Beleidsregel knelpuntenprocedure budgettair kader Wlz
- BWB-id
- BWBR0048521
- Type
- zbo
- Ministerie
- Nederlandse Zorgautoriteit
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2024-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0048521
- ELI
- /eli/nl/zbo/2024/beleidsregel-knelpuntenprocedure-budgettair-kader-wlz
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2024/beleidsregel-knelpuntenprocedure-budgettair-kader-wlz/2024-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0048521&g=2024-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0048521&z=2026-06-06&g=2024-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0048521/2024-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2024/beleidsregel-knelpuntenprocedure-budgettair-kader-wlz
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: Bron: memorie van toelichting Wetsvoorstel langdurige zorg Voor spoedzorg gelden geen wachttijden. Spoedzorg moet te allen tijde geleverd worden. beschikbare onderproductie: productie die een zorgaanbieder beschikbaar stelt omdat zijn totaal financieel gerealiseerde productie kleiner is dan de gehonoreerde productieafspraak. dreigend knelpunt: de verwachting dat binnen vier weken een knelpunt ontstaat. gehonoreerde productieafspraak: de productieafspraak (i) verminderd met de door de NZa verwerkte financiële korting(en) die per zorgaanbieder is/zijn doorgevoerd als gevolg van overschrijding van reguliere en/of geoormerkte contracteerruimte en (ii) aangepast in verband met de verdere toetsing van de productieafspraak aan de beleidsregels en regelingen van de NZa. knelpunt: artikel 4 de situatie waarin de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor, volgens de invan deze beleidsregel genoemde voorwaarden, kan aantonen dat niet kan worden voldaan aan de zorgplicht. Binnen de regionale contracteerruimte kan onvoldoende zorg worden gecontracteerd. Dit heeft tot gevolg dat cliënten met een geldige Wlz-indicatie in deze regio binnen de Treeknormen geen toegang hebben tot de voor hen geïndiceerde zorg in natura. Daarnaast kan het zo zijn dat het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten ontoereikend is, waardoor cliënten met een geldige Wlz-indicatie geen aanspraak (meer) kunnen maken op een persoonsgebonden budget. onderproductie: er is sprake van onderproductie als de totaal financieel gerealiseerde productie, na correcties als bedoeld in artikel 5.3 onderdeel a van Beleidsregel bekostigingscyclus jaar t, en na correcties van de NZa, kleiner is dan de gehonoreerde productieafspraak. problematische wachtlijst: van een problematische wachtlijst is sprake indien (een) zorgaanbieder(s) in een regio geïndiceerde Wlz-zorg in natura niet binnen de Treeknormen aan cliënten (kan) kunnen leveren. Het betreft een wachtlijst die enkel groeit en waarbij er geen zicht is dat deze gaat afnemen. productieafspraak/productieafspraken: het totaalbedrag van de afspraken met betrekking tot de prestaties en tarieven ten laste van de contracteerruimte die door de zorgaanbieder en het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder zijn overeengekomen in de budgetronde of herschikkingsronde. regionale budgettair kader Wlz: de regionale contracteerruimte en het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten tezamen. regionale contracteerruimte: het totale financiële kader dat beschikbaar is voor een Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor om zorg in natura te contracteren bij zorgaanbieders of zelfstandige zorgverleners. regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten: het totale financiële kader dat beschikbaar is voor een zorgkantoor voor de verlening van persoonsgebonden budgetten (pgb-subsidieplafond). 1 Productie in onderaanneming moet in de nacalculatie-opgave bij de hoofdaannemer verantwoord worden. totaal financieel gerealiseerde productie: 2 In de Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz is beschreven aan welke voorschriften een Wlz-declaratie moet voldoen. de financiële waarde van de productie zoals deze feitelijk is geleverd en gedeclareerd door de zorgaanbieder. treeknorm: zorgaanbieders, verzekeraars en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) hebben afspraken gemaakt over maatschappelijk maximaal aanvaardbare wachttijden in de zorg. Dit zijn de Treeknormen. Onder aanvaardbare wachttijd wordt de tijd verstaan die verstrijkt tussen het moment dat iemand met een bepaalde zorgbehoefte (indicatie) zich meldt bij de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor of een zorgaanbieder, en het moment dat deze zorg daadwerkelijk ontvangen wordt. Tabel 1: Treeknormen (maximaal aanvaardbare wachttijden) voor Wlz- zorg in natura v&v Treeknorm Alle zorgvormen met in elk geval behandeling in combinatie met verblijf 6 weken Alle mogelijke combinaties van zorgvormen met verblijf exclusief behandeling 13 weken ghz Treeknorm Alle mogelijke combinaties van zorgvormen met verblijf 13 weken 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 01-01-2024
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van de beleidsregel#
Artikel 2 Doel van de beleidsregel Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen wanneer er sprake is van een knelpunt en op welke wijze aanvullende middelen in verband met dit knelpunt kunnen worden aangevraagd. 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 01-01-2024
Artikel 3 — Artikel 3 Reikwijdte#
Artikel 3 Reikwijdte Wet langdurige zorg Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de(Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders. 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4 (Dreigend) knelpunt en aanvraag aanvullende middelen#
Artikel 4 (Dreigend) knelpunt en aanvraag aanvullende middelen 4.1 Algemeen 4.2 Perioden binnen jaar t 4.2.1 Periode van 1 januari t/m 31 juli jaar t 4.2.2 Periode van 1 augustus t/m 31 oktober jaar t 4.2.3 Periode van 1 november jaar t tot 1 april jaar t+1 4.3 Aanvraag aanvullende middelen 4.3.1 Aanvragende partij(en) 4.3.2 Voorwaarden bij aanvraag aanvullende middelen 4.3.2.1 Voorwaarden bij aanvraag aanvullende middelen algemeen 4.3.2.2 Aanvullende voorwaarde bij aanvraag aanvullende middelen regionale contracteerruimte 4.3.2.3 Aanvullende voorwaarde bij aanvraag aanvullende middelen regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten 4.3.3 Formulier 4.3.4 Meesturen bij aanvraag aanvullende middelen 4.3.4.1 Meesturen bij aanvraag aanvullende middelen algemeen 4.3.4.2 Aanvullend meesturen bij aanvraag aanvullende middelen regionale contracteerruimte 4.3.4.3 Aanvullend meesturen bij aanvraag aanvullende middelen regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten 4.4 Niet correcte of incomplete aanvraag Aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt kunnen alleen aangevraagd worden als er (naar verwachting) onvoldoende of geen financiële middelen meer beschikbaar zijn, die kunnen worden ingezet via overhevelingen en/of het inzetten van onderproductie. Binnen jaar t, waarin een (dreigend) knelpunt kan ontstaan, worden drie perioden onderscheiden. 3 Daarnaast informeert de NZa ook in februari jaar t de Minister van VWS. De februaribrief wordt uitgebracht op basis van de gegevens jaar t–1. Wlz In juli jaar tinformeert de NZa aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over de toereikendheid van het budgettair kaderjaar t. Wlz Een knelpunt dat ontstaat of dreigt te ontstaan in de periode van 1 januari t/m 31 juli jaar t en niet kan worden opgevangen door overhevelingen en/of het inzetten van beschikbare onderproductie wordt door de NZa in deze brief meegenomen. In eerste instantie zal een knelpunt opgelost moeten worden met de beschikbare herverdelingsmiddelen. Als blijkt dat de herverdelingsmiddelen ontoereikend zijn, dan kan de Minister van VWS beslissen om het (beschikbare) budgettair kadervoor het jaar t te verhogen. Indien nodig zal de NZa eerder dan juli jaar t de Minister van VWS informeren over een (dreigend) knelpunt. Mogelijke knelpunten worden meegenomen in de julibrief. Hierdoor is het niet nodig dat er een aanvraag van aanvullende middelen wordt ingediend. Een knelpunt dat ontstaat of dreigt te ontstaan in de periode van 1 augustus t/m 31 oktober jaar t en niet kan worden opgevangen door overhevelingen en/of het inzetten van beschikbare onderproductie zal naar verwachting (alleen) betrekking hebben op de regionale contracteerruimte. Een (dreigend) knelpunt wordt door de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor direct bij de NZa gemeld. Gelijktijdig met deze melding kan een aanvraag van aanvullende middelen worden gedaan. Mocht er in uitzonderlijke gevallen in deze periode toch een (dreigend) knelpunt bij het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten ontstaan, dan kan hiervoor ook een aanvraag van aanvullende middelen worden ingediend. Een knelpunt dat ontstaat of dreigt te ontstaan in de periode van 1 november jaar t tot 1 april jaar t+1 en niet kan worden opgevangen door overhevelingen en/of het inzetten van beschikbare onderproductie kan betrekking hebben op de regionale contracteerruimte en/of het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten. Een (dreigend) knelpunt wordt door de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor direct bij de NZa gemeld. Gelijktijdig met deze melding kan een aanvraag van aanvullende middelen worden gedaan. Bij een aanvraag van aanvullende middelen geldt het volgende: Bij een aanvraag van aanvullende middelen dient te worden aangetoond dat: Bij een aanvraag van aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt in de regionale contracteerruimte dient naast het in artikel 4.3.2.1 genoemde te worden aangetoond dat een problematische wachtlijst is ontstaan of naar verwachting binnen vier weken zal ontstaan voor cliënten met een geldige indicatie voor zorg in natura. Bij een aanvraag van aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt in het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten dient naast het in artikel 4.3.2.1 genoemde aangetoond te worden dat er geen pgb-verleningsbeschikkingen meer afgegeven kunnen worden of dat dit naar verwachting binnen vier weken het geval zal zijn. Hierbij moet rekening gehouden worden met reserveringen. Bij een aanvraag van aanvullende middelen dient gebruik gemaakt te worden van het formulier ‘Melding Knelpuntenprocedure’, die als bijlage bij deze beleidsregel is gepubliceerd. Bij een aanvraag van aanvullende middelen dient een door of namens de Raad van Bestuur ondertekende schriftelijke verklaring van de Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor te worden meegestuurd waarin is opgenomen dat: De aanvraag van aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt in de regionale contracteerruimte dient te worden uitgedrukt in prijs en aantal (P x Q). Daarnaast dient een overzicht te worden meegestuurd van de (dreigende) problematische wachtlijst(en) voor geïndiceerde Wlz-zorg in natura. Voor beide hiervoor genoemde punten geldt dat deze gespecificeerd moeten worden per zorgaanbieder waarvoor een aanvraag wordt ingediend. Bij een aanvraag van aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt in het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten dient te worden aangegeven met welk bedrag het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten jaar t verhoogd zou moeten worden. De aanvraag dient te worden onderbouwd waarbij uitgegaan moet worden van de reeds afgegeven verleningsbeschikkingen en reserveringen. De aangevraagde ophoging voor jaar t moet worden toegelicht. Indien de aanvraag van aanvullende middelen niet voldoet aan de in artikel 4.3 van deze beleidsregel genoemde voorwaarden, stelt de NZa de desbetreffende partijen daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte. De NZa houdt de beoordeling van de aanvraag aan totdat de aanvraag voldoet aan de in artikel 4.3 genoemde voorwaarden. – Indien er sprake is van een (dreigend) knelpunt bij de regionale contracteerruimte, dan dienen de aanvullende middelen door een Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor gezamenlijk met één of meerdere zorgaanbieders bij de NZa te worden aangevraagd; – Indien er sprake is van een (dreigend) knelpunt bij het regionale financiële kader voor persoonsgebonden budgetten, dan dienen de aanvullende middelen door het zorgkantoor bij de NZa te worden aangevraagd. – Wlz in de regio van de desbetreffende Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor geen budgettair kader(meer) beschikbaar is; – er voor de desbetreffende Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor geen onderproductie beschikbaar is die kan worden ingezet om de geïndiceerde Wlz-zorg aan cliënt(en) te leveren; – Wlz bij andere Wlz-uitvoerders/zorgkantoren (op termijn) geen of niet voldoende budgettair kader(meer) beschikbaar is dat kan worden ingezet via een overheveling. – Wlz er binnen de eigen regio geen budgettair kader(meer) beschikbaar is; – er geen onderproductie beschikbaar is die kan worden ingezet om de geïndiceerde Wlz-zorg zorg aan cliënt(en) te leveren; – aan alle overige Wlz-uitvoerders/zorgkantoren om overheveling van middelen is gevraagd en de overige Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren (op termijn) geen of niet voldoende middelen beschikbaar hebben om over te hevelen om het (dreigende) knelpunt op te lossen; – alle overige Wlz-uitvoerders/zorgkantoren zijn geïnformeerd dat er een aanvraag in verband met een knelpuntenprocedure bij de NZa is ingediend. 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5 Beoordeling aanvraag#
Artikel 5 Beoordeling aanvraag 5.1 NZa informeert de Minister van VWS 5.2 Aanpassing kaders 5.2.1 Aanpassing regionale contracteerruimte 5.2.2 Aanpassing financiële kader voor persoonsgebonden budgetten 5.3 Toetsing achteraf artikel 4.3 Indien de aanvraag van aanvullende middelen voldoet aan de invan deze beleidsregel genoemde voorwaarden, informeert de NZa binnen twee weken na ontvangst van deze aanvraag de Minister van VWS. De Minister van VWS neemt vervolgens een beslissing over het toekennen van aanvullende middelen. Conform de beslissing van de Minister van VWS over het toekennen van aanvullende middelen als bedoeld in artikel 5.1 verhoogt de NZa (al dan niet) de regionale contracteerruimte. Indien het knelpunt in de regionale contracteerruimte groter is dan de middelen die door de Minister van VWS zijn toegekend dan hebben de desbetreffende Wlz-uitvoerder/het zorgkantoor en zorgaanbieder(s) de mogelijkheid om, binnen één week nadat de NZa de ophoging van de regionale contracteerruimte heeft bekendgemaakt, de oorspronkelijke aanvraag van aanvullende middelen aan te passen zodat de totale aanvraag past binnen het door de Minister van VWS beschikbaar gestelde bedrag. De NZa zal de toegekende aanvullende middelen in dat geval conform deze aangepaste aanvraag verdelen. Indien er geen sprake is van een aangepaste aanvraag, dan kent de NZa de toegekende aanvullende middelen naar rato toe aan de desbetreffende zorgaanbieders. De voor persoonsgebonden budgetten toegekende aanvullende middelen worden door de Minister van VWS aan het desbetreffende financiële kader voor persoonsgebonden budgetten toegevoegd. De NZa kan besluiten om achteraf te toetsen of de aanvraag van aanvullende middelen in verband met een (dreigend) knelpunt terecht was. Naast de in deze beleidsregel genoemde voorwaarden kan de NZa toetsen aan de normen uit de Beleidsregel Normenkader Wlz-uitvoerder (kenmerk TH/BR-026). 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 01-01-2024
Artikel 6 — Artikel 6 Intrekken en vervallen oude beleidsregels#
Artikel 6 Intrekken en vervallen oude beleidsregels De Beleidsregel Knelpuntenprocedure budgettair kader Wlz, met kenmerk BR/REG-18137, die een geldigheidsduur heeft tot 1 januari 2024, komt op laatstgenoemde datum van rechtswege te vervallen. 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 01-01-2024
Artikel 7 — Artikel 7 Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeertitel#
Artikel 7 Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel, bekendmaking, inwerkingtreding, terugwerkende kracht en citeertitel Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel Inwerkingtreding / Bekendmaking Citeertitel De beleidsregel Knelpuntenprocedure budgettair kader Wlz, met kenmerk BR/REG-18137, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold. artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. Ingevolge, zal deze beleidsregel in de Staatscourant worden geplaatst. www.nza.nl De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel knelpuntenprocedure budgettair kader Wlz. 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 2023 18661 06-07-2023 27-06-2023 BR/REG-24144 01-01-2024