Beleidsregel Handhaving openbaarmaking jaarverantwoording
- BWB-id
- BWBR0048984
- Type
- zbo
- Ministerie
- Nederlandse Zorgautoriteit
- Geldigheid
- 2024-01-01 t/m 2024-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048984
- ELI
- /eli/nl/zbo/2024/beleidsregel-handhaving-openbaarmaking-jaarverantwoording
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2024/beleidsregel-handhaving-openbaarmaking-jaarverantwoording/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048984&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048984&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048984/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2024/beleidsregel-handhaving-openbaarmaking-jaarverantwoording
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder: NZa: artikel 3 van de Wmg zorgautoriteit als bedoeld in; CJIB: Centraal Justitieel Incassobureau; Convenant NZa-CJIB: Convenant inzake het Innen en Incasso arrangement dat door het CJIB in opdracht van de NZa wordt ingezet voor de aangeleverde vorderingen; combinatie-instelling: zorgaanbieder die tevens 1) artikel 1.1, onderdeel 1 van de Jeugdwet jeugdhulpaanbieder als bedoeld inof gecertificeerde instelling is; of 2) Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Veilig Thuis-organisatie als bedoeld in deis; Inspectie gezondheidzorg: Inspectie gezondheidszorg en jeugd; regeling: Regeling openbare jaarverantwoording WMG ; Wmg: Wet marktordening gezondheidszorg . 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van de beleidsregel#
Artikel 2 Doel van de beleidsregel hoofdstuk 6 van de Wmg Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa vanaf het boekjaar 2023 toeziet op de naleving van de verplichting van een zorgaanbieder om een jaarverantwoording tijdig, volledig en juist openbaar te maken. Ook beschrijft deze beleidsregel de wijze waarop de NZa deze verplichting handhaaft en hoe zij daarbij de haar intoegekende bevoegdheden inzet. 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Reikwijdte#
Artikel 3 Reikwijdte artikel 40b Wmg Deze beleidsregel is van toepassing op zorgaanbieders en geen rechtspersoonlijkheid bezittende verbanden van zorgaanbieders, met uitzondering van de zorgaanbieders en geen rechtspersoonlijkheid bezittende verbanden van zorgaanbieders waaropniet van toepassing is verklaard in het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG. Deze beleidsregel is ook van toepassing op combinatie-instellingen. 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4 Toezicht op de verplichting een jaarverantwoording openbaar te maken#
Artikel 4 Toezicht op de verplichting een jaarverantwoording openbaar te maken 1 artikel 40b, eerste lid, van de Wmg De NZa houdt toezicht op de naleving van de verplichting als bedoeld in. Op grond van voorgenoemd artikel dient een zorgaanbieder zich jaarlijks te verantwoorden door het openbaar maken van een jaarverantwoording. 2 artikel 40b van de Wmg Zorgaanbieders dienen voor het bij of krachtensgestelde tijdstip zorg te dragen voor een volledige en juiste jaarverantwoording over het boekjaar. Deze jaarverantwoording dient te voldoen aan de in de regeling gestelde voorschriften. 3 artikel 40b van de Wmg Regeling structurele informatieverstrekking bedrijfsvoering WMG De NZa controleert ten aanzien van de zorgaanbieders de nakoming van de jaarverantwoording, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de bepalingen vanen de, met kenmerk TH/NR-025. 4 artikel 40b van de Wmg De NZa stelt samenwerkingsafspraken op met de Inspectie gezondheidszorg en het CIBG ten aanzien van het toezicht op de naleving van de verplichting van. 5 artikel 40b van de Wmg Voor het bij of krachtensgestelde tijdstip streeft de NZa ernaar om stappen te nemen – naast generieke bekendmaking van de regelgeving en toelichtingen daarop door het Ministerie van VWS – richting zorgaanbieders om hen te helpen te voldoen aan de openbaarmakingsplicht van artikel 40b van de Wmg. 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Handhaving#
Artikel 5 Handhaving 1 artikel 40b, eerste lid, van de Wmg Indien een zorgaanbiederniet naleeft, kan de NZa een last onder dwangsom opleggen. Alvorens een last onder dwangsom op te leggen aan de zorgaanbieder stelt de NZa in beginsel door middel van een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom de zorgaanbieder in de gelegenheid om in een zienswijze aan te geven waarom de NZa af zou moeten zien van het opleggen van een last onder dwangsom. 2 artikel 40b van de Wmg De NZa kan een last onder dwangsom opleggen aan een zorgaanbieder in het geval hij aan het einde van de termijn volgend uit het voornemen tot het opleggen van de last onder dwangsom nog steeds niet (volledig) aan de verplichting vanheeft voldaan en de eventuele zienswijze geen grondslag biedt om van de last onder dwangsom af te zien. 3 De begunstigingstermijn van de last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken. 4 De verbeuringstermijn van de last onder dwangsom bedraagt tien kalenderweken. Voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder die gehouden is een jaarverantwoording openbaar te maken niet aan haar verplichtingen heeft voldaan wordt een dwangsom van € 1.000,- per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 10.000,-. 5 In afwijking van het vierde lid bedraagt de dwangsom € 500,– per kalenderweek, met een maximum van € 5.000,-, indien: a. artikel 2, eerste lid, van de regeling artikel 4, eerste lid van de regeling een zorgaanbieder als bedoeld involdoet aan het bepaalde in; b. artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de regeling artikel 4, eerste lid, van de regeling een zorgaanbieder als bedoeld involdoet aan het bepaalde inwaarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’; c. artikel 2, vierde lid van de regeling het een zorgaanbieder betreft als bedoeld in; d. artikel 2, vijfde lid, van de regeling aan een zorgaanbieder als bedoeld iningevolge de subsidieregeling als bedoeld in dat artikellid, minder dan € 125.000 subsidie is verleend. 6 artikel 40b van de Wmg Alvorens een tweede last onder dwangsom op te leggen ter aanmaning van de zorgaanbieder om te voldoen aan de verplichting van, stelt de NZa door middel van een tweede voornemen last onder dwangsom de zorgaanbieder in de gelegenheid om aan te geven waarom de NZa af zou moeten zien van het opleggen van een last onder dwangsom. 7 artikel 40b van de Wmg Indien een zorgaanbieder na het opleggen van de last onder dwangsom bedoeld in het tweede lid niet voldoet aan, kan de NZa een tweede last onder dwangsom opleggen. 8 De begunstigingstermijn van de tweede last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken. 9 De verbeuringstermijn bedraagt tien kalenderweken. Voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder die gehouden is een jaarverantwoording openbaar te maken niet aan haar verplichtingen heeft voldaan wordt een dwangsom van € 2.500,- per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 25.000,-. 10 In afwijking van het negende lid bedraagt de dwangsom € 1.250,- per kalenderweek, met een maximum van € 12.500,-, indien: a. artikel 2, eerste lid, van de regeling artikel 4, eerste lid, van de regeling een zorgaanbieder als bedoeld involdoet aan het bepaalde in; b. artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de regeling artikel 4, eerste lid, van de regeling een zorgaanbieder als bedoeld involdoet aan het bepaalde inwaarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’; c. artikel 2, vierde lid, van de regeling het een zorgaanbieder betreft, als bedoeld in; d. artikel 2, vijfde lid, van de regeling aan een zorgaanbieder als bedoeld iningevolge de subsidieregeling als bedoeld in dat artikellid, minder dan € 125.000 subsidie is verleend. 11 Alvorens over te gaan tot invordering van verbeurde dwangsommen stelt de NZa de zorgaanbieder in beginsel in de gelegenheid een zienswijze te geven. 12 artikel 40b van de Wmg artikel 85 van de Wmg Indien een zorgaanbieder na het opleggen van een of twee lasten onder dwangsom nog niet voldoet aan, dan kan de NZa op grond vaneen bestuurlijke boete opleggen. 13 Alvorens een bestuurlijke boete op te leggen, stelt de NZa de zorgaanbieder in de gelegenheid om een zienswijze over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete naar voren te brengen. 14 De NZa maakt in beginsel geen gebruik van haar bevoegdheid om een aanwijzing op te leggen. 15 artikel 40b van de Wmg artikel 40a van de Wmg Indien een zorgaanbieder na het opleggen van een of twee lasten onder dwangsom nog niet voldoet aan, dan kan de NZa besluiten om een onderzoek te starten naar de ordelijkheid en controleerbaarheid van de bedrijfsvoering op grond van. 16 artikel 40b van de Wmg artikel 40b van de Wmg artikel 1 onder 2° van de Wet op de economische delicten Indien een zorgaanbieder na het opleggen van een of twee lasten onder dwangsom nog niet voldoet aan, dan kan de NZa besluiten om de zaak over te dragen voor strafrechtelijke vervolging aan de daartoe bevoegde partij. Het niet naleven vanis een economisch delict (). 17 Inning en incasso van verbeurde dwangsommen en bestuurlijke boetes geschiedt door het CJIB, namens de NZa. 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Publicatie informatie handhaving#
Artikel 6 Publicatie informatie handhaving 1 De NZa kan, overeenkomstig wet- en regelgeving informatie over haar toezicht en handhaving openbaar maken door publicatie op haar website. 2 Wet open overheid Op de openbaarmaking is devan toepassing. 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 01-01-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Inwerkingtreding / Bekendmaking#
Artikel 7 Inwerkingtreding / Bekendmaking Beleidsregel Handhaving openbare jaarverantwoording met kenmerk TH/BR-036 Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt deingetrokken. De Beleidsregel Handhaving openbare jaarverantwoording met kenmerk TH BR-036 blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold. artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Indien de Staatscourant waarin de beleidsregel ingevolge, wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2023, treedt de beleidsregel in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de beleidsregel wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2024. www.nza.nl De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 01-01-2024
Artikel 8 — Artikel 8 Citeertitel#
Artikel 8 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Handhaving openbaarmaking jaarverantwoording. 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 2023 32207 24-11-2023 TH/BR-037 32207 24-11-2023 01-01-2024