Beleidsregels van het Commissariaat voor de Media omtrent de toelaatbaarheid, herkenbaarheid en afbakening van reclame- en telewinkelboodschappen in het media-aanbod van publieke media-instellingen (Beleidsregels reclame publieke media-instellingen 2019)
- BWB-id
- BWBR0042161
- Type
- zbo
- Ministerie
- Commissariaat voor de Media
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2019-05-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042161
- ELI
- /eli/nl/zbo/2019/beleidsregels-reclame-publieke-media-instellingen-2019
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2019/beleidsregels-reclame-publieke-media-instellingen-2019/2019-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042161&g=2019-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042161&z=2026-06-06&g=2019-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042161/2019-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2019/beleidsregels-reclame-publieke-media-instellingen-2019
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 bijlage Deze beleidsregels hebben betrekking op de wettelijke voorschriften die zijn opgenomen in de. 2019 23380 29-04-2019 2019 23380 29-04-2019 01-05-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. wet: Mediawet 2008 ; b. besluit: Mediabesluit 2008 ; b. Commissariaat: Commissariaat voor de Media; c. publiek media-aanbod: artikel 1 van de wet media-aanbod in de zin vandat wordt aangeboden door een publieke media-instelling; d. pagina: alle media-aanbod dat bij internet op één browserscherm wordt getoond, bij teletekst onder één paginanummer en bij andere typen elektronische distributievormen op één beeldscherm wordt vertoond; e. video: een elektronisch product met bewegende beeldinhoud dat een geheel vormt en als zodanig herkenbaar onder een afzonderlijke titel wordt verspreid; f. audio: een elektronisch product met geluidinhoud dat een geheel vormt en als zodanig herkenbaar onder een afzonderlijke titel wordt verspreid; g. omlijsting: kader waarbinnen reclame- en telewinkelboodschappen worden geplaatst, bij reclame- of telewinkelboodschappen in het video en/of audio gedeelte van het media-aanbod door middel van een aankondiging en afkondiging, bij reclame- of telewinkelboodschappen in het tekst en/of grafische gedeelte van het media-aanbod in de vorm van een zichtbare afbakening van het overige media-aanbod; h. als zodanig herkenbaar: artikel 2.88a, eerste lid, van de wet de herkenbaarheid als bedoeld in; i. duidelijk onderscheiden: artikel 2.94, eerste lid, van de wet de onderscheiding als bedoeld in; j. aandeel: artikel 2.95, eerste lid, van de wet het aandeel als bedoeld in. 2019 23380 29-04-2019 2019 23380 29-04-2019 01-05-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Reclame- en telewinkelboodschappen binnen het video- en/of audiogedeelte van het media-aanbod Reclame- en telewinkelboodschappen binnen het tekst- en/of grafische gedeelte van het media-aanbod 1 als zodanig herkenbaar Reclame- en telewinkelboodschappen zijn ‘’ indien deze voor de gemiddelde oplettende consument door de vorm en inhoud duidelijk herkenbaar zijn als reclame- dan wel telewinkelboodschap. 2 ‘duidelijk onderscheiden’ ‘reclame’, ‘advertentie’, ‘telewinkelboodschap’, ‘Ster’, Reclame- en telewinkelboodschappen zijnvan het overige media-aanbod indien deze worden voorafgegaan door en afgesloten met een zichtbare en/of hoorbare omlijsting onder vermelding vandan wel woorden van gelijke strekking. 3 artikel 2.97 van de wet Alleen binnen een mediadienst op aanvraag mogen reclame- en telewinkelboodschappen voorafgaand aan of na afloop van de opgevraagde video of audio worden geplaatst, onverminderd het bepaalde in. 4 artikel 2.96, eerste lid, onder a, van de wet Reclame- en telewinkelboodschappen die aan het begin of het einde van de video of audio in een mediadienst op aanvraag worden aangeboden behoeven niet te worden opgenomen in blokken als bedoeld in. 5 als zodanig herkenbaar Reclame- en telewinkelboodschappen zijn ‘’ indien deze voor de gemiddelde oplettende consument door de vorm en inhoud duidelijk herkenbaar zijn als reclame- dan wel telewinkelboodschap. 6 duidelijk onderscheiden ‘reclame’, ‘advertentie’, ‘telewinkelboodschap’, ‘Ster’, Reclame- en telewinkelboodschappen zijn ‘’ van het media-aanbod indien deze worden geplaatst in een apart kader dat geen onderdeel uitmaakt van het overige media-aanbod en onder vermelding vandan wel woorden van gelijke strekking. 2019 23380 29-04-2019 2019 23380 29-04-2019 01-05-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2.94, tweede lid, onder a, van de wet Onder reclame voor medische behandelingen, als bedoeld inwordt verstaan reclame voor behandelingen die alleen op doktersvoorschrift verkrijgbaar zijn. 2019 23380 29-04-2019 2019 23380 29-04-2019 01-05-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 wet besluit Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen binnen het video- en/of audiogedeelte van het media-aanbod is beperkt in hoeveelheid en duur, niet overheersend en in elk geval niet hoger dan de maxima genoemd inen. 2 wet besluit Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen binnen het tekst- en/of grafisch gedeelte van het media-aanbod is beperkt in hoeveelheid en duur, niet overheersend en in elk geval niet hoger dan de maxima genoemd inen. 3 Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen in het online media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst is lager dan in vergelijkbaar media-aanbod van de commerciële mediadiensten. 2019 23380 29-04-2019 2019 23380 29-04-2019 01-05-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 ‘inkomsten’ artikel 2.105, derde lid, van de wet Onder, bedoeld in, wordt verstaan het resultaat van de inkomsten. 2 Op het resultaat van de inkomsten worden de kosten die door de Ster, dan wel de regionale of lokale media-instelling, zijn gemaakt voor de verzorging van reclame- en telewinkelboodschappen in mindering gebracht 2019 23380 29-04-2019 2019 23380 29-04-2019 01-05-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2.141, eerste lid, van de wet Er is in ieder geval sprake van overtreding van het dienstbaarheidsverbod, bedoeld in, indien: a. er in het kader van samenwerking met een private derde partij sprake is van een gezamenlijke website of dienst van een publieke media-instelling en een derde, waarbij reclame- en telewinkelboodschappen worden verzorgd door de Ster, dan wel de regionale of lokale media-instelling, en er op basis van inbreng en eigendom van die publieke media-instelling geen marktconforme afspraken over de verdeling van de opbrengsten van de reclame-inkomsten zijn gemaakt; b. de Ster, dan wel de regionale of lokale media-instelling afhankelijk is van een derde om reclame- en telewinkelboodschappen te kunnen en/of mogen plaatsen en hiervoor meer dan de marktconforme vergoeding betaalt; c. de Ster, dan wel de regionale of lokale media-instelling derde partijen inhuurt en hiervoor meer dan de marktconforme vergoeding betaalt. 2019 23380 29-04-2019 2019 23380 29-04-2019 01-05-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 2.141, eerste lid, van de wet Er kan sprake zijn van overtreding van het dienstbaarheidsverbod, bedoeld in, indien in reclame- of telewinkelboodschappen inhoudelijk wordt aangesloten bij programma’s of ander media-aanbod van de publieke media-instellingen. 2019 23380 29-04-2019 2019 23380 29-04-2019 01-05-2019
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Deze beleidsregels worden bekendgemaakt door kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de internetsite van het Commissariaat voor de Media (www.cvdm.nl). 2 Deze beleidsregels treden in werking twee dagen na kennisgeving daarvan in de Staatscourant. 3 Deze beleidsregels zullen worden geëvalueerd binnen twee jaar na vaststelling. 4 Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels reclame publieke media-instellingen 2019. 5 Regeling van het Commissariaat voor de Media houdende beleidsregels omtrent de toelaatbaarheid, herkenbaarheid en afbakening van reclame- en telewinkelboodschappen in het media-aanbod van publieke media-instellingen (Beleidsregels reclame publieke media-instellingen 2011) De beleidsregelsworden ingetrokken. 2019 23380 29-04-2019 2019 23380 29-04-2019 01-05-2019