Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2019
- BWB-id
- BWBR0041989
- Type
- zbo
- Ministerie
- Zorginstituut Nederland
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-07-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0041989
- ELI
- /eli/nl/zbo/2019/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2019/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost/2020-07-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0041989&g=2020-07-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0041989&z=2026-06-06&g=2020-07-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0041989/2020-07-22
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2019/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze Beleidsregels wordt verstaan onder: – Aanwijzing: Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2019 ; – beheerskostenbudget: Wlz Het bedrag van de besteedbare middelen ter dekking van de beheerskostenten laste van het Fonds langdurige zorg; – bewuste-keuze gesprek: gesprek dat het zorgkantoor voert met iedere persoon die een persoonsgebonden budget aanvraagt om vast te stellen of deze in aanmerking komt voor een persoonsgebonden budget; – budgethouder: artikel 3.3.3, eerste lid, van de Wlz verzekerde aan wie door het zorgkantoor een persoonsgebonden budget is verleend op grond van; – huisbezoek: bezoek van het zorgkantoor aan de budgethouder om vast te stellen dat het persoonsgebonden budget rechtmatig wordt besteed en om de budgethouder beter voor te lichten; – minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; – Nadere aanwijzing: Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2019 – NZa: Nederlandse Zorgautoriteit; – persoonsgebonden budget: artikel 3.3.3 van de Wlz titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht een subsidie waarmee de verzekerde onder de bij of krachtensengestelde voorwaarden aan hem te verlenen zorg kan inkopen; – regio: artikel 1 van het Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 december 2015, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren een regio zoals genoemd in, Staatscourant 2015 nr. 47359, 24 december 2015; – SVB: Sociale Verzekeringsbank; – Tweede nadere aanwijzing: Tweede nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2019 ; – Wlz: Wet langdurige zorg ; – Wlz-uitvoerder: artikel 4.1.1 van de Wlz een rechtspersoon als bedoel bedoeld in; – het Zorginstituut: Zorginstituut Nederland; – zorgkantoor: Besluit van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 december 2015, houdende de aanwijzing van zorgkantoren een zorgkantoor als bedoeld in het, Staatscourant 2015 nr. 47359, 24 december 2015. 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 22-07-2020 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Aanwijzing Het Zorginstituut stelt een voorlopig, nader en definitief beheerskostenbudget vast met inachtneming van de in degenoemde bedragen. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het Zorginstituut rondt het voorlopige, het nadere en het definitieve beheerskostenbudget af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger afrondt naar boven en overige bedragen naar beneden. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 2 van de Aanwijzing Het Zorginstituut stelt in februari 2019 voor ieder zorgkantoor, iedere Wlz-uitvoerder en de SVB een beheerskostenbudget voorlopig vast met inachtneming van de ingenoemde bedragen. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in, als volgt: a. Aanwijzing een bedrag van € 215,05 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het in degeraamde aantal budgethouders voor 2019, zijnde 43.335, wordt naar rato verdeeld op basis van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat 2018; b. Aanwijzing een bedrag van € 285,01 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2019, vermenigvuldigd met het in degeschatte aantal van 7.500 nieuwe budgethouders waarvoor het zorgkantoor één of meer bewuste-keuze gesprekken voert, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; c. Aanwijzing een bedrag van € 548,02 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2019 één of meer huisbezoeken worden afgelegd, vermenigvuldigd met het in degeschatte aantal van 13.500, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; d. een bedrag van € 5,890 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; e. een bedrag van € 2,945 miljoen voor vier zorgkantoren die in 2019 geen deel uitmaken van een concern wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag gelijkelijk over de acht zorgkantoren. 2 artikel 5 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2018 in de regio’s waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen. Inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn tellen daarbij dubbel. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders bedoeld inals volgt: a. Wlz een bedrag van € 1,521 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 1 juli 2018 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de; b. Wlz een bedrag van € 3,042 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2018 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen; c. een bedrag van € 0,290 miljoen wordt verdeeld over de twee Wlz-uitvoerders die niet zijn aangewezen als zorgkantoor en ook geen deel uitmaken van een groter concern; d. een voorwaardelijk bedrag van ten hoogste € 9,850 miljoen is uitsluitend bestemd voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van de door de Wlz-uitvoerders opgegeven schatting aan Zorgverzekeraars Nederland; e. een bedrag van € 0,500 miljoen wordt verdeeld over twee Wlz-uitvoerders die zijn verzocht de werkwijze tijdens het inmiddels afgelopen experiment ‘Persoonsvolgende zorg’ voor de onafhankelijke cliëntondersteuning te continueren; f. Wlz een bedrag van € 77,203 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2018 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7, onderdeel a en b Wlz Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 1 juli 2018 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaatvoor de Wlz-uitvoerder 2018. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 3,8223197 als vergoeding in de beheerskosten. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Voor een nieuwe Wlz-uitvoerder, die geen rechtsopvolger is van een of meer bestaande Wlz-uitvoerders, kan het Zorginstituut uitgaan van andere dan in dit besluit genoemde verzekerdenaantallen. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 3.3.3, zevende lid, van de Wlz Het Zorginstituut stelt het bedrag zoals bedoeld voor de SVB voor de uitvoering van de taak, bedoeld invast op € 24,347 miljoen. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Nadere aanwijzing Tweede nadere aanwijzing Uiterlijk op de eerste werkdag van mei 2020 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar 2019 voor de zorgkantoren, de Wlz-uitvoerders en de SVB nader vast op basis van deen de. 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 22-07-2020 01-01-2019
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg Bij de nadere vaststelling verdeelt het Zorginstituut het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in, als volgt: a. Wlz een bedrag van € 215,05 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio op 30 juni 2019, wordt verdeeld op basis van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat2019 zorgkantoren; b. Wlz een bedrag van € 285,01 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2019, vermenigvuldigd met het aantal bewuste-keuze gesprekken, wordt verdeeld op basis van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de vierde kwartaalstaat2019 zorgkantoren; c. Aanwijzing een bedrag van € 548,02 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2019 één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, vermenigvuldigd met het in degeschatte aantal van 15.000, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; d. een bedrag van € 5,890 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; e. een bedrag van € 2,945 miljoen voor vier zorgkantoren die in 2018 geen deel uitmaken van een concern wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; f. een bedrag van € 3,000 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland over de zorgkantoren die in 2019 kosten hebben gemaakt in het kader van de implementatie van het PGB portaal 2.0; g. een bedrag van € 0,712 miljoen wordt toegekend aan één zorgkantoor dat in 2019 ontwikkelkostenkosten heeft gemaakt in het kader van het PGB portaal 2.0; h. een bedrag van € 1,121 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland over de zorgkantoren die in 2019 incassokosten hebben gemaakt in verband met vorderingen AWBZ; i. een bedrag van € 0,656 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland over de zorgkantoren die in 2019 kosten hebben gemaakt met betrekking tot ‘Te goeder trouw’. 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 22-07-2020 01-01-2019
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag gelijkelijk over de acht zorgkantoren. 2 artikel 13 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2019 in de regio’s waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen. Inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn tellen daarbij dubbel. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders bedoeld inals volgt: a. Wlz een bedrag van € 1,517 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 1 juli 2019 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de; b. Wlz een bedrag van € 3,034 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2019 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen; c. een bedrag van € 0,290 miljoen wordt verdeeld over de twee Wlz-uitvoerders die niet zijn aangewezen als zorgkantoor en ook geen deel uitmaken van een groter concern; d. een voorwaardelijk bedrag van ten hoogste € 10,456 miljoen is uitsluitend bestemd voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van de door de Wlz-uitvoerders opgegeven schatting aan Zorgverzekeraars Nederland; e. een bedrag van € 0,500 miljoen wordt verdeeld over twee Wlz-uitvoerders die zijn verzocht de werkwijze tijdens het inmiddels afgelopen experiment ‘Persoonsvolgende zorg’ voor de onafhankelijke cliëntondersteuning te continueren; f. een bedrag van € 11,326 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland, over de Wlz-uitvoerders voor het programmaplan ‘Thuis in het verpleeghuis’ dat onderdeel uitmaakt van ‘Inkopen op kwaliteit’; g. een bedrag van € 0,600 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland, over Wlz-uitvoerders die kosten hebben gemaakt voor de pilot ‘Ondersteuning van naasten’; h. een bedrag van € 0,734 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland over voor Wlz-uitvoerders die in 2019 kosten hebben gemaakt in het kader van de toegang tot de Wlz voor cliënten met een psychiatrische stoornis; i. Wlz een bedrag van € 77,152 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2019 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 22-07-2020 01-01-2019
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15, onderdeel a en b Wlz Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 1 juli 2019 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaatvoor de Wlz-uitvoerder 2019. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 3,7849068 als vergoeding in de beheerskosten. 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 22-07-2020 01-01-2019
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Het Zorginstituut brengt op de nader vastgestelde beheerskostenbudgetten de door het Zorginstituut uitgekeerde voorschotten in mindering. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Uiterlijk in 2022 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar 2019 voor de zorgkantoren, de Wlz-uitvoerders en de SVB definitief vast. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg Bij de definitieve vaststelling verdeelt het Zorginstituut het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in, als volgt: a. Wlz een bedrag van € 215,05 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het aantal budgethouders per regio op 30 juni 2019, wordt verdeeld op basis van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat2019 zorgkantoren; b. Wlz een bedrag van € 285,01 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2019, vermenigvuldigd met het aantal bewuste-keuze gesprekken, wordt verdeeld op basis van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de vierde kwartaalstaat2019 zorgkantoren; c. Wlz een bedrag van € 548,02 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2019 één of meer huisbezoeken zijn afgelegd, vermenigvuldigd met het aantal huisbezoeken wordt verdeeld op basis van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat2020 zorgkantoren; d. een bedrag van € 5,890 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; e. een bedrag van € 2,945 miljoen wordt voor vier zorgkantoren die in 2018 geen deel uitmaken van een concern op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; f. een bedrag van € 3,000 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland over de zorgkantoren die in 2019 kosten hebben gemaakt in het kader van de implementatie van het PGB portaal 2.0; g. een bedrag van € 0,712 miljoen wordt toegekend aan één zorgkantoor dat in 2019 ontwikkelkostenkosten heeft gemaakt in het kader van het PGB portaal 2.0; h. AWBZ een bedrag van € 1,121 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland over de zorgkantoren die in 2019 incassokosten hebben gemaakt in verband met vorderingen; i. een bedrag van € 0,656 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland over de zorgkantoren die in 2019 kosten hebben gemaakt met betrekking tot ‘Te goeder trouw’. 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 22-07-2020 01-01-2019
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag gelijkelijk over de acht zorgkantoren. 2 artikel 20 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2019 in de regio’s waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen. Inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn tellen daarbij dubbel. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv bedoeld inals volgt: a. Wlz een bedrag van € 1,517 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 1 juli 2019 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de; b. Wlz een bedrag van € 3,034 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2019 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen; c. een bedrag van € 0,290 miljoen wordt verdeeld over de twee Wlz-uitvoerders die niet zijn aangewezen als zorgkantoor en ook geen deel uitmaken van een groter concern; d. een voorwaardelijk bedrag van ten hoogste € 10,456 miljoen is uitsluitend bestemd voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van de werkelijke kosten inzake onafhankelijke cliëntondersteuning die de Wlz-uitvoerders voor het kalenderjaar 2019 hebben opgegeven in hun financiële verantwoording 2019 en die zijn gecontroleerd door de NZa. e. een bedrag van € 0,500 miljoen wordt verdeeld over twee Wlz-uitvoerders die zijn verzocht de werkwijze tijdens het inmiddels afgelopen experiment ‘Persoonsvolgende zorg’ voor de onafhankelijke cliëntondersteuning te continueren; f. een bedrag van € 11,326 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland, over de Wlz-uitvoerders voor het programmaplan ‘Thuis in het verpleeghuis’ dat onderdeel uitmaakt van ‘Inkopen op kwaliteit’; g. een bedrag van € 0,600 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland, over Wlz-uitvoerders die kosten hebben gemaakt voor de pilot ‘Ondersteuning van naasten’; h. een bedrag van € 0,734 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van Zorgverzekeraars Nederland voor de Wlz-uitvoerders die in 2019 kosten hebben gemaakt in het kader van de toegang tot de Wlz voor cliënten met een psychiatrische stoornis; i. Wlz een bedrag van € 77,152 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2019 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 22-07-2020 01-01-2019
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 22, onderdeel a en b Wlz Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 1 juli 2019 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaatvoor de Wlz-uitvoerder 2019. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 3,7849068 als vergoeding in de beheerskosten. 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 2020 38752 21-07-2020 14-04-2020 2020010360 22-07-2020 01-01-2019
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Het Zorginstituut brengt op de definitief vastgestelde beheerskostenbudgetten de door het Zorginstituut berekende nader vastgestelde beheerskostenbudgetten in mindering. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015 Het Zorginstituut keert het voor ieder zorgkantoor, iedere Wlz-uitvoerder en de SVB definitief vastgestelde beheerskostenbudget voor het jaar 2019 uit met inachtneming van de. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2019. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2019. 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 2019 14188 12-03-2019 12-02-2019 13-03-2019 01-01-2019