Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. inzake de reikwijdte en uitvoering van het depositogarantiestelsel als bedoeld in artikel 3:259, lid 2 van de Wft (Beleidsregel Reikwijdte en Uitvoering Depositogarantiestelsel)
- BWB-id
- BWBR0039820
- Type
- zbo
- Ministerie
- De Nederlandsche Bank
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-04-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0039820
- ELI
- /eli/nl/zbo/2017/beleidsregel-reikwijdte-en-uitvoering-depositogarantiestelse
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2017/beleidsregel-reikwijdte-en-uitvoering-depositogarantiestelse/2025-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0039820&g=2025-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0039820&z=2026-06-06&g=2025-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0039820/2025-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2017/beleidsregel-reikwijdte-en-uitvoering-depositogarantiestelse
Artikel 1.1 — Artikel 1.1#
Artikel 1.1 In deze beleidsregel wordt verstaan onder: 1. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.; 2. Besluit: Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft ; 3. De Wet: Wet op het financieel toezicht (Wft); 4. Professionele administratie: de administratie van: a. artikel 1:1 van de Wet een financiële onderneming als bedoeld in; b. artikel 3:5, eerste lid van de Wet degene die is vrijgesteld van het verbod als bedoeld in; c. artikel 3:5, vierde lid van de Wet degene die een ontheffing is verleend als bedoeld in; of d. artikel 68 van de Faillissementswet een curator als bedoeld in. 5. Datum van het oordeel of uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel (DGS): artikel 3:260, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b van de Wet datum van het oordeel van De Nederlandsche Bank of van de gerechtelijke uitspraak ten aanzien van de betreffende bank als bedoeld in; 6. Tijdelijk hoog deposito: artikel 29.02, vierde lid van het Besluit een deposito als bedoeld in. 2022 33200 09-12-2022 28-11-2022 2022 33200 09-12-2022 28-11-2022 10-12-2022
Artikel 2.1 — Artikel 2.1#
Artikel 2.1 artikel 29.02, derde lid van het Besluit Van het kunnen vaststellen van de identiteit van een derde, voorafgaand aan de datum van het oordeel of uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel als bedoeld in, is sprake indien de identiteit van de derde blijkt uit: a. de administratie van de betreffende bank, zoals deze is op of voor de datum van het oordeel of uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel; of b. een door de rekeninghouder gevoerde professionele administratie, mits voor of op de datum van het oordeel of uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel uit de administratie van de bank blijkt dat het deposito ten behoeve van één of meer derden wordt gehouden. 2017 41453 21-07-2017 10-07-2017 2017 41453 21-07-2017 10-07-2017 22-07-2017
Artikel 2.2 — Artikel 2.2#
Artikel 2.2 DNB kent vergoedingen uit hoofde van het DGS aan een derde toe indien aangetoond is of kan worden dat de informatie die DNB nodig heeft voor het vaststellen van de hoogte van de aanspraak van de derde reeds bestond voor de datum van het oordeel of uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel. 2017 41453 21-07-2017 10-07-2017 2017 41453 21-07-2017 10-07-2017 22-07-2017
Artikel 2.3 — Artikel 2.3#
Artikel 2.3 1 In het geval een depositohouder is overleden en er nog geen wijziging van de tenaamstelling van het deposito uit de administratie van de bank blijkt of indien er sprake is van een zogenoemde ‘ervenrekening’, beoordeelt DNB de eventuele aanspraak van de erfgenamen op een vergoeding aan de hand van de door DNB te bepalen documentatie. 2 Indien de overleden depositohouder vóór de datum van het oordeel of de uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel is overleden en de nalatenschap van de depositohouder is verdeeld of er is een enig erfgenaam, is (ieder van) de erfgena(a)m(en) aan wie het deposito van de overleden depositohouder is toegedeeld of de enig erfgenaam, al naargelang het geval, individueel aan te merken als depositohouder van het betreffende (deel van het) deposito. 3 Indien de overleden depositohouder ná de datum van het oordeel of de uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel is overleden en de nalatenschap van de depositohouder is verdeeld of er is een enig erfgenaam, volgen de erfgena(a)m(en) of volgt de enig erfgenaam, al naargelang het geval, de overleden depositohouder op in het recht van de overleden depositohouder op de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel. Indien er meerdere erfgenamen zijn die ieder een deel van de deposito’s van de overleden depositohouder toegedeeld hebben gekregen, zal een pro rata deel van de vergoeding aan de erfgenamen worden toegekend. De vergoeding uit hoofde van het voorgaande staat los van en zal geen invloed hebben op de hoogte van een eventuele vergoeding van de betreffende erfgena(a)m(en) in verband met één of meer andere door de betreffende erfgenaam bij de bank aangehouden deposito’s. 4 Indien en zolang de nalatenschap van de overleden depositohouder nog niet is verdeeld, zijn de erfgenamen de gezamenlijke rechtsopvolgers van de overleden depositohouder voor wat betreft de gerechtigdheid tot een vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel. De vergoeding zal worden toegekend aan de erfgenamen gezamenlijk en worden uitbetaald op één door of namens de gezamenlijke erfgenamen op te geven bankrekening. Bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel die wordt toegekend aan de gezamenlijke erfgenamen wordt gekeken naar de vergoeding die aan de overleden depositohouder zou zijn toegekend ware deze nog in leven. Deze vergoeding staat los van en zal geen invloed hebben op de hoogte van een eventuele vergoeding van de betreffende erfgena(a)m(en) in verband met één of meer andere door de betreffende erfgenaam bij de bank aangehouden deposito’s. 2022 33200 09-12-2022 28-11-2022 2022 33200 09-12-2022 28-11-2022 10-12-2022
Artikel 2.4 — Artikel 2.4#
Artikel 2.4 1 artikel 3:261, eerste lid van de Wet artikel 29.01, tweede lid, aanhef en onderdeel a, sub 8 van het Besluit Bij het vaststellen van de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel, als bedoeld in, beschouwt DNB de volgende overheden als overheden op wie het depositogarantiestelsel niet van toepassing is, als bedoeld in: a. de Staat; b. provincies; c. gemeenten; d. waterschappen; e. de Openbare lichamen BES; f. Buitenlandse en supranationale overheden die vergelijkbaar zijn met de overheden in onderdeel a tot en met e. 2 artikel 3:261, eerste lid van de Wet Bij het vaststellen van de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel, als bedoeld in, beschouwt DNB het depositogarantiestelsel wel van toepassing op entiteiten met een publiekrechtelijke grondslag die geen direct en integraal onderdeel zijn van de overheden bedoeld in het eerste lid. 2022 33200 09-12-2022 28-11-2022 2022 33200 09-12-2022 28-11-2022 10-12-2022 Voorheen art. 2.3.
Artikel 2.5 — Artikel 2.5#
Artikel 2.5 Vervallen 2024 31411 30-09-2024 19-09-2024 2024 326 06-11-2024 30-09-2024 01-04-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A,
tweede lid, van het Wijzigingsbesluit depositogarantie 2024 in
werking treedt.
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 DNB hanteert een rangorde van in aanmerking komende deposito’s: a. artikel 3:260, eerste lid van de Wft bij het vergoeden van gegarandeerde deposito’s nadat besloten is tot toepassing van het depositogarantiestelsel als bedoeld in; en b. artikel 8 van de Beleidsregel Individueel Klantbeeld artikel 3a:18, Wft wanneer de handelingen als bedoeld inmoeten worden uitgevoerd als gevolg van het vaststellen van een afwikkelingsregeling als bedoeld in artikel 18, SRMR of. 2 In het geval een depositohouder over meerdere deposito’s bij een bank beschikt en het in aanmerking komende bedrag het dekkingsniveau overschrijdt, bepaalt de rangorde in welke volgorde in aanmerking komende deposito’s worden uitgekeerd of beschermd bij de toepassing van een afwikkelingsregeling als bedoeld in het eerste lid. 3 De rangorde bedoeld in het eerste lid is als volgt: a. Betaalrekeningen b. Spaarrekeningen c. Termijndeposito’s d. Rekeningen die geen betaalrekening, spaarrekening of termijndeposito zijn en waarvan DNB op grond van de door de betreffende bank aangeleverde gegevens het in aanmerking komende bedrag kan vaststellen e. Rekeningen waarvan DNB niet op grond van door de betreffende bank aangeleverde gegevens het in aanmerking komende bedrag kan vaststellen. 4 In het geval een depositohouder over meerdere deposito’s beschikt binnen één categorie uit de rangorde in het derde lid, en het in aanmerking komende bedrag het dekkingsniveau overschrijdt, bepaalt de hoogte van de verschillende in aanmerking komende deposito’s in welke volgorde deze worden uitgekeerd of beschermd bij de toepassing van een afwikkelingsregeling als bedoeld in het eerste lid. Het kleinste in aanmerking komende deposito wordt als eerste vergoed respectievelijk beschermd. 2021 42789 11-10-2021 27-09-2021 2021 42789 11-10-2021 27-09-2021 12-10-2021
Artikel 3.2 — Artikel 3.2#
Artikel 3.2 artikel 29.06 van het Besluit In het geval van deposito’s die worden aangehouden in een vreemde valuta waarvoor de Europese Centrale Bank geen referentiekoers bepaalt, stelt DNB de referentiekoers vast die gold op de datum bedoeld in het tweede lid van, aan de hand van: 1. De door de centrale bank behorende bij de valuta waarin de deposito’s worden aangehouden gepubliceerde referentiekoers die behoort bij de valuta waarin de deposito’s worden aangehouden, of als een dergelijke referentiekoers ontbreekt: 2. Het berekenen van een middenkoers, in het geval de betreffende centrale bank geen referentiekoers publiceert maar wel aankoopkoersen en verkoopkoersen; dan wel 3. Valutakoersen zoals gepubliceerd door een koersinformatieleverancier, in het geval het niet mogelijk is om een referentiekoers vast te stellen aan de hand van de mogelijkheden in het eerste of tweede lid. 2019 5577 05-02-2019 29-01-2019 2019 5577 05-02-2019 29-01-2019 06-02-2019
Artikel 3.3 — Artikel 3.3#
Artikel 3.3 artikel 3:261 van de Wet Bij het vaststellen van de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel, als bedoeld in, worden verplichtingen van de depositohouder jegens de bank als volgt buiten beschouwing gelaten: a. indien sprake is van een negatief rekeningsaldo, veronderstelt DNB bij het vaststellen van de vergoeding het saldo als nihil; b. indien het bedrag aan aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rente negatief is, veronderstelt DNB bij de bepaling van de vergoeding het te crediteren rentebedrag als nihil. 2019 5577 05-02-2019 29-01-2019 2019 5577 05-02-2019 29-01-2019 06-02-2019
Artikel 3.4 — Artikel 3.4#
Artikel 3.4 1 Bij toepassing van het depositogarantiestelsel dient een depositohouder DNB op de hoogte te stellen van de aanwezigheid van een tijdelijk hoog deposito. DNB stelt daartoe een formulier beschikbaar. 2 In het geval een depositohouder aanspraak maakt op aanvullende bescherming als bedoeld in het eerste lid, stelt DNB de aanvullende bescherming per depositohouder per bank gelijk aan de hoogte van de oorspronkelijke storting waarbij geldt dat: a. de aanvullende bescherming per depositohouder per bank niet hoger kan zijn dan 500.000 euro; b. het totale gegarandeerde bedrag per depositohouder niet hoger kan zijn dan het totale saldo van de tegoeden die de depositohouder bij de bank aanhoudt. 3 artikel 29.02, vierde lid van het Besluit In het geval van doorstorting van een deposito als bedoeld in het eerste lid naar een andere rekening, vangt de beschermingstermijn als bedoeld in, aan op de datum van storting op de oorspronkelijke rekening. 4 Ten behoeve van het onderzoek naar het bestaan van een tijdelijk hoog deposito, kan DNB een depositohouder verzoeken om aanvullende informatie te verstrekken die samenhangt met het tijdelijk hoog deposito. 2024 31411 30-09-2024 19-09-2024 2024 31411 30-09-2024 19-09-2024 01-10-2024
Artikel 3.5 — Artikel 3.5#
Artikel 3.5 1 In het geval een depositohouder over één of meerdere rekeningen beschikt bij een bank in Nederland en tevens over één of meerdere rekeningen beschikt bij een bijkantoor van dezelfde bank in een andere lidstaat, keert DNB het toegekende bedrag aan de deposant uit en geschiedt de uitkering niet via het DGS van de lidstaat waar het bijkantoor is gevestigd. 2 In het geval een depositohouder over rekeningen beschikt bij bijkantoren van dezelfde bank in verschillende andere lidstaten dan Nederland, keert DNB het gedekte bedrag aan de deposant uit en geschiedt de uitkering niet via één van de DGS-autoriteiten van de lidstaat waar het bijkantoor is gevestigd. 2019 5577 05-02-2019 29-01-2019 2019 5577 05-02-2019 29-01-2019 06-02-2019
Artikel 3.6 — Artikel 3.6#
Artikel 3.6 artikel 29.06, tweede lid van het Besluit De berekening van aangegroeide rente, zoals vastgelegd in, wordt als volgt toegepast in het geval sprake is van een gestructureerd deposito als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 43, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014: a. artikel 29.06, tweede lid van het Besluit voor zover de hoogte van nog niet gecrediteerde rente op de datum, bedoeld in, niet meer afhankelijk is van externe (markt)factoren, kwalificeert deze als te zijn aangegroeid als bedoeld in 29.06, tweede lid, van het Besluit; b. artikel 29.06, tweede lid van het Besluit voor zover de hoogte van nog niet gecrediteerde rente of premie op de datum, bedoeld in, nog onderhevig is aan externe (markt)factoren, kwalificeert deze niet als te zijn aangegroeid als bedoeld in 29.06, tweede lid, van het Besluit. 2019 5577 05-02-2019 29-01-2019 2019 5577 05-02-2019 29-01-2019 06-02-2019
Artikel 3.7 — Artikel 3.7#
Artikel 3.7 1 artikel 6, eerste lid, onderdeel i van de Beleidsregel Individueel Klantbeeld Wft 2017 Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de loonbelasting 1964 artikel 29.07, eerste lid van het Besluit In het geval van deposito’s die conformzijn gemarkeerd als lijfrenterekeningen als bedoeld in deof stamrechtspaarrekeningen als bedoeld in de, stelt DNB de bijbehorende toegekende vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel niet automatisch beschikbaar voor uitkering via de website als bedoeld in. 2 Alvorens de vergoeding bedoeld in het eerste lid beschikbaar te stellen, wijst DNB de depositohouder op de mogelijke fiscale consequenties van het direct ontvangen van de vergoeding. 3 Wet inkomstenbelasting 2001 Wet op de loonbelasting 1964 Waar dit mogelijk is, ondersteunt DNB een constructie voor depositohouders om dat deel van de toegekende vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel dat samenhangt met een lijfrenterekening als bedoeld in deof stamrechtspaarrekening als bedoeld in de, uit te laten keren op een andere rekening waarmee de toepasselijke fiscale behandeling kan worden voortgezet. 2022 33200 09-12-2022 28-11-2022 2022 33200 09-12-2022 28-11-2022 10-12-2022
Artikel 3.8 — Artikel 3.8#
Artikel 3.8 Bij het vaststellen van de uitkeringstermijn classificeert DNB als werkdag alle dagen van maandag tot en met vrijdag die niet zijn aangemerkt als feestdag conform de cao van DNB. 2022 33200 09-12-2022 28-11-2022 2022 33200 09-12-2022 28-11-2022 10-12-2022
Artikel 4.1 — Artikel 4.1#
Artikel 4.1 Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na publicatie daarvan in de Staatscourant. 2017 41453 21-07-2017 10-07-2017 2017 41453 21-07-2017 10-07-2017 22-07-2017
Artikel 4.2 — Artikel 4.2#
Artikel 4.2 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Reikwijdte en Uitvoering Depositogarantiestelsel. 2017 41453 21-07-2017 10-07-2017 2017 41453 21-07-2017 10-07-2017 22-07-2017