Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 10 juli 2017 houdende regels met betrekking tot het samenstellen door banken van individuele klantbeelden ten behoeve van het depositogarantiestelsel en het afwikkelinstrumentarium (Beleidsregel Individueel Klantbeeld)
- BWB-id
- BWBR0039826
- Type
- zbo
- Ministerie
- De Nederlandsche Bank
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0039826
- ELI
- /eli/nl/zbo/2017/beleidsregel-individueel-klantbeeld-wft-2017
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2017/beleidsregel-individueel-klantbeeld-wft-2017/2025-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0039826&g=2025-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0039826&z=2026-06-06&g=2025-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0039826/2025-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2017/beleidsregel-individueel-klantbeeld-wft-2017
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Wet op het financieel toezicht De begrippen in deze beleidsregel hebben dezelfde betekenis als in deen de daarop gebaseerde lagere regelgeving, tenzij deze begrippen uitdrukkelijk anders worden gedefinieerd in deze beleidsregel. In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.; b. Wft: Wet op het financieel toezicht ; c. Bpr: Besluit prudentiële regels Wft ; d. Bbpm: Besluit Bijzondere prudentiële maatregelen beleggerscompensatie en depositogarantie Wft ; e. Depositogarantiestelsel: artikel 3:259, tweede lid van de Wft als bedoeld in; f. Bank: artikel 29.01 van het Bbpm een onderneming waarvan de aangehouden deposito’s worden gegarandeerd door het depositogarantiestelsel, als bedoeld in; g. In aanmerking komend deposito: een deposito dat valt onder de werking van het depositogarantiestelsel; h. In aanmerking komende depositohouder: artikel 29.01, tweede lid, sub a van het Bbpm een depositohouder die niet op grond vanis uitgesloten; i. Gegarandeerd deposito: artikel 7k, eerste lid van het Bbpm als bedoeld in j. Depositohouder: artikel 29.02, tweede lid van het Bbpm artikel 29.02, derde lid van het Bbpm de houder, of in het geval van een gezamenlijke rekening als bedoeld in, elk van de houders van een deposito, waaronder ook een derde als bedoeld inwordt begrepen; k. Vertegenwoordiger: artikel 29.07, eerste lid van het Bbpm een persoon die bevoegd is om namens de depositohouder de handeling te verrichten bedoeld in; l. Individueel klantbeeld: artikel 2 een overzicht van alle deposito’s van een depositohouder bij een bank waarin alle gegevens conform het datamodel als bedoeld inzijn opgenomen; m. IKB: individueel klantbeeld; n. IKB-bestand: artikel 2 een gegevensverzameling die voldoet aan de inbeschreven opbouw, teneinde een overzicht te bieden van alle individuele klantbeelden van een bank; o. IKB-systeem: het geheel van procedures en maatregelen waarmee een bank het IKB-bestand kan samenstellen, in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen kan berekenen en eventuele handelingen kan verrichten ten behoeve van de afwikkelingstaak, op een door DNB bepaalde wijze en binnen een door DNB gestelde termijn; p. Kleine, middelgrote en micro-ondernemingen: artikel 212g, eerste lid, onderdeel n, van de Faillissementswet als bedoeld in; q. ISAE 3402: international standard on assurance engagements 3402, assurance reports on controls at a service organization; r. verstoring: een gebeurtenis die naar de verwachting van de bank de werking van het IKB-systeem conform deze beleidsregel twee weken of langer verhindert of kan verhinderen, waaronder begrepen de mogelijkheid om het IKB-bestand tijdig aan te leveren. 2024 31419 30-09-2024 19-09-2024 2024 31419 30-09-2024 19-09-2024 01-10-2024
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een bank stelt een IKB-bestand samen, dat alle gegevens bevat die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het depositogarantiestelsel, conform een door DNB voorgeschreven datamodel, en dat op een zodanige wijze is vormgegeven dat depositogegevens gekoppeld zijn aan de gegevens van depositohouders en eventuele vertegenwoordigers. 2 Het IKB-bestand bevat voor alle depositohouders ten minste de volgende gegevens: a. Een unieke identificerende sleutel voor elke depositohouder; b. artikel 6, eerste lid, onderdeel a Markeringen als bedoeld in; c. artikel 6, tweede en derde lid Markeringen als bedoeld in; d. artikel 7, tweede lid, onderdeel a Klantcategorie als bedoeld in; e. Bij natuurlijke personen: 1. De voorletters en voornamen zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs, de achternaam zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs en de geboortedatum; 2. De adresgegevens inclusief het land; 3. Het nationale identificatienummer of het fiscale identificatienummer en land van uitgifte, indien natuurlijke personen hierover beschikken en het is toegestaan dit nummer te gebruiken in het kader van het voeren van een administratie ten behoeve van de uitvoering van het Nederlandse depositogarantiestelsel; 4. De levensstatus; f. Bij niet-natuurlijke personen: 1. De geregistreerde naam; 2. De geregistreerde plaats inclusief het land; 3. De adresgegevens inclusief het land; 4. Indien geregistreerd in Nederland het KvK-nummer of het RSIN; 5. Indien geregistreerd in het buitenland het fiscale identificatienummer of het KvK-nummer en land van uitgifte. 3 Het IKB-bestand bevat voor alle vertegenwoordigers ten minste de volgende gegevens: a. Een unieke identificerende sleutel voor elke vertegenwoordiger; b. De voorletters en voornamen zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs, de achternaam zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs en de geboortedatum; c. De adresgegevens inclusief het land; d. Het nationale identificatienummer of het fiscale identificatienummer en land van uitgifte, indien vertegenwoordigers hierover beschikken en het is toegestaan dit nummer te gebruiken in het kader van het voeren van een administratie ten behoeve van de uitvoering van het Nederlandse depositogarantiestelsel; e. Het type bevoegdheid van de vertegenwoordiger per vertegenwoordiging. 4 Het IKB-bestand bevat voor alle deposito’s ten minste de volgende gegevens: a. Een unieke identificerende sleutel voor elk deposito; b. artikel 6, eerste lid, onderdeel a Markeringen als bedoeld in; c. Het rekeningnummer zoals dat bij de depositohouder bekend is; d. De tenaamstelling die voor het deposito is vastgelegd; e. Een productnaam of -omschrijving van het deposito zoals bij de depositohouder bekend; f. artikel 5, tweede lid Een categorisering van het soort deposito als bedoeld in; g. artikel 5, derde lid Markeringen als bedoeld in; h. artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met l Markeringen als bedoeld in; i. artikel 6, vierde lid Markeringen als bedoeld in; j. De valuta waarin het deposito wordt aangehouden; k. Het saldo van het deposito; l. Het aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rentebedrag op het deposito; m. Het land waarin het deposito wordt aangehouden; n. Het aantal depositohouders van het deposito en bij meer dan één depositohouder per depositohouder het percentage van de aanspraak wanneer deze niet evenredig is; o. Indien dat het geval is, het feit dat het deposito vanuit een andere lidstaat wordt aangehouden zonder dat in die lidstaat bijkantoren gevestigd zijn, alsmede de betreffende lidstaat en de taal die door de depositohouder bij de opening van de rekening is gekozen. 5 Indien een IKB-bestand voor een betreffende depositohouder de gegevens bedoeld in het tweede lid van dit artikel, onderdeel e, sub 3, bevat, geldt in afwijking van het tweede lid van dit artikel, onderdeel e, sub 1, dat voor wat betreft de aldaar genoemde gegevens kan worden volstaan met ten minste de voorletters of de voornamen zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs, naast de achternaam zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs en de geboortedatum. 6 Indien een IKB-bestand voor een betreffende vertegenwoordiger de gegevens bedoeld in het derde lid van dit artikel, onderdeel d, bevat, geldt in afwijking van het derde lid van dit artikel, onderdeel b, dat voor wat betreft de aldaar genoemde gegevens kan worden volstaan met ten minste de voorletters of de voornamen zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs, naast de achternaam zoals geregistreerd in het identiteitsbewijs en de geboortedatum. 2024 31419 30-09-2024 19-09-2024 2024 326 06-11-2024 30-09-2024 01-04-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A,
tweede lid, van het Wijzigingsbesluit depositogarantie 2024 in
werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Bij het samenstellen van het IKB-bestand, als vastgelegd in, neemt een bank het volgende in acht: 1. Een bank waarborgt dat de gerapporteerde saldi van alle deposito’s geen uitgaande betalingen bevatten die op het moment van het genereren van het individueel klantbeeld reeds zijn gedebiteerd van een depositotegoed, ongeacht de daadwerkelijke verwerking van de betaling door de bank zelf; 2. artikel 9, eerste lid artikel 212b van de Faillissementswet artikel 212a, onderdeel b van de Faillissementswet Een bank waarborgt dat binnen de termijn als bedoeld in, de gerapporteerde saldi van alle deposito’s zo veel mogelijk de inkomende betalingen bevatten die voortvloeien uiten samenhangen met de deelname van een bank aan een systeem als bedoeld in; 3. artikel 29.02, vierde lid van het Besluit bijzondere maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft Een bank brengt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen markering aan van de aanvullende garantie in de zin van; 4. artikel 29.01, eerste lid, sub a van het Bbpm Een bank houdt bij het opstellen van het individueel klantbeeld geen rekening met deposito’s, aangehouden door natuurlijke personen en door kleine, middelgrote en micro-ondernemingen die in aanmerking komende deposito’s zouden zijn indien zij niet waren aangehouden bij een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is als volgt uit; 5. Voor deposito’s aangehouden bij bijkantoren in lidstaten waar bronbelasting wordt geheven, houdt een bank, bij het bepalen van het te rapporteren aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rentebedrag, rekening met de in te houden bronbelasting en rapporteert deze niet; 6. artikel 6, eerste lid, onderdeel l Een bank waarborgt dat alle slapende rekeningen als bedoeld inper depositohouder in het IKB-bestand zijn opgenomen. 2024 31419 30-09-2024 19-09-2024 2024 31419 30-09-2024 19-09-2024 01-10-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 In aanvulling op het IKB-bestand is een bank in staat zowel het in aanmerking komende bedrag als het gegarandeerde bedrag in euro’s van elke depositohouder te berekenen. 2 Bij het berekenen van de gegevens zoals gevraagd in het eerste lid, neemt een bank het volgende in acht: a. artikel 5, derde lid Het volledige bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in, artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met k en artikel 6, vierde lid, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag; b. artikel 2, tweede lid, onderdeel e, sub 4 artikel 6, tweede en derde lid Depositohouders die zijn overleden blijkend uit, en depositohouders als bedoeld in, worden beschouwd als niet in aanmerking komende depositohouders. 3 artikel 29.16, eerste lid van het Bbpm In afwijking van het tweede lid, neemt een bank bij de berekening van de gegevens ter bepaling van de depositobasis als bedoeld inhet volgende in acht: a. artikel 5, derde lid artikel 6, vierde lid Een inschatting van het bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in, gebaseerd op een door de bank gekozen wijze als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel e, en deposito’s als bedoeld in, wordt beschouwd als gegarandeerd bedrag; b. artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met f, onderdeel h tot en met j en onderdeel l Deposito's als bedoeld inworden beschouwd als in aanmerking komende deposito's, met inachtneming van het maximum gegarandeerde bedrag per depositohouder. c. artikel 2, tweede lid, onderdeel e, sub 4 artikel 6, tweede en derde lid Depositohouders die zijn overleden blijkend uit, en depositohouders als bedoeld in, worden beschouwd als in aanmerking komende depositohouders; d. artikel 6, eerste lid, onderdeel g Het volledige bedrag aan deposito’s geadministreerd als bedoeld in, wordt beschouwd als niet-gegarandeerd bedrag; e. Bij de inschatting van het bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, kiest een bank uit een van de vier volgende berekeningswijzen: i) artikel 5, derde lid Het volledige bedrag aan deposito’s gemarkeerd als bedoeld in; ii) artikel 5, derde lid artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm Het aantal derden als bedoeld in, vermenigvuldigd met het maximale gegarandeerde bedrag als bedoeld in; iii) artikel 5, derde lid artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm De som van het gegarandeerde bedrag van iedere derde afzonderlijk van het deposito als bedoeld in, rekening houdend met het maximaal gegarandeerde bedrag als bedoeld in, waarbij niet wordt vereist dat rekening wordt gehouden met andere rekeningen die de derden bij de bank aanhouden. iv) artikel 5, derde lid artikel 29.02, eerste lid van het Bbpm Het verwerken van het in aanmerking komende bedrag van iedere derde afzonderlijk van het deposito als bedoeld in, in de gegarandeerde deposito’s, rekening houdend met het maximaal gegarandeerde bedrag als bedoeld in. f. Een bank is in staat per derdenrekening aan te tonen welke methode zoals bedoeld in onderdeel e is gehanteerd bij de berekening van het bedrag zoals bedoeld in het eerste lid. g. artikel 6, eerste lid, onderdeel k Deposito’s als bedoeld in, worden beschouwd als niet in aanmerking komende deposito’s. 4 artikel 29.16, eerste lid van het Bbpm Bij het vaststellen van de depositobasis als bedoeld in, maakt DNB gebruik van één van de volgende berekeningswijzen: a. artikel 130, eerste lid, aanhef en onderdeel b van het Bpr In beginsel gebruikt DNB de depositobasis die volgt uit de aggregatie van de gegarandeerde bedragen per depositohouder, zoals blijkend uit het individueel klantbeeld conform de berekeningswijze zoals vastgelegd in het derde lid en zoals door de bank gerapporteerd conform. b. artikel 15 artikel 130, eerste lid, aanhef en onderdeel b van het Bpr Indien de beoordeling van de kwaliteit van de aangeleverde IKB-bestanden en/of de beheersing van het IKB-systeem, zoals opgenomen in, hiertoe aanleiding geeft, gebruikt DNB, in afwijking van onderdeel a, de depositobasis die volgt uit de schatting van de totale omvang van de gegarandeerde deposito’s op basis van aantallen deposito’s en saldi zoals door de bank gerapporteerd conform, zonder rekening te houden met depositohouders die meer dan één rekening hebben. c. Wanneer onderdeel b van toepassing is, onder de voorwaarde dat de beoordeling van de kwaliteit van de rapportage van het aantal klanten in het IKB-bestand daaraan niet in de weg staat, hanteert DNB een plafond op de berekeningswijze in onderdeel b, waarbij de depositobasis is gemaximeerd op het aantal klanten vermenigvuldigd met 100.000 euro. 5 Een bank kan bij de berekening van de in aanmerking komende en gegarandeerde bedragen, als bedoeld in het eerste lid, gebruik maken van wisselkoersen gepubliceerd door koersinformatieleveranciers. 2022 33608 14-12-2022 28-11-2022 2022 33608 14-12-2022 28-11-2022 15-12-2022
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een bank identificeert en administreert de kenmerken op grond waarvan een depositohouder kan worden geïdentificeerd zodanig dat de identiteit van een depositohouder met een hoge mate van betrouwbaarheid kan worden vastgesteld. 2 artikel 3.1 van de Beleidsregel Reikwijdte en Uitvoering Depositogarantiestelsel Een bank administreert voor elk deposito de bijbehorende productcategorie conform de opties binnen een door DNB voorgeschreven datamodel en aan de hand van door DNB vastgestelde definities waarin is bepaald hoe de productcategorieën zich verhouden tot de rangorde van in aanmerking komende deposito’s als bedoeld in. 3 Een bank administreert voor elk deposito of het ten behoeve van derden wordt aangehouden krachtens overeenkomst of wettelijk voorschrift; 4 Een bank administreert voor elke niet-natuurlijk persoon de bijbehorende bedrijfscategorie conform de in een door DNB voorgeschreven datamodel gegeven opties en aan de hand van door DNB vastgestelde definities. 2021 42781 11-10-2021 27-09-2021 2021 42781 11-10-2021 27-09-2021 01-04-2022
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een bank markeert de hierna genoemde groepen van deposito’s en depositohouders op een dusdanige manier dat deze onmiddellijk te identificeren zijn: a. In aanmerking komende deposito’s en depositohouders; b. Deposito’s die onderwerp zijn van een rechtsgeschil als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderdeel a van de richtlijn depositogarantiestelsels; c. Deposito’s die onderwerp zijn van beperkende maatregelen die zijn opgelegd door nationale regeringen of internationale organen als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderdeel b van de richtlijn depositogarantiestelsels; d. Deposito’s die zijn verpand aan een derde partij en waarbij uitsluitend de pandhouder inningsbevoegd is; e. Deposito’s waar beslag op is gelegd; f. Deposito’s die worden geblokkeerd op grond van de regelgeving van het land w¡aar het deposito wordt aangehouden, niet zijnde Nederland, voor zover deze blokkade relevant is voor een uitkering van het depositogarantiestelsel; g. artikel 29.01, tweede lid, sub e van het Bbpm Bankspaardeposito’s eigen woning als bedoeld in; h. Deposito’s van depositohouders waarop surseance van betaling van toepassing is; i. Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de loonbelasting 1964 Lijfrenterekeningen als bedoeld in deen stamrechtspaarrekeningen als bedoeld in de; j. Deposito’s waarop een BEM-clausule of soortgelijke bewindvoering op rekeningniveau van toepassing is; k. Bouwdepots; l. Deposito’s die volgens de administratie van de bank als 'slapend' kwalificeren en met betrekking waartoe in de voorafgaande 24 maanden geen transactie door of namens de depositohouder heeft plaatsgevonden met betrekking tot het deposito. 2 artikel 5, eerste lid Een bank markeert depositohouders waarvan de identiteit niet met een hoge mate van betrouwbaarheid kan worden vastgesteld als bedoeld in. 3 Een bank markeert depositohouders waarvan de markeringen, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet met een hoge mate van betrouwbaarheid zijn aan te brengen. 4 Een bank markeert deposito’s waarvan de markeringen, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet met een hoge mate van betrouwbaarheid zijn aan te brengen. 2022 33608 14-12-2022 28-11-2022 2022 33608 14-12-2022 28-11-2022 01-07-2023
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor het opstellen en bijhouden van een afwikkelingsplan levert een bank onder meer een gedetailleerde omschrijving aan van de samenstelling van de deposito’s die bij deze bank worden aangehouden. 2 Ten behoeve van de gedetailleerde omschrijving als bedoeld in het eerste lid: a. artikel 6, eerste lid Markeert een bank, in aanvulling op, in aanmerking komende deposito’s welke worden aangehouden door natuurlijke personen en door kleine, middelgrote en micro-ondernemingen op een dusdanige manier dat deze onmiddellijk te identificeren zijn; b. artikel 3, vierde lid Is een bank in staat een overzicht samen te stellen van deposito’s als bedoeld in. 2017 41434 21-07-2017 10-07-2017 2017 41434 21-07-2017 10-07-2017 22-07-2017
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Indien het op die bank betrekking hebbende afwikkelingsplan daar aanleiding toe geeft, beschikt een bank over procedures en maatregelen om: a. Een gedeelte van een in aanmerking komend deposito af te scheiden op een separate rekening; b. Deposito’s te kunnen bevriezen: 1. artikel 2, tweede lid, onderdeel e, sub 4 artikel 6, tweede lid of derde lid Die worden aangehouden door niet in aanmerking komende depositohouders of van wie de depositohouder is overleden blijkend uit, of een markering heeft als bedoeld in; 2. artikel 5, derde lid artikel 6, eerste lid, onderdeel b tot en met k Die een markering hebben als bedoeld inofof vierde lid. 2 Een bank rondt de handelingen als bedoeld in het eerste lid af voor middernacht aan het eind van de werkdag volgend op de bekendmaking dat een afwikkelingsmaatregel is genomen. 2022 33608 14-12-2022 28-11-2022 2022 33608 14-12-2022 28-11-2022 15-12-2022
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Een bank voorziet DNB van het IKB-bestand binnen drie werkdagen nadat: a. artikel 3:260, eerste lid van de Wft DNB heeft besloten tot toepassing van het depositogarantiestelsel als bedoeld in; b. DNB hiertoe een specifiek verzoek heeft gedaan. 2 artikel 4, eerste lid artikel 7 Op verzoek van DNB levert een bank DNB de inengenoemde gegevens binnen drie werkdagen aan. 3 artikel 7, tweede lid, onderdeel b Een bank mag het overzicht als bedoeld in, separaat aanleveren van het IKB-bestand. 4 artikel 26a van het Bpr In afwijking van het eerste en tweede lid, kan DNB een ruimere aanlevertermijn dan drie werkdagen vaststellen bij een verzoek conform. 5 Een bank stelt DNB onmiddellijk op de hoogte indien zij de gegevens uit de in het eerste lid genoemde IKB-bestand na aanlevering wenst aan te vullen of te corrigeren. 6 De aanlevering van het IKB-bestand als bedoeld in het eerste lid, gebeurt op de door DNB voorgeschreven wijze in een door DNB voorgeschreven bestandsformaat. 2017 41434 21-07-2017 10-07-2017 2017 41434 21-07-2017 10-07-2017 22-07-2017
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Het IKB-systeem van een bank waarborgt de juistheid en volledigheid van de volgende gegevens op een zodanige manier dat DNB met een hoge betrouwbaarheid tot een uitkering aan depositohouders zou kunnen overgaan: a. artikel 2 artikel 3 artikel 9 De gegevens als bedoeld in, met inachtneming van de uitgangspunten bedoeld inen de termijnen bedoeld in; b. artikel 5 De administratie als bedoeld in; c. artikel 6 De markeringen als bedoeld in. 2 artikel 4 Het IKB-systeem van een bank waarborgt een betrouwbare berekening en aanlevering van de bedragen als bedoeld in. 3 artikel 2 artikel 4, eerste lid Een bank waarborgt dat de gegevens in het IKB-bestand als bedoeld in, de bedragen als bedoeld in, en de berekening van de depositobasis als bedoeld in artikel 4, derde lid aansluiten op de rapportages aan de toezichthoudende autoriteit die gebaseerd zijn op uitvoeringsverordening (EU) 680/2014. 2017 41434 21-07-2017 10-07-2017 2017 41434 21-07-2017 10-07-2017 22-07-2017
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Een bank beschikt ten minste over de volgende beheersmaatregelen: a. Procedures waarmee naleving van de voorschriften uit deze beleidsregel onderdeel wordt van de reguliere bedrijfsvoering binnen alle betrokken bedrijfsonderdelen, daarbij inbegrepen de interne accountantsdienst; b. Documentatie waarin het geheel aan procedures en maatregelen is beschreven die samenhangen met de vereisten uit deze beleidsregel; c. artikel 2 4 7 Een zodanige vastlegging van de uitvoering van een proces van totstandkoming van de in,enbedoelde gegevens, die het mogelijk maakt de procedures en de werking van de beheersmaatregelen achteraf te beoordelen; d. Jaarlijkse oordeelsvorming ten aanzien van de naleving van de voorschriften uit deze beleidsregel door de interne accountantsdienst binnen een bank. 2 Het rapport van de interne accountantsdienst met de jaarlijkse oordeelsvorming wordt gedeeld met DNB. 3 Een bank vergezelt het rapport als bedoeld in het tweede lid, van een document waarin een beschrijving wordt gegeven van voorzienbare materiële toekomstige wijzigingen aan het IKB-systeem. 2017 41434 21-07-2017 10-07-2017 2017 41434 21-07-2017 10-07-2017 22-07-2017
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Om over het verslagjaar een oordeel te vormen over de mate waarin de voorschriften uit deze beleidsregel worden nageleefd, geeft een bank jaarlijks een opdracht aan een externe accountant, gebaseerd op ISAE 3402, waarbij niet alleen opzet en bestaan, maar ook de werking onderdeel van toetsing is (type 2). 2 Indien DNB tussentijds verzoekt om een oordeelsvorming door een externe accountant, geeft een bank binnen de kortst mogelijke termijn opdracht tot oordeelsvorming op basis van ISAE 3402. 3 Het rapport dat een externe accountant opstelt naar aanleiding van de opdracht als bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk binnen vijf maanden na afloop van het verslagjaar gedeeld met DNB. 2017 41434 21-07-2017 10-07-2017 2017 41434 21-07-2017 10-07-2017 22-07-2017
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Een bank informeert DNB zo spoedig mogelijk indien zij voornemens is wijzigingen door te voeren die materiële implicaties kunnen hebben voor het IKB-systeem, doch uiterlijk drie maanden voor de beoogde ingangsdatum van de wijziging. 2 Een bank notificeert DNB zo snel mogelijk nadat de wijzigingen als bedoeld in het eerste lid zijn doorgevoerd. 3 Een bank notificeert DNB direct na het optreden van een verstoring,. Een bank notificeert DNB vervolgens zo snel mogelijk nadat de verstoring als bedoeld in het de vorige zin is geëindigd. 4 Een bank stuurt DNB een plan van aanpak, waarin wordt uitgewerkt hoe wordt geborgd dat het IKB-systeem in lijn blijft met deze beleidsregel, voorzover DNB, na ontvangst van de notificatie als bedoeld in het eerste lid, de bank daarom verzoekt. 5 De notificatie als bedoeld in het tweede lid en de notificatie als bedoeld in de tweede volzin van het derde lid worden vergezeld van een door de bank afgegeven verklaring dat het IKB-systeem in lijn is met deze beleidsregel. 2024 31419 30-09-2024 19-09-2024 2024 31419 30-09-2024 19-09-2024 01-10-2024
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Indien een bank tot het DGS toetreedt na inwerkingtreding van deze beleidsregel, verstrekt een bank aan DNB: a. artikel 2 Het IKB-bestand als bedoeld in, binnen zes maanden na toetreding; b. artikel 11, eerste lid, onderdeel d Een rapport van de interne accountantsdienst als bedoeld in, zo snel mogelijk na afloop van het eerste verslagjaar; c. artikel 12, eerste lid Een rapport als bedoeld in, binnen vijf maanden na afloop van het eerste verslagjaar; d. De opdracht voor de toetsing over het eerste verslagjaar, gebaseerd op ISAE 3402 type 1. 2 De bepalingen in het eerste lid zijn overeenkomstig van toepassing bij fusies of overnames. 2019 5585 05-02-2019 29-01-2019 2019 5585 05-02-2019 29-01-2019 06-02-2019
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 DNB beoordeelt de kwaliteit van het aangeleverde IKB-bestand en de beheersing van het IKB-systeem. 2 Indien de beoordeling hiertoe aanleiding geeft, kan DNB een aanwijzing geven aan de bank om maatregelen door te voeren ter verbetering van de kwaliteit of beheersing. 3 artikel 9 Voor de beoordeling van het IKB-bestand kan DNB op elk moment een verzoek doen als bedoeld in, waarbij het IKB-bestand alle individuele klantbeelden bevat op basis van actuele gegevens van de bank. 4 artikel 11, eerste lid, onderdeel d artikel 12, eerste lid Voor de beoordeling van de beheersing van het IKB-systeem maakt DNB gebruik van de periodieke oordeelsvorming door de interne accountantsdienst van een bank als bedoeld in, en het rapport van de externe accountant als bedoeld in. 2019 5585 05-02-2019 29-01-2019 2019 5585 05-02-2019 29-01-2019 06-02-2019
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na publicatie daarvan in de Staatscourant. 2021 42781 11-10-2021 27-09-2021 2021 42781 11-10-2021 27-09-2021 12-10-2021 Voorheen art. 17.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Individueel Klantbeeld Wft 2017. 2021 42781 11-10-2021 27-09-2021 2021 42781 11-10-2021 27-09-2021 12-10-2021 Voorheen art. 18.