Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 28 oktober 2021 houdende regels met betrekking tot de berekening van het solvabiliteitsvereiste uit de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen voor beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s die tevens beleggingsdiensten verlenen, en regels met betrekking tot de implementatie van specifieke bepalingen uit de richtlijn prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en de uitvoering van specifieke bepalingen van de verordening kapitaalvereisten (Regeling specifieke bepalingen IFR en IFD)
- BWB-id
- BWBR0045790
- Type
- zbo
- Ministerie
- De Nederlandsche Bank N.V.
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-02-11
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0045790
- ELI
- /eli/nl/zbo/2021/regeling-specifieke-bepalingen-ifr-en-ifd
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2021/regeling-specifieke-bepalingen-ifr-en-ifd/2026-02-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0045790&g=2026-02-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0045790&z=2026-06-06&g=2026-02-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0045790/2026-02-11
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2021/regeling-specifieke-bepalingen-ifr-en-ifd
Artikel 1:1 — Artikel 1:1 – definities#
Artikel 1:1 – definities In deze regeling wordt verstaan onder: a) DNB: De Nederlandsche Bank N.V.; b) IFD: Richtlijn (EU) 2019/2034 Richtlijnen 2002/87/EG 2009/65/EG 2011/61 2013/36 2014/59 2014/65 Investment Firm Directive of richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, oftewelvan het Europees parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van,,/EU,/EU,/EU en/EU (PbEU 2019, L 314); c) IFR: Verordening (EU) 2019/2033 Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 (EU) nr. 575/2013 (EU) nr. 600/2014 (EU) nr. 806/2014 Investment Firm Regulation of verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, oftewelvan het Europees parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van,,en(PbEU 2019, L 314); d) AIFM-richtlijn: Richtlijn (EU) 2011/61 Richtlijnen 2003/41/EG 2009/65/EG (EG) nr. 1060/2009 nr. 1095/2010 Alternative Investment Fund Managers Directive of richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen, oftewelinzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van deenen van de Verordeningenen (EU)(PbEU 2011, L 174); e) UCITS-richtlijn: Richtlijn (EU) 2009/65 Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities Directive of richtlijn betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten, ofteweltot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PbEU 2009, L 302); f) Wft: Wet op het financieel toezicht de; g) Bpr: Besluit prudentiële regels Wft ; h) EBA: de Europese Bankenautoriteit (European Banking Authority). 2021 45420 05-11-2021 28-10-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N,
van het Implementatiebesluit prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen in werking treedt.
Artikel 1:2 — Artikel 1:2#
Artikel 1:2 1 hoofdstuk 2 3 artikel 2:67a, tweede lid, van de Wft artikel 2:69c, tweede lid, van de Wft Voor de toepassing vanenvan deze regeling wordt onder beheerder verstaan: een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe die een activiteit verricht of een beleggingsdienst verleent als bedoeld in, respectievelijk. 2 hoofdstuk 3 artikel 1:1 van de Wft Voor de toepassing vanvan deze regeling wordt onder beleggingsonderneming verstaan: een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen als bedoeld in. 2022 29274 03-11-2022 10-10-2022 2022 29274 03-11-2022 10-10-2022 04-11-2022
Artikel 2:1 — Artikel 2:1 – vaststellen toepasselijke kapitaaleis voor beheerders die beleggingsdiensten verlenen#
Artikel 2:1 – vaststellen toepasselijke kapitaaleis voor beheerders die beleggingsdiensten verlenen Op beheerders is het kapitaalvereiste van toepassing dat de hoogste kapitaaleis vertegenwoordigt: ofwel het kapitaalvereiste als bedoeld in UCITS of AIFMD, ofwel het kapitaalvereiste bedoeld in de IFR. 2021 45420 05-11-2021 28-10-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N,
van het Implementatiebesluit prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen in werking treedt.
Artikel 2:2 — Artikel 2:2 – berekening van het kapitaalvereiste onder de IFR#
Artikel 2:2 – berekening van het kapitaalvereiste onder de IFR 1 Het kapitaalvereiste onder de IFR bedraagt het hoogste van de volgende elementen: a) artikel 2:3 het vastekostenvereiste, berekend overeenkomstig; b) artikel 2:4 het permanente minimumkapitaalvereiste overeenkomstig; c) artikel 2:5 het K–factor-vereiste, berekend overeenkomstig. 2 In afwijking van lid 1 bedraagt het kapitaalvereiste onder de IFR, indien een beheerder aan de in artikel 12, lid 1, IFR bepaalde voorwaarden voldoet om als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming aangemerkt te worden, het hoogste van de in de lid 1, punten a) en b), bepaalde bedragen. 2021 45420 05-11-2021 28-10-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N,
van het Implementatiebesluit prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen in werking treedt.
Artikel 2:3 — Artikel 2:3 – het vastekostenvereiste#
Artikel 2:3 – het vastekostenvereiste 1 Een beheerder berekent het vastekostenvereiste onder de IFR overeenkomstig artikel 13 IFR over de totale kosten van haar bedrijf. 2 Een beheerder past voor de berekening van het vastekostenvereiste de door de Europese Commissie op basis van artikel 13, vierde lid, IFR, op voorstel van de EBA, aangenomen technische reguleringsnormen toe. 2021 45420 05-11-2021 28-10-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N,
van het Implementatiebesluit prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen in werking treedt.
Artikel 2:4 — Artikel 2:4 – het permanente minimumkapitaalvereiste#
Artikel 2:4 – het permanente minimumkapitaalvereiste Een beheerder berekent het permanente minimumkapitaalvereiste overeenkomstig artikel 14 IFR, met dien verstande dat voor de berekening van het permanente minimumkapitaalvereiste een beheerder wordt gelijkgesteld met een beleggingsonderneming zoals bedoeld in artikel 9 IFD. Het permanente minimumkapitaalvereiste wordt aan de hand van de beleggingsdiensten die de beheerder verleent berekend. 2021 45420 05-11-2021 28-10-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N,
van het Implementatiebesluit prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen in werking treedt.
Artikel 2:5 — Artikel 2:5 – de K-factoren#
Artikel 2:5 – de K-factoren 1 Een beheerder berekent haar K–factor-vereiste overeenkomstig deel 3 van de IFR. 2 Een beheerder past voor de berekening van de K-factoren de door de Europese Commissie op basis van artikel 15, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, IFR, op voorstel van de EBA, aangenomen technische reguleringsnormen toe. 3 De omvang van de K-factor vereisten voor een beheerder worden vastgesteld op basis van de omvang van de beleggingsdiensten die de beheerder verricht. 2021 45420 05-11-2021 28-10-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N,
van het Implementatiebesluit prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen in werking treedt.
Artikel 2:6 — Artikel 2:6 – overgangsbepalingen#
Artikel 2:6 – overgangsbepalingen Voor de berekening van de solvabiliteitseisen als bedoeld in deel 3 van de IFR zijn de overgangsbepalingen bedoeld in artikel 57 IFR van overeenkomstige toepassing op beheerders. 2021 45420 05-11-2021 28-10-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N,
van het Implementatiebesluit prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen in werking treedt.
Artikel 3:1 — Artikel 3:1 – ICLAAP verplichting voor kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen#
Artikel 3:1 – ICLAAP verplichting voor kleine en niet-verweven beleggingsondernemingen 1 artikel 24a1, eerste lid, van het Bpr Een beleggingsonderneming die kwalificeert als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de IFR en een beheerder die aan de in artikel 12, eerste lid, IFR bepaalde voorwaarden voldoet, voldoen aan. 2 artikel 1:1 van de Wft Het eerste lid is niet van toepassing op een beleggingsonderneming die kwalificeert als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de IFR of een beheerder die aan de in artikel 12, eerste lid, IFR bepaalde voorwaarden voldoet, indien zij uitsluitend beleggingsdiensten als bedoeld in onderdelen a of d van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst inverlenen. 2022 29274 03-11-2022 10-10-2022 2022 29274 03-11-2022 10-10-2022 04-11-2022
Artikel 3:2 — Artikel 3:2 – Aanmerking deltaformule uit de CRR als passend model voor de berekening van de delta van opties en swaptions#
Artikel 3:2 – Aanmerking deltaformule uit de CRR als passend model voor de berekening van de delta van opties en swaptions 1 De selectie van deltaformules en bijbehorende parameters gegeven in artikel 279 bis CRR is in elk geval goedgekeurd als een passend model dat door beleggingsondernemingen mag worden toegepast voor de berekening van de delta voor toezichtdoeleinden van opties en swaptions als bedoeld in artikel 29, zesde lid, van de IFR en voor de berekening van de delta in artikel 329(1) CRR. 2 Verordening (EU) 2021/931 Wanneer een beleggingsonderneming gebruik maakt van deltaformules en bijbehorende parameters gegeven in artikel 279 bis CRR past zij, voor zover relevant, de Gedelegeerdevan de Europese Commissie toe. 3 De deltaformule en de bijbehorende parameters in artikel 279 bis CRR mogen niet gebruikt worden indien deze niet tot een uitkomst leiden of leiden tot een berekende delta die geen correcte benadering is van de verandering van de prijs van de optie door de prijs van de onderliggende waarde. 2022 29274 03-11-2022 10-10-2022 2022 29274 03-11-2022 10-10-2022 04-11-2022
Artikel 3:3 — Artikel 3:3 – Notionele eigenvermogensvereisten bij toepassing van artikel 8, vierde lid, IFR#
Artikel 3:3 – Notionele eigenvermogensvereisten bij toepassing van artikel 8, vierde lid, IFR Voor de toepassing van artikel 8, vierde lid, IFR is in elk geval goedgekeurd dat de notionele eigenvermogensvereisten voor dochterondernemingen die in derde landen gevestigd zijn, als bedoeld in de tweede alinea van artikel 8, vierde lid, IFR, de eigenvermogensvereisten zijn die op individuele basis ingevolge de IFR op deze dochters van toepassing zouden zijn geweest indien zij hun zetel zouden hebben in een lidstaat. 2022 29274 03-11-2022 10-10-2022 2022 29274 03-11-2022 10-10-2022 04-11-2022
Artikel 3:4 — Artikel 3:4 - Gebruik zakelijke prognoses bij gebrek aan historische gegevens#
Artikel 3:4 - Gebruik zakelijke prognoses bij gebrek aan historische gegevens Richtlijn 2014/65/EU Een beleggingsonderneming vervangt ontbrekende historische gegevens als bedoeld in artikelen 17, tweede lid, 18, tweede lid, 19, derde lid, 20, derde lid, en 33, vierde lid, van de IFR door gegevens die gebaseerd zijn op de overeenkomstig artikel 7 vaningediende zakelijke prognoses van de beleggingsonderneming. 2026 4272 10-02-2026 04-02-2026 2026 4272 10-02-2026 04-02-2026 11-02-2026
Artikel 4:1 — Artikel 4:1#
Artikel 4:1 artikel I, onderdeel N, van het Implementatiebesluit prudentieel toezicht beleggingsondernemingen Deze regeling treedt inwerking op het tijdstip datin werking treedt. 2021 45420 05-11-2021 28-10-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N,
van het Implementatiebesluit prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen in werking treedt.
Artikel 4:2 — Artikel 4:2#
Artikel 4:2 Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke bepalingen IFR en IFD. 2021 45420 05-11-2021 28-10-2021 2021 571 25-11-2021 19-11-2021 26-11-2021 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel N,
van het Implementatiebesluit prudentieel toezicht
beleggingsondernemingen in werking treedt.