Beleidsregels van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 19 februari 2018, referentie 2017055845, ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2018 voor zorgkantoren
- BWB-id
- BWBR0040962
- Type
- zbo
- Ministerie
- Zorginstituut Nederland
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-06-25
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0040962
- ELI
- /eli/nl/zbo/2018/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost-bwbr0040962
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2018/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost-bwbr0040962/2021-06-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0040962&g=2021-06-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0040962&z=2026-06-06&g=2021-06-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0040962/2021-06-25
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2018/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost-bwbr0040962
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze Beleidsregels wordt verstaan onder: a. Aanwijzing: Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2018 ; b. beheerskostenbudget: Het bedrag van de besteedbare middelen ter dekking van de beheerskosten Wlz ten laste van het Fonds langdurige zorg; c. bewuste-keuze gesprek: gesprek dat het zorgkantoor voert met iedere persoon die een persoonsgebonden budget aanvraagt om vast te stellen of deze in aanmerking komt voor een persoonsgebonden budget; d. budgethouder: artikel 3.3.3, eerste lid, van de Wlz verzekerde aan wie door het zorgkantoor een persoonsgebonden budget is verleend op grond van; e. huisbezoek: bezoek van het zorgkantoor aan de budgethouder om vast te stellen dat het persoonsgebonden budget rechtmatig wordt besteed en om de budgethouder beter voor te lichten; f. Meerzorg: artikel 2.2 van de Regeling langdurige zorg recht op zorg op basis van de regeling bedoeld voor cliënten die, gezien hun behoeften aan zorg meer zorg nodig hebben dan vanuit het zorgprofiel gefinancierd kan worden onder toepassing van; g. minister: minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; h. persoonsgebonden budget: artikel 3.3.3 van de Wlz een subsidie waarmee de verzekerde onder de bij of krachtensen titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde voorwaarden aan hem te verlenen zorg kan inkopen; i. regio: artikel 1 van het Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 december 2015, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren een regio zoals genoemd in, Staatscourant 2015 nr. 47359, 24 december 2015; j. regiofactor: wegingsgetal dat wordt gehanteerd voor de berekening van het gewicht van de regio; k. Wlz: Wet langdurige zorg ; l. het Zorginstituut: Zorginstituut Nederland; m. zorgkantoor: Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 december 2015, houdende de aanwijzing van zorgkantoren een zorgkantoor als bedoeld in het; n. Nadere aanwijzing: Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2018 ; o. Tweede nadere aanwijzing: Tweede nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2018 ; p. Minister voor MZ: Minister voor Medische zorg. 2021 30979 24-06-2021 25-05-2021 2021010824 2021 30979 24-06-2021 25-05-2021 2021010824 25-06-2021 01-01-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015 Het Zorginstituut keert het voor ieder zorgkantoor voorlopig vastgestelde, het nader vastgestelde en het definitief vastgestelde beheerskostenbudget voor het jaar 2018 uit met inachtneming van de. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het Zorginstituut stelt in februari 2018 voor ieder zorgkantoor een voorlopig beheerskostenbudget vast. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 van de Aanwijzing artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz Het Zorginstituut verdeelt een deel van het bedrag dat invoor de taken op grond vanbeschikbaar is gesteld als volgt over de zorgkantoren: a. Aanwijzing een bedrag van € 207,98 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het in degeschatte aantal budgethouders voor 2018, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat 2017; b. Aanwijzing een bedrag van € 275,64 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2018, vermenigvuldigd met het in degeschatte aantal van 5.000 nieuwe budgethouders waarvoor het zorgkantoor één of meer bewuste-keuze gesprekken voert, gerelateerd aan het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; c. Aanwijzing een bedrag van € 530,00 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2018 één of meer huisbezoeken worden afgelegd, vermenigvuldigd met het in degeschatte aantal van 12.000, gerelateerd aan het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; d. Aanwijzing een bedrag van € 617,03 voor personen die in 2018 een persoonsgebonden budget met Meerzorg toegewezen hebben gekregen, vermenigvuldigd met het in degeschatte aantal personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg, gerelateerd aan het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; e. Aanwijzing een bedrag van € 370,01 voor personen met Zorg in Natura met Meerzorg of een Modulair Pakket Thuis met Meerzorg in 2018, vermenigvuldigd met het in de toelichting bij degeschatte aantal personen, gerelateerd aan het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; f. een bedrag van € 5,696 miljoen verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; g. een bedrag van € 4,272 miljoen voor vier zorgkantoren die in 2018 geen deel uitmaken van een concern op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag als volgt: a. Het vaste bedrag wordt berekend door dit bedrag te delen door de som van het totaal aantal regio’s en het totaal aantal zorgkantoren, waarbij het aantal regio’s wordt vermenigvuldigd met de regiofactor. b. artikel 1, onderdeel i Besluit Het aantal regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in het in, genoemdewordt vermenigvuldigd met de regiofactor. De uitkomst van deze vermenigvuldiging wordt met 1 verhoogd en vervolgens met het vaste bedrag, berekend in onderdeel a vermenigvuldigd en aan het budget van het zorgkantoor toegevoegd. c. bij de berekening in onderdeel a en b wordt een regiofactor van 0,25 toegepast. d. voor de berekening van het zorgkantoor DSW wordt de regio Westland Schieland Delfland vermenigvuldigd met 2. 2 artikel 4 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2017 in de regio’s waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen. Inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn tellen daarbij dubbel. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 4 5 De resultaten van de berekeningen volgens deenherberekent het Zorginstituut per regio. 2 Ter vaststelling van het voorlopige beheerskostenbudget Wlz per zorgkantoor sommeert het Zorginstituut het herberekende bedrag per regio voor de regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen. 3 Het Zorginstituut rondt het voorlopige beheerskostenbudget af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger afrondt naar boven en overige bedragen naar beneden. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Nadere aanwijzing Het Zorginstituut stelt uiterlijk op de eerste werkdag van mei 2019 het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren voor het jaar 2018 nader vast met inachtneming van de. 2019 16822 28-03-2019 12-02-2019 2019 16822 28-03-2019 12-02-2019 29-03-2019 01-01-2018
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz Het Zorginstituut verdeelt een deel van het bedrag dat voor de taken op grond vanbeschikbaar is gesteld als volgt over de zorgkantoren: a. een bedrag van € 207,98 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio op 30 juni 2018, zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat Wlz 2018 zorgkantoren; b. een bedrag van € 275,64 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2018, vermenigvuldigd met het aantal bewuste-keuze gesprekken, zoals blijkt uit de vierde kwartaalstaat Wlz 2018 zorgkantoren; c. Aanwijzing een bedrag van € 530,00 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2018 één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, vermenigvuldigd met het in degeschatte aantal, gerelateerd aan het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; d. Aanwijzing een bedrag van € 617,03 voor personen die in 2018 een persoonsgebonden budget met Meerzorg toegewezen hebben gekregen op basis van de in de toelichting bij degeschatte aantallen personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg, gerelateerd aan het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; e. Aanwijzing een bedrag van € 370,01 voor personen met Zorg in Natura met Meerzorg of een Modulair Pakket Thuis met Meerzorg in 2018, vermenigvuldigd met het in de toelichting bij degeschatte aantal personen, gerelateerd aan het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; f. een bedrag van € 5,696 miljoen verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; g. een bedrag van € 4,272 miljoen voor vier zorgkantoren die in 2018 geen deel uitmaken van een concern op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag als volgt: a. Het vaste bedrag wordt berekend door dit bedrag te delen door de som van het totaal aantal regio’s en het totaal aantal zorgkantoren, waarbij het aantal regio’s wordt vermenigvuldigd met de regiofactor. b. artikel 1, onderdeel i Besluit Het aantal regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in het in, genoemdewordt vermenigvuldigd met de regiofactor. De uitkomst van deze vermenigvuldiging wordt met 1 verhoogd en vervolgens met het vaste bedrag, berekend in onderdeel a, vermenigvuldigd en aan het budget van het zorgkantoor toegevoegd. c. bij de berekening in onderdeel a en b, wordt een regiofactor van 0,25 toegepast. d. voor de berekening van het zorgkantoor DSW wordt de regio Westland Schieland Delfland vermenigvuldigd met 2. 2 artikel 8 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2018 in de regio’s, waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen. Inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn tellen daarbij dubbel. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikelen 8 9 De resultaten van de berekeningen volgens deenherberekent het Zorginstituut per regio. 2 Ter nadere vaststelling van het beheerskostenbudget Wlz per zorgkantoor sommeert het Zorginstituut het herberekende bedrag per regio voor de regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen. 3 Het Zorginstituut brengt op het nader vastgestelde beheerskostenbudget de door het Zorginstituut uitgekeerde voorschotten in mindering. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Nadere aanwijzing Tweede nadere aanwijzing artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz Uiterlijk in 2021 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar 2018 definitief vast met inachtneming van deen de. Het Zorginstituut verdeelt een deel van het bedrag dat voor de taken op grond vanbeschikbaar is gesteld als volgt over de zorgkantoren: a. een bedrag van € 207,98 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio op 30 juni 2018, zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat Wlz 2018 zorgkantoren; b. een bedrag van € 275,64 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2018, vermenigvuldigd met het aantal nieuwe budgethouders zoals blijkt uit de vierde kwartaalstaat Wlz 2018 zorgkantoren; c. een bedrag van € 530,00 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2018 één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, vermenigvuldigd met het aantal huisbezoeken zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat Wlz 2019 zorgkantoren; d. een bedrag van € 617,03 per persoon die in 2018 een persoonsgebonden budget met Meerzorg toegewezen hebben gekregen, vermenigvuldigd met het aantal personen met een persoonsgebonden budget met Meerzorg zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat Wlz 2019 zorgkantoren; e. een bedrag van € 370,01 op basis van de personen met Zorg in Natura met Meerzorg of met Modulair Pakket Thuis met Meerzorg in 2018, vermenigvuldigd met het aantal personen met Zorg in Natura of met Modulair Pakket Thuis met Meerzorg zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat Wlz 2019 zorgkantoren; f. een bedrag van € 5,696 miljoen verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; g. een bedrag van € 4,272 miljoen voor vier zorgkantoren die in 2018 geen deel uitmaken van een concern op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; h. een bedrag van € 0,875 miljoen voor werkzaamheden in het kader van Goeder Trouw; i. een bedrag van € 0,136 miljoen voor extra inspanningen in verband met trekkingsrechten en overgangsrecht; j. een bedrag van € 0,573 miljoen voor implementatie van het PGB systeem 2.0. 2021 30979 24-06-2021 25-05-2021 2021010824 2021 30979 24-06-2021 25-05-2021 2021010824 25-06-2021 01-01-2018
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag als volgt: a. Het vaste bedrag wordt berekend door dit bedrag te delen door de som van het totaal aantal regio’s en het totaal aantal zorgkantoren, waarbij het aantal regio’s wordt vermenigvuldigd met de regiofactor. b. artikel 1, onderdeel m Besluit Het aantal regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in het in. genoemdewordt vermenigvuldigd met de regiofactor. De uitkomst van deze vermenigvuldiging wordt met 1 verhoogd en vervolgens met het vaste bedrag, berekend in onderdeel a vermenigvuldigd en aan het budget van het zorgkantoor toegevoegd. c. bij de berekening in onderdeel a en b, wordt een regiofactor van 0,5 toegepast. d. voor de berekening van het zorgkantoor DSW wordt de regio Westland Schieland Delfland vermenigvuldigd met 2. 2 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing van artikel 11 resterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2018 in de regio’s, waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen. Inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn tellen daarbij dubbel. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikelen 11 12 De resultaten van de berekeningen volgens deenherberekent het Zorginstituut per regio. 2 De definitieve vaststelling geschiedt met inachtneming van de beoordeling en correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit. 3 Ter definitieve vaststelling van de beheerskostenbudget Wlz per zorgkantoor sommeert het Zorginstituut het herberekende bedrag per regio voor de regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen. 4 Het Zorginstituut betaalt het verschil tussen het bedrag van het definitief vastgestelde en het nader vastgestelde beheerskostenbudget ingeval van een positief saldo voor het zorgkantoor uit. Indien het verschil tot een negatief saldo voor het zorgkantoor leidt, vordert het Zorginstituut het verschil terug. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2018. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2018 voor zorgkantoren. 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 2018 30062 01-06-2018 19-02-2018 2017055845 02-06-2018 01-01-2018