Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten zorgkantoren Wlz 2017
- BWB-id
- BWBR0039323
- Type
- zbo
- Ministerie
- Zorginstituut Nederland
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-12-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0039323
- ELI
- /eli/nl/zbo/2017/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost-bwbr0039323
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2017/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost-bwbr0039323/2020-12-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0039323&g=2020-12-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0039323&z=2026-06-06&g=2020-12-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0039323/2020-12-18
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2017/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost-bwbr0039323
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Dit besluit verstaat onder: a. Wlz: Wet langdurige zorg ; b. Aanwijzing: Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 ; c. regio: artikel 1 van het Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 december 2015, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren een regio zoals genoemd in, Staatscourant 2015 nr. 47359, 24 december 2015; d. budgethouder: artikel 3.3.3, eerste lid, van de Wlz verzekerde aan wie door het zorgkantoor een persoonsgebonden budget is verleend op grond van; e. persoonsgebonden budget: artikel 3.3.3 titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht een subsidie waarmee de verzekerde onder de bij of krachtensengestelde voorwaarden aan hem te verlenen zorg kan inkopen; f. bewuste keuze gesprek: gesprek dat het zorgkantoor voert met iedere persoon die een persoonsgebonden budget aanvraagt om vast te stellen of deze in aanmerking komt voor een persoonsgebonden budget; g. huisbezoek: bezoek van het zorgkantoor aan de budgethouder om vast te stellen dat het persoonsgebonden budget rechtmatig wordt besteed en om de budgethouder beter voor te lichten; h. zorgkantoor: Besluit van de Staatssecretaris van VWS van 15 december 2015, houdende de aanwijzing van zorgkantoren een zorgkantoor als bedoeld in het; i. Meerzorg: artikel 2.2 van de Regeling langdurige zorg recht op zorg op basis van de regeling bedoeld voor cliënten die, gezien hun behoeften aan zorg meer zorg nodig hebben dan vanuit het zorgprofiel gefinancierd kan worden onder toepassing van; j. Staatssecretaris: Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; k. Regiofactor: wegingsgetal dat wordt gehanteerd voor de berekening van het gewicht van de regio; l. Zorginstituut: Zorginstituut Nederland; m. Nadere aanwijzing: Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 ; n. Tweede nadere aanwijzing: Tweede nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 ; o. Derde nadere aanwijzing: Derde nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 . 2020 52223 12-10-2020 08-09-2020 2020032353 2020 52223 12-10-2020 08-09-2020 2020032353 13-10-2020 01-01-2017
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015 Het Zorginstituut keert het voorlopig vastgestelde, het nader vastgestelde en het definitief vastgestelde beheerskostenbudget voor het jaar 2017 aan de zorgkantoren uit met inachtneming van de. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het Zorginstituut stelt in februari 2017 voor ieder zorgkantoor een voorlopig beheerskostenbudget vast ten laste van het Fonds langdurige zorg. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 van de Aanwijzing artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz Het Zorginstituut verdeelt het bedrag dat invoor de taken op grond vanbeschikbaar is gesteld als volgt over de zorgkantoren: a. een bedrag van 201,14 euro per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio op 30 juni 2016, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat Wlz 2016 zorgkantoren, waarvoor het zorgkantoor is aangewezen; b. een bedrag van 266,58 euro voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken, vermenigvuldigd met het aantal nieuwe budgethouders waarvoor het zorgkantoor is aangewezen indien bij een budgethouder één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, waarbij het aantal bewuste-keuze gesprekken wordt gerelateerd aan het aantal budgethouders, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; c. een bedrag van 512,57 euro per budgethouder voor elke budgethouder bij wie één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, waarbij het aantal huisbezoeken wordt gerelateerd aan het aantal budgethouders, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; d. een bedrag van 5,509 miljoen euro verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; e. een bedrag van 4,132 miljoen euro voor vier zorgkantoren die in 2017 geen deel uitmaken van een concern op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; f. Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 een bedrag van 596,74 euro voor personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg op basis van de in de toelichting bij degeschatte aantallen personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg per 31 december 2017, gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; g. Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 een bedrag van 357,84 euro voor personen met Zorg in Natura met Meerzorg op basis van de in de toelichting bij degeschatte aantallen personen met Zorg in Natura met Meerzorg per 31 december 2017, gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; h. Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 een bedrag van 357,84 euro voor personen met Modulair Pakket Thuis op basis van de in de toelichting bij degeschatte aantallen personen met Modulair Pakket Thuis met Meerzorg per 31 december 2017 gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag als volgt: a. Het vaste bedrag wordt berekend door dit bedrag te delen door de som van het totaal aantal regio’s en het totaal aantal zorgkantoren, waarbij het aantal regio’s wordt vermenigvuldigd met de regiofactor. b. artikel 1, onderdeel c Besluit Het aantal regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in het ingenoemdewordt vermenigvuldigd met de regiofactor. De uitkomst van deze vermenigvuldiging wordt met 1 verhoogd en vervolgens met het vaste bedrag, berekend in onderdeel a vermenigvuldigd en aan het budget van het zorgkantoor toegevoegd. c. bij de berekening in onderdeel a en b wordt een regiofactor van 0,5 toegepast. d. voor de berekening van het zorgkantoor DSW wordt de regio Westland Schieland Delfland vermenigvuldigd met 2. 2 artikel 4 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2016 in de regio’s, waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen, waarbij inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 4 5 De resultaten van de berekeningen volgens deenherberekent het Zorginstituut per regio. 2 Ter verkrijging van het voorlopige beheerskostenbudget Wlz per zorgkantoor sommeert het Zorginstituut het herberekende bedrag per regio voor de regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen. 3 Het Zorginstituut rondt het voorlopige beheerskostenbudget af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger afrondt naar boven en overige bedragen naar beneden. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 Tweede nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 Het Zorginstituut stelt uiterlijk op de eerste werkdag van mei 2018 het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren voor het jaar 2017 nader vast met inachtneming van deen de. 2018 26589 14-05-2018 26-03-2018 2017052920 2018 26589 14-05-2018 26-03-2018 2017052920 15-05-2018 01-01-2017
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7 Nadere aanwijzing Tweede nadere aanwijzing artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz Het Zorginstituut verdeelt het bedrag dat in de ingenoemdeenvoor de taken op grond vanbeschikbaar is gesteld als volgt over de zorgkantoren: a. een bedrag van 201,14 euro per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio op 30 juni 2017, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat Wlz 2017 zorgkantoren, waarvoor het zorgkantoor is aangewezen; b. een bedrag van 266,58 euro voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken, vermenigvuldigd met het aantal nieuwe budgethouders, zoals blijkend uit de 4e kwartaalstaat Wlz 2017 zorgkantoren; c. een bedrag van 512,57 euro per budgethouder voor elke budgethouder bij wie één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, waarbij het aantal huisbezoeken wordt gerelateerd aan het aantal budgethouders, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; d. een bedrag van 5,509 miljoen euro verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; e. een bedrag van 4,132 miljoen euro voor vier zorgkantoren die in 2017 geen deel uitmaken van een concern op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; f. Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 een bedrag van 596,74 euro voor personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg op basis van de in de toelichting bij degeschatte aantallen personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg per 31 december 2017, gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; g. Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 een bedrag van 357,84 euro voor personen met Zorg in Natura met Meerzorg op basis van de in de toelichting bij degeschatte aantallen personen met Zorg in Natura met Meerzorg per 31 december 2017, gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; h. Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2017 een bedrag van 357,84 euro voor personen met Modulair Pakket Thuis op basis van de in de toelichting bij degeschatte aantallen personen met Modulair Pakket Thuis met Meerzorg per 31 december 2017 gerelateerd aan de werkelijke aantallen budgethouders per zorgkantoor, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel. 2018 26589 14-05-2018 26-03-2018 2017052920 2018 26589 14-05-2018 26-03-2018 2017052920 15-05-2018 01-01-2017
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag als volgt: a. Het vaste bedrag wordt berekend door dit bedrag te delen door de som van het totaal aantal regio’s en het totaal aantal zorgkantoren, waarbij het aantal regio’s wordt vermenigvuldigd met de regiofactor. b. artikel 1, onderdeel c Besluit Het aantal regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in het ingenoemdewordt vermenigvuldigd met de regiofactor. De uitkomst van deze vermenigvuldiging wordt met 1 verhoogd en vervolgens met het vaste bedrag, berekend in onderdeel a vermenigvuldigd en aan het budget van het zorgkantoor toegevoegd. c. bij de berekening in onderdeel a en b wordt een regiofactor van 0,5 toegepast. d. voor de berekening van het zorgkantoor DSW wordt de regio Westland Schieland Delfland vermenigvuldigd met 2. 2 artikel 8 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2017 in de regio’s, waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen, waarbij inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikelen 8 9 De resultaten van de berekeningen volgens deenherberekent het Zorginstituut per regio. 2 Ter verkrijging van het nader vastgestelde beheerskostenbudget Wlz per zorgkantoor sommeert het Zorginstituut het herberekende bedrag per regio voor de regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen. 3 Het Zorginstituut brengt op het nader vastgestelde beheerskostenbudget de door het Zorginstituut uitgekeerde voorschotten in mindering. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 7 Nadere aanwijzing Tweede Derde nadere aanwijzing artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz Uiterlijk in 2020 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget over het jaar 2017 definitief vast. Het Zorginstituut verdeelt het bedrag dat in de ingenoemde, deen devoor de taken op grond vanbeschikbaar is gesteld als volgt over de zorgkantoren: a. een bedrag van 201,14 euro per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio op 30 juni 2017 waarvoor het zorgkantoor is aangewezen; b. een bedrag van 266,58 euro voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken, vermenigvuldigd met het aantal nieuwe budgethouders, zoals blijkend uit de 4e kwartaalstaat Wlz 2017 zorgkantoren; c. een bedrag van 512,57 euro per budgethouder voor elke budgethouder bij wie één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat 2018; d. een bedrag van 5,509 miljoen euro verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; e. een bedrag van 4,132 miljoen euro voor vier zorgkantoren die in 2017 geen deel uitmaken van een concern op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; f. een bedrag van 596,74 euro op basis van de werkelijke aantallen personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg per 31 december 2017, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat 2018; g. een bedrag van 357,84 euro op basis van de werkelijke aantallen personen met Zorg in Natura met Meerzorg per 31 december 2017, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat 2018; h. een bedrag van 357,84 euro op basis van de werkelijke aantallen personen met Modulair Pakket Thuis met Meerzorg per 31 december 2017, zoals blijkend uit de tweede kwartaalstaat 2018; i. een bedrag van 1,849 miljoen euro tot dekking van de kosten die zijn gemaakt met betrekking tot Te goeder trouw en terugvorderen, zoals verantwoord in het financieel verslag Wlz-uitvoerder 2017. 2020 66094 17-12-2020 24-11-2020 2020 66094 17-12-2020 24-11-2020 18-12-2020 01-01-2017
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag als volgt: a. Het vaste bedrag wordt berekend door dit bedrag te delen door de som van het totaal aantal regio’s en het totaal aantal zorgkantoren, waarbij het aantal regio’s wordt vermenigvuldigd met de regiofactor. b. artikel 1, onderdeel c Besluit Het aantal regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in het ingenoemdewordt vermenigvuldigd met de regiofactor. De uitkomst van deze vermenigvuldiging wordt met 1 verhoogd en vervolgens met het vaste bedrag, berekend in onderdeel a vermenigvuldigd en aan het budget van het zorgkantoor toegevoegd. c. bij de berekening in onderdeel a en b wordt een regiofactor van 0,5 toegepast. d. voor de berekening van het zorgkantoor DSW wordt de regio Westland Schieland Delfland vermenigvuldigd met 2. 2 artikel 11 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2017 in de regio’s, waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen, waarbij inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikelen 11 12 De resultaten van de berekeningen volgens deenherberekent het Zorginstituut per regio. 2 De definitieve vaststelling geschiedt met inachtneming van de beoordeling en correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit. 3 Ter verkrijging van het definitief vastgestelde beheerskostenbudget Wlz per zorgkantoor sommeert het Zorginstituut het herberekende bedrag per regio voor de regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen. 4 Het Zorginstituut betaalt het verschil tussen het bedrag van het definitief vastgestelde en het nader vastgestelde beheerskostenbudget ingeval van een positief saldo voor het zorgkantoor uit. Indien het verschil tot een negatief saldo voor het zorgkantoor leidt, vordert het Zorginstituut het verschil in. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2017. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten zorgkantoren Wlz 2017. 2017 13920 15-03-2017 2017 13920 15-03-2017 17-03-2017 01-01-2017