Beleidsregel van de Nederlandsche Bank N.V. van 30 maart 2022 houdende regels met betrekking tot de tijdige indiening van toezichtrapportages
- BWB-id
- BWBR0046616
- Type
- zbo
- Ministerie
- De Nederlandsche Bank N.V.
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-02-13
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0046616
- ELI
- /eli/nl/zbo/2022/handhavingsbeleid-dnb-voor-tijdige-indiening-van-toezichtrap
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2022/handhavingsbeleid-dnb-voor-tijdige-indiening-van-toezichtrap/2026-02-13
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0046616&g=2026-02-13
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0046616&z=2026-06-06&g=2026-02-13
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0046616/2026-02-13
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2022/handhavingsbeleid-dnb-voor-tijdige-indiening-van-toezichtrap
Artikel 1 — Artikel 1 Definities#
Artikel 1 Definities In dit beleid wordt verstaan onder: a. basisbedrag: een bij wet vastgesteld basisbedrag voor boetecategorie 1, 2 en 3; b. begunstigingstermijn: de termijn waarbinnen een instelling aan een last onder dwangsom moet voldoen zonder dat dwangsommen worden verbeurd; c. DNB: De Nederlandsche Bank N.V.; d. instelling: eenieder die bij of krachtens wettelijk voorschrift verplicht is een toezichtrapportage bij DNB in te dienen; e. maximumbedrag: een bij wet vastgesteld maximumbedrag voor boetecategorie 1, 2 en 3; f. minimumbedrag: een bij wet vastgesteld minimumbedrag voor boetecategorie 1, 2 en 3; g. recidive: de omstandigheid dat tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaar zijn verlopen sinds het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding; h. toezichtrapportage: artikel 1 van het Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van statistische rapportages elke wettelijk verplichte rapportage die een instelling periodiek binnen de daartoe vastgestelde termijnen verplicht is in te dienen bij DNB en waarbij DNB de bevoegde autoriteit is, met uitzondering van een statistische rapportage als bedoeld in. 2026 2924 12-02-2026 22-01-2026 2026 2924 12-02-2026 22-01-2026 13-02-2026
Artikel 2 — Artikel 2 Reikwijdte#
Artikel 2 Reikwijdte artikel 2 van het Algemeen Boetetoemetingsbeleid DNB Dit beleid geldt als specifiek boetetoemetingsbeleid als bedoeld invan 19 november 2020. 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 03-05-2022
Artikel 3 — Artikel 3 Toepassingsbereik#
Artikel 3 Toepassingsbereik Dit beleid is van toepassing op een instelling. 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 03-05-2022
Artikel 4 — Artikel 4 Wijze van indiening#
Artikel 4 Wijze van indiening Een instelling dient een toezichtrapportage digitaal in bij DNB via een daarvoor door DNB ontwikkeld elektronisch rapportagesysteem, dan wel per post. 2026 2924 12-02-2026 22-01-2026 2026 2924 12-02-2026 22-01-2026 13-02-2026
Artikel 5 — Artikel 5 Tijdige indiening#
Artikel 5 Tijdige indiening 1 Een instelling dient een toezichtrapportage tijdig bij DNB in. 2 Een toezichtrapportage wordt als tijdig ingediend beschouwd indien deze uiterlijk op de bij of krachtens wettelijk voorschrift vastgestelde indieningsdatum conform de door DNB bij het elektronisch rapportagesysteem vastgestelde wijze dan wel per post is ingediend. 3 Een elektronisch ingediende toezichtrapportage wordt in beginsel geacht tijdig te zijn ingediend wanneer de toezichtrapportage in het elektronisch rapportagesysteem van DNB de status ‘voldaan’ heeft gekregen. Een per post ingediende toezichtrapportage wordt in beginsel geacht tijdig te zijn ingediend wanneer deze uiterlijk op de laatste dag van de daartoe vastgestelde termijn ter post is bezorgd en de toezichtrapportage niet later dan een week na afloop van de termijn door DNB is ontvangen. 4 Indien een toezichtrapportage niet tijdig bij DNB is ingediend, overweegt DNB of het opleggen van een last onder dwangsom en/of een bestuurlijke boete evenredig is. 2026 2924 12-02-2026 22-01-2026 2026 2924 12-02-2026 22-01-2026 13-02-2026
Artikel 6 — Artikel 6 Last onder dwangsom#
Artikel 6 Last onder dwangsom 1 DNB legt in beginsel een last onder dwangsom op indien een instelling een toezichtrapportage niet tijdig indient. 2 DNB geeft in beginsel een begunstigingstermijn van tien werkdagen waarbinnen volledig aan de last moet worden voldaan. 3 Na het verstrijken van de begunstigingstermijn wordt in beginsel een dwangsom verbeurd van EUR 1.250,– per volledige werkdag dat niet volledig aan de last is voldaan, met een maximum van EUR 12.500,–. 2026 2924 12-02-2026 22-01-2026 2026 2924 12-02-2026 22-01-2026 13-02-2026
Artikel 7 — Artikel 7 Boeteoplegging#
Artikel 7 Boeteoplegging 1 DNB legt in beginsel een bestuurlijke boete op aan een instelling voor het herhaaldelijk niet tijdig indienen van een toezichtrapportage. 2 Onder herhaaldelijk wordt verstaan het binnen een aaneengesloten periode van dertien maanden voor de tweede maal niet tijdig indienen van een toezichtrapportage. 2026 2924 12-02-2026 22-01-2026 2026 2924 12-02-2026 22-01-2026 13-02-2026
Artikel 8 — Artikel 8 Stappenplan#
Artikel 8 Stappenplan 1 In het kader van dit beleid hanteert DNB onderstaand stappenplan voor het vaststellen van de boetes wegens overtredingen van rapportageverplichtingen die zijn ingedeeld in boetecategorie 2 en 3. 2 Voor het vaststellen van boetes wegens overtredingen van rapportageverplichtingen die zijn ingedeeld in categorie 1, gelden alleen de stappen 1, 4, 6 en 7 van onderstaand stappenplan. 3 Op basis van het stappenplan worden de volgende stappen doorlopen: • basisbedrag (stap 1) • ernst en/of duur (stap 2) • mate van verwijtbaarheid (stap 3) • recidive (stap 4) • omvang (stap 5) • adequaat getroffen maatregelen (stap 6) • draagkracht (stap 7) 4 Bij toepassing van dit stappenplan neemt DNB de bij wet vastgestelde boetemaxima in acht. Stap 1 : basisbedrag Stap 2 : ernst en/of duur Stap 3 : mate van verwijtbaarheid Stap 4 : recidive Stap 5 : omvang Stap 6 : adequaat getroffen maatregelen Stap 7 : draagkracht a. DNB stelt een bestuurlijke boete vast op het toepasselijke basisbedrag. a. In het basisbedrag ligt een gemiddelde ernst en duur van de overtreding besloten. b. Indien een instelling een toezichtrapportage niet tijdig indient, verhoogt DNB het basisbedrag met het percentage als opgenomen in onderstaande tabel. a. In het basisbedrag ligt een gemiddelde mate van verwijtbaarheid van de instelling besloten. a. Indien sprake is van recidive, verdubbelt DNB het op basis van de stappen 1 tot en met 3 berekende boetebedrag. a. bijlage 1 DNB neemt de omvang van de instelling in acht. Daarbij hanteert DNB de omvangtabel die inis opgenomen. Het boetepercentage dat op grond van de omvangtabel wordt vastgesteld, wordt toegepast op het op basis van de stappen 1 tot en met 4 berekende boetebedrag. b. Als de voor de toepassing van de omvangtabel benodigde financiële gegevens niet beschikbaar zijn – doordat DNB niet over die gegevens beschikt en de instelling die gegevens ook niet heeft verstrekt – maakt DNB een reële inschatting van de omvang van de instelling. Is een reële inschatting evenmin mogelijk, dan wordt het boetepercentage op grond van de toepasselijke omvangtabel vastgesteld op 6% voor boetecategorie 2 en op 1,2% voor boetecategorie 3. a. DNB kan het op basis van de stappen 1 tot en met 5 berekende boetebedrag in beginsel met 10% verlagen, indien de instelling aantoont dat adequate maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van herhaling van de overtreding. a. DNB houdt zo nodig rekening met de financiële omstandigheden waarin de overtreder verkeert. Het is aan de overtreder om inzicht te geven in zijn draagkracht, aan de hand van een door DNB bij het boetevoornemen gevoegd draagkrachtformulier. Indien aannemelijk is dat het op grond van de stappen 1 tot en met 6 berekende boetebedrag de draagkracht van de overtreder overstijgt, gaat DNB in beginsel tot matiging over. Bij de beoordeling of aanleiding bestaat tot matiging, kan DNB rekening houden met de omstandigheden waaronder de verminderde of onvoldoende draagkracht is ontstaan alsmede met op korte termijn te verwachten positieve financiële resultaten van de overtreder. b. Uitgangspunt voor de omvang van de matiging is dat DNB de boete niet verder matigt dan tot een bedrag dat de overtreder redelijkerwijs geacht moet worden te kunnen voldoen, zo nodig met het aangaan van een betalingsregeling van maximaal twee jaar. De boete wordt niet vastgesteld op een bedrag lager dan EUR 10.000,– voor rechtspersonen en EUR 5.000,– voor natuurlijke personen. Indien een boete ter hoogte van dit bedrag gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval nog steeds onevenredig hoog is, kan DNB overgaan tot een verdergaande matiging van de boete. Overschrijding indieningstermijn (in aantal werkdagen) Percentage verhoging basisbedrag 1 0% 2 – 5 5% 6 – 10 10% > 10 20% 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 03-05-2022
Artikel 9 — Artikel 9 Intrekking Handhavingsbeleid niet-tijdige indiening van toezichtrapportages#
Artikel 9 Intrekking Handhavingsbeleid niet-tijdige indiening van toezichtrapportages Met de vaststelling van dit beleid wordt het Handhavingsbeleid voor tijdige en kwalitatief voldoende financiële toezichtrapportages van onder toezicht staande ondernemingen van 16 mei 2013 ingetrokken, dat op de website van DNB bekend is gemaakt. 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 03-05-2022
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding#
Artikel 10 Inwerkingtreding Dit beleid treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst. 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 03-05-2022
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Handhavingsbeleid DNB voor tijdige indiening van toezichtrapportages Dit beleid wordt aangehaald als:. 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 2022 11493 02-05-2022 30-03-2022 03-05-2022
Artikel 8#
artikel 8, stap 5