Beleidsregel van het Instituut Mijnbouwschade Groningen van 8 juni 2023 met betrekking tot het toekennen van een in redelijkheid te bepalen tegemoetkoming voor iedere redelijke maatregel die nodig is om te bewerkstelligen dat de schade waarvoor door het Instituut Mijnbouwschade Groningen in het kader van zijn wettelijke taakuitoefening een vergoeding wordt toegekend, duurzaam kan worden hersteld (Beleidsregel duurzaam herstel)
- BWB-id
- BWBR0048321
- Type
- zbo
- Ministerie
- Instituut Mijnbouwschade Groningen
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-10-22
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048321
- ELI
- /eli/nl/zbo/2023/beleidsregel-duurzaam-herstel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2023/beleidsregel-duurzaam-herstel/2024-10-22
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048321&g=2024-10-22
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048321&z=2026-06-06&g=2024-10-22
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048321/2024-10-22
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2023/beleidsregel-duurzaam-herstel
Artikel 1 — Artikel 1 begripsbepaling#
Artikel 1 begripsbepaling In deze beleidsregel wordt verstaan onder: − Instituut: artikel 2 van de Tijdelijke wet Groningen het Instituut Mijnbouwschade Groningen, bedoeld in; − gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; − gebrek aan de constructie: artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen een bestaand gebrek aan de constructie van een gebouw voor zover het geen schade betreft als bedoeld in; − herstelmaatregel: een aan de hand van het op de website van het Instituut geplaatste technisch kader vastgestelde herstelmaatregel die passend en redelijk is gelet op het geconstateerde gebrek aan de constructie; – samenloop: artikel 1 van het Besluit Tijdelijke wet Groningen samenloop als bedoeld in; − schade: artikel 1 van de Tijdelijke wet Groningen artikel 184 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek schade zoals gedefinieerd in, daaronder begrepen de kosten van iedere redelijke maatregel ter voorkoming of beperking van schade als bedoeld in; − technisch kader: laatstelijk vastgesteld technisch kader voor de toepassing van duurzaam herstel zoals geplaatst op de website van het Instituut; − tegemoetkoming: artikel 2, tiende lid, van de Tijdelijke wet Groningen tegemoetkoming in natura om schade duurzaam te herstellen als bedoeld in; − verergerde schade: fysieke schade aan een gebouw die substantieel in omvang is toegenomen ten opzichte van de daaraan voorafgaande schadeopname in opdracht van de NAM, het CVW de TCMG of het Instituut; – verklaring de-minimissteun: Verordening (EU) 2023/2831 verklaring van de aanvrager dat de door het Instituut toe te kennen tegemoetkoming niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, vanvan de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun; − werkwijze: artikel 10 van de Tijdelijke wet Groningen laatstelijk vastgestelde Procedure en werkwijze van het Instituut Mijnbouwschade Groningen als bedoeld in; − wet: Tijdelijke wet Groningen ; − woning: onroerende zaak die, of het deel van een onroerende zaak dat, naar aard en inrichting bestemd is om als woning te dienen. 2024 7245 14-03-2024 15-02-2024 2024 7245 14-03-2024 15-02-2024 15-03-2024 01-02-2024
Artikel 2 — Artikel 2 fasering#
Artikel 2 fasering 1 artikel 3 Het Instituut benadert een eigenaar van een woning voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming indien hij naar verwachting voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in. 2 Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een woning waarbij geen sprake is van samenloop behandelen: a. bijlage 1 artikel 12 van de wet voor woningen met de inopgenomen postcodes. De volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt allereerst bepaald op basis van omvang en ernst van de eerder gemelde schade en daarna de datum van uitbrengen van het eerste advies van de deskundige over de lopende aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan de woning, bedoeld in; b. bijlage 2 artikel 12 van de wet voor woningen met de inopgenomen postcodes, voor zover het Instituut via zijn website kenbaar heeft gemaakt dat het betreffende postcodegebied is opengesteld voor het doen van een aanvraag. De volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen met de in bijlage 2 opgenomen postcodes wordt allereerst bepaald door de datum van openstelling van het betreffende postcodegebied, daarna de datum van uitbrengen van het eerste advies van de deskundige over de lopende aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan de woning, bedoeld in, en tot slot de omvang en ernst van de eerder gemelde schade. 3 Openstelling van postcodegebieden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, geschiedt indien de verwachting is dat er voldoende capaciteit is om binnen een redelijke termijn tot uitvoering van duurzaam herstel over te gaan. 4 Buiten de gevallen dat een postcodegebied is opengesteld voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, kan het Instituut op aanvraag tot toekenning van een tegemoetkoming duurzaam herstel besluiten: a. in bijzondere omstandigheden; of b. artikel 3, tweede lid, onderdeel e indien een aanvrager instemt met vergoeding van de schade, bedoeld in, in de vorm van herstel aannemer Instituut als bedoeld in artikel 2.11 van de werkwijze. 5 artikel 13a, eerste lid, van de Tijdelijke wet Groningen Het Instituut zal een aanvraag voor een tegemoetkoming voor een woning waarbij sprake is van samenloop behandelen voor woningen gelegen in een gemeente als bedoeld in, waarbij de volgorde van het benaderen van de eigenaren van woningen wordt bepaald op basis van de voortgang van de versterking. 6 Indien dat voor het herstel van het gebrek aan de constructie van de woning noodzakelijk is, kan de aanvraag voor een tegemoetkoming mede betrekking hebben op een gebouw of deel van een gebouw van dezelfde eigenaar dat constructief met de woning verbonden is maar geen woning betreft. 2024 32832 21-10-2024 12-09-2024 2024 32832 21-10-2024 12-09-2024 22-10-2024
Artikel 3 — Artikel 3 voorwaarden tegemoetkoming duurzaam herstel#
Artikel 3 voorwaarden tegemoetkoming duurzaam herstel 1 artikel 11 van de wet artikel 2, derde lid, van de wet Het Instituut kan bij de behandeling van aanvragen om vergoeding van fysieke schade aan een gebouw als bedoeld in, aan aanvrager naast de vergoeding van schade als bedoeld inbij separaat besluit een tegemoetkoming toekennen. 2 Een tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid kan alleen worden toegekend indien: a. de aanvraag voor een tegemoetkoming is ingediend namens alle rechthebbenden van het gebouw; b. de aanvrager maximaal eenmaal eerder een tegemoetkoming is toegekend, of, indien de aanvraag voor een tegemoetkoming wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers tweemaal eerder een tegemoetkoming is toegekend; c. de aanvrager een verklaring de-minimissteun heeft overgelegd, indien de aanvrager tevens ondernemer is; d. artikel 12 van de wet aan de hand van het advies van een deskundige, bedoeld in, door het Instituut is vastgesteld dat het gebouw een gebrek aan de constructie heeft; e. er sprake is van nieuwe schade, met inbegrip van schade die na eerder herstel opnieuw is ontstaan, of verergerde schade aan het gebouw, die mede wordt veroorzaakt door een gebrek aan de constructie van het gebouw dat kans geeft op herhaalde schade aan dat gebouw; f. artikel 2.11 van de werkwijze hoofdstuk 2a van de werkwijze de aanvrager instemt met vergoeding van de schade bedoeld in onderdeel e in de vorm van herstel aannemer Instituut als bedoeld in, of bij een individuele maatwerkbeoordeling als bedoeld in, in de vorm van herstel in natura; g. hoofdstuk 2a van de werkwijze artikel 2.6, tweede lid, onderdeel d, en het derde lid, onderdelen b, c en d hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 van de werkwijze de aanvrager, bij een individuele maatwerkbeoordeling als bedoeld in, instemt met een vaste eenmalige en finale vergoeding ter hoogte van € 2.000,– voor alle bijkomende kosten, materiële gevolgschade en overlast die zijn veroorzaakt door de fysieke schade. De vergoeding, bedoeld in de vorige volzin, ziet niet op kosten, bedoeld inalsmede waardedaling als bedoeld inen immateriële schade als bedoeld in; h. de schade waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend minimaal schadetype D3 betreft zoals omschreven in het technisch kader, of aannemelijk is dat bij eerdere schadeopname in opdracht van de NAM, het CVW de TCMG of het Instituut schade van minimaal schadetype D3 aan het gebouw is vastgesteld; en i. voor het betreffende gebouw in totaal een bedrag gelijk aan of groter dan € 15.000 inclusief BTW aan schadevergoeding voor fysieke schade is toegekend door de NAM, het CVW de burgerlijke rechter, de TCMG of het Instituut of wordt toegekend door het Instituut, dan wel er sprake is van samenloop. Bij de bepaling van het minimale bedrag van € 15.000, bedoeld in de eerste volzin, wordt de vergoeding van bijkomende kosten, de overlastvergoeding en de vergoeding van wettelijke rente buiten beschouwing gelaten. 3 Indien een of meerdere andere gebouwen constructief verbonden zijn met het gebouw waarvoor een tegemoetkoming wordt toegekend en herstel van het gebrek aan de constructie bedoeld in het tweede lid, onder d, alleen mogelijk is als ook de constructie van dat andere gebouw of die andere gebouwen wordt hersteld, heeft de eigenaar van dat andere gebouw of die andere gebouwen ook aanspraak op een tegemoetkoming. 4 artikel 5, tweede lid Er bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien de in, bedoelde kosten op andere wijze zijn of worden vergoed. 2024 32832 21-10-2024 12-09-2024 2024 32832 21-10-2024 12-09-2024 22-10-2024
Artikel 4 — Artikel 4 procedure#
Artikel 4 procedure 1 artikel 12 van de wet artikel 13g, eerste lid, van de wet artikel 2, eerste lid artikel 3, tweede lid Het Instituut stelt aan de hand van het advies van de deskundige over de aanvraag tot vergoeding van fysieke schade aan het gebouw, bedoeld in, vast of sprake is van nieuwe of verergerde fysieke schade aan het gebouw en of die mogelijk mede wordt veroorzaakt door een gebrek aan de constructie van dat gebouw en kans geeft op herhaalde schade aan dat gebouw. Indien dat het geval is en aan, en de overige voorwaarden van, is voldaan, laat het Instituut, indien de eigenaar dat wenst en een aanvraag voor een tegemoetkoming doet, nader onderzoek uitvoeren naar de constructie van het gebouw. Indien het gebouw tevens is opgenomen in het programma van aanpak als bedoeld in, kan het nader constructief onderzoek worden uitgevoerd door Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat, in opdracht van het Instituut. 2 Buiten de gevallen bedoeld in het eerste lid, wordt geen tegemoetkoming toegekend. 3 In de gevallen bedoeld in het eerste lid, tweede en derde volzin: a. deelt het Instituut aan aanvrager mee op welke termijn het nader constructief onderzoek plaatsvindt en binnen welke termijn aanvrager een besluit over de tegemoetkoming kan verwachten; en b. neemt het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek een besluit over het al dan niet toekennen van een tegemoetkoming en, indien aan de orde, over de aard en omvang van de herstelmaatregel waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend. 4 Indien het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek voornemens is een tegemoetkoming toe te kennen, doet het Instituut een voorstel voor een tegemoetkoming en voor een herstelmaatregel met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregel en het technisch kader. Indien een of meerdere andere gebouwen constructief verbonden zijn met het gebouw waarvoor een voorstel voor tegemoetkoming wordt gedaan en herstel van het gebrek aan de constructie alleen mogelijk is als ook de constructie van dat andere gebouw of die andere gebouwen wordt hersteld, doet het Instituut het voorstel eveneens aan de eigenaren van dat andere gebouw of die andere gebouwen. Indien het technisch kader is gewijzigd na de mededeling, bedoeld in het derde lid, onder a, kan het Instituut het eerder geldende technisch kader toepassen als dat leidt tot een meer passende herstelmaatregel, mits dit doelmatig is. 5 De eigenaar van het gebouw heeft uitsluitend aanspraak op een tegemoetkoming voor zover het de op basis van het vierde lid voorgestelde tegemoetkoming betreft en de eigenaar instemt met de voorgestelde herstelmaatregel. Indien er meerdere eigenaren zijn van een gebouw of de daarmee constructief verbonden gebouwen, voldoen alle eigenaren aan het bepaalde in de eerste volzin. 6 Indien het Instituut op basis van het nader constructief onderzoek voornemens is geen tegemoetkoming toe te kennen, stelt het Instituut de eigenaar van het gebouw voorafgaand aan het nemen van een besluit in de gelegenheid binnen een door het Instituut te bepalen termijn een zienswijze te geven op dat voornemen. 2023 17664 27-06-2023 08-06-2023 2023 17664 27-06-2023 08-06-2023 01-07-2023
Artikel 5 — Artikel 5 aard en omvang tegemoetkoming duurzaam herstel#
Artikel 5 aard en omvang tegemoetkoming duurzaam herstel 1 De tegemoetkoming wordt in de vorm van te treffen maatregelen in natura toegekend. Indien de op grond van de eerste volzin te treffen maatregelen noodzakelijkerwijs mede herstel van schade omvatten waarvoor eerder al een vergoeding is toegekend, wordt de eerder voor die schade toegekende vergoeding niet in mindering gebracht op de tegemoetkoming. 2 De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming bedraagt 100% van de kosten van de te treffen maatregelen in natura en de kosten die het directe gevolg zijn van het treffen van die maatregelen. 3 De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal een waarde van € 125.000 inclusief BTW per gebouw. Het Instituut kan in uitzonderlijke gevallen een hogere tegemoetkoming toekennen. Het Instituut publiceert in zijn jaarverslag in hoeveel gevallen een hogere tegemoetkoming dan € 125.000 inclusief BTW per gebouw is toegekend. 4 hoofdstuk 5 van de wet Indien ten aanzien van het gebouw waarvoor de tegemoetkoming wordt toegekend sprake is van samenloop met het treffen van versterkingsmaatregelen bedoeld in, kan het Instituut met instemming van de eigenaar van het gebouw de tegemoetkoming doen toekomen aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in geval er wordt gekozen voor sloop en nieuwbouw van het gebouw. 2024 32832 21-10-2024 12-09-2024 2024 32832 21-10-2024 12-09-2024 22-10-2024
Artikel 6 — Artikel 6 inwerkingtreding#
Artikel 6 inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2023. 2023 17664 27-06-2023 08-06-2023 2023 17664 27-06-2023 08-06-2023 01-07-2023
Artikel 7 — Artikel 7 citeertitel#
Artikel 7 citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel duurzaam herstel. 2023 17664 27-06-2023 08-06-2023 2023 17664 27-06-2023 08-06-2023 01-07-2023
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel a
Artikel 2#
artikel 2, tweede lid, onderdeel b