Besluit van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 9 februari 2021 (kenmerk 2020049797), ter verdeling van de besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2021
- BWB-id
- BWBR0044868
- Type
- zbo
- Ministerie
- Zorginstituut Nederland
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2022-03-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0044868
- ELI
- /eli/nl/zbo/2021/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2021/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost/2022-03-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0044868&g=2022-03-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0044868&z=2026-06-06&g=2022-03-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0044868/2022-03-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2021/beleidsregels-ter-verdeling-besteedbare-middelen-beheerskost
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In deze beleidsregels wordt verstaan onder: – Aanwijzing: Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2021 ; – beheerskostenbudget: Wlz het bedrag van de besteedbare middelen ter dekking van de beheerskostenten laste van het Fonds langdurige zorg; – Besluit houdende de aanwijzing van de zorgkantoren: besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin hij Wlz-uitvoerders aanwijst als zorgkantoor; – bewuste-keuze gesprek: gesprek dat het zorgkantoor voert met iedere persoon die een persoonsgebonden budget aanvraagt om vast te stellen of deze in aanmerking komt voor een persoonsgebonden budget; – budgethouder: artikel 3.3.3, eerste lid, van de Wlz verzekerde aan wie door het zorgkantoor een persoonsgebonden budget is verleend op grond van; – cliëntvertrouwenspersoon: Wet zorg en dwang een persoon die de cliënt ondersteunt in het realiseren van zijn rechtspositie en diens rechtspositie bevordert in het kader van de; – huisbezoek: bezoek van het zorgkantoor aan de budgethouder om vast te stellen dat het persoonsgebonden budget rechtmatig wordt besteed en om de budgethouder beter voor te lichten; – Minister van VWS: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; – Minister voor LZS: Minister voor Langdurige Zorg en Sport; – Minister voor MZ: Minister voor Medische Zorg; – Nadere aanwijzing: Nadere aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2021; – NZa: Nederlandse Zorgautoriteit; – persoonsgebonden budget: artikel 3.3.3 van de Wlz titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht een subsidie waarmee de verzekerde onder de bij of krachtensengestelde voorwaarden aan hem te verlenen zorg kan inkopen; – regio: artikel 1 van het Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2020, kenmerk 1783045-214376-Z, houdende de aanwijzing van de zorgkantoren een regio zoals genoemd in(Stcrt. 2020, 66954); – regiofactor: wegingsgetal dat wordt gehanteerd voor de berekening van het gewicht van de regio; – SVB: Sociale Verzekeringsbank; – Wlz: Wet langdurige zorg ; – Wlz-uitvoerder: artikel 4.1.1 van de Wlz een rechtspersoon als bedoel bedoeld in; – het Zorginstituut: Zorginstituut Nederland; – zorgkantoor: Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2020, kenmerk 1783045-214376-Z, houdende de aanwijzing van zorgkantoren een zorgkantoor als bedoeld in het, (Stcrt. 2020, 66954); – ZN: Zorgverzekeraars Nederland. 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 01-03-2022 01-01-2021
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Aanwijzing Het Zorginstituut stelt een voorlopig, nader en definitief beheerskostenbudget vast met inachtneming van de in degenoemde bedragen. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het Zorginstituut rondt het voorlopige, het nadere en het definitieve beheerskostenbudget af op hele euro's, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger afrondt naar boven en overige bedragen naar beneden. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Aanwijzing Het Zorginstituut stelt in februari 2021 voor ieder zorgkantoor, iedere Wlz- uitvoerder en de SVB een beheerskostenbudget voorlopig vast met inachtneming van de in degenoemde bedragen. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in, als volgt: a. Aanwijzing een bedrag van € 223,87 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het in de toelichting op degeraamde aantal van 47.500 budgethouders voor 2021, wordt verdeeld op basis van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat 2020; b. Aanwijzing een bedrag van € 296,70 voor het voeren van bewuste-keuze gesprekken in 2021, vermenigvuldigd met het in de toelichting op degeschatte aantal van 9.000 nieuwe budgethouders waarvoor het zorgkantoor één of meer bewuste-keuze gesprekken voert, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; c. Aanwijzing een bedrag van € 570,50 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2021 één of meer huisbezoeken worden afgelegd, vermenigvuldigd met het in degeschatte aantal van 16.000, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; d. een bedrag van € 6,131 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; e. een bedrag van € 3,941 miljoen voor drie zorgkantoren die in 2021 geen deel uitmaken van een concern wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; f. een bedrag van € 2,775 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor kosten met betrekking tot het PGB portaal; g. een bedrag van € 0,700 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor kosten met betrekking tot indexatie van PGB; h. AWBZ een bedrag van € 0,813 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor incassokosten vorderingen; i. een bedrag van € 0,611 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor de kosten met betrekking tot de werkzaamheden in het kader van Te goeder trouw. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag als volgt: a. Het vaste bedrag wordt berekend door dit bedrag te delen door de som van het totaal aantal regio’s en het totaal aantal zorgkantoren, waarbij het aantal regio’s wordt vermenigvuldigd met de regiofactor. b. Besluit houdende de aanwijzing van de zorgkantoren Het aantal regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in hetwordt vermenigvuldigd met de regiofactor. De uitkomst van deze vermenigvuldiging wordt met 1 verhoogd en vervolgens met het vaste bedrag, berekend in onderdeel a vermenigvuldigd en aan het budget van het zorgkantoor toegevoegd. c. Bij de berekening in onderdeel a en b wordt een regiofactor van 0,25 toegepast. d. Voor de berekening van het zorgkantoor DSW wordt de regio Westland Schieland Delfland nog als 2 regio’s geteld. 2 artikel 5 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2020 in de regio’s waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen. Inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn tellen daarbij dubbel. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders bedoeld inals volgt: a. Wlz een bedrag van € 1,579 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 1 juli 2020 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de; b. Wlz een bedrag van € 3,158 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2020 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen; c. een bedrag van € 0,302 miljoen wordt verdeeld over de twee Wlz-uitvoerders die niet zijn aangewezen als zorgkantoor en ook geen deel uitmaken van een groter concern; d. een bedrag van € 8,993 miljoen voor cliëntvertrouwenspersonen. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; e. een bedrag van € 10,563 miljoen wordt verdeeld over de Wlz-uitvoerders voor het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; f. Wlz een bedrag van € 5,605 miljoen voor openstelling van devoor de GGZ. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; g. een bedrag van € 0,177 miljoen voor overheveling van hulpmiddelen. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; h. een bedrag van ten hoogste € 16,434 miljoen is uitsluitend bestemd voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; i. een bedrag van € 0,526 miljoen voor Crisis Interventie Teams. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; j. een bedrag van € 0,255 miljoen voor verdere ontwikkeling van de onafhankelijke cliëntondersteuning voor één Wlz-uitvoerder op basis van een uitvraag van ZN; k. een bedrag van € 1,300 miljoen voor het project Volwaardig leven, pilot 5. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; l. Wlz een bedrag van € 80,009 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2020 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7, onderdeel a, b en l Wlz Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 1 juli 2020 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaatvoor de Wlz-uitvoerder 2020. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 3,8922359 als vergoeding in de beheerskosten. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Voor een nieuwe Wlz-uitvoerder, die geen rechtsopvolger is van een of meer bestaande Wlz-uitvoerders, kan het Zorginstituut uitgaan van andere dan in dit besluit genoemde verzekerdenaantallen. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 3.3.3, zevende lid, van de Wlz Het Zorginstituut stelt het bedrag zoals bedoeld voor de SVB voor de uitvoering van de taak, bedoeld invoorlopig vast op € 34,503 miljoen. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Uiterlijk op de eerste werkdag van mei 2022 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar 2021 voor de zorgkantoren, de Wlz-uitvoerders en de SVB nader vast op basis van de Nadere aanwijzing. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in, als volgt: a. een bedrag van € 223,87 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het in de Nadere aanwijzing geraamde aantal budgethouders voor 2021, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat 2021; b. Wlz 2021 een bedrag van € 296,70 vermenigvuldigd met het in de vierde kwartaalstaatdoor de zorgkantoren opgegeven aantal nieuwe budgethouders waarvoor het zorgkantoor één of meer bewuste-keuze gesprekken voert, wordt verdeeld naar rato van het aantal bewuste-keuze gesprekken per zorgkantoor in 2021 zoals blijkt uit de vierde kwartaalstaat 2021; c. een bedrag van € 570,50 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2021 één of meer huisbezoeken worden afgelegd, vermenigvuldigd met het in de Nadere aanwijzing geschatte aantal, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio, zoals genoemd in onderdeel a van dit artikel; d. een bedrag van € 6,131 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; e. een bedrag van € 3,941 miljoen voor drie zorgkantoren die in 2021 geen deel uitmaken van een concern wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; f. een bedrag van € 3,777 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor kosten met betrekking tot het PGB portaal; g. een bedrag van € 0,700 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor kosten met betrekking tot indexatie van PGB; h. een bedrag van € 0,813 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor incassokosten vorderingen AWBZ; i. een bedrag van € 0,686 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor de kosten met betrekking tot de werkzaamheden in het kader van Te goeder trouw; j. een bedrag van € 0,568 miljoen voor de kosten van de structurele uitvoering PGB 2.0 wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN. 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 01-03-2022 01-01-2021
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag als volgt: a. Het vaste bedrag wordt berekend door dit bedrag te delen door de som van het totaal aantal regio’s en het totaal aantal zorgkantoren, waarbij het aantal regio’s wordt vermenigvuldigd met de regiofactor. b. Besluit houdende de aanwijzing van zorgkantoren Het aantal regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in hetwordt vermenigvuldigd met de regiofactor. De uitkomst van deze vermenigvuldiging wordt met 1 verhoogd en vervolgens met het vaste bedrag, berekend in onderdeel a vermenigvuldigd en aan het budget van het zorgkantoor toegevoegd. c. Bij de berekening in onderdeel a en b wordt een regiofactor van 0,25 toegepast. d. Voor de berekening van het zorgkantoor DSW wordt de regio Westland Schieland Delfland vermenigvuldigd met 2. 2 artikel 13 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2021 in de regio’s waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen. Inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn tellen daarbij dubbel. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders bedoeld inals volgt: a. Wlz een bedrag van € 1,579 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 1 juli 2021 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de; b. Wlz een bedrag van € 3,158 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2021 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen; c. een bedrag van € 0,416 miljoen wordt verdeeld over de twee Wlz-uitvoerders die niet zijn aangewezen als zorgkantoor en ook geen deel uitmaken van een groter concern; d. een bedrag van € 9,156 miljoen voor cliëntvertrouwenspersonen. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; e. een bedrag van € 10,563 miljoen wordt verdeeld over de Wlz-uitvoerders voor het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; f. Wlz een bedrag van € 8,705 miljoen voor openstelling van devoor de GGZ. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; g. een bedrag van € 0,306 miljoen voor overheveling van hulpmiddelen. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; h. een bedrag van ten hoogste € 16,434 miljoen is uitsluitend bestemd voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; i. een bedrag van € 1,389 miljoen voor Crisis Interventie Teams. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; j. een bedrag van € 0,255 miljoen voor verdere ontwikkeling van de onafhankelijke cliëntondersteuning voor één Wlz-uitvoerder op basis van een uitvraag van ZN; k. een bedrag van € 2,088 miljoen voor het project Volwaardig leven, pilot 5. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; l. een bedrag van € 0,160 miljoen voor extra coronakosten. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; m. Wlz een bedrag van € 80,009 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2021 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 01-03-2022 01-01-2021
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15, onderdeel a, b en l Wlz Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 1 juli 2021 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaatvoor de Wlz-uitvoerder 2021. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 3,8680547 als vergoeding in de beheerskosten. 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 01-03-2022 01-01-2021 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a artikel 3.3.3, zevende lid, van de Wlz Het Zorginstituut stelt het bedrag voor de SVB voor de uitvoering van de taak, bedoeld in, vast op € 36,237 miljoen. 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 01-03-2022 01-01-2021
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Het Zorginstituut brengt op de nader vastgestelde beheerskostenbudgetten de door het Zorginstituut uitgekeerde voorschotten in mindering. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Uiterlijk in 2024 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar 2021 voor de zorgkantoren, de Wlz-uitvoerders en de SVB definitief vast. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in, als volgt: a. een bedrag van € 223,87 per budgethouder voor de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget, vermenigvuldigd met het in de Nadere aanwijzing geraamde aantal budgethouders voor 2021, wordt verdeeld naar rato van het aantal budgethouders per regio zoals blijkt uit de tweede kwartaalstaat 2021; b. Wlz 2021 een bedrag van € 296,70 vermenigvuldigd met het in de vierde kwartaalstaatdoor de zorgkantoren opgegeven aantal nieuwe budgethouders waarvoor het zorgkantoor één of meer bewuste-keuze gesprekken voert, wordt verdeeld naar rato van het aantal bewuste-keuze gesprekken per zorgkantoor in 2021 zoals blijkt uit de vierde kwartaalstaat 2021; c. een bedrag van € 570,50 per budgethouder voor elke budgethouder bij wie in 2021 één of meer huisbezoeken worden afgelegd, vermenigvuldigd met het in Nadere aanwijzing genoemde aantal huisbezoeken, wordt verdeeld naar rato van het aantal huisbezoeken per regio, zoals genoemd in de tweede kwartaalstaat 2022; d. een bedrag van € 6,131 miljoen wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; e. een bedrag van € 3,941 miljoen voor drie zorgkantoren die in 2021 geen deel uitmaken van een concern wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per zorgkantoor; f. een bedrag van € 3,777 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor kosten met betrekking tot het PGB portaal; g. een bedrag van € 0,700 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor kosten met betrekking tot indexatie van PGB; h. een bedrag van € 0,813 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor incassokosten vorderingen AWBZ; i. een bedrag van € 0,686 miljoen wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN voor de kosten met betrekking tot de werkzaamheden in het kader van Te goeder trouw; j. een bedrag van € 0,568 miljoen voor de kosten van de structurele uitvoering PGB 2.0. wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN. 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 01-03-2022 01-01-2021
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 13 Het Zorginstituut verdeelt 15 procent van het na toepassing vanresterende bedrag als volgt: a. Het vaste bedrag wordt berekend door dit bedrag te delen door de som van het totaal aantal regio’s en het totaal aantal zorgkantoren, waarbij het aantal regio’s wordt vermenigvuldigd met de regiofactor. b. Besluit houdende de aanwijzing van de zorgkantoren Het aantal regio’s waarvoor het zorgkantoor is aangewezen in hetwordt vermenigvuldigd met de regiofactor. De uitkomst van deze vermenigvuldiging wordt met 1 verhoogd en vervolgens met het vaste bedrag, berekend in onderdeel a vermenigvuldigd en aan het budget van het zorgkantoor toegevoegd. c. Bij de berekening in onderdeel a en b wordt een regiofactor van 0,25 toegepast. d. Voor de berekening van het zorgkantoor DSW wordt de regio Westland Schieland Delfland vermenigvuldigd met 2. 2 artikel 13 Het Zorginstituut verdeelt 85 procent van het na toepassing vanresterende bedrag op basis van het aantal inwoners per 1 januari 2021 in de regio’s waarvoor het zorgkantoor als zodanig is aangewezen. Inwoners die op die datum vijfenzestig jaar of ouder zijn tellen daarbij dubbel. Voor de bepaling van het aantal inwoners, waaronder die van vijfenzestig jaar en ouder, gebruikt het Zorginstituut de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Bij de definitieve vaststelling verdeelt het Zorginstituut het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders bedoeld inals volgt: a. Wlz een bedrag van € 1,579 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden op 1 juli 2021 dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de; b. Wlz een bedrag van € 3,158 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2021 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen; c. een bedrag van € 0,416 miljoen wordt verdeeld over de twee Wlz-uitvoerders die niet zijn aangewezen als zorgkantoor en ook geen deel uitmaken van een groter concern; d. een bedrag van € 9,156 miljoen voor cliëntvertrouwenspersonen. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; e. een bedrag van € 10,563 miljoen wordt verdeeld over de Wlz-uitvoerders voor het kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; f. Wlz een bedrag van € 8,705 miljoen voor openstelling van devoor cliënten met een psychische stoornis. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; g. een bedrag van € 0,306 miljoen voor overheveling van hulpmiddelen. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; h. een bedrag van ten hoogste € 16,434 miljoen is uitsluitend bestemd voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; i. een bedrag van € 1,389 miljoen voor Crisis Interventie Teams. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; j. een bedrag van € 0,255 miljoen voor verdere ontwikkeling van de onafhankelijke cliëntondersteuning voor één Wlz-uitvoerder op basis van een uitvraag van ZN; k. een bedrag van € 2,088 miljoen voor het project Volwaardig leven, pilot 5. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; l. een bedrag van € 0,160 miljoen voor extra coronakosten. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van een uitvraag van ZN; m. Wlz een bedrag van € 80,009 miljoen wordt verdeeld op basis van het aantal bij hen ingeschreven verzekerden dat aanspraak kan maken op verstrekkingen en uitkeringen ingevolge de, waarbij verzekerden, die op 1 juli 2021 vijfenzestig jaar of ouder zijn, dubbel tellen. 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 01-03-2022 01-01-2021
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 22, onderdeel a, b en l Voor de bepaling van het aantal verzekerden, bedoeld in, gebruikt het Zorginstituut de opgaven van de verzekerdenaantallen per 1 juli 2021 van de Wlz-uitvoerder. Deze opgave maakt onderdeel uit van de tweede kwartaalstaat Wlz voor de Wlz-uitvoerder 2021. Deze opgave dient te zijn voorzien van een bestuursverklaring. 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 01-03-2022 01-01-2021
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv Indien een Wlz-uitvoerder zijn overige taken, bedoeld in, geheel of gedeeltelijk uitbesteedt, betaalt hij aan het zorgkantoor waaraan hij deze taken uitbesteedt per verzekerde een bedrag van € 3,8680547 als vergoeding in de beheerskosten. 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 2022 5635 28-02-2022 08-02-2022 2021046684 01-03-2022 01-01-2021 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Het Zorginstituut brengt op de definitief vastgestelde beheerskostenbudgetten de door het Zorginstituut berekende nader vastgestelde beheerskostenbudgetten in mindering. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Het Zorginstituut keert het voor ieder zorgkantoor, iedere Wlz-uitvoerder en de SVB definitief vastgestelde beheerskostenbudget voor het jaar 2021 uit met inachtneming van de Regeling voorschotverlening op uitkeringen en vergoedingen Wlz 2015 . 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 januari 2021. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels ter verdeling besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2021. 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 2021 9758 01-03-2021 09-02-2021 2020049797 02-03-2021 01-01-2021