Beleidsregels van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 8 oktober 2019, kenmerk 2019043230, voor de toekenning en vaststelling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraars 2020 (Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2020)
- BWB-id
- BWBR0042711
- Type
- zbo
- Ministerie
- Zorginstituut Nederland
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-09-07
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0042711
- ELI
- /eli/nl/zbo/2019/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2020
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2019/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2020/2021-09-07
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0042711&g=2021-09-07
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0042711&z=2026-06-06&g=2021-09-07
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0042711/2021-09-07
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2019/beleidsregels-vereveningsbijdrage-zorgverzekering-2020
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities Deze beleidsregels verstaan onder: belastingdienstbestand: het bij het Zorginstituut meest recent beschikbare bestand per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomen met gepseudonimiseerde adresgegevens voor een peiljaar; catastrofebijdrage: artikel 33, tweede lid, van de Zvw bijdrage als bedoeld in; continuïteitsbijdrage GGZ: dat deel van de prestatie continuïteitsbijdrage dat betrekking heeft op de GGZ; coronakosten: kosten voor de op grond van de zorgverzekeringen verzekerde zorg of andere diensten ten gevolge van de coronapandemie; coronapandemie: artikel 33, eerste lid, van de Zvw pandemie ten gevolge van het SARS-CoV-2 virus die een catastrofe is als bedoeld in; COVID-19: de ziekte die door het virus SARS-CoV-2 veroorzaakt wordt; DKG GGZ: artikel 1, onderdeel ee, van het Besluit zorgverzekering DKG’s psychische aandoeningen als bedoeld in; FKG GGZ: artikel 1, onderdeel q, van het Besluit zorgverzekering DKG’s psychische aandoeningen als bedoeld in; jaarstaat: artikel 90 van de wet de jaarstaat, bedoeld in de regeling, bedoeld in; macroverzekerden-raming: de raming van het aantal verzekerden op macroniveau op basis van de opgave van de zorgverzekeraars en trends van het CBS naar aantal inwoners in Nederland voor het jaar 2020; PKB: persoonskenmerkenbestand. Een bestand dat bestaat uit de opgave van de zorgverzekeraar met per gepseudonimiseerd burgerservicenummer de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar, viercijferige postcode en gepseudonimiseerd adres. Dit bestand wordt jaarlijks opgesteld aan de hand van opgaven van de zorgverzekeraars. Voor het PKB 2019 is de peildatum 1 mei 2019 en de aanleverdatum 1 juni 2019; prestatie continuïteitsbijdrage: kosten die voldoen aan de voorwaarden, voorschriften en beperkingen voor de continuïteitsbijdragen als gesteld in de Prestatiebeschrijvingbeschikking continuïteitsbijdrage en meerkosten in verband met de uitbraak van het SARS-CoV-2 virus van de NZa (TB/REG-20656-01); Regeling: Regeling risicoverevening 2020 ; Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg: Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg van belang voor het vereveningsjaar 2020 de; trendtabel: door het Zorginstituut per criterium opgestelde tabel met trendfactoren die voor het betreffende criterium de geraamde prevalentieontwikkeling weergeeft, zoals opgenomen in de Verantwoording Verzekerdenraming 2020 en gepubliceerd op de website van het Zorginstituut. De trendfactor geeft de mutatie van verzekerden per risicoklasse weer; UWV-bestand: het bij het Zorginstituut meest recent beschikbare bestand per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron voor een peiljaar; vereveningsbijdrage: artikelen 32 34 van de Zorgverzekeringswet de bijdrage, bedoeld in deen; verrekening in verband met inhaalzorg: de verrekening van de continuïteitsbijdrage met omzet gedurende de maanden dat de continuïteitsbijdrage van toepassing is en met omzet die het gevolg is van een eventuele hogere productie als gevolg van inhaaleffecten daarna, blijkend uit een afspraak tussen de zorgverzekeraar en de zorgaanbieder daarover; VPPKB: verzekerde periode en persoonskenmerkenbestand. Een bestand dat bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft de opgave van de zorgverzekeraar van verzekerden mét een geverifieerd gepseudonimiseerd burgerservicenummer dat per gepseudonimiseerd burgerservicenummer de verzekerde periode, de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar, viercijferige postcode en gepseudonimiseerd adres bevat. Het tweede deel betreft de opgave van de zorgverzekeraar van verzekerden zonder een geverifieerd burgerservicenummer en verzekerden zonder burgerservicenummer dat per verzekerde de verzekerde periode, de persoonskenmerken geslacht, geboortemaand en geboortejaar en viercijferige postcode bevat. Dit bestand wordt jaarlijks opgesteld aan de hand van opgaven van de zorgverzekeraars. Voor het VPPKB 2020 is de aanleverdatum 1 juni 2021; verzekerde die in het buitenland woont: een persoon die een zorgverzekering heeft afgesloten en geen ingezetene van Nederland is; wet: Zorgverzekeringswet de; zelfstandigenbestand: bestand van de Belastingdienst met een uittreksel van het zelfstandigenregister voor een peiljaar, bestaande uit twee delen. Het eerste deel is het bestand aangeleverd in de maand juli van het peiljaar en heeft betrekking op de directeuren grootaandeelhouders. Het tweede deel betreft het bij het Zorginstituut meest recent beschikbare bestand dat wordt gebruikt voor de overige zelfstandigen; het Zorginstituut: artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet Zorginstituut Nederland, bedoeld in; zwaarte: het deel waarvoor de verzekerde meetelt in een betreffende klasse. 2021 39952 06-09-2021 14-07-2021 2021021175 2021 39952 06-09-2021 14-07-2021 2021021175 07-09-2021 01-01-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Algemene bepaling#
Artikel 2 Algemene bepaling Besluit zorgverzekering Regeling Het Zorginstituut neemt de bepalingen uit heten dein acht bij de toepassing van deze beleidsregels. 2021 39952 06-09-2021 14-07-2021 2021021175 2021 39952 06-09-2021 14-07-2021 2021021175 07-09-2021 01-01-2020
Artikel 2a — Artikel 2a Algemene bepaling in verband met COVID-19#
Artikel 2a Algemene bepaling in verband met COVID-19 1 artikel 2 Regeling structurele aanlevering gegevens Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg met betrekking Beleidsregels catastrofebijdrage coronapandemie 2020 en 2021 In aanvulling opneemt het Zorginstituut bij de ex post vaststellingen deen debij de toepassing van deze beleidsregels in acht. 2 Het Zorginstituut telt de continuïteitsbijdrage uitsluitend mee bij de risicoverevening voor zover: a. de continuïteitsbijdrage betrekking heeft op de basisverzekering, blijkend uit een deugdelijke onderbouwing in de schriftelijke afspraken over de prestatie continuïteitsbijdrage tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder daarover; en b. de zorgverzekeraar de verrekening in verband met inhaalzorg op de continuïteitsbijdrage in mindering heeft gebracht. 3 Het Zorginstituut telt de continuïteitsbijdrage GGZ uitsluitend mee bij de risicoverevening voor zover: a. de continuïteitsbijdrage GGZ betrekking heeft op de basisverzekering, blijkend uit een deugdelijke onderbouwing in de schriftelijke afspraken over de prestatie continuïteitsbijdrage tussen zorgverzekeraar en zorgaanbieder daarover; en b. de continuïteitsbijdrage GGZ betrekking heeft op in 2020 geopende dbc's. 4 artikel 56 Het Zorginstituut betrekt bij de ex post vaststellingen van de vereveningsbijdragen, naast de gebruikelijke correcties genoemd in, de correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit op de continuïteitsbijdragen. 2021 39952 06-09-2021 14-07-2021 2021021175 2021 39952 06-09-2021 14-07-2021 2021021175 07-09-2021 01-01-2020
Artikel 3 — Artikel 3 Zorgverzekeraars#
Artikel 3 Zorgverzekeraars Het Zorginstituut gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2020 en de berekening van de normatieve bedragen en de vereveningsbijdragen ervan uit dat alle zorgverzekeraars die gedurende 2019 actief zijn geweest ook in 2020 als zorgverzekeraar actief zullen zijn. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 4 — Artikel 4 Algemene bepaling voor de raming van de verzekerdenaantallen#
Artikel 4 Algemene bepaling voor de raming van de verzekerdenaantallen 1 Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen 2020 op de macroverzekerdenraming. 2 Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen 2020 per zorgverzekeraar op het PKB 2019 met als peildatum 1 mei 2019, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2019. 3 Het Zorginstituut deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer niet in bij een criterium. 4 artikel 10 van de Regeling Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, past het Zorginstituuttoe. 5 Het Zorginstituut beschrijft de wijze waarop de verzekerden zijn geraamd in de Verantwoording Verzekerdenraming 2020 die op de website van het Zorginstituut is gepubliceerd. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 5 — Artikel 5 De verzekerdenaantallen 2020 voor het macro-deelbedrag variabele zorgkosten#
Artikel 5 De verzekerdenaantallen 2020 voor het macro-deelbedrag variabele zorgkosten 1 Het Zorginstituut deelt voor het macro-deelbedrag variabele zorgkosten verzekerden in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG’s, primaire DKG’s, secundaire DKG’s, HKG’s, AVI, regio, SES, PPA, MHK, FDG en MVV. 2 In afwijking van het eerste lid deelt het Zorginstituut verzekerden die in het buitenland wonen niet in bij de criteria regio, SES en PPA. 3 artikel 6 van de Regeling Met inachtneming vandeelt het Zorginstituut alle verzekerden die in het buitenland wonen in voor het criterium FKG’s in de klasse 'Geen FKG', voor het criterium primaire DKG’s in de klasse ‘Geen primaire DKG’, voor het criterium secundaire DKG’s in de klasse ‘Geen secundaire DKG’, voor het criterium HKG’s in de klasse ‘Geen HKG’ en voor het criterium FDG in de klasse ‘Geen FDG’. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 6 — Artikel 6 De verzekerdenaantallen 2020 voor het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg#
Artikel 6 De verzekerdenaantallen 2020 voor het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 1 Het Zorginstituut deelt voor het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verzekerden van achttien jaar en ouder in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG GGZ, DKG GGZ, AVI, GGZ-regio, SES, PPA en GGZ-MHK. 2 In afwijking van het eerste lid deelt het Zorginstituut verzekerden die in het buitenland wonen niet in bij de criteria GGZ-regio, SES en PPA. 3 artikel 6 van de Regeling Met inachtneming vandeelt het Zorginstituut alle verzekerden die in het buitenland wonen in voor het criterium FKG GGZ in de klasse 'Geen FKG psychische aandoeningen' en voor het criterium DKG GGZ in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 7 — Artikel 7 De verzekerdenaantallen 2020 voor de normatieve eigen risico opbrengst#
Artikel 7 De verzekerdenaantallen 2020 voor de normatieve eigen risico opbrengst 1 Het Zorginstituut deelt voor de normatieve eigen risico opbrengst verzekerden van achttien jaar en ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MVV’ en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, in bij de criteria leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK. 2 Het Zorginstituut deelt voor het normatieve eigen risico verzekerden die in het buitenland wonen niet in bij het criterium regio. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 8 — Artikel 8 Leeftijd en geslacht#
Artikel 8 Leeftijd en geslacht 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2019. 2 Het Zorginstituut bepaalt op basis van het eerste lid in welke leeftijds- en geslachtsklasse de verzekerde wordt ingedeeld. 3 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 9 — Artikel 9 FKG’s#
Artikel 9 FKG’s 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op: a. bijlage 1 de indeling in FKG klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave per 1 juni 2019 van declaraties farmaceutische hulp 2018 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; c. de opgave per 1 juni 2019 van declaraties add-ons duur of weesgeneesmiddel 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; d. de opgave per 1 juni 2018 van declaraties farmaceutische hulp 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. 2 artikel 9, tweede en derde lid, van de Regeling bijlage 1 Het Zorginstituut koppelt de opgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2019 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming vanenvan deze Beleidsregels, in welke FKG klassen de verzekerde valt. Aan de verzekerde koppelt het Zorginstituut een zwaarte van 1 voor de betreffende klassen. 3 Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FKG’s 2020 de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het tweede lid, met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel. 4 Het Zorginstituut past op de verzekerden in de FKG klasse ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, de FKG klasse ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, de FKG klasse ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’, de FKG klasse ‘COPD/Zware astma o.b.v. add-on’, de FKG klasse ‘Kanker o.b.v. add-on’, de FKG klasse ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, de FKG klasse ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en de FKG klasse ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft met het VPPKB 2018. 5 Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PKB 2019 voor het eerst voorkomen per FKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe. 6 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FKG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FKG’ in. 7 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s naar de macroverzekerdenraming. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 10 — Artikel 10 Primaire DKG’s#
Artikel 10 Primaire DKG’s 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium primaire DKG’s per zorgverzekeraar op: a. bijlage 2 de indeling in primaire DKG klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2019 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s die in 2017 geopend zijn; c. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2018 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s die in 2016 geopend zijn. 2 bijlage 2 Het Zorginstituut koppelt de opgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2018 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming vanvan deze Beleidsregels, in welke primaire DKG klasse ‘1’ tot en met ‘15’ de verzekerde valt. Als een verzekerde in meer primaire DKG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke klasse in. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3 Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium primaire DKG’s de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het vorige lid, met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PKB 2019 voor het eerst voorkomen per primaire DKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe. 4 Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het VPPKB 2018 voor het eerst voorkomen per primaire DKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het VPPKB 2018 toe. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 5 Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘15’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen primaire DKG’. 6 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium primaire DKG’s naar de macroverzekerdenraming. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 11 — Artikel 11 Secundaire DKG’s#
Artikel 11 Secundaire DKG’s 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium secundaire DKG’s per zorgverzekeraar op: a. bijlage 2 de indeling in secundaire DKG klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2019 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s die in 2017 geopend zijn; c. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2018 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s die in 2016 geopend zijn. 2 bijlage 2 Het Zorginstituut koppelt de opgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2018 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming vanvan deze Beleidsregels, in welke secundaire DKG klasse ‘1’ tot en met ‘7’ de verzekerde valt. Bij de indeling naar secundaire DKG klassen sluit het Zorginstituut declaraties die tot een primaire DKG hebben geleid uit. Als een verzekerde in meer secundaire DKG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke klasse in. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3 Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium secundaire DKG’s de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het vorige lid, met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PKB 2019 voor het eerst voorkomen per secundaire DKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe. 4 Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het VPPKB 2018 voor het eerst voorkomen per secundaire DKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het VPPKB 2018 toe. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 5 Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘7’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen secundaire DKG’. 6 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium secundaire DKG’s naar de macroverzekerdenraming. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 12 — Artikel 12 HKG’s#
Artikel 12 HKG’s 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium HKG’s per zorgverzekeraar op: a. bijlage 3 de indeling in HKG klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave per 1 juni 2019 van declaraties hulpmiddelen 2018 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. 2 bijlage 3 Het Zorginstituut koppelt de opgave, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2019 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming vanvan deze Beleidsregels, in welke HKG klasse de verzekerde valt. Als een verzekerde in meer HKG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke klasse in. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3 Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium HKG’s de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het vorige lid, met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PKB 2019 voor het eerst voorkomen per HKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe. 4 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen HKG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen HKG’ in. 5 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium HKG’s naar de macroverzekerdenraming. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 13 — Artikel 13 AVI#
Artikel 13 AVI 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium AVI per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. bijlage 4 de indeling op de indeling in AVI klassen zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de leeftijd op het VPPKB 2018; c. de zelfstandigen op het zelfstandigenbestand op peildatum 30 juni 2018; d. de duurzaam en volledig arbeidsongeschikten, de overige arbeidsongeschikten, de bijstandsgerechtigden, de werklozen en de loontrekkers op het UWV-bestand op peildatum 30 juni 2018; e. de studenten en hoogopgeleiden op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer op peildatum 1 juni 2018; f. de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2018; g. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand 2018 op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2018. 2 artikel 9, vierde lid, van de Regeling bijlage 4 Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met g, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2018 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanenvan deze Beleidsregels, in welke AVI klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3 Na toepassing van het vorige lid koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4 Het Zorginstituut herschaalt na toepassing van het derde lid het geraamde aantal verzekerden voor het criterium AVI naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per AVI klasse constant blijft. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 14 — Artikel 14 Regio#
Artikel 14 Regio 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. bijlage 5 de indeling op de indeling in regioklassen zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de viercijferige postcode op het PKB 2019. 2 Het Zorginstituut bepaalt op basis van het eerste lid in welke regioklasse de verzekerde wordt ingedeeld. 3 Het Zorginstituut herschaalt na toepassing van het eerste en tweede lid het geraamde aantal verzekerden voor het criterium regio naar de macroverzekerdenraming. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 15 — Artikel 15 SES#
Artikel 15 SES 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. bijlage 6 de indeling van de klasse ‘1 (zeer laag)’ op het referentiebestand PPA/SES dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de leeftijd op het VPPKB 2018; c. het inkomen op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over het jaar 2016; d. het inkomen wanneer voor 2016 geen gegevens beschikbaar zijn op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over het jaar 2017; e. de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2018; f. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand 2018 op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2018; g. bewoners Wlz-instelling op Wlz-declaraties december 2017 en op Wlz-declaraties december 2018. 2 artikel 9, zesde en zevende lid, van de Regeling Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid onder b tot en met g, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2018 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van, in welke SES klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3 Na toepassing van het tweede lid koppelt het Zorginstituut de verzekerden voor het criterium SES aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4 Het Zorginstituut herschaalt na toepassing van het derde lid het geraamde aantal verzekerden voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per SES klasse constant blijft. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 16 — Artikel 16 PPA#
Artikel 16 PPA 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium PPA per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. bijlage 6 de indeling van de klassen ‘Wlz-instelling, blijvend’ en ‘Wlz-instelling, instromend’ op het referentiebestand PPA/SES dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de leeftijd op het VPPKB 2018; c. de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2017; d. de adresgegevens indien een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2017, op het het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2017. Indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het VPPKB 2017 op het gepseudonimiseerde adres in het belastingdienstbestand over 2018 en indien verzekerde ook niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2018 op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2018; e. bewoners Wlz-instelling blijvend op Wlz-declaraties december 2017; f. bewoners Wlz-instelling instromend op Wlz-declaraties december 2018 en op Wlz-declaraties december 2017. 2 Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid onder b tot en met f, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2018 en bepaalt op basis hiervan in welke PPA klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 3 Na toepassing van het tweede lid koppelt het Zorginstituut de verzekerden voor het criterium PPA aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4 Het Zorginstituut herschaalt na toepassing van het derde lid het geraamde aantal verzekerden voor het criterium PPA naar de macroverzekerdenraming, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per klasse constant blijft. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 17 — Artikel 17 MHK#
Artikel 17 MHK 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op: a. declaraties met betrekking tot 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten tot en met 31 december 2017, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; b. declaraties met betrekking tot 2016 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten tot en met 31 december 2018, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; c. declaraties met betrekking tot 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. het VPPKB 2015, het VPPKB 2016 en het VPPKB 2017. 2 Het Zorginstituut herleidt de percentages van de MHK klassen met betrekking tot 2015, 2016 respectievelijk 2017 tot drempelbedragen MHK 2015, 2016 respectievelijk 2017. 3 Het Zorginstituut bepaalt op basis van de declaraties, bedoeld in het eerste lid, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2018 in welke MHK klasse een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut deelt verzekerden die drie voorafgaande jaren geen variabele kosten in de top 30 procent hadden in bij de klasse ‘Geen MHK’. 4 Na toepassing van het derde lid koppelt het Zorginstituut de verzekerden voor het criterium MHK aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie per MHK klasse constant blijft. 5 Het Zorginstituut herschaalt na toepassing van de vorige leden het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MHK naar de macroverzekerdenraming en stemt de relatieve prevalentie per klasse af op de Overall Toets 2020 met WOR nummer 973, zoals die op 8 augustus 2019 aan de Minister van VWS is gerapporteerd. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 18 — Artikel 18 FDG#
Artikel 18 FDG 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FDG per zorgverzekeraar op: a. bijlage 7 de indeling in FDG klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave per 1 juni 2019 van declaraties fysiotherapie en oefentherapie 2018 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. 2 bijlage 7 Het Zorginstituut koppelt de declaraties, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2019 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming vanvan deze Beleidsregels, in welke FDG klasse de verzekerde valt. Als een verzekerde in meer FDG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke klasse in. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3 Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FDG de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het vorige lid, met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PKB 2019 voor het eerst voorkomen per FDG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe. 4 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FDG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen FDG’. 5 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FDG naar de macroverzekerdenraming. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 19 — Artikel 19 MVV#
Artikel 19 MVV 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MVV per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. de leeftijd op het VPPKB 2018; b. de kosten op declaraties kosten verpleging en verzorging 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, tot en met 31 december 2017, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; c. de kosten op declaraties kosten verpleging en verzorging 2016 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, tot en met 31 december 2018, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. de kosten op declaraties kosten verpleging en verzorging 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; e. Het VPPKB 2017. 2 Het Zorginstituut herleidt de percentages van de MVV klassen tot drempelbedragen. 3 Het Zorginstituut bepaalt op basis van de som van de declaraties, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2018 per verzekerde in welke MVV klasse de verzekerde valt. Het Zorginstituut stelt voor de klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 4 In afwijking van het vorige lid deelt het Zorginstituut verzekerden jonger dan achttien jaar voor wie de kosten bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, tot de top 0,25% behoren, in in de MVV klasse ‘Kosten V&V voorafgaand jaar in top 0,25%; 0-17 jaar’. 5 artikel 9, negende lid, van de Regeling Voor verzekerden met kosten gelijk aan het drempelbedrag verdeelt het Zorginstituut met inachtneming vande zwaarte van 1 naar rato over de betreffende klassen. 6 artikel 9, tiende lid, van de Regeling Indien de percentielgrens gelijk is aan nul euro deelt het Zorginstituut, met inachtneming van, verzekerden met kosten op de percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’. 7 artikel 9, zesde lid van de Regeling Het Zorginstituut deelt, met inachtneming van, verzekerden in een Wlz-instelling in in de klasse ‘Geen MVV’. 8 Het Zorginstituut koppelt de verzekerden voor het criterium MVV aan het VPPKB 2018. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 9 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MVV’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen MVV’. 10 Het Zorginstituut herschaalt na toepassing van de vorige leden het geraamde aantal verzekerden voor het criterium MVV naar de macroverzekerdenraming en stemt de relatieve prevalentie per klasse af op de Overall Toets 2020 met WOR nummer 973, zoals die op 8 augustus 2019 aan de Minister van VWS is gerapporteerd. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 20 — Artikel 20 FKG GGZ#
Artikel 20 FKG GGZ 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG GGZ per zorgverzekeraar op: a. bijlage 8 de indeling in FKG GGZ klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave per 1 juni 2019 van declaraties farmaceutische hulp 2018 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. 2 artikel 9, vijfde lid, van de Regeling bijlage 8 Het Zorginstituut koppelt de declaraties, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2019 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanenvan deze Beleidsregels, in welke FKG GGZ klassen de verzekerde wordt ingedeeld. Aan de verzekerde koppelt het Zorginstituut een zwaarte van 1 voor de betreffende klassen. 3 Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FKG GGZ 2020 de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het tweede lid, met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel. Het Zorginstituut past voor verzekerden die in het PKB 2019 voor het eerst voorkomen per FKG GGZ klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe. 4 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ in. 5 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG GGZ naar de macroverzekerdenraming. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 21 — Artikel 21 DKG GGZ#
Artikel 21 DKG GGZ 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG GGZ per zorgverzekeraar op: a. bijlage 9 de indeling in DKG GGZ klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2019 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ en zzp’s GGZ die in 2017 geopend zijn; c. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2018 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ en zzp’s GGZ die in 2016 geopend zijn; d. de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2018 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s GGZ die in 2015 geopend zijn; e. Wlz-opgaven die via Vektis zijn aangeleverd met betrekking tot zzp’s in 2017, 2016 en 2015; f. AWBZ-opgaven die via Vektis zijn aangeleverd met betrekking tot zzp’s in 2014; g. Declaraties generalistische Basis-GGZ over 2017 die via Vektis zijn aangeleverd. 2 bijlage 9 Het Zorginstituut koppelt op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer de opgaven, bedoeld in het vorige lid, aan het VPPKB 2018. Het Zorginstituut bepaalt op basis hiervan en met inachtneming vanvan deze Beleidsregels per verzekerde in welke DKG GGZ klasse de verzekerde valt. Als een verzekerde in meer DKG GGZ klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke klasse in. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3 Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium DKG GGZ de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het vorige lid, twee keer met de toepasselijke trendfactor uit de tabel. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het VPPKB 2018 voor het eerst voorkomen per DKG GGZ klasse de gemiddelde prevalentie voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het VPPKB 2018 toe. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4 Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘18’ van het criterium DKG’s GGZ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ in. 5 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s GGZ naar de macroverzekerdenraming. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 22 — Artikel 22 GGZ-regio#
Artikel 22 GGZ-regio 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. bijlage 10 de indeling op de GGZ regio klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de viercijferige postcode op het PKB 2019. 2 Het Zorginstituut bepaalt op basis van het eerste lid in welke GGZ-regioklasse de verzekerde wordt ingedeeld. 3 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-regio naar de macroverzekerdenraming. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 23 — Artikel 23 GGZ-MHK#
Artikel 23 GGZ-MHK 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-MHK per zorgverzekeraar op: a. declaraties met betrekking tot 2013 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2015, zoals zorgverzekeraars die op 1 oktober 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; b. declaraties met betrekking tot 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2016, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; c. declaraties met betrekking tot 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2017, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. declaraties met betrekking tot 2016 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2018, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; e. declaraties met betrekking tot 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; f. het VPPKB 2013, VPPKB 2014, VPPKB 2015, het VPPKB 2016 en het VPPKB 2017. 2 Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen GGZ-MHK met betrekking tot 2013, 2014, 2015, 2016 respectievelijk 2017 tot drempelbedragen GGZ-MHK 2013, 2014, 2015, 2016 respectievelijk 2017. 3 Het Zorginstituut bepaalt op basis van de declaraties, bedoeld in het eerste lid, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2018 in welke GGZ-MHK klasse een verzekerde wordt ingedeeld. Het Zorginstituut stelt voor de klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 4 artikel 9, achtste lid, van de Regeling Voor verzekerden met kosten gelijk aan de percentielgrens ’Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ > 10 euro’ verdeelt het Zorginstituut met inachtneming vande zwaarte van 1 naar rato over de betreffende klassen. 5 Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2019, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 6 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen GGZ-MHK’ valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de klasse ‘Geen GGZ-MHK’ in. 7 Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-MHK naar de macroverzekerdenraming en stemt de relatieve prevalentie per klasse af op de Overall Toets 2020 met WOR nummer 973, zoals die op 8 augustus 2019 aan de Minister van VWS is gerapporteerd. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 24 — Artikel 24 Gewichten voor het deelbedrag variabele zorgkosten#
Artikel 24 Gewichten voor het deelbedrag variabele zorgkosten 1 bijlage 1 van de Regeling Voor de verdeling van het macro-deelbedrag variabele zorgkosten gaat het Zorginstituut uit van de gewichten genoemd in. 2 artikel 6 van de Regeling Voor de verdeling van het macro-deelbedrag variabele zorgkosten hanteert het Zorginstituut met inachtneming vanvoor verzekerden die in het buitenland wonen voor de volgende criteria de volgende gewichten als uitgangspunten: a. 65% van het gewicht van de FKG klasse ‘Geen FKG’; b. 75% van het gewicht voor de primaire DKG klasse ‘Geen primaire DKG’; c. 80% van het gewicht voor de secundaire DKG klasse ‘Geen secundaire DKG’; d. 75% van het gewicht voor de HKG klasse ‘Geen HKG’; e. 90% van het gewicht voor de FDG klasse ‘Geen FDG’. 3 Het Zorginstituut rondt de gewichten, bedoeld in het vorige lid, af op twee decimalen. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 25 — Artikel 25 De verdeling van het macro-deelbedrag variabele zorgkosten en de berekening van het deelbedrag variabele zorgkosten#
Artikel 25 De verdeling van het macro-deelbedrag variabele zorgkosten en de berekening van het deelbedrag variabele zorgkosten 1 artikel 24 Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar, per criterium voor de criteria leeftijd en geslacht, FKG’s, primaire DKG’s, secundaire DKG’s, HKG’s, AVI, regio, SES, PPA, MHK, FDG en MVV de gewichten variabele zorgkosten 2020, bedoeld in, per klasse met het geraamde aantal verzekerden in de overeenkomstige klasse. 2 Het Zorginstituut sommeert de op grond van het eerste lid berekende producten per zorgverzekeraar. 3 Het resultaat na toepassing van het tweede lid wordt aangeduid als het deelbedrag variabele zorgkosten 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 26 — Artikel 26 De verdeling van het macro-deelbedrag vaste zorgkosten en de berekening van het deelbedrag vaste zorgkosten#
Artikel 26 De verdeling van het macro-deelbedrag vaste zorgkosten en de berekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 1 artikel 3.5 van het Besluit zorgverzekering Op grond vanberekent het Zorginstituut het normbedrag vaste zorgkosten 2020 door het macro-deelbedrag vaste zorgkosten te delen door het landelijk totaal van het aantal geraamde verzekerden 2020 en het resultaat af te ronden op twee decimalen. 2 Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het geraamde aantal verzekerden 2020 met het normbedrag vaste zorgkosten 2020, zoals berekend in het eerste lid. 3 Het resultaat na toepassing van het tweede lid wordt aangeduid als het deelbedrag vaste zorgkosten 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 27 — Artikel 27 Gewichten voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg#
Artikel 27 Gewichten voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 1 bijlage 2 van de Regeling Voor de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg gaat het Zorginstituut uit van de gewichten genoemd in. 2 artikel 6 van de Regeling Voor de verdeling van het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg hanteert het Zorginstituut met inachtneming vanvoor verzekerden die in het buitenland wonen voor de volgende criteria de volgende gewichten als uitgangspunten: a. 65% van het gewicht voor de FKG GGZ klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’; b. 45% van het gewicht voor de DKG GGZ klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’. 3 Het Zorginstituut rondt de gewichten, bedoeld in het vorige lid, af op twee decimalen. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 28 — Artikel 28 De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en de berekening van het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg#
Artikel 28 De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg en de berekening van het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 1 artikel 27 Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar, per criterium voor de criteria leeftijd en geslacht, FKG GGZ, DKG GGZ, AVI, GGZ-regio, SES, PPA en GGZ-MHK de gewichten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020, bedoeld in, per klasse met het geraamde aantal verzekerden in de overeenkomstige klasse. 2 Het Zorginstituut sommeert de op grond van het eerste lid berekende producten per zorgverzekeraar. 3 Het resultaat na toepassing van het tweede lid wordt aangeduid als het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 29 — Artikel 29 Gewichten en forfaitair bedrag voor de opbrengst van het eigen risico#
Artikel 29 Gewichten en forfaitair bedrag voor de opbrengst van het eigen risico 1 bijlage 4 van de Regeling Voor de berekening van de normatieve eigen risico opbrengst voor verzekerden die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen FDG’, en ‘Geen MVV’ vallen en niet worden ingedeeld bij de MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, gaat het Zorginstituut uit van de gewichten genoemd in. 2 artikel acht, derde lid van de Regeling Voor de berekening van de normatieve eigen risico opbrengst voor verzekerden die niet bedoeld zijn in het eerste lid, hanteert het Zorginstituut de geraamde opbrengst per verzekerde, zoals genoemd in. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 30 — Artikel 30 De berekening van de normatieve eigen risico opbrengst#
Artikel 30 De berekening van de normatieve eigen risico opbrengst 1 artikel 29 Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar, per criterium voor de criteria leeftijd en geslacht, AVI, regio en MHK de gewichten eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico 2020, bedoeld in, per klasse met het geraamde aantal verzekerden in de overeenkomstige klasse. 2 Het Zorginstituut sommeert de op grond van het eerste lid berekende producten per zorgverzekeraar. 3 artikel 29, eerste lid Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar de geraamde opbrengst per verzekerde met de verzekerden van achttien jaar en ouder die niet bedoeld zijn in. De uitkomsten worden per zorgverzekeraar gesommeerd en toegevoegd aan het resultaat na toepassing van het tweede lid. 4 artikel acht, eerste lid, van de Regeling Voor de toepassing van, vermindert het Zorginstituut per zorgverzekeraar de uitkomst van het derde lid met 0,07122 procent. 5 Het resultaat na toepassing van het vierde lid wordt aangeduid als normatieve eigen risico opbrengst 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 31 — Artikel 31 De berekening van het normatieve bedrag en de berekening en toekenning van de vereveningsbijdrage#
Artikel 31 De berekening van het normatieve bedrag en de berekening en toekenning van de vereveningsbijdrage 1 hoofdstuk Het Zorginstituut berekent het normatieve bedrag 2020 van een zorgverzekeraar als de som van het op grond van het in ditberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2020, het deelbedrag vaste zorgkosten 2020 en het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020. 2 Het Zorginstituut berekent de opbrengst van de nominale rekenpremie 2020 per zorgverzekeraar door de geraamde aantallen verzekerden van achttien jaar en ouder 2020 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2020. 3 artikel zeven, derde lid, van de Regeling Voor de toepassing van, vermindert het Zorginstituut het resultaat na toepassing van het tweede lid met 0,07122 procent. 4 artikel 30, vijfde lid Het Zorginstituut berekent de vereveningsbijdrage 2020 voor een zorgverzekeraar door op het normatieve bedrag 2020, bedoeld in het eerste lid, de normatieve eigen risico opbrengst 2020 zoals bepaald inen de op grond van het tweede en derde lid berekende opbrengst van de nominale rekenpremie 2020 in mindering te brengen. 5 Het Zorginstituut berekent per zorgverzekeraar de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar 2020. Deze uitkering bedraagt het aantal geraamde verzekerden jonger dan achttien jaar vermenigvuldigd met€ 41,00. 6 Het Zorginstituut kent de vereveningsbijdrage 2020 ter hoogte van de bijdrage berekend op grond van het vierde lid, aangevuld met het bedrag, berekend op grond van het vijfde lid, aan de zorgverzekeraar toe. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 32 — Artikel 32 Herberekeningen als gevolg van splitsing van de zorgverzekeraar#
Artikel 32 Herberekeningen als gevolg van splitsing van de zorgverzekeraar Indien een zorgverzekeraar na de toekenning van de vereveningsbijdrage 2020 besluit zich te splitsen, verzoekt het Zorginstituut de zorgverzekeraar om mee te delen hoe naar zijn verwachting de geraamde verzekerdenaantallen 2020 verdeeld zullen worden, over nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars als gevolg van de splitsing. Het Zorginstituut kan de toegekende vereveningsbijdrage herzien en bijdragen aan nieuwe dan wel bestaande zorgverzekeraars toekennen, rekening houdend met de meegedeelde geraamde verzekerdenaantallen en het tijdstip waarop de splitsing wordt gerealiseerd. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 33 — Artikel 33 De herberekening en herziening van de toegekende bijdrage 2020#
Artikel 33 De herberekening en herziening van de toegekende bijdrage 2020 1 Het Zorginstituut herberekent de toekenning van de vereveningsbijdrage op basis van de verzekerdenaantallen 2020 volgens de opgaven van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut op 7 maart 2020. 2 artikel 31, zesde lid Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage 2020, zoals toegekend op grond van, per zorgverzekeraar en betrekt daarbij de verzekerden die, volgens opgave van Vektis, op peildatum 15 februari zijn ingeschreven bij die zorgverzekeraar. 3 Het Zorginstituut voert de herberekening van de toegekende vereveningsbijdrage 2020 als volgt uit: Het Zorginstituut deelt per zorgverzekeraar het totaal aantal verzekerden uit de opgaven in het eerste lid door het geraamde totaal aantal verzekerden 2020 uit het tweede lid en vermenigvuldigt per zorgverzekeraar de uitkomst hiervan met de op grond van het tweede lid herberekende vereveningsbijdrage 2020. 4 artikel 31, zesde lid Het Zorginstituut herziet de op grond van, toegekende vereveningsbijdrage 2020 overeenkomstig de herberekening bedoeld in het derde lid. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 34 — Artikel 34 Algemene bepaling verzekerdenaantallen#
Artikel 34 Algemene bepaling verzekerdenaantallen 1 Het Zorginstituut betrekt de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast over 2020 bij de vaststelling van de verzekerdenaantallen 2020. 2 artikel 5 6 7 Het Zorginstituut bepaalt de verzekerdenaantallen 2020 met inachtneming van het bepaalde in dit artikel en met inachtneming van,en. 3 Het Zorginstituut baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2020, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2021. 4 Het Zorginstituut deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, regio en GGZ-regio. 5 artikel 10 van de Regeling Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, past het Zorginstituuttoe. 6 artikel 24 tweede lid onder a tot en met e artikel 27 tweede lid onder a en b Het Zorginstituut herziet de percentages genoemd inen in, indien de herberekende percentages meer dan 5 procentpunt verschillen van de genoemde percentages. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 35 — Artikel 35 Leeftijd en geslacht#
Artikel 35 Leeftijd en geslacht 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het VPPKB 2020. 2 Het Zorginstituut bepaalt op basis van de opgave, bedoeld in het eerste lid, per verzekerde in welke leeftijd en geslachtsklasse de verzekerde wordt ingedeeld. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 36 — Artikel 36 FKG’S#
Artikel 36 FKG’S 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op: a. bijlage 1 de indeling in FKG klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave per 1 juni 2020 van declaraties farmaceutische hulp 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; c. de opgave per 1 juni 2021 van declaratiegegevens add-ons geneesmiddelen 2019 van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. 2 artikel 9, tweede en derde lid, van de Regeling bijlage 1 Het Zorginstituut koppelt de opgaven bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2020 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanenvan deze Beleidsregels, in welke FKG klassen de verzekerde valt. 3 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FKG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FKG’ in. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 37 — Artikel 37 Primaire DKG’s#
Artikel 37 Primaire DKG’s 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium primaire DKG’s per zorgverzekeraar op: a. bijlage 2 de indeling in primaire DKG klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2021 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2019 geopend zijn; c. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2020 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2018 geopend zijn. 2 bijlage 2 Het Zorginstituut koppelt de opgaven, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b en c, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2020 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanvan deze Beleidsregels per verzekerde in welke primaire DKG klasse ‘1’ tot en met ‘15’ de verzekerde wordt ingedeeld. Als de verzekerde in meerdere primaire DKG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke primaire DKG klasse in. 3 Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘15’ is ingedeeld, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij klasse ‘Geen primaire DKG’. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 38 — Artikel 38 Secundaire DKG’s#
Artikel 38 Secundaire DKG’s 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium secundaire DKG’s per zorgverzekeraar op: a. bijlage 2 de indeling in secundaire DKG klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2021 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2019 geopend zijn; c. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2020 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2018 geopend zijn. 2 bijlage 2 Het Zorginstituut koppelt de opgaven, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b en c, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2020 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanvan deze Beleidsregels per verzekerde in welke secundaire DKG klasse ‘1’ tot en met ‘7’ de verzekerde wordt ingedeeld. Bij de indeling naar secundaire DKG klassen sluit het Zorginstituut declaraties die tot een primaire DKG hebben geleid uit. Als de verzekerde in meerdere secundaire DKG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke secundaire DKG klasse in. 3 Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘7’ is ingedeeld, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij klasse ‘Geen secundaire DKG’. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 39 — Artikel 39 HKG’s#
Artikel 39 HKG’s 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium HKG’s per zorgverzekeraar op: a. bijlage 3 de indeling in de HKG klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave per 1 juni 2020 van declaraties hulpmiddelen 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. 2 bijlage 3 Het Zorginstituut koppelt de opgave, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2020 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanvan deze Beleidsregels in welke HKG klasse de verzekerde wordt ingedeeld. Als de verzekerde in meerdere HKG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke HKG klasse in. 3 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen HKG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen HKG’ in. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 40 — Artikel 40 AVI#
Artikel 40 AVI 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium AVI per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. bijlage 4 de indeling op de indeling in AVI klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de leeftijd op het VPPKB 2020; c. de zelfstandigen op het zelfstandigenbestand over 2020, met peildatum 30 juni 2020; d. de duurzaam en volledig arbeidsongeschikten, de overige arbeidsongeschikten, de bijstandsgerechtigden, de werklozen en de loontrekkers op het UWV-bestand over 2020, op peildatum 30 juni 2020; e. indien het UWV-bestand betreffende een gemeente onvoldoende gegevens over de bijstandsgerechtigden bevat, op de gegevens over 2019, met als peildatum 30 juni 2019 voor verzekerden uit die gemeente; f. de studenten en de hoogopgeleiden op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2020; g. de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2020; h. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2020 op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2020. 2 artikel 9, vierde lid, van de Regeling bijlage 4 Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b tot en met h, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2020 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanenvan deze Beleidsregels per verzekerde in welke AVI klasse de verzekerde wordt ingedeeld. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 41 — Artikel 41 Regio#
Artikel 41 Regio 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. bijlage 5 de indeling op de indeling in regioklassen zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de viercijferige postcode op het VPPKB 2020. 2 Het Zorginstituut bepaalt op basis van het eerste lid in welke regioklasse de verzekerde wordt ingedeeld. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 42 — Artikel 42 SES#
Artikel 42 SES 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. bijlage 6 de indeling van de klasse ‘1 (zeer laag)’ op het referentiebestand PPA/SES dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de leeftijd op het VPPKB 2020; c. het inkomen op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2018; d. het inkomen in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2018 op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2019; e. de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2020; f. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2020 op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2020; g. bewoners Wlz-instelling op Wlz-declaraties december 2019 en op Wlz-declaraties december 2020. 2 artikel 9, zesde en zevende lid, van de Regeling Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid onder b tot en met g, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2020 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanper verzekerde in welke SES klasse de verzekerde wordt ingedeeld. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 43 — Artikel 43 PPA#
Artikel 43 PPA 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium PPA per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. bijlage 6 de indeling van de klassen ‘Wlz-instelling, blijvend’ en ‘Wlz-instelling, instromend’ op het referentiebestand PPA/SES dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de leeftijd op het VPPKB 2020; c. de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2019; d. de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2019 op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2019. Indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het VPPKB 2019 op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in het belastingdienstbestand over 2020 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het belastingdienstbestand over 2020 op het gepseudonimiseerde adres in het VPPKB 2020; e. bewoners Wlz-instelling blijvend op Wlz-declaraties december 2019; f. bewoners Wlz-instelling instromend op Wlz-declaraties december 2020 en Wlz-declaraties december 2019. 2 Het Zorginstituut koppelt de gegevens, bedoeld in het eerste lid onder b tot en met f, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2020 en bepaalt op basis hiervan per verzekerde in welke PPA klasse de verzekerde wordt ingedeeld. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 44 — Artikel 44 MHK#
Artikel 44 MHK 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op: a. declaraties 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging tot en met 31 december 2019, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2020 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; b. declaraties 2018 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging tot en met 31 december 2020, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2021 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; c. declaraties 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2021 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. het VPPKB 2017, het VPPKB 2018 en het VPPKB 2019. 2 Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot 2017, 2018 en 2019 tot respectievelijk drempelbedragen MHK 2017, 2018 en 2019. 3 Het Zorginstituut bepaalt op basis van de declaraties, bedoeld in het eerste lid, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2020 in welke MHK klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 4 Het Zorginstituut deelt verzekerden die drie voorafgaande jaren geen variabele kosten in top 30 procent hadden in bij de klasse ‘Geen MHK’. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 45 — Artikel 45 FDG#
Artikel 45 FDG 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium FDG per zorgverzekeraar op: a. bijlage 7 de indeling in FDG klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave per 1 juni 2020 van declaraties fysiotherapie en oefentherapie 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut; c. het VPPKB 2019. 2 bijlage 7 Het Zorginstituut koppelt de declaraties, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2020 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanvan deze Beleidsregels, per verzekerde in welke FDG klasse de verzekerde valt. Als de verzekerde in meerdere FDG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke FDG klasse in. 3 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FDG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen FDG’. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 46 — Artikel 46 MVV#
Artikel 46 MVV 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MVV per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. de leeftijd op het VPPKB 2020; b. de kosten op declaraties kosten van verpleging en verzorging 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2019, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2020 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; c. de kosten op declaraties verpleging en verzorging 2018 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2020, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2021 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. de kosten op declaraties verpleging en verzorging 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2021 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; e. het VPPKB 2019. 2 Het Zorginstituut herleidt de percentages van de MVV klassen tot drempelbedragen. 3 Het Zorginstituut bepaalt op basis van de som van de declaraties bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d de drempelbedragen, bedoeld in het tweede lid, en een koppeling met het VPPKB 2020 per verzekerde in welke MVV klasse de verzekerde wordt ingedeeld. 4 artikel 9, negende lid, van de Regeling Het Zorginstituut deelt met inachtneming vanverzekerden met kosten gelijk aan de drempelbedragen naar rato in bij de betreffende klassen. 5 artikel 9, tiende lid, van de Regeling Indien de percentielgrens gelijk is aan nul euro deelt het Zorginstituut, met inachtneming van, verzekerden met kosten op de percentielgrens in bij de klasse ‘Geen MVV’. 6 artikel 9, zesde lid van de Regeling Het Zorginstituut deelt, met inachtneming van, verzekerden in een Wlz-instelling in in de klasse ‘Geen MVV’. 7 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MVV’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen MVV’. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 47 — Artikel 47 FKG GGZ#
Artikel 47 FKG GGZ 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium FKG GGZ per zorgverzekeraar op: a. bijlage 8 de indeling in FKG GGZ 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave per 1 juni 2020 van declaraties farmaceutische hulp 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut. 2 artikel 9, vijfde lid, van de Regeling bijlage 8 Het Zorginstituut koppelt de opgave bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2020 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanenvan deze Beleidsregels in welke FKG GGZ klassen de verzekerde wordt ingedeeld. 3 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’ in. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 48 — Artikel 48 DKG GGZ#
Artikel 48 DKG GGZ 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG GGZ per zorgverzekeraar op: a. bijlage 9 de indeling in DKG GGZ 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2021 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle prestaties generalistische Basis-GGZ in 2019 en van alle dbc’s en zzp’s GGZ die in 2019 geopend zijn; c. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2020 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s en zzp’s GGZ die in 2018 geopend zijn; d. de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2019 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s en zzp’s GGZ die in 2017 geopend zijn. 2 bijlage 9 Het Zorginstituut koppelt op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer de opgaven, bedoeld in het vorige lid, aan het VPPKB 2020. Het Zorginstituut bepaalt op basis hiervan met inachtneming vanvan deze Beleidsregels per verzekerde in welke DKG GGZ klasse de verzekerde valt. Als de verzekerde in meerdere DKG GGZ klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke DKG GGZ klasse in. 3 Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘18’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ in. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 49 — Artikel 49 GGZ-regio#
Artikel 49 GGZ-regio 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: a. bijlage 10 de indeling op GGZ regio klassen 2020 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen invan deze Beleidsregels; b. de viercijferige postcode op het VPPKB 2020. 2 Het Zorginstituut bepaalt op basis van het eerste lid in welke GGZ-regioklasse de verzekerde wordt ingedeeld. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 50 — Artikel 50 GGZ-MHK#
Artikel 50 GGZ-MHK 1 Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium GGZ-MHK per zorgverzekeraar op: a. declaraties 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2017, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; b. declaraties 2016 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2018, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2019 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; c. declaraties 2017 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2019, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2020 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; d. declaraties 2018 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg exclusief kosten voor langdurige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2020, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2021 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; e. declaraties 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg exclusief kosten voor langdurige geestelijke gezondheidszorg, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2021 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd; f. het VPPKB 2015, VPPKB 2016, VPPKB 2017, het VPPKB 2018 en het VPPKB 2019. 2 Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen GGZ-MHK met betrekking tot 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019 tot respectievelijk drempelbedragen GGZ-MHK 2015, 2016, 2017, 2018 en 2019. 3 Het Zorginstituut bepaalt op basis van de declaraties genoemd in het eerste lid, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2020 in welke GGZ-MHK klasse een verzekerde wordt ingedeeld. 4 artikel 9, achtste lid, van de Regeling Het Zorginstituut deelt met inachtneming vanverzekerden met kosten gelijk aan de percentielgrens ’Ten minste 1 van de 3 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 98,5 procent met kosten GGZ >10 euro’ naar rato in bij de betreffende klassen. 5 Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen GGZ-MHK’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen GGZ-MHK’ in. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 51 — Artikel 51 De voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele zorgkosten 2020#
Artikel 51 De voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele zorgkosten 2020 1 artikelen 12 13 14 van de Regeling Op basis van de opgave jaarstaat 2020 per 1 mei 2021 en met inachtneming van de,enbepaalt het Zorginstituut de variabele zorgkosten 2020 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. 2 tabel 1.2 van de Regeling Het Zorginstituut herberekent het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’, ‘COPD/zware astma o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2 van de Regeling en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen. 3 tabel 1.3 van de Regeling Het Zorginstituut herberekent het gewicht voor elke klasse van het criterium primaire DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht inmet het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen. 4 tabel 1.4 van de Regeling Het Zorginstituut herberekent het gewicht voor elke klasse van het criterium secundaire DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht inmet het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen. 5 tabel 1.10 van de Regeling Het Zorginstituut herberekent het gewicht van de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat het voor de klassen ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent’, ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent’ en ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht inen de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.10 van de Regeling, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen. 6 artikel 34 artikel 24 25 Het Zorginstituut herberekent met inachtneming van de op grond vanbepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele zorgkosten 2020 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, overeenkomstigen, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2020 van alle zorgverzekeraars. 7 Het Zorginstituut berekent de schalingsfactor voor variabele zorgkosten 2020 door de variabele zorgkosten 2020 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het op grond van het zesde lid herberekende normatieve bedrag variabele zorgkosten 2020 voor het totaal van de verzekerden 2020 van alle zorgverzekeraars. 8 Het Zorginstituut vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag variabele zorgkosten 2020 op grond van het zesde lid met de schalingsfactor berekend op grond van het zevende lid. 9 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging op grond van het achtste lid en het herberekende normatieve bedrag op grond van het zesde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waaropniet van toepassing is. 10 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat na toepassing van het negende lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waaropniet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven. 11 Het Zorginstituut vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar, berekend in het achtste lid, met het product voor die zorgverzekeraar, berekend in het tiende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 52 — Artikel 52 De voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2020#
Artikel 52 De voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2020 1 artikelen 12 13 15 van de Regeling Op basis van de opgave jaarstaat 2020 per 1 mei 2021 en met inachtneming van de,enbepaalt het Zorginstituut de vaste zorgkosten 2020 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk. 2 artikel 34 artikel 26, eerste lid Het Zorginstituut herberekent het deelbedrag vaste zorgkosten door het totaal aantal verzekerden 2020 per zorgverzekeraar, vastgesteld met toepassing vante vermenigvuldigen met het normbedrag vaste zorgkosten 2020, berekend in. 3 Het Zorginstituut calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na op het verschil tussen de vaste zorgkosten 2020, verkregen in het eerste lid, en het deelbedrag vaste zorgkosten, verkregen in het tweede lid. 4 De som van het product na toepassing van het tweede lid en de nacalculatie op het verschil na toepassing van het derde lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 53 — Artikel 53 De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020#
Artikel 53 De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 1 artikelen 12 13 van de Regeling Op basis van de opgave jaarstaat 2020 per 1 mei 2021 en met inachtneming van deen, bepaalt het Zorginstituut de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. 2 Het Zorginstituut herberekent het gewicht voor de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ van het criterium DKG’s psychische aandoeningen door het totaal aantal verzekerden in een andere klasse dan ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ per klasse van het criterium DKG’s psychische aandoeningen te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. 3 artikel 34 artikel 27 28 Het Zorginstituut herberekent met inachtneming van het op grond vanbepaalde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, overeenkomstigen, alsmede voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2020 van alle zorgverzekeraars. 4 Het Zorginstituut berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 voor verzekerden van achttien jaar en ouder 2020 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2020 van alle zorgverzekeraars. 5 Het Zorginstituut vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg 2020 uit het derde lid met de schalingsfactor berekend in het vierde lid. 6 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vijfde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het derde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waaropniet van toepassing is. 7 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat na toepassing van het zesde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waaropniet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven. 8 Het Zorginstituut vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vijfde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 54 — Artikel 54 De voorlopige herberekening van de normatieve opbrengst van het eigen risico 2020#
Artikel 54 De voorlopige herberekening van de normatieve opbrengst van het eigen risico 2020 1 artikel 34, derde lid Uitgangspunt voor de herberekening van de normatieve opbrengst van het eigen risico zijn de opgaven, bedoeld in, van de verzekerdenaantallen van de zorgverzekeraar. 2 artikel 29 en 30 Het Zorginstituut herberekent overeenkomstigde normatieve eigen risico opbrengst 2020. 3 artikel 24 van de wet Bij toepassing van het tweede lid bepaalt het Zorginstituut de gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder voor wie op grond vangeen nominale premies worden ontvangen, op basis van de opgave jaarstaat 2020 per 1 mei 2021. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 55 — Artikel 55 De voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2020 en de voorlopige herberekening en voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2020#
Artikel 55 De voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2020 en de voorlopige herberekening en voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2020 1 Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2020 voorlopig als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2020, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2020 en het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020. 2 Het Zorginstituut berekent de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder 2020 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2020. 3 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut vermindert het resultaat na toepassing van het tweede lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2020 per 1 mei 2021 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid vangeen nominale premies worden ontvangen. 4 Het Zorginstituut herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar 2020 te vermenigvuldigen met € 41,00. 5 artikel 54 Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage 2020 voorlopig door de som van het herberekende normatieve bedrag 2020, bedoeld in het eerste lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld in, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het tweede en derde lid. 6 Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2020 in september 2021 voorlopig vast ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 56 — Artikel 56 Algemene bepaling#
Artikel 56 Algemene bepaling hoofdstuk Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met inachtneming van de kosten 2020 uit de opgave jaarstaat 2022 per 1 mei 2023, de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast en de bepalingen uit dit. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 57 — Artikel 57 Bepaling van de verzekerdenaantallen 2020#
Artikel 57 Bepaling van de verzekerdenaantallen 2020 1 artikel 34 Het Zorginstituut betrekt de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast bij de verzekerdenaantallen 2020 berekend op grond van. 2 Voor het criterium SES betrekt het Zorginstituut voor het inkomen het belastingdienstbestand over 2019 bij de verzekerdenaantallen. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2019, maakt het Zorginstituut gebruik van de opgave over 2020. 3 Voor het criterium MHK betrekt het Zorginstituut bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging tot en met 31 december 2021, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2022 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. 4 Voor het criterium MVV betrekt het Zorginstituut bij de verzekerdenaantallen de declaraties verpleging en verzorging 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer tot en met 31 december 2021, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2022 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. 5 Voor het criterium GGZ-MHK betrekt het Zorginstituut bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige GGZ exclusief kosten voor langdurige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2021, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2022 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 58 — Artikel 58 De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele zorgkosten 2020#
Artikel 58 De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele zorgkosten 2020 1 artikelen 12 13 14 van de Regeling Het Zorginstituut bepaalt met inachtneming van de,en, de variabele zorgkosten 2020 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. 2 tabel 1.2 van de Regeling Het Zorginstituut herberekent het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Groeistoornissen o.b.v. add-on’, ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Immunoglobuline o.b.v. add-on’, ‘COPD/zware astma o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add on’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht inen de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2 van de Regeling, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen. 3 tabel 1.3 van de Regeling Het Zorginstituut herberekent het gewicht voor elke klasse van het criterium primaire DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht inmet het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen. 4 tabel 1.4 van de Regeling Het Zorginstituut herberekent het gewicht voor elke klasse van het criterium secundaire DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht inmet het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen. 5 tabel 1.10 van de Regeling Het Zorginstituut herberekent het gewicht van de klasse ‘Geen MHK’ zodanig dat het voor de klassen ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 4 procent’, ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 1,5 procent’ en ‘3 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 0,5 procent’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht inen de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.10 van de Regeling, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen. 6 artikel 57 artikel 24 25 Het Zorginstituut herberekent met inachtneming van de op grond vanbepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele zorgkosten 2020 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, overeenkomstigen, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2020 van alle zorgverzekeraars. 7 Het Zorginstituut berekent de schalingsfactor voor variabele zorgkosten 2020 door de variabele zorgkosten 2020 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het op grond van het zesde lid herberekende normatieve bedrag variabele zorgkosten 2020 voor het totaal van de verzekerden 2020 van alle zorgverzekeraars. 8 Het Zorginstituut vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag variabele zorgkosten 2020 op grond van het zesde lid met de schalingsfactor berekend op grond van het zevende lid. 9 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging op grond van het achtste lid en het herberekende normatieve bedrag op grond van het zesde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waaropniet van toepassing is. 10 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat na toepassing van het negende lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waaropniet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven. 11 Het Zorginstituut vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het achtste lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het tiende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 59 — Artikel 59 De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2020#
Artikel 59 De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2020 artikel 52 Het Zorginstituut herberekent voor de tweede keer voorlopig het deelbedrag vaste zorgkosten 2020 overeenkomstig, met inachtneming van artikel 56 en 57. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 60 — Artikel 60 De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020#
Artikel 60 De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 1 artikel 12 13 van de Regeling Het Zorginstituut bepaalt met inachtneming vanen, de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars. 2 Het Zorginstituut herberekent het gewicht voor de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ van het criterium DKG’s psychische aandoeningen door het totaal aantal verzekerden in een andere klasse dan ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ per klasse van het criterium DKG’s psychische aandoeningen te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en de som van het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien. 3 artikel 57 artikel 27 28 bijlage 3 van de Regeling Het Zorginstituut herberekent met inachtneming van de op grond vanbepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020, overeenkomstigenen gaat hierbij uit van de gewichten genoemd in, voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk alsmede voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2020 van alle zorgverzekeraars. 4 Het Zorginstituut berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald op grond van het eerste lid, te delen door het op grond van het derde lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 voor het totaal van alle zorgverzekeraars. 5 Het Zorginstituut vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars, het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg op grond van het derde lid, met de schalingsfactor berekend op grond van het vierde lid. 6 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging bedoeld in het vijfde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het derde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waaropniet van toepassing is. 7 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat na toepassing van het zesde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waaropniet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven. 8 Het Zorginstituut vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vijfde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. 9 artikel 16 van de Regeling Het Zorginstituut past op het resultaat uit het vorige lid hogekostencompensatie toe en baseert zich daarbij op. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 61 — Artikel 61 De tweede voorlopige herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2020#
Artikel 61 De tweede voorlopige herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2020 artikel 54 artikel 56 57 Het Zorginstituut herberekent voor de tweede keer voorlopig de normatieve eigen risico opbrengst 2020 overeenkomstig, met inachtneming vanen. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 62 — Artikel 62 De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2020 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de vereveningsbijdrage 2020#
Artikel 62 De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2020 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de vereveningsbijdrage 2020 1 Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2020 voor de tweede keer voorlopig als de som van het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2020, het tweede voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2020 en het tweede voorlopige herberekende deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020. 2 Het Zorginstituut berekent de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2020. 3 artikel 24 van de wet Het Zorginstituut vermindert de uitkomst, berekend op grond van het tweede lid, met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2020 per 1 mei 2021 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid vangeen nominale premies worden ontvangen. 4 Het Zorginstituut berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar te vermenigvuldigen met € 41,00. 5 artikel 61 Het Zorginstituut berekent de vereveningsbijdrage 2020 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2020 bedoeld in het eerste lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld inrespectievelijk de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het tweede en derde lid. 6 Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2020 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2023 ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 63 — Artikel 63 Algemene bepaling#
Artikel 63 Algemene bepaling Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage definitief met inachtneming van de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft gerapporteerd over de declaraties 2019 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer en kosten 2020 uit de jaarstaat 2022. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 64 — Artikel 64 De definitieve herberekening van het deelbedrag variabele zorgkosten 2020#
Artikel 64 De definitieve herberekening van het deelbedrag variabele zorgkosten 2020 artikel 58 artikel 63 Het Zorginstituut herberekent definitief het deelbedrag variabele zorgkosten 2020 overeenkomstig, met inachtneming van. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 65 — Artikel 65 De definitieve herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2020#
Artikel 65 De definitieve herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2020 artikel 59 artikel 63 Het Zorginstituut herberekent definitief het deelbedrag vaste zorgkosten 2020 overeenkomstig, met inachtneming van. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 66 — Artikel 66 De definitieve herberekening van het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020#
Artikel 66 De definitieve herberekening van het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 artikel 60 artikel 63 Het Zorginstituut herberekent definitief het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020 overeenkomstig, met inachtneming van. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 67 — Artikel 67 De definitieve herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2020#
Artikel 67 De definitieve herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2020 artikel 61 artikel 63 Het Zorginstituut herberekent definitief het deelbedrag normatieve eigen risico opbrengst overeenkomstig, met inachtneming van. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 68 — Artikel 68 De definitieve herberekening van het normatieve bedrag 2020 en de definitieve herberekening en de vaststelling van de bijdrage 2020#
Artikel 68 De definitieve herberekening van het normatieve bedrag 2020 en de definitieve herberekening en de vaststelling van de bijdrage 2020 1 artikel 62 artikel 63 Het Zorginstituut herberekent definitief het normatieve bedrag 2020 overeenkomstig, met inachtneming van. 2 Het Zorginstituut stelt de bijdrage 2020 vast in april 2024 ter hoogte van het in het vorige lid definitief berekende normatieve bedrag 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 69 — Artikel 69 Betaling#
Artikel 69 Betaling 1 artikel 31, vierde lid Het Zorginstituut betaalt de zorgverzekeraars de vereveningsbijdrage, bedoeld in, uit. Het Zorginstituut maakt bij de betaling onderscheid naar de volgende bestanddelen: a. het deelbedrag variabele zorgkosten 2020; b. het deelbedrag vaste zorgkosten 2020; c. het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020; d. een aftrekpost voor de normatieve eigen risico opbrengst 2020. 2 artikel 31, vijfde lid Het Zorginstituut betaalt de zorgverzekeraars de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in, gelijktijdig met de betaling genoemd in het eerste lid uit. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 70 — Artikel 70 Betalingsschema#
Artikel 70 Betalingsschema 1 artikel 69, eerste lid, onder a tot en met c Het Zorginstituut bepaalt per zorgverzekeraar de som van de bestanddelen genoemd in, en de uitkering, genoemd in artikel 69, tweede lid. 2 artikel 31, zesde lid artikel 30, vijfde lid Het Zorginstituut berekent per zorgverzekeraar de som van de vereveningsbijdrage 2020, bedoeld in, en de normatieve eigen risico opbrengst 2020, zoals bepaald in, en deelt het resultaat door het resultaat na toepassing van het eerste lid. 3 artikel 69, eerste lid, onder a tot en met c Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar ieder van de bestanddelen genoemd in, en de uitkering bedoeld in artikel 69, tweede lid, met de uitkomst op grond van het tweede lid. 4 De resultaten van het derde lid worden respectievelijk genoemd als volgt: a. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag variabele zorgkosten 2020; b. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag vaste zorgkosten 2020; c. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2020; d. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op de uitkering in verband met de uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar. 5 artikel 69, eerste lid, onder d Het Zorginstituut vermindert de som van de netto te betalen bedragen, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a tot en met d, met de aftrekpost voor de normatieve eigen risico opbrengst 2020, bedoeld in. 6 Het Zorginstituut stelt de maandelijks te betalen termijnen vast aan de hand van het op grond van het vijfde lid berekende bedrag en het betalingsschema bedoeld in het achtste lid. 7 Het Zorginstituut saldeert de maandelijks te betalen termijnen, bedoeld in het vorige lid, met de resterende te betalen termijnen van de overeenkomstige maand van de op grond van de Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2019 te betalen termijnen. 8 Het Zorginstituut betaalt de in het zevende lid bedoelde termijnen op de eerste werkdag van de maand. 9 Indien na de saldering bedoeld in het zevende lid, de te betalen termijn per maand op enig moment tot een negatief bedrag leidt, stelt het Zorginstituut dit negatieve bedrag vast en vordert het Zorginstituut het bedrag op de eerste werkdag van de betreffende maand in. 10 Indien de zorgverzekeraar het bedrag bedoeld in het vorige lid niet aan het Zorginstituut heeft betaald, verrekent het Zorginstituut het verschuldigde bedrag met de betalingen aan de zorgverzekeraar totdat het verschuldigde bedrag is voldaan. Betalingsschema Betaalmoment Bestanddelen betalingen Artikel 70 vierde lid, onder a en b Artikel 70 vierde lid, onder c Artikel 70 vierde lid, onder d Artikel 69 eerste lid, onder d januari 2020 1,20% 0,00% 8,33% 4,35% februari 2020 2,20% 0,00% 8,33% 7,56% maart 2020 3,50% 0,81% 8,34% 9,30% april 2020 5,20% 0,81% 8,33% 10,15% mei 2020 6,60% 1,01% 8,33% 10,46% juni 2020 7,30% 1,01% 8,34% 10,04% juli 2020 8,00% 1,73% 8,33% 9,00% augustus 2020 8,30% 1,73% 8,33% 7,89% september 2020 8,60% 1,73% 8,34% 6,80% oktober 2020 9,00% 2,63% 8,33% 5,99% november 2020 9,00% 2,63% 8,33% 4,95% december 2020 8,70% 2,63% 8,34% 4,05% januari 2021 7,60% 6,94% 0,00% 3,19% februari 2021 6,00% 6,94% 0,00% 2,15% maart 2021 3,70% 6,94% 0,00% 1,30% april 2021 2,40% 6,94% 0,00% 0,95% mei 2021 1,80% 6,94% 0,00% 0,65% juni 2021 0,90% 6,94% 0,00% 0,36% juli 2021 0,00% 6,94% 0,00% 0,24% augustus 2021 0,00% 6,94% 0,00% 0,22% september 2021 0,00% 6,94% 0,00% 0,16% oktober 2021 0,00% 6,94% 0,00% 0,12% november 2021 0,00% 6,94% 0,00% 0,09% december 2021 0,00% 6,94% 0,00% 0,03% 11 artikel 25 van de wet Voor een zorgverzekeraar die zich op grond vanaanmeldt bij de Nederlandse Zorgautoriteit nadat het Zorginstituut de bijdragen voor de zorgverzekeraars heeft toegekend, kan het Zorginstituut voor die zorgverzekeraar afwijken van de vorige leden. 12 Het Zorginstituut kan, indien naar zijn oordeel uit nieuwe informatie blijkt dat de verwachting is dat bij de eerstvolgende herberekening of herziening van de vereveningsbijdrage, de vereveningsbijdrage meer dan 5 procent hoger zal zijn dan bij de laatst toegekende of voorlopig vastgestelde vereveningsbijdrage, afwijken van de vorige leden en de betalingen aan een zorgverzekeraar aanpassen. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 71 — Artikel 71 Aanpassing betalingen#
Artikel 71 Aanpassing betalingen 1 artikel 33 artikel 70 Bij de herberekening en herziening van de toegekende vereveningsbijdrage 2020 op grond vanherziet het Zorginstituut de te betalen termijnen overeenkomstigvoor de eerste keer. Het Zorginstituut verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de eerste keer herziene termijnen. 2 hoofdstuk IV artikel 70 Bij gelegenheid van de eerste voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van, herziet het Zorginstituut voor de tweede keer de te betalen termijnen overeenkomstig. Het Zorginstituut verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de tweede keer herziene termijnen. 3 hoofdstuk V artikel 70 Bij gelegenheid van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van, herziet het Zorginstituut de te betalen termijnen voor de derde keer overeenkomstig. Het Zorginstituut verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de derde maal herziene termijnen. 4 hoofdstuk VI artikel 70 Bij gelegenheid van de definitieve vaststelling van de bijdrage, op grond van, stelt het Zorginstituut de te betalen termijnen definitief vast overeenkomstig. Het Zorginstituut verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de definitief te betalen termijnen. 5 Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een positief saldo voor de zorgverzekeraar, betaalt het Zorginstituut dat saldo ineens aan de zorgverzekeraar. 6 Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, betaalt de betreffende zorgverzekeraar dat saldo in één keer terug aan het Zorginstituut. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 72 — Artikel 72 Rente#
Artikel 72 Rente 1 artikel 71 De zorgverzekeraar en het Zorginstituut zijn over en weer rente verschuldigd en hebben over en weer aanspraak op rente over de verschillen, bedoeld in. 2 De rente, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de eerste voorlopige, tweede voorlopige en de definitieve vaststelling van de uitkering door het Zorginstituut verwerkt en zo mogelijk verrekend met andere betalingen die uit deze vaststellingen voortvloeien. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 73 — Artikel 73 Renteberekening#
Artikel 73 Renteberekening 1 artikel 71, tweede, derde en vierde lid Bij de verrekening van verschillen, bedoeld in, berekent het Zorginstituut rente over het verschil vanaf de datum waarop het verschil is ontstaan tot de datum waarop de verschillen worden verrekend. 2 artikel 71, tweede lid artikel 70 Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in, berekent het Zorginstituut rente vanaf de betaaldata, genoemd inen artikel 71, eerste en tweede lid tot de datum van de voorlopige vaststelling van de bijdrage. 3 artikel 71, derde lid artikel 70 Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in, berekent het Zorginstituut rente vanaf de betaaldata, genoemd inen artikel 71, eerste, tweede en derde lid tot de datum van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage. 4 artikel 71, vierde lid artikel 70 Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in, berekent het Zorginstituut rente vanaf de betaaldata, genoemd inen artikel 71 eerste, tweede, derde en vierde lid tot de datum van de definitieve vaststelling van de bijdrage. 5 artikel 70, negende en tiende lid Voor een zorgverzekeraar waarvoor krachtens, afwijkende betalingen hebben plaatsgevonden, kan het Zorginstituut bij de renteberekening afwijken van de vorige leden. 6 artikel 71, zesde lid Het Zorginstituut deelt het bedrag dat de zorgverzekeraar heeft terugbetaald op grond van, voor de renteberekening naar rato toe aan de eerste dag van de maand waarin is terugbetaald en de eerste dag van de daaropvolgende maand, waarbij het uitgangspunt is de dag van terugbetaling. 7 Voor het rentepercentage gaat het Zorginstituut uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand bij toepassing van het eerste tot en met vijfde lid. Voor de laatste kalendermaand vóór de betaling gaat het Zorginstituut uit van de rente over de voorafgaande kalendermaand. 8 De rente betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend. 9 Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld. 10 Indien de situatie zich voordoet dat het in deze paragraaf bedoelde Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 74 — Artikel 74 Ter inzage leggen referentiebestanden#
Artikel 74 Ter inzage leggen referentiebestanden bijlage 1 tot en met 10 Het Zorginstituut legt de referentiebestanden, bedoeld in, te zijner kantore ter inzage en publiceert deze op zijn website. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 75 — Artikel 75 Inwerkingtreding#
Artikel 75 Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 oktober 2019. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019
Artikel 76 — Artikel 76 Citeertitel#
Artikel 76 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2020. 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 2019 59319 30-10-2019 08-10-2019 2019043230 31-10-2019 01-10-2019