Verordening van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming van 9 januari 2018, nr. ANVS-2018/137, houdende nadere regels ter bescherming van personen tegen de gevaren van blootstelling aan ioniserende straling (ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming)
- BWB-id
- BWBR0040581
- Type
- zbo
- Ministerie
- Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2023-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0040581
- ELI
- /eli/nl/zbo/2018/anvs-verordening-basisveiligheidsnormen-stralingsbescherming
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2018/anvs-verordening-basisveiligheidsnormen-stralingsbescherming/2023-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0040581&g=2023-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0040581&z=2026-06-06&g=2023-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0040581/2023-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2018/anvs-verordening-basisveiligheidsnormen-stralingsbescherming
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 (begripsomschrijvingen)#
Artikel 1.1 (begripsomschrijvingen) In deze verordening wordt verstaan onder: actuele individuele dosis: een effectieve dosis die het gevolg is van het gebruik van een gebied buiten de locatie waarbij rekening wordt gehouden met het feitelijke huidige gebruik van de omgeving; afgescheiden deel van de locatie: deel van de locatie, uitsluitend bedoeld als bergplaats voor de opslag van materialen of objecten met van nature voorkomende radionucliden; ANVS-loket: het voor elektronische indiening door ondernemers van aanvragen, kennisgevingen, documenten en andere informatieverstrekkingen geschikte portaal op de website van de Autoriteit; bereikbaar oppervlak: 1. bereikbaar oppervlak van een object zonder nader of destructief ingrijpen in dat object of; 2. oppervlak van een object dat bereikbaar is indien dat object geopend of uit elkaar genomen is voor gebruik, onderhoud of reparatie, voor product- of materiaalgebruik of voor product- of materiaalhergebruik; besluit: Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming ; besmettingscontrole: controle van een oppervlak of een voorwerp, niet zijnde een ingekapselde bron, op radioactieve besmetting; broncertificaat: document van de producent van de ingekapselde bron waarin ten minste de activiteit, het radionuclide, de gegevens van de capsule, de classificatie volgens Internationale standaard ISO 2919:2012 of recenter en het serienummer zijn vermeld; eindbestemming: bestemming waarvan door de Autoriteit of de ondernemer voorzien is dat een natuurlijke bron daar gedurende meer dan twee jaar zal verblijven, indien voor die bron geen andere bestemming is voorzien; categorie 1-stof: bijlage 4.1 bij de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming radioactieve stof die is aangewezen als categorie 1-stof inof die op grond van de in die bijlage opgenomen voorwaarden behoort tot categorie 1; categorie 2-stof: bijlage 4.1 bij de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming radioactieve stof die is aangewezen als categorie 2-stof inof die op grond van de in die bijlage opgenomen voorwaarden behoort tot categorie 2; categorie 3-stof: bijlage 4.1 bij de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming radioactieve stof die is aangewezen als categorie 3-stof inof die op grond van de in die bijlage opgenomen voorwaarden behoort tot categorie 3; inherent veilig toestel of inherent veilige versneller: toestel of versneller, dat of die is ontworpen om blootstelling aan de primaire bundel bij gebruik ervan te voorkomen en dat of die is voorzien van beveiligingen die het toestel of de versneller direct uitschakelen indien deze beveiligingen worden verbroken; ketenregistratie: artikel 3.11, zevende lid, van het besluit aanvraag van een registratie door een ondernemer, gedaan mede namens andere ondernemers, voor aangewezen handelingen waarvoor een registratieplicht bestaat, als bedoeld in; lek: ingekapselde bron waarbij een afgewreven activiteit van meer dan 185 becquerel is vastgesteld; lektest: controle van de behuizing van een ingekapselde bron op afwrijfbare radioactieve besmetting; multifunctionele individuele dosis: effectieve dosis die het gevolg is van het gebruik van een gebied buiten de locatie op zodanige wijze dat dit de hoogst mogelijke dosis geeft; natte sludge: mengsel van organische en minerale vaste bestanddelen in water of koolwaterstof bevattende vloeistoffen dat: – op een mijnbouwproductielocatie wordt gescheiden van de geproduceerde olie of het geproduceerde gas, dan wel – op een mijnbouwproductielocatie ontstaat ten gevolge van de winning van aardwarmte; oppervlaktebesmetting met van nature voorkomend radioactief materiaal: 2 aanwezigheid op het oppervlak van een object dat bestaat uit niet-radioactieve vaste stoffen, van niet-afwrijfbare of afwrijfbare natuurlijke bronnen met een gemiddelde massa per oppervlakte van minder dan 1 g/cm; radioactieve besmetting: 2 2 afwrijfbare alfa besmetting van 0,4 becquerel of meer per cm, of een afwrijfbare bèta/gamma besmetting van 4 becquerel of meer per cm; representatief persoon: persoon die blootstaat aan een dosis die representatief is voor die van de meest aan ioniserende straling blootgestelde personen van de bevolking, met uitsluiting van personen met extreme of zeldzame gewoonten; vaste meetopstelling: industriële opstelling waarbij een ingekapselde bron is ingebouwd in en deel uitmaakt van een productielijn, waarbij het in- en uitbouwen van de ingekapselde bron in of uit deze opstelling uit het oogpunt van stralingsbescherming weinig voordeel heeft; ventilatievoud: aantal malen per uur dat het volume van een ruimte door ventilatiesystemen geheel wordt vervangen; waarschuwingsteken: artikel 4.1, eerste lid, van het besluit waarschuwingsteken als bedoeld in. 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 06-08-2019
Artikel 3.1 — Artikel 3.1#
Artikel 3.1 1 De ondernemer die via het ANVS-loket een aanvraag of kennisgeving bij de Autoriteit wil indienen of een andere informatieverstrekking wil doen, maakt gebruik van het op het ANVS-loket beschikbare elektronische formulier dat hoort bij de aanvraag, de kennisgeving of de informatieverstrekking. 2 Bij gebruik van het ANVS-loket geschiedt de vaststelling van de juistheid van de identiteit van de aanvrager door middel van eHerkenning. 3 Bij het elektronische formulier kunnen elektronische bestanden en bijlagen worden bijgevoegd. 4 Indien de ondernemer niet over een eHerkenning-middel kan beschikken, a. dient hij een aanvraag of een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid schriftelijk in door toezending aan de Autoriteit, of b. registreert hij zich als gebruiker bij de Autoriteit en ontvangt na registratie een unieke toegangscode waarmee hij zich bij het gebruik van het ANVS-loket identificeert. 5 De Autoriteit verifieert de gegevens van de ondernemer, bedoeld in het vierde lid. 6 Het tweede tot en met het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing indien de aanvraag namens de ondernemer door een externe gemachtigde wordt ingediend. 7 De Autoriteit maakt het vereiste betrouwbaarheidsniveau van de eHerkenning op de website van de Autoriteit bekend. 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 06-08-2019 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 06-08-2019
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 (te verstrekken basisgegevens bij de aanvraag om een vergunning)#
Artikel 3.2 (te verstrekken basisgegevens bij de aanvraag om een vergunning) 1 artikel 3.6, derde lid, van het besluit Naast de in, bedoelde gegevens bevat een aanvraag om een vergunning de volgende gegevens: a. een omschrijving van de locatie waar de desbetreffende handeling plaatsvindt of de desbetreffende handelingen plaatsvinden en het adres of kadastrale gegevens van die locatie en een plattegrond met aanduiding van de terreingrens en de plaats van de handelingen; bij wisselende locaties wordt met behulp van een situatieschets een zo goed mogelijke aanduiding hiervan gegeven; b. indien een aanvraag voor wisselende locaties wordt gedaan: een onderbouwing van de noodzaak hiervan; c. een omschrijving van de handeling of handelingen waarvoor de vergunning wordt gevraagd en het doel daarvan; d. artikel 3.11 van het besluit een opgave van de maximale totale effectieve dosis zowel ten gevolge van lozingen als ten gevolge van externe straling op basis van omgevingsdosisequivalenten, die de representatieve persoon in een kalenderjaar kan ontvangen op enig punt buiten de locatie als gevolg van alle onder verantwoordelijkheid van de ondernemer uit te voeren registratieplichtige en vergunningplichtige handelingen en andere handelingen waarvoor een kennisgeving als bedoeld invereist is, tezamen binnen de locatie waarop de vergunningaanvraag van toepassing is, alsmede de daaraan ten grondslag liggende analyse; e. artikel 7.6 van het besluit een opgave van de maximale effectieve of equivalente dosis die de betrokken werknemers in een kalenderjaar ten gevolge van de door de ondernemer uitgevoerde handelingen kunnen ontvangen, alsmede de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in; f. een beschrijving van de wijze waarop de stralingsbescherming is georganiseerd, van de aanwezige deskundigheid met betrekking tot de handelingen en het toezicht daarop; g. een beschrijving van de verantwoordelijkheden voor de stralingsbescherming en stralingsveiligheid; h. een opgave van de tijdsduur van de handeling of handelingen; i. artikel 3.11 van het besluit een overzicht van alle registratieplichtige en vergunningplichtige handelingen, alsmede andere handelingen waarvoor een kennisgeving als bedoeld invereist is, binnen de locatie, gespecificeerd naar aard en omvang; j. een beschrijving van de ontwerp-kenmerken van elke bron en de ruimte waarin een bron zich bevindt; k. een veiligheidsbeoordeling van de handelingen om: 1°. vast te stellen op welke manieren potentiële blootstellingen van leden van de bevolking of, in geval van medische blootstelling, toevallige en onbedoelde blootstellingen zich kunnen voordoen; 2°. de waarschijnlijkheid en omvang van de potentiële blootstellingen te kunnen inschatten; 3°. de kwaliteit en reikwijdte van stralingsbeschermings- en stralingsveiligheidsmaatregelen te beoordelen, waaronder zowel technische kenmerken als administratieve procedures; 4°. inzicht te krijgen in de door de aanvrager vastgestelde dosisbeperkingen en voorwaarden voor veilige bedrijfsvoering; l. een beschrijving van de noodprocedures; m. indien het een andere handeling dan een handeling met van nature voorkomende radionucliden betreft: een opgave van de onderhouds-, test- en inspectieprogramma’s of -contracten, waarmee bewerkstelligd wordt dat de bronnen tijdens hun hele levensduur aan de ontwerpvereisten operationele grenzen en voorwaarden voor veilige bedrijfsvoering blijven voldoen; n. een beschrijving van het kwaliteitsborgingssysteem, en o. artikel 2.6 van het besluit informatie over de wijze waarop recht wordt gedaan aan. 2 Indien het omgevingsdosisequivalent, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, hoger is dan 10 microsievert, of de lozingen, bedoeld in dat onderdeel, een dosis vertegenwoordigen die gelijk is aan, of hoger is dan, 1 microsievert in een kalenderjaar op enig punt buiten de locatie, bevat de aanvraag tevens een beschrijving van de maatregelen ter voorkoming van en bescherming tegen schade in en buiten de locatie. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 (aanvraag vergunning handelingen met toestel of versneller)#
Artikel 3.3 (aanvraag vergunning handelingen met toestel of versneller) artikel 3.2 Een aanvraag om een vergunning voor een handeling met een toestel of een versneller bevat naast de relevante gegevens, bedoeld in, een beschrijving van het toestel of de versneller onder vermelding van de gegevens betreffende de ioniserende straling die het toestel of de versneller kan uitzenden, waaronder in elk geval de maximale output die het systeem kan leveren, uitgedrukt als maximale hoogspanning van de röntgenbuis en de hoogspanning die de generator kan leveren. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 (aanvraag vergunning handeling met radioactieve stoffen in de vorm van open bronnen met kunstmatige radionucliden)#
Artikel 3.4 (aanvraag vergunning handeling met radioactieve stoffen in de vorm van open bronnen met kunstmatige radionucliden) artikel 3.2 Een aanvraag om een vergunning voor een handeling met radioactieve stoffen in de vorm van open bronnen met kunstmatige radionucliden bevat, naast de relevante gegevens, bedoeld in: a. een opgave van de radionucliden, waarmee de handelingen worden verricht waarvoor de vergunning wordt gevraagd; b. een opgave van de ten gevolge van alle registratie- en vergunningplichtige handelingen maximaal in de lucht, in het openbaar riool, het oppervlaktewater, of in de bodem te lozen radiotoxiciteitsequivalenten voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft, uitgedrukt in radiotoxiciteitsequivalenten voor inhalatie, respectievelijk ingestie en gewogen voor inhalatie en ingestie; c. indien vergunning om te lozen wordt aangevraagd: een opgave van het aantal te lozen radiotoxiciteitsequivalenten, en d. een beschrijving van het beheer van radioactieve afvalstoffen en van de voorzieningen voor de berging van die afvalstoffen. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 (aanvraag vergunning handeling met radioactieve stoffen in de vorm van open bronnen met van nature voorkomende radionucliden)#
Artikel 3.5 (aanvraag vergunning handeling met radioactieve stoffen in de vorm van open bronnen met van nature voorkomende radionucliden) artikel 3.2 Een aanvraag om een vergunning voor een handeling met radioactieve stoffen in de vorm van open bronnen met van nature voorkomende radionucliden bevat, naast de relevante gegevens, bedoeld in, een beschrijving van: a. voor van nature voorkomend radioactief materiaal: 1°. de maximale activiteitsconcentratie van elk radionuclide, voor elke nuclide dat meer dan 1% bijdraagt aan de totale activiteit; 2°. de maximale massa op enig moment per locatie, en 3°. de maximale doorzet per kalenderjaar. b. de radioactieve stoffen en de radioactieve afvalstoffen die bij de handelingen ontstaan; c. een opgave van de ondernemer die de radioactieve stoffen of radioactieve afvalstoffen ontvangt; d. een beschrijving van het beheer van radioactieve afvalstoffen en van de voorzieningen voor de berging van die afvalstoffen; e. Bijlage 3.1, onderdeel A, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming een opgave van het categorienummer dat voorkomt in de lijst met geïdentificeerde handelingen die zijn opgenomen in, welk nummer hoort bij de handeling die overeenkomt met de handeling waarvoor vergunning wordt gevraagd, voor zover die handeling in die bijlage is opgenomen; f. indien er geen categorienummer als bedoeld in onderdeel e opgegeven kan worden: een beschrijving van de handelingen; g. een opgave van de ten gevolge van alle registratie- en vergunningplichtige handelingen maximaal in de lucht, in het openbaar riool, het oppervlaktewater, of in de bodem te lozen activiteit voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft, gespecificeerd naar radionuclide en totale te lozen activiteit, en h. indien vergunning om te lozen wordt aangevraagd: een opgave van de totale te lozen activiteit, gespecificeerd naar radionuclide. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 (aanvraag vergunning handeling met radioactieve stoffen in de vorm van een ingekapselde bron)#
Artikel 3.6 (aanvraag vergunning handeling met radioactieve stoffen in de vorm van een ingekapselde bron) artikel 3.2 Een aanvraag om een vergunning voor een handeling met radioactieve stoffen in de vorm van een ingekapselde bron bevat naast de relevante gegevens, bedoeld in: a. een opgave van de radionucliden, waarmee de handelingen worden verricht waarvoor de vergunning wordt gevraagd; b. een opgave van de chemische en fysische toestand en vorm waardoor deze radioactieve stoffen een ingekapselde bron vormen alsmede een aanduiding van de constructie en de kwaliteit van de bron, en c. een beschrijving van de wijze waarop de ingekapselde bron wordt beheerd, na beëindiging van de toepassing ervan. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 (aanvraag vergunning handeling met kunstmatige bronnen)#
Artikel 3.7 (aanvraag vergunning handeling met kunstmatige bronnen) artikel 3.2 artikel 3.4 artikel 3.6 artikel 3.13 artikel 3.2, onderdeel a Een aanvraag om een vergunning voor een handeling met kunstmatige bronnen bevat naast de relevante gegevens bedoeld in, en de aanvullende gegevens bedoeld inrespectievelijk, een opgave van de overeenkomstiggewogen en gesommeerde activiteit op enig moment van de radionucliden in de radioactieve stoffen, die op de locatie, bedoeld in, ten hoogste aanwezig zal zijn. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 (aanvraag vergunning handeling met een hoogactieve bron)#
Artikel 3.8 (aanvraag vergunning handeling met een hoogactieve bron) artikel 3.2 artikelen 3.6 3.7 Een aanvraag om een vergunning voor een handeling met een hoogactieve bron bevat, naast de relevante gegevens, bedoeld in, en de aanvullende gegevens, bedoeld in deen: a. informatie over het volume van de bron, de bronhouder en de vaste afscherming van die bron; b. artikel 4.15, eerste lid, van het besluit schriftelijk bewijs dat de krachtensvereiste financiële zekerheid is gesteld, en c. informatie met betrekking tot: 1°. de overeenkomst die met de leverancier of fabrikant van de bron is getroffen ten aanzien van de overbrenging van de niet meer in gebruik zijnde bron naar de leverancier, fabrikant, of andere ondernemer die bevoegd is de bron te ontvangen, of 2°. de plaatsing van de niet meer in gebruik zijnde bron in een voorziening voor opslag of verwijdering. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 (te verstrekken gegevens bij een aanvraag om registratie)#
Artikel 3.9 (te verstrekken gegevens bij een aanvraag om registratie) 1 artikel 3.9, tweede lid, van het besluit De aanvraag voor een registratie bevat naast de relevante gegevens, bedoeld in: a. een opgave van de maximale effectieve of equivalente dosis die werknemers in een kalenderjaar ten gevolge van de door de ondernemer uitgevoerde handelingen kunnen ontvangen; b. artikelen 5.4 5.7 van het besluit een verklaring van de ondernemer dat de benodigde deskundigheid als bedoeld in deenaanwezig is; c. een opgave van de maximale totale effectieve dosis, die de representatieve persoon in een kalenderjaar op enig punt buiten de locatie kan ontvangen ten gevolge van handelingen met die bron. 2 Indien de bron een toestel of versneller betreft bevat de aanvraag voorts: a. voor een toestel: een opgave van de maximale hoogspanning van het toestel, uitgedrukt in kilovolt; b. voor een versneller: een opgave van de maximale versnelenergie, uitgedrukt in megavolt. 3 Indien de bron een radioactieve stof is in de vorm van een ingekapselde bron, bevat de aanvraag voorts een opgave van het radionuclide en de maximale activiteit. 4 Indien het handelingen betreft met radioactieve stoffen in de vorm van open bronnen met van nature voorkomende radionucliden bevat de aanvraag voorts een opgave van: a. het adres of de kadastrale gegevens van de locatie waar de handelingen plaatsvinden; b. voor van nature voorkomend radioactief materiaal: 1. de maximale activiteitsconcentratie van elk radionuclide, voor elke nuclide dat meer dan 1% bijdraagt aan de totale activiteit; 2. de maximale massa op enig moment per locatie; 3. de maximale doorzet per kalenderjaar; c. de radioactieve stoffen en de radioactieve afvalstoffen die bij de handelingen ontstaan; d. de ondernemer die de radioactieve stoffen of radioactieve afvalstoffen ontvangt; e. Bijlage 3.1, onderdeel A, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming het categorienummer dat voorkomt in de lijst met geïdentificeerde handelingen die zijn opgenomen in, welk nummer hoort bij de handeling die overeenkomt met de handeling waarvan registratie wordt gevraagd, voor zover die handeling in die bijlage is opgenomen; f. indien er geen categorienummer als bedoeld in onderdeel e opgegeven kan worden: een beschrijving van de handelingen. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 (ketenregistratie en aangewezen handelingen met natuurlijke bronnen)#
Artikel 3.10 (ketenregistratie en aangewezen handelingen met natuurlijke bronnen) 1 bijlage 3.1, onderdeel A, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Als handelingen, waarvoor ketenregistratie is toegestaan, worden aangewezen de handelingen genoemd in. 2 De ondernemer, die de ketenregistratie mede namens andere ondernemers in de keten aanvraagt verzamelt alle gegevens van elke ondernemer in zijn keten. 3 De ondernemer, die de ketenregistratie mede namens andere ondernemers binnen de keten aanvraagt, verstrekt bij de aanvraag van de registratie behalve de voor de registratie noodzakelijke gegevens van elke onderneming binnen de keten, tevens: a. een opgave van alle ondernemers binnen de keten; b. artikel 3.2, eerste lid, onderdelen a, c, d en f voor deze ondernemers binnen de keten: de gegevens genoemd in. 4 Een ondernemer als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, deelt een wijziging van de geregistreerde gegevens ten minste zes weken voor de aanvang van de wijziging schriftelijk mede aan de ondernemer die de ketenregistratie mede namens de andere ondernemers in de keten heeft aangevraagd. 5 Een ondernemer in de grond-, weg- of waterbouw, die de ketenregistratie mede namens andere ondernemers in de keten aanvraagt, zorgt ervoor dat de volgende gegevens bij de registratieaanvraag worden verstrekt: a. dat het materiaal met van nature voorkomende radionucliden een eindproduct in de grond-, weg-, of waterbouw is; b. een schatting van de effectieve dosis, uitgedrukt in de multifunctionele individuele dosis en de actuele individuele dosis in een jaar ten gevolge van eindbestemming, voor leden van de bevolking, en c. een certificaat bij het materiaal met van nature voorkomende radioactieve stoffen waarop vermeld staat dat het radioactief materiaal betreft dat voor deze eindbestemming gebruikt mag worden. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 artikel 3.11 van het besluit (kennisgeving als bedoeld in)#
Artikel 3.11 artikel 3.11 van het besluit (kennisgeving als bedoeld in) artikel 3.11, derde en vierde lid, van het besluit artikel 3.12, tweede lid, van het besluit Een kennisgeving als bedoeld inbevat naast de gegevens, bedoeld in, a. een opgave van de maximale totale effectieve dosis voor leden van de bevolking of van de werknemers, en b. artikel 2.6 van het besluit informatie over de wijze waarop voldaan wordt aanvoor personen buiten de locatie. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 (kennisgeving overdracht hoogactieve bron)#
Artikel 3.12 (kennisgeving overdracht hoogactieve bron) bijlage 5 van het besluit De kennisgeving van overdracht van een hoogactieve bron geschiedt met toepassing van het formulier dat is opgenomen in. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 (gewogen sommatie)#
Artikel 3.13 (gewogen sommatie) 1 artikel 3.4, vijfde lid, van het besluit De gewogen sommatie, bedoeld in, van de activiteit van de radionucliden in de bij handelingen betrokken radioactieve materialen vindt plaats volgens de formule: waarin: i Ais de totale activiteit van radionuclide i, waarmee een handeling verricht wordt (becquerel); v,i Ais de van toepassing zijnde vrijstellingswaarde voor de totale activiteit voor radionuclide i (becquerel). 2 artikel 3.4, vijfde lid, van het besluit De gewogen sommatie, bedoeld in, van de activiteitsconcentratie van radionucliden in de bij handelingen betrokken radioactieve materialen vindt plaats volgens de formule: waarin: i Cis de activiteitsconcentratie van radionuclide i in een radioactieve stof (kilobecquerel/kg); v,i Cis de van toepassing zijnde vrijstellings- of vrijgavewaarde voor de activiteitsconcentratie voor radionuclide i (kilobecquerel/kg). 3 artikel 3.4, vijfde lid, van het besluit artikel 3.10, derde lid, onderdeel b, van het besluit De gewogen sommatie, bedoeld in, van de activiteiten van radionucliden in radioactieve stoffen ter bepaling van de gesommeerde A/D-waarde ten behoeve van de toets bedoeld in, vindt plaats volgens de formule: waarin: i,n Ais de activiteit van iedere radioactieve stof i met radionuclide n; n Dis de D-waarde voor radionuclide n. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.14 — Artikel 3.14 (nadere regels sommatie consumentenproducten)#
Artikel 3.14 (nadere regels sommatie consumentenproducten) artikel 3.17, tweede en derde lid, van het besluit bijlage 1 Als handelingen met consumentenproducten waarbij radioactieve stoffen worden toegevoegd aan consumentenproducten, bestemd voor gebruik op of in de directe omgeving van personen, waarbij de aan deze producten toegevoegde radionucliden niet worden betrokken bij een sommatie als bedoeld in, worden aangewezen de ingenoemde handelingen. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.15 — Artikel 3.15 (vrijgestelde handelingen met een beperkt risico op blootstelling)#
Artikel 3.15 (vrijgestelde handelingen met een beperkt risico op blootstelling) 1 artikel 3.5, tweede lid 3.9, eerste lid, van het besluit De verboden, bedoeld in de, en, zijn niet van toepassing ten aanzien van het voorhanden hebben van radon in aardgas en het vrijkomen van radon bij het, in de open lucht, affakkelen of afblazen van aardgas. 2 artikelen 3.5 3.9 van het besluit bijlage 2 Handelingen met consumentenproducten die een beperkt risico van blootstelling van personen tot gevolg hebben en waarvoor de verboden, bedoeld in deenniet van toepassing zijn, zijn aangewezen in. 2021 30063 15-06-2021 03-06-2021 ANVS-2021/6584 2021 30063 15-06-2021 03-06-2021 ANVS-2021/6584 01-10-2021 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 3.15a — Artikel 3.15a#
Artikel 3.15a 1 Afdeling 3.2 van het besluit is niet van toepassing op handelingen op een locatie met radioactieve materialen waarin de radionuclide K-40 voorkomt, als de op de locatie aanwezige massa van het kaliumhoudende materiaal groter is dan 1.000 kilogram, indien de activiteitsconcentratie van de radionuclide K-40 in het op de locatie aanwezige kaliumhoudende materiaal niet groter is dan 22 kBq/kg, en voldaan wordt aan de in dit artikel opgenomen voorwaarden. 2 De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, zijn: a. de afstand van de op de locatie aanwezige kaliumhoudende materialen tot verblijfsruimten is groter dan 5 meter, en b. de afstand in meters tussen de op de locatie aanwezige kaliumhoudende materialen en enig punt buiten de locatie is groter dan de waarde die het resultaat is van de berekening met formule tijd dichtheid concentratie R ≥ R(M) × c× c× c waarbij 1° voor R(M) wordt uitgegaan van de tabel in het vierde lid, en 2° de in de formule opgenomen correctiefactoren worden toegepast overeenkomstig het derde lid en de tabel in het vijfde lid. 3 Voor de formule, genoemd in het tweede lid, onderdeel b, geldt: R is de minimale afstand van de aanwezige kaliumhoudende materialen tot enig punt buiten de locatie in meters, vastgesteld op basis van de tabel die is opgenomen in het vierde lid; R(M) is de ongecorrigeerde minimale afstand tot het kaliumhoudende materiaal in meters gebaseerd op: tijd kan cis de correctiefactor dieworden toegepast bij aanwezigheid op de locatie van de kaliumhoudende materialen gedurende kortere tijd dan 1 jaar, overeenkomstig de tabel, opgenomen in het vijfde lid; dichtheid moet 3 cis de correctiefactor dieworden toegepast als het kaliumhoudende materiaal een lagere dichtheid heeft dan 2.000 kg/m, overeenkomstig de tabel, opgenomen in het vijfde lid; concentratie kan cis de correctiefactor dieworden toegepast als de activiteitsconcentratie van het K-40 in het kaliumhoudende materiaal kleiner is dan 22 kBq/kg, overeenkomstig de tabel, opgenomen in het vijfde lid. – de aanwezigheid van het materiaal gedurende het gehele kalenderjaar, – 3 een dichtheid van het kaliumhoudende materiaal van 2.000 kg/m, en – een activiteitsconcentratie van K-40 in het kaliumhoudende materiaal die gelijk is aan 22 kBq/kg; 4 De minimale afstand R van de op de locatie aanwezige kaliumhoudende materialen tot enig punt buiten de locatie, bij de daarbij behorende massa is opgenomen in de onderstaande tabel. Minimale afstand van het kaliumhoudende materiaal tot bij aanwezigheid van het materiaal gedurende het hele kalenderjaar, K-40-activiteitsconcentratie van het kaliumhoudende materiaal gelijk aan 22 kilobecquerel per kilogram en een dichtheid van het kaliumhoudende materiaal gelijk aan 2.000 kilogram per kubieke meter. enig punt buiten de locatie M: Massa van kaliumhoudend materiaal in duizenden kilogram R(M): minimale afstand tot enig punt buiten de locatie in meters 1 tot en met 10 5 10 tot en met 20 15 20 tot en met 50 25 50 tot en met 100 40 100 tot en met 1.000 60 1.000 tot en met 10.000 80 groter dan 10.000 100 5 tijd dichtheid concentratie Bij de berekening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden de correctiefactoren c, cen ctoegepast overeenkomstig de onderstaande tabel: Correctiefactoren voor kortere aanwezigheidsduur ( ), voor lagere dichtheid ( ) en voor lagere K-40-activiteitsconcentratie ( ) van de op de locatie aanwezige kaliumhoudende materialen tijd dichtheid concentratie ccc dagen/jaar tijd c 3 dichtheid (kg/m) dichtheid c K-40 C(kBq/kg) concentratie c >270 1,00 >1.900 1,00 >17 1,00 180-270 0,86 1.700 – 1.900 1,02 15–17 0,90 90-180 0,70 1.500 – 1.700 1,10 13–15 0,85 ≤ 90 0,50 ≤1.500 1,15 10–13 0,79 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 06-08-2019
Artikel 3.16 — Artikel 3.16 (vrijgave handelingen met een beperkt risico op blootstelling)#
Artikel 3.16 (vrijgave handelingen met een beperkt risico op blootstelling) 1 artikelen 3.5, tweede lid 3.9, eerste lid, van het besluit De verboden, bedoeld in de, en, zijn niet van toepassing ten aanzien van het zich ontdoen van zeer laag radioactieve stoffen van elk type materiaal. 2 bijlage 3 Onder zeer laag radioactieve stoffen van elk type materiaal als bedoeld in het eerste lid worden verstaan: radioactieve stoffen waarvan de activiteit van de kunstmatige radionucliden, berekend over een periode van een jaar, kleiner is dan de inopgenomen grenswaarden. 3 artikel 3.4, vijfde lid, van het besluit Indien zeer laag radioactieve stoffen van elk type materiaal meerdere soorten radionucliden bevatten, wordt de activiteit van de radionucliden gewogen gesommeerd met overeenkomstige toepassing van. Aan de in het tweede lid bedoelde waarden wordt voldaan indien de uitkomst van de sommatie kleiner dan of gelijk is aan 1. 4 Afdeling 3.2 van het besluit is niet van toepassing ten aanzien van het lozen van kaliumhoudende materialen, waarin de radionuclide K-40 tot ten hoogste in de natuurlijke abundantie voorkomt, a. naar de open lucht; b. in het openbare riool of in het oppervlaktewater, indien de concentratie van de geloosde kaliumverbindingen zo laag is dat er geen neerslag in het openbare riool of oppervlaktewater optreedt. 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 06-08-2019
Artikel 3.17 — Artikel 3.17 (uitzondering op vrijstelling)#
Artikel 3.17 (uitzondering op vrijstelling) 1 Paragraaf 3.2.2 van het besluit 2 is van toepassing op handelingen met van nature voorkomende radioactieve materialen indien de activiteitsconcentratie van dit materiaal geen juiste indicatie geeft van de gezondheidsschade en daarnaast de oppervlaktebesmetting met van nature voorkomend radioactief materiaal een totale bèta-activiteit heeft die gelijk is aan of hoger is dan 4 becquerel/cm. 2 artikel 10.4 van het besluit artikel 3.5, tweede lid, van het besluit In de gevallen waarin de effectieve doses voor leden van de bevolking ten gevolge van water- of luchtlozingen, als gevolg van handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal, hoger kunnen zijn dan 10 microsievert per kalenderjaar, geldt met het oog op de stralingsbescherming, in afwijking van, een vergunningplicht als bedoeld in. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.18 — Artikel 3.18 (specifieke vrijgavewaarden)#
Artikel 3.18 (specifieke vrijgavewaarden) 1 artikel 10.6, vijfde of zevende lid, van het besluit artikel 3.21 van het besluit bijlage 4 Natte sludges uit de olie- en gasindustrie en de geothermie, uitsluitend bestemd voor stort op een op grond van, aangewezen instelling, zijn vrijgegeven overeenkomstig, indien ten aanzien daarvan wordt voldaan aan de vrijgavewaarden die zijn opgenomen in, tabel 1. 2 bijlage 3, onderdeel B, tabel A, deel 1, van het besluit Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Vloeistoffen en vloeistof houdende materialen, die worden verbrand in een afvalverbrandingsinstallatie, zijn vrijgegeven indien ten aanzien daarvan wordt voldaan aan de vrijgavewaarden vanen van bijlage 3.2, tabel A, deel 1, van de. 3 Lampen of starters waaraan Kr-85 is toegevoegd zijn vrijgegeven als de toegevoegde Kr-85-activiteit per eenheid kleiner is dan 10.000 becquerel. 4 bijlage 4 artikel 1.1, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer Materialen die één of meer van de in, tabel 2, kolom 1, genoemde radionucliden bevatten, zijn vrijgegeven indien ten aanzien van die radionucliden wordt voldaan aan de desbetreffende vrijgavewaarden die zijn opgenomen in bijlage 4, tabel 2, kolom 2, voor zover zij bestemd zijn om te worden verbrand in een afvalverbrandingsinstallatie, als bedoeld in, niet zijnde ZAVIN te Dordrecht. 5 bijlage 4 Materialen die één of meer van de in, tabel 2, kolom 1, genoemde radionucliden bevatten, zijn vrijgegeven indien ten aanzien van die radionucliden wordt voldaan aan de desbetreffende vrijgavewaarden die zijn opgenomen in bijlage 4, tabel 2, kolom 3, voor zover zij bestemd zijn om te worden verbrand bij ZAVIN te Dordrecht. 6 Materialen als bedoeld in het vierde of vijfde lid worden aangeboden in lekdichte verpakkingen. 2021 30063 15-06-2021 03-06-2021 ANVS-2021/6584 2021 30063 15-06-2021 03-06-2021 ANVS-2021/6584 16-06-2021
Artikel 3.19 — Artikel 3.19 (aanvraag specifieke vrijstelling)#
Artikel 3.19 (aanvraag specifieke vrijstelling) 1 artikel 3.19 van het besluit Een ondernemer kan een aanvraag bij de Autoriteit indienen voor een beschikking, houdende een vrijstelling voor specifieke bronnen of handelingen als bedoeld in. 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat: a. het door de Autoriteit geaccepteerde plan van aanpak, bedoeld in het derde lid; b. een opgave van de handelingen of toepassingen waarvoor vrijstelling wordt aangevraagd en een overzicht van de met de vrijstelling toe te passen specifieke activiteit of activiteitsconcentratiewaarden per radionuclide; c. 1 Europese Commissie publicatie Radiation Protection 65 Principles and Methods for Establishing Concentrations and Quantities (Exemption values) below which Reporting is not Required in the European Directive. Europese Commissie publicatie Radiation Protection 122, part 1 & part 2: Practical Use of the Concepts of the Clearance and Exemption, of recentere publicaties; IAEA safety guide RS-G-1.7 Applications of the concepts of the Exclusion, Exemption and Clearance, IAEA safety report series-44 Derivation of Activity Concentration Values for Exclusion, Exemption and Clearance of recentere publicaties. de uitwerking van de blootstellingsroutes, blootstellingsscenario’s, de gebruikte parameters en de bepaling van de dosis aan de hand van de methodiek zoals aangegeven in de aanbevelingen van de Europese Commissie of het Internationaal Atoomenergieagentschap dan wel een methodiek die naar het oordeel van de Autoriteit daaraan gelijkwaardig is; d. een opgave van de materialen en de wijze van ontdoening en de blootstellingsscenariokeuzes en de gebruikte parameters, met daarin de mogelijke alternatieve of secundaire ontdoeningsketens. De ondernemer geeft, indien van toepassing, een onderbouwing van de keuze dat bepaalde blootstellingsroutes of scenario’s niet gebruikt worden, of dat andere waarden van parameters gebruikt worden die ten grondslag liggen aan de scenario’s; e. een overzicht van de gekozen randvoorwaarden die van belang zijn om aan de algemene vrijstellingscriteria te kunnen voldoen; f. bijlage 3, onderdeel A, punt 3 van het besluit een analyse dat aan de algemene vrijstelling- en vrijgavecriteria als bedoeld involdaan wordt, waaronder de genoemde dosiscriteria, en aan de in het vierde lid opgenomen grenswaarden; g. artikel 2.5, tweede lid, van het besluit een opgave dat de handeling gerechtvaardigd is, of een krachtensingediend verzoek om rechtvaardiging van de handeling; h. artikel 10.2 van het besluit een opgave hoe de ondernemer voldaan heeft aan de zorgplicht, bedoeld in; i. een opgave van de toename van de effectieve dosis van een werknemer ten gevolge van de blootstelling aan vrijgestelde radioactieve stoffen onder normale omstandigheden; j. een opgave van de toename van de effectieve dosis van een werknemer ten gevolge van de blootstelling aan vrijgestelde radioactieve stoffen onder ongunstige omstandigheden; k. een opgave van de toename van de effectieve dosis van een lid van de bevolking dat zich binnen de locatie bevindt, ten gevolge van de blootstelling aan vrijgestelde radioactieve stoffen, en l. een opgave van de toename van de effectieve dosis van een lid van de bevolking dat zich buiten de locatie bevindt, ten gevolge van de blootstelling aan vrijgestelde radioactieve stoffen. 3 Voorafgaand aan de indiening van de aanvraag overlegt de aanvrager met de Autoriteit over de voor de specifieke vrijstelling relevante blootstellingsroutes, -scenario’s en parameters als bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, en legt die in een door te Autoriteit te accepteren plan van aanpak vast. Van de acceptatie wordt mededeling gedaan aan de aanvrager. 4 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen indien de blootstelling aan vrijgestelde van nature voorkomende radioactieve materialen, rekening houdend met de gangbare achtergrondstraling, leidt tot: 1°. een dosistoename van een werknemer onder normale omstandigheden die hoger is dan 0,3 millisievert per jaar; 2°. een dosistoename van een werknemer onder ongunstige omstandigheden die hoger is dan 1,0 millisievert per jaar; 3°. een dosistoename van een lid van de bevolking dat zich binnen de locatie bevindt die hoger is dan 0,3 millisievert per jaar; 4°. een dosistoename van een lid van de bevolking dat zich buiten de locatie bevindt die hoger is dan 0,01 millisievert per jaar. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.20 — Artikel 3.20 (aanvraag specifieke vrijgave)#
Artikel 3.20 (aanvraag specifieke vrijgave) 1 artikel 3.21, eerste lid, van het besluit Een ondernemer kan een aanvraag bij de Autoriteit indienen voor een beschikking voor specifieke vrijgave voor bepaalde radioactieve materialen, voor radioactieve materialen afkomstig van specifieke soorten handelingen, of voor materialen behorend tot specifieke categorieën handelingen of toepassingen, als bedoeld in. 2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat: a. het door de Autoriteit geaccepteerde plan van aanpak, bedoeld in het derde lid; b. een opgave van de handelingen of toepassingen waarvoor specifieke vrijgave wordt aangevraagd en een overzicht van de met de vrijgave toe te passen specifieke activiteitsconcentratiewaarden per radionuclide; c. 2 Europese Commissie publicatie Radiation Protection 89 Recommended radiological protection criteria for the recycling of metals from dismantling of nuclear installations, Europese Commissie publicatie Radiation Protection 113 Recommended Radiological Protection Criteria for the Clearance of Buildings and Building Rubble from the Dismantling of Nuclear Installations Europese Commissie publicatie Radiation Protection 122, part 1 & part 2 Practical Use of the Concepts of the Clearance and Exemption, of recentere publicaties. IAEA safety guide RS-G-1.7 Applications of the concepts of the Exclusion, Exemption and Clearance, IAEA safety report series 44 Derivation of Activity Concentration Values for Exclusion, Exemption and Clearance of recentere publicaties. de uitwerking van de blootstellingsroutes, blootstellingsscenario’s, de gebruikte parameters en de bepaling van de dosis aan de hand van de methodiek zoals aangegeven in de aanbevelingen van de Europese Commissie of het Internationaal Atoomenergieagentschap dan wel een methodiek die naar het oordeel van de Autoriteit daaraan gelijkwaardig is; d. een opgave van de materialen en de wijze van ontdoening en de blootstellingsscenariokeuzes en de gebruikte parameters, met daarin de mogelijke alternatieve of secundaire ontdoeningsketens. De ondernemer geeft, indien van toepassing, een onderbouwing van de keuze dat bepaalde blootstellingsroutes of scenario’s niet gebruikt worden, of dat andere waarden van parameters gebruikt worden die ten grondslag liggen aan de scenario’s; e. een overzicht van de gekozen randvoorwaarden die van belang zijn om aan de algemene vrijgavecriteria te kunnen voldoen; f. bijlage 3, onderdeel A, punt 3 van het besluit een analyse dat aan de algemene vrijstelling- en vrijgavecriteria als bedoeld involdaan wordt, waaronder de genoemde dosiscriteria, en aan de in het vierde lid opgenomen grenswaarde; g. artikel 2.5, eerste lid, van het besluit een opgave dat de handeling waarvan het materiaal afkomstig is, gerechtvaardigd is, of een krachtensingediend verzoek om rechtvaardiging van de handeling; h. artikel 10.2 van het besluit een opgave hoe de ondernemer voldaan heeft aan de zorgplicht, bedoeld in; i. een opgave van de toename van de effectieve dosis van een lid van de bevolking ten gevolge van de blootstelling aan vrijgestelde radioactieve stoffen. 3 Voorafgaand aan de indiening van de aanvraag overlegt de aanvrager met de Autoriteit over de voor de specifieke vrijgave relevante blootstellingsroutes, -scenario’s en parameters als bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, en legt die in een door de Autoriteit te accepteren plan van aanpak vast. Van de acceptatie wordt mededeling gedaan aan de aanvrager. 4 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen indien de blootstelling aan vrijgegeven van nature voorkomende radioactieve materialen, rekening houdend met de gangbare achtergrondstraling, leidt tot een dosistoename van een lid van de bevolking die hoger is dan 0,3 millisievert per jaar. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.21 — Artikel 3.21 (afvoertermijn)#
Artikel 3.21 (afvoertermijn) 1 artikel 10.7, derde lid, van het besluit De termijn, bedoeld in, bedraagt ten hoogste twee jaren na het tijdstip waarop de radioactieve stoffen overeenkomstig artikel 10.7, eerste lid, van het besluit als radioactieve afvalstof zijn aangemerkt. 2 artikel 19, eerste lid en tweede lid, onderdeel i, van het Besluit kerninstallaties artikel 10.7, derde lid, van het besluit De termijn, bedoeld in, splijtstoffen en ertsen in samenhang met, bedraagt ten hoogste twee jaren na het tijdstip waarop de splijtstoffen of ertsen als splijtstof of erts bevattende afvalstoffen zijn aangemerkt. 3 De Autoriteit kan met het oog op de stralingsbescherming van werknemers of leden van de bevolking in een aan de vergunning verbonden voorschrift van de in het eerste of het tweede lid genoemde termijn afwijken. 4 artikel 15, aanhef en onderdeel b, van de wet Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op het afvoeren van splijtstof of erts bevattende afvalstoffen of van radioactieve afvalstoffen vanaf een inrichting waarvoor op grond vaneen vergunning is verleend. 2023 6163 23-02-2023 15-02-2023 ANVS-2023/2356 2023 6163 23-02-2023 15-02-2023 ANVS-2023/2356 01-07-2023
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 (nadere inhoud administratie registratie- en vergunningplichtige bronnen)#
Artikel 4.1 (nadere inhoud administratie registratie- en vergunningplichtige bronnen) 1 besluit Indien krachtens hetverplichtingen tot het voeren van dossiers van bronnen of van een administratie van handelingen van kracht zijn, zijn het derde tot en met vijfde lid van toepassing. De van toepassing zijnde administratieve verplichtingen worden door de ondernemer zoveel mogelijk binnen één beheerssysteem vastgelegd. 2 artikelen 4.2, eerste en tweede lid 4.3, eerste lid 5.7, vijfde lid 6.2, zesde lid 7.1, zevende lid 7.2, vierde lid, onderdeel c 9.7, tweede lid, van het besluit Verplichtingen als bedoeld in het eerste lid zijn opgenomen in de,,,,,, en. 3 artikel 4.2, eerste lid, van het besluit Bij handelingen met radioactieve stoffen zijn in de dossiers, bedoeld in, de mutaties van bronnen verwerkt. 4 artikel 4.2, eerste lid, van het besluit Bij handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal bevat het dossier, bedoeld in, tevens: a. de aard van het betrokken van nature voorkomend radioactief materiaal, de (oppervlakte-) besmette materialen of de radioactieve afvalstoffen; b. de massa van het van nature voorkomend radioactief materiaal. 5 De in dit artikel bedoelde administratieve gegevens en dossiers worden, op de locatie waar de handelingen worden verricht, of nabij de werklocatie, desgevraagd getoond aan ambtenaren, bedoeld in artikel 58 van de wet, of zijn op een andere manier direct beschikbaar voor inzage. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 (nadere inhoud administratie en dossiers hoogactieve bronnen)#
Artikel 4.2 (nadere inhoud administratie en dossiers hoogactieve bronnen) artikel 4.18, eerste lid, van het besluit artikel 4.2, vierde lid, van het besluit Bij handelingen met een hoogactieve bron bevat het beheerssysteem naast het dossier van de hoogactieve bron, bedoeld inen de administratieve gegevens, bedoeld in, tevens: a. artikel 4.10, zevende lid, van het besluit de door de fabrikant of leverancier van de bron verstrekte kleurenfoto van het ontwerp van die bron en van de daarbij behorende broncontainer, bedoeld in; b. artikel 3.16, eerste lid, van het besluit de overeenkomst die met de leverancier of fabrikant van de bron is getroffen ten aanzien van voorzieningen voor het geval de hoogactieve bron niet meer in gebruik is, bedoeld in, en c. artikel 4.15, eerste lid, van het besluit schriftelijk bewijs van de krachtensvereiste financiële zekerheid. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 (administratie industriële radiografie)#
Artikel 4.3 (administratie industriële radiografie) 1 artikel 4.3, eerste lid, van het besluit De administratie, bedoeld inbevat: a. de naam van de houder van de vergunning en het nummer van de voor de betrokken handelingen verleende vergunning; b. het tijdstip waarop of de periode binnen een kalenderjaar waarin de handelingen zijn verricht; c. de plaats of plaatsen, de aard en de omvang van de handelingen; d. de aan de handelingen toe te rekenen maximale toename van de effectieve dosis die personen op enig punt buiten de locatie kunnen ontvangen. 2 Indien binnen een locatie opnamen worden gemaakt of industriële radiografie wordt toepast in het kader van niet-destructief onderzoek wordt in de administratie, bedoeld in het eerste lid, tevens het totaal aantal opnamen en uren industriële radiografie binnen dezelfde locatie vermeld. Voor de toepassing van deze bepaling wordt het aantal opnamen gelijk gesteld aan het aantal voor dat doel gebruikte films. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 (bewaartermijn gegevens in administratie en dossier)#
Artikel 4.4 (bewaartermijn gegevens in administratie en dossier) 1 De gegevens in een administratie worden ten minste gedurende vijf jaar na het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben bewaard. 2 Het dossier van een bron wordt ten minste gedurende vijf jaar bewaard, gerekend vanaf het tijdstip waarop de ondernemer zich van de bron heeft ontdaan. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 (eisen aan toestellen en versnellers)#
Artikel 4.5 (eisen aan toestellen en versnellers) 1 De ondernemer zorgt ervoor dat met betrekking tot inherent veilige toestellen of inherent veilige versnellers: a. het toestel of de versneller zodanig in een apparaat is ingebouwd dat het niet in werking kan zijn of in werking kan treden als het apparaat geopend is. De omkasting van het toestel of de versneller is daartoe, indien mogelijk, met schakelaars die de werking mechanisch gedwongen verbreken, beveiligd; b. het toestel of de versneller uitsluitend gebruikt wordt wanneer de beveiligingen die op het apparaat zijn aangebracht ter beperking van de stralingsniveaus buiten het apparaat, in goede staat functioneren; c. op geen enkel punt op 0,1 meter afstand van een bereikbare buitenzijde van het apparaat een omgevingsdosisequivalenttempo gemeten kan worden van meer dan 1 microsievert per uur, en d. het apparaat is voorzien van een waarschuwingsteken. 2 De ondernemer zorgt ervoor dat met betrekking tot andere toestellen of versnellers dan bedoeld in het eerste lid: a. een zodanige afscherming is aangebracht dat de ioniserende straling die naar buiten treedt, uitgezonderd op de plaats van de opening bestemd voor het naar buiten treden van de nuttige stralenbundel, zo weinig als redelijkerwijs mogelijk schade kan toebrengen; b. een middel dat de grootte van de nuttige stralenbundel bepaalt, wordt gebruikt, dat ten minste dezelfde mate van bescherming tegen straling waarborgt als het omhulsel van het toestel of de versneller; c. het toestel of de versneller en de bijbehorende hulp- en beveiligingsmiddelen zodanig zijn opgesteld en worden afgeschermd dat personen zich niet aan de primaire stralenbundel behoeven bloot te stellen, tenzij zij een medische blootstelling of niet-medische beeldvorming ondergaan; d. maatregelen worden getroffen ten aanzien van de opstelling en werkwijze van een toestel of een versneller om zoveel als redelijkerwijs te voorkomen dat door verstrooide straling personen, anders dan bedoeld onder onderdeel c van dit lid, worden blootgesteld; e. een toestel of een versneller niet door een onbevoegde in werking kan worden gesteld; f. maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat personen onbevoegd de ruimte of plaats kunnen betreden wanneer het toestel of de versneller dat daar is opgesteld in werking is; g. het toestel of de versneller is voorzien van een waarschuwingsteken; h. indien er geen handelingen worden verricht met het toestel of de versneller deze is opgeslagen in een voorziening die deugdelijk is afgesloten, of de ruimte waarin het toestel of de versneller zich bevindt deugdelijk is afgesloten, en uitsluitend mag worden geopend door de ondernemer en personen die daartoe van hem de bevoegdheid hebben gekregen. 3 De afschermingseisen bedoeld in het tweede lid, onder a, gelden niet: mits maatregelen zijn genomen waardoor blootstelling van personen ten gevolge van uitwendige bestraling zoveel als redelijkerwijs mogelijk wordt voorkomen. a. voor het testen van een toestel of een versneller, of b. tijdens reparatie, onderhoud of onderzoek aan toestellen opgesteld in laboratoria of beproevingsruimten, of reparatie, onderhoud of onderzoek aan een versneller; 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 (veiligheidseisen toestellen en versnellers)#
Artikel 4.6 (veiligheidseisen toestellen en versnellers) De ondernemer zorgt ervoor dat: a. de ruimte waarin het toestel of de versneller is opgesteld en het gebruik van het toestel of de versneller in stralingshygiënisch opzicht op elkaar zijn afgestemd; b. het omgevingsdosisequivalenttempo zo laag is dat de effectieve dosis voor personen niet meer bedraagt dan 1 millisievert per jaar: 1°. op de plaats van bediening van het toestel of de versneller, met uitzondering in geval van interventieradiologie, en 2°. buiten de ruimte of plaats waar het toestel of de versneller wordt gebruikt; c. in het geval het een toestel betreft: in de ruimte waarin het toestel is opgesteld voorzieningen aanwezig zijn om de blootstelling van werknemers te beperken, en d. aanvullend organisatorische maatregelen zijn genomen indien de benodigde dosisbeperking niet met bouwkundige maatregelen gerealiseerd kan worden. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 (controle toestellen en versnellers)#
Artikel 4.7 (controle toestellen en versnellers) 1 De ondernemer zorgt ervoor dat: a. een toestel of een versneller en de beveiligingen ten minste eenmaal per periode van twaalf maanden op de deugdelijke werking worden gecontroleerd; b. de afscherming en het lekstralingsniveau buiten het toestel of de versneller of het apparaat waarin het toestel of de versneller is ingebouwd, ten minste eenmaal per jaar worden gecontroleerd, en c. na elke demontage of reparatie van een toestel of een versneller een controle op de goede werking, bedoeld in onderdelen a en b, ten aanzien van het toestel of de versneller plaatsvindt. 2 De ondernemer zorgt ervoor dat voor alle toestellen of versnellers in het beheersysteem: a. aantekening wordt gehouden van alle aanwezige toestellen of versnellers, gespecificeerd naar: 1°. merk, type en bouwjaar; 2°. de plaats en aard van de toepassing; 3°. in het geval het een toestel betreft: de maximale hoogspanning van de röntgenbuis en de spanning die de generator kan leveren; 4°. in het geval het een versneller betreft: de maximale versnelspanning en de door de versneller uitgezonden stralingssoort en de maximale energie daarvan; b. aantekening wordt gehouden van de resultaten van de in het eerste lid genoemde controles, onder vermelding van: 1°. de datum van de controle; 2°. de naam van de persoon die de controle heeft uitgevoerd; 3°. eventuele gebreken en daarop volgende reparaties, en 4°. lekstralingsniveaus buiten het toestel of de versneller. c. aantekening wordt gehouden van elke demontage of reparatie aan het toestel of de versneller onder vermelding van: 1°. de datum en het tijdstip van aanvang en beëindiging van elke demontage dan wel reparatie van het toestel of de versneller; 2°. de naam van de persoon die de demontage of de reparatie heeft uitgevoerd; 3°. eventuele gebreken en aard van de reparaties, en 4°. de resultaten van de controle op de goede werking van het toestel of de versneller, de beveiligingen en de afscherming, na de demontage of de reparatie. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 (bergplaats)#
Artikel 4.8 (bergplaats) 1 Ten aanzien van de bergplaats voor radioactieve stoffen zorgt de ondernemer ervoor dat: a. het omgevingsdosisequivalenttempo aan de buitenzijde van de bergplaats zo laag als redelijkerwijs mogelijk is. In ieder geval wordt op geen enkel punt op 0,1 meter afstand van de bereikbare delen van het oppervlak van de bergplaats een omgevingsdosisequivalenttempo gemeten van meer dan 1 microsievert per uur; b. de buitenzijde van de bergplaats is voorzien van een duidelijk leesbaar en onuitwisbaar opschrift ‘RADIOACTIEVE STOFFEN’ en van een duidelijk zichtbaar waarschuwingsteken; c. de bergplaats deugdelijk is afgesloten en uitsluitend geopend kan worden door de ondernemer of door personen die daartoe van hem de bevoegdheid hebben gekregen; d. de constructie van de bergplaats, al dan niet deel uitmakend van een gebouw, voldoet aan de eis dat de brandwerendheid niet lager is dan 60 minuten; e. de bergplaats aantoonbaar bekend is bij de veiligheidsregio; f. in een speciaal daarvoor bestemd overzicht dat zich in of nabij de bergplaats bevindt, de activiteit van de radioactieve stoffen die zich in de bergplaats bevinden wordt aangetekend, waarbij deze registratie minimaal plaatsvindt gespecificeerd naar radionuclide en activiteit. In geval van een ingekapselde bron dient daarnaast elke uitgifte of ontvangst van die ingekapselde bron uit of in de bergplaats zo spoedig mogelijk in dit overzicht te worden aangetekend, waarbij bij uitgifte bovendien de bestemming dient te worden aangetekend; g. wanneer de bergplaats eenvoudig te verplaatsen is, ze wordt geplaatst in een afsluitbare ruimte of kast, die deugdelijk is afgesloten en uitsluitend geopend kan worden door de ondernemer of door personen die daartoe van hem de bevoegdheid hebben gekregen; h. in geval van opslag van open bronnen de bergplaats decontamineerbaar is en bovendien geventileerd wordt met een ventilatievoud van ten minste driemaal per uur, en i. opslag van vloeistoffen uitsluitend plaatsvindt in deugdelijke containers en boven een adequate voorziening voor gelekte vloeistoffen. 2 In geval van opslag van materialen of objecten die van nature voorkomende radionucliden bevatten, en die vanwege de afmetingen, respectievelijk de hoeveelheid ervan, redelijkerwijs niet in een bergplaats als bedoeld in het eerste lid opgeslagen kunnen worden, zorgt de ondernemer ervoor dat, in afwijking van het eerste lid, de bedoelde radioactieve stoffen of radioactieve materialen op een afgescheiden deel van de locatie worden opgeslagen, en dat: a. het omgevingsdosisequivalenttempo aan de afscheiding van de locatie zo laag als redelijkerwijs mogelijk is. In ieder geval wordt op geen enkel punt op 0,1 meter afstand van het oppervlak van de afscheiding een omgevingsdosisequivalenttempo gemeten van meer dan 1 microsievert per uur; b. de buitenzijde van het afgescheiden deel van de locatie is voorzien van een duidelijk leesbaar en onuitwisbaar opschrift ‘RADIOACTIEVE STOFFEN’ en van een duidelijk zichtbaar waarschuwingsteken; c. het afgescheiden deel van de locatie deugdelijk is afgezet met een hekwerk of op een andere doelmatige wijze is gemarkeerd; d. het afgescheiden deel van de locatie zo is ingericht dat verspreiding van radioactieve stoffen wordt voorkomen; e. het afgescheiden deel van de locatie aantoonbaar bekend is bij de veiligheidsregio; f. de opslag van vloeistoffen uitsluitend plaatsvindt in deugdelijke containers en boven een adequate voorziening voor gelekte vloeistoffen, en g. in een speciaal daarvoor bestemd overzicht, dat zich in of nabij het afgescheiden deel van de locatie bevindt, de hoeveelheid radioactiviteit die zich in het afgescheiden deel van de locatie bevindt wordt aangetekend, waarbij deze registratie minimaal plaatsvindt gespecificeerd naar radionuclide en activiteit. 3 Op verzoek van de ondernemer die, vanwege de aard van de radioactieve stoffen, redelijkerwijs niet kan voldoen aan het eerste dan wel het tweede lid, kan de Autoriteit ontheffing van deze voorschriften verlenen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 (eisen aan ingekapselde bronnen)#
Artikel 4.9 (eisen aan ingekapselde bronnen) De ondernemer zorgt ervoor dat: a. een binnenkomende zending met een ingekapselde bron op een door de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming aangewezen plaats wordt uitgepakt en gecontroleerd; b. indien de verpakking beschadigd is of wanneer tijdens het transport een stralingsincident heeft plaatsgevonden, de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming wordt geïnformeerd en een besmettingscontrole op de verpakking voorafgaand aan het uitpakken wordt uitgevoerd; c. wanneer een zending met een ingekapselde bron buiten werktijd wordt afgeleverd, de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming hierover onmiddellijk wordt geïnformeerd en de bron direct wordt opgeslagen in een bergplaats; d. de retouremballage van een zending met een ingekapselde bron, alvorens zij de locatie verlaat, zowel in- als uitwendig wordt ontdaan van radioactieve besmetting, waarbij tevens aanduidingen of waarschuwingstekens van radioactiviteit hierop worden verwijderd of onleesbaar worden gemaakt; e. de constructie van een ingekapselde bron voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn in de International Standard ISO 2919:2012 of recenter. Indien de ingekapselde bron daaraan niet kan voldoen, is de constructie van de ingekapselde bron ten minste zodanig dat verspreiding van radioactiviteit wordt voorkomen; f. de ingekapselde bron vergezeld gaat van het broncertificaat voor deze bron waarop de specifieke gegevens van de ingekapselde bron zijn weergegeven. Van bronnen die vóór 1995 zijn geproduceerd moeten de gegevens in een dossier worden vastgelegd voor zover ze beschikbaar of te achterhalen zijn; g. de omstandigheden waaronder het feitelijk gebruik van de ingekapselde bron plaatsvindt, niet zwaarder zijn dan waarvoor deze is ontworpen; h. de ingekapselde bron niet lek is; i. de gegevens van de ingekapselde bron bekend zijn en de ingekapselde bron, indien praktisch mogelijk, voorzien is van een serienummer, en j. de ingekapselde bron of de bronhouder, indien praktisch mogelijk, is voorzien van een waarschuwingsteken. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 (veiligheidseisen voor ingekapselde bronnen)#
Artikel 4.10 (veiligheidseisen voor ingekapselde bronnen) De ondernemer zorgt ervoor dat: a. maatregelen worden genomen om te voorkomen dat een ingekapselde bron door een onbevoegde of onbedoeld in de stralingspositie kan worden gebracht; b. de ingekapselde bron zich alleen in de stralingspositie bevindt, indien met de apparatuur waarin de ingekapselde bron is geplaatst wordt gewerkt, waarbij aan de buitenzijde van de bronhouder te allen tijde duidelijk waarneembaar is, zo nodig met behulp van geschikte meetapparatuur, of de ingekapselde bron zich in de stralingspositie bevindt; c. de werklocatie niet, of althans niet zonder nadere waarschuwing toegankelijk is voor personen die niet direct bij de handelingen betrokken zijn; d. in de nabijheid van de ingekapselde bron geen brandbare, brand bevorderende of explosieve stoffen aanwezig zijn, tenzij hun aanwezigheid voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is; e. een ingekapselde bron na gebruik in een bergplaats wordt opgeborgen; f. in afwijking van onderdeel e, een ingekapselde bron, die wordt toegepast in een vaste meetopstelling, in een bergplaats wordt opgeborgen indien: 1°. de meetopstelling definitief buiten gebruik is gesteld, of 2°. dit uit het oogpunt van stralingsbescherming noodzakelijk is. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 (controle ingekapselde bronnen)#
Artikel 4.11 (controle ingekapselde bronnen) 1 Een ondernemer zorgt ervoor dat: a. ingekapselde bronnen periodiek worden gecontroleerd, waarbij er tenminste een maal per kalenderjaar een visuele controle van de ingekapselde bron of, indien deze wordt toegepast in een bronhouder, van de bronhouder plaatsvindt; b. ten minste een maal per kalenderjaar volgens een schriftelijk vastgelegde procedure: waarbij in alle genoemde situaties beschadiging van de ingekapselde bron wordt voorkomen; 1°. de ingekapselde bron wordt gecontroleerd op een lek, of 2a°. de bronhouder of de meetopstelling wordt gecontroleerd op een radioactieve besmetting, en, 2b°. het omgevingsdosisequivalenttempo aan de buitenzijde van de bronhouder of de meetopstelling wordt gecontroleerd, c. in het beheerssysteem aantekening wordt gehouden van de resultaten van de controles, bedoeld onder a en b, onder vermelding van: 1°. de datum van de controle, 2°. het serienummer van de bron die is gecontroleerd, 3°. de wijze waarop de controle werd uitgevoerd, 4°. de naam van de persoon die de controle verrichtte, en 5°. de resultaten van de controle. 2 In afwijking van het eerste lid, behoeft de lektest of besmettingscontrole, bedoeld in het dat lid, niet te worden uitgevoerd bij: a. inh ingekapselde bronnen met een activiteit van minder dan 1 megabecquerel en van minder dan 0,02 Re, en b. ingekapselde bronnen die een gasvormige radioactieve stof bevatten. 3 Een ondernemer zorgt ervoor dat wanneer de ingekapselde bron, bedoeld in het eerste lid, definitief niet meer wordt gebruikt, er bij deze, in aanvulling op het eerste lid, onderdeel b, voordat ze wordt opgeslagen in de bergplaats of wordt overgedragen, volgens een schriftelijk vastgelegde procedure een lektest wordt uitgevoerd. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 (gegevensverstrekking hoogactieve bronnen)#
Artikel 4.12 (gegevensverstrekking hoogactieve bronnen) 1 De ondernemer stelt een schriftelijke of digitale kopie van het dossier van een hoogactieve bron ter beschikking aan de Autoriteit, telkens binnen twee weken: a. na aanvang van een kalenderjaar; b. na het tijdstip van de wijziging van de op het informatieformulier beschreven situatie; c. na een daartoe strekkend verzoek van de Autoriteit; d. na het afsluiten van het dossier voor een bron, wanneer de ondernemer deze niet langer in zijn bezit heeft; e. na het afsluiten van het dossier, als de ondernemer geen bronnen meer in zijn bezit heeft. 2 artikel 58 van de wet artikel 4.2 De ondernemer verstrekt na een daartoe strekkend verzoek aan ambtenaren, bedoeld in, de inbedoelde gegevens. 3 De termijn waarbinnen de ondernemer, die de beschikking krijgt over een hoogactieve bron, het dossier van die bron aanlegt, bedraagt 48 uur na het tijdstip van de verwerving van die bron. 4 De termijn, waarbinnen de ondernemer een schriftelijke of digitale kopie van het dossier voor de eerste keer na het aanleggen daarvan ter beschikking van de Autoriteit stelt, bedraagt 48 uur na het tijdstip van de verwerving van de hoogactieve bron. 5 Indien het tijdstip van de verwerving van de bron, bedoeld in het derde lid, minder dan 48 uur is gelegen voor de aanvang van een zaterdag, een zondag of een nationale feestdag, worden de in het derde en het vierde lid genoemde termijnen verlengd met de zaterdag, zondag of de nationale feestdag of feestdagen. 6 In afwijking van de termijn, genoemd in het vierde lid, bedraagt de termijn waarbinnen de ondernemer, die beschikt over een stralingsbeschermingseenheid, een schriftelijke of digitale kopie van het dossier ter beschikking van de Autoriteit stelt, 96 uur na het tijdstip van de verwerving van de hoogactieve bron. 7 Indien het tijdstip van de verwerving van de hoogactieve bron door de ondernemer, die beschikt over een stralingsbeschermingseenheid, minder dan 96 uur is gelegen voor de aanvang van een zaterdag, een zondag of een nationale feestdag, worden de in het derde en het zesde lid genoemde termijnen verlengd met de zaterdag, zondag of de nationale feestdag of feestdagen. 8 artikel 4.18, eerste lid, van het besluit Indien de ondernemer in overeenstemming met het derde tot en met zevende lid de gegevens, bedoeld in, van die hoogactieve bron als kennisgeving heeft opgeslagen op het daarvoor bestemde elektronische formulier in het ANVS-loket, heeft hij in zoverre voldaan aan de verplichtingen bedoeld in artikel 4.18, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit. 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 01-01-2020
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 (beveiliging tegen diefstal of misbruik van radioactieve stoffen)#
Artikel 4.13 (beveiliging tegen diefstal of misbruik van radioactieve stoffen) 1 Een vergunninghouder treft de beveiligingsmaatregelen die noodzakelijk zijn om categorie 1-, 2, of 3-stoffen te beveiligen tegen diefstal of misbruik. 2 Een vergunninghouder wijst een beveiligingsverantwoordelijke aan voor de toepassing van de beveiligingsmaatregelen, bedoeld in het eerste lid. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.14 — Artikel 4.14 (toezicht op radioactieve stoffen)#
Artikel 4.14 (toezicht op radioactieve stoffen) 1 Categorie 1, 2 of 3-stoffen staan permanent onder persoonlijk of elektronisch toezicht. 2 Diegene die persoonlijk toezicht houdt, is hiertoe aangewezen door de beveiligingsverantwoordelijke. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.15 — Artikel 4.15 (vertraging bij wederrechtelijke verkrijging van radioactieve stoffen)#
Artikel 4.15 (vertraging bij wederrechtelijke verkrijging van radioactieve stoffen) Wanneer categorie 1-, 2-, of 3-stoffen niet onder persoonlijk toezicht staan, zijn de beveiligingsmaatregelen van een vergunninghouder zodanig dat elektronische detectie van een poging tot diefstal of misbruik plaatsvindt en dat vanaf dat moment maatregelen werkzaam zijn die leiden tot: a. ten minste 10 minuten vertraging in de tijd die iemand nodig heeft om wederrechtelijk beschikking te krijgen over een categorie 1-stof; b. ten minste 5 minuten vertraging in de tijd die iemand nodig heeft om wederrechtelijk beschikking te krijgen over een categorie 2-stof; c. ten minste 3 minuten vertraging in de tijd die iemand nodig heeft om wederrechtelijk beschikking te krijgen over een categorie 3-stof. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.16 — Artikel 4.16 (afstemming beveiligingsmaatregelen)#
Artikel 4.16 (afstemming beveiligingsmaatregelen) artikelen 4.13 4.14 4.15 De beveiligingsmaatregelen, bedoeld in de,enworden afgestemd op: a. de aard van de categorie 1-, 2-, of 3-stof; b. de manier waarop de categorie 1-, 2-, of 3-stof wordt gebruikt of opgeslagen; c. de verplaatsbaarheid van de categorie 1-, 2-, of 3-stof; d. de mogelijke gevolgen voor mensen, dieren, planten en goederen door blootstelling aan ioniserende straling of het vrijkomen van de categorie 1-, 2-, of 3-stof in geval van diefstal of misbruik; e. de maatregelen die zijn of worden getroffen om de nadelige gevolgen van ioniserende straling voor mensen, dieren, planten en goederen te voorkomen of te beperken. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.17 — Artikel 4.17 (beveiliging tegen interne dreigingen)#
Artikel 4.17 (beveiliging tegen interne dreigingen) Een vergunninghouder treft beveiligingsmaatregelen om de gelegenheid tot diefstal of misbruik van de categorie 1-, 2- en 3-stoffen door eigen werknemers of externe werknemers zo veel mogelijk te beperken. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.18 — Artikel 4.18 (beveiligingsplan)#
Artikel 4.18 (beveiligingsplan) 1 Een vergunninghouder beschikt over een beveiligingsplan met een beschrijving van de wijze waarop de categorie 1-, 2-, of 3-stof wordt beveiligd. 2 Het beveiligingsplan bevat ten minste een beschrijving van: a. artikel 4.2 van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming de categorie-indeling van de te beveiligen radioactieve stoffen overeenkomstig; b. de manier waarop de categorie 1-, 2-, of 3-stof wordt gebruikt of opgeslagen; c. een plattegrond van de locatie waarop de plaats waar de categorie 1-, 2-, of 3-stof wordt gebruikt of opgeslagen is aangegeven, alsmede de getroffen beveiligingsmaatregelen; d. artikel 4.15 de getroffen en te treffen organisatorische, bouwkundige, elektronische, informatie en andere beveiligingsmaatregelen, waaruit onder andere blijkt hoe met deze maatregelen de inbedoelde vertragingstijd wordt behaald; e. artikel 4.14, tweede lid diegenen die aangewezen zijn persoonlijk toezicht te houden als bedoeld in; f. de taken en bevoegdheden van de personen, belast met de beveiliging van de categorie 1-, 2-, of 3-stof; g. de procedures die de personen, belast met de beveiliging van de categorie 1-, 2-, of 3-stof moeten volgen, waarbij in ieder geval wordt beschreven hoe zij moeten handelen in geval van diefstal of misbruik van de categorie 1-, 2-, of 3-stof of een poging daartoe; h. afspraken over de wijze van en mate waarin responsacties van een particuliere beveiligingsdienst worden uitgevoerd of een afschrift van een mededeling aan de politie of veiligheidsregio met betrekking tot de radioactieve stoffen die bij de vergunninghouder zijn opgeslagen, en i. een evaluatieprogramma om de beveiligingsmaatregelen te beoordelen. 3 Een vergunninghouder handelt in overeenstemming met het beveiligingsplan. 4 Het beveiligingsplan wordt opgesteld door een op dit vakgebied bekwaam persoon. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.19 — Artikel 4.19 (inzage beveiligingsplan)#
Artikel 4.19 (inzage beveiligingsplan) 1 artikel 4.7 van het besluit Een vergunninghouder zorgt ervoor dat van het beveiligingsplan, bedoeld in, slechts kennis nemen de personen voor wie dit noodzakelijk is voor het goed uitvoeren van hun functie. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet veiligheidsonderzoeken Een vergunninghouder zorgt ervoor dat deze personen, alvorens zij kennisnemen van het beveiligingsplan, een verklaring omtrent het gedrag of een verklaring als bedoeld inoverleggen die niet ouder is dan vijf jaar. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.20 — Artikel 4.20 (uitvoeren evaluatieprogramma)#
Artikel 4.20 (uitvoeren evaluatieprogramma) 1 artikel 4.18, tweede lid, onderdeel i Een vergunninghouder voert jaarlijks en na elke inbreuk op de beveiliging het evaluatieprogramma, bedoeld in, uit. 2 Als onderdeel van het evaluatieprogramma worden: a. artikel 4.18, tweede lid, onderdelen g en h de procedures, bedoeld in, in een oefening getest, en b. artikel 4.18, tweede lid, onderdeel d de organisatorische, bouwkundige, elektronische, informatie en andere beveiligingsmaatregelen, als bedoeld in, op doelmatigheid beoordeeld en getest. 3 De bevindingen van het evaluatieprogramma worden op schrift gesteld. 4 Het uitvoeren van het evaluatieprogramma wordt gebruikt om het beveiligingsbewustzijn binnen de organisatie te verhogen. 5 Een vergunninghouder wijzigt het beveiligingsplan voor zover de bevindingen van het evaluatieprogramma daartoe aanleiding geven. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.21 — Artikel 4.21 (voorschrift besmettingscontrole)#
Artikel 4.21 (voorschrift besmettingscontrole) artikel 4.11, eerste lid Bij een besmettingscontrole als bedoeld in, wordt het volgende in acht genomen: a. 2 het oppervlak dat wordt afgewreven bedraagt circa 5 cm, en b. de detectielimiet van de meting bedraagt voor alle nucliden maximaal 2 becquerel. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.22 — Artikel 4.22 (opslag van materiaal met van nature voorkomende radionucliden)#
Artikel 4.22 (opslag van materiaal met van nature voorkomende radionucliden) 1 artikel 4.21, tweede lid, van het besluit Radioactieve afvalstoffen afkomstig van handelingen met van nature voorkomende radionucliden worden in de gevallen bedoeld in, als eindbestemming opgeslagen in een daartoe door de Autoriteit aangewezen instelling. 2 afdeling 3.3 van het besluit Bij de opslag van radioactieve afvalstoffen afkomstig van handelingen met van nature voorkomende radionucliden als bedoeld in het eerste lid, waarvan de activiteitsconcentratie lager is dan 10 maal de desbetreffende krachtensvastgestelde vrijstellings- of vrijgavewaarde, worden de volgende voorschriften voor de administratie van de opslag in acht genomen: a. in de administratie van de handeling wordt de massabalans van de desbetreffende radioactieve stoffen of afvalstoffen bijgehouden; b. in de administratie of het dossier wordt gespecificeerd opgenomen wat de activiteiten en activiteitsconcentraties zijn van de betrokken radioactieve stoffen of afvalstoffen; c. in de administratie of het dossier wordt gespecificeerd aangegeven waar die radioactieve stoffen of afvalstoffen zich binnen de inrichting bevinden; d. van de onder a, b en c bedoelde administraties zijn kopieën aanwezig op de locatie of nabij de plaats waar de handelingen plaatsvinden of zijn anderszins direct beschikbaar om te worden ingezien door de ambtenaren, bedoeld in artikel 58 van de wet. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.23 — Artikel 4.23 (mengen van materiaal met van nature voorkomende radionucliden)#
Artikel 4.23 (mengen van materiaal met van nature voorkomende radionucliden) 1 Het mengen van materiaal met van nature voorkomende radioactieve stoffen, niet zijnde radioactieve afvalstoffen, met andere materialen met van nature voorkomende radioactieve stoffen of met andere stoffen is toegestaan, indien de toepassing van het mengsel gerechtvaardigd is. 2 artikel 3.20 van het besluit In gevallen waarin bij het voorhanden hebben of toepassen van materiaal met van nature voorkomende radioactieve stoffen of het product- of materiaalhergebruik daarvan in grond-, weg- of waterbouw de activiteitsconcentratie van de betrokken materialen met van nature voorkomende radioactieve stoffen hoger is dan de krachtensvastgestelde waarde, wordt dit materiaal, indien dit redelijkerwijs mogelijk is, zodanig gemengd met andere materialen dat de activiteitsconcentratie in het uiteindelijk toe te passen mengsel lager is dan de krachtens artikel 3.20 van het besluit vastgestelde waarde. 3 Indien de menging, bedoeld in het tweede lid, van materialen met van nature voorkomende radioactieve stoffen met andere materialen redelijkerwijs niet mogelijk is, is de handeling toegestaan indien de effectieve dosis in een jaar voor leden van de bevolking lager is dan 0,3 millisievert. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.24 — Artikel 4.24 (uitzonderingen grond-, weg- en waterbouw)#
Artikel 4.24 (uitzonderingen grond-, weg- en waterbouw) 1 artikel 3.11, eerste lid, van het besluit artikel 4.23, tweede lid Voor handelingen met en het voorhanden hebben van materiaal met van nature voorkomende radioactieve stoffen in werken van grond-, weg- of waterbouw buiten een inrichting, die zijn verricht of daadwerkelijk een aanvang hebben genomen voor 26 september 2004, gelden de ingestelde verplichting, en, niet. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op stortplaatsen van radioactieve afvalstoffen die voor 26 september 2004 zijn ingericht. 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op handelingen in de grond-, weg- of waterbouw binnen een inrichting, indien: a. de effectieve dosis voor werknemers binnen de locatie 1 millisievert in een kalenderjaar niet overschrijdt, en b. buiten de inrichting een actuele individuele dosis voor leden van de bevolking van 0,1 millisievert in een kalenderjaar niet wordt overschreden. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.25 — Artikel 4.25 (begripsomschrijvingen)#
Artikel 4.25 (begripsomschrijvingen) In deze paragraaf wordt verstaan onder: a. melder: ionisatierookmelder met een radioactieve stof; b. goedgekeurde melder: bijlage 5 melder van een type dat is opgenomen in. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.26 — Artikel 4.26 (uitzondering goedgekeurde melders)#
Artikel 4.26 (uitzondering goedgekeurde melders) artikel 3.18, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het besluit Met betrekking tot goedgekeurde melders gelden in de volgende, in, bedoelde situaties, de daarbij genoemde voorwaarden: a. bijlage 5 het voorhanden hebben voor opslag, mits het totaal aantal goedgekeurde melders, al dan niet in combinatie met andere merken en typen dan inzijn aangewezen, dat op dezelfde plaats in opslag wordt gehouden, niet meer dan 500 stuks bedraagt; b. het voorhanden hebben en toepassen van een goedgekeurde melder; c. het voorhanden hebben en toepassen in verband met het aanbrengen, verwijderen en demonstreren van een goedgekeurde melder; d. het zich door afgifte aan een ander ontdoen van een goedgekeurde melder in gevallen waarin deze overeenkomstig deze verordening zonder vergunning voorhanden wordt gehouden. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.27 — Artikel 4.27 (voorschriften voor goedgekeurde melders)#
Artikel 4.27 (voorschriften voor goedgekeurde melders) 1 Een ieder die een goedgekeurde melder binnen Nederlands grondgebied brengt of doet brengen, zorgt ervoor dat: a. bijlage 5 een goedgekeurde melder aan de buitenzijde is voorzien van een aanduiding van het type, vermeld in; b. in de melder een aanduiding is aangebracht, waaruit de aanwezigheid van een radioactieve stof duidelijk blijkt, en c. bijlage 6 de melder aan de buitenzijde is voorzien van de inopgenomen aanduiding, zichtbaar ook na montage, waaruit de aanwezigheid van een radioactieve stof duidelijk blijkt. 2 Een ieder die binnen Nederland een goedgekeurde melder aan gebruikers aflevert of doet afleveren, zorgt ervoor dat bij elke leverantie aan een gebruiker: a. bijlage 6 de melder aan de buitenzijde is voorzien van de inopgenomen aanduiding, zichtbaar ook na montage, waaruit de aanwezigheid van een radioactieve stof duidelijk blijkt; b. schriftelijke informatie is bijgevoegd, waarin melding wordt gedaan van de aanwezigheid van een radioactieve stof in de melder en waarin de handelingen met de melder worden aangegeven die tot besmetting kunnen leiden en derhalve worden ontraden. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.28 — Artikel 4.28 (schakelbepaling)#
Artikel 4.28 (schakelbepaling) artikelen 3 tot en met 12 van de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur Met betrekking tot de verwijdering van goedgekeurde melders zijn devan overeenkomstige toepassing. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.29 — Artikel 4.29 (toepassingsbereik)#
Artikel 4.29 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is van toepassing op aanwijsinstrumenten waaraan voor verlichtingsdoeleinden radioactieve stoffen zijn toegevoegd. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.30 — Artikel 4.30 (controle constructie-eisen)#
Artikel 4.30 (controle constructie-eisen) 1 artikel 4.24 van het besluit bijlage 7 Bij het controleren of aanwijsinstrumenten na de toevoeging van radioactieve stoffen voldoen aan de bij of krachtensgestelde voorschriften met betrekking tot de constructie worden ten minste de inbeschreven tests uitgevoerd. 2 bijlage 8 De resultaten van de test, bedoeld onder II vanen de controle, bedoeld onder III van bijlage 8, worden door de ondernemer vastgelegd in de administratie van de test- en controlehandelingen. 3 Met betrekking tot de test- en controlehandelingen worden, naast de resultaten, in de administratie de volgende gegevens opgenomen: a. het merk, het type en de productiedatum van het aanwijsinstrument of indien dat niet mogelijk is een omschrijving van het aanwijsinstrument; b. de datum en plaats waarop de test of controle heeft plaatsgevonden; c. de wijze waarop de test en de controle is uitgevoerd, en d. de resultaten van de test en de controle. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.31 — Artikel 4.31 (aanwijsinstrumenten voor verlichtingsdoeleinden)#
Artikel 4.31 (aanwijsinstrumenten voor verlichtingsdoeleinden) 1 De ondernemer controleert na het voor verlichtingsdoeleinden toevoegen van radioactieve stoffen aan aanwijsinstrumenten of deze aanwijsinstrumenten voldoen aan de in deze paragraaf opgenomen voorschriften. 2 De ondernemer tekent de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde controles en de resultaten daarvan aan in de daarvoor bestemde administratie. 3 De Autoriteit kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verplichtingen ontheffing verlenen, indien de ondernemer ten genoegen van de Autoriteit aantoont dat de in het eerste en tweede lid bedoelde controles en administratie door een ander worden uitgevoerd. 4 Een ondernemer die beschikt over een ontheffing als bedoeld in het derde lid: a. neemt de naam en het adres van de andere ondernemer, bedoeld in het derde lid, op in zijn administratie, en b. beschikt over een schriftelijke overeenkomst met deze andere ondernemer over het uitvoeren van de controles en het voeren van de administratie, bedoeld in het eerste en tweede lid. 5 De in het tweede lid bedoelde administratie wordt ten minste vijf jaar, gerekend van de datum van een aantekening, bewaard. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.32 — Artikel 4.32 (kenmerken op aanwijsinstrumenten)#
Artikel 4.32 (kenmerken op aanwijsinstrumenten) De ondernemer zorgt ervoor dat op een aanwijsinstrument waaraan H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf voor verlichtingsdoeleinden is toegevoegd, op een vanaf de buitenzijde van het instrument zichtbare plaats is aangebracht: a. bijlage 8 het waarschuwingsteken dat is opgenomen in; b. het merkteken ‘ T 1 GBq’ of ‘Pm 10 MBq’ voor respectievelijk H-3 in lichtcellen en Pm-147 in lichtgevende verf. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.33 — Artikel 4.33 (herstel- of onderhoudswerkzaamheden aanwijsinstrumenten)#
Artikel 4.33 (herstel- of onderhoudswerkzaamheden aanwijsinstrumenten) De ondernemer zorgt ervoor dat na herstel- of onderhoudswerkzaamheden aan een aanwijsinstrument waaraan radioactieve stoffen voor verlichtingsdoeleinden zijn toegevoegd: a. ten gevolge van die herstel- en onderhoudswerkzaamheden geen afwijkingen van de voorschriften van § 4.3.7.2 zijn ontstaan; b. artikel 4.32, aanhef en onderdeel a het in, bedoelde waarschuwingsteken voor ioniserende straling is aangebracht op een vanaf de buitenzijde van het instrument zichtbare plaats, en c. artikel 4.32, aanhef en onderdeel b het in, bedoelde merkteken is aangebracht. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.34 — Artikel 4.34 (reikwijdte)#
Artikel 4.34 (reikwijdte) artikel 3.9 van het besluit Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing op deskundigheid, vereist in verband met handelingen met registratieplichtige bronnen als bedoeld in. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.35 — Artikel 4.35 (kwalificatie voor handelingen met radioactieve stoffen)#
Artikel 4.35 (kwalificatie voor handelingen met radioactieve stoffen) De ondernemer zorgt ervoor dat: 1. degenen die specifieke handelingen of taken uitvoeren met ingekapselde bronnen beschikken over een diploma op het volgende niveau van deskundigheid: a. artikel 5.22 van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming voor handelingen waarbij de bron in een vrij stralende positie komt: stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige, coördinerend deskundige, of toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de desbetreffende toepassing als vereist krachtens; b. artikel 5.22 van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming voor het verwijderen uit, dan wel het plaatsen van de bronhouder met daarin de ingekapselde bron in het apparaat of de installatie: stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige, coördinerend deskundige, of toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de desbetreffende toepassing als vereist krachtens; c. artikel 5.22 van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming voor het aanbrengen of verwijderen van de ingekapselde bron uit de bronhouder of vaste meetopstelling anders dan door een leverancier: stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige, coördinerend deskundige of toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor de desbetreffende toepassing als vereist krachtens; d. artikel 4.11 voor het verrichten van een lektest, besmettingscontrole, of de periodieke controle zoals beschreven in: stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige, coördinerend deskundige, toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor verspreidbare radioactieve stoffen (niveau C), of toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor versnellers (niveau C); e. art. 4.11 verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de lektest, besmettingscontrole, of de periodieke controle zoals beschreven in: stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige. 2. Degenen die specifieke handelingen of taken uitvoeren met van nature voorkomend radioactief materiaal beschikken over een diploma op het volgende niveau van deskundigheid: a. voor het verrichten van een besmettingscontrole of vrijgave van een werklocatie: stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige, coördinerend deskundige, of van de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming voor handelingen met van nature voorkomende radioactieve stoffen; b. verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de besmettingscontrole of vrijgave van een werklocatie: stralingsbeschermingsdeskundige op het niveau van algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.36 — Artikel 4.36 (bepaling dosis)#
Artikel 4.36 (bepaling dosis) bijlage 9 De bepaling van de effectieve dosis geschiedt op de wijze, vermeld in. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.37 — Artikel 4.37 (rekenregels analyse gevolgen ioniserende straling voor het milieu)#
Artikel 4.37 (rekenregels analyse gevolgen ioniserende straling voor het milieu) artikel 4.29, eerste lid, onderdelen a en b, van het besluit bijlage 10 Bij de bepaling van de omgevingsdosisequivalenten, de equivalente en effectieve dosis, bedoeld in, wordt gebruik gemaakt van de rekenregels, opgenomen in de onderdelen 2, 3 en 4 vanen, in gevallen als aangegeven in onderdeel 5.1 van bijlage 10, onderdelen 5 en 6. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.38 — Artikel 4.38 (uitzondering analyse gevolgen ioniserende straling voor het milieu)#
Artikel 4.38 (uitzondering analyse gevolgen ioniserende straling voor het milieu) artikel 4.37 bijlage 10 In afwijking vankunnen, indien de Autoriteit daarmee instemt, andere dan de invoorgeschreven methoden, standaardwaarden en standaardrelaties worden toegepast, indien een situatie in belangrijke mate afwijkt van de aannames waarvan in bijlage 10 is uitgegaan. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.39 — Artikel 4.39 (methode bij toetsing omgevingsdosisequivalenten)#
Artikel 4.39 (methode bij toetsing omgevingsdosisequivalenten) artikel 4.29, eerste lid, onderdelen a en b, van het besluit artikelen 9.2 9.4 van het besluit bijlage 10 De omgevingsdosisequivalenten, de equivalente en effectieve dosis, bedoeld in, worden getoetst aan de dosis, genoemd in deen, overeenkomstig de methoden die zijn aangegeven in onderdelen 3.3, 4.3, 4.4, 5, 6 en 7 van. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.40 — Artikel 4.40 (alternatieve methode bepaling nadelige gevolgen ten gevolge van blootstelling aan straling bij handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal)#
Artikel 4.40 (alternatieve methode bepaling nadelige gevolgen ten gevolge van blootstelling aan straling bij handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal) 1 Indien de activiteitsconcentratie geen juiste indicatie geeft van de nadelige gevolgen ten gevolge van blootstelling aan straling door de handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal worden deze nadelige gevolgen bepaald en getoetst door: a. de bepaling van, onderscheidenlijk de toetsing van de oppervlaktebesmetting van enig bereikbaar oppervlak, of b. de bepaling van, onderscheidenlijk de toetsing van de externe straling ten gevolge van de besmetting van enig niet-bereikbaar oppervlak. 2 artikel 4.41 De oppervlaktebesmetting met van nature voorkomend radioactief materiaal wordt bepaald met de methode, bedoeld in. 3 Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing in gevallen waarin de in het tweede lid bedoelde meetmethode niet kan worden toegepast. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 4.41 — Artikel 4.41 (meetmethode en bepaling oppervlaktebesmetting met van nature voorkomend radioactief materiaal)#
Artikel 4.41 (meetmethode en bepaling oppervlaktebesmetting met van nature voorkomend radioactief materiaal) Bij handelingen met van nature voorkomend radioactief materiaal worden de volgende voorschriften voor de meetmethode ter bepaling van de oppervlaktebesmetting met van nature voorkomend radioactief materiaal toegepast: a. de meetmethode moet voldoen aan de daarvoor geldende beste beschikbare technieken; b. 2 2 2 2 artikel 3.17, eerste lid het criterium van 4 becquerel/cm, bedoeld in, is van toepassing op het gemiddelde over een oppervlak van 300 cm; indien het bereikbare oppervlak kleiner is dan 300 cm, moet de uitkomst worden verrekend naar het gemiddelde over 300 cm; c. 2 2 2 in afwijking van onderdeel b, is in het geval van een meer dan half-buisvormig object met een diameter van minder dan 15 cm voor de binnenzijde daarvan het criterium van toepassing op het gemiddelde over een oppervlak van 1.000 cm; indien het bereikbare oppervlak van de binnenzijde van een meer dan halfbuisvormig object met een diameter van minder dan 15 cm kleiner is dan 1.000 cm, moet de uitkomst worden verrekend naar het gemiddelde over 1.000 cm; d. de oppervlaktebesmetting met van nature voorkomend radioactief materiaal wordt bepaald met een meetinstrument dat geschikt is voor de meting van bètastraling met een E(βmax) van 150 kilo-elektronvolt of hoger; e. tevoren moet worden vastgesteld dat de meetresultaten niet beïnvloed worden door een magnetisch veld, veroorzaakt door het te meten object of andere objecten in de omgeving daarvan; f. de gevoeligheid van het meetinstrument moet, rekening houdend met het achtergrondtempo, zodanig zijn, dat: 1°. 2 bij één enkele meting, de detectiegrens voor bèta-activiteit niet hoger is dan 0,5 becquerel/cm, of 2°. 2 bij meer dan een meting, in ieder geval wordt voldaan aan ten minste één van de twee volgende eisen: de spreiding in de meetwaarden is niet groter dan 10% van de gemiddelde meetwaarde of de spreiding is niet groter dan 1/cm. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 (algemeen voorschrift toezicht op de uitvoering)#
Artikel 5.1 (algemeen voorschrift toezicht op de uitvoering) De ondernemer zorgt ervoor dat: 1. de mate waarin de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming toezicht houdt op de handeling in verhouding staat tot de aard en zwaarte van de betrokken risico’s; 2. de toezichthoudend medewerker stralingsbescherming ter plaatse aanwezig is bij het verrichten van een handeling indien de aard en zwaarte van de betrokken risico’s hier aanleiding toe geeft, en 3. de toezichthoudend medewerker met een interval van ten hoogste twaalf maanden en bij belangrijke wijzigingen de situatie ter plekke beoordeelt. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 (aanvraag registratie, herregistratie of buitengewone registratie stralingsbeschermingsdeskundige)#
Artikel 5.2 (aanvraag registratie, herregistratie of buitengewone registratie stralingsbeschermingsdeskundige) 1 De aanvraag voor een registratie, herregistratie of buitengewone registratie van een stralingsbeschermingsdeskundige bevat in ieder geval: a. de naam en het adres van de aanvrager; b. de functie waarvoor de aanvrager wenst te worden geregistreerd, en c. een kopie van het diploma, afgegeven door een erkende instelling, waaruit blijkt dat stralingsdeskundigheid op het niveau van een algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige, of daaraan gelijkwaardig, is verkregen. 2 De aanvraag om herregistratie bevat daarnaast: a. artikel 5.8, eerste lid, onderdeel b 5.9, eerste lid, onderdeel b, van de regeling een bewijs waaruit blijkt dat overeenkomstig, of, de benodigde werkervaring is opgedaan; b. artikel 5.8, eerste lid, onderdeel c 5.9, eerste lid, onderdeel c, van de regeling een bewijs waaruit blijkt dat overeenkomstig, of, de benodigde bij- of nascholing is gevolgd. 3 bijlage 5.1, onderdeel b of c, van de regeling De aanvraag voor buitengewone registratie bevat daarnaast bewijs waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de kerncompetenties en overige kwalificaties, bedoeld in. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 (aanvraag registratie stralingsarts)#
Artikel 5.3 (aanvraag registratie stralingsarts) 1 Een aanvraag voor registratie als stralingsarts bevat in elk geval: a. de naam en het adres van de aanvrager; b. een kopie van de inschrijving in het register van erkende sociaal geneeskundigen, en c. artikel 5.11 van het besluit een kopie van het diploma afgegeven door een erkende instelling als bedoeld in, waaruit blijkt dat stralingsdeskundigheid op het niveau van een algemeen coördinerend deskundige of coördinerend deskundige, of daaraan gelijkwaardig, is verkregen. 2 De aanvraag om herregistratie als stralingsarts bevat naast de in het eerste lid bedoelde gegevens: a. een bewijs waaruit blijkt dat de benodigde werkervaring is opgedaan, en b. Bijlage C van de Regeling stralingsbescherming beroepsmatige blootstelling 2018 bewijsstukken waaruit blijkt dat de aanvrager in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag, conform, 120 punten heeft verdiend met kennisonderhoud. 3 bijlage D van de Regeling stralingsbescherming beroepsmatige blootstelling 2018 De aanvraag voor buitengewone registratie bevat daarnaast bewijs waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de kerncompetenties, bedoeld in. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 (aanvraag van een erkenning als opleidingsinstelling op het gebied van stralingsbescherming)#
Artikel 5.4 (aanvraag van een erkenning als opleidingsinstelling op het gebied van stralingsbescherming) artikel 5.11 van het besluit De aanvraag tot erkenning van een instelling als bedoeld ingaat vergezeld van de volgende gegevens: a. de naam en het adres van de instelling; b. de naam van de opleiding; c. de naam en deskundigheid van de opleidingsverantwoordelijke; d. een beschrijving van de opzet, de onderwerpen, de doelgroep, de doelstelling en de duur van de opleiding; e. de samenstelling en het reglement van de examencommissie van de opleiding; f. een beschrijving van de wijze waarop de onafhankelijkheid van de examinering van de opleiding wordt geborgd, en g. artikelen 5.25 5.26 van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming een beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de adequate procedures, bedoeld in deen. 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 06-08-2019
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 (wijzigingen gedurende de erkenningsperiode)#
Artikel 5.5 (wijzigingen gedurende de erkenningsperiode) 1 artikel 5.11 van het besluit Een erkenning van een opleidingsinstelling als bedoeld inbetreft elk door die opleidingsinstelling afgegeven diploma, certificaat of een ander getuigschrift ter afsluiting van een opleiding op het gebied van stralingsbescherming gedurende de periode waarvoor de erkenning geldt. 2 artikel 5.11 van het besluit Indien een ingevolgeerkende opleidingsinstelling andere opleidingen op het gebied van stralingsbescherming gaat aanbieden dan de opleiding of opleidingen die de erkende opleidingsinstelling heeft opgenomen in de aanvraag van de erkenning, doet zij daarvan, voorafgaand aan de start van die opleiding of opleidingen, kennisgeving aan de Autoriteit. 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 01-10-2019
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 (bouwmaterialen)#
Artikel 6.1 (bouwmaterialen) 1 oppervlaktedichtheid 2 In dit artikel wordt verstaan onder: de toegepaste massa per eenheid van oppervlak, uitgedrukt in kg/m. 2 bijlage 6.1 van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming Dit artikel is van toepassing indien een ondernemer bij de samenstelling van zijn bouwmateriaal een of meer van de materialen gebruikt die worden genoemd in, en waarvan de uitgezonden gammastraling naar verwachting bijdraagt aan de externe blootstelling binnenshuis. 3 artikel 6.21, tweede lid, van het besluit artikel 9.10, achtste lid, van het besluit Teneinde overeenkomstigvast te stellen of de blootstelling binnenshuis aan de gammastraling die door bouwmaterialen wordt uitgezonden onder het referentieniveau, bedoeld in, blijft, onderzoekt de ondernemer zijn bouwmaterialen met een van de volgende methoden: a. bijlage 11 de ondernemer bepaalt voor zijn bouwmaterialen de index voor activiteitsconcentratie bedoeld in, onderdeel a, en stelt vast of de bepaalde index kleiner is dan of gelijk is aan 1, dan wel: b. bijlage 11 de ondernemer bepaalt de toename van de effectieve dosis ten gevolge van de gebruikte bouwmaterialen met de methode als bedoeld in, onderdeel b, en stelt vast of de berekende effectieve dosis onder het referentieniveau blijft, dan wel: c. bijlage 11 de ondernemer bepaalt volgens de methode, bedoeld in, onderdeel c, de gewogen som van de activiteitsconcentraties van de radionucliden die aanwezig zijn in de aan de bouwmaterialen toegevoegde materialen die zijn genoemd in bijlage 6.1 van de regeling, en stelt vast of de uitkomst van de gewogen som kleiner is dan of gelijk is aan 1. De ondernemer bepaalt vervolgens aan de hand van de grafiek die is opgenomen in bijlage 11, onderdeel d, bij een gegeven oppervlaktedichtheid van het bouwmateriaal welk gewichtspercentage van die materialen hij ten hoogste mag toevoegen aan het bouwmateriaal, dan wel: d. 2 bijlage 6.1 van de regeling bijlage 11 de ondernemer bepaalt, indien hij bouwmaterialen toepast met een oppervlaktedichtheid die kleiner dan of gelijk is aan 30 kg/m, en de methode, genoemd in onderdeel c, niet toepasbaar is, de gewogen som van de activiteitsconcentraties van de radionucliden die aanwezig zijn in de aan de bouwmaterialen toegevoegde materialen die zijn genoemd involgens de methode bedoeld in, onderdeel c, en stelt vast of de uitkomst van de gewogen som kleiner is dan of gelijk is aan 0,5. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 (opzet en uitvoering van het milieumonitoringprogramma)#
Artikel 6.2 (opzet en uitvoering van het milieumonitoringprogramma) 1 In dit artikel wordt verstaan onder: medium: de te bemonsteren of te analyseren atmosferische deeltjes, lucht, drinkwater, oppervlaktewater, melk, standaard voedselpakket; meetnet: de voor de controle van elk afzonderlijk medium gebruikte combinatie van de gegevens van de locaties voor bemonstering en van directe meting; fijnmazig meetnet: een meetnet bestaande uit bemonsteringslocaties die over het gehele grondgebied van Nederland gespreid zijn; grofmazig meetnet: een meetnet dat voor elk te bemonsteren medium ten minste één, voor Nederland representatieve, bemonsteringslocatie bevat. 2 artikel 6.24, eerste lid, van het besluit Het milieumonitoringprogramma, bedoeld in, bevat een beschrijving van: a. de gebruikte fijnmazige en grofmazig meetnetten; b. de te bemonsteren media, soorten metingen en periodiciteit van de metingen; c. de toegepaste bemonsteringsstrategieën en uit te voeren metingen voor elk van de te bemonsteren media; d. artikel 6.24, tweede lid, van het besluit de door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat krachtensaangewezen dienst of instantie die is belast met de coördinatie van het milieumonitoringprogramma; e. artikel 6.24, tweede lid, van het besluit de door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat krachtensaangewezen diensten of instanties die zijn belast met het mede uitvoeren van het milieumonitoringprogramma, inclusief een beschrijving van de onderdelen van het milieumonitoringprogramma dat zij uitvoeren; f. de gegevensverwerking en de verstrekking van gegevens, en g. andere voor de uitvoering van het milieumonitoringprogramma relevante gegevens. 3 bijlage 12 De in het tweede lid bedoelde instanties leveren de meetgegevens zoals verkregen tijdens de uitvoering van het milieumonitoringprogramma, voor de onderdelen waarvoor zij zijn aangewezen, zo spoedig mogelijk na interne validatie van die gegevens, aan bij de door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen dienst of instantie die is belast met de coördinatie van het milieumonitoringprogramma. De te rapporteren gegevens bevatten ten minste de inbedoelde bemonsteringsgegevens en meetgegevens. 4 artikel 6.24, tweede lid, van het besluit De krachtensdoor de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen dienst of instantie die is belast met de coördinatie van het milieumonitoringprogramma zorgt ervoor dat: a. de in het derde lid genoemde gegevens worden verzameld en voor 30 juni van elk kalenderjaar worden gerapporteerd aan de Europese Commissie, en b. de in het derde lid genoemde gegevens worden verzameld en geaggregeerd in een integrale rapportage die de situatie met betrekking tot radioactiviteit in het leefmilieu beschrijft en vergelijkt met voorgaande jaren, en die aan het algemene publiek ter beschikking gesteld wordt. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 (controle en rapportage lozingen)#
Artikel 6.3 (controle en rapportage lozingen) 1 In dit artikel wordt verstaan onder: representatieve nucliden: voor elke groep radionucliden gekozen geschikte indicatoren voor de meetgevoeligheid; detectiegrens: kleinste werkelijke waarde van de te meten grootheid die met de gebruikte meetmethode detecteerbaar is, met een gegeven foutkans; beslissingsdrempel: de vastgelegde waarde van een bepaalde beslissingsgrootheid (randomvariabele ter bepaling of een te meten fysisch effect al dan niet aanwezig is) op basis waarvan, bij het overschrijden ervan door het resultaat van de feitelijke meting van een te meten grootheid die een fysisch effect kwantificeert, wordt beslist dat het fysisch effect aanwezig is. 2 De houder van een vergunning voor een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet zorgt ervoor dat: a. een meetprogramma ten behoeve van de controle van vergunde lozingen wordt opgesteld en wordt goedgekeurd door de stralingsbeschermingsdeskundige; b. het in onderdeel a bedoelde meetprogramma tenminste een beschrijving bevat van: 1°. de monsternamelocaties; 2°. de bemonsteringsfrequentie; 3°. de wijze van bemonstering; 4°. de te gebruiken analysemethoden; 5°. de uit te voeren kwaliteitscontrole; 6°. de aard, wijze en termijnen van rapportage van meetresultaten aan de Autoriteit; 7°. de termijn voor evaluatie en actualisatie van het meetprogramma, en 8°. overige relevante informatie in het belang van de uitvoering van en de rapportage van het meetprogramma; c. het meetprogramma en de wijzigingen daarvan worden zo spoedig mogelijk overgelegd aan de Autoriteit; d. inhoudelijke wijzigingen van het meetprogramma met betrekking tot specifieke monsternamelocaties en analysemethoden, wijzigingen in de rapportagetermijnen, alsmede wijzigingen in de systematiek en omvang van het meetprogramma zijn goedgekeurd door de stralingsbeschermingsdeskundige en worden overgelegd aan de Autoriteit; e. het meetprogramma iedere vijf jaar wordt geëvalueerd en geactualiseerd, rekening houdend met de actuele stand van de techniek, en dat de resultaten van deze evaluatie binnen zes maanden na beëindiging van de betreffende periode aan de Autoriteit worden overlegd; f. bij de uitvoering van monstername, analyse, kwaliteitscontrole en rapportage van de volgens het meetprogramma vereiste monsters wordt uitgegaan van nationaal of internationaal vastgelegde normen of richtlijnen; van elke daartoe in het meetprogramma aangewezen monstername, voor een in het meetprogramma vastgestelde periode, een controlemonster beschikbaar gesteld wordt om, op aanwijzing van de Autoriteit, ter verificatie over te dragen aan een door de Autoriteit aangewezen instelling; iedere twee jaar wordt deelgenomen aan een nationaal of internationaal vergelijkend onderzoek teneinde de kwaliteit van de monsternamemethode en analyses te borgen, en; g. artikel 5.30, onderdeel f, van de Regeling basisveiligheidsnormen stralingsbescherming de resultaten van het meetprogramma worden opgenomen in de rapportage over de stralingsbescherming aan de ondernemer en de Autoriteit, bedoeld in. 3 In geval van lozingen als gevolg van handelingen als bedoeld in artikel 15, aanhef en onderdeel b, van de wet voor een inrichting waarin kernenergie wordt vrijgemaakt met als hoofddoel de productie van elektriciteit of waar bestraalde splijtstoffen kunnen worden opgewerkt: a. bijlage 13 bepaalt de houder van de vergunning de geloosde activiteit van alle in kolom 1 vangenoemde radionucliden, en, b. bijlage 13 rapporteert de houder van de vergunning voor 1 juni van ieder jaar over de resultaten van de onder a genoemde bepalingen van het voorafgaande kalenderjaar, gebruikmakend van het in, onderdeel A, respectievelijk onderdeel B, opgenomen formulier aan de Autoriteit. 4 Bij de bepaling van de geloosde activiteit, als bedoeld in het derde lid, geeft de ondernemer uitvoering aan het vijfde tot en met het achtste lid. 5 bijlage 13 Wanneer de meetwaarden beneden de detectiegrenzen liggen, mogen, voor de in kolom 2 vangenoemde representatieve radionucliden, de feitelijke detectiegrenzen niet hoger liggen dan de in kolom 3 van bijlage 13 opgenomen waarden. 6 In situaties waarin voor specifieke radionucliden een gelijke nauwkeurigheid kan worden bereikt door de berekening van de lozing op basis van operationele gegevens of op basis van de meetresultaten voor andere radionucliden, mogen dergelijke berekende lozingswaarden worden gebruikt ter vervanging van feitelijke meetwaarden. 7 De bepaling van de detectiegrenzen en beslissingsdrempels en de weergave van de resultaten moeten in overeenstemming zijn met de internationale norm ISO/IS 11929-7. De beslissingsdrempel mag gelijk worden gesteld aan de helft van de detectiegrens, ook in gevallen waarin de beslissingsdrempel lager ligt dan de helft van de feitelijk voor een meting bereikte detectiegrens. 8 Wanneer de meetwaarden beneden de beslissingsdrempel liggen, moeten deze waarden voorzichtigheidshalve gelijk worden gesteld aan de helft van de beslissingsdrempel. Wanneer de resultaten van herhaalde metingen in de relevante periode echter allemaal beneden de beslissingsdrempel liggen, is het redelijk om aan te nemen dat de werkelijke waarde nul is, dat betekent dat de radionuclide niet aanwezig is in de geloosde afvalstoffen. 9 artikel 6.24, tweede lid, van het besluit bijlage 14 De krachtensdoor de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen dienst of instantie die is belast met de coördinatie van het milieumonitoringprogramma zorgt ervoor dat de in het derde lid, onderdeel b, genoemde gegevens worden samengevat, gebruikmakend van het inopgenomen formulier, en voor 30 juni van elk kalenderjaar worden gerapporteerd aan de Europese Commissie. 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 2019 43036 05-08-2019 01-08-2019 ANVS-2019/9949 06-08-2019
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 (inwerkingtreding)#
Artikel 7.1 (inwerkingtreding) artikel 3.1 besluit Deze verordening, met uitzondering van, treedt in werking op het tijdstip waarop hetin werking treedt. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 (citeertitel)#
Artikel 7.2 (citeertitel) Deze verordening wordt aangehaald als: ANVS-verordening basisveiligheidsnormen stralingsbescherming. 2018 2035 31-01-2018 09-01-2018 ANVS-2018/137 2018 7 24-01-2018 15-01-2018 06-02-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit
basisveiligheidsnormen stralingsbescherming in werking treedt.
Artikel 3.14#
artikel 3.14
Artikel 3.15#
artikel 3.15, tweede lid
Artikel 3.16#
artikel 3.16
Artikel 3.18#
artikel 3.18
Artikel 4.25#
artikelen 4.25 tot en met 4.27
Artikel 4.27#
artikel 4.27
Artikel 4.27#
artikel 4.27, eerste lid, onder c, en tweede lid, onder a
Artikel 4.30#
artikel 4.30
Artikel 4.32#
artikel 4.32
Artikel 4.36#
artikel 4.36
Artikel 4.37#
artikelen 4.37 tot en met 4.39
Artikel 4.37#
Artikel 4.37 tot en met 4.39
Artikel 3.9#
artikel 3.9
Artikel 3.2#
artikel 3.2
Artikel 4.29#
artikel 4.29
Artikel 6.1#
artikel 6.1
Artikel 6.1#
artikel 6.1, derde lid
Artikel 6.1#
artikel 6.1, tweede lid onder c
Artikel 6.2#
artikel 6.2, derde lid
Artikel 6.3#
artikel 6.3, derde lid
Artikel 6.3#
artikel 6.3, negende lid