Beleidsregel ter uitvoering van artikel 6 van het Loodsplichtbesluit 1995
- BWB-id
- BWBR0040651
- Type
- zbo
- Ministerie
- Rijkshavenmeesters
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2018-03-16
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0040651
- ELI
- /eli/nl/zbo/2018/beleidsregel-ter-uitvoering-van-artikel-6-van-het-loodsplich
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2018/beleidsregel-ter-uitvoering-van-artikel-6-van-het-loodsplich/2018-03-16
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0040651&g=2018-03-16
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0040651&z=2026-06-06&g=2018-03-16
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0040651/2018-03-16
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2018/beleidsregel-ter-uitvoering-van-artikel-6-van-het-loodsplich
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 1, onderdelen j en k, van het Loodsplichtbesluit 1995 artikel 6, derde lid, van het Loodsplichtbesluit 1995 Met deze beleidsregel wordt nadere invulling gegeven aan de begrippen “constructie” en “gebruikt of zal worden gebruikt”, als bedoeld in. Bij beoordeling door de regionale autoriteit van aanvragen als bedoeld inom als lage kruiplijn-coaster of binnen/buiten-schip te worden ingeschreven in het Register loodsplicht kleine zeeschepen worden bij toetsing de navolgende criteria aangehouden: Binnen/buiten-schip (Loodsplichtbesluit 1995, artikel 1, onder j): Lage kruiplijn-coaster (Loodsplichtbesluit 1995, artikel 1, onder k): 1. Lengte over alles van minder dan 115 meter; 2. Blijkens zijn constructie vergelijkbaar is met een binnenschip; a. geringe diepgang: zomerdiepgang van minder dan of gelijk aan 5,5 meter; b. lage opbouw (airdraft): hoogte van minder of gelijk aan 18 meter, gemeten van de kiel tot het hoogste vaste punt van het schip; c. relatief lang en slank schip: verhouding lengte/breedte is groter of gelijk aan 6,0. 3. bijlage bij de Scheepvaartverkeerswet Aangetoond wordt dat het schip gebruikt wordt of zal worden gebruikt voor de vaart op de binnenwateren die niet zijn opgenomen in de(dus op niet-loodsplichtige binnenwateren) en in een beperkt vaargebied op zee, in het bijzonder de kustwateren (binnen 200 nautische mijlen uit de kust). 1. Lengte over alles van minder dan 115 meter; 2. een zodanige vorm of constructie heeft dat het geschikt is voor de vaart op niet-loodsplichtige binnenwateren en daarvoor wordt gebruikt of zal worden gebruikt: a. geringe diepgang: zomerdiepgang van minder dan of gelijk aan 5,5 meter; b. lage opbouw (airdraft): hoogte van minder of gelijk aan 9,1 meter, gemeten vanaf de waterlijn op zomerdiepgang tot het hoogste vaste punt van het schip. 2018 15835 15-03-2018 19-02-2018 10253 2018 15835 15-03-2018 19-02-2018 10253 16-03-2018 19-02-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Deze beleidsregel wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst en treedt in werking op de dag na die waarop deze in de Staatcourant is geplaatst. 2018 10253 19-02-2018 16-02-2018 2018 10253 19-02-2018 16-02-2018 20-02-2018
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ter uitvoering van artikel 6 van het Loodsplichtbesluit 1995. 2018 10253 19-02-2018 16-02-2018 2018 10253 19-02-2018 16-02-2018 20-02-2018