 ACM/UIT/652233 2025 42323 12-12-2025 02-12-2025 ACM/UIT/652233 42323-n1 12-12-2025 31-12-2025 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 7.0b — Artikel 7.0b#
Artikel 7.0b 1 De netbeheerder hanteert voor het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998: a. indien het transportverzoek betrekking heeft op gebieden als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, de volgorde van prioriteit als bedoeld in het derde lid; of b. indien het transportverzoek betrekking heeft op andere gebieden, de volgorde op basis van binnenkomst. 2 Indien een aanvrager op basis van artikel 9.6, derde lid, zijn verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport wijzigt, blijft zijn initiële plaats bij de volgorde als bedoeld in het eerste lid behouden. 3 De netbeheerder bepaalt de volgorde van prioriteit, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, als volgt: a. verzoeken uit tabel 1 van bijlage 22, aan wie op grond van artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel a, door de netbeheerder prioriteit is toegekend hebben de hoogste prioriteit; b. verzoeken uit tabel 2 van bijlage 22, aan wie op grond van artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, door de netbeheerder prioriteit is toegekend hebben de op één na hoogste prioriteit; c. verzoeken uit tabel 3 van bijlage 22, aan wie op grond van artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, door de netbeheerder prioriteit is toegekend hebben de op twee na hoogste prioriteit; d. verzoeken van partijen zonder prioriteit krijgen geen prioriteit. 4 Voor partijen als bedoeld in tabel 1 van bijlage 22, beoordeelt en rangschikt de netbeheerder, op een vooraf door de netbeheerder vastgesteld moment, de ontvangen verzoeken als bedoeld in artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel a, eerst op doelmatigheid. De netbeheerder is transparant over de toetsingscriteria, de weging van de toetsingscriteria, de toepassing van de toetsingscriteria en de uitkomst van de toetsing op doelmatigheid, waarbij de netbeheerder de uitkomst van de toetsing voorziet van een deugdelijke en voor partijen kenbare motivering. De netbeheerder betrekt ten minste de volgende criteria bij de toets op doelmatigheid: a. de locatie van de partij als bedoeld in tabel 1 van bijlage 22, ten opzichte van het knelpunt of de knelpunten in het in artikel 9.9, eerste lid, bedoelde gebied; b. de door de partij als bedoeld in tabel 1 van bijlage 22, aangeboden hoeveelheid regelbaar vermogen; c. de ingangsdatum waarop het door de partij als bedoeld in tabel 1 van bijlage 22, aangeboden regelbaar vermogen beschikbaar is en de datum waarop de netbeheerder het regelbaar vermogen nodig heeft of verwacht te hebben; d. de periode waarin de partij als bedoeld in tabel 1 van bijlage 22, het aangeboden regelbaar vermogen beschikbaar stelt aan de netbeheerder; en e. de prijs in €/MWh die de partij als bedoeld in tabel 1 van bijlage 22, vraagt voor de naar verwachting te leveren congestiemanagementdiensten als bedoeld in artikel 9.31, eerste lid, van de Netcode. 5 Voor partijen als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, hanteert de netbeheerder bij het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 de volgorde die volgt uit de rangschikking op doelmatigheid als bedoeld in het vierde lid en voor partijen als bedoeld in het derde lid, onderdelen b, c en d de volgorde van het moment van binnenkomst van het transportverzoek. 6 Voordat de netbeheerder een partij of meerdere partijen op basis van de volgorde als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, een aanbod doet voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, toetst de netbeheerder in lijn met artikel 7.0a, zesde lid, eerst alle verzoeken als bedoeld in artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, die de netbeheerder heeft ontvangen tot de dag voorafgaand aan het vrijkomen van transportcapaciteit. 2025 42323 12-12-2025 02-12-2025 ACM/UIT/652233 2025 42323 12-12-2025 02-12-2025 ACM/UIT/652233 42323-n1 12-12-2025 31-12-2025 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 7.0c — Artikel 7.0c#
Artikel 7.0c 1 Indien de netbeheerder op grond van artikel 7.0b, derde lid, onderdeel a, prioriteit heeft toegekend aan een partij als bedoeld in artikel 7.0a, eerste lid, onderdeel a, en deze partij de met de netbeheerder gemaakte contractuele afspraken als bedoeld in artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel a, vervolgens niet nakomt, neemt de netbeheerder de toegekende transportcapaciteit af. 2 Indien de netbeheerder op grond van artikel 7.0b, derde lid, onderdelen b en c, prioriteit heeft toegekend aan een partij als bedoeld in artikel 7.0a, eerste lid, onderdeel a, en vervolgens blijkt dat deze partij in strijd met artikel 7.0a, tweede lid, onderdeel b, onjuiste of frauduleuze bewijsstukken heeft overgelegd bij zijn prioriteringsverzoek, neemt de netbeheerder de met prioriteit toegekende transportcapaciteit af. 3 De netbeheerder stelt de partij van wie transportcapaciteit is afgenomen als bedoeld in het eerste en tweede lid, in staat om een nieuw verzoek tot het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en een verzoek als bedoeld in artikel 7.0a, eerste lid, in te dienen. 4 De netbeheerder meldt afgenomen transportcapaciteit als bedoeld in het eerste en tweede lid binnen een maand na afname aan de Autoriteit Consument en Markt. 2025 42323 12-12-2025 02-12-2025 ACM/UIT/652233 2025 42323 12-12-2025 02-12-2025 ACM/UIT/652233 42323-n1 12-12-2025 31-12-2025 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 7.0d — Artikel 7.0d#
Artikel 7.0d De netbeheerder rapporteert jaarlijks uiterlijk op 31 maart over het afgelopen kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt over zijn verzorgingsgebied: a. afzonderlijk voor tabel 1 van bijlage 22 en per (sub)functie in tabel 2 en tabel 3, van bijlage 22: 1°. het aantal ontvangen prioriteringsverzoeken; 2°. het aantal toegewezen prioriteringsverzoeken; 3°. het totaal toegewezen transportvermogen; en 4°. het aantal afgewezen prioriteringsverzoeken. b. het totaal aantal transportverzoeken als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 waarvoor de netbeheerder nog geen aanbod voor transportcapaciteit heeft gedaan; en c. de doorlooptijden van de behandeling van prioriteringsverzoeken. 2025 42323 12-12-2025 02-12-2025 ACM/UIT/652233 2025 42323 12-12-2025 02-12-2025 ACM/UIT/652233 42323-n1 12-12-2025 31-12-2025 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 7.1 — Artikel 7.1#
Artikel 7.1 1 Transport vindt plaats: a. op grond van een tussen de netbeheerder en de aangeslotene te sluiten aansluit- en transportovereenkomst of op grond van tussen de netbeheerder en een groep van twee of meer aangeslotenen af te sluiten individuele aansluitovereenkomsten in combinatie met een groepstransportovereenkomst; b. indien de aangeslotene, of de van een groep van aangeslotenen deel uitmakende aangeslotenen elk individueel, op grond van de in onderdeel a bedoelde overeenkomst(en) recht heeft op een aansluiting; en c. artikelen 2.1.3 tot en met 2.1.5a van de Informatiecode elektriciteit en gas indien voor elke in onderdeel b bedoelde aansluiting bij de netbeheerder bekend is welke partijen ten behoeve van de desbetreffende aansluiting, of, indien het een aansluiting betreft waaraan secundaire allocatiepunten zijn toegekend, voor alle allocatiepunten van de desbetreffende aansluiting, optreden als leverancier, BRP en, indien het een grootverbruikaansluiting betreft, meetverantwoordelijke. De respectievelijke identificaties van genoemde partijen legt de netbeheerder op grond van devast in zijn aansluitingenregister. 2 De aangeslotene heeft recht op transport van elektriciteit door heel Nederland. 3 Het recht op transport heeft vier vormen: a. een volledig vast recht op transport; b. een volledig variabel recht op transport; c. een tijdsduurgebonden recht op transport; of d. een tijdsblokgebonden recht op transport. 4 artikel 7.15, eerste lid artikel 7.16, eerste lid Op een groepstransportovereenkomst zijn, en, niet van toepassing. 5 De in het derde lid bedoelde vormen van transportrecht kunnen separaat of, voor zover beschikbaar, voor dezelfde aansluiting of door een groep van aangeslotenen die deel uitmaken van een groepstransportovereenkomst in combinatie worden gecontracteerd. 6 artikelen 7.1b 7.1c 7.1d artikel 9.6 Op het deel van het transportrecht dat overeenkomstig de,enniet vast is, isniet van toepassing. 7 artikel 7.1b artikel 7.1c artikel 7.1d De netbeheerder kan het recht op transport als bedoeld in het derde lid, onder b, c of d opschorten wanneer vast komt te staan dat de aangeslotene twee keer of meer de voorwaarden van,ofheeft overtreden en de netbeheerder de aangeslotene hierover schriftelijk heeft geïnformeerd. Bij de beslissing om het transportrecht op te schorten houdt de netbeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden van artikel 7.1b, artikel 7.1c of artikel 7.1d. De netbeheerder beëindigt de opschorting uit de vorige volzin wanneer de aangeslotene aan de netbeheerder aantoont maatregelen te hebben getroffen die voorkomen dat de aangeslotene nogmaals de voorwaarden van artikel 7.1b, artikel 7.1c of artikel 7.1d overtreedt. 8 artikel 7.1b artikel 7.1c artikel 7.1d Indien de aangeslotene na beëindiging van de opschorting ondanks de getroffen maatregelen nogmaals de voorwaarden van,ofovertreedt, kan de netbeheerder het transportrecht waarvan de voorwaarden geschonden zijn, laten vervallen. Bij de beslissing om het transportrecht te laten vervallen houdt de netbeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden van artikel 7.1b, artikel 7.1c of artikel 7.1d. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 7.1a — Artikel 7.1a#
Artikel 7.1a 1 paragraaf 7.4 Een volledig vast recht op transport geeft de aangeslotene een recht op transport tot een hoeveelheid ter grootte van de doorlaatwaarde indien het een kleinverbruikaansluiting of een artikel-1-lid-2-of-3-aansluiting betreft of het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen voor afname of voor invoeding indien het een grootverbruikaansluiting niet zijnde een artikel-1-lid-2-of-3 aansluiting betreft, met inachtneming van. 2 Een volledig vast recht op transport als bedoeld in het eerste lid wordt aangeboden aan aangeslotenen op het landelijk hoogspanningsnet en aangeslotenen op een regionaal net. 3 artikelen 3.7.5 tot en met 3.7.14 3.7.18 3.7.19 van de Tarievencode elektriciteit Op een volledig vast recht op transport als bedoeld in het eerste lid, zijn de tariefstructuren als bedoeld in de,envan toepassing. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 7.1b — Artikel 7.1b#
Artikel 7.1b 1 Een volledig variabel recht op transport geeft de aangeslotene recht op transport ter grootte van het transportvermogen dat de netbeheerder uiterlijk voor de gatesluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan de dag waarop het beoogde transport zal plaatsvinden ten behoeve van de aangeslotene vrijgeeft. 2 bijlage 23 Ten behoeve van een volledig variabel recht op transport als bedoeld in het eerste lid, leggen de aangeslotene en de netbeheerder tenminste de productvoorwaarden als bedoeld in, eerste lid, vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 3 artikel 9.9, eerste lid artikelen 3.7.15 3.7.18 3.7.19 van de Tarievencode elektriciteit Het volledig variabele transportrecht, als bedoeld in het eerste lid, wordt aangeboden aan een grootverbruiker niet zijnde een netbeheerder, in een congestiegebied als bedoeld in, waarbij geldt dat de tariefstructuren als bedoeld in de,envan toepassing zijn. 4 Alvorens de netbeheerder en de aangeslotene een volledig variabel transportrecht, als bedoeld in het eerste lid, overeenkomen: a. informeert de netbeheerder de aangeslotene over de wijze waarop de netbeheerder de beschikbare transportcapaciteit in het desbetreffende gebied over aangeslotenen met een volledig variabel recht op transport verdeelt; b. informeert de netbeheerder de aangeslotene over het beleid dat de netbeheerder hanteert om te voorkomen dat die aangeslotene gebruik maakt van de transportdienst buiten de tijden waarop of hoeveelheden waarvoor die door de netbeheerder is vrijgegeven; en c. wijst de netbeheerder de aangeslotene op de risico’s die met een volledig variabel recht op transport van elektriciteit verbonden zijn, waaronder de mogelijkheid van toekomstige aanpassingen in de van toepassing zijnde tariefstructuren en voorwaarden. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 7.1c — Artikel 7.1c#
Artikel 7.1c 1 paragraaf 7.4 artikel 7.15, eerste lid artikel 7.16, eerste en derde lid Een tijdsduurgebonden recht op transport geeft de aangeslotene recht op transport tot een hoeveelheid ter grootte van het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen voor afname of voor invoeding, gedurende het in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde percentage van het aantal uren in een kalenderjaar met inachtneming van, met uitzondering vanen. 2 bijlage 23 Ten behoeve van een tijdsduurgebonden recht op transport, als bedoeld in het eerste lid, leggen de aangeslotene en de netbeheerder ten minste de productvoorwaarden als bedoeld in, eerste lid, vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 3 Het tijdsduurgebonden recht op transport, als bedoeld in het eerste lid, is beschikbaar voor een aangeslotene op het landelijke hoogspanningsnet, waarbij geldt dat: a. het in het eerste lid bedoelde percentage gelijk is aan 85; b. de verwachte bijdrage van het tijdsduurgebonden transportrecht van een individuele aangeslotene aan de belastingduurkromme op basis van de prognoses voor het voor de beschikbare transportcapaciteit meest kritische jaar in de periode tot 15 jaar na 1 april 2025 van het station waarop diens aansluiting is aangesloten, of in geval van vermaasde netten van de voor de die aangeslotene beschikbare transportcapaciteit meest bepalende locatie in het net, wordt begrensd ter linkerzijde door de lijn van 1.314 uur, ter rechterzijde door de lijn van 8.760 uur en in hoogte, in geval de aansluiting 1. artikel 9.9, eerste lid zich bevindt in een congestiegebied als bedoeld in, door het verschil tussen de maximale fysieke belastbaarheid van de relevante beperkende netelement(en) en de waarde van de belastingduurkromme waarop deze de lijn van 1.314 uur snijdt; 2. artikel 9.9, eerste lid zich niet bevindt in een congestiegebied als bedoeld in, door het verschil tussen de maximale waarde van de belastingduurkromme en de waarde van de belastingduurkromme waarop deze de lijn van 1.314 uur snijdt; c. op grond van onderdeel b de verwachtte bijdrage van het tijdsduurgebonden transportrecht van aangeslotene aan de belastingduurkromme, in geval de aansluiting 1. artikel 9.9, eerste lid zich bevindt in een congestiegebied als bedoeld in, is begrensd als schematisch weergegeven in het groene gebied in onderstaand diagram met een fictieve belastingsduurkromme; 2. artikel 9.9, eerste lid zich niet bevindt in een congestiegebied als bedoeld in, is begrensd als schematisch weergegeven in het groene gebied in onderstaand diagram met een fictieve belastingsduurkromme; en d. artikelen 3.7.16 3.7.18 van de Tarievencode elektriciteit de tariefstructuren als bedoeld in deenvan toepassing zijn. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 7.1d — Artikel 7.1d#
Artikel 7.1d 1 paragraaf 7.4 artikel 7.15, eerste lid artikel 7.16, eerste en derde lid Een tijdsblokgebonden recht op transport geeft de aangeslotene recht op transport gedurende de in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde tijdsblokken in hele uren tot een hoeveelheid ter grootte van het in de aansluit- en transportovereenkomst genoemde deel van het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen voor afname of voor invoeding, indien van toepassing gedifferentieerd per tijdsblok, met inachtneming van, met uitzondering vanen. 2 bijlage 23 Ten behoeve van een tijdsblokgebonden recht op transport, als bedoeld in het eerste lid, leggen de aangeslotene en de netbeheerder tenminste de productvoorwaarden als bedoeld in, tweede lid, vast in de aansluit- en transportovereenkomst. 3 Het tijdsblokgebonden recht op transport, als bedoeld in het eerste lid, is beschikbaar voor een grootverbruiker aangesloten op een regionaal net, waarbij geldt dat: a. de netbeheerder door middel van netberekeningen aannemelijk kan maken welke blokken voor de desbetreffende aangeslotene beschikbaar zijn, waarbij de piekbelasting inclusief bijdrage van de aangeslotene op de desbetreffende locatie of elders in het net niet hoger wordt dan de piekbelasting zonder die bijdrage; en b. artikelen 3.7.17 tot en met 3.7.19 van de Tarievencode elektriciteit de tariefstructuren als bedoeld in devan toepassing zijn 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 7.1e — Artikel 7.1e#
Artikel 7.1e 1 artikel 24 van de Elektriciteitswet 1998 Een groep van twee of meer aangeslotenen kan op grond van, en indien de netbeheerder daartoe de mogelijkheid biedt, met de netbeheerder een groepstransportovereenkomst afsluiten indien: a. elke aangeslotene voor de afzonderlijke aansluiting(en) waarmee hij deelneemt aan de groep een aansluitovereenkomst met de netbeheerder heeft afgesloten; b. elke aangeslotene voor de aansluiting(en) waarmee hij deelneemt aan de groep geen andere transportovereenkomst heeft afgesloten; c. artikel 3:60 van het Burgerlijk Wetboek alle aangeslotenen die deel uitmaken van de groep gezamenlijk een gemachtigde in de zin vanhebben aangewezen om namens hen met de netbeheerder te handelen en de groepstransportovereenkomst met de netbeheerder af te sluiten; d. elke aansluiting voorzien is van een telemetriegrootverbruikmeetinrichting; e. de dimensionering van elke meetinrichting van de aansluitingen is afgestemd op de aansluitcapaciteit van de desbetreffende aansluiting; f. in geval van aansluitingen op een net met een spanningsniveau lager dan 110 kV, alle aansluitingen waarmee wordt deelgenomen aan de groep: 1°. grootverbruikaansluitingen zijn; 2°. bijlage A van de Tarievencode elektriciteit behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën als bedoeld in de, onderdelen A.3 tot en met A.7, waarbij geldt dat: i) aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën A.3 tot en met A.5 gezamenlijk één groep kunnen vormen; ii) indien de netbeheerder daartoe de mogelijkheid biedt, aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën A.3 tot en met A.5 en A.6, voor zover de A.6 aansluitingen alleen gebruikt worden om elektriciteit in te voeden, gezamenlijk één groep kunnen vormen; iii) aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie A.6 gezamenlijk één groep kunnen vormen; iv) aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie A.7 gezamenlijk één groep kunnen vormen; v) Indien de netbeheerder daartoe de mogelijkheid biedt, aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën A.6 en A.7 gezamenlijk één groep kunnen vormen; 3°. in de normale bedrijfsvoering zijn aangesloten op: i) een middenspanningsrail of middenspanningsrails die galvanisch met elkaar verbonden zijn, of middenspanningsring(en), of MS/LS-transformatorstations, of een combinatie van deze aansluitwijzen voor aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën A.3 tot en met A.5 en aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie A.6 en die alleen gebruikt worden om elektriciteit in te voeden; of ii) een middenspanningsrail of middenspanningsrails die galvanisch met elkaar verbonden zijn voor aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën A.6 en/of A.7; of iii) een hoogspanningsrail of hoogspanningsrails die galvanisch met elkaar verbonden zijn voor aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorieën A.6 en/of A.7. 4°. de betrouwbaarheid en veiligheid van het net en het doelmatig netbeheer geborgd blijven, waarbij de netbeheerder voor de beoordeling hiervan de volgende criteria in acht neemt: i) de mate waarin de spanningshuishouding door het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen wordt beïnvloed; ii) de belastbaarheid van netelementen die benodigd zijn voor het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen; iii) de mate waarin het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen aanleiding geeft tot directe netinvesteringen; en iv) de mate waarin het benutten van het met de groepstransportovereenkomst gecontracteerde transportvermogen invloed heeft op de vermogensstromen in het betreffende netdeel; g. in geval van aansluitingen op een net met een spanningsniveau van 110 kV of hoger: 1°. aansluitingen die behoren tot de aansluitcapaciteitscategorie A.7 gezamenlijk één groep kunnen vormen; 2°. alle afzonderlijke aansluitingen waarmee wordt deelgenomen aan de groep zijn aangesloten op hetzelfde station; en 3°. de betrouwbaarheid en veiligheid van het net en het doelmatig netbeheer geborgd blijven, waarbij de netbeheerder voor de beoordeling hiervan de criteria genoemd in artikel 7.1e, eerste lid, onderdeel f, onder 4º, punt i tot en met iv, in acht neemt. 2 De netbeheerder informeert de gemachtigde van een groep over het beoordelingsproces zoals bedoeld in het eerste lid en de uitkomst daarvan, waarbij tenminste geldt dat: a. de netbeheerder de gemachtigde van een groep van aangeslotenen binnen een redelijke termijn schriftelijk informeert of het mogelijk is om op grond van het eerste lid een groep te vormen; en b. de netbeheerder de gemachtigde van een groep van aangeslotenen binnen een redelijke termijn schriftelijk informeert indien de netbeheerder het op grond van het eerste lid niet mogelijk acht dat een groep gevormd wordt, waarbij de weigering van de netbeheerder is voorzien van een deugdelijke motivering en de relevante informatie op basis waarvan de netbeheerder tot de weigering is gekomen. 3 De gemachtigde van een groep van aangeslotenen die gezamenlijk een groepstransportovereenkomst wil afsluiten of wijzigen doet daartoe een verzoek bij de netbeheerder. 4 De netbeheerder zet bij het aangaan van een groepstransportovereenkomst of bij een wijziging van de groepssamenstelling de individuele aansluit- en transportovereenkomsten om in een gezamenlijke groepstransportovereenkomst voor de groep en een individuele aansluitovereenkomst voor elk van de afzonderlijke aangeslotenen. 5 In afstemming met de gemachtigde van een groep van aangeslotenen bepaalt de netbeheerder bij het aangaan van de groepstransportovereenkomst, en bij een wijziging van de groepssamenstelling, behoudens de in het achtste lid omschreven situatie, binnen een redelijke termijn het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding en voor afname dat aan de groep aangeboden wordt, waarbij door de netbeheerder ten minste de volgende gegevens worden betrokken: a. het gewenste netgebruik van de groep; b. indien aanwezig, de historische jaarprofielen van de afgelopen 24 maanden van aangeslotenen die individueel gecontracteerd transportvermogen hebben; c. de geprognosticeerde gebruiksprofielen van aangeslotenen die individueel gecontracteerd transportvermogen hebben, maar waarvan geen historisch jaarprofiel beschikbaar is; d. de gelijktijdigheid van het netgebruik van de aangeslotenen die deelnemen aan de groep, waaronder de gelijktijdigheid van invoeding en afname van elektriciteit; en e. de verwachte toekomstige transportbehoefte van de aangeslotenen die deelnemen aan de groep en de concrete toekomstplannen waaruit blijkt dat zij dit vermogen binnen een redelijke termijn nodig hebben. 6 artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 Indien de netbeheerder een aangeslotene die voor een aansluiting waarmee hij deelneemt aan een groepstransportovereenkomst overeenkomstigeen aanbod voor het uitvoeren van transport doet, dan deelt de aangeslotene de netbeheerder mee of hij het aangeboden transportvermogen op grond van het vijfde lid inbrengt in de groep of dat hij een individuele aansluit- en transportovereenkomst aangaat voor de desbetreffende aansluiting en met de desbetreffende aansluiting uittreedt uit de groep. 7 a. Een groep kan eenmalig bij het aangaan van een groepstransportovereenkomst bepalen of de individuele leden van de groep gedurende een transitieperiode van maximaal drie jaar vanaf het aangaan van de groepstransportovereenkomst bij het verlaten van de groep kunnen terugvallen op het gecontracteerde transportvermogen waar de desbetreffende aangeslotene voorafgaand aan deelname aan de groepstransportovereenkomst over beschikte, eventueel vermeerderd met aanvullend vermogen zoals bedoeld in het zesde lid, waarover de gemachtigde de netbeheerder informeert. b. Indien de groep gedurende de transitieperiode de duur hiervan wenst in te korten ten opzichte van de duur die de groep bij het aangaan van de groepstransportovereenkomst in overeenstemming met onderdeel a heeft bepaald, informeert de gemachtigde de netbeheerder hierover. 8 Bij uittreden uit een groepstransportovereenkomst na afloop van de transitieperiode kan een aangeslotene die de groep verlaat een deel van het groepstransportvermogen meenemen indien: a. de groep onderling afspraken heeft gemaakt en deze heeft vastgelegd over een verdeling tussen de aangeslotene die de groep verlaat en de groep; en b. de netbeheerder getoetst heeft of bij toepassing van de verdeling als bedoeld in onderdeel a de betrouwbaarheid en veiligheid van het net en het doelmatig netbeheer geborgd blijven, waarbij de netbeheerder voor de beoordeling hiervan de criteria genoemd in het eerste lid, onderdeel f, onder 4°, punt i tot en met iv, in acht neemt. 9 Bij uittreding uit de groep past de netbeheerder de groepstransportovereenkomst aan en zet de netbeheerder de groepstransportovereenkomst voor de uittredende aangeslotene binnen een redelijke termijn om in een individuele aansluit- en transportovereenkomst. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 7.1f — Artikel 7.1f#
Artikel 7.1f 1 artikel 7.1e, eerste lid, onderdelen d en e Indien op grond van, aanpassingen aan de meetinrichting nodig zijn, zijn de voor onderdeel d benodigde aanpassingen gereed op moment van afsluiten van de groepstransportovereenkomst en zijn de voor onderdeel e benodigde aanpassingen gereed uiterlijk 6 maanden na het afsluiten van de groepstransportovereenkomst. 2 De netbeheerder kan, indien hij dit nodig acht om de veiligheid en betrouwbaarheid van het net en het doelmatig netbeheer te borgen, bij het aangaan of wijzigen van een groepstransportovereenkomst aan één of meer aansluitingen die deelnemen aan een groep, in aanvulling op het door de groep gecontracteerde transportvermogen voor invoeding of voor afname en de aansluitcapaciteit van de individuele aansluitingen: a. een beperking opleggen voor de maximale te benutten transportcapaciteit; en b. verplicht stellen dat de aangeslotenen die deel uitmaken van de groep op de deelnemende aansluiting(en) op eigen kosten een technische voorziening installeren teneinde de opgelegde beperking te borgen. 3 artikel 7.1e, eerste lid, onderdeel f, onder 4°, punt i tot en met iv Indien de netbeheerder het op grond van het tweede lid noodzakelijk acht om een beperking op te leggen en/of een voorziening te verplichten, informeert de netbeheerder de gemachtigde van de groep van aangeslotenen hierover schriftelijk binnen een redelijke termijn, waarbij het standpunt van de netbeheerder is voorzien van een deugdelijke motivering aan de hand van de criteria genoemd in, over de noodzaak van deze beperking en/of de voorziening, inclusief de relevante informatie die de netbeheerder bij zijn standpunt heeft betrokken. 4 De netbeheerder houdt rekening met de belangen van de groep van aangeslotenen die deelneemt aan een groepstransportovereenkomst en informeert de gemachtigde van de groep vooraf indien aanpassing van het net nodig is vanuit het oogpunt van veiligheid, betrouwbaarheid of doelmatig netbeheer voor zover die netaanpassing van invloed is op de groep. 5 De netbeheerder informeert de op de aansluitingen die deelnemen aan de groep gecontracteerde marktpartijen binnen een week na afsluiten of wijzigen van een groepstransportovereenkomst over het toetreden tot en uittreden uit de groepstransportovereenkomst. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 7.1g — Artikel 7.1g#
Artikel 7.1g 1 artikel 7.1f, tweede lid Alvorens een groepstransportovereenkomst in werking treedt en voorts bij elke wijziging van de groepstransportovereenkomst vergewist de netbeheerder zich ervan dat de groep in staat is te borgen dat het gecontracteerd transportvermogen en, indien van toepassing, de in, bedoelde beperking, niet worden overschreden. 2 Voor de toetsing zoals bedoeld in het eerste lid stellen de gezamenlijke netbeheerders in samenspraak met relevante organisaties transparante toetsingsprotocollen op, welke uiterlijk 1 juli 2026 gepubliceerd worden op een door of namens de gezamenlijke netbeheerders beheerde website. 3 Bij toetsing zoals bedoeld in het eerste lid maakt de netbeheerder gebruik van de volgens het tweede lid door de gezamenlijke netbeheerders opgestelde toetsingsprotocollen, of van eigen transparante en vooraf bekend gemaakte toetsingsprotocollen indien de door de gezamenlijke netbeheerders opgestelde toetsingsprotocollen nog niet beschikbaar zijn. 4 De netbeheerder rondt de toetsing zoals bedoeld in het eerste lid af binnen een redelijke termijn en informeert de gemachtigde van een groep schriftelijk en op basis van een deugdelijke motivering over de uitkomst van de toetsing, waarbij de netbeheerder de relevante informatie die is betrokken bij de toetsing deelt met de gemachtigde van een groep van aangeslotenen. 5 De netbeheerder stelt een groep van aangeslotenen in de gelegenheid om eventuele tekortkomingen die de netbeheerder heeft geconstateerd in de toetsing, zoals bedoeld in het eerste lid, binnen een redelijke termijn te herstellen, alvorens een groep af te wijzen indien niet is voldaan aan het eerste lid. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 7.1h — Artikel 7.1h#
Artikel 7.1h 1 artikel 7.1e artikel 7.1f De netbeheerder informeert de gemachtigde van een groep van aangeslotenen die deelneemt aan een groepstransportovereenkomst schriftelijk over elke overtreding van de voorwaarden vanof. 2 artikel 7.1, zesde lid artikel 7.1e artikel 7.1f In aanvulling op, geldt dat de netbeheerder bij een groepstransportovereenkomst het recht op transport als bedoeld in artikel 7.1, derde lid, onderdeel a, kan opschorten wanneer vast komt te staan dat de groep van aangeslotenen twee keer of meer de voorwaarden vanofheeft overtreden en de netbeheerder de in artikel 7.1e, eerste lid, onderdeel c, bedoelde gemachtigde hierover schriftelijk heeft geïnformeerd. Bij de beslissing om het transportrecht op te schorten houdt de netbeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden van artikel 7.1e of artikel 7.1f. De netbeheerder beëindigt de opschorting uit de vorige volzin wanneer de gemachtigde aan de netbeheerder aantoont dat de groep van aangeslotenen maatregelen heeft getroffen die voorkomen dat de groep nogmaals de voorwaarden van artikel 7.1e of artikel 7.1f overtreedt. 3 artikel 7.1e artikel 7.1f Indien een groep na beëindiging van de opschorting ondanks de getroffen maatregelen nogmaals de voorwaarden vanofovertreedt, kan de netbeheerder het transportrecht waarvan de voorwaarden geschonden zijn, laten vervallen. Bij de beslissing om het transportrecht te laten vervallen houdt de netbeheerder rekening met de mate en frequentie van de schending van de voorwaarden van artikel 7.1e of artikel 7.1f. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 7.1i — Artikel 7.1i#
Artikel 7.1i De netbeheerder rapporteert vanaf 2027 jaarlijks uiterlijk op 31 maart over het afgelopen kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt de volgende gegevens over de groepstransportovereenkomst: a. het aantal aanvragen voor het vormen van een groepstransportovereenkomst dat de netbeheerder ontvangen heeft; b. het aantal aanvragen voor het vormen van een groepstransportovereenkomst dat de netbeheerder toegewezen heeft; c. het aantal aanvragen voor het vormen van een groepstransportovereenkomst dat de netbeheerder afgewezen heeft; d. het aantal aanvragen voor het vormen van een groepstransportovereenkomst waarvan de beoordeling nog niet is afgerond, en; e. de doorlooptijden van de behandeling van de aanvragen voor het vormen van een groepstransportovereenkomst. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 7.2 — Artikel 7.2#
Artikel 7.2 Op de aansluiting stelt de netbeheerder transportcapaciteit ter beschikking in de vorm van: a. éénfase-wisselstroom van lage spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz en een nominale spanning van 230 volt tussen fase en nul of tussen twee fasen; b. driefasen-wisselstroom van lage spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz en een nominale spanning van 400 volt tussen de fasen en van 230 volt tussen fasen en nul; c. driefasen-wisselstroom van lage spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz en een nominale spanning van 230 volt tussen de fasen; d. artikel 2.25 éénfase-wisselstroom van hoge spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz, waarbij de nominale spanning is bepaald op basis vanen wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst; e. artikel 2.25 driefasen-wisselstroom van hoge spanning met een nominale frequentie van 50 Hertz, waarbij de nominale spanning is bepaald op basis vanen wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 7.3 — Artikel 7.3#
Artikel 7.3 1 n De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit voor aansluitingen op netten met een spanningsniveau Ukleiner dan of gelijk aan 1 kV zijn als volgt gedefinieerd: a. De langzame spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. n Uplus of min 10% voor 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende 1 week; 2°. n Uplus 10% of min 15% voor alle over 10 minuten gemiddelde waarden. b. De snelle spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. n kleiner dan of gelijk aan 10% U; 2°. n kleiner dan of gelijk aan 3% Uin situatie zonder uitval van productie, grote verbruikers of verbindingen; 3°. LT Pis kleiner dan of gelijk 1 gedurende 95% van de over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een week; 4°. LT Pis kleiner dan of gelijk 5 voor alle over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een week. c. De asymmetrie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. De inverse component van de spanning ligt tussen 0 en 2% van de normale component gedurende 95% van de 10 minuten meetperioden per week; 2°. De inverse component van de spanning ligt tussen 0 en 3% van de normale component voor alle meetperioden. d. De harmonische vervorming is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. De relatieve spanning per harmonische is kleiner dan het in de norm NEN-EN 50160:2022, ‘Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten’ genoemde percentage voor 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden. Voor harmonischen die niet vermeld zijn, geldt de kleinst vermelde waarde uit de norm. 2°. THD is kleiner dan of gelijk aan 8% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 95% van de tijd. 3°. De relatieve spanning per harmonische is kleiner dan 1,5 vermenigvuldigd met het in de norm genoemde percentage voor 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden. 4°. THD is kleiner dan of gelijk aan 12% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 99,9% van de tijd. 2 c De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit voor aansluitingen op netten met een spanningsniveau Ugroter dan 1 kV en kleiner dan 35 kV zijn als volgt gedefinieerd: a. De langzame spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. c Uplus of min 10% voor 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende 1 week; 2°. c Uplus 10% of min 15% voor alle over 10 minuten gemiddelde waarden. b. De snelle spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. ss n ΔUis kleiner dan of gelijk aan 10% U; 2°. ss n ΔUis kleiner dan of gelijk aan 3% Uin situatie zonder uitval van productie, grote verbruikers of verbindingen; 3°. max n ΔUis kleiner dan of gelijk aan 5% Uin situatie zonder uitval van productie, grote verbruikers of verbindingen; 4°. LT Pis kleiner dan of gelijk 1 gedurende 95% van de over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een week; 5°. LT Pis kleiner dan of gelijk 5 voor alle over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een beschouwingsperiode van een week. c. De asymmetrie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. De inverse component van de spanning ligt tussen 0 en 2% van de normale component gedurende 95% van de 10 minuten meetperioden per week; 2°. De inverse component van de spanning ligt tussen 0 en 3% van de normale component voor alle meetperioden. d. De harmonische vervorming is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. De relatieve spanning per harmonische is kleiner dan het in de norm NEN-EN 50160:2022, ‘Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten’ genoemde percentage voor 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden. Voor harmonischen die niet vermeld zijn, geldt de kleinst vermelde waarde uit de norm. 2°. THD is kleiner dan of gelijk aan 8% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 95% van de tijd. 3°. De relatieve spanning per harmonische is kleiner dan 1,5 vermenigvuldigd met het in de norm genoemde percentage voor 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden. 4°. THD is kleiner dan of gelijk aan 12% voor alle harmonischen tot en met de 40e, gedurende 99,9% van de tijd. e. voor spanningsdips geldt dat het gemiddelde van het aantal opgetreden spanningsdips per aansluiting over de voorgaande vijf aaneengesloten kalenderjaren kleiner is dan of gelijk is aan: 1°. 3 voor spanningsdips met een duur groter dan of gelijk aan 10 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 200 milliseconden en een restspanning kleiner dan 40% (klasse B1); 2°. 4 voor spanningsdips met een duur groter dan 200 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 500 milliseconden en een restspanning kleiner dan 70% (klasse B2); 3°. 4 voor spanningsdips met een duur groter dan 500 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 5.000 milliseconden en een restspanning kleiner dan 80% (klasse C). 3 c De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit voor aansluitingen op netten met een spanningsniveau Ugroter dan of gelijk aan 35 kV zijn als volg gedefinieerd: a. De langzame spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. c Uplus of min 10% voor 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week. b. De snelle spanningsvariatie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. ss n ΔUis kleiner dan of gelijk aan 10% U; 2°. ss n ΔUis kleiner dan of gelijk aan 3% Uin situatie zonder uitval van productie, grote verbruikers of verbindingen; 3°. max n ΔUis kleiner dan of gelijk aan 5% Uin situatie zonder uitval van productie, grote verbruikers of verbindingen; 4°. LT Pis kleiner dan of gelijk 1 gedurende 95% van de over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een week; 5°. LT Pis kleiner dan of gelijk 5 voor alle over 10 minuten voortschrijdende gemiddelde waarden gedurende een beschouwingsperiode van een week. c. De asymmetrie is op het overdrachtspunt van de aansluiting als volgt begrensd: 1°. De inverse component is kleiner dan of gelijk aan 1% van de normale component gedurende 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week. d. c De harmonische vervorming is op het overdrachtspunt van de aansluiting op een net met spanningsniveau Uis groter dan 35 kV en kleiner dan 220 kV als volgt begrensd: 1°. THD is kleiner dan of gelijk aan 6% voor alle harmonische tot en met de 40e, gedurende 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week. 2°. THD is kleiner dan of gelijk aan 7% voor alle harmonische tot en met de 40e, gedurende 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week. e. c De harmonische vervorming is op het overdrachtspunt van de aansluiting op een net met spanningsniveau Uis groter dan of gelijk aan 220 kV als volgt begrensd: 1°. THD is kleiner dan of gelijk aan 5% voor alle harmonische tot en met de 40e, gedurende 95% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week. 2°. THD is kleiner dan of gelijk aan 6% voor alle harmonische tot en met de 40e, gedurende 99,9% van de over 10 minuten gemiddelde waarden gedurende een week. f. voor spanningsdips geldt dat het gemiddelde van het aantal opgetreden spanningsdips per aansluiting over de voorgaande vijf aaneengesloten kalenderjaren kleiner is dan of gelijk is aan: 1°. 1,2 voor spanningsdips met een duur groter dan of gelijk aan 10 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 200 milliseconden en een restspanning kleiner dan 40% (klasse B1); 2°. 1,2 voor spanningsdips met een duur groter dan 200 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 500 milliseconden en een restspanning kleiner dan 70% (klasse B2); 3°. 0,4 voor spanningsdips met een duur groter dan 500 milliseconden en kleiner dan of gelijk aan 5.000 milliseconden en een restspanning kleiner dan 80% (klasse C). 4 Voor de overige voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit geldt de norm NEN-EN 50160:2022 ‘Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten’. 5 De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit van de transportdienst zoals genoemd in het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op aansluitingen van netbeheerders. 6 De voorwaarden ten aanzien van spanningskwaliteit als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing onder abnormale omstandigheden, te weten lijndansen, natuurrampen en overmacht. 7 Bij de registratie van en de rapportage over de spanningsdips als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, en het derde lid, onderdeel f, maakt de netbeheerder bij de hinderlijke spanningsdip onderscheid naar de volgende oorzaken: a. handeling van een netbeheerder; b. handeling van een aangeslotene; c. kortsluiting in het net; d. kortsluiting in de installatie van een aangeslotene; e. abnormale omstandigheden genoemd in het zesde lid; f. overige en onbekende oorzaken. 8 Indien bij de registratie van en de rapportage over de spanningsdips als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, en het derde lid, onderdeel f, geen meetgegevens over tenminste vijf volledige jaren beschikbaar zijn, wordt het gemiddelde genomen over een zo groot mogelijk aantal wel beschikbare volledige jaren. 9 paragraaf 9.3 De betrouwbaarheid van de geleverde transportdienst bij aangeslotenen op netten met een spanningsniveau groter dan 50 kV wordt mede bepaald door de toetsingscriteria die worden gehanteerd bij de planning van hoogspanningsnetten, beschreven in. 10 In geval van een aansluiting op het net op zee kan in overleg met alle aangeslotenen op het desbetreffende platform worden afgeweken van de eisen in het derde en vierde lid mits op de aansluiting van het net op zee op het landelijk hoogspanningsnet wel aan de eisen in het derde en vierde lid wordt voldaan. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 7.4 — Artikel 7.4#
Artikel 7.4 1 De netbeheerder bewaakt de kwaliteit van het transport en registreert afwijkingen van de eisen aan de kwaliteit van het transport. 2 artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas artikel 3.1, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas Een netbeheerder past een uniforme, door de gezamenlijke netbeheerders overeengekomen werkwijze toe voor de registratie van onderbrekingen in het transport van elektriciteit, als bedoeld in. Deze werkwijze omvat tevens de wijze waarop een netbeheerder de prestatie-indicatoren, als bedoeld in, vaststelt. De gezamenlijke netbeheerders maken de werkwijze openbaar. 3 artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas artikel 3.1, eerste lid, onderdeel d, van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas Een netbeheerder past een uniforme, door de gezamenlijke netbeheerders overeengekomen werkwijze toe voor de registratie van de afwijkingen van de eisen aan de kwaliteit van het transport van elektriciteit, als bedoeld in, alsmede van de vaststelling van de prestatie-indicatoren, als bedoeld in. De gezamenlijke netbeheerders maken de werkwijze openbaar op www.uwspanningskwaliteit.nl. 4 De meting ten behoeve van de registratie van de kwaliteit van transport van elektriciteit en de in het derde lid genoemde registratie van de afwijkingen van de eisen aan de kwaliteit van het transport van elektriciteit vindt plaats op de volgende meetlocaties: a. in geval van een laagspanningsnet bij een steekproef van minstens 250 aselect gekozen aansluitingen gedurende één week in het overdrachtspunt van de aansluiting; b. in geval van een middenspanningsnet: 1°. voor het aspect spanningsdips op een door de netbeheerders gezamenlijk bepaalde representatieve selectie van minstens 200 middenspanningsstations op de rail van het middenspanningsstation, of indien dat niet mogelijk is, in het afgaande veld door middel van continu meting; 2°. voor alle voorwaarden voor spanningskwaliteit bij een steekproef van minstens 250 aselect gekozen aansluitingen gedurende één week in het overdrachtspunt van de aansluiting; c. in geval van een hoogspanningsnet: 1°. in het overdrachtspunt van de aansluiting door middel van continu meting; of 2°. indien de spanningstransformatoren in het veld van de aansluiting niet geschikt zijn voor de meting van de afwijkingen van de eisen aan de kwaliteit van transport van elektriciteit en er geen fysieke ruimte aanwezig is om de spanningstransformatoren aan te passen, op de rail, in een ander veld of in een voedende verbinding van respectievelijk naar het station waarop de desbetreffende aansluiting is aangesloten door middel van continu meting. 5 De metingen bedoeld in het vierde lid omvatten voor de aansluitingen bedoeld in de Bijlage bij het besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 17 maart 2009 met kenmerk 102971_1/24 tevens de meting van transiënte overspanningen. 6 Op de metingen bedoeld in het vierde lid is de internationale norm IEC 61000-4-30:2015-10 ‘Electromagnetic compatibility (EMC) – Part 4-30 Testing and measurement techniques – Power quality measurement methods’ van toepassing. 7 De netbeheerder stelt de meetresultaten van de in het vierde lid bedoelde metingen, betrekking hebbend op een bepaalde aansluiting, desgevraagd ter beschikking aan de desbetreffende aangeslotene. 8 Indien de resultaten van de in het vierde lid bedoelde metingen betrekking hebben op spanningsdips in middenspanningsnetten, stelt de netbeheerder desgevraagd de meetresultaten beschikbaar van de spanningsdipmeting in het dichtstbijzijnde middenspanningsstation waar zich een spanningsdipmeting bevindt. 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 18-05-2022
Artikel 7.5 — Artikel 7.5#
Artikel 7.5 1 De netbeheerder evalueert binnen drie maanden na afloop van elk kalenderjaar per meetlocatie het aantal opgetreden hinderlijke spanningsdips over de voorafgaande periode van vijf aaneengesloten kalenderjaren en de oorzaken van deze spanningsdips en maakt de resultaten van deze evaluatie openbaar op www.uwspanningskwaliteit.nl binnen drie maanden na het begin van de evaluatie. 2 artikel 7.3, zesde lid Indien het vijfjaargemiddelde van het jaarlijks op een meetlocatie gemeten aantal hinderlijke spanningsdips, niet zijnde spanningsdips ten gevolge van omstandigheden bedoeld in, hoger is dan het in artikel 7.3, tweede en derde lid, vermelde aantal voor de desbetreffende categorie, doet de netbeheerder binnen drie maanden na de in het eerste lid bedoelde evaluatie een onderzoek naar de fysieke oorzaak en duur van deze spanningsdips en maakt de resultaten van dit onderzoek openbaar. 3 Het in het tweede lid bedoelde onderzoek wordt uitgevoerd door: a. de netbeheerder indien uit de in het eerste lid bedoelde evaluatie blijkt dat de vermoedelijke oorzaak van de opgetreden hinderlijke spanningsdips zich in het net van de netbeheerder bevindt: b. een door de netbeheerder aan te wijzen onafhankelijke deskundige indien: 1°. uit de in het eerste lid bedoelde evaluatie blijkt dat de vermoedelijke oorzaak van de opgetreden hinderlijke spanningsdips zich niet in het net van de netbeheerder bevindt; 2°. een aangeslotene de uitvoering of resultaten van het door de netbeheerder uitgevoerde onderzoek als bedoeld in onderdeel a betwist. 4 Het in het tweede en derde lid bedoelde onderzoek wordt afgerond en openbaar gemaakt binnen drie maanden nadat het is gestart. 5 Bij het in het tweede en derde lid bedoelde onderzoek wordt in ieder geval aandacht gegeven aan het functioneren van de beveiliging op het moment van optreden van de spanningsdips. 6 De in het eerste lid bedoelde evaluatie en de in het tweede en derde lid bedoelde onderzoek hebben tevens betrekking op spanningsdips met een duur van 150 tot 200 ms en een restspanning van 40 tot 70%. 2020 53673 19-10-2020 15-10-2020 ACM/UIT/534617 2020 53673 19-10-2020 15-10-2020 ACM/UIT/534617 20-10-2020
Artikel 7.6 — Artikel 7.6#
Artikel 7.6 1 artikel 7.5, tweede lid Indien uit het in, bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is van één onomstotelijk aanwijsbare oorzaak van de spanningsdips in een net of een elektrische installatie, worden de kosten van het onderzoek in rekening gebracht bij de beheerder van het desbetreffende net of van de desbetreffende elektrische installatie, tenzij dat disproportioneel is. 2 artikel 7.5, tweede lid In overige gevallen komen de kosten van het in, bedoelde onderzoek voor rekening van de netbeheerder. 3 artikel 7.5, tweede lid De resultaten van het in, bedoelde onderzoek worden openbaar gemaakt, behoudens informatie die tot een individuele aansluiting herleidbaar is. 4 artikel 7.5, tweede lid Ten behoeve van het in, bedoelde onderzoek naar spanningsdips zullen alle desbetreffende aangeslotenen meewerken met de netbeheerder om de oorsprong van de spanningsdips te achterhalen en, indien technisch mogelijk, zo nodig mogelijkheden bieden om meetapparatuur, spannings- en stroomopnemers voor het onderzoek naar de spanningsdips te plaatsen. 5 artikel 7.5, tweede lid artikel 7.3, tweede lid, onderdeel e, en derde lid, onderdeel f Indien uit het inbedoelde onderzoek blijkt dat sprake is geweest van spanningsdips afkomstig uit het net of uit een installatie van een aangeslotene, dan treft de netbeheerder dan wel de aangeslotene maatregelen om deze spanningsdips te reduceren tot het niveau aangegeven in, indien de maatregelen technisch, maatschappelijk en economisch verantwoord zijn. 2020 53673 19-10-2020 15-10-2020 ACM/UIT/534617 2020 53673 19-10-2020 15-10-2020 ACM/UIT/534617 20-10-2020
Artikel 7.7 — Artikel 7.7#
Artikel 7.7 Vervallen 2020 53673 19-10-2020 15-10-2020 ACM/UIT/534617 2020 53673 19-10-2020 15-10-2020 ACM/UIT/534617 20-10-2020
Artikel 7.8 — Artikel 7.8#
Artikel 7.8 1 Een laagspanningswisselstroomnet overschrijdt niet een aanraakspanning van 50 V of wordt bij een optredende fout waarbij de aanraakspanning hoger wordt dan 50 V binnen 5 seconden uitgeschakeld. 2 In aanvulling op het eerste lid geldt voor risicogebieden: een laagspanningswisselstroomnet overschrijdt niet een aanraakspanning van 25 V of wordt bij een optredende fout waarbij de aanraakspanning hoger wordt dan 25 V binnen 5 seconden uitgeschakeld. 2022 26051 30-09-2022 22-09-2022 ACM/UIT/569642 2022 26051 30-09-2022 22-09-2022 ACM/UIT/569642 01-10-2022
Artikel 7.9 — Artikel 7.9#
Artikel 7.9 1 De netbeheerder baseert zich bij het vaststellen van risicogebieden op vastgestelde bestemmingsplannen (gemeente) en inpassingsplannen (rijk en provincie). 2 bijlage 5 bij de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 Voor het vaststellen van risicogebieden hanteert de netbeheerder de hoofdgroepen van bestemmingen zoals vastgelegd in. 3 bijlage 5 bij de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 Een risicogebied is elk gebied met hoofdbestemming Groen, Natuur, Recreatie of Sport als bedoeld in. 2022 26051 30-09-2022 22-09-2022 ACM/UIT/569642 2022 26051 30-09-2022 22-09-2022 ACM/UIT/569642 01-10-2022
Artikel 7.10 — Artikel 7.10#
Artikel 7.10 1 artikel 7.8, eerste lid Aan de ingenoemde eis wordt voldaan wanneer het laagspanningswisselstroomnet zo is ontworpen en aangelegd dat een optredende foutspanning boven 66 V in uiterlijk 5 seconden wordt uitgeschakeld in het geval de aardingsvoorziening a. artikel 2.32, tweede lid aan de aangeslotene ter beschikking wordt gesteld als bedoeld in, of b. door de netbeheerder wordt gebruikt voor de elektrische veiligheid van de laagspanningsnetten. 2 artikel 7.8, tweede lid Aan de ingenoemde eis wordt voldaan wanneer het laagspanningswisselstroomnet zo is ontworpen en aangelegd dat een optredende foutspanning boven 25 V in uiterlijk 5 seconden wordt uitgeschakeld in het geval de aardingsvoorziening a. artikel 2.32, tweede lid aan de aangeslotene ter beschikking wordt gesteld als bedoeld in, of b. door de netbeheerder wordt gebruikt voor de elektrische veiligheid van de laagspanningsnetten. 3 artikel 7.8 Een netbeheerder kan ook andere maatregelen treffen dan beschreven in het eerste en tweede lid om te voldoen aan de eisen in. 4 De laagspanningsnetten zijn kortsluitvast. Hiervan kan worden afgeweken mits dit niet leidt tot veiligheidsrisico’s ten gevolge van een kortsluiting. 2022 26051 30-09-2022 22-09-2022 ACM/UIT/569642 2022 26051 30-09-2022 22-09-2022 ACM/UIT/569642 01-10-2022
Artikel 7.11 — Artikel 7.11#
Artikel 7.11 1 artikelen 7.8 7.9 7.10 De netbeheerder hanteert de eisen genoemd in de,enbij het ontwerp en de aanleg van laagspanningsnetten vanaf 1 april 2018. 2 artikelen 7.8 7.9 7.10 De netbeheerder hanteert de eisen genoemd in de,enbij de inspectie, de bedrijfsvoering en de herinspectie van laagspanningsnetten als bedoeld in het eerste lid. 2022 26051 30-09-2022 22-09-2022 ACM/UIT/569642 2022 26051 30-09-2022 22-09-2022 ACM/UIT/569642 01-10-2022
Artikel 7.12 — Artikel 7.12#
Artikel 7.12 1 artikelen 7.8 7.9 7.10 Laagspanningsnetten ontworpen en aangelegd voor 1 april 2018 voldoen uiterlijk 22 september 2027 aan de eisen genoemd in de,en. 2 Onverlet het eerste lid spant de netbeheerder zich er voor in die situaties als eerste aan te pakken die het totale veiligheidsrisico ten gevolge van aanraakspanning in het door hem beheerde laagspanningsnet als snelste doen afnemen. 3 artikel 7.11, tweede lid Op laagspanningsnetten die op grond van dit artikel aangepast zijn, isvan overeenkomstige toepassing. 2022 26051 30-09-2022 22-09-2022 ACM/UIT/569642 2022 26051 30-09-2022 22-09-2022 ACM/UIT/569642 01-10-2022
Artikel 7.13 — Artikel 7.13#
Artikel 7.13 1. De netbeheerder kan het gecontracteerde vaste transportvermogen van een aangeslotene verlagen indien: a. artikel 9.9, eerste lid de desbetreffende aansluiting gelegen is in een congestiegebied als bedoeld in; en b. de aangeslotene: 1°. bij een aansluiting op een middenspanningsnet gedurende de twaalf voorafgaande maanden ten hoogste 50% van het gecontracteerd transportvermogen heeft benut of gedurende de twaalf voorafgaande maanden 1 MW of meer van het gecontacteerd transportvermogen niet heeft benut; 2°. bij een aansluiting op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau lager dan 110 kV, gedurende de twaalf voorafgaande maanden ten hoogste 50% van het gecontracteerd transportvermogen heeft benut of gedurende de twaalf voorafgaande maanden 1 MW of meer van het gecontacteerd transportvermogen niet heeft benut; of 3°. bij een aansluiting op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau gelijk aan of groter dan 110 kV, gedurende de twaalf voorafgaande maanden ten hoogste 50% van het gecontracteerd transportvermogen heeft benut of gedurende de twaalf voorafgaande maanden 10 MW of meer van het gecontacteerd transportvermogen niet heeft benut; en c. het onder b bedoelde niet benutte deel van het transportvermogen, of een gedeelte daarvan, niet binnen een redelijke termijn benut zal worden door de aangeslotene, zoals beschreven in het tweede tot en met het vierde lid. 2. Wanneer de netbeheerder constateert dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdelen a en b: a. stelt de netbeheerder de aangeslotene hiervan schriftelijk op de hoogte; b. stelt de netbeheerder de aangeslotene in de gelegenheid om binnen twee maanden na de onder a bedoelde schriftelijke melding, in overleg te treden met de netbeheerder over of, in welke mate en binnen welke termijn, het transportvermogen naar verwachting zal worden benut; c. legt de netbeheerder schriftelijk ten minste vast: 1°. of het in onderdeel b genoemde overleg heeft plaatsgevonden; 2°. indien het in onderdeel b genoemde overleg heeft plaatsgevonden, of, in welke mate en binnen welke termijn de aangeslotene verwacht het transportvermogen te zullen benutten; en 3°. de informatie die aangeslotene naar voren heeft gebracht in het kader van subonderdeel 2°. d. deelt de netbeheerder de informatie als bedoeld in onderdeel c, binnen 10 werkdagen nadat het in onderdeel b bedoelde overleg heeft plaatsgevonden, of direct na afloop van de in onderdeel b genoemde termijn, indien het overleg niet heeft plaatsgevonden, met de aangeslotene. e. stelt de netbeheerder de aangeslotene in de gelegenheid binnen 10 werkdagen na het delen van de informatie als bedoeld in onderdeel d schriftelijk hierop te reageren. 3. Binnen één maand na de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde termijn, of indien het in onderdeel b bedoelde overleg niet heeft plaatsgevonden, direct na afloop van de in het tweede lid, onderdeel b, genoemde termijn van twee maanden, stelt de netbeheerder vast in welke mate de aangeslotene binnen een termijn van ten minste twaalf maanden, gerekend vanaf de in het tweede lid, onderdeel a genoemde schriftelijke melding, het gecontracteerd transportvermogen zal gebruiken. De netbeheerder betrekt hierbij: a. max voor zover beschikbaar, de hoogste kW-waarde van de aangeslotene over de voorafgaande 24 maanden; b. artikel 13.11, eerste lid, onderdeel e artikel 13.13, eerste lid, onderdeel b artikel 13.12, eerste lid, onderdeel e artikel 13.14, eerste lid, onderdeel b de prognoses als bedoeld in, of, of als bedoeld in, of; c. de informatie die volgt uit het tweede lid, onderdelen b, c en e; en d. de informatie die volgt uit het zevende lid. 4. Indien de netbeheerder op grond van het derde lid vaststelt dat het gecontracteerd transportvermogen niet binnen de in het derde lid genoemde termijn van ten minste twaalf maanden volledig gebruikt wordt, stelt de netbeheerder het nieuwe gecontracteerd transportvermogen vast op: a. max voor zover beschikbaar, de hoogste kW-waarde als bedoeld in het derde lid, onderdeel a; b. max of, indien dat hoger is dan de kW-waarde als bedoeld in onderdeel a en de aangeslotene dit aannemelijk maakt, naar de waarde die volgt uit de prognoses als bedoeld in het derde lid, onderdeel b; c. max of, indien dat hoger is dan de kW-waarde als bedoeld in onderdeel a en de aangeslotene dit aannemelijk maakt, naar de waarde zoals volgt uit het derde lid, onderdeel c. 5. De in het vierde lid bedoelde aanpassing van het gecontracteerde transportvermogen gaat in op het moment dat de netbeheerder het door de aangeslotene gecontracteerde transportvermogen aanpast in de aansluit- en transportovereenkomst en de netbeheerder de aangeslotene hierover schriftelijk informeert. 6. artikel 24 van de Elektriciteitswet 1998 artikel 9.9, eerste lid artikel 13.11, eerste lid, onderdeel e artikel 13.13, eerste lid, onderdeel b artikel 13.12, eerste lid, onderdeel e artikel 13.14, eerste lid, onderdeel b Na een aanpassing als bedoeld in het vijfde lid kan het gecontracteerd transportvermogen conformverhoogd worden, indien de aangeslotene hier om verzoekt en, indien sprake is van een congestiegebied als bedoeld in, de aangeslotene op grond van nieuwe prognoses als bedoeld inof, of als bedoeld in, of, aannemelijk maakt dat hij het verzochte transportvermogen nodig heeft. 7. Het gecontracteerd transportvermogen wordt niet aangepast bij: a. aansluitingen ten behoeve van vitale processen zoals gepubliceerd door de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, anders dan aansluitingen van elektriciteitsproductie-installaties, indien het beperken van het gecontracteerd transportvermogen een risico vormt voor het functioneren van het desbetreffende vitale proces; b. aansluitingen van de Dienst Justitiële Inrichtingen, ziekenhuizen en openbaar vervoersbedrijven voor zover het aanpassen van gecontracteerd transportvermogen direct van invloed is op het functioneren van maatschappelijke voorzieningen; en c. aansluitingen waarvoor geldt dat de aangeslotene aantoont dat het gecontracteerd transportvermogen incidenteel en onverwacht moet kunnen worden aangesproken voor vanuit de technische veiligheid van de installatie onvermijdelijke belastingen. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 7.14 — Artikel 7.14#
Artikel 7.14 1 Waar in deze paragraaf ‘gecontracteerd transportvermogen’ staat, wordt zowel het gecontracteerd transportvermogen voor afname als het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding bedoeld, tenzij één van beide specifiek is aangeduid. 2 De netbeheerder en de aangeslotene die beschikt over een grootverbruikaansluiting komen het gecontracteerd transportvermogen overeen en leggen dit vast in (een bijlage bij) de aansluit- en transportovereenkomst. 3 Het gecontracteerd transportvermogen wordt aangepast overeenkomstig de bepalingen in deze paragraaf. 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 26-04-2025
Artikel 7.15 — Artikel 7.15#
Artikel 7.15 1 artikel 3.7.1, onderdelen a tot en met c, van de Tarievencode elektriciteit Voor aansluitingen die behoren tot een tariefcategorie als bedoeld ingeldt dat bij overschrijding van het gecontracteerd transportvermogen voor afname in de normale bedrijfstoestand het gecontracteerd transportvermogen voor afname wordt aangepast naar de waarde van de overschrijding. De nieuwe waarde geldt voor het gehele kalenderjaar waarin de overschrijding zich voordoet. 2 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, past de netbeheerder het gecontracteerd transportvermogen voor afname behorende bij aansluitingen als bedoeld in het eerste lid maximaal eenmaal per jaar naar boven of beneden aan, indien de aangeslotene hier op redelijke gronden om verzoekt, bijvoorbeeld naar aanleiding van sterk gewijzigde omstandigheden bij de verbruiker die vooraf niet in redelijkheid hadden kunnen worden voorzien. De netbeheerder kan nadere onderbouwing van de aangegeven gronden voor het verzoek verlangen. De nieuwe waarde gaat ten vroegste in op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de maand waarin het verzoek is gedaan. 3 artikel 9.9, eerste lid Het eerste lid of een aanpassing naar boven als bedoeld in het tweede lid, is niet toegestaan indien de aansluiting zich bevindt in een congestiegebied voor dezelfde energierichting als bedoeld in. 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 26-04-2025
Artikel 7.16 — Artikel 7.16#
Artikel 7.16 1 artikel 3.7.1, onderdelen d en e, van de Tarievencode elektriciteit Voor aansluitingen die behoren tot een tariefcategorie als bedoeld in, geldt dat bij overschrijding van het gecontracteerd transportvermogen voor afname het gecontracteerd transportvermogen voor afname wordt aangepast naar de waarde van de overschrijding. De nieuwe waarde geldt vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de overschrijding zich voordoet. 2 Indien de aangeslotene hier om verzoekt, past de netbeheerder het gecontracteerd transportvermogen voor afname naar boven of beneden aan, waarbij geldt dat de nieuwe waarde ten vroegste ingaat op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de maand waarin het verzoek is gedaan maar voor een verlaging niet eerder ingaat dan twaalf maanden na de laatst opgetreden aanpassing naar boven van het gecontracteerd transportvermogen. 3 Indien binnen twaalf maanden na een verzoek om aanpassing van het gecontracteerd transportvermogen voor afname naar beneden een overschrijding van de verlaagde waarde plaatsvindt, wordt het gecontracteerd transportvermogen voor afname aangepast naar de waarde van de overschrijding. Deze waarde geldt met terugwerkende kracht vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de hiervoor bedoelde aanpassing naar beneden heeft plaatsgevonden. 4 Onverminderd het bepaalde in het eerste en het tweede lid past de netbeheerder binnen twaalf maanden na de verhoging het gecontracteerd transportvermogen voor afname behorende bij aansluitingen als bedoeld in het eerste lid naar beneden aan, indien de aangeslotene hier op redelijke gronden om verzoekt, bijvoorbeeld naar aanleiding van sterk gewijzigde omstandigheden bij de verbruiker die vooraf niet in redelijkheid hadden kunnen worden voorzien. De netbeheerder kan nadere onderbouwing van de aangegeven gronden voor het verzoek verlangen. De nieuwe waarde gaat ten vroegste in op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de maand waarin het verzoek is gedaan. 5 artikel 9.9, eerste lid Het eerste lid of een aanpassing naar boven als bedoeld in het tweede, derde of vierde lid is niet toegestaan indien de aansluiting zich bevindt in een congestiegebied voor dezelfde energierichting als bedoeld in. 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 26-04-2025
Artikel 7.17 — Artikel 7.17#
Artikel 7.17 De netbeheerder past het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding omhoog of omlaag aan indien a. de aangeslotene hier om verzoekt; en b. paragraaf 9.2 in geval van een aanpassing naar boven, overeenkomstigblijkt dat de beschikbare transportcapaciteit toereikend is voor de gewenste verhoging. 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 26-04-2025
Artikel 8.1 — Artikel 8.1#
Artikel 8.1 1 artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas artikel 3.1, onderdelen a tot en met c, van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt over de registratie van de onderbrekingen in het transport van elektriciteit, als bedoeld in, alsmede over de prestatie-indicatoren, als bedoeld inen maakt daarbij onderscheid naar het spanningsniveau: a. tot en met 1 kV; b. groter dan 1 kV tot en met 35 kV; c. groter dan 35 kV tot en met 150 kV; en d. 220 kV en 380 kV. 2 artikel 4.1, eerste lid, van het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas artikel 3.1, onderdeel d, van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt over de afwijkingen van de eisen aan de kwaliteit van het transport van elektriciteit, als bedoeld in, alsmede van de vaststelling van de prestatie-indicatoren, als bedoeld in. 3 artikel 7.4, derde lid In aanvulling op het tweede lid worden de resultaten van de kwaliteitsbewaking zoals bedoeld in, van de gezamenlijke netbeheerders in enig jaar jaarlijks voor 1 mei van het daaropvolgende jaar op geschikte wijze openbaar gemaakt in een rapportage. Deze rapportage bevat voor de kwaliteitsbewaking zoals bedoeld in artikel 7.4, derde lid, voor zover van toepassing, per criterium de gemiddelde waarde, de standaarddeviatie, de uiterste waarde en de trend over de afgelopen tien jaar. 4 artikelen 8.2 tot en met 8.7 De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt per kwaliteitscriterium over de realisatie van de uitvoering van het gestelde in de. 5 artikel 8.8 De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt een overzicht van de overeenkomstigbetaalde compensatievergoeding. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 8.2 — Artikel 8.2#
Artikel 8.2 1 De netbeheerder stelt al hetgeen redelijkerwijs binnen zijn vermogen ligt in het werk om onderbreking van de transportdienst te voorkomen, of indien een onderbreking van de transportdienst optreedt, deze zo snel mogelijk te verhelpen. a. een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing in een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV is binnen 4 uur hersteld; b. een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing in een net met een spanningsniveau groter dan 1 kV tot en met 35 kV is binnen 2 uur hersteld; c. een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing in een net met een spanningsniveau groter dan 35 kV is binnen 1 uur hersteld; 2 Indien een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing niet binnen de in het eerste lid genoemde tijden is hersteld, is artikel 8.8 van toepassing. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 8.3 — Artikel 8.3#
Artikel 8.3 Voor aansluitingen met een doorlaatwaarde tot en met 3x80A geldt dat de netbeheerder: a. binnen twee uur na een melding door een aangeslotene ter plaatse is, indien een storing aan de aansluiting van de aangeslotene is opgetreden, al dan niet gepaard gaand met een onderbreking in de transportdienst; b. correspondentie van een aangeslotene binnen tien werkdagen afhandelt. Indien een oplossing in deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een adequate reactie kan worden verwacht; c. bij het maken van afspraken met de aangeslotene tijdsblokken van twee uur hanteert; d. met de aangeslotene overeengekomen werkzaamheden uitvoert: 1°. binnen drie werkdagen wanneer de transportdienst aan andere aangeslotene niet hoeft te worden onderbroken en volgens de planning minder dan vier mensuur zijn gemoeid; 2°. binnen tien werkdagen wanneer de transportdienst aan andere aangeslotenen dient te worden onderbroken; 3°. binnen tien werkdagen wanneer volgens de planning meer dan vier mensuur zijn gemoeid; e. tenminste vijf werkdagen van tevoren schriftelijk of telefonisch een afspraak met de aangeslotene maakt, voor het uitvoeren van inpandige werkzaamheden op verzoek van de netbeheerder; f. de aangeslotene tenminste drie werkdagen van tevoren op de hoogte stelt van door de netbeheerder geplande werkzaamheden waarbij het noodzakelijk is dat de transportdienst bij de aangeslotene wordt onderbroken; g. offertes voor aansluitingen zo spoedig mogelijk verzendt, doch uiterlijk binnen tien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag daarvoor. 2023 34887 22-12-2023 21-12-2023 ACM/UIT/599029 2023 34887 22-12-2023 21-12-2023 ACM/UIT/599029 23-12-2023
Artikel 8.4 — Artikel 8.4#
Artikel 8.4 Voor aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A, geldt dat de netbeheerder: a. de aangeslotene op een laagspanningsnet tenminste drie werkdagen van tevoren op de hoogte stelt van door de netbeheerder geplande werkzaamheden waarbij de transportdienst aan de aangeslotene wordt onderbroken; b. de aangeslotene op een middenspanningsnet of een hoogspanningsnet met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV tenminste tien werkdagen van tevoren op de hoogte stelt van door de netbeheerder geplande werkzaamheden indien de transportdienst aan de aangeslotene wordt onderbroken en de datum van de genoemde werkzaamheden pas vaststelt na overleg met de daardoor getroffen aangeslotene, waarbij de netbeheerder in redelijkheid belangen van de aangeslotenen weegt; c. artikel 9.17 met de aangeslotene op een hoogspanningsnet met een spanningsniveau van 110 kV of 150 kV die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid, de niet-beschikbaarheid afstemt overeenkomstig; d. correspondentie van een aangeslotene binnen tien werkdagen afhandelt. Indien een oplossing in deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een adequate reactie kan worden verwacht; e. een offerte voor een aansluiting met een aansluitcapaciteit tot en met 10 MVA verzendt binnen tien werkdagen na ontvangst van een volledige aanvraag daarvoor. In deze offerte is in ieder geval opgenomen: 1°. artikel 8.13, derde lid, onderdeel a indien van toepassing de mededeling dat er sprake is van een situatie als bedoeld in; 2°. een verwijzing naar de relevante informatie over het offerte- en aansluitproces; 3°. artikel 8.12 de huidige dynamische regionale wachttijd als bedoeld in; en 4°. informatie over de van toepassing zijnde annuleringsvoorwaarden; e1. artikel 9.9, eerste lid artikel 9.10 na een vooraankondiging die betrekking heeft op een gebied waarin de aanleg of wijziging van de aansluiting is aangevraagd als bedoeld in, door de netbeheerder of de bovenliggende netbeheerder, in afwijking van onderdeel e, de offerte verzendt 10 werkdagen na publicatie van het onderzoek, als bedoeld in, indien de periode tot aan deze dag langer is dan de tien werkdagen bedoeld in onderdeel e; e2. artikel 9.6, derde lid artikel 24, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 na ontvangst van een volledige aanvraag voor transportcapaciteit tot en met een capaciteit van 10 MVA, offertes, de mogelijkheid als bedoeld in, of afwijzingen als bedoeld in, verzendt: 1°. binnen een periode van tien werkdagen; 2°. artikel 9.9, eerste lid artikel 9.10, derde lid na een melding van een vooraankondiging als bedoeld in, door de netbeheerder of de bovenliggende netbeheerder, binnen de periode tot de publicatie van het onderzoek, als bedoeld in, indien deze periode langer is dan tien werkdagen; of 3°. in geval van een aanvraag voor een groepstransportovereenkomst, binnen een redelijke termijn; f. binnen tien werkdagen na ontvangst van een aanvraag daarvoor de aangeslotene bericht binnen welke termijn deze een offerte voor een aansluiting met een aansluitcapaciteit groter dan 10 MVA kan verwachten; g. artikel 2.3.3c van de Tarievencode elektriciteit indien de netbeheerder in de tabel ineen afwijkende grens hanteert, die afwijkende grens eveneens hanteert bij de toepassing van onderdeel e; h. indicatieve nettekeningen aan offertes toevoegt waaruit de plaats in het net blijkt waarop het aansluittarief is gebaseerd en waaruit de plaats in het net blijkt waar de aangeslotene waarschijnlijk zal worden aangesloten; i. uiterlijk twee uur nadat een onderbreking van de transportdienst door een aangeslotene aan hem is gemeld, een begin maakt met de werkzaamheden die moeten leiden tot de opheffing van de onderbreking en aangeslotenen op netten met een spanningsniveau van 25 kV of meer desgevraagd informeert over de omvang van de onderbreking, de te verwachten duur en de door de netbeheerder te nemen maatregelen; j. aan door een onderbreking van de transportdienst getroffen aangeslotenen op hun verzoek binnen tien werkdagen een verklaring van het ontstaan van de onderbreking geeft. Indien dit binnen deze termijn niet mogelijk is, geeft de netbeheerder binnen genoemde termijn aan wanneer de aangeslotene de verklaring van de netbeheerder mag verwachten; en k. artikel 8.13 ondertekende offertes voor de aanleg of de wijziging van aansluitingen met een aansluitcapaciteit tot en met 10 MVA afhandelt overeenkomstig. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 8.5 — Artikel 8.5#
Artikel 8.5 artikelen 8.2 tot en met 8.4 Indien en voor zover door de netbeheer in overleg met de aangeslotene voor een of meer van de in degenoemde kwaliteitscriteria afwijkende afspraken zijn gemaakt, zijn deze afspraken van toepassing in plaats van de desbetreffende in de artikelen 8.2 tot en met 8.4 genoemde kwaliteitscriteria. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 8.6 — Artikel 8.6#
Artikel 8.6 1 artikel 2.4, negende en twaalfde lid artikel 5.9 De netbeheerder handelt een verzoek van een aangeslotene tot verstrekking van EAN-codes, als bedoeld in, en, binnen tien werkdagen af. Indien afhandeling binnen deze periode niet mogelijk is, ontvangt de aangeslotene binnen vijf werkdagen bericht binnen welke termijn een reactie kan worden verwacht. 2 artikel 5.9 Het eerste lid enzijn van overeenkomstige toepassing in geval van een GCvO-installatie, aangesloten op een directe lijn. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 8.7 — Artikel 8.7#
Artikel 8.7 1 Vanaf het moment dat een aangeslotene de netbeheerder heeft verzocht geïnformeerd te worden over opgetreden spanningsdips, geeft de netbeheerder, nadat een hinderlijke spanningsdip door de netbeheerder is gesignaleerd of door een aangeslotene aan de netbeheerder is gemeld: a. de aangeslotene binnen tien werkdagen een indicatie van de oorzaak van de hinderlijke spanningsdip; b. zo spoedig mogelijk aan welke maatregelen hij treft ter voorkoming van toekomstige hinderlijke spanningsdips dan wel beargumenteert hij waarom maatregelen niet nodig zijn. 2 De netbeheerder maakt informatie omtrent de diepte en duur alsmede de vermoedelijke oorzaak van de in het eerste lid bedoelde spanningsdips zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen tien werkdagen openbaar op zijn website. 3 Indien de spanningsdip zijn oorsprong vindt in de installatie van de aangeslotene is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de desbetreffende aangeslotene jegens de netbeheerder. 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 18-05-2022
Artikel 8.8 — Artikel 8.8#
Artikel 8.8 1 De netbeheerder betaalt, uitgezonderd de in het tweede lid genoemde omstandigheden, aan aangeslotenen op zijn net of aan een groep van aangeslotenen die deel uitmaakt van een groepstransportovereenkomst bij wie de transportdienst ten gevolge van een storing wordt onderbroken, een compensatievergoeding ter hoogte van het hieronder genoemde bedrag: a. ingeval van een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing in een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV: 1°. per aansluiting gelijk aan 1 x 10 A op een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV: € 0,– bij een onderbreking korter dan 4 uur dan wel € 10,– bij een onderbreking van 4 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 5,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking. 2°. per 1-fase aansluiting groter dan 1 x 10 A en per 3-fase aansluiting kleiner dan of gelijk aan 3 x 25 A op een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV: € 0,– bij een onderbreking korter dan 4 uur dan wel € 35,– bij een onderbreking van 4 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 20,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking. 3°. per aansluiting groter dan 3 x 25 A op een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV: € 0,– bij een onderbreking korter dan 4 uur dan wel € 195,– bij een onderbreking van 4 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 100,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking. b. ingeval van een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing in een net met een spanningsniveau van 1 kV tot 35 kV: 1°. per aansluiting gelijk aan 1 x 10 A op een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV: € 0,– bij een onderbreking korter dan 4 uur dan wel € 10,– bij een onderbreking van 4 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 5,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking. 2°. per 1-fase aansluiting groter dan 1 x 10A en per 3-fase aansluiting kleiner dan of gelijk aan 3 x 25 A op een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV € 0,– bij een onderbreking korter dan 4 uur dan wel € 35,– bij een onderbreking van 4 uur tot 8 uur vermeerderd met € 20,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking. 3°. per aansluiting groter dan 3 x 25 A op een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV: € 0,– bij een onderbreking korter dan 2 uur dan wel € 195,– bij een onderbreking van 2 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 100,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking. 4°. per aansluiting op een net met een spanningsniveau van 1 kV tot 35 kV: € 0,– bij een onderbreking korter dan 2 uur dan wel € 910,– bij een onderbreking van 2 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 500,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen bij de eerstvolgende jaar- respectievelijk maandafrekening. c. ingeval van een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing in een net met een spanningsniveau van 35 kV of hoger: 1°. per aansluiting gelijk aan 1 x 10 A op een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV: € 0,– bij een onderbreking korter dan 4 uur dan wel € 10,– bij een onderbreking van 4 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 5,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking. 2°. per 1-fase aansluiting groter dan 1 x 10A en per 3-fase aansluiting kleiner dan of gelijk aan 3 x 25 A op een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV: € 0,– bij een onderbreking korter dan 4 uur dan wel € 35,– bij een onderbreking van 4 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 20,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking. 3°. per aansluiting groter dan 3 x 25 A op een net met een spanningsniveau tot en met 1 kV: € 0,– bij een onderbreking korter dan 1 uur dan wel € 195,– bij een onderbreking van 1 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 100,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen binnen zes maanden na het herstel van de onderbreking. 4°. per aansluiting op een net met een spanningsniveau van 1 kV tot 35 kV: € 0,– bij een onderbreking korter dan 1 uur dan wel € 910,– bij een onderbreking van 1 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 500,– voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen bij de eerstvolgende jaar- respectievelijk maandafrekening. 5°. per aansluiting, of, indien sprake is van een groepstransportovereenkomst, per groep van aansluitingen op een net met een spanningsniveau van 35 kV en hoger: € 0,– bij een onderbreking korter dan 1 uur dan wel € 0,35 per kW van de hoogste waarde van het gecontracteerd transportvermogen voor afname of het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding bij een onderbreking van 1 uur tot 8 uur, vermeerderd met € 0,20 per kW van de hoogste waarde van het gecontracteerd transportvermogen voor afname of het gecontracteerd transportvermogen voor invoeding voor elke volgende aaneengesloten periode van 4 uur, uit te betalen bij de eerstvolgende jaar- respectievelijk maandafrekening. 2 De in het eerste lid genoemde verplichting geldt niet: a. artikel 9.26, eerste lid artikel 9.20 wanneer een onderbreking van de transportdienst het gevolg is van een automatische afschakeling van belasting als bedoeld in, of een handmatige afschakeling van belasting op verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet als bedoeld in; b. wanneer de netbeheerder kan aantonen dat deze netbeheerder als gevolg van een extreme situatie niet binnen de hersteltijden, als bedoeld in het eerste lid, een onderbreking kan herstellen. Met een extreme situatie wordt bedoeld een incident dat zo weinig voorkomt dat het oneconomisch zou zijn om daarmee rekening te houden in de reguleringssystematiek en dat bovendien niet beïnvloed kan worden door de netbeheerder. Een incident is een niet te voorziene gebeurtenis of situatie die redelijkerwijs buiten de controle van een netbeheerder ligt en niet te wijten is aan een fout van een netbeheerder. Hierbij kan gedacht worden aan aardbevingen, overstromingen, uitzonderlijke weersomstandigheden, terroristische aanslagen en oorlog; c. wanneer een onderbreking van de transportdienst het gevolg is van een storing in een net met een spanningsniveau van 220 kV of hoger; d. voor aansluitingen ten behoeve van openbare verlichting alsmede voor (overige) aansluitingen in de categorie kleiner dan of gelijk aan 1x6 A; e. voor aansluitingen op het net op zee; of f. artikel 8.10 wanneer een vergoeding wordt betaald op grond van. 3 Indien een onderbreking van de transportdienst zijn oorsprong vindt in het net van een andere netbeheerder, komen de in het eerste lid bedoelde compensatievergoedingen voor rekening van de netbeheerder van het net waarin de onderbreking zijn oorsprong vindt. 4 De in het eerste lid genoemde termijnen vangen voor alle door de onderbreking van de transportdienst getroffen aangeslotenen aan op het moment dat de netbeheerder de eerste melding van die onderbreking van een aangeslotene ontvangt of, indien dat eerder is, op het moment van vaststelling van de onderbreking door de netbeheerder. 5 artikel 7.1b artikel 7.1c artikel 7.1d In aanvulling op het eerste lid geldt dat indien de aangeslotene en de netbeheerder een recht op transport zijn overeengekomen, als bedoeld in,of, voor de desbetreffende aansluiting alleen de uren waarvoor transport door de netbeheerder aan de aangeslotene beschikbaar zou zijn gesteld, meetellen voor de bepaling van de compensatievergoeding. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 8.9 — Artikel 8.9#
Artikel 8.9 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet rapporteert jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt het aantal registraties van de frequentiegradiënt met de volgende kenmerken: a. 2 Hertz per seconde als voortschrijdend gemiddelde over een tijdvenster van 500 milliseconden; b. 1 Hertz per seconde als voortschrijdend gemiddelde over een tijdvenster van 500 milliseconden; c. 0,5 Hertz per seconde als voortschrijdend gemiddelde over een tijdvenster van 500 milliseconden. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 8.10 — Artikel 8.10#
Artikel 8.10 1 artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas De netbeheerder dient een vergoeding te betalen aan de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid die met gebruikmaking van de vrijstellingen voor productie als bedoeld in,,, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°,en artikel 4a.4 eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van hetis aangesloten op een hoogspanningsnet of op het onderliggende middenspanningsnet bij het afschakelen van een elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een hoogspanningsnet zonder enkelvoudige storingsreserve, dan wel op het onderliggende net, indien: a. Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas er sprake is van een uitvalsituatie als bedoeld in de hiervoor genoemde onderdelen van het; en b. de elektriciteitsproductie-eenheid ten gevolge van deze uitvalsituatie wordt afgeschakeld of afgeregeld; en c. artikel 8.8, eerste lid de uitvalsituatie langer duurt dan de compensatievrije hersteltijden genoemd in de compensatieregeling in. 2 Verordening (EU) 2019/943 Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt aangesloten bij de elementen uit artikel 13, zevende lid, vanvan het Europees parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit. 3 De kosten voor de vergoeding als bedoeld in het eerste lid komen voor rekening van de netbeheerder in wiens net de oorzaak van de uitvalsituatie lag. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 8.11 — Artikel 8.11#
Artikel 8.11 1 Indien een aangeslotene een netbeheerder verzoekt om een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3 x 80A op het door hem beheerde net, dan wel om een wijziging van een bestaande aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3 x 80A, realiseert de netbeheerder deze aansluiting of wijziging binnen een redelijke termijn, tenzij er sprake is van overmacht. 2 Als er sprake is van overmacht, als bedoeld in het eerste lid, brengt de netbeheerder de aangeslotene hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 8.12 — Artikel 8.12#
Artikel 8.12 1 bijlage 20 Indien de netbeheerder een dynamische regionale wachttijd hanteert, berekent de netbeheerder ieder kwartaal de dynamische regionale wachttijd volgens de methode in artikel 1, van. 2 artikel 9.8 De netbeheerder publiceert de dynamische regionale wachttijd op de website als bedoeld in. 3 De netbeheerder rapporteert jaarlijks aan de ACM de berekeningen als bedoeld in het eerste lid. 4 De netbeheerder spant zich ervoor in om de dynamische regionale wachttijd te verminderen. 2024 10943 15-04-2024 28-03-2024 ACM/UIT/614796 2024 10943 15-04-2024 28-03-2024 ACM/UIT/614796 01-01-2025
Artikel 8.13 — Artikel 8.13#
Artikel 8.13 1 artikel 8.4, onderdeel e artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek Na ontvangst van een ondertekende offerte voor de aanleg of wijziging van een aansluiting met doorlaatwaarde groter dan 3X80A maar met een aansluitcapaciteit kleiner dan of gelijk aan 10 MVA als bedoeld in, realiseert de netbeheerder de gevraagde aansluiting of wijziging uiterlijk in de laatste week van de realisatietermijn die wordt vastgesteld op grond van dit artikel, tenzij er sprake is van overmacht als bedoeld in, of omstandigheden die buiten de invloed van de netbeheerder liggen die de netbeheerder redelijkerwijs niet had kunnen voorzien, waaronder onder meer maar niet uitsluitend gerekend worden: a. niet tijdige verlening van vergunningen of toestemmingen van derden; b. weersomstandigheden (vorst); of c. omstandigheden die de aangeslotene zijn toe te rekenen zoals het niet tijdig beschikbaar hebben van een geschikte ruimte voor de aansluiting. 2 bijlage 21 De netbeheerder bepaalt, behoudens de situatie als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, binnen 5 weken na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, op basis van, de week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is, waarbij geldt dat deze week, ten opzichte van het moment van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, niet verder in de toekomst ligt dan: a. artikel 8.12 26 weken, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld inzoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, indien de complexiteitscategorie ‘laag’ is; b. artikel 8.12 52 weken, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld inzoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte, indien de complexiteitscategorie ‘midden’ is; en c. artikel 8.12 een door de netbeheerder vast te stellen aantal weken, indien de complexiteitscategorie ‘hoog’ is waarbij de netbeheerder inzichtelijk maakt dat deze vast te stellen termijn in redelijkheid niet korter kan zijn, vermeerderd met de eventueel van toepassing zijnde dynamische regionale wachttijd als bedoeld inzoals die gold op de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde ondertekende offerte. 3 artikel 9.6, derde lid Indien de netbeheerder geen aanbod doet voor het uitvoeren van transport overeenkomstig de bepalingen van, en de periode tussen de in het eerste lid bedoelde ontvangst van de ondertekende offerte en het beschikbaar komen van transport: a. langer is dan twee jaar, bepaalt de netbeheerder, in afwijking van de termijn genoemd in de aanhef van het tweede lid, uiterlijk twee jaar voor het geplande beschikbaar komen van transport de in het tweede lid bedoelde week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is; of b. langer is dan de uit het tweede lid volgende week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is, realiseert de netbeheerder de aansluiting of de wijziging uiterlijk dertien weken na het beschikbaar komen van transport. 4 De netbeheerder en de aangeslotene kunnen gezamenlijk een latere week van realisatie overeenkomen dan de week van realisatie bedoeld in het tweede lid. 5 Indien in de periode tussen de in het eerste lid bedoelde ontvangst van de ondertekende offerte en de op grond van het tweede, derde of vierde lid bepaalde week waarin de aansluiting ten uiterste gerealiseerd is, sprake is van overmacht of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid: a. wordt de in het tweede, derde, of vierde lid bedoelde uiterste week van realisatie uitgesteld met de vertraging die het gevolg is van de situatie van overmacht of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid; en b. spant de netbeheerder zich in om het in onderdeel a bedoelde uitstel zo kort mogelijk te laten zijn. 6 De netbeheerder: a. communiceert schriftelijk de op grond van het tweede, derde of vierde lid bepaalde uiterste week van realisatie aan de aangeslotene; b. draagt zorg voor transparante communicatie over de uitvoering van de bepalingen van dit artikel en informeert de aanvrager op een toegankelijke wijze over de voortgang; en c. zal de aangeslotene adequaat en met een transparante onderbouwing informeren zodra er afwijkingen ontstaan op de gemaakte afspraken, bijvoorbeeld door overmacht of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid. 2024 10943 15-04-2024 28-03-2024 ACM/UIT/614796 2024 10943 15-04-2024 28-03-2024 ACM/UIT/614796 01-01-2025
Artikel 9.1 — Artikel 9.1#
Artikel 9.1 1 bijlage 12 Netbeheerders stellen aangeslotenen in staat, vrijwillig tegen vooraf met de netbeheerder overeengekomen voorwaarden overeenkomstig de specificaties in, een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie. Individuele aangeslotenen wijzen hiertoe desgewenst een CSP aan. Een groep van aangeslotenen wijst hiertoe een CSP aan. 2 artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas bijlage 11 Netbeheerders stellen aangeslotenen die beschikken over een aansluiting waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, als bedoeld inde waarde “telemetrie” of “slimme-meter-allocatie” heeft, in staat dagelijks het vermogen dat de volgende dag of gedurende de dag meer of minder kan worden afgenomen, respectievelijk meer of minder kan worden geproduceerd, ter beschikking te stellen van de netbeheerder door middel van het indienen van biedingen, tegen door de netbeheerder vast te stellen procedures en specificaties overeenkomstig. Aangeslotenen wijzen hiertoe een CSP aan. 3 artikel 9.19 bijlage 11 12, zevende lid Onverminderd het bepaalde inzijn aangeslotenen, niet zijnde netbeheerders, en groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, met een gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding van meer dan 60 MW verplicht om tegen vooraf met de netbeheerder overeengekomen procedures en specificaties overeenkomstigen, een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie in het net waarop deze aangeslotenen zijn aangesloten of in een bovenliggend net, dan wel een bijdrage te leveren aan een tegengestelde redispatch-actie ten behoeve van het oplossen van een fysieke congestie elders, en wijzen hiertoe een CSP aan, of, in het geval van groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, een of meerdere CSP’s. 4 artikel 9.9, eerste lid artikel 9.1b, vierde lid bijlage 11 12, zevende lid Indien sprake is van een congestiegebied als bedoeld in, kan de netbeheerder aangeslotenen, niet zijnde netbeheerders, en groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, op zijn net of op een onderliggend net, met een gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding van meer dan een door de netbeheerder overeenkomstig, te bepalen waarde tussen 1 en 60 MW verplichten om tegen vooraf met de netbeheerder overeengekomen procedures en specificaties overeenkomstigen, een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie in het net waarop deze aangeslotenen zijn aangesloten of in een bovenliggend net. Aangeslotenen en groepen van aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen voor invoeding op wie de hier bedoelde verplichting van toepassing is, laten de betreffende elektriciteitsproductie-eenheid of elektriciteitsopslageenheid binnen drie maanden na bekendmaking van de verplichting prekwalificeren. Aangeslotenen en groepen van aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen voor afname op wie de hier bedoelde verplichting van toepassing is, laten de betreffende verbruiksinstallatie of elektriciteitsopslageenheid binnen zes maanden na bekendmaking van de verplichting prekwalificeren. Deze aangeslotenen wijzen hiertoe een CSP aan, of, in het geval van groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, één of meerdere CSP’s. 5 artikel 9.8 artikel 9.1b, eerste tot en met vierde lid artikel 9.1, derde lid Aangesloten op wie de in het vierde lid bedoelde verplichting betrekking heeft, worden door de netbeheerder schriftelijk en door middel van publicatie op een inbedoelde en door of namens de gezamenlijke netbeheerders beheerde website geïnformeerd over de in het vierde lid bedoelde verplichting, procedures en specificaties, alsmede de overeenkomstig, door de netbeheerder vastgestelde grenswaarde(n) en voorschriften en de verplichting om een CSP aan te wijzen overeenkomstig. 6 De netbeheerder maakt, ten behoeve van de verificatie en de financiële afhandeling bij de uitvoering van het in het eerste en tweede lid bepaalde, gebruik van meetgegevens per onbalansverrekeningsperiode, geregistreerd door: a. paragraaf 6.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas meetinrichtingen bij het overdrachtspunt van aansluitingen en die hij op grond vanvan de desbetreffende meetverantwoordelijken ontvangen heeft; b. meetinrichtingen bij het overdrachtspunt van kleinverbruikaansluitingen en die hij uit die meetinrichting heeft uitgelezen. 7 De netbeheerder stemt bij maatregelen, die de netten van andere netbeheerders beïnvloeden, de voorgenomen acties af met de desbetreffende netbeheerders. Indien maatregelen worden gevraagd in een net van een andere netbeheerder, is daarvoor instemming van de netbeheerder van het desbetreffende net nodig. 8 artikel 16, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 artikel 9.2, derde lid, onderdelen a en b artikel 9.41, vierde, vijfde en zesde lid artikel 9.45, vierde, vijfde en zesde lid artikel 9.1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet coördineert indien hij dit noodzakelijk acht uit hoofde van zijn wettelijke taken overeenkomstig, dan wel op verzoek van andere relevante netbeheerders, de te nemen maatregelen, als bedoeld in,en. Hij maakt daarbij gebruik van het hem overeenkomstigter beschikking gestelde vermogen. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 9.1a — Artikel 9.1a#
Artikel 9.1a 1 artikel 9.1, derde en vierde lid paragraaf 9.11 Onverminderd de mogelijkheid van vrijwillige deelname, is de verplichting als bedoeld inen de uitvoering van congestiemanagement met inzet van capaciteitssturing en niet-marktgebaseerde redispatch als bedoeld in, niet van toepassing op: a. aansluitingen ten behoeve van vitale processen zoals gepubliceerd door de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid met uitzondering van elektriciteitsproductie-eenheden; en b. aansluitingen van de Dienst Justitiële Inrichtingen, ziekenhuizen en openbaar vervoersbedrijven, waarbij het door de netbeheerder ingrijpen op het door de aangeslotene geplande netgebruik direct van invloed is op het functioneren van maatschappelijke voorzieningen. 2 Ten behoeve van een juiste uitvoering van het eerste lid brengen aangeslotenen die menen te beschikken over een aansluiting in het congestiegebied waarop het eerste lid van toepassing is, de netbeheerder daarvan op de hoogte. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.1b — Artikel 9.1b#
Artikel 9.1b 1 artikel 9.1, derde of vierde lid bijlage 11 bijlage 12, zevende lid De netbeheerder kan voorschrijven dat de te leveren bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie als bedoeld in, een bieding voor redispatch is als bedoeld inof een aanbod voor capaciteitsbeperking als bedoeld in, of beide. 2 artikel 9.1, derde of vierde lid De netbeheerder maakt in een voorschrift als bedoeld in het eerste lid bekend of de te leveren bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie als bedoeld in, betrekking heeft op invoeding op het net of afname vanuit het net. 3 artikel 9.1, vierde lid bijlage 11 bijlage 12, zevende lid De netbeheerder stelt de in, bedoelde waarde tussen 1 en 60 MW niet lager vast dan noodzakelijk is voor het oplossen van fysieke congestie. Deze waarde kan verschillen per congestiegebied en kan verschillen voor biedingen voor redispatch overeenkomstigen voor capaciteitsbeperking overeenkomstig. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.1c — Artikel 9.1c#
Artikel 9.1c 1 bijlage 12, zevende lid bijlage 11 Indien een aangeslotene overeenkomstig, een capaciteitsbeperking aan een netbeheerder heeft aangeboden en een netbeheerder deze capaciteitsbeperking heeft afgeroepen, is deze aangeslotene voor de periode waarop de afroep van de capaciteitsbeperking betrekking heeft, vrijgesteld van de verplichting tot het doen van een bieding voor redispatch overeenkomstig, indien deze verplichting op de aangeslotene rust. 2 bijlage 12, zevende lid bijlage 11 Op het volume dat door een aangeslotene overeenkomstig, als capaciteitsbeperking aan de netbeheerder is aangeboden, maar dat niet door de netbeheerder is afgeroepen voor de periode waarop de afroep van de capaciteitsbeperking betrekking heeft, is de verplichting tot het doen van een bieding voor redispatch overeenkomstigonverkort van toepassing, indien deze verplichting op de aangeslotene rust. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.1d — Artikel 9.1d#
Artikel 9.1d 1 artikel 9.1, derde of vierde lid Indien netbeheerders van ten opzichte van elkaar onderliggende en bovenliggende netten beide een beroep wensen te doen op een op grond van, door een aangeslotene te leveren bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie, stemmen de betrokken netbeheerders de inzet van de door elk van hen benodigde bijdrage onderling af. 2 artikel 9.1, derde lid artikelen 9.1a 9.1b 9.1c 9.1e 9.1g 9.1h Indien een andere netbeheerder dan de netbeheerder van het net waarop de aangeslotenen zijn aangesloten, zich tegenover deze aangeslotenen beroept op de verplichting als bedoeld in, of aan deze aangeslotenen de verplichting oplegt als bedoeld in artikel 9.1, vierde lid, stelt de laatstgenoemde netbeheerder al de benodigde gegevens ter uitvoering van de,,,,enter beschikking aan de eerstgenoemde netbeheerder. 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 27-08-2024
Artikel 9.1e — Artikel 9.1e#
Artikel 9.1e 1 artikel 9.1, vierde lid Een bestaande aangeslotene met een gecontracteerd transportvermogen voor invoeding op wie de inbedoelde verplichting van toepassing is, wijst binnen drie maanden na de in artikel 9.1, vijfde lid, bedoelde publicatie een CSP aan en doet binnen drie maanden na de publicatie een aanbod voor het leveren van een bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie, zoals bedoeld in artikel 9.1, vierde lid. 2 artikel 9.1, vierde lid Een bestaande aangeslotene met een gecontracteerd transportvermogen voor afname op wie de inbedoelde verplichting van toepassing is, wijst binnen 6 maanden na de in artikel 9.1, vijfde lid, bedoelde publicatie een CSP aan en doet binnen zes maanden na de publicatie een aanbod voor het leveren van een bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie, zoals bedoeld in artikel 9.1, vierde lid. 3 artikel 9.1, vierde lid Voor nieuwe aansluitingen vindt de in, bedoelde verplichting tot het aanwijzen van een CSP plaats voorafgaand aan de ingebruikname van de desbetreffende aansluiting. 4 artikel 9.1, vierde lid bijlage 12, zevende lid In afwijking van, hoeft een aangeslotene geen CSP aan te wijzen wanneer deze uitsluitend verplicht is om overeenkomstig, een bieding voor capaciteitsbeperking te doen. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.1f — Artikel 9.1f#
Artikel 9.1f 1 artikel 9.1, derde en vierde lid bijlage 11 bijlage 12, zevende lid De in, bedoelde verplichting tot het leveren van een bijdrage aan het oplossen van fysieke congestie met behulp van redispatch overeenkomstigof met behulp van capaciteitsbeperking overeenkomstig, betekent dat elke in artikel 9.1, derde en vierde lid, bedoelde aangeslotene al zijn beschikbare vermogen aanbiedt. De aangeslotene neemt hierbij de in het tweede lid bedoelde niet-bindende leidraad als uitgangspunt. 2 artikel 33 van de Elektriciteitswet 1998 bijlage 11 bijlage 12, zevende lid De gezamenlijke netbeheerders stellen in samenspraak met de representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt als bedoeld ineen niet-bindende leidraad op met daarin per type aangeslotene, onderscheiden naar aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid, een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem, een nadere indicatie van welk vermogen redelijkerwijs verstaan wordt onder het in het eerste lid bedoelde beschikbare vermogen, onderscheiden naar redispatch, overeenkomstigen capaciteitsbeperking, overeenkomstig, alsmede onderscheiden naar op het net in te voeden vermogen en van het net af te nemen vermogen. 3 artikel 9.8 De gezamenlijke netbeheerder publiceren de in het tweede lid bedoelde leidraad op een inbedoelde door of namens de gezamenlijke netbeheerders beheerde website. 4 artikel 9.1, derde en vierde lid Een aangeslotene op wie de in, bedoelde verplichting betrekking heeft en die niet of slechts in beperktere mate dan volgt uit de in het tweede lid bedoelde leidraad in staat is om een bijdrage te leveren aan het oplossen van fysieke congestie stelt de netbeheerder hier schriftelijk en onderbouwd van op de hoogte. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.1g — Artikel 9.1g#
Artikel 9.1g 1 artikel 9.1, derde en vierde lid artikel 9.41, derde lid Indien een aangeslotene niet heeft voldaan aan de verplichting overeenkomstig, tot het doen van een bieding voor redispatch overeenkomstig, ongeacht of de oorzaak voor dit nalaten bij de aangeslotene zelf of bij diens CSP ligt, stuurt de netbeheerder de aangeslotene na de eerste constatering een schriftelijke herinnering, waarin de netbeheerder minimaal: a. de aangeslotene wijst op de op hem rustende verplichting; b. aan de aangeslotene een hersteltermijn van vijf werkdagen na ontvangst van de schriftelijke herinnering gunt om alsnog te voldoen aan de op hem rustende verplichting; en c. de aangeslotene overeenkomstig het tweede lid wijst op de consequenties van het niet binnen de hersteltermijn nakomen van deze verplichting. 2 De in het eerste lid bedoelde aangeslotene is vanaf het verstrijken van de hersteltermijn een bedrag aan de netbeheerder verschuldigd ter grootte van € 1,25 per MW gecontracteerd transportvermogen voor elke onbalansverrekeningsperiode dat niet aan de verplichting wordt voldaan, tenzij er sprake is van overmacht. 3 De netbeheerder brengt het overeenkomstig het tweede lid verschuldigde bedrag binnen een maand na het niet nakomen van de verplichting voor een specifieke onbalansverrekeningsperiode in rekening bij de desbetreffende aangeslotene. 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 01-09-2025
Artikel 9.1h — Artikel 9.1h#
Artikel 9.1h 1 artikel 9.1, derde en vierde lid bijlage 12 Indien een aangeslotene niet heeft voldaan aan de verplichting overeenkomstig, tot het doen van een aanbod voor capaciteitsbeperking overeenkomstig, ongeacht of de oorzaak voor dit nalaten bij de aangeslotene zelf of bij diens CSP ligt, stuurt de netbeheerder de aangeslotene na de eerste constatering een schriftelijke herinnering, waarin de netbeheerder minimaal: a. de aangeslotene wijst op de op hem rustende verplichting; b. aan de aangeslotene een hersteltermijn van vijf werkdagen na ontvangst van de schriftelijke herinnering gunt om alsnog te voldoen aan de op hem rustende verplichting; en c. de aangeslotene overeenkomstig het tweede lid wijst op de consequenties van het niet binnen de hersteltermijn nakomen van deze verplichting. 2 De in het eerste lid bedoelde aangeslotene is vanaf het verstrijken van de hersteltermijn een bedrag aan de netbeheerder verschuldigd ter grootte van € 120,– per MW gecontracteerd transportvermogen voor elke dag dat niet aan de verplichting wordt voldaan, tenzij er sprake is van overmacht. 3 De netbeheerder brengt het overeenkomstig het tweede lid verschuldigde bedrag binnen een maand na het niet nakomen van de verplichting voor een specifieke dag in rekening bij de desbetreffende aangeslotene. 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 01-09-2025
Artikel 9.1i — Artikel 9.1i#
Artikel 9.1i artikel 9.1g, tweede lid artikel 9.1h, tweede lid De gezamenlijke netbeheerders evalueren in afstemming met representatieve organisaties jaarlijks de hoogte van de in, en, genoemde bedragen op in ieder geval noodzakelijkheid en effectiviteit en brengen hiervan verslag uit aan de ACM. 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 01-09-2025
Artikel 9.2 — Artikel 9.2#
Artikel 9.2 1 artikel 13.11, achtste lid en negende lid 13.12, zevende en achtste lid 13.13, zesde en zevende lid 13.14, zesde en zevende lid 13.15 zevende, achtste en negende lid artikel 13.17, zevende, achtste en negende lid De netbeheerders controleren mede op basis van de ingediende prognoses als bedoeld in,,,,,, of transportproblemen te verwachten zijn. De netbeheerders hanteren daarbij bedrijfsvoeringscriteria voor de veilig toelaatbare transporten. 2 In geval van koppeling tussen twee distributienetten controleren beide betrokken netbeheerders of er transportproblemen te verwachten zijn. 3 Indien in de operationele planning (dagelijkse voorbereiding) de netbeheerder in zijn net een transportprobleem constateert, treft de netbeheerder maatregelen om het transportprobleem tegen de laagst mogelijke kosten op te lossen. De netbeheerder: a. bepaalt de te nemen maatregelen en verifieert de effectiviteit van deze maatregelen door een (loadflow)analyse uit te voeren op de betrouwbaarheid van het transport van elektriciteit; b. artikel 9.1, tweede en derde lid bijlage 12, vijfde lid maakt bij het oplossen gebruik van het hem overeenkomstig, ter beschikking gestelde vermogen of het op grond van artikel 9.1, eerste lid, ter beschikking gestelde vermogen indien op grond van, inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken; c. stuurt, indien de maatregelen als bedoeld in onderdeel b niet afdoende zijn om het transportprobleem op te heffen, verzoeken aan de desbetreffende aangeslotenen om meer respectievelijk minder te produceren of af te nemen en geeft aan waar en hoe lang de gevraagde acties duren; en d. artikel 9.1, tweede en derde lid bijlage 12 zorgt er voor dat de onbalans ten gevolge van de maatregel wordt opgeheven, door per onbalansverrekeningsperiode per afgeroepen bieding dan wel opgedragen capaciteitsvermindering elders een gelijke tegengestelde hoeveelheid vermogen af te roepen voor dezelfde onbalansverrekeningsperiode. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig, ter beschikking gestelde vermogen of het op grond van artikel 9.1, eerste lid ter beschikking gestelde vermogen indien op grond vaninzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken. 4 artikel 7.1a, eerste lid artikel 7.1b, eerste lid artikel 7.1c, eerste lid artikel 7.1d, eerste lid artikel 13.11, negende lid artikel 13.12, achtste lid artikel 13.13, zevende lid artikel 13.14, zevende lid artikel 13.15, achtste lid artikel 13.17, achtste lid artikel 9.35, vierde en vijfde lid Indien na het oplossen van het transportprobleem de mogelijkheid bestaat dat in hetzelfde net opnieuw één of meer transportproblemen optreden, kan de netbeheerder van dat net, in afwijking van,,enrestricties opleggen aan aangeslotenen of BRP’s. De restrictie houdt in dat de netbeheerder, gedurende de tijd waarvoor de restrictie geldt, wijzigingen van prognoses als bedoeld in,,,,, enniet accepteert indien deze leiden tot nieuwe transportproblemen. In dat geval worden wijzigingen van prognoses als bedoeld ineveneens niet geaccepteerd. 5 artikel 9.8 De netbeheerder publiceert de afroep van de maatregel als bedoeld in het vierde lid op de inbedoelde website. 6 In de communicatie als bedoeld in het vijfde lid, wordt aangegeven: a. de richting waarvoor de restrictie geldt; b. de specifieke markttijdseenheid waarvoor de restrictie geldt; c. de plaats (net); en d. de acties die de netbeheerder reeds heeft genomen om het transportprobleem op te lossen gedurende de specifieke markttijdseenheden waarvoor de marktrestrictie geldt en de hierbij gerealiseerde volumes redispatch. 7 De in het vierde lid genoemde restrictie wordt met onmiddellijke ingang opgeheven zodra de noodzaak daartoe niet meer aanwezig is. 8 artikel 9.8 Indien de restrictie opgeheven is, meldt de netbeheerder dit zo spoedig mogelijk aan alle betrokkenen met een bericht op de inbedoelde website. 9 artikel 9.1 9.19 paragraaf 13.2 artikel 9.35 De netbeheerder die een maatregel, als bedoeld in het derde lid, treft, verzorgt de administratieve afhandeling daarvan, waaronder begrepen de financiële afrekening op basis van de biedingen zoals genoemd inen. Indien een netbeheerder een bieding ontvangt van een aangeslotene in het netgebied van een andere netbeheerder, wisselen de betrokken netbeheerders de ten behoeve van de verificatie en financiële afrekening benodigde gegevens uit, waaronder begrepen de op grond vanendoor of namens de aangeslotene aangeleverde gegevens en de in artikel 9.1, zesde lid, onderdeel a bedoelde gegevens. De netbeheerders dragen onderling zorg voor een correcte financiële afwikkeling tussen de netbeheerders. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.3 — Artikel 9.3#
Artikel 9.3 1 artikel 9.2, derde en negende lid Indien in de uitvoering of de actuele bedrijfsvoering een transportprobleem ontstaat, hanteert de netbeheerder de procedure als genoemd in. 2 bijlage 11, tweede lid, onderdeel d De netbeheerder is bevoegd om in de actuele bedrijfsvoering, na het verstrijken van het tijdstip als bedoeld in, belasting af te schakelen of om aangeslotenen, niet zijnde netbeheerders, opdracht te geven om meer of minder af te nemen of in te voeden, gericht op het beperken of voorkomen van: a. een onderbreking van de transportdienst ten gevolge van een storing; of b. het ontstaan van schade aan het net of delen daarvan. 3 In geval van dreigende grootschalige storingen is de netbeheerder bevoegd om belasting af te schakelen of om opdracht te geven om meer of minder te produceren of om een aangesloten regionale netbeheerder te verplichten de hoeveelheid te transporteren werkzaam vermogen of blindvermogen te verminderen. 4 In geval van een onverwachte onderbreking van de transportdienst die haar oorzaak vindt in het net van de netbeheerder, kan de netbeheerder de transportdienst hervatten zonder de aangeslotene voorafgaand te waarschuwen. 5 In geval van dreigende grootschalige storingen heeft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voorrang boven de overige netbeheerders ten aanzien van het aanspreken van producenten ten behoeve van productieverschuivingen of andere beschikbare middelen. 6 De netbeheerders spreken met elkaar af wie de koppelverbinding sluit. 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 26-04-2025
Artikel 9.4 — Artikel 9.4#
Artikel 9.4 1 artikel 2.3 van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas artikel 21 van de Elektriciteitswet 1998 In aanvulling op de raming van de benodigde transportcapaciteit als bedoeld inten behoeve van het opstellen van het investeringsplan als bedoeld in, beoordeelt de netbeheerder periodiek de ontwikkeling op korte termijn van de benodigde transportcapaciteit in zijn net, rekening houdend met de van toepassing zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen. 2 De netbeheerder beoordeelt bij elke aanvraag om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport de toereikendheid van de in het desbetreffende net beschikbare transportcapaciteit om te voldoen aan de gevraagde transportcapaciteit. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022
Artikel 9.5 — Artikel 9.5#
Artikel 9.5 1 De netbeheerder hanteert bij de beoordeling van de aanwezige transportcapaciteit in een net de volgende aspecten: a. de technische capaciteit van het net; b. artikel 16, eerste lid, onderdeel d, van de Elektriciteitswet 1998 de van toepassing zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen met inachtneming van. 2 De netbeheerder hanteert bij de beoordeling van de benodigde transportcapaciteit in een net de volgende aspecten: a. de periode waarover de beoordeling benodigd is; b. het totaal van het gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding; c. het meest aannemelijke profiel voor de belasting van het beperkende netelement op basis van een berekening van het verwachte profiel en richting van transport van de aangeslotenen, rekening houdend met de topologie van het net; d. paragraaf 13.2 informatie die hij op grond vanontvangt; e. artikel 9.1, eerste lid de mogelijkheden om overeenkomstig, fysieke congestie op te lossen; en f. artikel 2.3, onderdeel c, subonderdeel 3° van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas overheidsbeleid dat van invloed is op de inrichting van het net, als bedoeld in. 3 De beoordelingen genoemd in het eerste en tweede lid worden uitgewerkt in de vorm van scenario’s. 4 De beschikbare transportcapaciteit is het deel van de aanwezige transportcapaciteit dat niet wordt ingezet om aan de benodigde transportcapaciteit te voldoen en is gelijk aan het verschil tussen de aanwezige transportcapaciteit en de benodigde transportcapaciteit. 5 Wanneer de benodigde transportcapaciteit, inclusief de eventuele gevraagde transportcapaciteit, de aanwezige transportcapaciteit overschrijdt, maakt de netbeheerder een inschatting van de hoeveelheid niet te transporteren elektriciteit inclusief onzekerheidsmarge. 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 26-04-2025
Artikel 9.6 — Artikel 9.6#
Artikel 9.6 1 artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 artikel 9.5, vierde lid Indien bij een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport, als bedoeld in, de gevraagde transportcapaciteit de beschikbare transportcapaciteit als bedoeld in, overschrijdt, onderzoekt de netbeheerder de mogelijkheden om op korte termijn de gevraagde transportcapaciteit en beschikbare transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. De netbeheerder onderzoekt daartoe: a. de mogelijkheid om de gevraagde transportcapaciteit te verlagen; b. de mogelijkheid om door middel van technische maatregelen anders dan netverzwaring de beschikbare transportcapaciteit te vergroten; c. artikel 9.1, eerste lid de mogelijkheid overeenkomstig, het optreden van fysieke congestie op te lossen; d. artikelen 9.9 tot en met 9.11 paragraaf 9.9 9.10 volgens de procedure van de, de mogelijkheid om congestiemanagement overeenkomstigentoe te passen; e. artikel 9.1, tweede en derde lid in het geval van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, de mogelijkheid om overeenkomstig, het optreden van fysieke congestie op te lossen. 2 Indien uit het onderzoek als bedoeld in het eerste lid blijkt dat het met één of meer van de genoemde mogelijkheden lukt de gevraagde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de beschikbare transportcapaciteit, voert de netbeheerder dit zo snel mogelijk uit. 3 artikel 24, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 Indien uit het onderzoek als bedoeld in het eerste lid blijkt dat er geen of onvoldoende mogelijkheid is om de gevraagde transportcapaciteit en de beschikbare transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen, is de netbeheerder niet verplicht een aanbod te doen voor het uitvoeren van transport als bedoeld in. De aanvrager krijgt in dat geval de mogelijkheid om zijn verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf werkdagen, zodanig aan te passen dat de gevraagde transportcapaciteit kleiner wordt dan, of gelijk wordt aan de, beschikbare transportcapaciteit, met inachtneming van het eerste lid. 4 De netbeheerder motiveert schriftelijk aan de verzoeker dat hij geen aanbod doet voor het uitvoeren van transport. 2025 42323 12-12-2025 02-12-2025 ACM/UIT/652233 2025 42323 12-12-2025 02-12-2025 ACM/UIT/652233 42323-n1 12-12-2025 31-12-2025 Abusievelijk zijn voor het eerste en vijfde lid wijzigingen
geformuleerd die niet kunnen worden doorgevoerd.
Artikel 9.7 — Artikel 9.7#
Artikel 9.7 1 artikel 9.4, eerste lid artikel 9.5, vierde lid artikel 16, eerste lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998 Indien de netbeheerder op grond van, voorziet dat met inachtneming van, in een net de beschikbare transportcapaciteit, als bedoeld in, ontoereikend is en er geen sprake is van een verzoek om het doen van een aanbod voor het uitvoeren van transport maar van groei binnen de tussen de aangeslotenen en de netbeheerder overeengekomen gecontracteerde transportvermogens voor afname en voor invoeding en de van toepassing zijnde doorlaatwaardes, of wanneer binnen een congestiegebied de marktomstandigheden veranderen, onderzoekt de netbeheerder de mogelijkheden om op korte termijn de benodigde transportcapaciteit en de aanwezige transportcapaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. De netbeheerder onderzoekt daartoe: a. de mogelijkheid om door middel van technische maatregelen anders dan netverzwaring de beschikbare transportcapaciteit te vergroten; b. artikel 9.1, eerste lid de mogelijkheid overeenkomstig, het optreden van fysieke congestie op te lossen; c. artikelen 9.9 tot en met 9.11 paragraaf 9.9 9.10 volgens de procedure van de, de mogelijkheid om congestiemanagement overeenkomstigentoe te passen; d. artikel 9.1, tweede en derde lid in het geval van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, de mogelijkheid om overeenkomstighet optreden van fysieke congestie op te lossen. 2 Indien uit het onderzoek als bedoeld in het eerste lid blijkt dat het met één of meer van de genoemde mogelijkheden lukt de benodigde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de aanwezige transportcapaciteit, voert de netbeheerder dit zo snel mogelijk uit. 3 paragrafen 9.9 9.11 Indien uit het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt dat er op korte termijn geen of onvoldoende mogelijkheid is om de benodigde transportcapaciteit in overeenstemming te brengen met de aanwezige transportcapaciteit, past de netbeheerder de procedure overeenkomstig deentoe om de benodigde transportcapaciteit te verlagen. 4 artikel 9.31, eerste lid paragrafen 9.9 9.10 Verordening (EU) 2019/943 Wanneer binnen een congestiegebied de marktomstandigheden veranderen, als bedoeld in het eerste lid, door een wijziging in het beschikbare aanbod van flexibiliteitsdiensten als bedoeld in, onderzoekt de netbeheerder of in het congestiegebied aan artikel 13, derde lid, onder c of d, vanwordt voldaan en gaat de netbeheerder indien mogelijk over tot de toepassing van congestiemanagement overeenkomstigen. 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 26-04-2025
Artikel 9.8 — Artikel 9.8#
Artikel 9.8 artikelen 8.13, zesde lid 9.1 9.1f 9.2 9.9 9.10 9.11 9.30 9.32 9.33 paragrafen 9.10 9.11 Netbeheerders communiceren op een publiek toegankelijke website richting aangeslotenen en overige belanghebbenden over de uitvoering van de,,,,,,,,,enen. 2024 10943 15-04-2024 28-03-2024 ACM/UIT/614796 2024 10943 15-04-2024 28-03-2024 ACM/UIT/614796 01-01-2025
Artikel 9.9 — Artikel 9.9#
Artikel 9.9 1 artikel 9.6, eerste lid artikel 9.7, eerste lid artikel 9.8 Verordening (EU) 2019/943 De netbeheerder meldt op grond vanofdoor middel van een vooraankondiging op de inbedoelde website dat er voor een afgebakend en duidelijk gedefinieerd gebied dat geen kritiek netwerkelement omvat overeenkomstig artikel 2(69) van de, sprake kan zijn van een tekort aan beschikbare transportcapaciteit. 2 artikelen 9.10 9.11 paragrafen 13.1 13.2 Indien de in het eerste lid bedoelde situatie zich voordoet op de deelnetten van gekoppelde netten die door verschillende netbeheerders worden beheerd, doen de netbeheerders van die netten gezamenlijk de vooraankondiging dat er sprake kan zijn van een tekort aan beschikbare transportcapaciteit. In dat geval dient in de rest van dit artikel en in deenin plaats van ‘de netbeheerder’ gelezen te worden ‘de betrokken netbeheerders’. Voor zover nodig en beschikbaar delen de betrokken netbeheerders onderling de informatie verkregen op grond vanen. 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde vooraankondiging zal ten minste de volgende gegevens bevatten: a. het verwachte congestiegebied (geografische aanduiding); b. de periode waarin een tekort aan beschikbare transportcapaciteit wordt verwacht in dat gebied; c. de oorzaak van het verwachte tekort aan beschikbare transportcapaciteit; d. de in het verwachte congestiegebied totale benodigde en totale aanwezige transportcapaciteit; e. een planning van de netverzwaring die ten minste de benodigde werkzaamheden en de periode benoemt die resteert tot het moment waarop het (de) net(ten) zodanig verzwaard, gewijzigd of uitgebreid is (zijn) dat geen sprake meer is van tekort aan beschikbare transportcapaciteit; en f. een uitnodiging aan belanghebbenden om met de netbeheerder in overleg te treden over mogelijkheden bij te dragen aan het oplossen van het verwachte structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit in het desbetreffende gebied. 4 De netbeheerder zendt een afschrift van de vooraankondiging aan de Autoriteit Consument en Markt. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022
Artikel 9.10 — Artikel 9.10#
Artikel 9.10 1 artikel 9.6, eerste lid artikel 9.7, eerste lid paragraaf 9.9 9.10 In het onderzoek, als bedoeld in, en, onderzoekt de netbeheerder voor een gebied waarvoor de netbeheerder een vooraankondiging heeft afgegeven, de mogelijkheden voor de toepassing van congestiemanagement overeenkomstigen. 2 De volgende uitzonderingen gelden voor het toepassen van congestiemanagement, als bedoeld in het eerste lid: a. de netbeheerder hoeft geen congestiemanagement toe te passen als de periode van het verwachte tekort aan beschikbare transportcapaciteit korter duurt dan 1 jaar en het congestiegebied in drie jaar daarvoor geen congestiegebied is geweest, of onderdeel uitmaakte van een of meer congestiegebieden beheerd door de desbetreffende netbeheerder; b. artikel 9.6, eerste lid de netbeheerder past geen niet-marktgebaseerde redispatch toe om de vraag naar transport van verbruikende aangeslotenen te verminderen ten behoeve van een verzoek als bedoeld in; c. artikel 9.9, eerste lid de netbeheerder hoeft per congestiegebied geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waarvoor geldt dat de kosten voor congestiemanagement gedurende de periode vanaf de vooraankondiging als bedoeld in, tot het moment dat er geen sprake meer is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit, groter is dan de financiële grens. Deze financiële grens bedraagt 1,02 euro per MWh van de hoeveelheid elektriciteit die met de aanwezige transportcapaciteit kan worden getransporteerd in dit congestiegebied gedurende de periode waarvoor het congestiegebied is aangewezen; d. artikel 7.1b artikel 7.1c artikel 7.1d de netbeheerder hoeft geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waarvoor de benodigde transportcapaciteit groter is dan de technische grens van de aanwezige transportcapaciteit. Deze technische grens bedraagt 100% van de aanwezige transportcapaciteit vermeerderd met het aanwezige regelbaar vermogen, tot een maximum van 150% van de aanwezige transportcapaciteit. Bij de bepaling van deze technische grens worden aansluitingen die gebruik maken van,ofniet betrokken; e. de technische grens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d bedraagt 100% van de aanwezige transportcapaciteit indien het beperkende netelement gelegen is in het laagspanningsnet; of f. de netbeheerder hoeft geen congestiemanagement toe te passen voor de vraag naar transport waardoor het toegestane kortsluitvermogen van het net wordt overschreden. 3 artikel 9.8 artikel 9.9, eerste lid bijlage 14 De netbeheerder publiceert het onderzoek, als bedoeld in het eerste lid, op de inbedoelde website voor invoedings-congestie binnen zes maanden na het doen van de vooraankondiging en voor afname-congestie binnen twaalf maanden na het doen van de vooraankondiging, als bedoeld in. Het onderzoeksrapport bevat ten minste de elementen als benoemd in. Separaat stuurt de netbeheerder de gegevens naar de Autoriteit Consument en Markt, waarbij de gegevens uit bijlage 14, eerste lid, onderdeel e, per uur of kwartier worden verstrekt. 4 artikel 9.6, eerste lid, onderdeel d artikel 9.9, eerste lid artikel 9.8 Indien de netbeheerder het in het eerste lid bedoelde onderzoek heeft uitgevoerd op grond van, en uit het in het eerste lid genoemde onderzoek blijkt dat congestiemanagement geen oplossing biedt of de in, gemelde vooraankondiging, om wat voor reden dan ook, is komen te vervallen, doet de netbeheerder hiervan binnen één week na afronding van het onderzoek, of na het bekend worden van elke andere reden, melding via de inbedoelde website. Deze melding zal ten minste bevatten: a. het gebied waarop de melding betrekking heeft; en b. een verklaring waarom de vooraankondiging is komen te vervallen. 5 artikel 9.7, eerste lid, onderdeel c artikel 9.8 Indien de netbeheerder het in het eerste lid bedoelde onderzoek heeft uitgevoerd op grond van, en uit het in het eerste lid genoemde onderzoek blijkt dat congestiemanagement geen oplossing biedt, doet de netbeheerder hiervan binnen één week na afronding van het onderzoek, melding via de inbedoelde website. Deze melding zal ten minste bevatten: a. het gebied waarop de melding betrekking heeft; en b. paragrafen 9.9 9.11 de termijn waarbinnen overgegaan zal worden op de procedure overeenkomstig deen. Deze termijn zal niet korter zijn dan een week. 2024 23594 19-07-2024 16-07-2024 ACM/UIT/619367 2024 23594 19-07-2024 16-07-2024 ACM/UIT/619367 01-04-2025
Artikel 9.11 — Artikel 9.11#
Artikel 9.11 1 artikel 9.10, eerste lid paragrafen 9.9 9.10 9.11 Indien op basis van het in, genoemde onderzoek blijkt dat in het congestiegebied waarvoor een vooraankondiging is afgegeven congestiemanagement overeenkomstig de,eneen oplossing biedt, doet de netbeheerder binnen één week na afronding van het onderzoek aan de hierna in onderdeel a bedoelde aangeslotenen in het congestiegebied hiervan melding. De melding bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. een aanduiding van het congestiegebied door middel van een lijst van EAN-codes in het desbetreffende gebied en een geografische beschrijving van het betrokken gebied met het desbetreffende net in dat gebied; b. de ingangsdatum van het verwachte structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit; c. de verwachte periode waarvoor het congestiegebied is aangewezen; d. een onderbouwing en motivering, op grond waarvan duidelijk blijkt dat er binnen het gestelde gebied sprake is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit; en e. een onderbouwing en motivering van de onmogelijkheid om de fysieke congestie binnen de in onderdeel c genoemde periode op andere wijze op te lossen dan door het toepassen van congestiemanagement. 2 artikel 9.8 bijlage 14 De melding als bedoeld in het eerste lid, alsmede het in het eerste lid bedoelde onderzoek en de uitkomsten daarvan, worden binnen één week na afronding van het in het eerste lid bedoelde onderzoek gepubliceerd op de inbedoelde website. Het onderzoeksrapport bevat de elementen zoals benoemd in. 3 De netbeheerder doet de in het eerste lid bedoelde melding tevens aan netbeheerders van wie het net verbonden is met het net van het in het eerste lid bedoelde congestiegebied en aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 4 Een netbeheerder rapporteert jaarlijks uiterlijk 30 april over het afgelopen kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt over zijn congestiegebieden. De rapportage bevat per congestiegebied in ieder geval: a. de totale hoeveelheid elektriciteit die is getransporteerd; b. bijlage 12, zevende lid de totale inzet van capaciteitsbeperkingen, als bedoeld in, waarbij voor iedere inzet het verschil tussen het maximaal verstrekte gecontracteerde transportvermogen voor afname en voor invoeding zoals vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst, en het niveau waarop de transportbehoefte wordt beperkt (MW) wordt weergegeven, gerelateerd aan de duur van deze inzet (in uren); b1. Bijlage 12, tweede lid, onderdeel a, onder 1 of 3 de totale inzet van capaciteitssturing, waarbij voor iedere inzet het verzochte minimum als bedoeld inwordt aangegeven (MW), gerelateerd aan de duur van deze inzet (in uren), voor zover niet reeds gerapporteerd onder onderdeel b; c. bijlage 11 de totale inzet van redispatchproducten op grond vanin MWh, zowel binnen als buiten het congestiegebied; en d. de kosten aan congestiemanagement, onderverdeeld in de totale kosten voor: 1°. bijlage 11, vijfde lid de contracten op grond van; 2°. bijlage 12, zevende lid de contracten op grond van; 2a°. bijlage 12, tweede lid de contracten op grond van, voor zover niet reeds gerapporteerd onder subonderdeel 2; 3°. de kosten voor de inzet van capaciteitsbeperking; 3a°. de kosten voor de inzet van capaciteitssturing, voor zover niet reeds gerapporteerd onder subonderdeel 3; 4°. de kosten voor de inzet van redispatch. e. artikel 9.1, vierde lid met betrekking tot de deelnameplicht als bedoeld in: 1°. De hoeveelheid gevraagde capaciteitsbeperking, zijnde het niveau waarop de transportbehoefte wordt beperkt (MW), gerelateerd aan de duur van deze inzet (in uren); 2°. De hoeveelheid gevraagde redispatch; 3°. De hoeveelheid aangeboden capaciteitsbeperking, zijnde het niveau waarop de transportbehoefte wordt beperkt (MW), gerelateerd aan de duur van deze inzet (in uren); 4°. De hoeveelheid aangeboden redispatch; 5°. De hoeveelheid van aangeslotenen ontvangen betalingen voor het niet doen van een aanbod voor capaciteitsbeperking; en 6°. De hoeveelheid van aangeslotenen ontvangen betalingen voor het niet bieden van redispatch. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.12 — Artikel 9.12#
Artikel 9.12 1 artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas artikel 3.15, dertiende lid De netbeheerder past de vrijstellingen voor productie uit,,, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°,en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van hettoe indien de op grond van deze vrijstellingen aan te sluiten of aangesloten productie afkomstig is van elektriciteitsproductie-eenheden die, overeenkomstig, automatisch, voldoende snel en selectief kunnen worden afgeschakeld of afgeregeld zonder dat ook verbruik mee wordt afgeschakeld, behoudens verbruik dat gerelateerd is aan die elektriciteitsproductie-eenheid. 2 artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas artikel 13.22 In aanvulling op het eerste lid geldt dat de netbeheerder de vrijstellingen voor productie uit,,, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°,en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van hettoepast indien de op grond van deze vrijstellingen aan te sluiten of aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid tevens voldoet aan de eisen van, onafhankelijk van de grootte van de maximumcapaciteit van de aan te sluiten elektriciteitsproductie-eenheid. 3 artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas Verordening (EU) 2016/631 Verordening (EU) 2016/631 De netbeheerder kan bij het toepassen van de vrijstellingen voor productie uit,,, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°,en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van hetgebruik maken van de in artikel 13, zesde lid, en artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van(NC RfG) bedoelde interface of de in artikel 15, tweede lid, onderdeel a, van(NC RfG) bedoelde regelbaarheid. 4 Het netontwerp wordt ten minste getoetst aan: a. Besluit Investeringsplan kwaliteit elektriciteit en gas, paragraaf 4a de actuele en de te verwachten transporten van elektriciteit als bedoeld in het; b. Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) de criteria met betrekking tot kortsluitvastheid als bedoeld in hoofdstuk 3 vanen toegepast in hoofdstuk 2 en artikel 7.10, vierde lid; c. de criteria met betrekking tot de spannings- en blindvermogenshuishouding als bedoeld in paragraaf 9.4; d. de isolatiecoördinatie van netten met spanningsniveau hoger dan 1 kV als bedoeld in NEN-EN-IEC 60071; e. paragraaf 7.3 de criteria met betrekking tot de aanraakveiligheid als bedoeld in; f. paragraaf 7.2 de criteria met betrekking tot de kwaliteit van de netspanning, als bedoeld in; en g. Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) de criteria met betrekking tot dynamische stabiliteit van de hoogspanningsnetten als bedoeld in hoofdstuk 6 van. 5 De netbeheerder en de aangeslotene kunnen gezamenlijk overeenkomen dat de netbeheerder de aansluiting afschakelt of afregelt, in plaats van alleen de elektriciteitsproductie-eenheid, indien de aangeslotene er mee instemt dat in dat geval ook eventueel verbruik maximaal tien minuten wordt afgeschakeld of afgeregeld. 6 artikel 4a.1, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.2, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.3, onderdeel a, subonderdeel 2° artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2° Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas Indien na het optreden van een uitvalsituatie als bedoeld in,,, artikel 4a.3, onderdeel b, subonderdeel 2°,en artikel 4a.4, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 2°, van hetaangeslotenen gezamenlijk overeenkomen de afschakeling of afregeling uit te ruilen, dienen zij hiertoe een verzoek in bij de netbeheerder. De netbeheerder zal een verzoek hiertoe niet op onredelijke gronden weigeren. 2023 13339 10-05-2023 26-04-2023 ACM/UIT/591251 2023 13339 10-05-2023 26-04-2023 ACM/UIT/591251 11-05-2023
Artikel 9.13 — Artikel 9.13#
Artikel 9.13 artikel 3.13, zesde lid, artikel 3.17, eerste lid De inen, bedoelde extra apparatuur waarmee het werkzaam uitgangsvermogen van een elektriciteitsproductie-eenheid op afstand te sturen is, kan worden toegepast voor het op afstand sturen van het werkzaam uitgangsvermogen van een elektriciteitsproductie-eenheid voor andere doeleinden dan frequentiestabiliteit. Voor zover die toepassing niet al in deze code is bepaald, maken de netbeheerder en de aangeslotene afspraken over de specifieke toepassing. 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 26-04-2025
Artikel 9.14 — Artikel 9.14#
Artikel 9.14 1 De netbeheerder bepaalt de instelling van de helling en de referentiewaarde van de automatische spanningsregeling van de elektriciteitsproductie-eenheid. 2 Indien een elektriciteitsproductie-eenheid niet bijdraagt aan de blindvermogenshuishouding in de normale toestand moet, de referentiewaarde binnen 15 minuten na constatering van een afwijking naar een uitwisseling van 0 Mvar worden teruggebracht, tenzij anders is overeengekomen. 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 18-05-2022
Artikel 9.15 — Artikel 9.15#
Artikel 9.15 1 De netbeheerder is verantwoordelijk voor de spannings- en blindvermogenshuishouding in het eigen net. 2 Het blindvermogensbereik op het samenstel van alle aan de aansluiting tussen twee netten gerelateerde overdrachtspunten op één locatie (dat wil zeggen: per onderstation) is als volgt gespecificeerd: a. regionale netten importeren uit het bovenliggende net maximaal 48% van de grootste waarde van de maximale import- en exportcapaciteit; b. bij import of export van werkzaam vermogen van meer dan 25% van de importcapaciteit exporteren zij naar het bovenliggende net niet meer dan 10% van de grootste waarde van de maximale import- en exportcapaciteit. 3 Op grond van het tweede lid komt het blindvermogensbereik overeen met het groene gebied in onderstaand P/Q-diagram. 4 Bij import of export van werkzaam vermogen van niet meer dan 25% van de maximale importcapaciteit is het toegestaan dat regionale netten maximaal 10% van de grootste waarde van de maximale import- en exportcapaciteit exporteren naar het bovenliggende net indien dit geen aantoonbare knelpunten veroorzaakt in een van beide netten; in geval van aantoonbare hinder treden beide netbeheerders met elkaar in overleg en stellen een gezamenlijke analyse op met als doel maatregelen vast te stellen waarmee voldaan kan worden aan het gespecificeerde blindvermogensbereik. 5 Indien het blindvermogensbereik niet voldoet aan het tweede en vierde lid, voeren de betrokken netbeheerders achtereenvolgens de volgende stappen uit: a. zij stellen vast of één van beide netbeheerders knelpunten constateert met betrekking tot bijvoorbeeld spanningseisen of blindvermogenshuishouding; b. indien knelpunten zijn geconstateerd, worden in beide betrokken netten de reeds aanwezige stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen ingezet met als doel te voldoen aan het gespecificeerde blindvermogensbereik; c. indien de inzet van de reeds aanwezige stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen onvoldoende is om aan het gespecificeerde blindvermogensbereik te voldoen, verzoeken beide betrokken netbeheerders de producenten waarmee zij een overeenkomst tot levering of opname van blindvermogen hebben, om blindvermogen te compenseren met als doel te voldoen aan het gespecificeerde blindvermogensbereik; d. artikel 2 van de Samenwerkingscode elektriciteit Indien door toepassing van de in onderdeel b of c bedoelde maatregelen de knelpunten onvoldoende kunnen worden weggenomen, voeren de betrokken netbeheerders een gezamenlijke analyse uit die, met inachtneming van, leidt tot het voldoen aan het gespecificeerde blindvermogensbereik door middel van: 1°. aanvullende overeenkomsten met producenten tot levering of opname van blindvermogen; 2°. investering in nieuwe stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen; of 3°. investering in netverzwaring 6 Een overeengekomen afwijking van het in het tweede en vierde lid gespecificeerde blindvermogensbereik wordt vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst. 7 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet coördineert de regeling van de trapstanden van de transformatoren van netten met een spanningsniveau groter dan of gelijk aan 110 kV naar netten met een spanningsniveau kleiner dan 110 kV. 8 Het in het eerste tot en met zevende lid bepaalde is tevens van toepassing op gesloten distributiesystemen aangesloten op hoogspanning. In deze leden dient dan in plaats van ‘de netbeheerders’ gelezen te worden ‘de beheerder van het gesloten distributiesysteem en de netbeheerder’. 2024 11805 16-04-2024 11-04-2024 ACM/UIT/611676 2024 11805 16-04-2024 11-04-2024 ACM/UIT/611676 17-04-2024
Artikel 9.16 — Artikel 9.16#
Artikel 9.16 1 De netbeheerder stelt een draaiboek op en organiseert trainingen met de netbeheerders van de aan zijn net gekoppelde netten en met de beheerders van de op zijn net aangesloten elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan 60 MW teneinde grootschalige storingen effectief te voorkomen en te herstellen. 2 Het in het eerste lid bedoelde draaiboek bevat tenminste de procedures, de oefeningen, de uit te wisselen informatie en de andere benodigde middelen teneinde grootschalige storingen effectief te voorkomen en te herstellen. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet coördineert de in het eerste lid bedoelde activiteiten en stelt jaarlijks een evaluatie op, die tot uitdrukking brengt in welke mate maatregelen zijn getroffen teneinde grootschalige storingen effectief te voorkomen en te herstellen. 4 De beheerders van elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan 60 MW werken mee aan de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde activiteiten. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 9.17 — Artikel 9.17#
Artikel 9.17 1 Afhankelijk van de netsituatie en de omvang van de productiecapaciteit, zullen de beheerders van op een net met een spanningsniveau van 110 kV of 150 kV aangesloten elektriciteitsproductie-eenheden, en de netbeheerders alsmede netbeheerders onderling, hun onderhoudsplannen schriftelijk afstemmen en wijzigen, waarbij beoogd wordt de voorzieningszekerheid te waarborgen. 2 Indien één of beide partijen onderhoudsplannen dienen te fixeren, bijvoorbeeld ten gevolge van een contractuele overeenkomst of afspraak met een derde partij, wordt een planning bindend verklaard vanaf de door die omstandigheden bepaalde datum en schriftelijk bevestigd naar de andere partij. 3 Indien een partij na een bindend verklaring, alsnog van de planning wil afwijken, zal de andere partij daar zoveel als mogelijk aan tegemoet komen, door bijvoorbeeld het verschuiven of verwisselen van reeds gepland onderhoud over andere elektriciteitsproductie-eenheden en transportnet-onderdelen. 2023 13339 10-05-2023 26-04-2023 ACM/UIT/591251 2023 13339 10-05-2023 26-04-2023 ACM/UIT/591251 11-05-2023
Artikel 9.18 — Artikel 9.18#
Artikel 9.18 1 Verordening 2017/1485 Verordening 2017/1485 Indien voor een overeenkomstig artikel 99 van de(GL SO) ingediende planning een afwijking wordt ingediend overeenkomstig artikel 100 van de(GL SO) en deze afwijking tot extra kosten leidt, zullen deze kosten gedragen worden door de veroorzakende partij, waarbij de andere partij al het mogelijke zal doen om de extra kosten te beperken. 2 artikel 9.17 Indien een afwijking van een bindende planning als bedoeld intot extra kosten leidt, zullen deze kosten gedragen worden door de veroorzakende partij, waarbij de andere partij al het mogelijke zal doen om de extra kosten te beperken. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 9.19 — Artikel 9.19#
Artikel 9.19 artikel 9.1, derde lid Onverminderd het bepaalde in, stellen aangeslotenen, niet zijnde netbeheerders en groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, met een gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding van meer dan 60 MW dagelijks het vermogen dat minder kan worden afgenomen, respectievelijk meer of minder kan worden ingevoed, ter beschikking van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet door middel van het aanwijzen van een BSP, of, in het geval van groepen van aangeslotenen die een groepstransportovereenkomst hebben afgesloten, één of meerdere BSP’s, om biedingen voor balanceringsenergie uit aFRR in te dienen. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 9.20 — Artikel 9.20#
Artikel 9.20 1 artikel 16, tweede lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 In geval van onbalans tussen vraag en aanbod in Nederland neemt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maatregelen om tegengestelde regelacties door buitenlandse instellingen als bedoeld in, met wie zij dienaangaande een onbalansnettingsovereenkomst als bedoeld in artikel 122 van de Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) heeft, te voorkomen. 2 Indien nodig, neemt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vervolgens maatregelen volgens onderstaande volgorde: a. artikel 9.19 hij activeert de hem ter beschikking staande middelen, waaronder het inbedoelde vermogen. b. hoofdstuk 12 indien hem niet voldoende middelen ter beschikking staan om de enkelvoudige storingsreserve te handhaven is de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bevoegd reeds toegelaten exporten geheel of gedeeltelijk te annuleren overeenkomstig de invermelde procedure bij onvoorziene fysieke congestie. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt onverwijld de andere netbeheerders en de BRP’s op de hoogte van de ontstane situatie en de genomen of te nemen maatregelen. c. artikel 9.21 indien de in onderdeel a genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden en de systeemtoestand afwijkt van de normaaltoestand, draagt hij beheerders van hem nog niet ter beschikking gesteld vermogen van elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit van 5 MW of meer op om dit vermogen op dan wel af te (doen) regelen of in dan wel uit bedrijf te (doen) nemen, één en ander met inachtneming van het bepaalde in. De andere netbeheerders en de BRP’s worden door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet onverwijld bericht dat deze situatie is ontstaan. d. artikel 9.22 indien de in onderdeel a tot en met c genoemde maatregelen niet tot herstel van de balans leiden, schakelt hij belasting af dan wel draagt hij een of meer andere netbeheerders op om belasting af te schakelen, een en ander met inachtneming van het bepaalde in. 3 Verordening (EU) 2017/2195 De onbalansnetting als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van aanvullende uitwisselingen van ACE tussen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en andere transmissiesysteembeheerders om op Europees niveau zorg te dragen voor een economisch efficiënt gebruik van biedingen van het standaardproduct aFRR. Deze aanvullende maatregelen vinden plaats door uitwisselingen via het Europees platform voor uitwisseling van balanceringsenergie uit aFRR als bedoeld in artikel 21 van de(GL EB). 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 9.21 — Artikel 9.21#
Artikel 9.21 1 artikel 9.20, tweede lid, onderdeel c De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geeft een opdracht als bedoeld in, telefonisch. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kondigt de opdracht tevoren aan en verstrekt daarbij een toelichting. Deze toelichting wordt, zonodig achteraf, schriftelijk bevestigd. 3 Indien de situatie dermate spoedeisend is dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de opdracht niet tevoren kan aankondigen, licht hij de opdracht en de reden voor het achterwege laten van een voorafgaande aankondiging achteraf schriftelijk alsnog toe. 4 De opregeling onderscheidenlijk inbedrijfname dient binnen de tijd die technisch mogelijk is te zijn uitgevoerd. 5 Indien de opdracht is gegeven aan een of meer andere netbeheerders, ontvangt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een telefonische terugmelding van hetgeen door de andere netbeheerder of netbeheerders is gedaan ter uitvoering van de opdracht. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 9.22 — Artikel 9.22#
Artikel 9.22 1 De netbeheerders beschikken over onderling afgestemde afschakelplannen en herstelplannen. Deze plannen liggen ter inzage bij de netbeheerder. Elke netbeheerder dient, ook na eventuele wijzigingen, een afschrift van de plannen naar de Autoriteit Consument en Markt te sturen. 2 artikel 9.20, tweede lid, onderdeel d De in, bedoelde afschakeling geschiedt handmatig en wordt, in geval van een door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan een andere netbeheerder opgedragen afschakeling, telefonisch opgedragen. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kondigt een opdracht tot afschakeling tevoren aan en verstrekt daarbij een toelichting. 4 Indien de situatie dermate spoedeisend is dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een opdracht tot afschakeling niet tevoren kan aankondigen, licht hij de opdracht en de reden voor het achterwege laten van een voorafgaande aankondiging achteraf alsnog toe. 5 Tenzij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een tijdsperiode noemt waarbinnen de opdracht tot afschakeling moet zijn uitgevoerd, wordt de opdracht onverwijld uitgevoerd nadat zij is verstrekt. 6 Indien een of meer andere netbeheerders opdracht tot afschakeling is gegeven, ontvangt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een telefonische terugmelding van hetgeen door de andere netbeheerder of netbeheerders is gedaan ter uitvoering van de opdracht. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 9.23 — Artikel 9.23#
Artikel 9.23 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet contracteert de initiële FCR-verplichting overeenkomstig de eisen die aan hem gesteld zijn ten aanzien van het contracteren van energie en vermogen op een marktconforme, transparante en non-discriminatoire wijze met inachtneming van de methodologie op basis van artikel 33 van de Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB) betreffende de samenwerking tussen meerdere Europese transmissiesysteembeheerders om balanceringscapaciteit gezamenlijk in te kopen en uit te wisselen. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt een gedetailleerde beschrijving van het contracteringsmechanisme, de administratieve en technische eisen en regels waaraan voldaan moet worden om deel te kunnen nemen alsook de resultaten van het contracteren (inclusief prijsinformatie) via zijn openbare webpagina publiek. Tevens zal verdere relevante informatie tijdig via deze webpagina beschikbaar worden gemaakt, waaronder maar niet beperkt tot tijdschema’s. 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 14-09-2024
Artikel 9.24 — Artikel 9.24#
Artikel 9.24 1 Verordening (EU) 2017/2195 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert op zijn website een verwijzing naar de informatie die Entso-E op zijn website publiceert aangaande het onbalansnettingsproces en de uitwisseling van balanceringsenergie via het Europees platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit aFRR als bedoeld in artikel 21 van de(GL EB), waaronder: a. artikel 9.20, eerste lid welke participanten deelnemen in de overeenkomst bedoeld in, en per wanneer zij participant zijn; b. de actuele omvang van de onbalansnettingvermogensuitwisseling; c. de actuele omvang van de uitwisseling balanceringsenergie uit aFRR. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft tot taak de energiebalans met het buitenland te bewaken, in voorkomend geval te herstellen en verwerft het daarvoor benodigde vermogen. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 9.25 — Artikel 9.25#
Artikel 9.25 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bepaalt voor de komende dimensioneringsperiode de reservecapaciteit in de vorm van FRR die verwacht wordt ten minste nodig te zijn op basis van de hoogste uitkomst van elk van de volgende drie methoden: a. door vast te stellen wat de grootst mogelijke uitval is in zowel positieve als negatieve richting die wordt veroorzaakt door één elektriciteitsproductie-eenheid, één verbruiksinstallatie, één HVDC-interconnector of één wisselstroomverbinding; b. door vast te stellen wat de benodigde reserves waren geweest om in 99% van de onbalansverrekeningsperiodes de onbalansen van het LFC-blok op te kunnen lossen gedurende de periode van een volledig jaar dat niet eerder is beëindigd dan een half jaar voorafgaand aan de berekeningsdatum; c. door het resultaat van de in onderdeel b omschreven historische onbalansen van het LFC-blok te corrigeren voor de significante veranderingen in te verwachten toekomstige onbalansen van het LFC-blok. 2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, hanteert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de procedure die bestaat uit de volgende stappen: a. de identificatie van veroorzakers van onbalansen van het LFC-blok; b. de bepaling van toekomstige veranderingen; c. de toepassing van het regressiemodel; d. de toepassing van het voorspellingmodel; e. de toepassing van de convolutie met ruis; f. de bepaling van de opregel- en afregelbehoefte. 3 Bij de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde identificatie van veroorzakers van onbalansen van het LFC-blok: a. beschouwt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de mogelijk verklarende variabelen voor veroorzakers van onbalansen van het LFC-blok, zoals bijvoorbeeld: 1°. de uitval van grootschalige elektriciteitsproductie-eenheden; 2°. de voorspelfout van de belasting; 3°. de zonvermogensverandering per onbalansverrekeningsperiode; 4°. een snelle windvermogensverandering per onbalansverrekeningsperiode; 5°. het aantal met het net verbonden elektrische voertuigen; b. bepaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet door middel van een statistische analyse of de mogelijk verklarende variabelen daadwerkelijk een significant verband laten zien met de onbalansen van het LFC-blok en wordt bij een niet-significant verband de desbetreffende mogelijk verklarende variabele uit het model gefilterd. 4 Bij de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde bepaling van toekomstige veranderingen: a. bepaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet welke mogelijk verklarende variabelen er veranderen in de komende dimensioneringsperiode, ten opzichte van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode; b. gebruikt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor de in onderdeel a bedoelde bepaling het jaarlijks door hem gepubliceerde document “Monitoring leveringszekerheid” en eventuele andere relevante brondocumenten; c. worden mogelijk verklarende variabelen die geen significante verandering ondergaan uit het model gefilterd. 5 Bij de in het tweede lid, onderdeel c, bedoelde toepassing van het regressiemodel: a. neemt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet persistentie aan voor alle mogelijk verklarende variabelen die óf gelijk blijven in de komende dimensioneringsperiode ten opzichte van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode, óf geen significant verband laten zien met de onbalansen van het LFC-blok; b. 1 n gebruikt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de n mogelijk verklarende variabelen die zowel veranderen als een significant verband laten zien met de onbalansen van het LFC-blok als onafhankelijke variabelen X...Xin een meervoudige lineaire kleinste-kwadraten regressieanalyse; c. test de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of deze onafhankelijke variabelen onderling niet een te grote afhankelijkheid laten zien; d. H 1 n i 2 doet de regressieanalyse een verklaring van de historische onbalansen van het LFC-blok op basis van de onafhankelijke variabelen, die wordt aangeduid met de afhankelijke variabele Y, aan de hand van de onafhankelijke variabelen X...Xdoor parameters avoor i = 1...n, constante c en residu ε te vinden, zodanig dat de som van de kwadraten van het residu Σεminimaal is in het volgende regressiemodel: 6 Bij de in het tweede lid, onderdeel d, bedoelde toepassing van het voorspellingsmodel: a. vertaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het in het vijfde lid toegepaste regressiemodel naar een voorspellingsmodel door te bepalen met welke factor de onafhankelijke variabelen verwacht worden te veranderen in de komende dimensioneringsperiode ten opzichte van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode; b. i wordt de in onderdeel a bedoelde factor bepaald uit dezelfde bron als genoemd in het vierde lid, onderdeel b, en wordt aangeduid met kvoor i = 1...n; c. F worden de onbalansen van het LFC-blok voor de komende dimensioneringsperiode Yvoorspeld in het volgende voorspellingsmodel: 7 Bij de in het tweede lid, onderdeel e, bedoelde toepassing van de convolutie met de ruis: a. bepaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de ruis R als het verschil van de vijfminutengemiddelde waardes van de onbalansen van het LFC-blok uit de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde periode met het vijftienminutengemiddelde waardes van de onbalansen van een LFC-blok van dezelfde periode; b. R bepaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de kansdichtheidsfunctie f(o) van de ruis R, waarbij o de onbalans van het LFC-blok representeert binnen de kansdichtheidsfunctie; c. R YF F convolueert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de in onderdeel b bedoelde kansdichtheidsfunctie f(o) met de kansdichtheidsfunctie f(o) van de in het zesde lid, onderdeel c, bedoelde onbalansen van het LFC-blok voor de komende dimensioneringsperiode Y; d. YF,5m het resultaat van de in onderdeel c bedoelde convolutie is de voorspelling van de kansdichtheidsfunctie van de onbalansen van het LFC-blok op vijfminutenbasis f(o): 8 Voor de in het tweede lid, onderdeel f, bedoelde bepaling van de afregel- en opregelbehoefte: a. e e YF,5m berekent de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het 0,5en het 99,5percentiel van de in het zevende lid bepaalde onbalansen van het LFC-blok op vijfminutenbasis f(o); b. e vormt het 0,5percentiel de afregelbehoefte voor de komende dimensioneringsperiode; c. e vormt het 99,5percentiel de opregelbehoefte voor de komende dimensioneringsperiode. 9 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bepaalt de verdeling van de verwachte benodigde reservecapaciteit in de vorm van FRR als bedoeld in het eerste lid als volgt: a. in de vorm van automatische FRR (aFRR) tenminste een hoeveelheid die ertoe leidt dat: 1°. e de positieve aFRR groter is dan het 0,5percentiel van het verschil van het één-minuut-gemiddelde en het vijftien-minuten-gemiddelde van de actuele zonale regelfout van Nederland gesommeerd met de reeds uitgevoerde onbalansaanpassingen in de vorm van geactiveerde FRR en de onbalansnettingvermogensuitwisseling; 2°. e de negatieve aFRR groter is dan het 99,5percentiel van het verschil van het één-minuut-gemiddelde en het vijftien-minuten-gemiddelde van de actuele zonale regelfout van Nederland gesommeerd met de reeds uitgevoerde onbalansaanpassingen in de vorm van geactiveerde FRR en de onbalansnettingvermogensuitwisseling; b. in de vorm van handmatige FRR (mFRR): de resterende verwachte benodigde hoeveelheid. 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 14-09-2024
Artikel 9.25a — Artikel 9.25a#
Artikel 9.25a Vervallen 2020 49551 25-09-2020 24-09-2020 ACM/UIT/537989 2020 49551 25-09-2020 24-09-2020 ACM/UIT/537989 18-12-2022
Artikel 9.26 — Artikel 9.26#
Artikel 9.26 1 artikel 4.7, eerste lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de regionale netbeheerders dragen er zorg voor dat de mogelijkheid om bij lage frequentie automatisch verbruik te ontkoppelen, als bedoeld in, vanaf 18 december 2022 geactiveerd wordt bij de volgende frequentiedrempelwaardes en met de bijbehorende gespecificeerde hoeveelheden: a. bij 49,0 Hz een hoeveelheid nettoverbruik ter grootte van 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting; b. bij 48,8 Hz aanvullend op de in onderdeel a bedoelde hoeveelheid 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting; c. bij 48,6 Hz aanvullend op de in onderdeel a en b bedoelde hoeveelheid 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting; d. bij 48,4 Hz aanvullend op de in onderdeel a tot en met c bedoelde hoeveelheid 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting; e. bij 48,2 Hz aanvullend op de in onderdeel a tot en met d bedoelde hoeveelheid 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting; f. bij 48,0 Hz aanvullend op de in onderdeel a tot en met e bedoelde hoeveelheid 7,5% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotene in de totale belasting. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op: a. aangeslotenen die beschikken over een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) van toepassing is; b. aangeslotenen die beschikken over een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) niet van toepassing is, maar waaromtrent de aangeslotene met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is overeengekomen om aan de uitvoering van dit artikel mee te werken. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bepaalt in 2020 en vervolgens tenminste eenmaal per vijf jaar voor elke in het eerste en tweede lid bedoelde aangeslotene en voor zichzelf het procentuele aandeel in de totale belasting: a. voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet door het quotiënt te nemen van de som van het ten behoeve van afname van het landelijk hoogspanningsnet opgetreden maximale nettoverbruik van alle aansluitingen op het landelijk hoogspanningsnet in het voorgaande jaar die niet actief meewerken aan de in het eerste of tweede lid bedoelde regeling en het totaal van de ten behoeve van afname van het landelijk hoogspanningsnet opgetreden maximale nettoverbruik van alle aansluitingen op het landelijk hoogspanningsnet in het voorgaande jaar; b. voor de overige aangeslotenen door het quotiënt te nemen van het op diens aansluiting(en) opgetreden maximale nettoverbruik in het voorgaande jaar en het totaal van de ten behoeve van afname van het landelijk hoogspanningsnet opgetreden maximale nettoverbruik van alle aansluitingen op het landelijk hoogspanningsnet in het voorgaande jaar; c. in afwijking van onderdeel b voor een regionale netbeheerder op wiens distributienet een ander distributienet is aangesloten dat niet rechtstreeks is aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet door het overeenkomstig onderdeel b voor zijn net bepaalde procentuele aandeel in de totale belasting te verminderen met het voor de op zijn net aangesloten distributienetten bepaalde procentuele aandeel. 4 De instelling van de in het eerste lid bedoelde functionaliteit en de bepaling van de af te schakelen aansluitingen of netdelen vindt plaats door middel van het volgende rekenalgoritme: a. de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verdeelt de opgetreden maximale totale belasting van het voorgaande jaar over de in het eerste en tweede lid bedoelde aangeslotenen en zichzelf overeenkomstig de verdeelsleutel uit het derde lid; b. de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de in het eerste en tweede lid bedoelde aangeslotenen verdelen de aan hen op grond van de onderdelen a tot en met f van het eerste lid toegerekende hoeveelheden nettoverbruik over de af te schakelen aansluitingen en netdelen alsof de afschakeling had plaatsgevonden op het moment van het maximale nettoverbruik op hun aansluitingen in het voorgaande jaar. 5 Indien een in het eerste of tweede lid bedoelde netbeheerder of aangeslotene niet in staat is om de overeenkomstig het eerste lid bepaalde hoeveelheid nettoverbruik af te schakelen, ook al heeft deze aangeslotene de in het eerste lid bedoelde functionaliteit zodanig geïnstalleerd dat alle MS-richtingen waarachter zich een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 3 MW bevindt niet worden afgeschakeld, wordt de door deze aangeslotene niet afschakelbare hoeveelheid nettoverbruik door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet evenredig verdeeld over de overige in het eerste en tweede lid bedoelde aangeslotenen. 6 Indien een in het tweede lid bedoelde aangeslotene, gelet op de aard en omvang van zijn installatie of net, niet kan voldoen aan de in het eerste lid genoemde gespecificeerde hoeveelheden per frequentiedrempelwaarde, kan de desbetreffende aangeslotene, eventueel in samenwerking met een of meer andere aangeslotenen, in overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, uitvoering geven aan het eerste lid door toepassing van een deel van de in het eerste lid genoemde frequentiedrempelwaardes met daaraan aangepaste gespecificeerde hoeveelheden te ontkoppelen verbruik zodanig dat de som van de hoeveelheden minimaal 45% van het overeenkomstig het derde lid vastgestelde procentuele aandeel van de desbetreffende aangeslotenen in de totale belasting bedraagt. 7 De netbeheerder draagt er zorg voor dat een aangeslotene die beschikt over een aansluiting op het landelijk hoogspanningsnet en die niet op grond van het tweede lid zelf uitvoering geeft aan de automatische ontkoppeling bij lage frequentie als bedoeld in het eerste en vierde lid en die door middel van vraagsturing een substantiële bijdrage levert aan de frequentiehandhaving, als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de Verordening (EU) 2017/2196 (NC ER), bij de toepassing van de automatische ontkoppeling bij lage frequentie als bedoeld in het eerste en vierde lid, niet wordt afgeschakeld, dan wel ten behoeve van de afschakeling wordt ingedeeld in de als laatste afschakelende categorie waarin nog ruimte is, van de categorieën als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f. 2020 49551 25-09-2020 24-09-2020 ACM/UIT/537989 2020 49551 25-09-2020 24-09-2020 ACM/UIT/537989 26-09-2020
Artikel 9.27 — Artikel 9.27#
Artikel 9.27 1 Verordening (EU) 2016/631 Verordening (EU) 2016/631 artikel 3.24, tweede lid Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van(NC RfG) de(NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, als bedoeld in, geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 49,8 Hz en met een statiek van 5%. 2 Verordening (EU) 2016/631 Verordening (EU) 2016/631 artikel 3.13, vierde lid Aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type A, B, C of D, waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van(NC RfG) de(NC RfG) van toepassing is, dragen er zorg voor dat de levering van de frequentierespons voor het werkzaam vermogen, als bedoeld in, geactiveerd wordt bij een frequentiedrempelwaarde van 50,2 Hz en met een statiek van 5%. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 9.28 — Artikel 9.28#
Artikel 9.28 1 Uitsluitend met toestemming van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vindt wederinschakeling plaats van: a. door middel van frequentierelais afgeschakelde belasting, of b. handmatig afgeschakelde belasting, voor zover de afschakeling valt onder de coördinatie van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 2 Verordening (EU) 2017/2196 bijlage 5 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verwerft black-startmogelijkheden in een door hem te bepalen omvang. Hij bepaalt waar zij bij voorkeur gelokaliseerd moeten zijn en hanteert de productspecificaties als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van(NC ER) die zijn opgenomen in. 3 Verordening (EU) 2017/2196 bijlage 6 De in artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van(NC ER) bedoelde lijst met soorten significante netgebruikers en de door hen toe te passen maatregelen is opgenomen in. 4 Verordening (EU) 2017/2196 Significante netgebruikers met hoge prioriteit, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel d, van(NC ER), zijn aangeslotenen: a. waarvan de installatie onderdeel is van het landelijk gastransportnet, een gasproductienet, een gasopslagsysteem of een gasproductie-installatie en naar het gezamenlijke oordeel van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de netbeheerder van het landelijk gastransportnet cruciaal is voor het in stand houden van de openbare gasvoorziening of de gasvoorziening van gasgestookte elektriciteitsproductie-eenheden, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet; of b. waarvan de installatie een elektriciteitsproductie-installatie is die nucleaire energie als primaire energiebron heeft. 5 Verordening (EU) 2016/1388 artikel 4.7, vierde lid Regionale netbeheerders en aangeslotenen, die beschikken over een verbruiksinstallatie als bedoeld in artikel 19 van(NC DCC) jo., dragen er zorg voor dat hun distributienet of verbruiksinstallatie na een spanningsloze toestand van (een deel van) het landelijk hoogspanningsnet weer onder spanning gebracht wordt zodra de spanning in het landelijk hoogspanningsnet is hersteld. 6 artikel 3.24, derde lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan, indien de hersteltoestand van kracht is, aangeslotenen die beschikken over een synchrone elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D, opdragen de dode band van de frequentiegevoelige modus, als bedoeld in, uit te schakelen, in welk geval de aangeslotenen deze opdracht onverwijld uitvoeren. 7 artikel 10.25, zevende lid Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vermogen vordert van een marktpartij in het bescherm- en hertelproces zonder toepassing van een onbalansaanpassing, als bedoeld in, biedt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een vergoeding aan de BRP voor de onbalanskosten als gevolg van de vermogensvordering die de BRP redelijkerwijs niet kan voorkomen. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 9.29 — Artikel 9.29#
Artikel 9.29 1 Verordening (EU) 2017/2196 Verordening (EU) 2017/2196 Indien marktactiviteiten als genoemd in artikel 35, tweede lid, van de(NC ER), niet of niet volledig uitvoerbaar zijn voor één of meer betrokken partijen door een fout in één of meer systemen, zijn, overeenkomstig artikel 36, eerste lid, van de(NC ER), de volgende back-up- en fallbackprocedures van deze marktactiviteiten van toepassing: a. Verordening (EU) 2015/1222 Verordening (EU) 2016/1719 de aanlevering van zoneoverschrijdende capaciteit voor capaciteitstoewijzing bij de overeenkomstige biedzonegrenzen voor elke markttijdseenheid, als wordt verwacht dat het landelijk hoogspanningsnet niet tot de normale of alarmtoestand wordt hersteld overeenkomstig artikel 21, derde lid, van de(GL CACM) en artikel 42 en 46 van de(GL FCA), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten; b. de indiening van biedingen voor balanceringscapaciteit, reservecapaciteit FCR en balanceringsenergie door een aanbieder van een balanceringsdienst overeenkomstig de gepubliceerde fallbackprocedures op de website van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; c. artikel 10.14, vijfde lid de aanlevering van een gebalanceerde positie aan het einde van het day-aheadtijdsbestek door een BRP, als dat volgens de voorwaarden met betrekking tot balancering vereist is overeenkomstig; d. artikel 10.14, vijfde lid de aanlevering van positiewijzigingen van BRP's overeenkomstig de fallbackprocedures overeenkomstig, zoals gepubliceerd op de website van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, waarbij geldt dat indien op de dag waarop de positiewijziging betrekking heeft een noodtoestand of een black-outtoestand in Nederland heeft plaats gevonden, of indien er een fout in de systemen van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft plaats gevonden, de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het in artikel 10.14, zevende lid, genoemde tijdstip kan uitstellen naar een later moment; e. Verordening (EU) 2017/1485 de aanlevering van de schema's als bedoeld in artikel 111, eerste en tweede lid, van de(GL SO): 1°. artikel 13.11, achtste en negende lid artikel 13.12, zevende en achtste lid artikel 13.13, zesde en zevende lid artikel 13.14, zesde en zevende lid artikel 13.15, achtste en negende lid artikel 13.17, zevende en achtste lid indien deze betrekking hebben op prognoses als bedoeld in,,,,en, overeenkomstig de fallbackprocedures gepubliceerd op de website van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; 2°. artikel 10.14, vijfde lid indien deze betrekking hebben op commerciële handelsprogramma's overeenkomstig de fallbackprocedures overeenkomstig, zoals gepubliceerd op de website van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, waarbij geldt dat indien op de dag waarop het energieprogramma betrekking heeft een noodtoestand of een black-outtoestand in Nederland heeft plaats gevonden of indien er een fout in de systemen van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft plaats gevonden, de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het in artikel 10.14. zevende lid, genoemde tijdstip kan uitstellen naar een later moment. 2 Verordening (EU) 2017/2196 artikel 16, tweede lid, onderdeel h van de Elektriciteitswet 1998 Verordening (EU) 2017/2196 Indien marktactiviteiten, als genoemd in artikel 35, tweede lid, van de(NC ER), niet volledig uitvoerbaar zijn voor één of meer betrokken partijen doordat een buitenlandse instelling als bedoeld in, haar markt heeft opgeschort, zijn, overeenkomstig artikel 36, eerste lid, van de(NC ER), de volgende back-up en fallbackprocedures van de marktactiviteiten van toepassing; a. Verordening (EU) 2015/1222 Verordening (EU) 2016/1719 capaciteitstoewijzing door transmissierechten voor jaar- en maandtransporten overeenkomstig artikel 21, derde lid, van de(GL CACM) en artikel 42 en 46 van de(GL FCA), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten; b. Verordening (EU) 2015/1222 prijskoppeling voor day-aheadtransporten overeenkomstig artikel 36, derde lid, artikel 44, artikel 50 en artikel 72 van de(GL CACM), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten; c. Verordening (EU) 2015/1222 prijskoppeling voor intradaytransporten overeenkomstig artikel 36, derde lid, en artikel 72 van de(GL CACM), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten; d. Verordening (EU) 2015/1222 binnenlandse intradayhandel op een NEMO overeenkomstig artikel 36, derde lid, artikel 44, artikel 50 en artikel 72 van de(GL CACM), alsmede de op deze artikelen gebaseerde methodologieën en overeenkomsten; e. Verordening (EU) 2017/1485 balanceringsmarkten overeenkomstig artikel 146 en artikel 147 van de(GL SO); f. artikel 10.1, derde lid binnenlandse intradayhandel buiten de NEMO's om overeenkomstig; g. artikel 10.1, derde lid onbalansverrekening overeenkomstig. 3 De in het eerste en tweede lid genoemde fallbackprocedures alsmede de interactie van de marktprocessen met het real-time herstelproces worden nader toegelicht op de website van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 14-09-2024
Artikel 9.30 — Artikel 9.30#
Artikel 9.30 1 artikel 9.11, eerste lid Netbeheerders passen in het betreffende congestiegebied congestiemanagement toe overeenkomstig het in, genoemde onderzoek. 2 artikel 9.9, eerste lid Congestiemanagement in een bepaald gebied eindigt op het moment dat er geen sprake meer is van een structureel tekort aan beschikbare transportcapaciteit in het desbetreffende gebied zoals aangekondigd in. 3 artikel 9.8 Het einde van congestiemanagement in een bepaald gebied zal door de netbeheerder ten minste één week voor het daadwerkelijke einde worden gepubliceerd via de inbedoelde website. Deze publicatie bevat ten minste de volgende gegevens: a. een aanduiding van het desbetreffende congestiegebied; b. de datum waarop congestiemanagement niet meer van kracht zal zijn; en c. de onderbouwing van de beëindiging van congestiemanagement. 4 artikel 9.41, vierde lid artikel 9.45, vijfde lid artikelen 10.17 10.18 Aangeslotenen en CSP’s waarvan een bieding overeenkomstig, is afgeroepen dan wel waarvoor een capaciteitssturing overeenkomstig artikel 9.41, vierde lid, of, is afgeroepen, worden hierna en in deenaangeduid als CG-aangeslotene. 5 artikel 9.31, tweede lid Verordening (EU) 2019/943 Aangeslotenen in het congestiegebied, die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, stellen de netbeheerder op de hoogte van de benodigde gegevens om vergoeding voor niet-marktgebaseerde redispatch, als bedoeld in, uit te kunnen voeren overeenkomstig artikel 13, zevende lid van. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.31 — Artikel 9.31#
Artikel 9.31 1 Netbeheerders verkrijgen congestiemanagementdiensten door de volgende producten aan te kopen: a. bijlage 11 bieding redispatch overeenkomstig; of b. bijlage 12 capaciteitssturing overeenkomstig. 2 Verordening (EU) 2019/943 In aanvulling op het eerste lid geldt dat, als de congestiemanagementdiensten als bedoeld in het eerste lid, in de dagelijkse voorbereiding en de dagelijkse uitvoering de voorziene fysieke congestie niet in voldoende mate oplossen, de netbeheerder niet-marktgebaseerde redispatch toepast op de in het congestiegebied aanwezige elektriciteitsproductie-eenheden en elektriciteitsopslageenheden, volgens de richtlijnen die daarvoor in artikel 13 vanzijn opgenomen. 3 De in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde diensten kunnen door de netbeheerder voor langere tijd worden gecontracteerd bij CSP’s. De in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde diensten kunnen door de netbeheerder voor langere tijd worden gecontracteerd bij aangeslotenen of CSP’s. Voor deze contracten geldt een prijs die niet hoger is dan in het normaal economisch verkeer gebruikelijk. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.32 — Artikel 9.32#
Artikel 9.32 1 De netbeheerders verlenen gezamenlijk aan een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap, niet zijnde een netbeheerder, op aanvraag een erkenning als CSP. Een natuurlijke persoon, rechtspersoon dan wel vennootschap kan slechts voor één erkenning als CSP in aanmerking komen. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet beheert een register waarin de in het eerste lid bedoelde erkenningen worden geregistreerd. 3 De CSP heeft het recht om congestiemanagementdiensten aan te bieden: a. namens een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, een elektriciteitsopslageenheid met een capaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW of een verbruiksinstallatie met een capaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW; b. bijlage 11 in het geval van een bieding redispatch overeenkomstig, namens een groep van één of meer aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW, een elektriciteitsopslageenheid met een capaciteit kleiner dan 1 MW of een verbruiksinstallatie met een capaciteit kleiner dan 1 MW; b1. bijlage 12 in het geval van een capaciteitssturing overeenkomstig, namens een groep van één of meer aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, een elektriciteitsopslageenheid of een verbruiksinstallatie; en c. Verordening (EU) 2019/943 op grond van compensatiehandel, als bedoeld in artikel 2, lid 27, van. 4 De aanvraag voor een erkenning als CSP wordt schriftelijk en ondertekend door een bevoegd persoon ingediend bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet volgens een door de netbeheerders gezamenlijk uit te geven model. 5 Een erkenning als CSP wordt verleend nadat: a. bijlagen 11 12 de aanvrager met succes het pre-kwalificatieproces voor het leveren van ten minste één product op grond vanenheeft afgerond; en b. de netbeheerder zich ervan heeft vergewist dat de aanvrager beschikt over de deskundigheid en over de technische, administratieve en organisatorische faciliteiten die vereist zijn om als CSP te kunnen optreden. 6 artikel 9.8 De netbeheerders stellen gezamenlijk de criteria op voor de vereisten als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel b. Deze criteria worden gepubliceerd op de inbedoelde website. 7 bijlagen 11 12 De netbeheerders stellen pre-kwalificatiecriteria op voor elk van de op grond vanente leveren producten. 8 Een erkenning als CSP wordt ingetrokken wanneer een CSP zijn verplichtingen jegens een of meer netbeheerders niet nakomt, nadat de netbeheerder de CSP hierop heeft geattendeerd en de CSP in staat is gesteld om alsnog te voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in het zesde lid. 9 artikel 9.8 De netbeheerders stellen gezamenlijk de omstandigheden, criteria en procedures op die leiden tot de intrekking van een erkenning als CSP. Deze omstandigheden, criteria en procedures worden gepubliceerd op de inbedoelde website. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.33 — Artikel 9.33#
Artikel 9.33 1 bijlage 11 12 artikel 9.8 De netbeheerders publiceren het volledige overzicht van specificaties voor de producten op grond vanen, inclusief procedures en pre-kwalificatiecriteria op de inbedoelde website. 2 De netbeheerder geeft in de productspecificaties als bedoeld in het eerste lid ten minste aan hoe de verrekening zal plaatsvinden en op welke termijn. Deze verrekening zal gebaseerd zijn op ten minste de volgende gegevens: a. bijlage 11 per onbalansverrekeningsperiode, het volume van biedingen redispatch per richting en de prijs van de geaccepteerde bieding bij producten op grond van; b. bijlage 12 de hoeveelheid capaciteitssturing en de prijs voor de sturing bij producten op grond van. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.34 — Artikel 9.34#
Artikel 9.34 1 bijlage 11 bijlage 12 Een CSP die namens een aangeslotene of een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in, dan wel namens een aangeslotene of een groep van aangeslotenen wil bijdragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig de specificaties in, dient de aansluiting of de groep van bij die aangeslotenen horende aansluitingen bij de netbeheerder te pre-kwalificeren. 2 Een groep van aansluitingen bestaat uit één of meer aansluitingen. 3 Ten behoeve van de pre-kwalificatie van een groep van aansluitingen deelt de CSP de netbeheerder de EAN-codes mee van de in de groep deelnemende aansluitingen. Elke aansluiting die deel uitmaakt van een groep van aansluitingen voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden: a. de aansluiting maakt niet reeds deel uit van een andere groep van dezelfde of een andere CSP; b. artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas de allocatiemethode van de aansluiting, als bedoeld inheeft de waarde: 1°. “telemetrie”; of 2°. “slimme-meter-allocatie”. c. bijlage 11 indien de CSP met een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in, is de maximumcapaciteit van een met de aansluiting aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid kleiner dan 1 MW; en d. bijlage 11 indien de CSP met een groep van aangeslotenen biedingen wil doen overeenkomstig de specificaties in, is de capaciteit van een met de aansluiting aangesloten verbruiksinstallatie kleiner dan 1 MW. 4 In aanvulling op het derde lid geldt de voorwaarde dat: a. voor elke aansluiting waarbij de maximumcapaciteit van de aangesloten productie-eenheid of de capaciteit van de aangesloten verbruiksinstallatie kleiner is dan 1 MW en die deel uitmaakt van de groep in het aansluitingenregister van de netbeheerder dezelfde BRP vermeld staat; en b. artikel 9.41, vierde lid indien de CSP met een groep van aansluitingen biedingen wil doen als bedoeld in, elke aansluiting deel uitmaakt van het desbetreffende congestiegebied. 5 Ten behoeve van de pre-kwalificatie van een aansluiting deelt de CSP de netbeheerder de EAN-code mee van de aansluiting. Voor de aansluiting geldt dat: a. de maximumcapaciteit van een met de aansluiting aangesloten elektriciteitsproductie-eenheid of de capaciteit van een met de aansluiting aangesloten verbruiksinstallatie groter is dan of gelijk is aan 1 MW; en b. de aansluiting niet reeds bij een andere of dezelfde CSP is vermeld. 6 bijlage 11 bijlage 12 De netbeheerder beoordeelt mede op basis van het derde, vierde en vijfde lid of de CSP gerechtigd is met die aansluiting of groep van aansluitingen biedingen te doen overeenkomstig, dan wel met die aansluiting of groep van aansluitingen bij te dragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig de specificaties in. 7 De netbeheerder informeert de betrokken BRP over de opname van een aansluiting waarvoor hij balanceringsverantwoordelijkheid uitoefent in een portfolio van een CSP. 8 De CSP geeft mutaties in de groepssamenstelling onverwijld door aan de netbeheerder. 9 De netbeheerder voert bij elke hem op grond van het achtste lid doorgegeven mutatie opnieuw de beoordeling als bedoeld in het zesde lid uit en stelt de CSP op de hoogte van het resultaat. 10 Informatiecode elektriciteit en gas De netbeheerder voert bij elke wijziging op grond van de processen van devan de in het aansluitingenregister vastgelegde gegevens van een van de aansluitingen in een groep opnieuw de beoordeling als bedoeld in het zesde lid uit en stelt de CSP op de hoogte van het resultaat. 2024 12275 18-04-2024 18-04-2024 ACM/UIT/618381 2024 12275 18-04-2024 18-04-2024 ACM/UIT/618381 19-04-2024
Artikel 9.35 — Artikel 9.35#
Artikel 9.35 1 artikel 13.10 paragrafen 9.10 9.11 artikelen 13.12 13.14 In afwijking vangeldt voor de uitvoering van de regeling in deenzonder uitzondering een grenswaarde van 1 MW voor de in deenbedoelde gegevensuitwisseling. 2 artikel 13.12, zevende en achtste lid artikel 13.14, zesde en zevende lid artikel 9.34 bijlage 11 bijlage 12 In aanvulling op, en, geldt voor aansluitingen die deelnemen aan een groep van aansluitingen als bedoeld indat de gegevens als bedoeld in artikel 13.12, zevende en achtste lid, en artikel 13.14, zesde en zevende lid, tevens geaggregeerd per groep worden aangeleverd door de CSP indien de CSP bijdraagt aan het oplossen van fysieke congestie op grond vanof op grond vanwaarbij, met inachtneming van bijlage 12, zesde lid, onderdeel a, inzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt is afgesproken. 3 artikel 13.12, achtste lid, artikel 13.14, zevende lid paragrafen 9.10 9.11 In afwijking vanen, geldt voor de uitvoering van de regeling in deendat wijzigingen van de ter beschikking gestelde prognoses direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder ter beschikking worden gesteld indien de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit dan wel van het maximaal af te nemen vermogen, of indien de wijziging groter is dan 1 MW. 4 Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het tweede lid ter beschikking gestelde geaggregeerde prognose van de hoeveelheid van het net af te nemen vermogen dan wel op het net in te voeden vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder ter beschikking gesteld indien die wijzigingen groter zijn dan 1 MW. 5 artikel 9.41, vierde lid artikel 9.45, vijfde lid Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het eerste en het tweede lid ter beschikking gestelde gegevens worden direct na het bekend worden van die wijziging ter beschikking gesteld van de netbeheerder indien die wijziging wordt geïnitieerd door het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig, dan wel. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022
Artikel 9.36 — Artikel 9.36#
Artikel 9.36 1 artikel 9.35 paragraaf 13.2 Indien de CG-aangeslotene afwijkt van de op grond vanenaangeleverde gegevens, berekent de netbeheerder voor het verschil tussen die gegevens en de daadwerkelijk uitgewisselde energie op de desbetreffende aansluiting dan wel groep van aansluitingen per onbalansverrekeningsperiode een prijs per MWh, hierna te noemen de congestie-nietleveringprijs. 2 artikel 9.35 paragraaf 13.2 De congestie-nietleveringprijs is ten hoogste gelijk aan, indien het in het eerste lid bedoelde verschil tussen de op grond vanenaangeleverde gegevens en de daadwerkelijk uitgewisselde energie het karakter heeft van: a. het invoeden van energie, de voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode geldende landelijke onbalansprijs voor onbalans met het karakter invoeden aangevuld met de financiële ondersteuning die de CG-aangeslotene op basis van het geproduceerde elektriciteitsvolume ontvangt. Indien de voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode geldende landelijke onbalansprijs voor onbalans met het karakter invoeden negatief is, dan bedraagt de congestie-nietleveringprijs € 0,00; b. het afnemen van energie, de voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode landelijke onbalansprijs voor onbalans met het karakter afnemen dan wel de geldende day-aheadclearingprijs indien deze hoger is; c. artikel 12.16 Verordening (EU) 2015/1222 het afnemen van energie en indien de fallback procedure is toegepast als bedoeld inof als bedoeld in artikel 44 van de(GL CACM), de voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode landelijke onbalansprijs voor onbalans met het karakter afnemen dan wel de geldende referentie biedzone prijs indien deze hoger is. 3 De netbeheerder kan de inkoopkosten voor de additionele behoefte aan flexibiliteit die ontstaat als gevolg van niet-levering door een CG-aangeslotene, op de CG-aangeslotene verhalen. De netbeheerder verschaft de CG-aangeslotene een onderbouwing van deze kosten. 4 De netbeheerder brengt ten hoogste de hoogste van de op het tweede en derde lid gebaseerde vergoeding in rekening. 5 artikel 9.33, tweede lid De verrekening van de congestie-nietleveringprijs of de additionele kosten als bedoeld in het tweede en derde lid vindt gelijktijdig plaats met de verrekening als bedoeld in. 2024 12275 18-04-2024 18-04-2024 ACM/UIT/618381 2024 12275 18-04-2024 18-04-2024 ACM/UIT/618381 19-04-2024
Artikel 9.31#
artikel 9.31
Artikel 9.37 — Artikel 9.37#
Artikel 9.37 1 artikel 9.31 Deze paragraaf bevat de uitvoeringsregels voor congestiemanagement met inzet van de middelen als benoemd in. 2 De aangeslotene kan de uitvoering van de regeling van deze paragraaf overdragen aan een CSP. 3 bijlage 11 bijlage 12 artikel 9.34 Een CSP dient voor elke aansluiting of groep van aansluitingen waarmee hij biedingen overeenkomstigwil doen, dan wel waarmee hij wil bijdragen aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstigdaartoe op grond vangerechtigd te zijn. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022
Artikel 9.38 — Artikel 9.38#
Artikel 9.38 bijlage 11 artikel 9.41 Indien de netbeheerder vermoedt dat één of meer bij het biedproces betrokken aangeslotenen of CSP’s uitzonderlijk afwijkende biedingen overeenkomstig de specificatiesdoen waardoor het biedproces als bedoeld inmogelijk ondoelmatig verloopt, meldt de netbeheerder dit vermoeden aan de Autoriteit Consument en Markt. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022
Artikel 9.39 — Artikel 9.39#
Artikel 9.39 1 artikel 9.35 bijlage 11 Voor de uitvoering van de regeling van deze paragraaf kan de netbeheerder nadere voorwaarden stellen aan de mate waarin de overeenkomstigaan te leveren gegevens overeenkomen met de realisatie alvorens biedingen overeenkomstigvan of namens de desbetreffende aangeslotene(n) te accepteren. 2 artikel 9.8 artikel 9.41, vijfde lid De netbeheerder publiceert op de inbedoelde website per congestiegebied het tijdstip waarop overeenkomstig, biedingen ten uiterste afgeroepen worden. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022
Artikel 9.40 — Artikel 9.40#
Artikel 9.40 1 artikel 9.41 De netbeheerder voert dagelijks de procedure uit zoals beschreven in. 2 artikel 9.41 bijlage 12 De netbeheerder kan voorafgaand aan de procedure zoals beschreven ingebruik maken van het vermogen dat aangeslotenen of CSP’s overeenkomstig de specificaties inter beschikking hebben gesteld ten behoeve van het oplossen van fysieke congestie. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022
Artikel 9.41 — Artikel 9.41#
Artikel 9.41 1 artikel 9.35 paragraaf 13.2 Mede op basis van de gegevens die de netbeheerder ontvangt op grond vanenbepaalt de netbeheerder of de van toepassing zijnde operationele veiligheidsgrenzen de volgende dag in het congestiegebied kunnen worden gehandhaafd. 2 De netbeheerder publiceert uiterlijk om 15:30 uur voor welke tijdsblokken de volgende dag hij biedingen verwacht. 3 De in het tweede lid bedoelde biedingen worden uiterlijk 16:00 uur bij de netbeheerder ingediend. 4 De netbeheerder brengt de benodigde capaciteit in overeenstemming met de beschikbare capaciteit met behulp van: a. artikel 9.1, tweede en derde lid het hem overeenkomstig het derde of vierde lid of, ter beschikking gestelde vermogen ten behoeve van redispatch; b. artikel 9.1, eerste lid bijlage 12 met behulp van het op grond van, ter beschikking gestelde vermogen indien op grond vaninzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken; of c. niet-marktgebaseerde redispatch van elektriciteitsproductie-eenheden indien de middelen benoemd in onderdelen a en b niet toereikend zijn. 5 artikel 9.39, tweede lid Aangeslotenen en CSP’s waarvan een bieding overeenkomstig het vierde lid is afgeroepen, ontvangen hiervan uiterlijk op het overeenkomstig, gepubliceerde tijdstip bericht. 6 artikel 9.1, tweede en derde lid bijlage 12 De netbeheerder roept per onbalansverrekeningsperiode per afgeroepen bieding dan wel opgedragen capaciteitsvermindering dan wel per opgedragen niet-marktgebaseerde redispatch een gelijke hoeveelheid vermogen af buiten het congestiegebied. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstig, ter beschikking gestelde vermogen of met behulp van het op grond van artikel 9.1, eerste lid, ter beschikking gestelde vermogen indien op grond vaninzet na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport van het ter beschikking gestelde vermogen is afgesproken. 7 artikel 9.2, vierde lid Onverminderd het bepaalde in, volgt de netbeheerder bij wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde gegevens de stappen als bedoeld in het eerste, vierde, vijfde en zesde lid. 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 2024 27562 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/626951 27-08-2024
Artikel 9.42 — Artikel 9.42#
Artikel 9.42 artikel 9.8 bijlage 12 artikel 9.41, vierde lid De netbeheerder publiceert maandelijks op de website als bedoeld in, het in de voorgaande maand afgeroepen vermogen per dag. De netbeheerder maakt daarbij onderscheid tussen vermogen op grond van, ingezet voor het sluiten van de day-aheadmarkt en het overeenkomstig, ingezette vermogen. Tevens zal de netbeheerder aangeven wanneer bij de selectie van een energie- of capaciteitssturing andere redenen dan kosteneffectiviteit een rol hebben gespeeld en deze keuze motiveren. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.43 — Artikel 9.43#
Artikel 9.43 1 Deze paragraaf bevat de uitvoeringsregels voor congestiemanagement met inzet van capaciteitssturing en niet-marktgebaseerde redispatch. 2 bijlage 12 artikel 9.34 Een CSP dient voor elke aansluiting of groep van aansluitingen waarmee hij bijdraagt aan het oplossen van fysieke congestie overeenkomstig, daartoe op grond vangerechtigd te zijn. 3 bijlage 12 Verordening (EU) 2019/943 De netbeheerder maakt bij de uitvoering van congestiemanagement overeenkomstig deze paragraaf uitsluitend gebruik van capaciteitssturing overeenkomstigen van niet-marktgebaseerde redispatch toegepast op de in het congestiegebied aanwezige elektriciteitsproductie-eenheden, en de in het congestiegebied aanwezige verbruiksinstallaties volgens de richtlijnen die daarvoor in artikel 13 van dezijn opgenomen. 4 Bij het uitvoeren van congestiemanagement overeenkomstig deze paragraaf werkt de netbeheerder op volgorde: a. artikel 9.44 van kosteneffectiviteit op grond vanverschuldigde vergoeding; en b. van toerbeurtsgewijze toewijzing, waarbij de netbeheerder een ondergrens stelt aan het gecontracteerd transportvermogen voor afname of voor invoeding van in aanmerking komende aansluitingen. 5 artikel 9.8 De netbeheerder publiceert de in het zesde lid, onderdeel b, bedoelde ondergrens van te voren op de inbedoelde website. 6 artikel 9.1, zevende lid Indien het congestiegebied een net van een andere netbeheerder omvat maken de betrokken netbeheerders, onverminderd, afspraken over de uitwisseling van de voor de uitvoering van deze paragraaf benodigde gegevens en indien nodig over de uitvoering van deze paragraaf. 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 2025 42474 12-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/662511 13-12-2025
Artikel 9.44 — Artikel 9.44#
Artikel 9.44 1 artikel 9.45, vijfde lid Verordening (EU) 2019/943 Voor het uitvoeren van een overeenkomstig, opgedragen beperking betaalt de netbeheerder een vergoeding overeenkomstig artikel 13, zevende lid, van. De aangeslotene overlegt daartoe bewijsstukken aan de netbeheerder. 2 De financiële verrekening als bedoeld in het eerste lid vindt uiterlijk 30 dagen na afloop van de desbetreffende kalendermaand plaats. 3 Als uitzondering op het tweede lid geldt dat de financiële verrekening als bedoeld in het eerste lid voor de vergoeding financiële ondersteuning die zou zijn ontvangen zonder de opgedragen beperking, plaatsvindt na afloop van het desbetreffende kalenderjaar en uiterlijk 60 dagen nadat de aangeslotene de informatie over de definitief vastgestelde financiële ondersteuning aan de netbeheerder heeft verstrekt. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 9.45 — Artikel 9.45#
Artikel 9.45 1 De netbeheerder voert dagelijks de procedure zoals beschreven in het tweede tot en met het zesde lid uit. 2 bijlage 12 De netbeheerder kan voorafgaand aan de procedure zoals beschreven in dit artikel gebruik maken van het vermogen dat aangeslotenen of CSP’s overeenkomstig de specificaties inter beschikking hebben gesteld ten behoeve van het oplossen van fysieke congestie. 3 artikel 9.35 paragraaf 13.2 Mede op basis van de gegevens die de netbeheerder ontvangt op grond vanenbepaalt de netbeheerder of de van toepassing zijnde operationele veiligheidsgrenzen de volgende dag in het congestiegebied kunnen worden gehandhaafd. 4 De netbeheerder publiceert uiterlijk om 15:30 uur of de volgende dag in (een deel van) het congestiegebied congestie verwacht wordt. 5 artikel 9.43 De netbeheerder draagt met in achtneming vanaangeslotenen op hoeveel zij per onbalansverrekeningsperiode de volgende dag meer of minder dienen in te voeden dan wel te verbruiken. 6 artikel 9.1 De netbeheerder roept per onbalansverrekeningsperiode per opgedragen actie overeenkomstig het vijfde lid een gelijke hoeveelheid vermogen af buiten het congestiegebied. Hij maakt daarvoor gebruik van het hem overeenkomstigter beschikking gestelde vermogen. 7 artikel 9.2, vierde lid Onverminderd het bepaalde in, volgt de netbeheerder bij wijzigingen van de in het derde lid bedoelde gegevens de stappen als bedoeld in het vijfde en zesde lid. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022 Wijziging is herplaatst. 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 2022 14201 25-05-2022 24-05-2022 ACM/UIT/577139 25-11-2022
Artikel 9.46 — Artikel 9.46#
Artikel 9.46 1 artikel 9.45, vijfde lid Indien een aangeslotene drie keer de opdracht van de netbeheerder overeenkomstig, niet nakomt, is de netbeheerder gerechtigd de aansluiting fysiek aan te passen teneinde de capaciteit van de aansluiting in overeenstemming te brengen met de capaciteit die ten maximale toegestaan kan worden teneinde de operationele veiligheidsgrenzen te waarborgen. 2 artikel 9.34, tweede lid De in het eerste lid bedoelde aanpassing wordt bij het beëindigen van congestiemanagement, als bedoeld in, ongedaan gemaakt. 2024 12275 18-04-2024 18-04-2024 ACM/UIT/618381 2024 12275 18-04-2024 18-04-2024 ACM/UIT/618381 19-04-2024
Artikel 10.1 — Artikel 10.1#
Artikel 10.1 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. opregelen: het leveren van elektrische energie aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uit het door die netbeheerder ten behoeve van de systeembalans ingezette aFRR, noodvermogen en het MARI-product; b. afregelen: het leveren van elektrische energie door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de beheerders van het door die netbeheerder ten behoeve van de systeembalans ingezette aFRR, noodvermogen en het MARI-product; c. prijs voor opregelen: artikel 10.39a de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, overeenkomstigter bepaling van de waarde van energie in geval van opregelen; d. prijs voor afregelen: artikel 10.39a de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, overeenkomstigter bepaling van de waarde van energie in geval van afregelen; e. vervallen; f. regeltoestand: artikel 10.29 een parameter waarmee de gevraagde regelactie aan leveranciers van aFRR en noodvermogen en het verloop daarvan gedurende een onbalansverrekeningsperiode wordt geïdentificeerd. Deze parameter wordt door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vastgesteld volgens; g. balans-delta: de som van de door de frequentieregeling gevraagde reactie aan leveranciers van aFRR; h. middenprijs: het gemiddelde van de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, van de laagste bieding voor opregelen van aFRR aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de prijs per MWh, bepaald per onbalansverrekeningsperiode, van de hoogste bieding voor afregelen van aFRR aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; i. prijs voor ingezet noodvermogen: artikel 10.39 achtste en negende lid de prijs die tot stand komt door middel van twee berekeningsmethodes, één voor opregelen en één voor afregelen. Deze prijs wordt door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bepaald volgens. 2 hoofdstuk artikel 1, eerste lid, onderdeel o, van de Elektriciteitswet 1998 Het in Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB) en in ditgebruikte begrip balanceringsverantwoordelijkheid omvat dezelfde verantwoordelijkheid als bedoeld met het ingedefinieerde begrip programmaverantwoordelijkheid. 3 hoofdstuk De voorwaarden uit ditzijn van toepassing, ongeacht de systeemtoestand van het elektriciteitsvoorzieningssysteem. 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 01-12-2025
Artikel 10.2 — Artikel 10.2#
Artikel 10.2 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan aan een natuurlijk persoon, rechtspersoon, niet zijnde een netbeheerder, of vennootschap, niet zijnde een netbeheerder, op aanvraag een erkenning als BRP verlenen. Een natuurlijk persoon, rechtspersoon, niet zijnde een netbeheerder, dan wel vennootschap kan slechts voor één erkenning als BRP in aanmerking komen. 2 De BRP heeft het recht: a. balanceringsverantwoordelijkheid voor de eigen aansluitingen uit te oefenen, tenzij hij kleinverbruiker is; b. de uitoefening van balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluitingen van derden aan te bieden als dienst; c. energieprogramma’s in te dienen; d. transactiepartij te zijn in energieprogramma’s. 3 De in het tweede lid genoemde rechten zijn niet overdraagbaar. 4 artikel 10.3, eerste lid De BRP mag de in het tweede lid genoemde rechten uitoefenen met ingang van de dag die volgt op de dag waarop hij als zodanig in het BRP-register, bedoeld in, is ingeschreven. 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 25-12-2019
Artikel 10.3 — Artikel 10.3#
Artikel 10.3 1 artikel 10.4, eerste lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet beheert een register, hierna te noemen het BRP-register, waarin de namen, adressen, telefoon- en faxnummers alsmede de gegevens ten behoeve van computermatige communicatie zijn vermeld van de in, bedoelde BRP's. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet deelt aan de BRP de datum van zijn inschrijving in het BRP-register mee. 3 Een BRP heeft het recht het BRP-register in te zien en hem betreffende onjuistheden daarin te doen corrigeren. 4 Wijzigingen in het BRP-register geeft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet onverwijld door aan de andere netbeheerders en BRP's. 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 01-02-2019
Artikel 10.4 — Artikel 10.4#
Artikel 10.4 1 artikel 10.2 Tot het uitoefenen van balanceringsverantwoordelijkheid voor een aansluiting laat een netbeheerder slechts natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen toe aan wie de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeenkomstigeen erkenning als BRP heeft verleend. 2 Een aangeslotene die de balanceringsverantwoordelijkheid voor zijn aansluiting niet zelf uitoefent, draagt die balanceringsverantwoordelijkheid over aan een BRP. 3 paragraaf 4.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas Een aangeslotene die de balanceringsverantwoordelijkheid voor zijn aansluiting niet zelf uitoefent, laat de beoogde BRP aan de netbeheerder op wiens net hij is aangesloten overeenkomstig het proces uitmelden aan welke BRP hij zijn balanceringsverantwoordelijkheid heeft overgedragen. 4 paragraaf 4.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas Een aangeslotene die het voornemen heeft zijn balanceringsverantwoordelijkheid over te dragen aan een andere BRP dan de BRP die tot dan toe balanceringsverantwoordelijkheid voor hem heeft uitgeoefend, laat de beoogde BRP aan de netbeheerder die het aangaat overeenkomstig het proces uitmelden aan welke BRP hij zijn balanceringsverantwoordelijkheid heeft overgedragen. 5 hoofdstuk 4 van de Informatiecode elektriciteit en gas In afwijking van het gestelde in het derde en vierde lid geldt dat in het geval een leverancier, daartoe gemachtigd, voor een aangeslotene balanceringsverantwoordelijkheid regelt, de leverancier de in het derde en het vierde lid bedoelde melding doet overeenkomstig de processen uit. 6 hoofdstuk 4 van de Informatiecode elektriciteit en gas Een netbeheerder doet overeenkomstigaan de BRP die tot aan de in het vierde lid bedoelde overdracht de balanceringsverantwoordelijkheid van de aangeslotene uitoefent, onverwijld mededeling van het feit dat hem een kennisgeving als bedoeld in het vierde lid heeft bereikt en door hem is aanvaard. 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 30-04-2021
Artikel 10.5 — Artikel 10.5#
Artikel 10.5 1 Netbeheerders dragen hun balanceringsverantwoordelijkheid voor de compensatie van netverliezen over aan een BRP. 2 artikel 10.4, derde tot en met zesde lid Met betrekking tot de balanceringsverantwoordelijkheid van een netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, voor de compensatie van netverliezen is het in, bepaalde van toepassing, met dien verstande dat de in kennis te stellen netbeheerder de netbeheerder is van het net op een hoger spanningsniveau waarop het net van de eerstgenoemde netbeheerder is aangesloten. 3 Op de overdrachtspunten van aansluitingen tussen twee netten wordt geen onbalans bepaald in het kader van de uitoefening van balanceringsverantwoordelijkheid. 4 paragraaf 13.5 In afwijking het derde lid wordt op de aansluiting van een gesloten distributiesysteem op het net van een netbeheerder wel onbalans bepaald in het kader van de uitoefening van balanceringsverantwoordelijkheid indien het een gesloten distributiesysteem betreft waarvan de beheerder geen gebruik maakt van het elektronische berichtenverkeer zoals bedoeld inten behoeve van het faciliteren van derdentoegang. 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 01-02-2019
Artikel 10.6 — Artikel 10.6#
Artikel 10.6 1 Indien een BRP die door middel van een overeenkomst met een leverancier balanceringsverantwoordelijkheid draagt voor een grootverbruikaansluiting die overeenkomst wenst te beëindigen, stelt hij de grootverbruiker en de Ieverancier en de netbeheerder die het aangaat tenminste twintig werkdagen voor de beoogde ingangsdatum schriftelijk in kennis. 2 De in het eerste lid bedoelde in kennis stelling van de grootverbruiker vindt plaats bij aangetekende brief en de in dat lid bedoelde termijn van twintig werkdagen vangt aan op het moment van ontvangst van deze aangetekende brief. 3 artikel 10.4, vijfde lid paragraaf 4.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas De grootverbruiker laat de beoogde BRP of de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig, tenminste vijf werkdagen voor de in het eerste lid bedoelde ingangsdatum aan de netbeheerder die het aangaat overeenkomstig het proces uitmelden welke BRP vanaf die datum voor de aansluiting balanceringsverantwoordelijkheid draagt. 4 artikel 10.4, vijfde lid artikel 11.8 Indien de grootverbruiker of de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig, niet tijdig aan zijn in het derde lid bedoelde verplichting voldoet, treedtvoor de betreffende aansluiting in werking. De netbeheerder die het aangaat, verwittigt onverwijld de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de Autoriteit Consument en Markt. 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 30-04-2021
Artikel 10.7 — Artikel 10.7#
Artikel 10.7 1 De aanvraag om een erkenning als BRP wordt schriftelijk en ondertekend door een bevoegd persoon ingediend bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeenkomstig een door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uit te geven model waarmee de aanvrager zich, na het ontvangen van een erkenning, verbind tot het naleven van de in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden voor het uitoefenen van balanceringsverantwoordelijkheid. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet beslist binnen dertig dagen na ontvangst van het aanvraagformulier of de aanvrager voor erkenning als BRP in aanmerking kan worden gebracht. 3 Indien bij de aanvraag niet alle benodigde gegevens zijn verstrekt, wordt de in het tweede lid genoemde termijn opgeschort totdat is voldaan aan het verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet om verstrekking van de ontbrekende gegevens. 4 Onverminderd het overigens bij of krachtens de Elektriciteitswet 1998 bepaalde, wordt een erkenning verleend, nadat: a. de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zich ervan heeft vergewist dat de aanvrager beschikt over de deskundigheid en over de technische, administratieve en organisatorische faciliteiten die vereist zijn om balanceringsverantwoordelijkheid te kunnen uitoefenen, en; b. artikel 10.8 de aanvrager financiële zekerheid heeft gesteld overeenkomstig het bepaalde in. 5 Wanneer een eerdere erkenning van de aanvrager is ingetrokken, willigt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de aanvraag niet in dan nadat hij zich ervan heeft vergewist dat de redenen die tot intrekking van de eerdere erkenning hebben geleid niet meer aanwezig zijn en geen grond bestaat voor het vermoeden dat deze redenen zich opnieuw zullen voordoen. 6 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet doet een beslissing tot verlening van een erkenning als BRP zo spoedig mogelijk in de Staatscourant publiceren, waarbij de naam, het adres en de woonplaats van de BRP worden vermeld. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 10.8 — Artikel 10.8#
Artikel 10.8 1 artikel 10.7, vierde lid, onderdeel b De financiële zekerheid, bedoeld in, wordt gesteld in de vorm van een bankgarantie overeenkomstig een door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uit te geven model, al dan niet, naar keuze van de BRP, aangevuld met een bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aangehouden deposito. 2 De omvang van de door een BRP te stellen financiële zekerheid wordt afgeleid van: a. het hoogste netto-transactievolume in MWh van die BRP met enige andere BRP voor alle uren gedurende één etmaal, en; b. de totale transportcapaciteit van de aansluitingen van grootverbruikers, waarvoor hij balanceringsverantwoordelijkheid draagt. 3 De eerste maal is de omvang van de te stellen financiële zekerheid gebaseerd op het door de BRP verwachte hoogste netto-transactievolume als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, met een ondergrens van 50 MW. 4 De in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde omvang wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde marktprijs van energie over een periode van drie maanden voorafgaand aan de bepaling van de omvang van de te stellen financiële zekerheid, met een ondergrens van € 40 per MWh. Het resulterende bedrag wordt in het dertiende lid aangeduid met de letter 'A'. 5 Indien wordt vastgesteld dat het hoogste netto-transactievolume waarop de omvang van de zekerstelling is gebaseerd meer dan incidenteel wordt overschreden, verhoogt de BRP de zekerstelling op eerste schriftelijke verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, waarbij de nieuwe omvang zal worden gebaseerd op het hoogste netto-transactievolume dat in de zes voorafgaande weken gedurende één etmaal is vastgesteld. 6 Indien wordt vastgesteld dat het daadwerkelijk hoogste netto-transactievolume op etmaalbasis structureel lager is dan het hoogste netto-transactievolume waarop de omvang van de zekerstelling is gebaseerd, verleent de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op schriftelijk verzoek van de BRP toestemming tot verlaging van de zekerstelling, waarbij de nieuwe omvang zal worden gebaseerd op het gemiddelde van de hoogste dagelijkse nettotransactievolumes in de zes voorafgaande weken, met een ondergrens van 50 MW. 7 Indien een BRP balanceringsverantwoordelijkheid voor aansluitingen van grootverbruikers draagt, heeft het in het vijfde en zesde lid bepaalde zowel betrekking op de transactievolumes van de BRP als op de transportcapaciteit van de aansluitingen waarvoor hij balanceringsverantwoordelijkheid draagt, terwijl bovendien geldt dat indien in enige maand de totale capaciteit van de aansluitingen waarvoor de balanceringsverantwoordelijkheid bestaat met meer dan 50 MW wordt uitgebreid, de BRP gehouden is daarvan onverwijld mededeling te doen aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 8 De transportcapaciteit, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt bepaald aan de hand van de opgave door de andere netbeheerders aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, waarbij de andere netbeheerders per BRP eens per maand aangeven hoeveel aansluitingen vallen in de klasse: a. 2–10 MW; b. 11–25 MW; c. 26–50 MW; d. groter dan 50 MW, met vermelding van de capaciteit per aansluiting in deze klasse. 9 Per BRP wordt voor de in het achtste lid, onderdelen a tot en met c, genoemde klassen per klasse het aantal aansluitingen in die klasse vermenigvuldigd met de laagste capaciteit van die klasse. 10 Voor de in het achtste lid, onderdeel d, genoemde klasse wordt uitgegaan van het totaal van de feitelijke capaciteit van de aansluitingen in die klasse. 11 Het in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde element voor de bepaling van de omvang van de door een BRP te stellen financiële zekerheid is gebaseerd op de overeenkomstig het achtste tot en met tiende lid bepaalde capaciteit voor die BRP, vermenigvuldigd met 24, met een ondergrens van 50 MW. 12 Het in het elfde lid bedoelde product wordt vermenigvuldigd met de gemiddelde marktprijs van energie over een periode van drie maanden voorafgaand aan de bepaling van de omvang van de te stellen financiële zekerheid, met een ondergrens van € 40 per MWh. Het resulterende bedrag wordt in het dertiende lid aangeduid met de letter ‘B’. 13 Het bedrag waarvoor de BRP financiële zekerheid dient te stellen, bedraagt: a. twee maal A indien dat groter is dan of gelijk aan B; of b. A plus B indien twee maal A kleiner is dan B. 14 Verordening (EU) 2015/1222 In afwijking van het dertiende lid bedraagt de zekerstelling € 100.000 indien de BRP een NEMO is, blijkend uit vermelding op de in artikel 4, tiende lid, van(GL CACM) bedoelde lijst. 2023 32716 04-12-2023 30-11-2023 ACM/UIT/608146 2023 32716 04-12-2023 30-11-2023 ACM/UIT/608146 05-12-2023
Artikel 10.9 — Artikel 10.9#
Artikel 10.9 1 Een BRP oefent balanceringsverantwoordelijkheid uit voor de aansluitingen waarvoor hij in het aansluitingenregister op enig moment als BRP is vermeld. 2 Ten aanzien van de verplichting van een BRP om met betrekking tot een aansluiting balanceringsverantwoordelijkheid uit te oefenen, mag de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet afgaan op hetgeen in het aansluitingenregister omtrent de balanceringsverantwoordelijkheid voor die aansluiting is vermeld, onverminderd het recht van die BRP op correctie van een onjuiste vermelding en onverminderd zijn aanspraak jegens de desbetreffende netbeheerder tot vergoeding van de kosten die door een aan die netbeheerder toe te rekenen onjuiste vermelding zijn veroorzaakt. 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 01-02-2019
Artikel 10.10 — Artikel 10.10#
Artikel 10.10 1 artikel 10.35, eerste en tweede lid artikel 11.1, tweede lid De erkenning van een BRP wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop de netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet hiertoe besluit overeenkomstig, rekening houdend met een eventueel besluit tot opschorting overeenkomstig, ongeacht of de betreffende BRP op die datum is uitgeschreven uit het BRP-register en de intrekking van zijn erkenning is gepubliceerd, een en ander als bedoeld in het tweede en derde lid. 2 Wanneer de erkenning van een BRP is ingetrokken of de intrekking van de erkenning is opgeschort, stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de andere netbeheerders en BRP’s daarvan onverwijld in kennis en verwerkt hij dit in het BRP-register voor de desbetreffende BRP. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert de intrekking van een erkenning van een BRP zo spoedig mogelijk in de Staatscourant, onder vermelding van naam, adres en woonplaats van de betrokken natuurlijke of rechtspersoon alsmede van de datum waarop de erkenning is ingetrokken en van de datum waarop de BRP uit het BRP-register is uitgeschreven. 2023 7460 10-03-2023 09-03-2023 ACM/UIT/588857 2023 7460 10-03-2023 09-03-2023 ACM/UIT/588857 11-03-2023
Artikel 10.11 — Artikel 10.11#
Artikel 10.11 1 Een BRP dient dagelijks vóór 09:00 uur of een door de gezamenlijke netbeheerders in onderling overleg te bepalen ander tijdstip bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een extern commercieel handelsprogramma voor de volgende dag in dat voortvloeit uit eerder verkregen toestemming van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor importen, exporten en transits voor meer dan één dag. 2 Uiterlijk twee uur en 15 minuten na het tijdstip waarop het in het eerste lid bedoelde extern commercieel handelsprogramma moet zijn ingediend, bericht de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de BRP welke in het extern commercieel handelsprogramma opgenomen importen, exporten en transits hij, rekening houdend met de beschikbare capaciteit van de landsgrensoverschrijdende verbindingen voor de volgende dag heeft toegewezen en welke ruimte ten behoeve van de spotmarkt voor de volgende dag beschikbaar is op de landsgrensoverschrijdende verbindingen. 3 Indien de toewijzing, bedoeld in het tweede lid, niet overeenstemt met het extern commercieel handelsprogramma, bedoeld in het eerste lid, dient de BRP bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vóór 14:30 uur op dezelfde dag een bijgesteld extern commercieel handelsprogramma in. 4 Indien het extern commercieel handelsprogramma of bijgesteld extern commercieel handelsprogramma voor de volgende dag niet vóór het in het eerste lid onderscheidenlijk het derde lid bedoelde tijdstip is ingediend, wijst de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geen capaciteit op landsgrensoverschrijdende verbindingen ten behoeve van de in dat extern commercieel handelsprogramma opgenomen transporten toe. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 10.12 — Artikel 10.12#
Artikel 10.12 1 Een BRP dient dagelijks vóór 14:30 uur bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een energieprogramma in. 2 Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op het in het eerste lid bedoelde tijdstip geen energieprogramma ontvangt van een BRP, dan hanteert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor de betreffende BRP voor elke onbalansverrekeningsperiode van het volgende etmaal de waarde van 0 MWh in het interne commerciële handelsprogramma. De betreffende BRP wordt hiervan onverwijld geïnformeerd. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 10.13 — Artikel 10.13#
Artikel 10.13 1 artikel 10.12 artikel 10.11 Voor zover in de inbedoelde energieprogramma’s andere externe commerciële handelsprogramma's zijn opgenomen dan de externe commerciële handelsprogramma's die overeenkomstigzijn toegewezen, bericht de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uiterlijk een half uur na het in artikel 10.12 genoemde tijdstip welke van die externe commerciële handelsprogramma's hij, rekening houdend met de beschikbare capaciteit van de landsgrensoverschrijdende verbindingen, heeft toegewezen. 2 artikel 10.12 In geval de toewijzing, bedoeld in het eerste lid, niet overeenstemt met het inbedoelde energieprogramma, dient de BRP bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vóór 16:00 uur een met betrekking tot het extern commercieel handelsprogramma bijgesteld energieprogramma in. 3 Artikel 10.11, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de in het eerste en tweede lid bedoelde externe commerciële handelsprogramma's. 4 artikel 10.11, tweede lid artikel 10.13, eerste lid Indien een toewijzing van transportcapaciteit als bedoeld in, of, niet vóór 17:30 uur op dezelfde dag wordt bevestigd door de beheerder van dat deel van de desbetreffende landsgrensoverschrijdende verbinding dat niet in Nederland is gelegen, vervalt de toewijzing. 5 artikel 10.14, vijfde lid Zo spoedig mogelijk nadat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de BRP die het aangaat heeft ingelicht dat zich het in het vierde lid bedoelde geval heeft voorgedaan, dient deze BRP een wijziging van het energieprogramma in waarin het vervallen van de toewijzing is verwerkt en waarbij het bepaalde in, in acht is genomen. 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 25-12-2019
Artikel 10.14 — Artikel 10.14#
Artikel 10.14 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet onthoudt zijn goedkeuring aan een energieprogramma, indien hetgeen in het extern commercieel handelsprogramma per onbalansverrekeningsperiode omtrent een landgrensoverschrijdende energietransactie is vermeld niet strookt met hetgeen over diezelfde transactie is vermeld in het extern commercieel handelsprogramma overeen gekomen met de buitenlandse instelling die op grond van nationale wettelijke regels belast is met beheer van het transmissiesysteem aan de andere kant van de landsgrens. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet onthoudt voorts zijn goedkeuring aan een energieprogramma, indien dat programma, gelet op de bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ingediende prognoses, de verwachting wettigt dat zich transportproblemen op de aankoppelingspunten met het landelijk hoogspanningsnet zullen voordoen. 3 Aanstonds nadat hij van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bericht heeft ontvangen dat goedkeuring aan zijn energieprogramma is onthouden, dient de BRP een verbeterd energieprogramma in, dat opnieuw de goedkeuring van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet behoeft. 4 Een goedgekeurd energieprogramma gaat in op 0:00 uur van de dag waarop het betrekking heeft. 5 Indien hetgeen in het intern commercieel handelsprogramma per onbalansverrekeningsperiode omtrent een energie-transactie is vermeld niet strookt met hetgeen omtrent diezelfde transactie is vermeld in het intern commercieel handelsprogramma van enige andere BRP, dan hanteert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor beide BRP's in de betreffende onbalansverrekeningsperiode 0 waardes. De betreffende BRP wordt hiervan onverwijld geïnformeerd. 6 artikel 10.13, vijfde lid In het in, bedoelde geval, of in geval van een aanpassing van het extern commercieel handelsprogramma dient een BRP een wijziging op het energieprogramma in die zodanig is dat daardoor het evenwicht wordt hersteld dat door aanpassing van het extern commercieel handelsprogramma verloren is gegaan. 7 In de volgende gevallen leidt een door een BRP ingediende wijziging op een goedgekeurd energieprogramma, dan wel door conform de regeling betreffende meer dan één NEMO in een biedzone namens de BRP ingediende wijziging van de in het goedgekeurde energieprogramma opgenomen extern commercieel handelsprogramma, tot goedkeuring daarvan door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet: a. indien de wijziging een transactie met een andere BRP betreft: hetgeen in de ingediende wijziging per onbalansverrekeningsperiode omtrent een energietransactie is vermeld, strookt met hetgeen omtrent diezelfde transactie is vermeld in een door enige andere BRP ingediende wijziging op een goedgekeurd energieprogramma; b. indien de wijziging de in het goedgekeurde energieprogramma opgenomen extern commercieel handelsprogramma betreft: de betreffende netbeheerder van het in het buitenland gelegen deel van de desbetreffende landsgrensoverschrijdende verbinding, bevestigt de wijziging. 8 Wijzigingen op een goedgekeurd energieprogramma kunnen ingediend worden tot uiterlijk 10:00 uur op de dag die volgt op de dag waar het energieprogramma betrekking op heeft. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 10.15 — Artikel 10.15#
Artikel 10.15 1 Een meetverantwoordelijke rapporteert, uiterlijk 20 werkdagen na het einde van de kalendermaand, aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een maandelijks overzicht met daarin: a. Het aantal aansluitingen dat op enig moment in de desbetreffende maand telemetriegrootverbruikaansluiting is geweest; b. artikel 6.2.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas De met het net uitgewisselde hoeveelheid energie, die is verwerkt in de dagelijkse berichten met meetgegevens overeenkomstig; c. De met het net uitgewisselde hoeveelheid energie, die is verwerkt in de maandelijkse berichten met meetgegevens; d. Voor aansluitingen waar een afwijking is geconstateerd: 1° Het aantal aansluitingen 2° artikel 6.2.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas De met het net uitgewisselde hoeveelheid energie, die is verwerkt in de dagelijkse berichten met meetgegevens overeenkomstig; 3° artikel 6.2.2.6 van de Informatiecode elektriciteit en gas De met het net uitgewisselde hoeveelheid energie, die is verwerkt in de maandelijkse berichten met meetgegevens overeenkomstig; 4° artikel 6.2.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas Het aantal aansluitingen met een aansluitcapaciteit groter dan 1 MVA waarvoor aan de meetgegevens op grond vanin de dagelijkse berichten met meetgegevens een andere status is gegeven dan ‘gemeten en gevalideerd’; e. artikel 6.2.3.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas Het aantal gebeurtenissen, dat een meetverantwoordelijke aan de aangeslotene, netbeheerder, BRP of leverancier kenbaar heeft gemaakt, overeenkomstig; f. artikel 6.2.4.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas Het aantal gebeurtenissen, dat een meetverantwoordelijke aan de aangeslotene, netbeheerder, BRP of leverancier kenbaar heeft gemaakt, overeenkomstig. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert maandelijks de gecumuleerde landelijke gegevens zoals deze op basis van het eerste lid gerapporteerd zijn. 3 Voor de in het eerste lid beschreven rapportage gebruikt de meetverantwoordelijke het format dat door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, na overleg met de meetverantwoordelijke, is verstrekt. 2022 33246 19-12-2022 29-11-2022 ACM/UIT/587681 2022 33246 19-12-2022 29-11-2022 ACM/UIT/587681 18-03-2023
Artikel 10.16 — Artikel 10.16#
Artikel 10.16 1 artikel 10.26, derde lid artikel 10.18, vierde lid 10.19, vierde lid De door de netbeheerder, op basis van, van een BRP ontvangen verzoeken tot aanpassing van de hem eerder op basis van, en, toegezonden meetgegevens zullen door de netbeheerder worden afgehandeld binnen twee werkdagen na ontvangst van het verzoek tot aanpassing. 2 artikel 10.26, derde lid artikel 10.18, vierde lid 10.19, vierde lid Verzoeken op basis van, neemt de netbeheerder aan wie het verzoek is gericht niet in behandeling wanneer meer dan vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop hij overeenkomstig, of, de meetgegevens aan die BRP heeft verzonden, tenzij de BRP de fout waarvan hij correctie verzoekt redelijkerwijs niet binnen die termijn heeft kunnen opmerken. 3 De netbeheerder beoordeelt het verzoek tot aanpassing en beantwoordt dit met een acceptatie of afwijzing met reden. 2022 7436 17-03-2022 10-03-2022 ACM/UIT/569567 2022 7436 17-03-2022 10-03-2022 ACM/UIT/569567 19-03-2022
Artikel 10.17 — Artikel 10.17#
Artikel 10.17 1 Bijlage 15 De netbeheerder deelt ten behoeve van het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid de aansluitingen op het door hem beheerde net in profielcategorieën in overeenkomstig. 2 Bijlage 1 van de Informatiecode elektriciteit en gas Bijlage 16 De netbeheerder hanteert voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor de profielcategorieën E3 en E4A de overeenkomstigvastgestelde profielen en voor de overige profielcategorieën de overeenkomstigbepaalde profielen. 3 De netbeheerder gaat voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid uit van de meetgegevens: a. paragraaf 6.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas paragraaf 6.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas die hij overeenkomstigontvangen heeft en overeenkomstigheeft verwerkt; b. artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas die hij uitleest uit meetinrichtingen in het overdrachtspunt van kleinverbruikaansluitingen waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft; en c. geregistreerd door de meetinrichtingen in het (de) overdrachtspunt(en) van de aansluitingen van zijn net met andere netten. 4 artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas bijlage 17 In afwijking van respectievelijk in aanvulling op het derde lid gaat de netbeheerder voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid van grootverbruikers die beschikken over een profielgrootverbruikmeetinrichting, respectievelijk kleinverbruikers waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld inde waarde “profielallocatie” heeft, uit van de gegevens die hij overeenkomstigbepaalt. 5 artikel 2.30 2.31 In aanvulling op het vierde lid gaat de netbeheerder voor het samenstellen van de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid van aangeslotenen die beschikken over een aansluiting die op grond vanenniet voorzien is van een meetinrichting, uit van: a. bijlage 19 het belastingprofiel dat overeenkomstig de systematiek beschreven inis vastgesteld; of b. bijlage 17 de gegevens die hij overeenkomstigbepaalt indien aan de aansluiting om historische redenen een profielcategorie is toegekend. 6 De netbeheerder bepaalt per netgebied, per onbalansverrekeningsperiode het restantvolume door het saldo te bepalen van de uitwisseling van het netgebied met andere netten bedoeld in het derde lid, onderdeel c, de gemeten volumes bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, de gegevens bedoeld in het vierde en vijfde lid en de netverliezen. 7 bijlage 18 De netbeheerder bepaalt per netgebied de meetgegevens ten behoeve van balanceringsverantwoordelijkheid voor geprofileerde aansluitingen overeenkomstig. 8 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de andere netbeheerders leggen de in het derde, vijfde en zevende lid bedoelde meetgegevens met betrekking tot de aansluitingen op hun netten per BRP, per leverancier en per profielcategorie per onbalansverrekeningsperiode vast in dagrapporten. 9 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas De netbeheerder verzamelt ten behoeve van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de hoeveelheid met zijn net uitgewisselde energie per netgebied, per BRP, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode, op basis van de in het derde, vijfde en zevende lid bedoelde gegevens, voor elke waarde van allocatiemethode van aansluitingen, als bedoeld in, onderscheidenlijk, te weten: a. ‘telemetrie’; b. ‘slimme-meter-allocatie’; c. ‘profielallocatie’. 10 De netbeheerder verzamelt op basis van de in het derde, vijfde en zevende lid bedoelde gegevens ten behoeve van iedere BRP de hoeveelheid met zijn net uitgewisselde energie per netgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode: a. artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas voor de aansluitingen waarvoor de desbetreffende BRP balanceringsverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld inde waarde “telemetrie” heeft: per aansluiting; b. artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas voor de aansluitingen waarvoor de desbetreffende BRP balanceringsverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld inde waarde “telemetrie” heeft: per leverancier; c. artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas voor de aansluitingen waarvoor de desbetreffende BRP balanceringsverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van de aansluiting bedoeld inde waarde “profielallocatie” heeft: per profielcategorie en per leverancier; d. artikel 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas voor de aansluitingen waarvoor de desbetreffende BRP balanceringsverantwoordelijkheid draagt en waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld inde waarde “slimme-meter-allocatie” heeft: per leverancier. 11 artikel 10.20 Wanneer de in het negende en tiende lid bedoelde meetgegevens een voorlopig karakter hebben, wordt daarvan bij de verstrekking melding gemaakt. In dat geval worden de definitieve meetgegevens overeenkomstigverwerkt. 2024 21778 09-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/595335 2024 21778 09-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/595335 01-01-2025
Artikel 10.18 — Artikel 10.18#
Artikel 10.18 1 artikel 10.17, negende lid De netbeheerder stuurt de op grond van, verzamelde meetgegevens inzake alle aansluitingen op zijn net aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor 16:00 uur van de eerste kalenderdag na afloop van het desbetreffende etmaal. 2 Vervallen. 3 Netbeheerders van netten met een spanningsniveau gelijk aan of hoger dan 110 kV verstrekken tevens de meetgegevens met betrekking tot de hoeveelheden met andere netten uitgewisselde energie, op vijftienminutenbasis, aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, voor zover deze hoeveelheden niet gemeten worden door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 4 artikel 10.17, tiende lid De netbeheerder stuurt de op grond van, verzamelde meetgegevens aan de desbetreffende BRP voor 16:00 uur van de eerste kalenderdag na afloop van het desbetreffende etmaal. 5 De netbeheerder die aansluitingen in een congestiegebied beheert, stuurt aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor iedere CG-aangeslotene in dat gebied de hoeveelheid op de desbetreffende aansluitingen met het net uitgewisselde energie per onbalansverrekeningsperiode voor 16:00 uur van de eerste werkdag na afloop van het desbetreffende etmaal. 6 De netbeheerder die aansluitingen in een congestiegebied beheert, stuurt aan iedere CG-aangeslotene de hoeveelheid op zijn aansluitingen met het net uitgewisselde energie per onbalansverrekeningsperiode voor 16:00 uur van de eerste kalenderdag na afloop van het desbetreffende etmaal. 2023 27954 16-10-2023 12-10-2023 ACM/UIT/604384 2023 27954 16-10-2023 12-10-2023 ACM/UIT/604384 01-07-2025
Artikel 10.19 — Artikel 10.19#
Artikel 10.19 1 artikel 6.2.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas artikel 6.2.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas De netbeheerder vervangt indien van toepassing voor de desbetreffende aansluitingen de op basis vanvan de meetverantwoordelijke ontvangen meetgegevens door de herziene meetgegevens die hem op basis vandoor de desbetreffende meetverantwoordelijke voor 10:00 uur van de vijfde werkdag na afloop van het desbetreffende etmaal zijn toegestuurd. 2 artikel 10.17, negende en tiende lid De netbeheerder voert opnieuw de in, beschreven acties uit. 3 artikel 10.17, negende lid De netbeheerder stuurt de op grond van het tweede lid jo., opnieuw verzamelde meetgegevens inzake al zijn aansluitingen aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor 16:00 uur van de vijfde werkdag na afloop van het desbetreffende etmaal. 4 artikel 10.17, tiende lid De netbeheerder stuurt de op grond van het tweede lid juncto, opnieuw verzamelde meetgegevens aan de desbetreffende BRP's voor 16:00 uur van de vijfde werkdag na afloop van het desbetreffende etmaal. 2023 27954 16-10-2023 12-10-2023 ACM/UIT/604384 2023 27954 16-10-2023 12-10-2023 ACM/UIT/604384 01-07-2025
Artikel 10.20 — Artikel 10.20#
Artikel 10.20 1 artikel 10.17, negende en tiende lid artikel 6.2.2.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas De netbeheerder voert de in, beschreven acties uit op de op grond vanvan de meetverantwoordelijken ontvangen definitieve meetgegevens. 2 artikel 10.17, negende lid De netbeheerder stuurt de op grond van het eerste lid jo., opnieuw verzamelde meetgegevens inzake al zijn aansluitingen aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet onverwijld doch uiterlijk voor 12:00 uur van de tiende werkdag na afloop van het desbetreffende etmaal. 3 artikel 10.17, tiende lid De netbeheerder stuurt de op grond van het eerste lid jo., opnieuw verzamelde meetgegevens aan de desbetreffende BRP's voor 12:00 uur van de tiende werkdag na afloop van het desbetreffende etmaal. 4 artikel 10.26, vijfde lid artikel 10.17, negende en tiende lid Indien de netbeheerder tussen 12:00 en 16:00 uur van de tiende werkdag na de dag van collectie van de meetgegevens van de BRP een verzoek zoals bedoeld in, heeft ontvangen, zal de netbeheerder zo mogelijk en nodig de op grond van, verzamelde meetgegevens aanpassen. Vervolgens worden deze meetgegevens als definitieve meetgegevens diezelfde dag voor 24:00 uur verzonden aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en aan de desbetreffende BRP. 2023 4969 16-02-2023 26-01-2023 ACM/UIT/587445 2023 4969 16-02-2023 26-01-2023 ACM/UIT/587445 01-04-2023
Artikel 10.21 — Artikel 10.21#
Artikel 10.21 Vervallen 2022 7436 17-03-2022 10-03-2022 ACM/UIT/569567 2022 7436 17-03-2022 10-03-2022 ACM/UIT/569567 19-03-2022
Artikel 10.22 — Artikel 10.22#
Artikel 10.22 1 De netbeheerder geeft dagelijks aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet per deelnet de som van alle, via dat net uitgewisselde energie door. 2 De netbeheerder geeft dagelijks aan de andere met hem gekoppelde netbeheerders per aansluiting tussen de desbetreffende netten per meetperiode de tussen hem en die netbeheerders uitgewisselde energie door. 3 Voor zover overeengekomen, geeft een netbeheerder aan een andere met hem gekoppelde netbeheerder per aansluiting tussen de desbetreffende netten per meetperiode de tussen hem en die andere netbeheerder uitgewisselde blindenergie door. 4 De netbeheerder geeft aan andere, op zijn net aangesloten, netbeheerders de meetgegevens ten behoeve van de verrekening van de transportdiensten door. 2023 4969 16-02-2023 26-01-2023 ACM/UIT/587445 2023 4969 16-02-2023 26-01-2023 ACM/UIT/587445 01-04-2023
Artikel 10.23 — Artikel 10.23#
Artikel 10.23 1 Iedere werkdag publiceert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op haar website per onbalansverrekeningsperiode de som van de door aangeslotenen met een opgesteld vermogen van 10 MW of meer op het net ingevoede elektriciteit, vermeerderd met de som van de uitgewisselde energie op de landgrensoverschrijdende netten. Publicatie vindt plaats de werkdag volgend op de daadwerkelijke meting. 2 Iedere werkdag geven de netbeheerders ten behoeve van de publicatie op grond van het eerste lid de meetgegevens per aangeslotene met een opgesteld vermogen van 10 MW of meer per onbalansverrekeningsperiode door aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 3 Artikel 10.17, negende en tiende lid , zijn op overeenkomstige wijze van toepassing op het tweede lid. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geeft bij de op grond van het eerste lid gepubliceerde gegevens aan wat de sommatie is van de geprogrammeerde importen respectievelijk de geprogrammeerde exporten. 5 Binnen elf werkdagen na de eerste publicatie maakt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de in het eerste en vierde lid genoemde data definitief. 2023 4969 16-02-2023 26-01-2023 ACM/UIT/587445 2023 4969 16-02-2023 26-01-2023 ACM/UIT/587445 01-04-2023
Artikel 10.24 — Artikel 10.24#
Artikel 10.24 1 artikel 10.17, negende lid 10.18, derde lid Op basis van de volgens, en, ontvangen gegevens vergelijkt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de som van de invoedingen in elk deelnet, waarvan het spanningsniveau gelijk is aan of hoger is dan 110 kV, met de som van het verbruik in dat deelnet. Bij een geconstateerde afwijking groter dan 1000 kWh per dag wordt een melding gemaakt naar de desbetreffende netbeheerder en wordt deze netbeheerder verzocht de gegevens te (doen) corrigeren. 2 artikel 10.18, tweede lid Elk kwartaal zal de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de overige netbeheerders berichten over de trends in de restantvolumecorrectiefactoren die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op grond van, ontvangt. 2023 4969 16-02-2023 26-01-2023 ACM/UIT/587445 2023 4969 16-02-2023 26-01-2023 ACM/UIT/587445 01-04-2023
Artikel 10.25 — Artikel 10.25#
Artikel 10.25 1 Iedere werkdag stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet per BRP een overzicht samen van diens prestaties met betrekking tot het direct voorafgaande etmaal. Dit overzicht bevat per etmaal de volgende gegevens: a. het door de BRP bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ingediende en door hem goedgekeurde energieprogramma, met inbegrip van eventuele goedgekeurde wijzigingen daarvan; b. artikel 10.18, eerste lid de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op basis van, van netbeheerders ontvangen meetgegevens; c. de onbalans en onbalansaanpassing; d. artikel 10.30 de inbedoelde onbalansprijs voor elke onbalansverrekeningsperiode; e. het totaalbedrag ter zake van de onbalans. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht aan de desbetreffende BRP voor 17:00 uur van de eerste werkdag na het etmaal waarop dat overzicht betrekking heeft. 3 artikel 10.19, derde lid artikel 10.18, eerste lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht aan de desbetreffende BRP voor 17:00 uur van de vijfde werkdag na het etmaal waarop dat overzicht betrekking heeft. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, ‘’ in plaats van ‘’ gelezen te worden. 4 artikel 10.20, derde lid artikel 10.18, eerste lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht, aan de desbetreffende BRP voor 15:00 uur van de tiende werkdag na het etmaal waarop dat overzicht betrekking heeft. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, ‘’ in plaats van ‘’ gelezen te worden. 5 artikel 10.20, vierde lid artikel 10.18, eerste lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stuurt, indien van toepassing, direct na de op basis van, van een netbeheerder ontvangen meetgegevens van een bepaald etmaal, het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht onverwijld aan de desbetreffende BRP. Daarbij dient in het eerste lid, onderdeel b, ‘artikel 10.20, vierde lid’ in plaats van ‘’ gelezen te worden. 6 Wanneer de in het eerste lid bedoelde werkdag volgt op een weekeinde of een algemeen erkende feestdag, betreft de in het eerste lid bedoelde gegevensverstrekking dat weekeinde onderscheidenlijk die feestdag of -dagen en het etmaal dat daaraan is voorafgegaan. 7 Bij de vaststelling van de in artikel het eerste lid, onderdeel c, bedoelde onbalansaanpassing houdt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet rekening met de hoeveelheid energie die meer of minder is geleverd ingeval het gaat om: a. de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluiting of aansluitingen waarop een BSP actief is met wie de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een overeenkomst met betrekking tot de terbeschikkingstelling van aFRR, noodvermogen of het MARI-product heeft gesloten en het meer of minder leveren heeft plaatsgevonden onder die overeenkomst; b. bijlage 11 de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluiting of aansluitingen waarop een CSP actief is waarvan een redispatch-product wordt afgeroepen als bedoeld in, waarbij de afroep in overeenstemming met bijlage 11, vierde lid, onderdeel b, niet genomineerd wordt als handel met een specifieke BRP; c. de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluiting of aansluitingen van een significante netgebruiker wanneer deze eenduidig te bepalen is naar aanleiding van een maatregel vanuit het systeembeschermings- en herstelplan die leidt tot een aanpassing van invoeding of afname van werkzaam vermogen. 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 14-09-2024
Artikel 10.26 — Artikel 10.26#
Artikel 10.26 1 artikel 10.25, tweede tot en met vijfde lid De BRP kan bij controle op grond van het tweede en vijfde lid gebruik maken van de gegevens die hij ingevolge, van de netbeheerder heeft ontvangen. 2 artikel 10.18, vierde lid 10.19, vierde lid De BRP controleert voor de meetgegevens per aansluiting die hij op grond van, en, van de netbeheerders ontvangen heeft of de netbeheerder de volumes heeft toegerekend overeenkomstig de gegevens in zijn aansluitingenregister. 3 Indien uit de controle in het tweede lid blijkt dat deze niet voldoet, dient de BRP een herzieningsverzoek in bij de desbetreffende netbeheerder. Daarbij wordt aangegeven om welk van de volgende redenen de meetgegevens zijn afgekeurd: a. de meetgegevens werden verwacht, maar zijn niet ontvangen; b. de meetgegevens zijn ontvangen, maar werden niet verwacht. 4 Vervallen. 5 artikel 10.20, derde lid De BRP kan tot 16:00 uur van de dag waarop hij op grond van, meetgegevens heeft ontvangen bij de desbetreffende netbeheerder reclameren over deze meetgegevens. 2023 27954 16-10-2023 12-10-2023 ACM/UIT/604384 2023 27954 16-10-2023 12-10-2023 ACM/UIT/604384 17-10-2023
Artikel 10.27 — Artikel 10.27#
Artikel 10.27 1 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas De netbeheerder gaat voor het verzamelen van de meetgegevens ten behoeve van de reconciliatie over maand M voor aansluitingen waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in, de waarde ‘profielallocatie’ heeft, uit van meterstanden die betrekking hebben op maand M en die uiterlijk op de laatste dag van maand M+3 zijn vastgesteld. 2 bijlage 2 De netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, zendt uiterlijk de laatste werkdag van maand M+4 het aan een BRP toe te rekenen totale reconciliatievolume voor de reconciliatieperiode zoals bedoeld inaan de desbetreffende BRP en deze totalen van alle betrokken BRP's aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 3 De netbeheerder zendt uiterlijk de tiende werkdag van maand M+5 aan de BRP, ter specificatie van de volgens het vierde lid te ontvangen gegevens de volgende gegevens per gereconcilieerde aansluiting en per kalendermaand: a. de kalendermaand waarin de reconciliatierun heeft plaatsgevonden; b. de kalendermaand waarover het gereconcilieerde volume is vastgesteld; c. de EAN-code van de aansluiting; d. de bedrijfs EAN-code van de BRP; e. de bedrijfs EAN-code van de leverancier; f. de EAN-code van het netgebied waartoe de aansluiting behoort; g. artikel 10.20, tweede lid het op basis van, toegerekende volume tijdens normaaluren; h. artikel 10.20, tweede lid het op basis van, toegerekende volume tijdens laaguren; i. het op basis van meterstanden berekende volume tijdens normaaluren; j. het op basis van meterstanden berekende volume tijdens laaguren. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zendt uiterlijk op de tiende werkdag van maand M+5 aan de BRP de volgende gegevens: a. het totaal van de in het tweede lid bedoelde verzamelde gegevens; b. bijlage 3 de reconciliatieprijs, voor de normaaluren en de laaguren, wordt bepaald overeenkomstig, artikel 6; en c. het totaal nog te betalen of te ontvangen bedrag. 5 De BRP's die per saldo moeten betalen, dragen er zorg voor dat de te betalen bedragen op de eerste dinsdag na de in het vierde lid bedoelde moment zijn gestort op een bankrekening die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet daartoe heeft opgegeven, tenzij tussen bedoelde moment en de eerste dinsdag niet meer dan drie werkdagen zijn gelegen. In dat geval dragen de BRP's er zorg voor dat de te betalen bedragen op de daaropvolgende dinsdag zijn gestort op de bankrekening van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 6 Op de woensdag volgende op die in het vijfde lid bedoelde dinsdag stort de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de op grond van het vierde lid uit te keren bedragen op een daartoe door hen bekend gemaakt bankrekeningnummer van de BRP's die per saldo ontvangen. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is niet gehouden meer uit te keren dan door de BRP's aan hem is overgedragen. 7 artikel 10.35, eerste lid, onderdeel i Indien een BRP zijn erkenning heeft verloren op grond van, en aannemelijk is dat deze BRP niet meer zal betalen, zullen de in de reconciliatie met deze BRP te verrekenen bedragen naar evenredigheid over alle andere bij de reconciliatie betrokken BRP's worden verdeeld. Eventuele nagekomen ontvangsten van BRP's met betrekking tot aldus naar evenredigheid verdeelde bedragen, worden in een nadere verrekening ingebracht ten gunste van alle andere bij de reconciliatie betrokken BRP's. 8 Indien de in het vijfde en zesde lid bedoelde dinsdag of woensdag niet op een werkdag valt, schuiven de termijnen op tot de eerstvolgende werkdag. 9 bijlage 3 De formules en de rekenmodellen die de netbeheerders hanteren bij het bepalen van de te reconciliëren volumes zijn vermeld in. 10 bijlage 2 De netbeheerders leggen ten behoeve van het reconciliatieproces de gegevens vast volgens. 11 Verschillen tussen de historische allocatie en de herberekende allocatie worden tussen desbetreffende netbeheerder en BRP verrekend tegen de reconciliatieprijs, zoals genoemd in artikel 10.27, vierde lid, onderdeel b. 12 In afwijking van het eerste lid kunnen partijen overeenkomen om verrekening achterwege te laten indien de kosten van het verrekenen substantieel zijn ten opzichte van het te verrekenen bedrag. 13 Netbeheerders en BRP's melden uiterlijk op 31 oktober van het tweede kalenderjaar na een verbruiksjaar, onderbouwd, aan een wederpartij welke verschillen zij wensen te verrekenen. 14 De wederpartij in een verzoek als bedoeld in het derde lid heeft tot uiterlijk 31 december van dat jaar de tijd te reageren op het desbetreffende verzoek. 2024 21778 09-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/595335 2024 21778 09-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/595335 01-01-2025
Artikel 10.28 — Artikel 10.28#
Artikel 10.28 1 2.1.3, onderdeel s, van de Informatiecode elektriciteit en gas artikel 5.3.4.5 van de Informatiecode elektriciteit en gas De netbeheerder gaat voor het verzamelen van de meetgegevens ten behoeve van de reconciliatie voor een maand, hierna te noemen reconciliatiemaand, voor aansluitingen waarvan de allocatiemethode van de aansluiting, als bedoeld in, de waarde ‘slimme-meter-allocatie’ heeft, uit van de periodieke volumes die betrekking hebben op deze maand die op basis vanzijn bepaald. 2 De netbeheerder zendt uiterlijk de zesde werkdag van de tweede maand na de reconciliatiemaand de periodieke volumes als bedoeld in het eerste lid, geaggregeerd: a. per netgebied, per BRP, per energierichting, per tariefperiode aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; en b. per netgebied, per BRP, per leverancier, per energierichting, per tariefperiode aan de desbetreffende BRP. 3 De netbeheerder zendt uiterlijk de zesde werkdag van de vijfde maand na de reconciliatiemaand de periodieke volumes als bedoeld in het eerste lid, geaggregeerd: a. per netgebied, per BRP, per energierichting, per tariefperiode aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; en b. per netgebied, per BRP, per leverancier, per energierichting, per tariefperiode aan de desbetreffende BRP en desbetreffende leverancier. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zendt uiterlijk op de elfde werkdag van de tweede maand na reconciliatiemaand en op uiterlijk de elfde werkdag van de vijfde maand na de reconciliatiemaand: a. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel b per BRP, per netgebied, per energierichting de op grond vanjo., van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; b. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel b per BRP, per energierichting de op grond vanjo., van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; c. per BRP, per netgebied, per energierichting de op grond van het tweede respectievelijk derde lid, beiden onderdeel a, van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; d. per BRP, per energierichting de op grond van het tweede respectievelijk derde lid, beiden onderdeel a van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; e. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel b per BRP, per netgebied, per energierichting het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstigjo., aan de desbetreffende BRP; f. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel b per BRP, per energierichting het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstigjo., aan de desbetreffende BRP; g. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel b per netbeheerder, per netgebied, per BRP, per energierichting de op grond vanjo., van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende netbeheerder; h. per netbeheerder, per netgebied, per BRP, per energierichting de op grond van het tweede respectievelijk derde lid, beiden onderdeel a, van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende netbeheerder; i. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel b per netbeheerder per netgebied, per BRP, per energierichting, het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstigjo., aan de desbetreffende netbeheerder; j. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel b per netbeheerder per netgebied, per energierichting, het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstigjo., aan de desbetreffende netbeheerder; en k. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel b per netbeheerder, per netgebied, per energierichting, het verschil van de in het tweede respectievelijk derde lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstigjo., aan de BRP die verantwoordelijk is voor de netverliezen van het desbetreffende netgebied. 5 artikelen 6.2.2.6 6.2.2.6a 6.2.2.15c 6.2.2.16h van de Informatiecode elektriciteit en gas paragraaf 6.3 van de Informatiecode elektriciteit en gas 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a De netbeheerder gaat voor het verzamelen van de meetgegevens ten behoeve van de reconciliatie voor een maand, hierna te noemen reconciliatiemaand voor telemetrisch bemeten aansluitingen uit van de meetgegevens die hij overeenkomstig,,enontvangen heeft en overeenkomstigheeft verwerkt. Indien de netbeheerder voor een aansluiting geen meetgegevens voor de reconciliatiemaand heeft ontvangen treden de voor deze aansluiting de overeenkomstigjo.voor de desbetreffende maand vastgestelde meetgegevens in de plaats. 6 De netbeheerder zendt uiterlijk de zesde werkdag van de tweede maand na de reconciliatiemaand de in het vijfde lid bedoelde gegevens die ontvangen zijn voor 00:00 uur van de eerste kalenderdag van de tweede maand na afloop van de reconciliatiemaand, geaggregeerd: a. per netgebied, per BRP, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; b. per netgebied, per BRP, per energierichting, per tariefperiode aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; c. per netgebied, per BRP, per leverancier, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode aan de desbetreffende BRP; d. per netgebied, per BRP, per leverancier, per energierichting, per tariefperiode aan de desbetreffende BRP; e. per netgebied, per BRP, per aansluiting, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode aan de desbetreffende BRP; en f. per netgebied, per BRP, per aansluiting, per energierichting, per tariefperiode aan de desbetreffende BRP. 7 De netbeheerder zendt uiterlijk de zesde werkdag van de vijfde maand na de reconciliatiemaand de in het vijfde lid bedoelde gegevens die ontvangen zijn voor 00:00 uur van de eerste kalenderdag van de vijfde maand na afloop van de reconciliatiemaand, geaggregeerd: a. per netgebied, per BRP, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; b. per netgebied, per BRP, per energierichting, per tariefperiode aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; c. per netgebied, per BRP, per leverancier, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode aan de desbetreffende BRP; d. per netgebied, per BRP, per leverancier, per energierichting, per tariefperiode aan de desbetreffende BRP; e. per netgebied, per BRP, per aansluiting, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode aan de desbetreffende BRP; f. per netgebied, per BRP, per aansluiting, per energierichting, per tariefperiode aan de desbetreffende BRP; en g. per netgebied, per LV, per BRP, per aansluiting, per energierichting, per tariefperiode aan de desbetreffende leverancier. 8 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zendt uiterlijk op de elfde werkdag van de tweede maand na de reconciliatiemaand en op uiterlijk de elfde werkdag van de vijfde maand na de reconciliatiemaand: a. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per BRP, per netgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond vanjo., van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; b. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per BRP, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond vanjo., van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; c. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per BRP, per netgebied, per energierichting de op grond vanjo., van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; d. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per BRP, per energierichting, de op grond vanjo., van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; e. per BRP, per netgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; f. per BRP, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; g. per BRP, per netgebied, per energierichting de op grond van het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel b, van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; h. per BRP, per energierichting de op grond van het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel b, van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende BRP; i. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per BRP per netgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstigjo., aan de desbetreffende BRP; j. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per BRP, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstigjo., aan de desbetreffende BRP; k. per BRP, per netgebied, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zevende respectievelijk achtste lid, beiden onderdeel a, bedoelde gegevens aan de desbetreffende BRP; l. per BRP, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde gegevens aan de desbetreffende BRP; m. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per netbeheerder, per netgebied, per BRP, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond vanjo., van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende netbeheerder; n. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per netbeheerder, per netgebied, per BRP, per energierichting de op grond vanjo., van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende netbeheerder; o. per netbeheerder, per netgebied, per BRP, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode de op grond van het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende netbeheerder; p. per netbeheerder, per netgebied, per BRP, per energierichting, de op grond van het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel b, van de netbeheerder ontvangen gegevens aan de desbetreffende netbeheerder; q. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per regionale netbeheerder per netgebied, per BRP, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil, van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstigjo., aan de desbetreffende regionale netbeheerder; r. per regionale netbeheerder, per netgebied, per BRP, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde gegevens aan de desbetreffende regionale netbeheerder; s. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per regionale netbeheerder per netgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil, van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstigjo., aan de desbetreffende regionale netbeheerder; t. per regionale netbeheerder, per netgebied, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde gegevens aan de desbetreffende regionale netbeheerder; u. artikel 10.20 artikel 10.17, negende lid, onderdeel a per regionale netbeheerder, per netgebied, per energierichting, per onbalansverrekeningsperiode het verschil, van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde verzamelde gegevens en de gegevens overeenkomstigjo., aan de BRP die verantwoordelijk is voor de netverliezen van het desbetreffende netgebied; en v. per regionale netbeheerder, per netgebied, per energierichting het verschil van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel b, bedoelde gegevens en de som van alle onbalansverrekeningsperiodes van de in het zesde respectievelijk zevende lid, beiden onderdeel a, bedoelde gegevens aan de BRP die verantwoordelijk is voor de netverliezen van het desbetreffende netgebied. 9 bijlage 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert de reconciliatieprijs zoals vastgesteld op basis van, artikel 6, 9 en 10 voor de reconciliatiemaand op haar website uiterlijk de elfde werkdag van de maand volgend op de reconciliatiemaand. 10 De partij die op grond van het tweede of zesde lid gegevens heeft ontvangen van de netbeheerder op uiterlijk de zesde werkdag van de tweede maand na de reconciliatie maand, kan tot uiterlijk de laatste kalenderdag van de derde maand na de reconciliatiemaand bij de netbeheerder bezwaar maken tegen de van hem ontvangen gegevens. 11 De partij die op grond van het vierde of achtste lid gegevens heeft ontvangen van de landelijk netbeheerder op uiterlijk de elfde werkdag van de tweede maand na de reconciliatie maand, kan tot uiterlijk de laatste kalenderdag van de derde maand na de reconciliatiemaand bij de landelijk netbeheerder bezwaar maken tegen de van hem ontvangen gegevens. 12 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zendt uiterlijk op de elfde werkdag van de vijfde maand na de reconciliatiemaand hebben aan elke BRP het door hem op grond van het vierde en het achtste lid te betalen of te ontvangen bedrag. De netbeheerder hanteert daarbij: a. bijlage 3 voor de verschillen als bedoeld in het vierde lid de overeenkomstig, artikel 9 bepaalde prijs; b. bijlage 3 voor de verschillend als bedoeld in het achtste lid, onderdelen j en u de overeenkomstig, artikel 9 bepaalde prijs; en c. bijlage 3 voor de verschillen als bedoeld in het achtste lid, onderdelen l en v de overeenkomstig, artikel 10 bepaalde prijs. 13 De BRP die per saldo moeten betalen, dragen er zorg voor dat het te betalen bedrag op de eerste werkdag van de zesde maand na de reconciliatiemaand is gestort op de bankrekening die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet speciaal daarvoor heeft geopend. 14 Op de eerste werkdag van de zesde maand na de reconciliatiemaand, stort de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de op grond van het twaalfde lid uit te keren bedragen op een daartoe door hen bekend gemaakt bankrekeningnummer van de BRP's. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is niet gehouden meer uit te keren dan door de BRP's aan hem is overgedragen. 15 artikel 10.35, eerste lid, onderdeel i Indien een BRP zijn erkenning heeft verloren op grond van, en aannemelijk is dat deze BRP niet meer zal betalen, zullen de in de reconciliatie met deze BRP te verrekenen bedragen naar evenredigheid over alle andere bij de reconciliatie betrokken BRP's worden verdeeld. Eventuele nagekomen ontvangsten van BRP's met betrekking tot aldus naar evenredigheid verdeelde bedragen, worden in een nadere verrekening ingebracht ten gunste van alle andere bij de reconciliatie betrokken BRP's. 16 2.1.3 onderdeel s van de Informatiecode elektriciteit en gas De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert maandelijks op de twaalfde werkdag van de vijfde maand na de reconciliatiemaand een overzicht van de verhouding van de gereconcilieerde volumes ten opzichte van het totaal over alle netgebieden vastgestelde volume ten behoeve van onbalansverantwoordelijkheid per reconciliatiemaand op een publieke website, onderscheiden naar de waarde van de allocatiemethode van de aansluiting, als bedoeld in, te weten ‘slimme-meter-allocatie’ en ‘telemetrie’. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 10.29 — Artikel 10.29#
Artikel 10.29 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bepaalt de regeltoestand met gebruik van de momentopname-dataset die ook gebruikt wordt voor de balans-deltapublicatie. 2 Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gedurende een onbalansverrekeningsperiode met het balanceringsenergieproduct aFRR: a. opregelt noch afregelt bedraagt de regeltoestand 0; b. uitsluitend heeft opgeregeld bedraagt de regeltoestand +1; c. uitsluitend heeft afgeregeld bedraagt de regeltoestand –1; d. zowel heeft opgeregeld als afgeregeld en de balans-delta vormt uitsluitend een continue niet dalende reeks bedraagt de regeltoestand +1; e. zowel heeft opgeregeld als afgeregeld en de balans-delta vormt uitsluitend een continue niet stijgende reeks bedraagt de regeltoestand –1; f. zowel heeft opgeregeld als afgeregeld en de balans-delta vormt noch een continue niet stijgende reeks noch een continue niet dalende reeks bedraagt de regeltoestand 2; g. zowel heeft opgeregeld als afgeregeld en de balans-delta vormt zowel een continue niet stijgende reeks als een continue niet dalende reeks bedraagt de regeltoestand 2. 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 01-12-2025
Artikel 10.30 — Artikel 10.30#
Artikel 10.30 1 artikel 10.25, eerste lid, onderdeel c De in, bedoelde onbalans wordt met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verrekend tegen een prijs per MWh, hierna te noemen de onbalansprijs. 2 De in het eerste lid bedoelde onbalansprijs bedraagt in een onbalansverrekeningsperiode waarin de regeltoestand –1 is: a. artikel 10.25, eerste lid indien de in, genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende BRP gelijk aan de prijs voor afregelen. In dit geval betaalt de BRP aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; b. artikel 10.25, eerste lid indien de in, genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende BRP gelijk aan de prijs voor afregelen. In dit geval betaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de BRP. 3 De in het eerste lid bedoelde onbalansprijs bedraagt in een onbalansverrekeningsperiode waarin de regeltoestand +1 is: a. artikel 10.25, eerste lid indien de in, genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende BRP gelijk aan de prijs voor opregelen. In dit geval betaalt de BRP aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; b. artikel 10.25, eerste lid indien de in, genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende BRP gelijk aan de prijs voor opregelen. In dit geval betaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de BRP. 4 De in het eerste lid bedoelde onbalansprijs bedraagt in een onbalansverrekeningsperiode waarin de regeltoestand 2 is: a. artikel 10.25, eerste lid indien de in, genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie en de middenprijs hoger is dan de prijs voor opregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende BRP gelijk aan de middenprijs. In dit geval betaalt de BRP aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; b. artikel 10.25, eerste lid indien de in, genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie en de middenprijs lager is dan de prijs voor afregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende BRP gelijk aan de middenprijs. In dit geval betaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de BRP; c. artikel 10.25, eerste lid indien de in, genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie en de middenprijs niet hoger is dan de prijs voor opregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende BRP gelijk aan de prijs voor opregelen. In dit geval betaalt de BRP aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; d. artikel 10.25, eerste lid indien de in, genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie en de middenprijs niet lager is dan de prijs voor afregelen, wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende BRP gelijk aan de prijs voor afregelen. In dit geval betaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de BRP. 5 De in het eerste lid bedoelde onbalansprijs voor een BRP bedraagt in een onbalansverrekeningsperiode waarin de regeltoestand 0 is: a. artikel 10.25, eerste lid indien de in, genoemde afwijking het karakter heeft van afnemen van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende BRP de middenprijs. In dit geval betaalt de BRP aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; b. artikel 10.25, eerste lid indien de in, genoemde afwijking het karakter heeft van invoeden van elektrische energie wordt de onbalansprijs voor de desbetreffende BRP de middenprijs. In dit geval betaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de BRP. 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 14-09-2024
Artikel 10.31 — Artikel 10.31#
Artikel 10.31 paragraaf 3.2 van de Tarievencode elektriciteit De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verrekent, via zijn transportafhankelijk verbruikerstarief als bedoeld in, in het jaar volgend op het jaar van verrekening van het in een kalenderjaar voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet resulterende saldo van de verrekeningen van: a. onbalans met BRP’s; b. artikel 9.20, eerste lid, onderdeel a artikel 3.2.2a, onderdeel a, van de Tarievencode elektriciteit de kosten met BSP’s voor de geactiveerde middelen als bedoeld in, met uitzondering van de kosten voor aFRR en noodvermogen als bedoeld in; c. het onbalansnettingproces; d. uitwisselingen van balanceringsenergie via de Europese platformen voor uitwisseling van balanceringsenergie uit aFRR en mFRR. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 10.32 — Artikel 10.32#
Artikel 10.32 1 artikel 10.11, eerste lid paragraaf 13.5 Een BRP is aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een onmiddellijk opeisbare boete van € 1.000,– verschuldigd voor iedere keer dat zij haar energieprogramma niet vóór het daarvoor inbepaalde tijdstip via het inbedoelde centrale communicatiesysteem heeft ingediend, te verhogen met € 200,– voor ieder vol uur na dat tijdstip waarin indiening van het energieprogramma uitblijft. 2 artikel 10.14, eerste lid Een BRP is aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een onmiddellijk opeisbare boete van € 1.000,– verschuldigd voor iedere keer dat een energieprogramma wordt afgekeurd overeenkomstig. 3 artikel 10.14, eerste lid In het in het tweede lid bedoelde geval is de BRP aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bovendien een onmiddellijk opeisbare additionele boete van € 1.000,– verschuldigd wanneer zij niet uiterlijk om 24:00 uur op dezelfde dag een gewijzigd energieprogramma heeft ingediend dat kan worden goedgekeurd overeenkomstig. 4 De in het vierde lid bedoelde additionele boete bedraagt € 4.000,– voor iedere volgende keer dat zich binnen hetzelfde kalenderjaar voordoet dat de BRP niet uiterlijk om 24:00 uur op dezelfde dag een gewijzigd energieprogramma heeft ingediend. 5 De in het eerste tot en met derde lid genoemde boetes worden in voorkomend geval gecumuleerd. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet restitueert aan de BRP zonder vergoeding van rente de op grond van de in het tweede tot en met vierde lid geïnde boetes indien en nadat de BRP schriftelijk jegens de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft verklaard dat de desbetreffende energietransactie(s) door de BRP juist was (waren) verantwoord. 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 25-12-2019
Artikel 10.33 — Artikel 10.33#
Artikel 10.33 1 artikel 10.11, tweede lid artikel 10.13 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij niet binnen de in, of, eerste lid, daartoe bepaalde tijdspanne aan één of meer BRP's heeft bericht als in die bepalingen aangegeven. 2 artikel 10.14, vierde lid artikel 10.12 tweede lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij één of meer BRP's niet voor 15:00 uur heeft bericht omtrent het hanteren van de inrespectievelijk de inbedoelde waardes in de interne commerciële handelsprogramma’s. 3 artikel 10.14, eerste lid, onderdeel a De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij één of meer BRP's niet binnen 30 minuten na indiening van het energieprogramma heeft bericht omtrent de in, bedoelde consistentie respectievelijk niet binnen 30 minuten na de sluitingstijd voor inzending van energieprogramma's respectievelijk programmawijzigingen heeft bericht omtrent de in artikel 10.14, eerste lid, onderdeel a, bedoelde consistentie van het door een BRP ingediende energieprogramma. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is een boete verschuldigd van € 5.000,– voor iedere keer dat hij één of meer BRP's niet vóór 24:00 uur van een werkdag een opgave verstrekt van de onbalansen van een BRP gedurende het daaraan voorafgaande etmaal of, als de eerstbedoelde werkdag volgt op een weekeinde of een algemeen erkende feestdag, de onbalansen gedurende dat weekeinde onderscheidenlijk die feestdag of -dagen en het etmaal dat daaraan vooraf is gegaan. 2024 27805 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/617134 2024 27805 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/617134 27-08-2024
Artikel 10.34 — Artikel 10.34#
Artikel 10.34 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt van iedere door zichzelf en van iedere door een BRP betaalde boete een aantekening in een register, dat voor iedere BRP op zijn hoofdkantoor ter inzage ligt en waarvan iedere BRP desgewenst een afschrift zal worden gezonden. 2 artikel 10.32 artikel 10.33 Uiterlijk de vijftiende van een maand keert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan BRP's een bedrag uit ter grootte van de door de BRP's betaalde boetes overeenkomstigen de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet betaalde boetes overeenkomstigin de daaraan voorafgaande kalendermaand, gedeeld door het totaal aantal erkende BRP's in die voorafgaande maand, vermeerderd met 1, zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet als mede-restitutiegerechtigde. 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 01-02-2019
Artikel 10.35 — Artikel 10.35#
Artikel 10.35 1 artikel 10.32 In de navolgende gevallen kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de balanceringsverantwoordelijkheid van een BRP met onmiddellijke ingang of tegen een te bepalen datum intrekken. Voor zover het niet voldoen aan een hierna gesteld geval tevens op grond vanleidt tot de verschuldigdheid van een boete, wordt een niet voldoen hierna in ieder geval slechts in aanmerking genomen als de verschuldigdheid van de boete onherroepelijk is geworden: a. de BRP voldoet niet langer aan de bij of krachtens de wet- en regelgeving gestelde voorwaarden voor erkenning als BRP; b. artikel 10.11, eerste lid artikel 10.12 de BRP heeft op een kalenderdag niet vóór de daartoe inen, bepaalde tijdstippen een energieprogramma voor de daaropvolgende kalenderdag ingediend, en heeft zulks evenmin onverwijld gedaan na daarop door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet te zijn gewezen, of is tenminste tweemaal in zeven dagen of driemaal in 30 dagen in gebreke gebleven als in dit onderdeel bedoeld; c. de BRP heeft een energieprogramma ingediend waarin de per onbalansverrekeningsperiode op een tot zijn balanceringsverantwoordelijkheid behorend(e) aansluiting(en) in te voeden of af te nemen netto-hoeveelheid energie niet is gedekt door transacties die zijn opgenomen in de energieprogramma’s van andere BRP's of door bij of krachtens de Elektriciteitswet 1998 en deze code toegestane import- of exporttransacties waarvoor door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet transportcapaciteit is toegekend, en 1° zij heeft niet onverwijld na daarop door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet te zijn gewezen een nieuw energieprogramma ingediend, waarin de in de aanhef van dit onderdeel bedoelde dekking wel is voorzien, of; 2° zij is ten minste tweemaal in een periode van zeven dagen of driemaal in een periode van 30 dagen in gebreke gebleven als in de aanhef van dit onderdeel bedoeld; d. de BRP houdt met opzet onbalans in stand, waarbij evenwel geldt dat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de erkenning niet kan intrekken dan nadat zij de BRP in de gelegenheid heeft gesteld zich uit te laten over de gronden waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet baseert dat deze intrekkingsgrond aanwezig is; e. artikel 10.7, vierde lid, onderdeel, b artikel 10.8 de BRP heeft gedurende een etmaal meer transacties, uitgedrukt in aantal MW, in haar energieprogramma’s verantwoord dan de omvang die ten grondslag ligt aan de met toepassing vanenvastgestelde hoogte van de verstrekte financiële zekerheden en zij verstrekt niet op eerste verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aanvullende financiële zekerheid; f. de BRP oefent voor een grotere totale aansluitcapaciteit, uitgedrukt in MW, balanceringsverantwoordelijkheid uit, dan de capaciteit waarvan is uitgegaan bij de bepaling van de hoogte van de verstrekte financiële zekerheden en zij verstrekt niet op eerste verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aanvullende financiële zekerheid; g. de BRP voldoet in andere gevallen dan in onderdeel e en f bedoeld niet aan een gemotiveerd en op deze code gebaseerd verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet om binnen redelijke termijn aanvullende financiële zekerheid te verstrekken; h. de BRP betaalt niet een krachtens deze code verschuldigd bedrag, ondanks ingebrekestelling door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, voor zover die is vereist, of blijft in gebreke ten aanzien van enige andere verplichting die ingevolge deze code op haar rust; i. de BRP wordt ontbonden, verdwijnt door fusie of wordt geliquideerd, surséance van betaling wordt verleend of failliet wordt verklaard, dan wel wanneer toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op een BRP wordt uitgesproken. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan de balanceringsverantwoordelijkheid van een BRP voorts intrekken ingeval haar aanwijzing als netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op grond van de Elektriciteitswet 1998 wordt ingetrokken of niet wordt vernieuwd. Intrekking vindt in dat geval plaats met inachtneming van een termijn van dertig dagen vóór de beoogde datum waarop de intrekking van kracht wordt. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 10.36 — Artikel 10.36#
Artikel 10.36 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verkrijgt balanceringsdiensten door de volgende producten aan te kopen: a. reservecapaciteit FCR voor het FCP overeenkomstig ten minste de in artikel 154 van de Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO) bepaalde technische minimumeisen; b. bijlage 8 balanceringsenergie aFRR voor het aFRP overeenkomstig het inbepaalde; c. bijlage 9 balanceringscapaciteit aFRR voor het aFRP overeenkomstig het inbepaalde; d. bijlage 10 balanceringscapaciteit noodvermogen voor het mFRP overeenkomstig het inbepaalde; e. [gereserveerd]; f. bijlage 25 het MARI-product betreffende balanceringsenergie voor het mFRP overeenkomstig het inbepaalde. 2 Bijlagen 8 9 10 25 Verordening (EU) 2017/2195 ,,enbeschrijven de onder het eerste lid genoemde producten op basis van de kenmerken voor standaardproducten zoals uiteengezet in artikel 25 van de Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB) waar deze relevant zijn. De producten in bijlagen 8, 9 en 25 betreffen standaardproducten. Het product in bijlage 10 betreft een specifiek product overeenkomstig artikel 26 van de(GL EB). Het volledige overzicht van specificaties voor de producten wordt uiteengezet in door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vast te stellen procedures en specificaties. 3 Vervallen. 4 bijlage 13 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet past bij de verwerving van balanceringscapaciteit aFRR, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en bij de verwerving van balanceringscapaciteit noodvermogen, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, de inkoopprocedure toe die is beschreven in. 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 01-12-2025
Artikel 10.37 — Artikel 10.37#
Artikel 10.37 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan aan een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap, niet zijnde een netbeheerder, op aanvraag een erkenning als BSP verlenen. Een natuurlijke persoon, rechtspersoon dan wel vennootschap kan slechts voor één erkenning als BSP in aanmerking komen. 2 De BSP heeft het recht: a. balanceringscapaciteit beschikbaar te stellen aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; b. balanceringsenergie beschikbaar te stellen aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; c. reservecapaciteit FCR beschikbaar te stellen aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet; d. een verplichting tot het beschikbaar stellen van balanceringscapaciteit of reservecapaciteit FCR over te dragen aan een andere BSP; e. balanceringsdiensten aan te bieden met een reserveleverende eenheid en een reserveleverende groep. 3 De aanvraag om een erkenning als BSP wordt schriftelijk en ondertekend door een bevoegd persoon ingediend bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet volgens een door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uit te geven model. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet beslist of de aanvrager voor erkenning als BSP in aanmerking komt, binnen 14 dagen na het laatste tijdstip van ontvangst van het aanvraagformulier, of het voltooien van het relevante FCR-prekwalificatieproces of FRR-prekwalificatieproces. 5 Een erkenning als BSP wordt verleend, nadat: a. artikel 10.36, eerste lid de aanvrager met succes het prekwalificatieproces voor het leveren van tenminste één van de in, genoemde balanceringsproducten heeft doorlopen, waarbij dit prekwalificatieproces succesvol is indien: 1°. Verordening (EU) 2017/1485 de aanvrager beschikt over één of meer reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct die met succes het prekwalificatieproces, als bedoeld in artikel 155 of 159 van(GL SO) hebben doorlopen; 2°. artikel 13.33, eerste lid artikel 13.32 de aanvrager beschikt over een certificaat als bedoeld in, voor het gebruik van het inbedoelde centrale communicatiesysteem ten behoeve van de informatie-uitwisseling met betrekking tot de levering van het desbetreffende balanceringsproduct; b. de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zich ervan heeft vergewist dat de aanvrager beschikt over de deskundigheid en over de technische, administratieve en organisatorische faciliteiten die vereist zijn om als BSP te kunnen optreden. 6 De procedure voor de aanvraag van een BSP-erkenning kan door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet worden beëindigd, waarbij de aanvraag als ingetrokken wordt beschouwd met berichtgeving richting de aspirant-BSP, indien de aspirant-BSP binnen een termijn van negen maanden na de aanvraag als bedoeld in het derde lid, niet aantoont dat hij voldoet aan de in het vijfde lid genoemde voorwaarden. Indien de termijn van negen maanden dreigt te worden overschreden door een vertraging in de erkenningsprocedure aan de zijde van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, wordt de genoemde termijn van negen maanden in overleg met de aspirant-BSP verlengd. 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 2024 29868 13-09-2024 29-08-2024 ACM/UIT/628878 14-09-2024
Artikel 10.38 — Artikel 10.38#
Artikel 10.38 1 artikel 9.19 onderdeel a De overeenkomstig, aangewezen BSP's, en BSP's met een biedplicht op grond van een overeenkomst voor balanceringscapaciteit, sturen dagelijks, vóór 14:45 uur, biedingen balanceringsenergie in. 2 Alle BSP's kunnen tot aan de BE-GCT, zijnde vijfentwintig minuten voorafgaand aan de onbalansverrekeningsperiode, voor de desbetreffende onbalansverrekeningsperiode biedingen balanceringsenergie indienen, alsook de omvang en de prijs van een ingediende bieding aanpassen en eerder ingediende biedingen intrekken. Biedingen balanceringsenergie kunnen niet voorafgaand aan de BE-GCT worden ingezet. 3 Alle BSP's dienen biedingen balanceringsenergie in conform door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vast te stellen procedures en specificaties. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt de BSP op de hoogte van ontvangst van de bieding. 5 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet informeert een BRP over de opname van een aansluiting, waarover hij balanceringsverantwoordelijkheid uitoefent, in een portfolio waarmee een BSP een bieding balanceringsenergie kan indienen. 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 01-12-2025
Artikel 10.39 — Artikel 10.39#
Artikel 10.39 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet activeert en deactiveert biedingen voor aFRR automatisch om de FRCE binnen de frequentiehersteltijd tot nul te regelen en om de geactiveerde FCR progressief te vervangen. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet activeert biedingen voor noodvermogen om geactiveerde biedingen aFRR beschikbaar te maken in het geval dat de inzet van het aanbod van biedingen aFRR verzadigt. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet activeert biedingen voor het MARI-product: a. om te voldoen aan een activatieverzoek afkomstig van het MARI-platform; of b. in niet-normale systeemtoestand bij verzadiging van het aanbod van biedingen noodvermogen en aFRR. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet activeert een bieding balanceringsenergie door een vermogensrichtwaarde uit te sturen aan een BSP. Hierdoor is de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gehouden tot: a. het bepalen van het volume dat de BSP gedurende de betreffende onbalansverrekeningsperiode levert; b. het verrekenen van het in onderdeel a bedoelde volume met de BSP; c. artikel 10.25, zevende lid, onderdeel a het aanpassen van de onbalans van de relevante BRP’s voor de geactiveerde aansluiting(en) met de onbalansaanpassing, als bedoeld in, bestaande uit de som van alle aan hem toegerekende volumes bepaald op grond van het zesde lid. 5 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt de BSP en de bij de balanceringsenergiebieding aangewezen BRP's op de hoogte van activering van de bieding. 6 Om het volume aan balanceringsenergie dat met de BSP moet worden verrekend te bepalen, stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet per BSP vast hoeveel balanceringsenergie per onbalansverrekeningsperiode per richting is geactiveerd. Daartoe berekent hij de volgende volumes afzonderlijk: a. voor een bieding aFRR: de som van de vermogensrichtwaardes die de BSP aan zijn gecontracteerde aansluiting(en) per onbalansverrekeningsperiode heeft toegekend; b. vervallen; c. voor noodvermogen: het verschil tussen door de BSP geleverde energie op basis van gemeten 5-minutenwaarden gedurende de volledige activeringstijd, leveringsperiode en deactiveringsperiode,en de waarde van de energie die BSP uitwisselt op het leveringspunt in de 5-minutenperiode onmiddellijk voorafgaand aan de 5-minutenperiode waarin de afroep plaats vindt; d. voor het MARI-product bij geplande activering: de hoeveelheid kWh die overeenkomt met de levering van het gevraagde vermogen gedurende 15 minuten in de geldigheidsperiode van de bieding; e. voor het MARI-product bij directe activering: de hoeveelheid kWh die overeenkomt met de levering van het gevraagde vermogen gedurende 15 minuten in de onbalansverrekeningsperiode volgend op de geldigheidsperiode van de bieding, en de hoeveelheid kWh die overeenkomt met het gevraagde vermogen gedurende een periode die loopt van het begin van de ramping periode tot 5 minuten voor het einde van de geldigheidsperiode van de bieding. 7 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verrekent het per BSP bepaalde volume aan balanceringsenergie per onbalansverrekeningsperiode per richting: a. voor opregelen met de prijs voor opregelen voor aFRR of noodvermogen of inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel b; b. voor afregelen met de prijs voor afregelen voor aFRR of noodvermogen of inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel b; c. voor inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde, lid, onderdeel a, bij scheduled activation met de prijs afkomstig van het MARI-platform; d. voor inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel a, bij direct activation, voor de volumes toegekend aan de geldigheidsperiode van de bieding met de prijs afkomstig van het Europees platform voor de uitwisseling van balanceringsenergie uit mFRR; e. voor inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel a, bij direct activation, voor opregelen, voor de volumes toegekend aan de onbalansverrekeningsperiode volgend op de geldigheidsperiode van de bieding met de prijs afkomstig van het MARI-platform of, als deze beschikbaar en hoger is, met de biedprijs van de technisch gelinkte bieding voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode; f. voor inzet van het MARI-product overeenkomstig het derde lid, onderdeel a, bij direct activation, voor afregelen, voor de volumes toegekend aan de onbalansverrekeningsperiode volgend op de geldigheidsperiode van de bieding met de prijs afkomstig van het MARI-platform of, als deze beschikbaar en lager is, met de biedprijs van de technisch gelinkte bieding voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode. 8 Indien er voor een onbalansverrekeningsperiode geen prijs voor opregelen of prijs voor afregelen is vastgesteld, verrekent de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het per BSP bepaalde volume in die onbalansverrekeningsperiode met de prijs voor opregelen, respectievelijk de prijs van afregelen vastgesteld voor de voorgaande onbalansverrekeningsperiode. 9 Indien er tijdens een onbalansverrekeningsperiode noodvermogen voor opregelen is ingezet is de prijs voor ingezet noodvermogen: a. tijdens de volledige activeringstijd en de leveringsperiode gelijk aan de hoogste biedprijs van het ingezette regelvermogen voor opregelen voor de betreffende onbalansverekeningsperiode vermeerderd met 10% dan wel de day-ahead-clearingprijs voor het betreffende klokuur plus € 200 per MWh indien deze hoger is; b. tijdens de deactiveringsperiode gelijk aan de inzetprijs voor opregelen voor de betreffende onbalansverekeningsperiode dan wel de day-ahead-clearingprijs voor het betreffende klokuur vermeerderd met € 200 per MWh indien deze hoger is; c. minimaal € 200 per MWh. 10 Indien er tijdens een onbalansverrekeningsperiode noodvermogen voor afregelen is ingezet is de prijs voor ingezet noodvermogen: a. tijden s de volledige activeringstijd en de leveringsperiode gelijk aan de laagste biedprijs van het ingezette regelvermogen voor afregelen voor de betreffende onbalansverekeningsperiode verminderd met € 100 per MWh dan wel de day-ahead-clearingprijs voor het betreffende klokuur verminderd met € 250 per MWh indien deze lager is; b. tijdens de deactiveringsperiode gelijk aan de inzetprijs voor afregelen voor de betreffende onbalansverekeningsperiode dan wel de day-ahead-clearingprijs voor het betreffende klokuur verminderd met € 250 per MWh indien deze lager is; c. gelijk aan € 0 per MWh indien de afzonderlijke prijscomponenten in lid a en b beide positief zijn. 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 01-12-2025
Artikel 10.39a — Artikel 10.39a#
Artikel 10.39a 1 De prijs voor opregelen voor een bepaalde onbalansverrekeningsperiode is gelijk aan het maximum van de volgende onderdelen: a. de hoogste biedprijs van de geactiveerde aFRR-biedingen voor opregelen gedurende de betreffende onbalansverrekeningsperiode; b. [gereserveerd] c. artikel 10.39, negende lid de prijs voor ingezet noodvermogen voor opregelen bepaald overeenkomstig; en d. artikel 10.39, derde lid, onderdeel b, de hoogste biedprijs van de lokaal afgeroepen MARI-productbiedingen voor opregelen ingezet in het kader vanindien van toepassing. 2 De prijs voor afregelen voor een bepaalde onbalansverrekeningsperiode is gelijk aan het minimum van de volgende onderdelen: a. de laagste biedprijs van de ingezette aFRR-biedingen voor afregelen gedurende de betreffende onbalansverrekeningsperiode; b. [gereserveerd] c. artikel 10.39, tiende lid de prijs voor ingezet noodvermogen voor afregelen bepaald overeenkomstig; en d. artikel 10.39, derde lid, onderdeel b de laagste biedprijs van de lokaal afgeroepen MARI-productbiedingen voor afregelen ingezet in het kader van, indien van toepassing. 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 01-12-2025
Artikel 10.40 — Artikel 10.40#
Artikel 10.40 1 Iedere dag stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet per BSP een overzicht samen van diens geactiveerde biedingen met betrekking tot het direct voorafgaande etmaal. Dit overzicht bevat per onbalansverrekeningsperiode de volgende gegevens: a. de bedrijfs EAN-code van de aangewezen BRP's; b. het bepaalde volume aan balanceringsenergie, en in geval van activering van het MARI-product uitgesplitst volgens artikel 10.39, derde lid, onderdelen a en b, per richting; c. de prijs voor opregelen; d. de prijs voor afregelen; e. indien van toepassing de prijs of de prijzen voor het geactiveerde MARI-product overeenkomstig artikel 10.39, zevende lid, onderdelen c tot en met f; f. het te verrekenen bedrag. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stuurt het op grond van het eerste lid samengestelde overzicht aan de desbetreffende BSP voor 17:00 uur van de eerste werkdag na het etmaal waarop dat overzicht betrekking heeft. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stuurt binnen 21 dagen na afloop van iedere maand een factuur aan de desbetreffende BSP voor diens geactiveerde biedingen balanceringsenergie van de voorafgaande maand. Deze factuur kan zowel voor een positief als een negatief bedrag zijn, en bevat ten minste de volgende gegevens: a. bedrijfsnaam BSP; b. datum waarop de bieding is geactiveerd; c. de bepaalde volumes aan balanceringsenergie per richting per onbalansverrekeningsperiode; d. het totaalbedrag. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet betaalt, in het geval van een positief bedrag, het in het derde lid, onderdeel d, genoemde totaalbedrag aan de BSP binnen twee weken na ontvangst van de factuur. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 01-12-2025 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor
lid 1, onderdeel f in plaats van lid 1, onderdeel e. 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 01-12-2025
Artikel 10.41 — Artikel 10.41#
Artikel 10.41 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt per onbalansverrekeningsperiode voor aFRR een lijst op met biedingen balanceringsenergie, gerangschikt in volgorde van hun biedprijzen en publiceert, vanaf het moment dat hij zijn goedkeuring heeft verleend aan alle energieprogramma's voor de volgende dag, op deze basis, voor elke onbalansverrekeningsperiode van de volgende dag, de betreffende biedladder tussen 0 MW en activatie van alle biedingen in stappen van 10 MW. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet herziet de in het eerste lid genoemde lijst iedere onbalansverrekeningsperiode. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert momentopnames van de balans-delta in de balans-delta publicatie op zijn website en neemt hierin informatie mee over uitwisselingen via de Europese platforms ter uitwisseling van balanceringsenergie uit aFRR en onbalansnetting en de prijs behorende bij de afgeroepen energiebiedingen aFRR en noodvermogen. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt per onbalansverrekeningsperiode voor het MARI-product een lijst op met biedingen balanceringsenergie gerangschikt in volgorde van hun biedprijzen en publiceert voorafgaand aan de BE-GCT de betreffende biedladder tussen 0 MW en activatie van alle biedingen in stappen van 10 MW. 5 De netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet publiceert voorafgaand aan de onbalansverrekeningsperiode informatie over het verloop van de schaarstecomponent alsook informatie over het effect van de schaarstecomponent op de prijs van balanceringsenergie en op de onbalansprijs als onderdeel van de balans-deltapublicatie. 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 2025 40882 28-11-2025 13-11-2025 ACM/UIT/660396 01-12-2025
Artikel 10.42 — Artikel 10.42#
Artikel 10.42 1 Verordening (EU) 2017/1485 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan de prekwalificatie van een BSP voor de levering van een bepaald balanceringsproduct intrekken, onverminderd de resterende geldigheidsduur van de prekwalificatie van de desbetreffende reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen als bedoeld in artikel 155 of 159 van(GL SO), indien: a. de BSP het desbetreffende balanceringsproduct niet volgens specificatie levert en overleg hieromtrent tussen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de BSP niet binnen drie maanden na de eerste melding van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet van de foutieve levering tot verbetering bij de BSP leidt, zodat het desbetreffende product alsnog overeenkomstig de specificatie wordt geleverd; b. artikel 13.33, tweede lid artikel 13.32, eerste lid de BSP op grond van, voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct de toegang geweigerd is tot het centrale communicatiesysteem als bedoeld in; of c. Verordening (EU) 2017/1485 de BSP niet meer beschikt over één of meer reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct overeenkomstig de van toepassing zijnde productspecificaties die met succes het prekwalificatieproces, als bedoeld in artikel 155 of 159 van(GL SO), hebben doorlopen en er binnen zes maanden na deze constatering geen nieuwe reserveleverende eenheid of reserveleverende groep ter prekwalificatie wordt aangeboden. 2 De prekwalificatie van een BSP voor de levering van een bepaald balanceringsproduct wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet hiertoe overeenkomstig het eerste lid besluit. 3 Wanneer de prekwalificatie van een BSP voor de levering van een bepaald balanceringsproduct is ingetrokken, schrijft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de desbetreffende BSP onverwijld uit het BSP-register uit voor de levering van het desbetreffende balanceringsproduct. 2024 14000 30-04-2024 04-04-2024 ACM/UIT/611712 2024 14000 30-04-2024 04-04-2024 ACM/UIT/611712 01-05-2024
Artikel 10.43 — Artikel 10.43#
Artikel 10.43 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan de erkenning van een BSP intrekken indien: a. de BSP niet meer over een prekwalificatie voor de levering van één of meer balanceringsproducten beschikt; of b. de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voorziet dat een BSP niet langer in staat zal zijn, zijn financiële verplichtingen na te komen of voor een BSP de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is uitgesproken, surséance van betaling is verleend, respectievelijk faillissement is uitgesproken. 2 Verordening (EU) 2017/1485 Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de erkenning van een BSP intrekt, trekt hij tevens alle prekwalificaties voor de levering van balanceringsproducten van de desbetreffende BSP in, onverminderd de resterende geldigheidsduur van de prekwalificatie van de desbetreffende reserveleverende eenheden of reserveleverende groepen, als bedoeld in artikel 155 of 159 van(GL SO). 3 Wanneer de erkenning van een BSP is ingetrokken, schrijft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de desbetreffende BSP onverwijld uit het BSP-register uit. 2024 14000 30-04-2024 04-04-2024 ACM/UIT/611712 2024 14000 30-04-2024 04-04-2024 ACM/UIT/611712 01-05-2024
Artikel 11.1 — Artikel 11.1#
Artikel 11.1 1 Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voorziet dat een BRP niet langer in staat zal zijn, zijn verplichtingen na te komen of voor een BRP de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling is uitgesproken, surséance van betaling is verleend, respectievelijk faillissement is uitgesproken, pleegt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overleg met de Autoriteit Consument en Markt. 2 In het in het eerste lid bedoelde overleg wordt bepaald of en zo ja onder welke voorwaarden de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de BRP of diens curator of bewindvoerder het volgende kan respectievelijk moet aanbieden: a. de intrekking van de erkenning als BRP op te schorten, en b. voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor het borgen van de economische stabiliteit van het systeem garant te staan voor de kosten van inkoop van de elektriciteit en balancering en eventuele andere aan deze opschorting gerelateerde kosten tegen de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet te stellen voorwaarden voor de garantstelling tijdens deze tijdelijke voortzetting. 3 Afhankelijk van het resultaat van het in het eerste lid bedoelde overleg treedt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in overleg met de betreffende BRP of diens curator of bewindvoerder en kan hij een aanbod doen tot het afgeven van een garantie als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet staat maximaal tien werkdagen garant voor de kosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet neemt de te zijnen laste blijvende kosten, gemaakt ter uitvoering van de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde garantstelling, op in zijn tarieven. 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 30-04-2021
Artikel 11.2 — Artikel 11.2#
Artikel 11.2 1 artikel 10.10, eerste lid artikel 11.1, tweede lid artikel 11.3, eerste lid, onderdeel a en b Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeenkomstig, besluit tot intrekking van de erkenning van een BRP en tevens, overeenkomstig, besluit tot opschorting van deze intrekking, stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, in afwijking van artikel 10.10, tweede lid, onverwijld na het besluit tot opschorting de overige netbeheerders, BRP's, leveranciers, meetverantwoordelijken en de Autoriteit Consument en Markt daarvan in kennis, onder vermelding van de tijdstippen waarop de opschorting eindigt en de kennisgeving als bedoeld in, uiterlijk plaatsvindt. 2 In geval van toepassing van het eerste lid, communiceren de netbeheerders de in het eerste lid bedoelde opschorting en intrekking, inclusief geldende reactietermijnen onverwijld aan: a. artikel 10.4, vijfde lid de betreffende leveranciers, indien deze overeenkomstig, zijn gemachtigd de balanceringsverantwoordelijkheid voor grootverbruikers te regelen; b. artikel 95a, eerste lid of artikel 95n van de Elektriciteitswet 1998 de leveranciers die de balanceringsverantwoordelijkheid hebben geregeld op grond van; c. de betreffende grootverbruikers, indien geen sprake is van machtiging van een leverancier voor het regelen van de balanceringsverantwoordelijkheid; d. de betreffende meetverantwoordelijken. 3 De in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde gemachtigde leveranciers stellen de grootverbruikers die hen gemachtigd hebben onverwijld in kennis van de in het eerste lid bedoelde opschorting en intrekking. 4 Indien het volgens het eerste lid, tot opschorting van de intrekking van de erkenning van de betreffende BRP leidt, worden gedurende de opschorting alle individuele verzoeken tot overdracht van balanceringsverantwoordelijkheid naar de wegvallende BRP geweigerd. 5 artikel 11.3, eerste lid, onderdelen c en d Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet besluit tot intrekking van de erkenning en over te gaan tot een verdeling als bedoeld in, worden individuele verzoeken tot overdracht van de balanceringsverantwoordeliikheid van de wegvallende BRP naar een andere BRP geweigerd. 2024 27805 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/617134 2024 27805 26-08-2024 22-08-2024 ACM/UIT/617134 27-08-2024
Artikel 11.3 — Artikel 11.3#
Artikel 11.3 1 artikel 10.10, eerste lid artikel 11.1, tweede lid Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeenkomstig, besluit tot intrekking van de erkenning van een BRP en tevens overeenkomstig, besluit tot opschorting van deze intrekking, verdeelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluitingen waarvoor deze BRP op dat moment in het aansluitingenregister vermeld staat als volgt over de andere BRP's: a. artikel 10.4, vijfde lid artikel 95a, eerste lid artikel 95n van de Elektriciteitswet 1998 de aansluitingen waarvoor de leverancier, daartoe gemachtigd overeenkomstig, dan wel op grond vanof, de balanceringsverantwoordelijkheid heeft geregeld en heeft ondergebracht bij een andere rechtspersoon dan hijzelf, worden toegewezen aan de BRP die de leverancier onverwijld schriftelijk opgeeft aan de netbeheerder die het aangaat; b. voor de aansluitingen van grootverbruikers waarbij geen sprake is van machtiging van een leverancier voor het regelen van de balanceringsverantwoordelijkheid, geeft de grootverbruiker schriftelijk aan de betreffende netbeheerder op wie de balanceringsverantwoordelijkheid over gaat nemen; c. de aansluitingen van kleinverbruikers waarvoor de overdracht van de balanceringsverantwoordelijkheid niet tijdig is geregeld overeenkomstig onderdeel a, worden verdeeld over de overige BRP's naar rato van het aantal aangesloten kleinverbruikers waarvoor een BRP balanceringsverantwoordelijkheid draagt; d. de aansluitingen van grootverbruikers waarvoor de overdracht van de balanceringsverantwoordelijkheid niet tijdig is geregeld overeenkomstig onderdeel a of b, worden verdeeld naar rato van het totaal van de per aansluiting grootste individuele, of indien de aansluiting deel uitmaakt van een groepstransportovereenkomst, de grootste van de door middel van de groepstransportovereenkomst gecontracteerde waarde van het gecontracteerd transportvermogen voor afname en het gecontracteerde transportvermogens voor invoeding in deze categorie waarvoor een BRP balanceringsverantwoordelijkheid draagt. 2 artikel 10.10, eerste lid artikel 11.1, tweede lid Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeenkomstig, besluit tot intrekking van de erkenning van een BRP, maar niet overeenkomstig, besluit tot opschorting van deze intrekking, wordt de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluitingen waarvoor deze BRP op dat moment in het aansluitingenregister vermeld staat door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet over de andere BRP’s verdeeld overeenkomstig de onderdelen c en d van het eerste lid. 3 De schriftelijke mededeling, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, bevat tevens een bevestiging van die BRP dat hij de balanceringsverantwoordelijkheid op zich neemt. 4 De verdeling, genoemd in het eerste lid, onderdelen c en d, wordt uitgevoerd in tienden van procenten, waarbij een minimum van vijf aansluitingen voor kleinverbruikers geldt. 5 Bij verdeling van grootverbruikaansluitingen met een individueel, of, indien de aansluiting deel uitmaakt van een groepstransportovereenkomst, met een door middel van de groepstransportovereenkomst gecontracteerd transportvermogen boven de 10 MW, of bij substantiële hoeveelheden aansluitingen, kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vooraf in contact treden met betrokken BRP's ten aanzien van het aanpassen van de verdeling. 6 artikel 10.4, vijfde lid De BRP's die op grond van het eerste lid, onderdeel c of d, aansluitingen toegewezen hebben gekregen, informeren zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen na de verdeling, de betrokken aangeslotenen of hun leverancier, indien deze overeenkomstig, is gemachtigd de balanceringsverantwoordelijkheid te regelen, over deze toewijzing en over de bij hen geldende voorwaarden en de opzeggingsmogelijkheden. 7 De in het zesde lid bedoelde gemachtigde leveranciers stellen de grootverbruikers die hen gemachtigd hebben onverwijld in kennis van de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde toewijzing. 8 Indien op grond van dit artikel de balanceringsverantwoordelijkheid van groepen aangeslotenen wijzigt, zorgt de netbeheerder die het aangaat ervoor dat de wisseling van balanceringsverantwoordelijkheid binnen één werkdag in het aansluitingenregister is verwerkt. 9 De grootverbruiker wiens aansluiting via de in dit artikel bedoelde verdeling een andere BRP heeft toegewezen gekregen, heeft gedurende twee maanden het recht zonder opzegtermijn van BRP te wisselen. 10 Een BRP die op grond van dit artikel de balanceringsverantwoordelijkheid voor aansluitingen toegewezen heeft gekregen, weigert deze toewijzing niet, tenzij hij voordat toewijzing plaatsvindt schriftelijk de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet heeft gemeld niet voor deze toewijzing in aanmerking te willen komen en daarbij tevens tijdig gezamenlijk met een ontvangende BRP heeft aangegeven dat die ontvangende BRP alsdan zijn aandeel overneemt. 11 De verwerkingstermijn van een melding, als bedoeld in het tiende lid, bedraagt maximaal twee weken. 12 artikel 10.6, eerste lid De ontvangende BRP, als bedoeld in het tiende lid, kan met toepassing van, de balanceringsverantwoordelijkheid opzeggen. 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 2025 43262 19-12-2025 11-12-2025 ACM/UIT/651643 20-12-2025
Artikel 11.4 — Artikel 11.4#
Artikel 11.4 bijlage 7 artikel 3, derde lid, van het Besluit vergunning levering elektriciteit aan kleinverbruikers Inis de leidraad opgenomen voor een machineleesbaar en interoperabel formaat van de gegevens, ten behoeve van de uitvoering door de vergunninghouders van. 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 30-04-2021
Artikel 11.5 — Artikel 11.5#
Artikel 11.5 1 artikel 2, zesde lid, van het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 Een vergunninghouder meldt, voor het geval hem, op grond van, de levering aan kleinverbruikers wordt toegewezen, aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet welke BRP voor de desbetreffende kleinverbruikers balanceringsverantwoordelijke dient te worden. 2 De verwerkingstermijn van een melding als bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal twee weken. 3 artikel 2, zesde lid, van het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 Indien op grond vande leverancier van groepen kleinverbruikers wijzigt, zorgt de netbeheerder die het aangaat ervoor dat de wisseling van leverancier binnen één werkdag in het aansluitingenregister is verwerkt. 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 30-04-2021
Artikel 11.6 — Artikel 11.6#
Artikel 11.6 1 artikel 2 van het Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998 artikel 95n van de Elektriciteitswet 1998 Als de situatie als bedoeld ingevolgen heeft voor de levering aan grootverbruikers of kleinverbruikers, zoals bedoeld in, door de desbetreffende vergunninghouder, of een leverancier, niet zijnde een vergunninghouder, dan: a. treedt de BRP die de balanceringsverantwoordelijkheid voor die aangeslotenen draagt, in de plaats van de leverancier tot het moment waarop de betreffende aangeslotenen een nieuwe leveringsovereenkomst hebben gesloten dan wel de levering aan die aangeslotenen is beëindigd; b. stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de betreffende BRP onverwijld van deze situatie op de hoogte; c. stelt de betreffende BRP de betrokken aangeslotenen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen na het in de plaats treden schriftelijk op de hoogte van de ontstane situatie en de thans geldende voorwaarden, inclusief de opzeggingsmogelijkheden; d. wordt de aangeslotene geacht een leveringscontract te hebben met de BRP die in de plaats van de leverancier treedt; e. heeft de aangeslotene twee maanden het recht het leveringscontract zonder opzegtermijn te beëindigen; f. kan de BRP, voor zover dat niet al is overeengekomen, redelijke afspraken maken ten aanzien van de balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluiting. 2 De in het eerste lid bedoelde BRP die in de plaats van de leverancier treedt, brengt aan de aangeslotene een tarief voor de geleverde energie in rekening dat overeenkomt met de uurlijkse day-aheadclearingprijs, tenzij de aangeslotene met deze BRP anders is overeengekomen. 3 Indien op grond van dit artikel de leverancier van groepen aangeslotenen wijzigt, zorgt de netbeheerder die het aangaat ervoor dat de wisseling van leverancier binnen één werkdag in het aansluitingenregister is verwerkt. 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 30-04-2021
Artikel 11.7 — Artikel 11.7#
Artikel 11.7 artikelen 11.2 tot en met 11.6 In geval van samenloop van het dreigen weg te vallen dan wel wegvallen van een leverancier en een BRP voor aansluitingen die door beide partijen bediend worden, gelden in aanvulling op dede volgende bepalingen: a. bij het gelijktijdig nemen van het besluit om een vergunning en een erkenning in te trekken, wordt het besluit waarmee de vergunning wordt ingetrokken geacht eerder te zijn genomen dan de beslissing tot het intrekken van de erkenning als BRP; b. als binnen de opschortingsperiode van de intrekking van de erkenning van de BRP de vergunning van de leverancier bij besluit ingetrokken wordt, kan, indien noodzakelijk, de opschortingsperiode van de BRP verlengd worden; c. artikel 11.1, derde lid de in onderdeel b bedoelde verlenging loopt ten hoogste tot het einde van de tijdelijke voortzettingsperiode die geldt voor de betreffende leverancier en geldt alleen voor de aansluitingen die onder deze vergunninghouder vallen. Indien noodzakelijk wordt de garantie, als bedoeld in, verlengd, zodat deze samenloopt met de verlengde opschortingsperiode. 2023 7460 10-03-2023 09-03-2023 ACM/UIT/588857 2023 7460 10-03-2023 09-03-2023 ACM/UIT/588857 11-03-2023
Artikel 11.8 — Artikel 11.8#
Artikel 11.8 1 artikel 10.6, vierde lid In de situatie als bedoeld in: a. treedt de BRP die de balanceringsverantwoordelijkheid voor die grootverbruiker draagt in de plaats van de leverancier tot het moment waarop de grootverbruiker een nieuwe leveringsovereenkomst heeft gesloten dan wel de levering aan die grootverbruiker is beëindigd; b. paragraaf 4.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas switcht de betreffende BRP daartoe de betreffende grootverbruiker overeenkomstignaar zich toe; c. stelt de betreffende BRP de betrokken grootverbruiker zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen na de effectuering van de switch schriftelijk op de hoogte van de ontstane situatie en de thans geldende voorwaarden, inclusief de opzeggingsmogelijkheden; d. wordt de grootverbruiker geacht een leveringscontract te hebben met de BRP die in de plaats van de leverancier treedt; e. heeft de grootverbruiker twee maanden het recht het leveringscontract zonder opzegtermijn te beëindigen; f. kan de BRP, voor zover niet reeds overeengekomen, redelijke afspraken maken ten aanzien van balanceringsverantwoordelijkheid voor de aansluiting. 2 De in het eerste lid bedoelde BRP die in de plaats van de leverancier treedt, brengt aan de grootverbruiker een tarief voor de geleverde energie in rekening dat overeenkomt met de uurlijkse day-aheadclearingprijs, tenzij de grootverbruiker met deze BRP anders is overeengekomen. 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 2021 20619 29-04-2021 22-04-2021 ACM/UIT/550794 30-04-2021
Artikel 12.1 — Artikel 12.1#
Artikel 12.1 1 artikel 16, tweede lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 artikelen 12.18 12.20 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt na overleg met de buitenlandse instellingen als bedoeld injaarlijks voor 15 september de op basis van deenberekende veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor elektriciteit voor het volgende kalenderjaar op uurbasis openbaar. 2 artikel 12.6 artikelen 12.18 12.20 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt ten hoogste één dag voor de ingenoemde dag waarop de day-aheadcapaciteit wordt bekendgemaakt opnieuw een zo nauwkeurig mogelijke op basis van deenberekende waarde voor de veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit van de verbindingen Eemshaven–Noorwegen en Eemshaven–Denemarken voor de betreffende dag van transport op uurbasis openbaar. 3 artikel 12.6 artikelen 12.19 12.20 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt ten hoogste één dag voor de ingenoemde dag waarop het day-aheadcapaciteitsdomein wordt bekendgemaakt een zo nauwkeurig mogelijke op basis van deenmet gebruikmaking van de stroomgebaseerde aanpak berekende waarde voor het veilig beschikbare capaciteitsdomein voor landsgrensoverschrijdend transport (hierna: het capaciteitsdomein) voor de betreffende dag van transport op uurbasis openbaar. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt eventuele wijzigingen van de in het eerste lid genoemde veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit zo spoedig mogelijk openbaar. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.2 — Artikel 12.2#
Artikel 12.2 1 artikel 12.21 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet reserveert op de landsgrensoverschrijdende verbindingen de overeenkomstigberekende capaciteit voor noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand ten behoeve van de instandhouding van de integriteit van de netten. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt jaarlijks voor 15 november de grootte van de in het eerste lid genoemde reservering voor het volgende kalenderjaar op uurbasis openbaar. 3 artikel 12.6 artikel 12.21 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt ten hoogste één dag voor de ingenoemde dag waarop de day-aheadcapaciteit wordt bekendgemaakt opnieuw een zo nauwkeurig mogelijke op basis vanberekende waarde voor de capaciteit voor noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand ten behoeve van de instandhouding van de integriteit van de netten op uurbasis openbaar. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.3 — Artikel 12.3#
Artikel 12.3 1 artikel 12.1, eerste lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wijst de in, genoemde veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit toe door middel van veilingen, na aftrek van respectievelijk: a. artikel 12.2, eerste lid de hoeveelheid capaciteit die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeenkomstig, reserveert om noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand ten behoeve van de instandhouding van de integriteit van de netten te kunnen uitvoeren; b. artikel 26, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 de hoeveelheid capaciteit die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet reserveert ter uitvoering van een besluit van de Autoriteit Consument en Markt op grond van. 2 artikel 12.1, derde lid artikel 12.2, eerste lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wijst het in, genoemde veilig beschikbare capaciteitsdomein toe door middel van veilingen, waarbij deze rekening houdt met de hoeveelheid capaciteit die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet overeenkomstig, reserveert om noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand ten behoeve van de instandhouding van de integriteit van de netten te kunnen uitvoeren. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.4 — Artikel 12.4#
Artikel 12.4 1 Bij het toewijzen van de beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit van de verbindingen Meeden–Duitsland, Hengelo–Duitsland, Doetinchem–Duitsland, Maasbracht–Duitsland, Borssele–België, Geertruidenberg–België, Maasbracht–België en Eemshaven–Denemarken worden de volgende categorieën transporten onderscheiden: a. jaartransporten, als bedoeld in artikel 9 van de Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA), te weten transporten met een looptijd van 1 januari tot en met 31 december; b. maandtransporten, als bedoeld in artikel 9 van de Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA), te weten transporten met een looptijd van 1 kalendermaand, te beginnen op de eerste dag van die maand; c. day-aheadtransporten, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a van de Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM), met een looptijd van tenminste één klokuur en maximaal één kalenderdag; d. intradaytransporten, als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b van de Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM). 2 Bij de toewijzing van de in het eerste lid genoemde categorieën transporten worden voor de verbindingen Meeden–Duitsland, Hengelo–Duitsland, Doetinchem–Duitsland, Maasbracht–Duitsland, Borssele–België, Geertruidenberg–België, en Maasbracht–België de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. 1300 MW komt ter beschikking van de jaartransporten; b. tenminste 400 MW en ten hoogste 850 MW komt ter beschikking van maandtransporten; c. de onder b bedoelde capaciteit wordt vermeerderd met de jaarcapaciteit die door marktpartijen aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is terugverkocht volgens hoofdstuk 5 van de HAR en volgens artikel 45 van het SAP, en die in de desbetreffende maand geveild wordt; d. het restant van de voor de veiling gereserveerde landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit komt ter beschikking van het day-aheadcapaciteitsdomein. e. het veilig beschikbare deel van het in onderdeel d bedoelde capaciteitsdomein, dat niet wordt gebruikt voor day-aheadtransporten, wordt gebruikt om de beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor intradaytransporten te bepalen. 3 De veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit van de verbinding Eemshaven–Noorwegen komt volledig ten goede aan day-aheadtransporten, met een looptijd van ten minste één klokuur en maximaal één kalenderdag. De transportcapaciteit die niet wordt gebruikt, komt ter beschikking van de intradaytransporten. 4 Bij de toewijzing van de in het eerste lid genoemde categorieën transporten worden voor de verbinding Eemshaven–Denemarken de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. de jaar- en maandtransporten worden aangeboden in de vorm van financiële transmissierechten – opties, als bedoeld in artikel 33 van de Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA); b. de in onderdeel a bedoelde jaar- en maandtransporten worden geveild in overeenstemming met de HAR en het SAP; c. voor de in onderdeel a bedoelde jaar- en maandtransporten is een compensatiemaximum van toepassing in overeenstemming met artikel 59, derde lid, van de HAR; d. een voorstel voor de beschikbare capaciteit voor jaar- en maandtransporten voor de verbinding Eemshaven–Denemarken wordt jaarlijks door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan de Autoriteit Consument en Markt ter goedkeuring voorgelegd; e. de veilig beschikbare fysieke landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit van de verbinding komt volledig ten goede aan day-aheadtransporten, met een looptijd van ten minste één klokuur en maximaal één kalenderdag; f. de transportcapaciteit die niet wordt gebruikt voor day-aheadtransporten, komt ter beschikking van de intradaytransporten. 5 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet neemt bij het ter beschikking stellen van landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor day-aheadtransporten de mogelijkheden met betrekking tot saldering van import en export van genomineerde transporten in acht alsmede de mogelijkheid van saldering van biedingen voor import en export op de dagveiling overeenkomstig een door hem op te stellen methodiek. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet neemt bij het ter beschikking stellen van landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor intradaytransporten de mogelijkheden met betrekking tot saldering van import en export van genomineerde transporten in acht alsmede de mogelijkheid van saldering van biedingen voor import en export ten behoeve van intradayallocatie overeenkomstig een door hem op te stellen methodiek. 6 De in het vijfde lid genoemde methodiek houdt in ieder geval in dat saldering van import en export per landsgrens plaatsvindt. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.5 — Artikel 12.5#
Artikel 12.5 1 artikel 12.4, tweede lid artikel 12.19 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verdeelt de in, genoemde capaciteit over de verbindingen met buitenlandse netten, tenzij de capaciteit met gebruikmaking van stroomgebaseerde aanpak op basis vanwordt bepaald, in welk geval de capaciteit over de verbindingen wordt verdeeld tijdens de procedure van toewijzing van het capaciteitsdomein in de impliciete toewijzing, waarbij hij onderscheid maakt tussen: a. de capaciteit van de verbindingen Meeden–Duitsland, Hengelo–Duitsland, Doetinchem–Duitsland en Maasbracht–Duitsland, en b. de capaciteit van de verbindingen Borssele–België, Geertruidenberg–België en Maasbracht–België. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wijst de beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor de jaar- en maandtransporten op de landsgrensoverschrijdende verbinding Eemshaven–Denemarken aan de marktpartijen toe door middel van expliciete toewijzing. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt de beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor day-aheadtransporten op de landsgrensoverschrijdende verbindingen genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, alsmede de landsgrensoverschrijdende verbindingen Eemshaven–Noorwegen en Eemshaven–Denemarken, aan de marktpartijen ter beschikking door middel van impliciete toewijzing. 4 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wijst de beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor de intradaytransporten op de landsgrensoverschrijdende verbindingen genoemd in het eerste en derde lid impliciet toe door middel van continue handel in elektriciteit. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.6 — Artikel 12.6#
Artikel 12.6 artikel 12.4, tweede lid, onderdeel d, derde lid en vierde lid, onderdeel e artikel 12.5 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt dagelijks uiterlijk 11:00 uur de in, genoemde en volgensgespecificeerde capaciteit danwel capaciteitsdomein voor day-aheadtransporten voor de volgende dag, op uurbasis vastgesteld, bekend. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.7 — Artikel 12.7#
Artikel 12.7 1 Iedere persoon aan wie in de jaarveiling of de maandveiling transportcapaciteit is toegewezen volgens hoofdstuk 4 van de HAR of die transportcapaciteit volgens hoofdstuk 6 van de HAR heeft gekocht, heeft de mogelijkheid deze capaciteit geheel of gedeeltelijk te nomineren. In dat geval maakt deze persoon op zijn vroegst vanaf 14:00 uur op de tweede dag voor de dag van transport en op zijn laatst tot 08:30 uur op de dag voorafgaand aan de dag van transport, aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bekend of, en zo ja voor welk deel men van de genoemde toegewezen transportcapaciteit voor de dag van transport gebruik wil maken. 2 artikel 10.11, eerste lid De in het eerste lid genoemde nominatie dient plaats te vinden via de BRP die het betreffende transport in zijn energieprogramma zal opnemen in overeenstemming met. 3 De in het eerste lid genoemde nominaties dienen ongewijzigd in het energieprogramma van de in het tweede lid genoemde BRP te worden omgezet. Energieprogramma’s welke worden ingediend ten behoeve van landsgrensoverschrijdende transporten kunnen niet worden gewijzigd, tenzij: a. artikel 10.14, zesde lid , wordt toegepast, of b. indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de toegewezen capaciteit voor jaar- en maandtransporten overeenkomstig hoofdstuk 9 van de HAR reduceert. 2019 5318 30-01-2019 28-01-2019 ACM/UIT/502876 2019 5318 30-01-2019 28-01-2019 ACM/UIT/502876 01-02-2019 Abusievelijk is op het tweede lid en derde lid, onderdeel a, een
wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd. 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 2018 72074 24-12-2018 20-12-2018 ACM/UIT/502876 01-02-2019 Abusievelijk is op het tweede lid en het derde lid, onderdeel a,
een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 12.8 — Artikel 12.8#
Artikel 12.8 Indien er onvoorziene fysieke congestie optreedt waardoor de veilig beschikbare transportcapaciteit vermindert, handelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet als volgt: a. De transportcapaciteit voor intradaytransport kan op elk moment van de dag worden verminderd tot 0 MW, indien deze capaciteit niet is verdeeld aan marktpartijen. b. artikel 12.4, tweede lid, onderdeel d De transportcapaciteit voor day-aheadtransporten, als bedoeld in, kan tot het moment van publicatie van die capaciteit en uiterlijk 11:00 uur op de dag voorafgaand aan het transport verminderd worden tot 0 MW. De transportcapaciteit voor day-aheadtransporten als bedoeld in artikel 12.4, derde lid, en vierde lid, onderdeel e, kan tot 11:00 uur op de dag voorafgaand aan het transport worden gereduceerd tot 0 MW. c. artikel 12.4, tweede lid, onderdeel d, en derde lid artikel 12.6 Indien de transportcapaciteit als bedoeld in, na het moment van publicatie van die capaciteit en uiterlijk om 11:00 uur op de dag voorafgaand aan het transport verminderd dient te worden, voorziet de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in vervangend vermogen, zodat de beschikbaarheid van de ingenoemde importcapaciteit voor zover gerelateerd aan impliciete toewijzing, is gegarandeerd. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.9 — Artikel 12.9#
Artikel 12.9 1 De congestie-ontvangsten verminderd met de kosten van de toewijzing worden door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de beheerders van de buitenlandse delen van de landsgrensoverschrijdende verbindingen verdeeld. 2 Tot de kosten bedoeld in het eerste lid behoren ook de kosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt voor de inkoop van transportonafhankelijke netverliezen op de verbinding Eemshaven–Noorwegen en voor de inkoop van alle aan transport gerelateerde netverliezen op de verbinding Eemshaven–Denemarken. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.10 — Artikel 12.10#
Artikel 12.10 artikelen 12.4 tot en met 12.9 Indien ten aanzien van één of meer landsgrensoverschrijdende verbindingen de beheerder van het buitenlandse deel niet aan de toewijzing deelneemt, verdeelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het Nederlandse deel van de betreffende verbinding via een toewijzing, waarbij devan overeenkomstige toepassing zijn. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.11 — Artikel 12.11#
Artikel 12.11 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zendt de Autoriteit Consument en Markt elk jaar voor 1 februari een verslag van de verdeling van de transportcapaciteit gedurende het vorige jaar. 2 In het in het eerste lid genoemde verslag geeft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zijn visie op de continuering van de toewijzing van transportcapaciteit op de landsgrensoverschrijdende verbindingen via toewijzing dan wel een andere marktconforme methode, waarbij hij tevens ingaat op de ervaringen van marktpartijen met de toewijzing. Tevens geeft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in het verslag de totale congestie-ontvangsten aan en de wijze waarop deze congestie-ontvangsten zijn verdeeld, bestemd en eventueel reeds besteed. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.12 — Artikel 12.12#
Artikel 12.12 1 Het doel van de impliciete toewijzing is de efficiënte allocatie van de landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor day-aheadtransporten, die wordt uitgevoerd door middel van een prijskoppelingsalgoritme voor de verbindingen binnen de regio waarvan de day-aheadmarkten gekoppeld zijn, hierna aan te duiden als de ‘Prijskoppeling-regio’. 2 Voor de uitvoering van de impliciete toewijzing werkt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet samen met zowel de netbeheerders van de landelijke hoogspanningsnetten als de elektriciteitsbeurzen van alle landen binnen de Prijskoppeling-regio, zodanig dat de beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor day-ahead-transporten tussen Nederland en Duitsland, Nederland en België, Nederland en Noorwegen, en Nederland en Denemarken via de elektriciteitsbeurzen aan de markt ter beschikking worden gesteld. 3 Een marktpartij kan deelnemen aan de impliciete veiling bij een NEMO. 2019 26780 17-05-2019 07-05-2019 ACM/UIT/510873 2019 26780 17-05-2019 07-05-2019 ACM/UIT/510873 18-06-2019
Artikel 12.13 — Artikel 12.13#
Artikel 12.13 1 Vervallen. 2 De marktpartijen hebben tot 12:00 uur op de dag voorafgaande aan het transport de mogelijkheid vraag- en aanbodorders van elektriciteit aan de day-aheadmarkt aan te bieden. 3 Op basis van de geaggregeerde vraag- en aanbodcurves, de vastgestelde blokbiedingen, en de beschikbare grensoverschrijdende capaciteit voor day-aheadtransporten worden voor elk marktgebied van de Prijskoppeling-regio de netto positie, de day-ahead-clearingprijs en de geaccepteerde blokbiedingen bepaald, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzakelijke beperkingen in de veranderingen in de elektriciteitsstromen. 4 Voor de verbinding Eemshaven-Noorwegen houdt de in het derde lid beschreven procedure tevens rekening met de marginale kosten van de energie voor compensatie van de kabelverliezen, voor zover die aan de markt te relateren zijn, door te rekenen met de netto congestie-ontvangsten (congestie-ontvangsten minus de kosten voor kabelverliezen). 5 De NEMO's maken dagelijks uiterlijk om 13:00 uur de marktprijs en verhandelde volumes op uurbasis voor de volgende dag bekend. 6 Overeenkomstig de marktregels van de betrokken day-aheadmarkten kan het gestelde in het derde lid opnieuw worden uitgevoerd. In dat geval worden marktpartijen eerst in de gelegenheid gesteld om hun biedingen bij een NEMO aan te passen. 7 Indien de berekening als bedoeld in het derde lid vertraging oploopt, of indien het zesde lid toegepast wordt, kan de publicatie van de marktprijzen en de verhandelde volumes, als bedoeld in het vijfde lid, uitgesteld worden tot uiterlijk 14:45 uur. 8 artikel 10.11, derde lid 10.12 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet informeert de marktpartijen tijdig over toepassing van het zevende lid. Daarbij informeert de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de marktpartijen ook over het tijdstip tot wanneer bieders de energieprogramma's als bedoeld inenkunnen indienen. Dit tijdstip ligt in ieder geval niet later dan 15:30 uur. 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 2022 13056 17-05-2022 12-05-2022 ACM/UIT/570440 18-05-2022
Artikel 12.14 — Artikel 12.14#
Artikel 12.14 De resultaten van de impliciete toewijzing worden administratief verwerkt tussen enerzijds de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de beheerder van het buitenlandse deel van de desbetreffende landsgrensoverschrijdende verbindingen en anderzijds tussen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de day-aheadmarkt. Tevens wordt door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het transport van de hoeveelheid elektriciteit administratief verwerkt ten behoeve van de balanshandhaving. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.15 — Artikel 12.15#
Artikel 12.15 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt door middel van een publicatie op haar website de werking van de impliciete toewijzing inzichtelijk, waarbij tevens een beschrijving van het algoritme gegeven wordt. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ziet erop toe dat de volgende gegevens betreffende de resultaten van de impliciete toewijzing eenvoudig en kosteloos openbaar toegankelijk zijn op de in dit artikel omschreven wijze. a. De marktprijzen en verhandelde volumes van de Nederlandse day-aheadmarkt op uurbasis (de publicatie geschiedt uiterlijk om 13:30 uur op de dag voorafgaande aan het transport). b. De geaggregeerde vraag en aanbod curve van de Nederlandse day-aheadmarkt op uurbasis (de publicatie geschiedt uiterlijk twee uren na gate-sluitingstijd van de day-aheadmarkt op de dag voorafgaande aan het transport). c. Uiterlijk op de tiende werkdag van de kalendermaand een maandelijkse rapportage over de door de impliciete toewijzing gecreëerde sociale welvaart waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het consumentensurplus, het producentensurplus en de congestie-ontvangsten en vergelijkingen worden opgenomen tussen de daadwerkelijke situatie en een situatie waarin er sprake is van oneindige capaciteit tussen de verschillende day-aheadmarkten. d. artikel 12.13, zevende lid Indien, wordt toegepast, vindt de publicatie van het gestelde in onderdeel a en b uiterlijk om 15:00 uur plaats. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is ervoor verantwoordelijk dat de volgende gegevens betreffende paradoxaal afgewezen blokorders op de Nederlandse markt eenvoudig en kosteloos opvraagbaar zijn bij de NEMO's op de in dit artikel omschreven wijze. a. Het gemiddeld en het maximum aantal paradoxaal afgewezen blokorders per dag. b. Het gemiddelde en het maximale prijsverschil van de paradoxaal afgewezen blokorders per dag (waarbij het prijsverschil het verschil is tussen de limietprijs van de blokorder en de gemiddelde day-ahead-clearingprijs over de periode van de blokorder). c. Het gemiddelde van de dagelijkse maximale prijsverschillen van de paradoxaal afgewezen blokorders. d. De gegevens als bedoeld in de voorgaande bepalingen in onderdeel a tot en met c kunnen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari van het voorgaande jaar worden opgevraagd. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 12.16 — Artikel 12.16#
Artikel 12.16 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert voor de verbinding Eemshaven-Noorwegen op haar website een alternatieve methode van toewijzen van beschikbare landgrensoverschrijdende transportcapaciteit: de fallback procedure. 2 De fallback procedure voor de in het eerste lid bedoelde verbindingen bestaat uit de volgende stappen: a. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet draagt er zorg voor dat marktpartijen tijdig worden ingelicht over de verhoogde kans op toepassing van de fallback procedure. b. artikel 12.13, derde lid Indien de impliciete toewijzing, als bedoeld in, 20 minuten voor het toepassen van de fallback procedure nog niet heeft plaatsgevonden, laat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in samenwerking met de betrokken buitenlandse netbeheerder(s), voor de betrokken impliciet toe te wijzen capaciteit op de landsgrensoverschrijdende verbinding(en) tussen deze marktgebieden als fallback een expliciete toewijzing in werking treden. De biedingen die 10 minuten voor het toepassen van de fallback procedure zijn uitgebracht, worden gebruikt in de expliciete toewijzing. c. artikel 12.13, derde lid Indien de impliciete toewijzing als bedoeld in, niet heeft plaatsgevonden worden de resultaten van de expliciete toewijzing toegepast. d. Indien de expliciete toewijzing wordt toegepast (en de resultaten daarvan worden gebruikt), heropenen de NEMO's hun orderboeken, zodat marktpartijen in de gelegenheid worden gesteld hun biedingen aan te passen. 3 Aan de fallback procedure voor de in het eerste lid bedoelde verbindingen kunnen slechts partijen deelnemen die beschikken over een erkenning als BRP dan wel over een vergelijkbare status in Noorwegen voor de capaciteit van de verbinding Eemshaven-Noorwegen. 4 artikel 10.11, derde lid artikel 10.12 Indien de fallback procedure voor de in het eerste lid bedoelde verbindingen wordt toegepast, kunnen energieprogramma's als bedoeld in, endoor de bieders tot uiterlijk 15:30 uur worden ingediend. 2020 28764 29-05-2020 28-05-2020 ACM/UIT/533621 2020 28764 29-05-2020 28-05-2020 ACM/UIT/533621 01-06-2020
Artikel 12.17 — Artikel 12.17#
Artikel 12.17 1 artikel 12.5, vierde lid Ten behoeve van de uitvoering van, stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor de intradaytransporten ter beschikking aan de beurzen die aan het XBID-project deelnemen in de Nederlandse biedzone conform de regeling betreffende meer dan één NEMO in een biedzone. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert de veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor de intradaytransporten uiterlijk om 21:00 uur voor de komende 24 uren. 3 Marktpartijen kunnen deelnemen in landsgrensoverschrijdende handel tussen Nederland en Duitsland, en Nederland en België tot het tijdstip dat is bepaald in het besluit No 04/2018 van het Agentschap van 24 april 2018 ‘on all transmission system operators’ proposal for intraday cross-zonal gate opening and intraday cross zonal gate closure times’. 4 Marktpartijen kunnen tot uiterlijk 1 uur voor uitvoering van transport deelnemen in landsgrensoverschrijdende handel tussen Nederland en Noorwegen en Nederland en Denemarken. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.18 — Artikel 12.18#
Artikel 12.18 1 artikel 12.1, eerste lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bepaalt de in, genoemde veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor elektriciteit op basis van de onderstaande methode. 2 De transportcapaciteit wordt op uurbasis vastgesteld. 3 De transportcapaciteit wordt separaat voor importen en exporten vastgesteld. 4 artikel 12.20 De transportcapaciteit wordt bepaald door middel van netberekeningen met inachtneming van het ingestelde op basis van een volledig beschikbaar net, waaronder verstaan wordt het samenstel van Nederlandse netten op een spanningsniveau van 220 kV of hoger, inclusief de landsgrensoverschrijdende verbindingen. 5 De transportcapaciteit wordt afzonderlijk vastgesteld voor de winterperiode, waaronder verstaan wordt een aaneensluitende periode van 100 dagen waarvoor geldt dat de belastbaarheid van de netcomponenten maximaal is ten gevolge van natuurlijke koeling. 6 De transportcapaciteit wordt afzonderlijk vastgesteld voor de perioden waarin één of meer landsgrensoverschrijdende verbindingen vanwege onderhoud niet of gedeeltelijk beschikbaar zijn. In dit geval dient de transportcapaciteit overeenkomstig het gestelde in het vierde lid op basis van een op de te onderhouden netcomponenten na volledig beschikbaar net te worden vastgesteld. 7 De in het vierde en zesde lid genoemde berekeningen vinden plaats voor diverse scenario’s. In elk scenario wordt de maximale waarde voor de importcapaciteit en de exportcapaciteit bepaald door de landsgrensoverschrijdende transporten maximaal te verhogen onder handhaving van de enkelvoudige storingsreserve voor de landsgrensoverschrijdende verbindingen. 8 De in het zevende lid genoemde verhoging van de landsgrensoverschrijdende transporten gebeurt door de productie van alle Nederlandse elektriciteitsproductie-installaties die in het betreffende scenario zijn meegenomen, proportioneel te verlagen dan wel verhogen en door gelijktijdig de productie van de buitenlandse elektriciteitsproductie-installaties die in het betreffende scenario beschikbaar zijn proportioneel te verhogen dan wel verlagen. 9 De veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor import wordt gelijk gesteld aan de laagste waarde van de in het zevende lid genoemde maximale importcapaciteit voor elk van de scenario’s. 10 De veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor export wordt gelijk gesteld aan de laagste waarde van de in het zevende lid genoemde maximale exportcapaciteit voor elk van de scenario’s. 11 In het geval dat een beheerder van een buitenlands net op basis van netberekeningen voor zijn net de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verzoekt een lagere waarde voor de maximale transportcapaciteit op een landsgrensoverschrijdende verbinding te hanteren dan de waarde die overeenstemt met de in het negende of tiende lid genoemde veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit, kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de in het negende of tiende lid bedoelde veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit overeenkomstig het verzoek aanpassen. Daarbij stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vast in hoeverre dit verzoek tot een aanpassing van de transportcapaciteit van andere landsgrensoverschrijdende verbindingen leidt en past hij de veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit dienovereenkomstig aan. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.19 — Artikel 12.19#
Artikel 12.19 1 artikel 16, tweede lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 artikel 12.1, derde lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bepaalt, in samenwerking met de buitenlandse instellingen als bedoeld invan de regio, het in, genoemde veilig beschikbare capaciteitsdomein voor landsgrensoverschrijdende transport voor elektriciteit – voorts in deze paragraaf aangeduid als: ‘het capaciteitsdomein’ – op basis van de onderstaande methode. 2 Het capaciteitsdomein wordt op uurbasis bepaald. 3 artikel 12.20 Het capaciteitsdomein wordt bepaald door middel van netberekeningen met inachtneming van het ingestelde op basis van een volledig beschikbaar net, waaronder verstaan wordt het samenstel van Nederlandse netten op een spanningsniveau van 220 kV of hoger, inclusief de landsgrensoverschrijdende verbindingen. 4 artikel 12.20, tweede lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bepaalt de maximale capaciteit voor de in, genoemde kritieke netcomponenten. Daarbij wordt rekening gehouden met het feit dat de belastbaarheid van de netcomponenten maximaal is gedurende de winterperiode ten gevolge van natuurlijke koeling. 5 Voor elk van de kritieke netcomponenten bepaalt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de betrouwbaarheidsmarge met inachtname van de volgende principes: a. De betrouwbaarheidsmarge geeft de onzekerheid in de vaststelling van de elektriciteitsstromen op het moment van bepaling van het capaciteitsdomein in vergelijking met de werkelijke elektriciteitsstromen in het netcomponent weer; b. De betrouwbaarheidsmarge wordt vastgesteld op basis van een analyse van het verschil tussen de historische vaststelling van de elektriciteitsstromen op het moment van bepaling van het capaciteitsdomein en de historisch werkelijke elektriciteitsstromen in het netcomponent. 6 artikel 16, tweede lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt een congestievoorspelling van het landelijk hoogspanningsnet op basis van een vooraf met de buitenlandse instellingen als bedoeld ingezamenlijk afgestemd scenario. De congestievoorspelling wordt gemaakt op basis van verwachte beschikbaarheid en inzet van netcomponenten, verwachte beschikbaarheid en inzet van elektriciteitsproductie-installaties, verwachte elektriciteitsvraag en verwachte elektriciteitsstromen op de landsgrensoverschrijdende gelijkstroomverbindingen Eemshaven–Noorwegen, Eemshaven–Denemarken en Maasvlakte–Groot-Brittannië behorende bij het gezamenlijk afgestemd scenario. 7 artikel 16, tweede lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 Gezamenlijk met de congestievoorspellingen van de buitenlandse instellingen (als bedoeld in) stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een gezamenlijk netmodel van de regio op. Dit dient als input om te komen tot gecoördineerde bepaling van het capaciteitsdomein. 8 artikel 16, tweede lid, onderdeel h, van de Elektriciteitswet 1998 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt de veilig beschikbare capaciteit voor elk kritiek netcomponent gecoördineerd met de buitenlandse instellingen als bedoeld inals volgt vast: a. De gecoördineerde bepaling resulteert in een initieel beschikbare capaciteit voor een kritiek netcomponent op basis van de in het vierde lid genoemde maximale capaciteit voor het kritiek netcomponent verminderd met de in het vijfde lid genoemde betrouwbaarheidsmarge en de referentiestromen door het kritiek netcomponent afkomstig uit het in het zevende lid genoemde gezamenlijk netmodel. b. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet beoordeelt de resultaten uit deze gecoördineerde bepaling door de landsgrensoverschrijdende transporten maximaal te verhogen onder handhaving van de enkelvoudige storingsreserve voor de kritieke netcomponenten. c. artikel 12.20 Met inachtneming van de ingenoemde randvoorwaarden, kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet beheersmaatregelen inzetten om de verwachte elektriciteitsstromen in het landelijk hoogspanningsnet te beïnvloeden, zodanig dat dit resulteert in een aanpassing van de beschikbare capaciteit voor een kritiek netcomponent. 9 De in het achtste lid genoemde verhoging van de landsgrensoverschrijdende transporten gebeurt door de productie van Nederlandse elektriciteitsproductie-installaties die in het betreffende scenario zijn meegenomen, proportioneel te verlagen dan wel verhogen en door gelijktijdig de productie van buitenlandse elektriciteitsproductie-installaties die in het betreffende scenario beschikbaar zijn proportioneel te verhogen dan wel verlagen. 10 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet houdt bij de bepaling van het capaciteitsdomein rekening met de dynamische stabiliteit en spanningshuishouding van het net door middel van maximale capaciteit voor import en export. 11 De veilig beschikbare capaciteit voor elk kritiek netcomponent als vastgesteld in het achtste lid, samen met de in twaalfde lid genoemde invloedsfactoren voor elk kritiek netcomponent, bepalen het capaciteitsdomein. 12 De in het negende lid genoemde proportionele verlaging dan wel verhoging van elektriciteitsproductie-installaties bepalen de invloedsfactoren (‘power transfer distribution factors’) van landsgrensoverschrijdende transporten op een kritiek netcomponent. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.20 — Artikel 12.20#
Artikel 12.20 1 artikel 12.18 Indien, bij de bepaling van de transportcapaciteit in, de transportcapaciteit wordt beperkt door de capaciteit van verbindingen in het net die niet tot de landsgrensoverschrijdende verbindingen behoren, zal deze beperking eerst zoveel mogelijk door operationele middelen worden opgelost alvorens de transportcapaciteit wordt beperkt. 2 Verordening 714/2009 Bij het bepalen van capaciteitsdomein geldt, gelet op artikel 16, derde lid, van, het principe dat de maximale capaciteit van de grensoverschrijdende verbindingen en/of de maximale capaciteit van de transmissienetten waarmee grensoverschrijdende elektriciteitsstromen worden verzorgd (samen de ‘kritieke netcomponenten’) beschikbaar wordt gesteld, zulks in overeenstemming met de voor een bedrijfszekere exploitatie van het net geldende veiligheidsnormen. 3 artikel 7.3 Indien de transportcapaciteit, danwel het capaciteitsdomein, wordt beperkt doordat de kwaliteit van de transportdienst als beschreven inniet kan worden gehandhaafd, zal deze beperking eerst zoveel mogelijk door middel van inzet van operationele middelen dienen te worden opgelost alvorens de transportcapaciteit, danwel het capaciteitsdomein, wordt beperkt. 4 Stuurbare netelementen, waaronder mede verstaan worden dwarsregeltransformatoren, worden in de berekeningen zodanig bedreven dat een zo hoog mogelijke transportcapaciteit, danwel een voor de markt optimaal capaciteitsdomein, wordt verkregen. 5 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bepaalt de belastbaarheid van de netcomponenten gedurende de winterperiode aan de hand van een kwantitatief onderzoek. 6 artikel 12.18 De ingenoemde scenario’s beschrijven de transporten in het net op basis van een aantal samenhangende uitgangspunten en verschillen onderling in de keuze van belasting en belastingverdeling over het net en in de keuze van productie en productieverdeling over het net, waarbij ook de inzet van productie in het buitenland wordt beschouwd. De scenario’s zijn realistisch, waaronder verstaan wordt dat zij elk afzonderlijk een mogelijke en zinvolle combinatie van belastingen productieverdeling beschrijven. Voor wat betreft de belasting en belastingverdeling over de netten in het buitenland wordt voor alle scenario’s uitgegaan van de situatie die zo goed mogelijk overeenkomt met de te verwachten situatie bij een volledig beschikbaar net. 7 artikel 12.1, tweede en derde lid 12.2, derde lid artikelen 12.18 tot en met 12.21 Ten behoeve van het inen, gestelde berekent de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit, het capaciteitsdomein en de capaciteit voor noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand ten behoeve van de instandhouding van de integriteit van de netten in overeenstemming met de in debeschreven methode op basis van de hem ter beschikking staande meest actuele informatie, waaronder mede verstaan worden de verwachte belastbaarheid van de netcomponenten voor de betreffende dag. Hiertoe past hij zo nodig de gehanteerde scenario’s aan mede op basis van de hem ter beschikking staande informatie omtrent de beschikbaarheid van elektriciteitsproductie-installaties in Europa. 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 2018 72073 21-12-2018 20-12-2018 ACM/18/032994 22-12-2018
Artikel 12.21 — Artikel 12.21#
Artikel 12.21 1 artikel 12.2, eerste lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet bepaalt de in. genoemde capaciteit voor noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand ten behoeve van de instandhouding van de integriteit van de netten (voorts in deze paragraaf aangeduid als: ‘de transportcapaciteit voor onderlinge hulp en bijstand’) op basis van de onderstaande methode. 2 De transportcapaciteit voor onderlinge hulp en bijstand wordt op uurbasis vastgesteld. 3 De transportcapaciteit voor onderlinge hulp en bijstand wordt separaat voor importen en exporten vastgesteld. 4 12.20 De transportcapaciteit voor onderlinge hulp en bijstand wordt bepaald door middel van netberekeningen met inachtneming van het ingestelde op basis van een volledig beschikbaar net, waaronder verstaan wordt het samenstel van de Nederlandse netten op een spanningsniveau van 220 kV of hoger, inclusief de landsgrensoverschrijdende verbindingen. 5 artikel 12.18 12.19 12.20 Voor elk van de inofgenoemde scenario’s wordt overeenkomstig het in artikel 12.18 of 12.19 engestelde de transportcapaciteit bepaald met uitval van een willekeurige elektriciteitsproductie-eenheid of belasting van een enkele aangeslotene, niet zijnde netbeheerder, voor zover van belang voor de bepaling van de transportcapaciteit en zonder uitval van overige elementen in het net en onder handhaving van de normale toestand. 6 artikel 12.18, negende lid respectievelijk tiende lid artikel 12.19, elfde lid Indien de laagste waarde van de overeenkomstig het vijfde lid berekende transportcapaciteit voor de verschillende scenario’s, afzonderlijk berekend voor import en export, lager is dan de op basis vanof, bepaalde waarde voor de veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit of capaciteitsdomein, bedraagt de transportcapaciteit voor onderlinge hulp en bijstand het verschil tussen de op basis van artikel 12.18, negende lid respectievelijk tiende lid of artikel 12.19, elfde lid bepaalde waarde voor de veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit of capaciteitsdomein en de hiervoor genoemde laagste waarde van de overeenkomstig het vijfde lid berekende transportcapaciteit. In de overige gevallen bedraagt de transportcapaciteit voor onderlinge hulp en bijstand 0 MW. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 12.22 — Artikel 12.22#
Artikel 12.22 1 artikelen 12.18 tot en met 12.21 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert op haar website alle voor de ingenoemde berekeningen van belang zijnde gegevens, met inbegrip van tenminste de hieronder genoemde gegevens. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert de volgende gegevens ten behoeve van de netberekeningen: a. de topologie van het volledige net dat gebruikt is voor de netberekeningen; b. technische gegevens omtrent het net waaronder tenminste begrepen worden de impedantie en de mogelijke instellingen van alle in de netberekening meegenomen componenten; c. het toegekend vermogen in MVA van de in de netberekening meegenomen componenten gedurende het jaar; d. artikel 12.20, vijfde lid de uitgangspunten, berekeningen en kwantitatieve resultaten van het in, genoemde onderzoek; e. artikel 12.18, zesde lid specificatie van het in, bedoelde onderhoud waaronder tenminste begrepen wordt de periode waarin het onderhoud plaats vindt en een aanduiding van de netcomponenten die ten gevolge van het onderhoud niet beschikbaar zijn. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert de volgende gegevens ten behoeve van de gehanteerde scenario’s: a. de uitgangspunten op basis waarvan elk scenario is opgesteld; b. de gemodelleerde belasting op elk knooppunt in het net voor elk scenario; c. de gemodelleerde productie voor elk knooppunt in het net voor elk scenario; d. artikel 12.18, achtste lid 12.19, negende lid de aangenomen verhoging en verlaging van de productie zoals in, of, genoemd. 4 artikel 12.18 12.19 12.21, vijfde lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert de volgende tussenresultaten afzonderlijk voor zowel de situatie met een volledig beschikbaar net als de perioden waarin onderhoud aan de landsgrensoverschrijdende verbindingen plaatsvindt en afzonderlijk per scenario en afzonderlijk voor de netberekeningen als bedoeld inofen: a. artikel 12.18, negende respectievelijk tiende lid artikel 12.19, elfde lid de maximale transportcapaciteit beschikbaar voor import en export als bepaald in, of het capaciteitsdomein als bepaald in; b. de verdeling van de landsgrensoverschrijdende transporten over de verschillende landsgrensoverschrijdende verbindingen (per circuit) in de ongestoorde situatie en na de enkelvoudige storing die de landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit beperkt, met aanduiding van de enkelvoudige storing en de instelling van de regelbare componenten (waaronder mede begrepen de dwarsregeltransformatoren); c. in het geval dat een andere component dan een landsgrensoverschrijdende verbinding beperkend blijkt voor de transportcapaciteit de belasting van dit element voor en na de enkelvoudige storing alsmede een verklaring waarom deze beperking niet door middel van operationele middelen kan worden opgelost; d. artikel 12.20, derde lid in het geval dat de transportcapaciteit wordt beperkt doordat de kwaliteit van de transportdienst niet kan worden gehandhaafd, als genoemd in, een kwalitatieve en kwantitatieve beschrijving van de oorzaak hiervan alsmede een verklaring waarom deze beperking niet door middel van operationele middelen kan worden opgelost; e. artikel 12.21 alleen ten behoeve van de netberekeningen als bedoeld in: de transportcapaciteit voor onderlinge hulp en bijstand en, in het geval deze niet gelijk is aan 0 MW, tevens een kwantitatieve beschrijving van de balansverstoring die leidt tot de betreffende waarde. 5 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert op uurbasis de volgende resultaten afzonderlijk voor zowel de situatie met een volledig beschikbaar net als de perioden waarin onderhoud aan de landsgrensoverschrijdende verbindingen plaatsvindt: a. artikel 12.18, negende lid de veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor import als bedoeld in; b. artikel 12.18, tiende lid de veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit voor export als bedoeld in; c. artikel 12.21, zesde lid de capaciteit voor noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand voor zowel import als export als bedoeld in. 6 artikel 12.18, elfde lid Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de veilig beschikbare landsgrensoverschrijdende transportcapaciteit op grond van, aanpast, maakt hij openbaar om welke reden hij tot deze aanpassing is overgegaan, op welke landsgrensoverschrijdende verbinding de vermindering betrekking heeft, hoe groot de vermindering is en op welke uren de vermindering betrekking heeft. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 13.1 — Artikel 13.1#
Artikel 13.1 1 Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de structurele gegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid, te weten: a. de datum van inbedrijfname; b. het spanningsniveau van het overdrachtspunt van de aansluiting, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; c. de primaire energiebron; d. de maximumcapaciteit; e. het minimale en maximale af te geven werkzaam vermogen en blindvermogen; f. artikel 3.26, zesde lid welk type spanningsregeling, als bedoeld in, van toepassing is alsmede de plaats in het net waarop de regeling werkzaam is; g. de regelcapaciteit voor spanning en blindvermogen; h. de belasting ten behoeve van het eigen bedrijf; i. de gegevens en modellen van elke opwekkingseenheid die deel uitmaakt van de elektriciteitsproductie-eenheid, die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie, te weten: 1°. de tijd voor een koude en een warme start; 2°. het type opwekkingseenheid, te weten synchroon, asynchroon, omvormer-gekoppeld of, in geval van een windturbine, of sprake is van een dubbelgevoede inductiemachine of direct drive; 3°. het nominale vermogen; 4°. in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid bestaande uit meerdere zonnepanelen: in plaats van het in subonderdeel 3° genoemde nominale vermogen per opwekkingseenheid het totale vermogen van alle zonnepanelen van de elektriciteitsproductie-installatie en het totale vermogen van de omvormers van de elektriciteitsproductie-installatie; 5°. de nominale spanning van de opwekkingseenheid; 6°. de nominale arbeidsfactor; 7°. de transiënte impedantie(s) en bijbehorende tijdconstante(n); 8°. de subtransiënte impedantie(s) en bijbehorende tijdconstante(n); 9°. de statorstrooi-impedantie(s); 10°. in geval van een synchrone opwekkingseenheid de synchrone (langs- en dwars-) impedantie; 11°. in geval van een synchrone opwekkingseenheid het regelbereik en de tijdconstanten van het bekrachtigingscircuit; 12°. het traagheidsmoment (inclusief dat van de aandrijvende machine); 13°. de overdrachtsfunctie en de instelparameters van de automatische spanningsregeling; 14°. de overdrachtsfunctie en de instelparameters van de turbineregeling; j. de gegevens ten behoeve van kortsluitberekening, te weten: 1°. de kortsluitbijdrage van de elektriciteitsproductie-eenheid; 2°. in geval van een asynchrone of omvormer-gekoppelde opwekkingseenheid de verhouding kortsluitstroom / nominale stroom; k. de transformatorgegevens voor de elektriciteitsproductie-installatie waar de elektriciteitsproductie-eenheid deel van uitmaakt, te weten: 1°. het nominale schijnbare vermogen; 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde; 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde; 4°. de nominale kortsluitspanning; 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen; 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen; 7°. de schakelgroep van de wikkelingen; 8°. de sterpuntsbehandeling, te weten zwevend, hard geaard, geaard via impedantie; 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar, te weten de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline); l. indien de elektriciteitsproductie-eenheid een bijdrage levert aan de FCR: de FCR-gegevens; m. indien de elektriciteitsproductie-eenheid een bijdrage levert aan de FRR: de FRR-gegevens; n. de voor het herstel van het landelijk hoogspanningsnet benodigde gegevens, te weten: 1°. de stap-belastbaarheid; 2°. de regelsnelheid; 3°. of de elektriciteitsproductie-eenheid inschakelbaar is op een dode rail; 4°. het een-fase schema van de elektrische installatie; 5°. of de machinetransformator voorzien is van een point on wave schakelaar; o. de gegevens van de beveiligingsapparaten en -instellingen. 2 De structurele gegevens als bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in; c. artikel 2.4, negende lid de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.2 — Artikel 13.2#
Artikel 13.2 1 Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een distributienet verstrekt de netbeheerder de structurele gegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid, te weten: a. de datum van inbedrijfname; b. het spanningsniveau van het overdrachtspunt van de aansluiting, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; c. de primaire energiebron; d. de maximumcapaciteit; e. in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid bestaande uit meerdere zonnepanelen: het totale vermogen van alle zonnepanelen van de elektriciteitsproductie-installatie en het totale vermogen van de omvormers van de elektriciteitsproductie-installatie. 2 In aanvulling op het eerste lid verstrekt een aangeslotene, die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid van het type B, C of D de structurele gegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid, te weten: a. het minimale en maximale af te geven werkzaam vermogen en blindvermogen; b. artikel 3.26, zesde lid welk type spanningsregeling, als bedoeld in, van toepassing is alsmede de plaats in het net waarop de regeling werkzaam is; c. de regelcapaciteit voor spanning en blindvermogen; d. de belasting ten behoeve van het eigen bedrijf; e. de gegevens en modellen van elke opwekkingseenheid die deel uitmaakt van de elektriciteitsproductie-eenheid, die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie, te weten: 1°. het type opwekkingseenheid, te weten: synchroon, asynchroon, omvormer-gekoppeld of, in geval van een windturbine, of sprake is van een dubbelgevoede inductiemachine of direct drive; 2°. het nominale vermogen; 3°. in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid bestaande uit meerdere zonnepanelen is subonderdeel 2° niet van toepassing; 4°. de nominale spanning van de opwekkingseenheid; 5°. de nominale arbeidsfactor; 6°. de transiënte impedantie(s) en bijbehorende tijdconstante(n); 7°. de subtransiënte impedantie(s) en bijbehorende tijdconstante(n); 8°. de statorstrooi-impedantie(s); 9°. in geval van een synchrone opwekkingseenheid de synchrone (langs- en dwars-) impedantie; 10°. in geval van een synchrone opwekkingseenheid het regelbereik en de tijdconstanten van het bekrachtigingscircuit; 11°. het traagheidsmoment (inclusief dat van de aandrijvende machine); 12°. de overdrachtsfunctie en de instelparameters van de automatische spanningsregeling; 13°. de overdrachtsfunctie en de instelparameters van de turbineregeling; f. de gegevens ten behoeve van kortsluitberekening, te weten; 1°. de kortsluitbijdrage van de elektriciteitsproductie-eenheid; 2°. in geval van een asynchrone of omvormer-gekoppelde opwekkingseenheid de verhouding kortsluitstroom / nominale stroom; g. de transformatorgegevens voor de elektriciteitsproductie-installatie waar de elektriciteitsproductie-eenheid deel van uitmaakt, te weten: 1°. het nominale schijnbare vermogen; 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde; 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde; 4°. de nominale kortsluitspanning; 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen; 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen; 7°. de schakelgroep van de wikkelingen; 8°. de sterpuntsbehandeling, te weten zwevend, hard geaard, geaard via impedantie; 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar, te weten de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline); h. indien de elektriciteitsproductie-eenheid een bijdrage levert aan FCR, de FCR-gegevens; i. indien de elektriciteitsproductie-eenheid een bijdrage levert aan FRR, de FRR-gegevens; j. artikel 2.37 indien de elektriciteitsproductie-eenheid is aangesloten op een spanningsniveau van 1 kV en hoger de beveiligingsgegevens, als bedoeld in; k. de geschiktheid van toegang op afstand tot de vermogensschakelaar; l. indien het een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D betreft: de gegevens die nodig zijn voor een dynamische simulatie overeenkomstig artikel 15, zesde lid, onderdeel c, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG). 3 De structurele gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in; c. artikel 2.4, negende lid de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in. 4 Het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type B, C of D zou worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.3 — Artikel 13.3#
Artikel 13.3 1 Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de structurele gegevens van die verbruiksinstallatie, te weten: a. het maximaal af te nemen werkzaam vermogen; b. het maximaal af te nemen of in te voeden blindvermogen; c. indien actieve blindvermogenscompensatiemiddelen deel uitmaken van de verbruiksinstallatie de karakteristieken van de regeling daarvan; d. de gegevens van de transformatoren direct gekoppeld aan het overdrachtspunt van de aansluiting van de verbruiksinstallatie, te weten: 1°. het nominale schijnbare vermogen; 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde; 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde; 4°. de nominale kortsluitspanning; 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen; 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen; 7°. de schakelgroep van de wikkelingen; 8°. de sterpuntsbehandeling, te weten zwevend, hard geaard, geaard via impedantie; 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar, te weten de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline); e. de kortsluitbijdrage; f. de gegevens en modellen van elke verbruiksinstallatie, die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie. 2 Indien de verbruiksinstallatie, als bedoeld in het eerste lid, een of meer verbruikseenheden omvat die worden gebruikt voor het leveren van vraagsturing, verstrekt de aangeslotene, in aanvulling op het eerste lid, per verbruikseenheid onder vermelding van de EAN-code van de verbruikseenheid die deelneemt aan vraagsturing, tevens: a. het minimale en maximale werkzame vermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing, de bijbehorende tijdsduur en de snelheid waarmee dat vermogen inzetbaar is; b. het minimale en maximale blindvermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing, de bijbehorende tijdsduur en de snelheid waarmee dat blindvermogen inzetbaar is. 3 De structurele gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.4 — Artikel 13.4#
Artikel 13.4 1 Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op een distributienet verstrekt de netbeheerder de structurele gegevens van die verbruiksinstallatie, te weten het maximaal af te nemen werkzaam vermogen. 2 In aanvulling op het eerste lid verstrekt een aangeslotene, die beschikt over een verbruiksinstallatie groter dan 100 kW, de structurele gegevens van die verbruiksinstallatie, te weten: a. het maximaal af te nemen of in te voeden blindvermogen; b. de karakteristieken van de regeling van blindvermogen indien dit is geïnstalleerd; c. indien de aangeslotene beschikt over direct aan het overdrachtspunt gekoppelde transformatoren, de gegevens van de transformatoren direct gekoppeld aan het overdrachtspunt van de aansluiting van de verbruiksinstallatie, te weten: 1°. het nominale schijnbare vermogen; 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde; 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde; 4°. de nominale kortsluitspanning; 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen; 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen; 7°. de schakelgroep van de wikkelingen; 8°. de sterpuntsbehandeling, te weten zwevend, hard geaard, geaard via impedantie; 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar, te weten de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline); d. de kortsluitbijdrage; e. de geschiktheid van toegang op afstand tot de vermogensschakelaar. 3 Indien de verbruiksinstallatie als bedoeld in het eerste lid, een of meer verbruikseenheden omvat die worden gebruikt voor het leveren van vraagsturing, verstrekt de aangeslotene, in aanvulling op het eerste lid, per vraagsturing leverende verbruikseenheid onder vermelding van de EAN-code van de verbruikseenheid, de structurele gegevens, te weten: a. het minimale en maximale werkzame vermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing, de bijbehorende tijdsduur en de snelheid waarmee dat vermogen inzetbaar is; b. het minimale en maximale blindvermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing, de bijbehorende tijdsduur en de snelheid waarmee dat blindvermogen inzetbaar is. 4 Indien sprake is van vraagsturing door middel van een derde partij als bedoeld in artikel 27 tot en met 29 van de verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), draagt de aangeslotene er zorg voor dat de derde partij de structurele gegevens kan verstrekken aan de netbeheerder, te weten: a. de karakteristieken van de regeling van blindvermogen indien dit is geïnstalleerd; b. het structurele minimale en maximale werkzame vermogen dat beschikbaar is voor vraagsturing en de minimale en maximale duur van iedere eventuele vraagsturing binnen een door de regionale netbeheerder en netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gespecificeerde geografische zone. 5 De structurele gegevens als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in. 6 De structurele gegevens als bedoeld in het derde en vierde lid worden verstrekt onder vermelding van: a. de EAN-code van de verbruikseenheid indien die deelneemt aan vraagsturing. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.5 — Artikel 13.5#
Artikel 13.5 1 De regionale netbeheerder, waarvan het net is aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, van elk afzonderlijk station dat direct gekoppeld is aan het landelijk hoogspanningsnet, de structurele gegevens, te weten: a. het spanningsniveau van de secundaire zijde van het station; b. het aantal railsystemen en de onderlinge samenhang ervan; c. de typegegevens van de schakelaars van de transformatorvelden; d. de typegegevens van de scheiders van de transformatorvelden; e. de omvang en het type van de op het station aangesloten stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen. 2 De structurele gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van de naam van het station. 3 De regionale netbeheerder, waarvan het net is aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, van elk achter een overdrachtspunt van een aansluiting gelegen deelnet, de structurele gegevens, te weten: a. de elektrische karakteristieken van de lijnen en kabels die deel uitmaken van de transformatorvelden; b. de gegevens van de vermogenstransformatoren, te weten: 1°. het nominale schijnbare vermogen; 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde; 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde; 4°. de nominale kortsluitspanning; 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen; 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen; 7°. de schakelgroep van de wikkelingen; 8°. de sterpuntsbehandeling, te weten zwevend, hard geaard, geaard via impedantie; 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar, te weten de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline); c. van elk achter een overdrachtspunt gelegen deelnet het netmodel bestaande uit: 1°. de geaggregeerde belasting; 2°. de geaggregeerde productie per primaire energiebron; 3°. het invoedend kortsluitvermogen; d. de gegevens en modellen van elk achter een overdrachtspunt gelegen deelnet, die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie. 4 De structurele gegevens als bedoeld in het derde lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter het regionale net zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt als bedoeld in. 5 Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een gesloten distributiesysteem, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.6 — Artikel 13.6#
Artikel 13.6 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van een op zijn net aangesloten net van elk afzonderlijk station dat direct gekoppeld is aan het net van die netbeheerder de structurele gegevens, te weten: a. het spanningsniveau van de primaire zijde van het station; b. het aantal railsystemen en de onderlinge samenhang ervan; c. de typegegevens van de schakelaars van de transformatorvelden; d. de typegegevens van de scheiders van de transformatorvelden; e. de omvang en het type van de op het in onderdeel a bedoelde station aangesloten stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen. 2 De structurele gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van de naam van het station. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van een op zijn net aangesloten net van elk afzonderlijk overdrachtspunt van een aansluiting de structurele gegevens, te weten: a. de elektrische karakteristieken van de lijnen en kabels die deel uitmaken van de transformatorvelden; b. de gegevens van de vermogenstransformatoren, indien deze deel uitmaken van het landelijk hoogspanningsnet, te weten: 1°. het nominale schijnbare vermogen; 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde; 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde; 4°. de nominale kortsluitspanning; 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen; 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen; 7°. de schakelgroep van de wikkelingen; 8°. de sterpuntsbehandeling, te weten zwevend, hard geaard, geaard via impedantie; 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar, te weten de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte; de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline); c. van het achter het overdrachtspunt gelegen landelijk hoogspanningsnet het netmodel, bestaande uit: 1°. het invoedend kortsluitvermogen (één- en driefase kortsluitstromen); 2°. de topologie. 4 De structurele gegevens als bedoeld in het derde lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter het regionale net zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt als bedoeld in. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.7 — Artikel 13.7#
Artikel 13.7 1 Netbeheerders van onderling gekoppelde distributienetten bepalen in onderling overleg en verstrekken vervolgens elkaar, van elk afzonderlijk station waarin de netten worden gekoppeld, de uit te wisselen structurele gegevens, te weten: a. het spanningsniveau van de secundaire zijde van het station; b. het aantal railsystemen en de onderlinge samenhang ervan; c. de typegegevens van de schakelaars van de transformatorvelden; d. de typegegevens van de scheiders van de transformatorvelden; e. de omvang en het type van de op het in onderdeel a bedoelde station aangesloten stationaire blindvermogenscompensatiemiddelen. 2 De structurele gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van de naam van het station. 3 Netbeheerders van onderling gekoppelde distributienetten bepalen in onderling overleg en verstrekken vervolgens elkaar, van elk achter een overdrachtspunt van een aansluiting gelegen deelnet, de uit te wisselen structurele gegevens, te weten: a. de elektrische karakteristieken van de lijnen en kabels die deel uitmaken van de transformatorvelden; b. de gegevens van de vermogenstransformatoren, indien aanwezig, te weten: 1°. het nominale schijnbare vermogen; 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde; 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde; 4°. de nominale kortsluitspanning; 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen; 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen; 7°. de schakelgroep van de wikkelingen; 8°. de sterpuntsbehandeling, te weten zwevend, hard geaard, geaard via impedantie; 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar, te weten de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline); c. van het achter het overdrachtspunt gelegen deelnet het netmodel bestaande uit: 1°. de geaggregeerde belasting (geldt alleen voor ‘van onderliggend net, naar bovenliggend net’); 2°. de geaggregeerde productie per primaire energiebron (geldt alleen voor ‘van onderliggend net, naar bovenliggend net’); 3°. het invoedend kortsluitvermogen; 4°. de topologie en de standaard schakeltoestand. 4 De structurele gegevens als bedoeld in het derde lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter het regionale net zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt als bedoeld in. 5 Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een gesloten distributiesysteem, aangesloten op een distributienet. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.8 — Artikel 13.8#
Artikel 13.8 1 Een aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de structurele gegevens van dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module, te weten: a. de maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen of de maximumcapaciteit; b. het minimale en maximale af te geven en op te nemen werkzaam vermogen en de maximale regelsnelheid; c. de minimale en maximale regelcapaciteit en de maximale regelsnelheid voor spanning en blindvermogen; d. indien van toepassing: de prioritering van de operationele modus voor werkzaam vermogen of blindvermogen; e. de topologie, componentwaarden en regeling van filters en filterbatterijen; f. de topologie, componentwaarden en regeling van compensatie van reactief vermogen; g. de frequentieresponsiecapaciteit; h. artikel 6.27 de gegevens en modellen die nodig zijn voor het uitvoeren van een dynamische simulatie, als genoemd in; i. artikel 6.8 6.14 6.15 de gegevens ten behoeve van kortsluitberekening, als bedoeld in,enalsmede de verhouding tussen de kortsluitstroom en de nominale stroom; j. artikel 6.22 de gegevens van de beveiligingsapparaten en -instellingen, als bedoeld in. k. de transformatorgegevens, te weten: 1°. het nominale schijnbare vermogen; 2°. de nominale spanning aan de primaire zijde; 3°. de nominale spanning aan de secundaire zijde; 4°. de nominale kortsluitspanning; 5°. de nominale koper- of kortsluitverliezen; 6°. de nominale ijzer- of nullastverliezen; 7°. de schakelgroep van de wikkelingen; 8°. de sterpuntsbehandeling, te weten: zwevend, hard geaard, geaard via impedantie; 9°. indien van toepassing de gegevens aangaande de regelschakelaar, te weten: de hoogste trap, de laagste trap, de stapgrootte, de regelbaarheid, namelijk continu regelbaar (online) of spanningsloos instelbaar (offline). 2 De structurele gegevens, zoals bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.9 — Artikel 13.9#
Artikel 13.9 1 artikel 13.1 tot en met 13.4 De gegevens als bedoeld in, worden geactualiseerd, overeenkomstig de termijnen, te weten: a. halfjaarlijks uiterlijk op 1 april en op 1 oktober; b. uiterlijk drie maanden voor de inbedrijfname van een nieuwe of gewijzigde elektriciteitsproductie-eenheid of verbruiksinstallatie of van wijziging in de karakteristieken van een elektriciteitsproductie-eenheid of verbruiksinstallatie. 2 artikel 13.5 13.8 De gegevens als bedoeld inenworden geactualiseerd, overeenkomstig de termijnen: a. halfjaarlijks, uiterlijk op 1 april en op 1 oktober; b. uiterlijk zes maanden voor de inbedrijfname van een nieuw netelement of van een wijziging in de karakteristieken van een netelement; c. zo spoedig mogelijk indien sprake is van een wijziging van de observatiezone voor zover het gegevens betreft die door deze wijziging van de observatiezone geraakt worden of indien een fout in de eerder aangeleverde gegevens wordt geconstateerd. 3 artikel 13.6 13.7 De gegevens als bedoeld inen, worden geactualiseerd: a. jaarlijks uiterlijk op 1 april; b. uiterlijk zes maanden voor de inbedrijfname van een nieuw netelement of van een wijziging in de karakteristieken van een netelement. 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 14-11-2020
Artikel 13.10 — Artikel 13.10#
Artikel 13.10 Waar in deze paragraaf sprake is van een grenswaarde van 1 MW, kan de netbeheerder per bepaling een hogere grenswaarde vaststellen. 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 16-03-2019
Artikel 13.11 — Artikel 13.11#
Artikel 13.11 1 Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de plannings- en prognosegegevens van die elektriciteitsproductie-eenheid, te weten: a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de elektriciteitsproductie-eenheid; b. de geplande niet-beschikbaarheid van de aansluiting waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; c. de test-profielen; d. de beperkingen van de beschikbaarheid van het werkzaam vermogen ten opzichte van de maximumcapaciteit; e. de prognose van de hoeveelheid op het net in te voeden werkzaam vermogen; f. de eventuele beperkingen in de regelcapaciteit voor blindvermogen. 2 De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; b. artikel 2.4, negende lid de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in. 3 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, d, e, en f, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld, met inachtneming van het volgende: a. van tijdens de zichtperiode nieuw in bedrijf te nemen elektriciteitsproductie-eenheden tevens de verwachte datum van inbedrijfname; b. van tijdens de zichtperiode te amoveren elektriciteitsproductie-eenheden tevens de verwachte datum van amovering; c. de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde planning, in de vorm van het verwachte draaiplan in tijdsperioden van minimaal één week, voorzien van een aanduiding hoe de elektriciteitsproductie-eenheid zal draaien, zoals: 1°. basislast; 2°. middenlast; 3°. pieklast; 4°. niet regelbaar vermogen; 5°. draaiende reserve / regeleenheid; 6°. stilstaande reserve; 7°. stilstand. 4 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende drie jaar ter beschikking gesteld overeenkomstig de specificaties uit artikel 15, eerste lid, van de Verordening (EU) 543/2013. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet draagt zo nodig zorg voor het doorgeven van deze gegevens aan het platform als bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EU) 543/2013. 5 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld. 6 Tenzij anders overeengekomen, maken de gegevens bedoeld in het vierde en vijfde lid, deel uit van de gegevens in het tweede lid. 7 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, ter beschikking gesteld overeenkomstig het vijfde lid, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld. 8 De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, worden dagelijks, uiterlijk om 15:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier. 9 Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het achtste lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid op het net in te voeden werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter beschikking gesteld, in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit: a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit; b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 13.12 — Artikel 13.12#
Artikel 13.12 1 Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op een distributienet verstrekt de netbeheerder de plannings- en prognosegegevens, te weten: a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de elektriciteitsproductie-eenheid; b. de geplande niet-beschikbaarheid van de aansluiting waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; c. de test-profielen; d. de beperkingen van de beschikbaarheid van het werkzaam vermogen ten opzichte van de maximumcapaciteit; e. de prognose van de hoeveelheid op het net in te voeden werkzaam vermogen; f. de eventuele beperkingen in de regelcapaciteit voor blindvermogen. 2 De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt; b. artikel 2.4, negende lid de EAN-code van de elektriciteitsproductie-eenheid, als bedoeld in. 3 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, d, e en f, over elektriciteitsproductie-eenheden groter dan of gelijk aan 1 MW wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld, met inachtneming van het volgende: a. van tijdens de zichtperiode nieuw in bedrijf te nemen elektriciteitsproductie-eenheden tevens de verwachte datum van inbedrijfname; b. van tijdens de zichtperiode te amoveren elektriciteitsproductie-eenheden tevens de verwachte datum van amovering; c. de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde planning, van elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op een spanningsniveau op een net met een spanningsniveau van 10kV-niveau of hoger, in de vorm van het verwachte draaiplan in tijdsperioden van minimaal één week, voorzien van een aanduiding hoe de elektriciteitsproductie-eenheid zal draaien, zoals: 1°. basislast; 2°. middenlast; 3°. pieklast; 4°. niet regelbaar vermogen; 5°. draaiende reserve / regeleenheid; 6°. stilstaande reserve; 7°. stilstand. 4 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april: a. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW, door de BRP’s, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld; b. voor elektriciteitsproductie-eenheden groter dan of gelijk aan 1 MW, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld. 5 Tenzij anders overeengekomen, maken de gegevens, voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, dan wel een hogere door de netbeheerder te bepalen maximumcapaciteit, bedoeld in het vierde lid, deel uit van de gegevens in het derde lid. 6 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, ter beschikking gesteld overeenkomstig het vierde lid, a. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW door de BRP’s, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld; b. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld. 7 De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden dagelijks, uiterlijk om 14:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier, te weten: a. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit kleiner dan 1 MW, door de BRP’s, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd; b. voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW. 8 Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zevende lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid op het net in te voeden werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder ter beschikking gesteld, in geval van een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit: a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit; b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW. 9 In geval van een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit van 100 MW of groter, wordt van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende drie jaar ter beschikking gesteld overeenkomstig de specificaties uit artikel 15, eerste lid, van de Verordening (EU) 543/2013. De netbeheerder draagt zo nodig zorg voor het doorgeven van deze gegevens aan het platform als bedoeld in artikel 3 van de Verordening (EU) 543/2013. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025 Abusievelijk geeft de Staatscourant een wijzigingsopdracht voor
lid 8, onderdeel b in plaats van lid 8, onderdeel a.
Artikel 13.13 — Artikel 13.13#
Artikel 13.13 1 Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de plannings- en prognosegegevens, te weten: a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de verbruiksinstallatie; b. de prognose van de hoeveelheid van het net af te nemen werkzaam vermogen en blindvermogen; c. indien de verbruiksinstallatie één of meer verbruikseenheden omvat die deelnemen aan vraagsturing, per vraagsturing leverende verbruikseenheid: de beperkingen van de beschikbaarheid van het werkzaam vermogen ten behoeve van vraagsturing. 2 De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter die verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in; c. indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing: de EAN-code van deze verbruikseenheid. 3 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld, inhoudende: a. de ontwikkeling op jaarbasis; b. de beschrijving van het belastingpatroon; c. de verwachte trendbreuken. 4 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld. 5 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, die ter beschikking gesteld zijn overeenkomstig het vierde lid, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld. 6 De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, worden dagelijks, uiterlijk om 15:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier. 7 Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zesde lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid van het net af te nemen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter beschikking gesteld, in geval van een verbruiksinstallatie met een maximaal af te nemen werkzaam vermogen: a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal van het net af te nemen werkzaam vermogen; b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 13.14 — Artikel 13.14#
Artikel 13.14 1 Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op een distributienet verstrekt de netbeheerder de plannings- en prognosegegevens, te weten: a. de niet-beschikbaarheidsplanning van de verbruiksinstallatie; b. de prognose van de hoeveelheid van het net af te nemen werkzaam vermogen en blindvermogen; c. indien de verbruiksinstallatie één of meer verbruikseenheden omvat die deelnemen aan vraagsturing, per vraagsturing leverende verbruikseenheid: de beperkingen van de beschikbaarheid van het werkzaam vermogen ten behoeve van vraagsturing. 2 De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter die verbruiksinstallatie zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in; c. indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing, de EAN-code van deze verbruikseenheid. 3 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b, ten aanzien van verbruikers, aangesloten op een spanningsniveau van 10 kV en hoger, die beschikken over een verbruiksinstallatie met een maximaal af te nemen werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 1 MW, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld, inhoudende: a. de ontwikkeling op jaarbasis; b. de beschrijving van het belastingpatroon; c. de verwachte trendbreuken. 4 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april: a. voor verbruiksinstallaties kleiner dan 1 MW, door de BRP’s, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld; b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld. 5 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, overeenkomstig het vierde lid: a. voor verbruiksinstallaties kleiner dan 1 MW, door de BRP’s, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld; b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld. 6 De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, en, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing tevens onderdeel c, worden dagelijks, uiterlijk om 14:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier, te weten: a. voor verbruiksinstallaties kleiner dan 1 MW, door de BRP’s, op de door de netbeheerder vastgestelde verzamelpunten, geaggregeerd; b. voor verbruiksinstallaties groter dan of gelijk aan 1 MW. 7 Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zesde lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid van het net af te nemen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder ter beschikking gesteld, in geval van een verbruiksinstallatie met een maximaal af te nemen werkzaam vermogen: a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal van het net af te nemen werkzaam vermogen; b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025 Abusievelijk is voor het eerste lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 13.15 — Artikel 13.15#
Artikel 13.15 1 De netbeheerder waarvan een distributienet is aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de plannings- en prognosegegevens van: a. de ontwikkeling van de wintermaxima, de zomermaxima en de dalbelasting op jaarbasis; b. een beschrijving van het belastingpatroon (bijvoorbeeld standaard dagcurve voor een werkdag, zaterdag en zondag); c. de revisieplanning van de elektriciteitsproductie-eenheden groter dan 60 MW, die zijn aangesloten op het betreffende net; d. het samengestelde draaiplan van de elektriciteitsproductie-eenheden, die zijn aangesloten op het betreffende net; e. de geaggregeerde belasting; f. de geaggregeerde productie per primaire energiebron; g. het blindvermogen met richting. 2 Van de gegevens als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met g, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld. 3 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel e tot en met g. wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld. 4 De gegevens als bedoeld in het tweede en derde lid worden verstrekt van elk afzonderlijk station dat direct gekoppeld is aan het landelijk hoogspanningsnet, onder vermelding van: a. de naam van het station. 5 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel e tot en met g, wordt maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, een zo goed mogelijke schatting voor de komende maand ter beschikking gesteld. 6 De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdeel e tot en met g, worden dagelijks, uiterlijk om 15:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde en Mvar-waarde per kwartier. 7 Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zesde lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid met het net uit te wisselen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter beschikking gesteld, in geval van een maximaal met het net uit te wisselen werkzaam vermogen: a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximaal met het net uit te wisselen werkzaam vermogen; b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW. 8 De gegevens als bedoeld in het vijfde tot en met zevende lid worden verstrekt van elk afzonderlijk overdrachtspunt van de aansluiting van elk afzonderlijk distributienet, onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter het distributienet zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, als bedoeld in. 9 Het eerste tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een gesloten distributiesysteem, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, waarbij: a. tussen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de desbetreffende beheerder van een gesloten distributiesysteem kan worden overeengekomen om op onderdelen af te wijken van het eerste tot en met het achtste lid; b. de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een verzoek van een beheerder van een gesloten distributiesysteem tot een andere overeenkomst niet op onredelijke gronden zal weigeren; c. de overeenkomst als bedoeld in onderdeel b wordt vastgelegd in de aansluit-en transport-overeenkomst. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 13.16 — Artikel 13.16#
Artikel 13.16 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van een op zijn net aangesloten net van elk afzonderlijk overdrachtspunt van een aansluiting de plannings- en prognosegegevens gegevens, van het achter het overdrachtspunt gelegen landelijk hoogspanningsnet, te weten: a. de topologie; b. de voorziene niet beschikbaarheidsplanning; c. indien de drempelwaarde als bedoeld in artikel 14, zesde lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) overschreden wordt: het invoedend kortsluitvermogen (één- en driefase kortsluitstromen). 2 De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter de verbruiksinstallatie zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, als bedoeld in. 3 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld. 4 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, ter beschikking gesteld overeenkomstig het tweede lid, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld. 5 De gegevens bedoeld in het eerste lid, worden wekelijks, uiterlijk op woensdag voor de komende week ter beschikking gesteld. 6 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, ter beschikking gesteld overeenkomstig het vijfde lid, dagelijks, uiterlijk om 09.00 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld. 7 Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op aangeslotenen die beschikken over een elektriciteitsproductie-eenheid, een verbruiksinstallatie of een gesloten distributiesysteem aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.17 — Artikel 13.17#
Artikel 13.17 1 Netbeheerders van onderling gekoppelde distributienetten bepalen in onderling overleg en verstrekken vervolgens elkaar, van elk afzonderlijk station waarin de netten worden gekoppeld, de uit te wisselen plannings- en prognosegegevens, jaarlijks, uiterlijk op 1 april, inhoudende een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar, van: a. de ontwikkeling van de wintermaxima, de zomermaxima en de dalbelasting op jaarbasis; b. een beschrijving van het belastingpatroon (bijvoorbeeld standaard dagcurve voor een werkdag, zaterdag en zondag); c. de verdeling over de overdrachtspunten op de relevante stations; d. de revisieplanning van de elektriciteitsproductie-eenheden groter dan 60 MW, die zijn aangesloten op het betreffende net; e. het samengestelde draaiplan van de elektriciteitsproductie-eenheden, die zijn aangesloten op het betreffende net. 2 De gegevens als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt onder vermelding van: a. de naam van het station. 3 Netbeheerders van onderling gekoppelde distributienetten bepalen in onderling overleg en verstrekken vervolgens elkaar, van elk achter een overdrachtspunt van een aansluiting gelegen deelnet, de plannings- en prognosegegevens van het achter dat overdrachtspunt gelegen deelnet, te weten: a. de geaggregeerde belasting (geldt alleen voor 'van onderliggend net, naar bovenliggend net'); b. de geaggregeerde productie per primaire energiebron (geldt alleen voor 'van onderliggend net, naar bovenliggend net'); c. het blindvermogen met richting. 4 De gegevens als bedoeld in het derde lid worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter het distributienet zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het desbetreffende overdrachtspunt, als bedoeld in. 5 Van de gegevens bedoeld in het derde lid, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld. 6 Van de gegevens bedoeld in het derde lid, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, ter beschikking gesteld overeenkomstig het vijfde lid, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld. 7 De gegevens bedoeld in het derde lid, worden dagelijks, uiterlijk om 15:00 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde en Mvar-waarde per kwartier. 8 Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het zevende lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid met het net uit te wisselen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder ter beschikking gesteld, in geval van een maximaal met het net uit te wisselen werkzaam vermogen: a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van het maximaal met het net uit te wisselen werkzaam vermogen; b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW. 9 Het eerste tot en met achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een gesloten distributiesysteem, aangesloten op een distributienet, waarbij: a. tussen de netbeheerder van dat distributienet en de desbetreffende beheerder van een gesloten distributiesysteem kan worden overeengekomen om op onderdelen af te wijken van het eerste tot en met het achtste lid; b. de netbeheerder van het desbetreffende distributienet een verzoek van een beheerder van een gesloten distributiesysteem tot een andere overeenkomst niet op onredelijke gronden zal weigeren; c. de overeenkomst als bedoeld in onderdeel b wordt vastgelegd in de aansluit-en transportovereenkomst. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 13.18 — Artikel 13.18#
Artikel 13.18 1 Een aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de plannings- en prognosegegevens van dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module, te weten: a. de niet-beschikbaarheidsplanning van het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module; b. de geplande niet-beschikbaarheid van de aansluiting waarachter het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module zich bevindt; c. de test-profielen; d. de beperkingen van de beschikbaarheid van het werkzaam vermogen ten opzichte van de maximale HVDC-transportcapaciteit van werkzaam vermogen of de maximumcapaciteit; e. de prognose van de hoeveelheid op het net in te voeden of van het net af te nemen werkzaam vermogen; f. de eventuele beperkingen in de regelcapaciteit voor blindvermogen. 2 De plannings- en prognosegegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt onder vermelding van: a. artikel 2.1.1 van de Informatiecode elektriciteit en gas de EAN-code van de aansluiting, als bedoeld in, waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt; b. artikel 2.4, zevende lid de EAN-code van het overdrachtspunt waarachter dat HVDC-systeem of die DC-aangesloten power park module zich bevindt, indien het een aansluiting betreft die meer dan één overdrachtspunt heeft, als bedoeld in. 3 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, d, e en f, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende tien jaar ter beschikking gesteld, met inachtneming van het volgende: a. van tijdens de zichtperiode nieuw in bedrijf te nemen HVDC-systemen of DC-aangesloten power park modules tevens de verwachte datum van inbedrijfname; b. van tijdens de zichtperiode te amoveren HVDC-systemen of DC-aangesloten power park modules tevens de verwachte datum van amovering. 4 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor de komende drie jaar ter beschikking gesteld overeenkomstig de specificaties uit artikel 9, eerste lid, van de Verordening (EU) 543/2013. 5 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, wordt jaarlijks, uiterlijk op 1 april, een zo goed mogelijke schatting voor het komende jaar ter beschikking gesteld. 6 Tenzij anders overeengekomen, maken de gegevens bedoeld in het vierde en vijfde lid, deel uit van de gegevens in het derde lid. 7 Van de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden wijzigingen ten opzichte van de gegevens, ter beschikking gesteld overeenkomstig het vijfde lid, maandelijks, uiterlijk op de vijfde dag van de maand, voor de komende maand ter beschikking gesteld. 8 De gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, worden dagelijks, uiterlijk om 15:30 uur voor de komende dag ter beschikking gesteld en bestaan uit een prognose van de gemiddelde MW-waarde per kwartier. 9 Wijzigingen ten opzichte van de overeenkomstig het achtste lid ter beschikking gestelde prognose van de hoeveelheid op het net in te voeden of van het net af te nemen werkzaam vermogen, worden direct na het bekend worden van die wijziging aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter beschikking gesteld in geval van een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module met een maximumcapaciteit: a. kleiner dan 200 MW als de wijziging groter is dan 5% van de maximumcapaciteit; b. groter dan of gelijk aan 200 MW als de wijziging groter is dan 10 MW. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 13.19 — Artikel 13.19#
Artikel 13.19 De netbeheerder publiceert dagelijks een wekelijks voortschrijdend totaal van de prognoses en de daadwerkelijke transporten per deelnet op zijn website. 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 14-11-2020
Artikel 13.20 — Artikel 13.20#
Artikel 13.20 Waar in deze paragraaf sprake is van een grenswaarde van 1 MW, kan de netbeheerder per bepaling een hogere grenswaarde vaststellen. 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 16-03-2019
Artikel 13.21 — Artikel 13.21#
Artikel 13.21 1 Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, van elk afzonderlijk overdrachtspunt van een aansluiting waarachter zich een elektriciteitsproductie-eenheid bevindt, de realtimegegevens, te weten: a. de standmeldingen van de vermogensschakelaars behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; b. de richting en grootte van het uitgewisseld werkzaam vermogen en blindvermogen; c. het spanningsniveau. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt aan de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet de volgende realtimegegevens ter beschikking: a. standmeldingen van de vermogensschakelaars en spanning- en stroommetingen die voor een adequate beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid bij storingen vanuit het net noodzakelijk zijn; b. standmeldingen van de vermogensschakelaars zodat op een juiste wijze gesignaleerd kan worden of de elektriciteitsproductie-eenheid met het net is verbonden. 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 16-03-2019
Artikel 13.22 — Artikel 13.22#
Artikel 13.22 1 Een aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW aangesloten op een distributienet verstrekt de netbeheerder, van elk afzonderlijk overdrachtspunt van een aansluiting waarachter zich die elektriciteitsproductie-eenheid bevindt, de realtimegegevens, te weten: a. de standmeldingen van de vermogensschakelaars; b. de stroomsterkte; c. de richting en de grootte van het werkzaam vermogen en het blindvermogen; en d. het spanningsniveau. 2 De regionale netbeheerder stelt aan de aangeslotene die beschikt over een elektriciteitsproductie-eenheid met een maximumcapaciteit groter dan of gelijk aan 1 MW aangesloten op het regionale net de volgende realtimegegevens ter beschikking: a. standmeldingen van de vermogenschakelaars en spanning- en stroommetingen die voor een adequate beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid bij storingen vanuit het net noodzakelijk zijn; b. standmeldingen van de vermogenschakelaars zodat op een juiste wijze gesignaleerd kan worden of de elektriciteitsproductie-eenheid met het net is verbonden. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 13.23 — Artikel 13.23#
Artikel 13.23 Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, van elk afzonderlijk overdrachtspunt van de aansluiting waarachter zich die verbruiksinstallatie bevindt, de realtimegegevens, te weten: a. de standmeldingen van de vermogensschakelaars behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; b. de richting en de grootte van het werkzaam vermogen en het blindvermogen; en c. de minimale en maximale inperking van het vermogen. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 13.24 — Artikel 13.24#
Artikel 13.24 1 Een aangeslotene die beschikt over een verbruiksinstallatie, aangesloten op een distributienet met een maximaal af te nemen werkzaam vermogen groter dan of gelijk aan 1 MW verstrekt, indien de verbruiksinstallatie een verbruikseenheid omvat die deelneemt aan vraagsturing, aan de regionale netbeheerder, van elk afzonderlijk overdrachtspunt van de aansluiting waarachter zich de verbruiksinstallatie bevindt, de realtimegegevens, te weten: a. de standmeldingen van de vermogensschakelaars behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; b. de richting en de grootte van het werkzaam vermogen en het blindvermogen; en c. de minimale en maximale inperking van het vermogen. 2 Indien sprake is van vraagsturing door middel van een derde partij als bedoeld in artikel 27 tot en met 29 van de verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), draagt de aangeslotene er zorg voor dat de derde partij de realtimegegevens kan verstrekken aan de netbeheerder, te weten: a. het werkzame vermogen; en b. de richting en de grootte van het blindvermogen. 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 2025 14480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/22/180691 26-04-2025
Artikel 13.25 — Artikel 13.25#
Artikel 13.25 1 De netbeheerder, waarvan het distributienet is aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, per overdrachtspunt, de realtimegegevens, te weten: a. de benodigde standmeldingen voor het realiseren van de vergrendelingen; b. indien van toepassing de informatie op veldniveau zoals vastgelegd in de uniforme door de gezamenlijke netbeheerders overeengekomen werkwijze voor secundaire interfacing van RNB transformatorvelden; c. ten behoeve van de uitvoering on line (actuele bedrijfsvoering): 1°. de best beschikbare gegevens voor de de som van de productie in het deelnet per primaire energiebron; 2°. de best beschikbare gegevens voor de de som van het verbruik in het deelnet; 3°. productie van alle elektriciteitsproductie-eenheden groter dan 60 MW; 4°. schakelsituatie net (status), belasting en spanningen op overdrachtspunten met het bovenliggende net, belangrijke maascircuits en overdrachtspunten tussen deelnetten; d. op verzoek de navolgende bedrijfsmetingen in het transformatorveld: 1°. g 1*Ugekoppelde spanning primaire zijde; 2°. f 1*Ifasestroom, primaire zijde; 3°. het werkzaam vermogen aan de primaire zijde met de richting; 4°. blindvermogen aan de primaire zijde met de richting; 5°. werkzaam vermogen aan de secundaire zijde met de richting; 6°. blindvermogen aan de secundaire zijde met de richting; 7°. werkzaam vermogen aan de tertiaire zijde met de richting; 8°. blindvermogen aan de tertiaire zijde met de richting; 2 Het eerste lid, met uitzondering van onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een gesloten distributiesysteem, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.26 — Artikel 13.26#
Artikel 13.26 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van een op zijn net aangesloten distributienet per overdrachtspunt de realtimegegevens, te weten: a. de benodigde standmeldingen voor het realiseren van de vergrendelingen; b. indien van toepassing de informatie op veldniveau zoals vastgelegd in de uniforme door de gezamenlijke netbeheerders overeengekomen werkwijze voor secundaire interfacing van RNB transformatorvelden; c. ten behoeve van de uitvoering on line (actuele bedrijfsvoering) de schakelsituatie net (status); d. de trapstanden van de transformatoren; e. indien van toepassing op verzoek de navolgende bedrijfsmetingen in het transformatorveld: 1°. g 1*Ugekoppelde spanning primaire zijde; 2°. f 1*Ifasestroom, primaire zijde; 3°. het werkzaam vermogen aan de primaire zijde met de richting; 4°. blindvermogen aan de primaire zijde met de richting; 5°. werkzaam vermogen aan de secundaire zijde met de richting; 6°. blindvermogen aan de secundaire zijde met de richting; 7°. werkzaam vermogen aan de tertiaire zijde met de richting; 8°. blindvermogen aan de tertiaire zijde met de richting; f. het blindvermogen in het reactor- en condensatorveld; g. de gegevens van de state estimator van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, te weten de amplitude en de fase van de spanning (complexe lijnspanning). 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.27 — Artikel 13.27#
Artikel 13.27 1 Netbeheerders van onderling gekoppelde distributienetten bepalen in onderling overleg en verstrekken vervolgens elkaar, de uit te wisselen realtimegegevens, te weten: a. de benodigde standmeldingen voor het realiseren van de vergrendelingen; b. Vervallen c. ten behoeve van de uitvoering on line (actuele bedrijfsvoering): 1°. de best beschikbare gegevens voor de de som van de productie in het deelnet per primaire energiebron (geldt alleen voor 'van onderliggend net, naar bovenliggend net'); 2°. de best beschikbare gegevens voor de de som van het verbruik in het deelnet (geldt alleen voor 'van onderliggend net, naar bovenliggend net'); 3°. productie van alle elektriciteitsproductie-eenheden groter dan 60 MW; 4°. schakelsituatie net (status), belasting en spanningen op overdrachtspunten met het bovenliggende net, belangrijke maascircuits en overdrachtspunten tussen deelnetten; d. op verzoek de navolgende bedrijfsmetingen in het transformatorveld: 1°. g 1*Ugekoppelde spanning primaire zijde; 2°. f 1*Ifasestroom, primaire zijde; 3°. het werkzaam vermogen aan de primaire zijde met de richting; 4°. blindvermogen aan de primaire zijde met de richting; 5°. werkzaam vermogen aan de secundaire zijde met de richting; 6°. blindvermogen aan de secundaire zijde met de richting; 7°. werkzaam vermogen aan de tertiaire zijde met de richting; 8°. blindvermogen aan de tertiaire zijde met de richting; e. het werkzame vermogen en blindvermogen in het eventueel op het desbetreffende station aanwezige elektriciteitsproductie-installatieveld; f. het blindvermogen in het op het desbetreffende station eventueel aanwezige reactor- en condensatorveld; g. bij koppeling op gelijk spanningsniveau stellen de betrokken netbeheerders elkaar op verzoek de stationsspanning ter beschikking. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een gesloten distributiesysteem, aangesloten op een distributienet, tenzij anders overgekomen tussen de netbeheerder van dat distributienet en de desbetreffende beheerder van een gesloten distributiesysteem. 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 2024 8143 20-03-2024 12-03-2024 ACM/UIT/605277 21-03-2024
Artikel 13.28 — Artikel 13.28#
Artikel 13.28 1 Een aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module, aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, van elk afzonderlijk overdrachtspunt van een aansluiting waarachter zich een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module bevindt, de realtimegegevens, te weten: a. de operationele signalen, waaronder ten minste: 1°. de opstartsignalen; 2°. de wisselspannings- en gelijkspanningsmetingen; 3°. de wisselstroom- en gelijkstroommetingen; 4°. de metingen van het werkzaam en het blindvermogen aan de wisselstroomzijde; 5°. de metingen van het gelijkstroomvermogen aan de gelijkstroomzijde; 6°. de bedrijfsvoering op het niveau van HVDC-convertoreenheden in een HVDC-convertor van het multi-pooltype; 7°. de status van de elementen en de topologie; 8°. het bereik van het werkzaam vermogen in FSM, LFSM-O en LFSM-U; b. de alarmsignalen, waaronder ten minste: 1°. de noodblokkering; 2°. de op- en afregelblokkering; 3°. de snelle omkering van het werkzaam vermogen. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt aan de aangeslotene die beschikt over een HVDC-systeem of een DC-aangesloten power park module aangesloten op het landelijk hoogspanningsnet de volgende realtimegegevens ter beschikking: a. standmeldingen van de vermogensschakelaars en spanning- en stroommetingen die voor een adequate beveiliging van het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module bij storingen vanuit het net noodzakelijk zijn; b. standmeldingen van de vermogensschakelaars zodat op een juiste wijze gesignaleerd kan worden of het HVDC-systeem of de DC-aangesloten power park module met het net is verbonden. 2022 28082 24-10-2022 20-10-2022 ACM/UIT/575492 2022 28082 24-10-2022 20-10-2022 ACM/UIT/575492 25-10-2022
Artikel 13.29 — Artikel 13.29#
Artikel 13.29 artikel 13.21 tot en met 13.28 In, wordt met realtime bedoeld een representatie van de momentane status van de elektriciteitsproductie-installaties, de verbruikseenheden en de netelementen, als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van de KORRR. 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 14-11-2020
Artikel 13.31 — Artikel 13.31#
Artikel 13.31 De netbeheerder registreert per aansluiting de volgende gegevens en geeft de desbetreffende aangeslotene desgevraagd inzage in de omtrent zijn aansluiting en aangesloten installatie vastgelegde gegevens: a. artikelen 13.1 13.2 van elke aansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-eenheden bevinden, per elektriciteitsproductie-eenheid de gegevens genoemd in deof; b. artikelen 13.3 13.4 van elke aansluiting waarachter zich een of meer verbruikseenheden bevinden, per verbruikseenheid de gegevens genoemd in deof; c. artikelen 13.5 tot en met 13.8 van elke aansluiting waarachter zich een net of een gesloten distributiesysteem bevindt, per overdrachtspunt van de aansluiting de gegevens genoemd en de. 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 14-11-2020
Artikel 13.32 — Artikel 13.32#
Artikel 13.32 1 artikelen 10.11 tot en met 10.28 artikel 10.36 artikelen 13.1 tot en met 13.8 artikelen 13.11 tot en met 13.18 artikel 13.33 Ten behoeve van de gegevensuitwisseling, als bedoeld in de,, en de,, stellen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de overige netbeheerders in onderling overleg regels vast ten aanzien van hetgeen tussen de netbeheerders onderling alsmede tussen hen en BRP's, BSP’s, CSP’s en voor zover van toepassing aangeslotenen en partijen die namens andere partijen deelnemen aan het in het eerste lid bedoelde berichtenverkeer en die op grond vanzijn gecertificeerd voor het gebruik van de desbetreffende berichten geldt omtrent: a. berichtspecificaties voor de (elektronische) berichtenuitwisseling waaronder mede begrepen gegevensuitwisseling via een webportal; b. procedures en specificaties van het te gebruiken centrale communicatiesysteem voor de geautomatiseerde berichtenuitwisseling waaronder mede begrepen gegevensuitwisseling via een webportal: c. communicatieprotocollen voor de dagelijkse gegevensuitwisseling; d. specificaties waaraan de energieprogramma’s en daarmee verband houdende berichten voldoen; e. specificaties waaraan de prognoses voldoen; f. het tijdschema waarbinnen het aanleveren en wijzigen van prognoses geschiedt; g. specificaties waaraan de kwaliteitscontrole van de gegevensuitwisseling voldoet; h. de bewaartermijn voor de verschillende soorten berichten, waarbij rekening wordt gehouden met wettelijke bewaartermijnen en met het doel van het desbetreffende bericht; en i. specificaties waaraan de balanceringsinformatie en daarmee verband houdende berichten voldoen. 2 Het in het eerste lid bedoelde centrale communicatiesysteem wordt beheerd door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 3 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt iedere BRP, BSP, CSP en voor zover van toepassing de relevante aangeslotenen en partijen die namens andere partijen deelnemen of willen deelnemen aan het in het eerste lid bedoelde berichtenverkeer op de hoogte van de in het eerste lid bedoelde regels door toezending daarvan. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 13.33 — Artikel 13.33#
Artikel 13.33 1 Het is de gebruiker van het centrale communicatiesysteem slechts toegestaan berichten uit te wisselen, als die gebruiker voor ieder uit te wisselen bericht in het bezit is van een door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uitgegeven testcertificaat. Het certificaat is maximaal 12 maanden geldig. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet kan de toegang tot het gezamenlijke communicatiesysteem weigeren, indien: a. een gebruiker van het centrale communicatiesysteem in strijd met het eerste lid berichten uitwisselt waarvoor hij geen door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uitgegeven testcertificaat bezit; b. hij na daartoe uitgenodigd door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet niet direct een test aanvraagt; en c. hij binnen twee weken na de hiervoor bedoelde uitnodiging nog geen testcertificaat in het bezit heeft. 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 16-03-2019
Artikel 13.34 — Artikel 13.34#
Artikel 13.34 1 artikel 13.32, eerste lid artikel 13.32, eerste lid Onverminderd het bepaalde in, stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het elektronische berichtenverkeer bedoeld in, open voor berichtenverkeer ten behoeve van gesloten distributiesystemen die voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 5.8. Daarbij stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de beheerder van het desbetreffende gesloten distributiesysteem op de hoogte van de in artikel 13.32, eerste lid, bedoelde regels door toezending daarvan. 2 artikel 13.32, eerste lid artikel 15, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 Alvorens de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het elektronische berichtenverkeer bedoeld in, open stelt voor de beheerder van een gesloten distributiesysteem, verstrekt deze beheerder aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een afschrift van de aan hem krachtensverleende ontheffing. 3 artikel 15, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 artikel 13.32, eerste lid Indien een ontheffing op grond vanvervalt, dan wel wordt ingetrokken, stelt de Autoriteit Consument en Markt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet daarvan op de hoogte. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt daarop het elektronische berichtenverkeer als bedoeld in, niet langer open voor het desbetreffende gesloten distributiesysteem. 4 artikel 5.8, tweede lid artikel 13.32, eerste lid Begrippencode elektriciteit In afwijking van het tweede lid overlegt de beheerder van een recreatienet als bedoeld in, een afschrift van het respectievelijk de in de begripsomschrijving van recreatienet in debedoelde bestemmingsplan, WOZ-beschikking of notariële akte alvorens de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het elektronische berichtenverkeer bedoeld in, open stelt voor de beheerder van dat recreatienet. 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 2019 36874 10-07-2019 04-07-2019 ACM/UIT/509776 10-07-2019
Artikel 13.35 — Artikel 13.35#
Artikel 13.35 1 artikel 13.32, eerste lid Ten behoeve van beheer en onderhoud van de specificaties en protocollen, als bedoeld in, organiseren de gezamenlijke netbeheerders een overlegplatform, waarin zitting hebben een delegatie van de gezamenlijke netbeheerders en van representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt, die op basis van deze code gebruik maken van de bedoelde elektronische datacommunicatiemiddelen. 2 De kosten van het overlegplatform ten behoeve van beheer en onderhoud zullen door het in het eerste lid bedoelde platform ten laste worden gebracht van de netbeheerders. 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 16-03-2019
Artikel 13.36 — Artikel 13.36#
Artikel 13.36 1 artikel 13.32, eerste lid Registraties van berichten die in verband met het bepaalde in deze code zijn verzonden overeenkomstig de in, vastgestelde regels, leveren, behoudens tegenbewijs, bewijs op van de in die berichten vervatte gegevens. 2 Een bericht behoeft slechts met ontvangstbevestiging te worden verzonden wanneer de in het eerste lid genoemde regels dat voorschrijven, in welk geval die regels tevens de procedure voor de verzending met ontvangstbevestiging en de verzending van het ontvangstbericht voorschrijven. 3 Indien de in het eerste lid genoemde regels verzending van een bericht met ontvangstbevestiging voorschrijven, is een dergelijk bericht ongeldig indien de ontvangst ervan niet binnen de in die regels daartoe gestelde termijn wordt bevestigd en de verzender de geadresseerde daarvan in kennis heeft gesteld, tenzij in overeenstemming met die regels een herstelprocedure in gang is gezet, bij gebreke of falen waarvan het bericht ongeldig is vanaf het moment waarop de eerder genoemde termijn is verstreken. 4 artikel 13.32, eerste lid De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de regels, bedoeld in het eerste lid, een toegangscode en versleutelingsmethode aan degenen die gebruik maken van het in, bedoelde gezamenlijke communicatiesysteem. 5 artikel 13.32, eerste lid Gebruikers van het in, bedoelde gezamenlijke communicatiesysteem zijn gehouden tot de uitvoering en instandhouding van beveiligingsprocedures en -maatregelen om berichten te beschermen tegen verlies en tegen ongeautoriseerde kennisneming, wijziging of vernietiging. 6 De in het vijfde lid bedoelde procedures en maatregelen hebben mede betrekking op de verificatie van de oorsprong en de volledigheid van een bericht. 7 Indien beveiligingsprocedures of -maatregelen leiden tot de afwijzing van een bericht of een fout in het bericht aan het licht brengen, stelt de ontvanger de verzender hiervan in overeenstemming met het daaromtrent bepaalde in de regels, bedoeld in het eerste lid, op de hoogte. De ontvanger geeft aan het bericht geen gevolg totdat hij door de verzender is geïnstrueerd. In geval de verzender het bericht opnieuw verzendt, is daarbij ondubbelzinnig aangegeven dat het een gecorrigeerd bericht betreft. 8 De inhoud van de in dit artikel bedoelde berichten is vertrouwelijk en mag slechts worden gebruikt voor het doel waarvoor zij worden verzonden, tenzij de daarin vervatte gegevens algemeen toegankelijk zijn. 9 artikel 13.32, eerste lid Van berichten die via het in, bedoelde gezamenlijke communicatiesysteem zijn uitgewisseld wordt door iedere ontvanger en verzender een tegen verlies, tenietgaan of wijziging beschermde chronologische registratie bijgehouden, met inachtneming van een termijn die op grond van de regels, bedoeld in het eerste lid, of op grond van enige wettelijke bepaling aangewezen is. 10 De verzender bewaart door hem verzonden berichten in het formaat van verzending. De ontvanger bewaart de ontvangen berichten in het formaat van ontvangst. 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 2019 14238 15-03-2019 14-03-2019 ACM/18/033360 16-03-2019
Artikel 13.37 — Artikel 13.37#
Artikel 13.37 artikelen 10.31 tot en met 10.38 Ten behoeve van de gegevensuitwisseling, als bedoeld in de, worden de op die gegevensuitwisseling van toepassing zijnde delen van de internationale normreeks IEC 61850: ‘Communication networks and systems for power utility automation' toegepast. 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 14-11-2020
Artikel 14.1 — Artikel 14.1#
Artikel 14.1 1 artikel 3.13 Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type A zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid. van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is, isniet van toepassing. 2 artikelen 3.13 3.17 tot en met 3.19 Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type B zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is, zijn deenniet van toepassing. 3 artikelen 3.13 3.17 tot en met 3.19 3.24 tot en met 3.26 Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type C zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is, zijn de,enniet van toepassing. 4 artikelen 3.13 3.17 tot en met 3.19 3.24 tot en met 3.26 3.28 tot en met 3.31 Op elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type D zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is, zijn de,enenniet van toepassing. 5 artikel 3.8, tweede lid, onderdeel c Bij een elektriciteitsproductie-eenheid kleiner dan 800 W die voor 1 januari 2021 op het elektriciteitsnet is aangesloten spreekt de inbedoelde frequentiebeveiliging aan bij 48 en 51 Hz. 2020 63486 04-12-2020 03-12-2020 ACM/19/036454 2020 63486 04-12-2020 03-12-2020 ACM/19/036454 05-12-2020
Artikel 14.2 — Artikel 14.2#
Artikel 14.2 1 artikel 14.1, eerste lid paragraaf 3.4 Onverminderd het bepaalde in, voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type A zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is, en die zijn aangesloten op een laagspanningsnet, in aanvulling opaan het tweede en derde lid. 2 Het parallel schakelen van de elektriciteitsproductie-eenheid dient automatisch te verlopen. 3 De beveiliging van de elektriciteitsproductie-eenheid is voorzien van een frequentiebeveiliging met een aanspreeksnelheid van 2 seconden bij 48 en 51 Hz. 2020 63486 04-12-2020 03-12-2020 ACM/19/036454 2020 63486 04-12-2020 03-12-2020 ACM/19/036454 05-12-2020
Artikel 14.3 — Artikel 14.3#
Artikel 14.3 1 artikel 14.1, eerste lid paragraaf 3.4 Onverminderd het bepaalde in, voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type A zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is, en die zijn aangesloten op een middenspanningsnet, in aanvulling opaan het tweede tot en met zevende lid. 2 Van de plicht tot het aanbieden van primair reservevermogen en blindvermogen zijn uitgezonderd elektriciteitsproductie-eenheden die uitsluitend afhankelijk zijn van één of meer niet-regelbare energiebronnen. 3 Alle elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op middenspanningsnetten kunnen bedrijf voeren met een arbeidsfactor tussen 1,0 en 0,85 (inductief) gemeten op de generatorklemmen. 4 Over de grenswaarden van de arbeidsfactor zoals genoemd in het derde lid vindt tijdig overleg plaats met de netbeheerder, zodat in overleg besloten kan worden tot afwijkende waarden, zodat ook capacitief draaien mogelijk is. 5 De aandrijvende machine van de elektriciteitsproductie-eenheid vertoont een rustig gedrag. 6 Indien de elektriciteitsproductie-eenheid niet direct is aangesloten op het net van de netbeheerder, is de bij het ontwerp aan de generator of de machinetransformator toe te kennen spanning afgestemd op de te verwachten gemiddelde bedrijfsspanning op het netaansluitpunt en het gemiddelde spanningsverlies tussen de generator en het netaansluitpunt. De spanningsafwijking ter plaatse van de generator is een afgeleide van de spanningsafwijking op het netaansluitpunt. 7 Indien door de netbeheerder wordt verwacht dat de gemiddelde bedrijfsspanning in de toekomst beduidend zal wijzigen wordt hiermede bij het ontwerp van de installatie rekening gehouden. 2022 3789 08-02-2022 13-01-2022 ACM/UIT/563880 2022 3789 08-02-2022 13-01-2022 ACM/UIT/563880 09-02-2022
Artikel 14.4 — Artikel 14.4#
Artikel 14.4 1 artikel 14.1, tweede en derde lid paragraaf 3.5 artikel 14.3 en het tweede tot en met achtste lid Onverminderd het bepaalde in, voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type B of C zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, tweede en derde lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is, en die zijn aangesloten op een middenspanningsnet, in aanvulling opaan. 2 Elektriciteitsproductie-eenheden aangesloten op netten met een spanningsniveau van 50 kV en hoger kunnen bedrijf voeren met een arbeidsfactor tussen 1,0 en 0,8 (inductief) gemeten op de generatorklemmen. 3 Voor elektriciteitsproductie-eenheden met een maximumcapaciteit groter dan 5 MW en aangesloten op netten met een spanning groter dan of gelijk aan 1 kV gelden de technische eisen die: a. met betrekking tot de robuustheid van de elektriciteitsproductie-eenheid zijn neergelegd in het vijfde tot en met het achtste lid; b. artikel 3.21 artikel 14.5 Artikel 3.22 met betrekking tot de toetsing en beproeving zijn neergelegd inen, het achtste tot en met dertiende lid.is niet van toepassing. 4 artikel 14.5, tweede lid tot en met zevende lid Het vijfde lid en, zijn niet van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden die uitsluitend afhankelijk zijn van één of meer niet-regelbare energiebronnen. Beproevingen als bedoeld in artikel 14.5, elfde lid, voor zover ze betrekking hebben op voorgaande uitzonderingen zijn niet van toepassing op voornoemde elektriciteitsproductie-eenheden. 5 bijlage 1 Een elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om overeenkomstig de vier gebieden die inzijn gedefinieerd voor elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op netten met een nominale spanning lager dan 110 kV onderscheidenlijk elektriciteitsproductie-eenheden die zijn aangesloten op netten met een nominale spanning hoger dan of gelijk aan 110 kV: a. nominaal vermogen te leveren gedurende een onbeperkte tijd; b. nominaal vermogen te leveren gedurende 15 minuten, vervolgens gedurende 5 minuten parallel aan het net in bedrijf te blijven; c. tenzij de elektriciteitsproductie-eenheid ingevolge onderdeel b reeds in uitsluitend parallelbedrijf is gegaan, 90% van nominaal vermogen te leveren gedurende 10 seconden en vervolgens gedurende 5 minuten parallel aan het net in bedrijf te blijven; d. parallel aan het net gedurende 5 minuten in bedrijf te blijven. 6 bijlage 1 artikelen 3.15, zesde lid 14.3, derde en vierde lid 14.4, tweede lid Een elektriciteitsproductie-eenheid is in staat om in de ingedefinieerde gebieden het blindvermogen te leveren overeenkomstig het bepaalde in de,, en. 7 Indien een elektriciteitsproductie-eenheid uitgerust is met meerdere generatoren die invoeden op netten met verschillende spanningsniveaus gelden de eisen die van toepassing zijn voor het hoogste spanningsniveau waarop de elektriciteitsproductie-eenheid invoedt. 8 In geval van kortsluitingen in een net geldt: a. n n n Voor elektriciteitsproductie-eenheden die zijn gekoppeld aan netten met een nominale spanning lager dan 110 kV, is ontkoppeling toegestaan bij een spanningsdip, waarbij de restspanning een waarde heeft tussen 0,8 Uen 0,7 U, na 300 ms. Indien de restspanning een waarde heeft kleiner dan 0,7 Umag ontkoppeld worden na 300 ms of na 90% van de kritische kortsluittijd (KKT) indien 300 ms groter is dan 0,9 KKT. b. n Voor elektriciteitsproductie-eenheden die zijn gekoppeld aan netten met een nominale spanning van 110 kV en hoger is ontkoppeling toegestaan bij een spanningsdip, waarbij de restspanning een waarde heeft kleiner dan 0,7 U, na 300 ms of na 90% van de kritische kortsluittijd (KKT) indien 300 ms groter is dan 0,9 KKT. 9 Verordening (EU) 2016/631 artikelen 3.18 3.25 Tenzij sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de(NC RfG), zijn deen, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden: a. die voor 9 september 2021 op het net zijn aangesloten, of b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid binnen een tijdsbestek van twee jaar na het sluiten van het contract. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 14.5 — Artikel 14.5#
Artikel 14.5 1 artikel 14.1, vierde lid paragraaf 3.5 artikelen 14.3 14.4 Onverminderd het bepaalde in, voldoen elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 als type D zouden worden geclassificeerd maar waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) de Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG) niet van toepassing is, in aanvulling opaan deenen aan het tweede tot en met dertiende lid. 2 De activering van de frequentiebegrenzingsreserves dient: a. automatisch plaats te vinden, b. te voldoen aan de volgende karakteristieken: 1°. de statiek is instelbaar tussen 4 en 20%; 2°. een dode band van de frequentierespons van 500 mHz is toegestaan behoudens bij door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gecontracteerde elektriciteitsproductie-eenheden; 3°. de maximaal toelaatbare ongevoeligheid bedraagt ± 10 mHz. c. na activering gedurende ten minste 15 minuten gehandhaafd te blijven. 3 Indien ten gevolge van een momentane frequentieafwijking de volledige primaire reserve gevraagd wordt, moet deze binnen 30 seconden na het begin van de momentane frequentieafwijking gerealiseerd zijn. 4 Indien de gevraagde primaire bijdrage tussen 50% en 100% van de primaire reserve bedraagt, moet deze binnen een evenredige tijd tussen 15 en 30 seconden na het begin van de momentane frequentieafwijking gerealiseerd zijn. 5 Indien de gevraagde primaire bijdrage 50% of minder van de primaire reserve bedraagt, moet deze binnen 15 seconden na het begin van de momentane frequentieafwijking gerealiseerd zijn. 6 Een momentane frequentieafwijking is gelijk aan de afwijking ten opzichte van de nominale frequentie van 50 Hz. 7 Elektriciteitsproductie-eenheden die niet bijdragen aan de gecontracteerde primaire reserve dienen wel te beschikken over een primaire regeling en dienen deze actief te houden en in te stellen zoals beschreven in het negende lid. De in het negende lid genoemde bijdrage hoeft alleen geleverd te worden indien en voor zover de productiesituatie van de eenheid dit technisch toelaat en wanneer een bijdrage van de eenheid niet verstorend werkt in een afhankelijk productieproces. Indien sprake is van een dergelijke verstoring moet dit in voorkomende gevallen op verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aangetoond worden. 8 De aangeslotene toont voorafgaand aan de aansluiting van de elektriciteitsproductie-eenheid en voorts telkens wanneer de primaire regeling van een elektriciteitsproductie-eenheid een wijziging ondergaat, door middel van beproeving ten genoege van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan de in het tweede tot en met zevende lid neergelegde technische eisen. 9 Bij elektriciteitsproductie-eenheden die niet bijdragen aan het gecontracteerde primaire reservevermogen, is het toegestaan een dode band van de frequentierespons van 500 mHz aan te houden en wordt de statiek ingesteld op 8%. 10 artikel 14.4, vijfde tot en met achtste lid De aangeslotene met een elektriciteitsproductie-eenheid die is aangesloten op een net met een nominale spanning groter dan of gelijk aan 110 kV toont voorafgaand aan de aansluiting en voorts telkens wanneer de eigen bedrijfsinstallatie van een elektriciteitsproductie-eenheid een belangrijke wijziging ondergaat door middel van beproeving ten genoege van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan dat de elektriciteitsproductie-eenheid voldoet aan de inneergelegde technische eisen. 11 bijlage 4 De beproevingen, de wijze van uitvoering daarvan alsmede de wijze van rapporteren over en de beoordeling door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet van de beproevingen zijn beschreven in. 12 Indien uit de beproevingsresultaten blijkt dat een elektriciteitsproductie-eenheid niet aan de eisen voldoet, verplicht de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de aangeslotene om maatregelen te nemen. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt, na de aangeslotene daarover te hebben gehoord, een termijn voor het uitvoeren van de maatregelen vast. Nadat de maatregelen genomen zijn, wordt de beproeving herhaald. 13 Vervallen. 14 Verordening (EU) 2016/631 artikelen 3.19 3.26 3.30 Tenzij sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de(NC RfG), zijn de,en, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden die: a. voor 1 juli 2021 op het net zijn aangesloten; of b. na 1 juli 2021 maar voor 1 januari 2024 op het net zijn aangesloten, indien de eigenaar voor 1 juli 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid en hij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uiterlijk 30 september 2021 op de hoogte heeft gesteld van dat contract. 15 Verordening (EU) 2016/631 artikel 3.29 Tenzij sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de(NC RfG), isniet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden: a. die voor 9 september 2021 op het net zijn aangesloten, of b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid binnen een tijdsbestek van twee jaar na het sluiten van het contract. 16 Verordening (EU) 2016/631 artikel 3.13, tweede lid Tenzij sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 4, eerste lid van de(NC RfG), is, niet van toepassing op de elektriciteitsproductie-eenheden: a. die voor 9 september 2021 op het net zijn aangesloten, of b. waarvan de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid voor 9 september 2021 een definitief en bindend contract heeft gesloten voor de aankoop van het belangrijkste onderdeel van de elektriciteitsproductie-eenheid. De eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet binnen een termijn van 6 maanden na het afsluiten van het contract uit de eerste volzin op hoogte van het afsluiten van dat contract. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 14.6 — Artikel 14.6#
Artikel 14.6 1 hoofdstuk 4 Op verbruiksinstallaties waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) niet van toepassing is, isniet van toepassing. 2 artikel 5.1, tweede lid artikel 5.7, tweede lid Op gesloten distributiesystemen waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), de Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC) niet van toepassing is, zijn, en, niet van toepassing. 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 13-02-2021
Artikel 14.7 — Artikel 14.7#
Artikel 14.7 1 hoofdstuk 6 artikelen 6.15 6.19 6.21 6.38 Op HVDC-systemen waarop, overeenkomstig artikel 4, eerste lid van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC), uitsluitend de artikelen 26, 31, 33 en 50 van de Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) van toepassing zijn, zijn vanuitsluitend de,,envan toepassing. 2 artikel 6.15, eerste lid In afwijking van, is de maximale toegestane tijd voor het herstel van het werkzame vermogen gelijk aan 0,3 seconden voor de verbinding Eemshaven-Denemarken, 0,35 seconden voor de verbinding Maasvlakte-Groot-Brittannië, en 0,6 seconden voor de verbinding Eemshaven-Noorwegen. 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 2021 6770 12-02-2021 04-02-2021 ACM/UIT/543830 13-02-2021
Artikel 14.8 — Artikel 14.8#
Artikel 14.8 Verordening (EU) 2016/1388 Verordening (EU) 2016/1388 artikel 9.26 Voor distributiesystemen waarop overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de(NC DCC), de(NC DCC) niet van toepassing is, zijn de volgende aanvullingen opvan toepassing: a. het frequentierelais is zodanig ingesteld, dat: 1°. artikel 9.26, eerste lid binnen 100 ms na het overschrijden van de in, genoemde frequentiegrenzen een uitschakelbevel volgt; 2°. de werking van het relais wordt geblokkeerd als de meetspanning daalt tot beneden 70% van de nominale spanning; b. de meetonnauwkeurigheid van het relais bedraagt maximaal 10 mHz; en c. de storingsgevoeligheid van het relais is afgestemd op de installatie waarin het wordt toegepast, maar voldoet ten minste aan IEC 1000-4 klasse 3. 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 2025 15807 07-05-2025 29-04-2025 ACM/UIT/636515 08-05-2025
Artikel 15.1 — Artikel 15.1#
Artikel 15.1 1 Als, door een wijziging van deze code aan een of meer bepalingen van deze code op het tijdstip van inwerkingtreding ervan redelijkerwijs niet wordt voldaan, en de netbeheerder daardoor zijn wettelijke taken niet kan uitvoeren, treedt de netbeheerder met de aangeslotene, of treden de gezamenlijke netbeheerders onderling, in overleg om vast te stellen welke aanpassingen noodzakelijk zijn en binnen welke termijn deze dienen te zijn doorgevoerd. 2 Indien in deze code wordt verwezen naar andere wet- en regelgeving of naar een nationale, Europese of internationale norm, is, tenzij anders vermeld, de meest recent vastgestelde versie van deze wet- en regelgeving of norm van toepassing. Indien de norm wordt neergelegd in een wettelijke regeling dan wordt deze norm toegepast zodra deze wettelijke regeling van kracht wordt. 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 2020 59144 13-11-2020 12-11-2020 ACM/UIT/541184 14-11-2020
Artikel 15.2 — Artikel 15.2#
Artikel 15.2 1 De netbeheerder stelt na overleg met de aangeslotene vast in hoeverre zoveel als technisch, economisch en binnen welke termijn aan deze code kan worden voldaan bij renovaties en modificaties van: a. aansluitingen; b. elektriciteitsproductie-eenheden; c. verbruiksinstallaties; d. distributienetten en gesloten distributiesystemen; e. overige installaties. 2 Het eerste lid is niet van toepassing wanneer artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/1388 (NC DCC), of artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van Verordening (EU) 2016/1447 (NC HVDC) van toepassing is. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020
Artikel 15.3 — Artikel 15.3#
Artikel 15.3 1 artikel 2.12 hoofdstuk 2 van de Meetcode elektriciteit In afwijking van, hoeft in een overdrachtspunt van een aansluiting tussen het landelijk hoogspanningsnet en een regionaal net tot 1 januari 2030 geen comptabele meetinrichting als bedoeld inaanwezig te zijn indien: a. het desbetreffende overdrachtspunt op 1 januari 2008 reeds aanwezig was, maar de aansluiting waartoe dat overdrachtspunt behoort tot 1 januari 2008 geen aansluiting tussen het landelijk hoogspanningsnet en een regionaal net was, èn b. 2 de totale hoeveelheid uitgewisselde energie in alle overdrachtspunten van één aansluiting gezamenlijk met behulp van de IR-methode aantoonbaar kan worden vastgesteld met een onnauwkeurigheid kleiner dan of gelijk aan 0,55%. 2 2 De in het eerste lid bedoelde IR-methode houdt in dat de hoeveelheid in het (de) overdrachtspunt(en) uitgewisselde energie wordt berekend uit de vijftienminutenwaarden van de comptabele meetinrichtingen in het bovenliggende 110 of 150 kV-net, gecorrigeerd met de Ohmse verliezen in het tussenliggende deel van het desbetreffende 110 of 150 kV-net. 3 Meetcode elektriciteit De in het tweede lid bedoelde correctie met de Ohmse verliezen treedt voor de in het eerste lid bedoelde aansluitingen in de plaats van de in de artikelen 1.3.8, 2.1.6, 2.3.2.1, onderdeel j, 2.3.6.1, 2.3.6.6 en 5.1.3.7, onderdeel c, van debedoelde correctie in geval van plaatsing van de comptabele meetinrichting op een andere locatie dan het overdrachtspunt van de aansluiting. 4 Ten behoeve van de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde correctie met de Ohmse verliezen, worden de in het tweede lid bedoelde vijftienminutenwaarden van comptabele meetinrichtingen alsmede gegevens van bedrijfsmetingen door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verzameld, gearchiveerd en uitgewisseld met de desbetreffende regionale netbeheerder. 5 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voert de in het tweede lid bedoelde berekeningen uit overeenkomstig het KEMA-rapport 30913271-Consulting 09-2489 ‘Bepaling van de netverliezen in het 110 en 150 kV net’ inclusief de bij dat rapport behorende addenda met kenmerk 30913271-Consulting 09-2635 en 30913271-Consulting 10-0152. Deze documenten worden openbaar gemaakt op de website van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. 6 artikel 4.3.2 van de Meetcode elektriciteit artikel 2.2.2 van de Meetcode elektriciteit In een overdrachtspunt van een aansluiting tussen het landelijk hoogspanningsnet en een regionaal net, als bedoeld in het eerste lid, wordt het primaire deel van de comptabele meetinrichting aangepast aan de eisen uit, eventueel met inachtneming van, indien: a. de meettransformator defect raakt; b. een of meer primaire meetcomponenten in het veld gerenoveerd, vervangen, aangepast of gemoderniseerd worden; c. de populatie van het type meettransformator onbetrouwbaar blijkt te functioneren; d. het een nieuw overdrachtspunt is dat aan de desbetreffende aansluiting wordt toegevoegd; e. artikel 4.3.2 van de Meetcode elektriciteit op ten minste 75% van de overige overdrachtspunten van de desbetreffende aansluiting het primaire deel van de comptabele meetinrichting voldoet aan de eisen uit. 7 artikelen 4.3.5 tot en met 4.3.7 van de Meetcode elektriciteit artikel 4.3.2 van de Meetcode elektriciteit artikel 2.2.2 van de Meetcode elektriciteit In een overdrachtspunt van een aansluiting tussen het landelijk hoogspanningsnet en een regionaal net, als bedoeld in het eerste lid, wordt het secundaire deel van de comptabele meetinrichting aangepast aan de eisen uit de, zodra op alle overdrachtspunten van de desbetreffende aansluiting het primaire deel van de comptabele meetinrichting voldoet aan de eisen uit, eventueel met inachtneming van. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020 Voorheen art. 15.2.
Artikel 15.4 — Artikel 15.4#
Artikel 15.4 artikel 2.12 artikelen 2.13 2.14 artikel 2.30, vierde lid Aansluitingen, aangelegd voor 1 juli 2017 die niet beschikken over een meetinrichting, als bedoeld in, en waarvoor niet wordt voldaan aan deen, mogen onbemeten blijven tot op het moment dat er wijzigingen worden aangebracht aan de aansluiting, aan de achter het overdrachtspunt van de aansluiting aanwezige installatie of apparatuur of dat er op grond van, een comptabele meetinrichting geplaatst dient te worden. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020 Voorheen art. 15.3.
Artikel 15.5 — Artikel 15.5#
Artikel 15.5 1 artikel V, eerste lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas) In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een vrijstelling of ontheffing is verleend als bedoeld in, tot op het tijdstip waarop deze van rechtswege komt te vervallen ingevolge het vierde, vijfde of zesde lid van dat artikel. 2 artikel V, zevende lid, van de Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (implementatie van richtlijnen en verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas) In deze regeling wordt onder gesloten distributiesysteem mede verstaan een net waarvoor een ontheffing is verleend als bedoeld in, tot op het in het genoemde artikellid bedoelde tijdstip. 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 2020 38255 17-07-2020 16-07-2020 ACM/19/036598 18-07-2020 Voorheen art. 15.4.
Artikel 15.6 — Artikel 15.6#
Artikel 15.6 1 artikel 9.6 artikel 9.7 artikel 9.10, tweede lid, onderdeel d artikel 1.1 van de Begrippencode elektriciteit Bij de uitvoering vanenkan de netbeheerder voor invoedings-congestiegebieden tot zes maanden na inwerkingtreding van dit besluit en voor afname-congestiegebieden tot twaalf maanden na inwerkingtreding van dit besluit de bepaling van de technische grens, als bepaald op grond van, en de definitie van regelbaar vermogen als bedoeld in, als die luidden tussen 25 november 2022 en 18 april 2024, hanteren. 2 artikel 9.10, derde lid artikel 1.1 van de Begrippencode elektriciteit Vanaf zes maanden na inwerkingtreding van dit besluit voor invoedings-congestiegebieden en vanaf twaalf maanden na inwerkingtreding van dit besluit voor afname-congestiegebieden zijn de onderzoeksrapporten als bedoeld in, in overeenstemming met de bepaling van de technische grens, als bepaald op grond van artikel 9.10, tweede lid onderdeel d, en de definitie van regelbaar vermogen, als bedoeld in. 2024 12275 18-04-2024 18-04-2024 ACM/UIT/618381 2024 12275 18-04-2024 18-04-2024 ACM/UIT/618381 19-04-2024
Artikel 15.7 — Artikel 15.7#
Artikel 15.7 1 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert eenmalig voor de 60 kalendermaanden voorafgaand aan 1 januari 2025, per kalendermaand de gemiddelde gewogen day-ahead-clearingprijs voor normaaluren en laaguren die hij voor normaaluren en laaguren afzonderlijk heeft berekend volgens de formule: N,maand1 profielen,uur1 uur1 profielen,uur2 uur2 profielen,maand1 Gemiddelde gewogen clearingprijs= (LD* clearingprijs+ LD* clearingprijs+ etc) / Σ LD uur waarbij LDhet landelijk debiet van profielafnemers op een bepaald uur is. 2 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet publiceert eenmalig voor de 60 kalendermaanden voorafgaand aan 1 januari 2025 per kalendermaand de gemiddelde gewogen day-ahead-clearingprijs, zonder onderscheid naar normaaluren en laaguren die hij heeft berekend volgens de formule: N,maand1 profielen,uur1 uur1 profielen,uur2 uur2 profielen,maand1 Gemiddelde gewogen clearingprijs= (LD* clearingprijs+ LD* clearingprijs+ etc) / Σ LD uur waarbij LDhet landelijk debiet van profielafnemers op een bepaald uur is. 2024 21778 09-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/595335 2024 21778 09-07-2024 02-07-2024 ACM/UIT/595335 01-01-2025
Artikel 15.8 — Artikel 15.8#
Artikel 15.8 artikel 7.1c artikel 3.7.16 van de Tarievencode elektriciteit Uiterlijk vijf jaar na inwerkingtreding van de regeling als bedoeld inendoet de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, in samenwerking met de aangeslotenen die gebruik maken van bedoelde regeling een onderzoek naar de wenselijkheid van continuering, wijziging of opheffen per 1 april 2040 van bedoelde regeling. 2024 23594 19-07-2024 16-07-2024 ACM/UIT/619367 2024 23594 19-07-2024 16-07-2024 ACM/UIT/619367 01-04-2025
Artikel 15.9 — Artikel 15.9#
Artikel 15.9 artikel 3.13, zesde lid Bij het opstellen van de in, bedoelde uniforme specificaties voeren de gezamenlijke netbeheerders overleg met de partijen die de benodigde apparatuur kunnen ontwikkelen, bouwen en leveren teneinde te komen tot specificaties die eenvoudig en tijdig gerealiseerd kunnen worden. 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 2025 13480 25-04-2025 24-04-2025 ACM/UIT/641804 26-04-2025
Artikel 14.4#
artikel 14.4
Artikel 10.27#
artikel 10.27
Artikel 10.27#
artikelen 10.27
Artikel 10.28#
10.28
Artikel 14.5#
artikel 14.5, elfde lid
Artikel 9.28#
artikel 9.28, tweede lid
Artikel 3.24#
artikel 3.24, tweede lid, onderdeel c
Artikel 14.5#
artikel 14.5, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 1°
Artikel 3.29#
artikel 3.29
Artikel 14.1#
artikel 14.1, vierde lid
Artikel 9.28#
artikel 9.28, derde lid
Artikel 11.4#
artikel 11.4
Artikel 10.36#
artikel 10.36, eerste lid, onderdeel b
Artikel 10.36#
artikel 10.36, eerste lid, onderdeel c
Artikel 10.36#
artikel 10.36. eerste lid, onder d
Artikel 9.1#
artikel 9.1, tweede lid
Artikel 9.1#
artikel 9.1, eerste lid
Artikel 10.36#
artikel 10.36, vierde lid
Artikel 10.37#
artikel 10.37, eerste lid
Artikel 9.10#
artikel 9.10, derde lid
Artikel 9.12#
artikel 9.12
Artikel 9.10#
artikel 9.10, tweede lid, onderdeel c
Artikel 9.10#
artikel 9.10, tweede lid, onderdeel d
Artikel 9.31#
artikel 9.31
Artikel 9.8#
artikel 9.8
Artikel 10.17#
artikel 10.17
Artikel 2.30#
artikel 2.30
Artikel 10.17#
artikel 10.17
Artikel 10.17#
artikel 10.17
Artikel 10.17#
artikel 10.17
Artikel 10.17#
artikel 10.17, zesde lid
Artikel 10.17#
artikel 10.17
Artikel 2.30#
artikel 2.30, eerste lid
Artikel 2.31#
artikel 2.31, eerste lid
Artikel 10.17#
artikelen 10.17
Artikel 10.22#
10.22
Artikel 2.30#
artikel 2.30, eerste lid
Artikel 2.31#
artikel 2.31, eerste lid
Artikel 10.17#
artikelen 10.17
Artikel 10.22#
10.22
Artikel 8.12#
artikel 8.12
Artikel 8.13#
artikel 8.13
Artikel 8.13#
artikel 8.13, derde lid, onderdeel a
Artikel 8.13#
artikel 8.13, derde lid, onderdeel a
Artikel 7.0a#
artikel 7.0a
Artikel 7.1b#
artikelen 7.1b, tweede lid
Artikel 7.1c#
7.1c, tweede lid
Artikel 7.1d#
7.1d, tweede lid
Artikel 10.36#
artikel 10.36, eerste lid, onderdeel e
Artikel 10.36#
artikel 10.36, eerste lid, onderdeel f