Beleidsregel handhaving en invordering jaarverantwoording
- BWB-id
- BWBR0050629
- Type
- zbo
- Ministerie
- Nederlandse Zorgautoriteit
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0050629
- ELI
- /eli/nl/zbo/2025/beleidsregel-handhaving-en-invordering-jaarverantwoording
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/zbo/2025/beleidsregel-handhaving-en-invordering-jaarverantwoording/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0050629&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0050629&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0050629/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/zbo/2025/beleidsregel-handhaving-en-invordering-jaarverantwoording
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder: NZa: artikel 3 van de Wmg Nederlandse Zorgautoriteit als bedoeld in; CJIB: Centraal Justitieel Incassobureau; Convenant NZa-CJIB: Convenant inzake het Innen en Incasso arrangement dat door het CJIB in opdracht van de NZa wordt ingezet voor de aangeleverde vorderingen; CIBG: artikel 13 Regeling openbare jaarverantwoording WMG uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als bedoeld in; zorgaanbieder: Wmg artikel 1, aanhef en onder c, van de Wmg natuurlijk persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg in de zin van deverleent als bedoeld in; combinatie-instelling: zorgaanbieder die tevens 1) artikel 1.1, onderdeel 1 van de Jeugdwet jeugdhulpaanbieder als bedoeld inof gecertificeerde instelling is; of 2) Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Veilig Thuisorganisatie als bedoeld in deis; IGJ: Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd; Regeling: Regeling openbare jaarverantwoording WMG ; Wmg: Wet marktordening gezondheidszorg ; Awb: Algemene wet bestuursrecht ; Ministerie van VWS: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 01-01-2025
Artikel 2 — Artikel 2 Doel van de beleidsregel#
Artikel 2 Doel van de beleidsregel artikel 40b van de Wmg artikel 16, sub e van de Wmg hoofdstuk 6 van de Wmg Zorgaanbieders moeten op grond vaneen jaarverantwoording openbaren. De NZa is op grond vanbelast met toezicht op uitvoering van deze verplichting. Het doel van deze beleidsregel is om vast te leggen op welke wijze de NZa vanaf het boekjaar 2024 toeziet op de naleving van deze verplichting en daarbij de haar intoegekende bevoegdheden inzet. 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 01-01-2025
Artikel 3 — Artikel 3 Reikwijdte#
Artikel 3 Reikwijdte artikel 40b van de Wmg Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG Deze beleidsregel is van toepassing op zorgaanbieders geen rechtspersoonlijkheid bezittende verbanden van zorgaanbieders, met uitzondering van de zorgaanbieders en geen rechtspersoonlijkheid bezittende verbanden van zorgaanbieders waaropniet van toepassing is verklaard in het. Deze beleidsregel is ook van toepassing op combinatie-instellingen. 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 01-01-2025
Artikel 4 — Artikel 4 Toezicht op de verplichting een jaarverantwoording openbaar te maken#
Artikel 4 Toezicht op de verplichting een jaarverantwoording openbaar te maken 1 artikel 40b, eerste lid, van de Wmg De NZa houdt toezicht op de naleving van de verplichting als bedoeld in. Op grond van artikel 40b van de Wmg dient een zorgaanbieder zich jaarlijks te verantwoorden door het openbaar maken van een jaarverantwoording. 2 artikel 40b van de Wmg Regeling Zorgaanbieders dienen voor het bij of krachtensgestelde tijdstip zorg te dragen voor een volledige en juiste jaarverantwoording over het boekjaar. Deze jaarverantwoording dient te voldoen aan de in degestelde voorschriften. 3 artikel 40b van de Wmg De NZa controleert ten aanzien van de zorgaanbieders de nakoming van de jaarverantwoording, overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de bepalingen van. 4 artikel 40b van de Wmg De NZa stelt samenwerkingsafspraken op met de IGJ en het CIBG ten aanzien van het toezicht op de naleving van de verplichting van. 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 01-01-2025
Artikel 5 — Artikel 5 Handhaving#
Artikel 5 Handhaving 1 artikel 40b, eerste lid, van de Wmg Als een zorgaanbiederniet naleeft, kan de NZa een last onder dwangsom opleggen. Voordat een last onder dwangsom wordt opgelegd aan de zorgaanbieder, stuurt de NZa in beginsel een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom aan de zorgaanbieder. 2 Een zienswijze op een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom wordt inhoudelijk beoordeeld door de NZa als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De zienswijze is binnen de zienswijzetermijn van vier kalenderweken na verzending van het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom gegeven. Zienswijzen die buiten de zienswijzetermijn worden ingediend, worden, voor zover mogelijk, slechts alsnog in de besluitvorming betrokken als dit noodzakelijk is vanuit het oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding van het besluit en/of wezenlijk bijdraagt aan de daarbij te maken belangenafweging. b. Als een zienswijze op een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom is ingediend, waarbij voor de behandeling van de zienswijze noodzakelijke gegevens niet zijn ingevuld of onduidelijk zijn, zal de zorgaanbieder verzocht worden dit binnen redelijke termijn aan te vullen. c. www.nza.nl De NZa kan voor het indienen van de zienswijze het gebruik van een elektronisch formulier beschikbaar stellen. Het elektronische formulier wordt in dat geval bekend gemaakt via. 3 artikel 40b van de Wmg De NZa kan een last onder dwangsom opleggen aan een zorgaanbieder in het geval hij aan het einde van de termijn volgend uit het voornemen tot het opleggen van de last onder dwangsom nog steeds niet (volledig) aan de verplichting vanheeft voldaan en de eventuele zienswijze geen grondslag biedt om van de last onder dwangsom af te zien. 4 De begunstigingstermijn van de last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken. Na de begunstigingstermijn wordt voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder die gehouden is een jaarverantwoording openbaar te maken en niet aan haar verplichtingen heeft voldaan een dwangsom van € 2.000,– verbeurd, met een maximum van € 10.000,–. 5 In afwijking van het vierde lid bedraagt de dwangsom € 1.000,– per kalenderweek, met een maximum van € 5.000,–, als: a. artikel 2, eerste lid, onder a van de Regeling het een zorgaanbieder betreft als bedoeld in; b. artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de Regeling artikel 40b, vijfde lid, van de Wmg het een zorgaanbieder betreft als bedoeld indie voldoet aan het bepaalde in, waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’; c. artikel 2, vierde lid van de Regeling het een zorgaanbieder betreft als bedoeld in; d. artikel 2, vijfde lid, van de Regeling het een zorgaanbieder betreft als bedoeld in, aan wie ingevolge de subsidieregeling als bedoeld in dat artikellid, minder dan € 125.000 subsidie is verleend. 6 artikel 5, tweede lid Als een zorgaanbieder niet tijdig voldoet aan de last onder dwangsom, kan de NZa een tweede last onder dwangsom opleggen. Alvorens een tweede last onder dwangsom op te leggen aan de zorgaanbieder stuurt de NZa een voornemen tot het opleggen van een tweede last onder dwangsom. Dit geeft de zorgaanbieder de gelegenheid om in een zienswijze aan te geven waarom de NZa af zou moeten zien van het opleggen van een tweede last onder dwangsom. De voorwaarden vanvan deze beleidsregel zijn overeenkomstig van toepassing voor deze zienswijze. 7 De begunstigingstermijn van de tweede last onder dwangsom bedraagt vier kalenderweken. Na de begunstigingstermijn wordt voor iedere kalenderweek dat de zorgaanbieder die gehouden is een jaarverantwoording openbaar te maken niet aan haar verplichtingen heeft voldaan een dwangsom van € 5.000,– per kalenderweek opgelegd, met een maximum van € 25.000,–. 8 In afwijking van het zevende lid bedraagt de dwangsom € 2.500,– per kalenderweek, met een maximum van € 12.500,–, als: a. artikel 2, eerste lid, onder a van de Regeling het een zorgaanbieder betreft als bedoeld in; b. artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de Regeling artikel 40b, vijfde lid, van de Wmg het een zorgaanbieder betreft als bedoeld indie voldoet aan het bepaalde in, waarbij voor ‘netto-omzet’ wordt gelezen ‘som der bedrijfsbaten’; c. artikel 2, vierde lid, van de Regeling het een zorgaanbieder betreft, als bedoeld in; d. artikel 2, vijfde lid, van de Regeling het een zorgaanbieder betreft als bedoeld in, aan wie ingevolge de subsidieregeling als bedoeld in dat artikellid, minder dan € 125.000 subsidie is verleend. 9 artikel 40b van de Wmg artikel 85 van de Wmg Als een zorgaanbieder niet voldoet aan de verplichtingen die volgen uit, dan kan de NZa op grond vaneen bestuurlijke boete opleggen. Voordat een bestuurlijke boete wordt opgelegd, stelt de NZa de zorgaanbieder in de gelegenheid om een zienswijze over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete naar voren te brengen. 10 artikel 40a Wmg Als een zorgaanbieder een opgelegde last onder dwangsom als bedoeld in dit artikel niet opvolgt, dan kan dit aanleiding vormen om ook een onderzoek te starten naar de ordelijkheid en controleerbaarheid van de financiële bedrijfsvoering op grond van. 11 artikel 40b van de Wmg artikel 1 onder 2° van de Wet op de economische delicten Als een zorgaanbieder na het opleggen van een of twee lasten onder dwangsom nog niet voldoet aan, dan kan de NZa besluiten om de zaak over te dragen voor strafrechtelijke vervolging aan de daartoe bevoegde partij. Het niet naleven van artikel 40b van de Wmg is een economisch delict (). 12 De NZa maakt in beginsel geen gebruik van haar bevoegdheid om een aanwijzing op te leggen. 2025 44117 23-12-2025 WB/TH-2026-2 2025 44117 23-12-2025 WB/TH-2026-2 01-01-2026
Artikel 6 — Artikel 6 Invordering#
Artikel 6 Invordering 1 Wanneer een zorgaanbieder naar aanleiding van een bestuurlijke sanctie een geldsom verschuldigd is, dan gaat de NZa in beginsel over tot invordering van deze geldsom. Wanneer wordt overgegaan tot het invorderen van de geldsom dan zal de NZa hiervoor een besluit tot invordering nemen: de invorderingsbeschikking. 2 artikel 5, tweede lid Voordat wordt overgegaan tot invordering van de geldsom stelt de NZa de zorgaanbieder in beginsel – via een voornemen invorderingsbeschikking – in de gelegenheid een zienswijze, te geven inzake de invordering. De voorwaarden vanvan deze beleidsregel zijn overeenkomstig van toepassing. 3 Na het verlopen van de zienswijzetermijn van het voornemen invorderingsbeschikking wordt de invorderingsbeschikking verstuurd. 4 Naar aanleiding van de invorderingsbeschikking zal de verbeurde geldsom worden geïnd, en indien nodig geïncasseerd. De inning en incasso van de geldsom geschiedt door het CJIB, namens de NZa. 5 In het geval van faillissement: a. Als de zorgaanbieder failliet is verklaard door de rechter, dan gaat de NZa over tot invordering van de dwangsommen die zijn verbeurd voordat het faillissement is uitgesproken. b. www.nza.nl De NZa kan vereisen dat de rechterlijke uitspraak en een verklaring van de zorgaanbieder dat er is gestopt met het verlenen van zorg moet worden ingediend. De NZa kan hiervoor het gebruik van een elektronisch formulier verplicht stellen. Het elektronische formulier wordt in dat geval bekend gemaakt via. 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 01-01-2025
Artikel 7 — Artikel 7 Betalingsregeling, matiging en kwijtschelding#
Artikel 7 Betalingsregeling, matiging en kwijtschelding 1 Een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling kan door de zorgaanbieder worden ingediend bij het CJIB. Het CJIB zal, in navolging van het convenant NZa-CJIB, dit verzoek ter beoordeling aan de NZa voorleggen. 2 Een betalingsregeling voor een periode van maximaal 10 termijnen kan worden toegewezen zonder dat daar een toelichting met financiële stukken voor nodig is. 3 www.nza.nl Een betalingsregeling met een periode langer dan 10 termijnen dient te worden onderbouwd met financiële stukken. De stukken moeten worden ingediend via het Zivver portaal. Deze is beschikbaar op de website van de NZa. De NZa kan als alternatief hiervoor het gebruik van een elektronisch formulier verplicht stellen. Het elektronische formulier wordt in dat geval bekend gemaakt via. 4 artikel 7, derde lid Nadat de dwangsommen zijn verbeurd en de dwangsom in rechte vast staat kan de zorgaanbieder bij de NZa een verzoek tot matiging of kwijtschelding indienen. Dit verzoek moet overeenkomstigvan deze beleidsregel worden ingediend. 5 Awb Een matigingsverzoek of een verzoek tot kwijtschelding van de dwangsom kan alleen in geval er sprake is van bijzondere omstandigheden worden toegekend. De bijzondere omstandigheden worden mede aan de hand van deen jurisprudentie gewogen. 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 01-01-2025
Artikel 8 — Artikel 8 Publicatie informatie handhaving#
Artikel 8 Publicatie informatie handhaving 1 De NZa kan, overeenkomstig wet- en regelgeving, informatie over haar toezicht en handhaving openbaar maken door publicatie op haar website. 2 Wet open overheid Op de openbaarmaking is devan toepassing. 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 01-01-2025
Artikel 9 — Artikel 9 Intrekken / Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel#
Artikel 9 Intrekken / Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel Beleidsregel Handhaving openbare jaarverantwoording Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze Beleidsregel handhaving en invordering jaarverantwoording met kenmerk TH/BR-040 wordt demet kenmerk TH/BR-037 ingetrokken. Beleidsregel Handhaving openbare jaarverantwoording Demet kenmerk TH/BR-037, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold. 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 01-01-2025
Artikel 10 — Artikel 10 Inwerkingtreding / Bekendmaking#
Artikel 10 Inwerkingtreding / Bekendmaking artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 januari 2025. Indien de Staatscourant waarin de beleidsregel ingevolge, wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2024, treedt de beleidsregel in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de beleidsregel wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2025. www.nza.nl De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 01-01-2025
Artikel 11 — Artikel 11 Citeertitel#
Artikel 11 Citeertitel Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel handhaving en invordering jaarverantwoording met kenmerk TH/BR-040. 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 2024 42444 24-12-2024 10-12-2024 TH/BR-040 01-01-2025